dinsdag 6 oktober 2020

Singles round-up: oktober 3


Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog geen flauw idee heb op dit moment voor wat betreft de Week Spot. Wellicht dat één van de komende zeven singles eruit gaat springen voor mij? Misschien laat ik het ook een nacht bezinken en kom morgen met een Week Spot. Ik kan wel een paar favorieten opnoemen, maar het leukste is als het een artiest (m/v) of groep is waarover ik niet eerder al heb geschreven en waar enige informatie over bekend is. De singles uit Engeland verwacht ik morgen, maar ben ook nog van plan om morgen 'Het zilveren goud' te doen en wellicht vervolg ik de 'Singles round-up' op vrijdag. Vanmiddag heb ik alweer twee pareltjes gereserveerd bij Mark en dat zijn platen waar ik stiekem nu al naar uit kijk. Nu eerst de volgende zeven uit de laatste partij van Mark en ook daar zitten ongetwijfeld pareltjes tussen.

* The Milky Way- High School Girl (US, Radio, 1971)
Hoewel het muzikaal duidelijk in de jaren zeventig is, begint 'High School Girl' als een dertien in een dozijn harmony-groep als van tien jaar eerder. Dan vindt opeens een tempowisseling plaats en worden de stemmen heel anders ingezet. Opeens klinkt het als het meest funky gospelgroepje dat je zou kunnen wensen om vervolgens weer af te zwakken naar fraaie harmoniezang. Een zeer wonderlijk plaatje dat ik geneigd ben om in dezelfde hoek te plaatsen als The Relations. Wellicht een beetje aan de poppy kant van de crossover. De keerzijde begint erg leuk maar blijkt een instrumentaal nummer te zijn en daar heb ik doorgaans niet zoveel mee. Ik moet The Milky Way nog verder aan me laten groeien maar het eerste gevoel zegt me dat dit wel gaat lukken.

* McKinley Mitchell- Watch Over Me (US, Retter's Records, 1984)
Ik heb afgelopen november een plaatje van McKinley Mitchell gekocht op het Chimneyville-label. Daar kan ik maar moeilijk aan wennen, maar ben desondanks nieuwsgierig als Mark deze titel plaatst op zijn site. McKinley Mitchell is een southern soul-zanger en in het zuiden van de Verenigde Staten wordt niet heel doelbewust soul, blues of country gemaakt. Het is vaak maar net welke muzikanten aanwezig zijn in de studio en het laat de keuze vaak aan de luisteraar. 'Watch Over Me' past wat dat betreft even goed in de blues als in de soul en voor wat betreft het laatste is dit wel een beetje waar ik naar zoek op het gebied van de jaren tachtig. Goede muziek is van alle tijden, ook al ben ik blij dat we de synthesizers uit die tijd bij het grofvuil hebben gezet. 'Mariah' op de keerzijde is iets meer uptempo, maar ook hier is het weer niet meteen duidelijk of het voor de blues- of soul-markt is gemaakt. 'Watch Over Me' wint echter voor wat betreft de soul en ik zet hem in de koffers voor deze titel.

* Prince Phillip Mitchell- I Taught Her Everything She Knows (US, Ichiban, 1987)
Als je als voormalige ster in de blues of de soul nergens meer aan de bak komt, staat Ichiban je vanaf de midden jaren tachtig op te wachten. Menig jaren zestig-coryfee maakt een comeback-plaat voor Ichiban en het is ook de laatste halte voor Prince Phillip Mitchell na enkel releases op het Atlantic-label in de jaren zeventig. Mitchell is evenals Sam Dees een schrijver van songs waar zijn handtekening dubbel en dwars bovenop ligt. Natuurlijk ken ik al iets van zijn solo-werk maar ik ga zijn kunsten pas waarderen nadat ik verliefd ben geworden op een aantal uitvoeringen van Joe Simon. Net als bij McKinley Mitchell is dit een opname met de verfoeide synthesizer en productie uit de late jaren tachtig, maar wie verder luistert hoort een klassieke soul-song met een zeer overtuigend zingende artiest. Té gladjes vergeleken bij zijn jaren zeventig-platen, maar té rauw in vergelijking met hitmateriaal uit de late jaren tachtig. Het is de 'white label promo' hetgeen betekent dat hetzelfde nummer op de keerzijde staat.

* Joe Odom- It's In Your Power (US, 1 2 3, 1969)
Met hetzelfde gemak keren we terug naar de jaren zestig. Ik heb reeds een single op het 1 2 3-label van The Metros ('If You Can Feel') en dus weet ik dat 1 2 3 een onderdeel is van het Amerikaanse Capitol. Een hele fraaie mix van crossover met blazers en een pedal steel plus een overtuigende Joe Odom. Het enige bezwaar dat ik kan noemen, is dat het erg kort is. Waarom niet een brug en nóg een refrein? Met twee-en-een-halve minuut is het hele sprookje uit. 'Big Love' is meer funky en uiteindelijk is dit wel de meest interessante kant.

* Gloria Parker- Why Can't We Get Together (US, LLP, 1965)
Ik meende de naam te herkennen van 'Action Speaks Louder Than Words', de Vampi-Soul singles-box die ik in 2011 heb gekocht. Nee, ik heb nog geen platen van Gloria Parker in huis. De plaat heeft flink wat 'dish wear' opgelopen, maar dat maakt geen verschil bij het afspelen, het voelt alleen een beetje bizar bij het plaatsen op de draaitafel. Het is uitstekende midtempo soul uit de midden jaren zestig. 'I'm In Your Corner' is de eigenlijke a-kant en daarbij moet de naald tegen de heuvel op. Ook dat gaat goed en het is een solide opname. 'Corner' is een beetje meer ingetogen qua muziek en Gloria's stem komt hier beter uit en dus zou ik eventueel kunnen kiezen voor deze kant als mijn favoriet. Het moet nog duidelijk groeien bij mij.

* The Persuaders- Thanks For Loving Me (US, Win Or Lose, 1972)
Dankzij een aanbeveling van Facebook ben ik op een bepaald moment lid geworden van The Poindexter Brothers Appreciation Society zonder dat ik in de gaten heb dat er een dergelijk fenomeen bestaat. Ik hoop middels de groep verder te worden overtuigd van de authenticiteit van de Poindexters, maar op een gegeven ogenblik geef ik het op. Nu heb ik hier een single van The Persuaders met aan beide kanten composities van Richard en Robert Poindexter. 'Thanks' heeft een wat merkwaardig ritme. Er zit een loopje in dat iets teweeg wil brengen als in reggae, terwijl je het nummer ook op een bed van violen kan plaatsen zonder percussie. 'If This Is What You Call Love' is een klassieke 'sweet soul'-ballade en eigenlijk gaat daar mijn voorkeur naar uit.

* Deborah Resto- Slow Down (US, Blue Sky, 1988)
Bij het opzetten van de plaat weet ik het meteen weer te herinneren. Heel even doorbijten! Het begint namelijk met een saxofoon waarvan ik blij ben als het naar de achtergrond is verdwenen. Als Deborah haar mond open trekt, ben je het instrument op slag vergeten en kan het genieten beginnen! Haar stem brengt me in een aangename hypnose. Mark heeft het vaak over de 'golden era' als hij het over de late jaren tachtig heeft en ik begin dat steeds meer in te zien. Hoewel je op Hilversum 3 en de hitparade zeer weinig er van mee krijgt, spelen zich erg bijzondere taferelen af in de underground van de Amerikaanse soul. In de brug klinkt de saxofoon alweer acceptabel maar in het intro zit deze net aan de pijngrens bij mij. De b-kant is instrumentaal en dus niet de moeite van het opzetten. Iets zegt me dat de saxofoon daar vrij baan krijgt?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten