vrijdag 18 juni 2021

Singles round-up: juni 8


De afgelopen dagen ben ik nauwelijks buiten geweest. Het wil gewoon niet en bovendien is het me té warm voor een activiteit. Ik ben woensdagavond naar de winkel geweest en daarna nog een klein stukje gefietst. Feitelijk hetzelfde als wat ik zaterdag heb gefietst. Donderdagavond min of meer hetzelfde. Het boodschapje in Steenwijk wordt aldoor uitgesteld. Ik ben eerst van plan om vandaag te gaan, maar verwacht tegelijk bezoek van DHL met een pakketje. Dan wil ik wel thuis zijn... Uiteindelijk krijg ik bericht dat het tussen vijf en half zeven wordt bezorgd. Dat is al een teleurstelling omdat ik voor niets ben thuis gebleven tot vijf uur. Als de bezorger om kwart voor zeven nog niet aan de deur is geweest, word ik ongedurig. Ik besluit de groene brievenbus leeg te halen en... daar zit het pakketje in! Ik had dus helemaal niet thuis hoeven blijven. Nu zou ik morgen wel even naar Steenwijk willen want de coils zijn op en bovendien is het glaasje van één van de dampers stuk. Ik ben al een hele tijd niet bij de kringloop in Tuk geweest, maar verwacht daar niet zoveel te vinden. Ik draai nu nog even met de oude naalden want ik heb geen goede ervaringen met het wisselen van naalden vóór shows. Daar kan ik beter volgende week even voor gaan zitten. Nu de resterende negen singles van Mark.

* New York City- Quick, Fast, In A Hurry (UK, Polydor, 1973)
Dit is dezelfde groep als van 'I'm Doing Fine Now' op het RCA-label. 'Quick' is in Amerika blijkbaar uitgebracht op Chelsea en krijgt in Engeland dus een distributie als een Polydor. Bell en Creed zijn verantwoordelijk voor lekkere Philly-soul en dit is geen uitzondering op de regel. Een fraaie 'double-sider' want ook 'Reach Out' op de keerzijde is de moeite waard. De a-kant klinkt echter meer als een hit en geef ik ook de meeste kans van slagen in 'Do The 45'.

* Lou Pride- Phoney People (US, Gemco, 1973?)
De man van de Northern Soul-hit 'I'm Com'un Home In The Morn'un'. Het is niet bekend wanneer deze single precies is verschenen, wel staat het op een cd met alle opnames die hij van 1970 tot en met 1973 in Memphis en El Paso heeft gemaakt. Ik ga dus uit van 1973 als jaar voor 'Phoney People'. Eigenlijk adverteert Mark met de ballade-kant, maar ik reserveer de plaat voor 'Phoney People'. Dat ademt Memphis met het specifieke geluid van de drums en de blazers. Het koortje in het refrein en het handgeklap in tamboerijn in de coupletjes maken dit kantje tot een waar zuidelijk feestje. Niet te vergelijken met 'I'm Com'un Home In The Morn'un', maar wel erg smakelijk. De keerzijde heet 'We're Only Fooling Ourselves'. Dat bevalt me nu beter dan bij de eerste luisterbeurt. Ik kan opnieuw spreken van een 'double-sider'.

* Carl Sims- House Of Love (US, Paula, 1993)
In deze laatste aflevering gaan we nog even flink de moderne kant op! Ik ben er nog steeds niet over uit bij 'Recipe For Peace' van Bobby Patterson of deze in 1985 of 1992 is uitgebracht. Nu ik deze van Carl Sims bekijk, vermoed ik dat 1992 wel eens correct kan zijn. Het nostalgische roze Paula-label, onderdeel van Jewel, maakt dat je automatisch jaren zestig of zeventig verwacht. Dit plaatje van Carl Sims is echter helemaal nieuw in 1993. Het heeft wel een 'old school'-benadering en zou qua nummer uit de jaren zeventig en qua productie ook uit 1986 kunnen stammen. Volgende week gaat een nieuwe release op de post en dat is feitelijk een opname uit 1996. De collectie jaren tachtig groeit als kool en nu ben ik klaar om de laatste ontbrekende periode in mijn koffers op te vullen. 'You Keep Me Dreaming' op de keerzijde klinkt een stuk moderner dan 'House Of Love', maar nog altijd niet de muziek die je doorgaans op de radio hoort. Interessant plaatje!

* Stage IV- Just Another Guy (US, Millie, 1971)
Ik sta erom bekend dat ik met sommige dingen eindeloos kan dralen. Als ik dan wil toehappen, ben ik steevast te laat. Op 'Five A Day' moet je soms snel schakelen en dat is het geval als Mark deze van Stage IV aanbiedt. Een vorstelijke prijs maar de eerste klanken zijn meteen overtuigend en ik moet snel typen. Vervolgens krijg ik allemaal duimpjes omhoog van de 'grote' dj's en verzamelaars in de groep en weet ik dat ik goed heb gegokt. Dit is grootse crossover van de bovenste plank, zo'n plaatje waarbij ik anders zou vermoeden dat het honderden, zo niet duizenden, euro's zou moeten kosten. Gewoon onweerstaanbaar dit! 'Our World' op de keerzijde is minder ingetogen en waarschuwt ons voor het einde van de planeet. Ik had de plaat genoteerd als '1968', maar dit is té 'Ball Of Confusion' om uit 1968 te komen. Nog even nagekeken op 45cat en het is inderdaad uit 1971. 'Just Another Guy' blijft voor mij dé kant.

* The Staple Singers- Hold On To Your Dream (US, 20th Century Fox, 1981)
Vanmiddag heb ik nóg een jaren tachtig-single van The Staple Singers gereserveerd bij Mark en ook hiervan denk ik dat het over een paar weken in Uffelte zal zijn. Bij de volgende bestelling zitten ook platen waarmee ik geen maanden kan wachten. 'Hold On To Your Dream' wordt als een 'builder' beschreven en dan heb je meteen mijn aandacht. Komt ook nog eens bij dat je me altijd kan wekken voor de stem van Mavis Staples. Hoewel het geloof altijd zal blijven en ze niet opeens de tegengestelde boodschap vertolken, is het tekstueel meer maatschappij-gerelateerd en de algemene 'hoop' van vasthouden aan je dromen. Het is een jaren tachtig-productie en dus overdadige synthesizers, maar het levert een sfeerrijk geheel op. Desondanks niet echt de beloofde 'builder'. 'Cold And Windy Night' op de flip is zo mogelijk nog mooier gearrangeerd en opnieuw weer die stem van Mavis. De enige vrouw die me ooit weer eens terug in de kerk krijgt.

* The Sweethearts- You're Wearing Me Out (UK, Streetwave, 1985)
De jaren tachtig zijn de nieuwe jaren zestig aan het worden voor mij. Natuurlijk is op soul-gebied een hoop reut uitgebracht in het decennium, maar er valt zoveel te ontdekken. Daarbij kijk ik dan vooral naar de 'indie'-platen en het liefst zo 'lo-fi' mogelijk. The Sweethearts klinkt gewoon als een hit, punt uit. James en Butch Ingram zijn verantwoordelijk voor deze standaard-jaren tachtig-productie, maar... net als bij de jaren zestig en zeventig vergeten de 'big shot dj's' wel eens dat je ook gewoon nog plezier mag hebben op de dansvloer. Mark begrijpt dat en ik val dus als een blok voor dit aanstekelijke nummer. Niet essentieel maar wel leuk als je het voor weinig op de kop kan tikken.

* Jimmy Taylor- Jealousy (US, RSP, 1996?)
De catalogus van RSP is een zootje en de laatste single-met-jaartal is van 1994. Als er dan toch iets van volgorde in moet zitten, schat ik deze van Taylor op 1996. Volgens mij wordt dat jaartal ook genoemd in een Youtube-clip. Jimmy Taylor heeft in de vroege jaren negentig een groep met de naam The Jimmy Taylor Experience, maar 'Jealousy' wordt genoteerd als een solo-plaat. De bassdrum klinkt dermate mechanisch dat ik het in de midden jaren negentig plaats. Toch heeft 'Jealousy' een oude ziel en zou met organische drums misschien als een Stax-hit uit de vroege jaren zeventig kunnen klinken. Op de keerzijde staat de instrumentale versie, maar wie heeft het verlangen om de lelijke elektronische drums beter te beluisteren?

* Ultra-High Frequency- We're On The Right Track (US, Wand, 1973)
De stoomlocomotief is maar weer eens uit de remise gehaald voor het intro van deze plaat en bovendien weten ze de stoomfluit op een fraaie manier in te passen. Als de trein eenmaal goed op gang is, is het heerlijke Phillysoul in dezelfde hoek als New York City. Wie het fraaie arrangement nog eens beter wil beluisteren: De b-kant is instrumentaal.

* Bill Williams- Knock Out Your Half Steppin' (US, Jump Off, 1973?)
Wederom een vraagteken. Het Jump Off-label heeft in 1973 eveneens een single van Vee Gees uitgebracht (nee, geen tikfout, niet de gebroeders Gibb) zonder een catalogusnummer en met exact hetzelfde label. De maatschappij is actief in de eerste helft van de jaren zeventig en dus zou dit kunnen kloppen. Het klinkt als een funky Stax-opname van Joe Tex van omstreeks 1970 maar dan een stuk obscuurder en nog niet ontdekt door de massa. Ik voel aan alles dat deze plaat nog zijn hoogtepunt moet bereiken en ik help het graag een handje!

Singles round-up: juni 7


Wij volgen de regels van het RIVM en dat schrijft op dit moment nog thuiswerken voor. Vandaar dat de redactievergadering niet op kantoor is gehouden, maar dat we een virtuele meeting via Zoom hebben belegd. Sideburner had een punt van orde. Oh wacht, ik heb 'de redactie' ruim tien jaar geleden overboord gezet en doe het sindsdien weer in mijn eentje. Toch zijn er de afgelopen dagen tal van redactievergaderingen geweest op Soul-xotica. De 'algemene' singles wil ik nog wel eens per negen behandelen omdat niet over iedere plaat een bericht van het formaat telefoonboek valt te schrijven. Op het gebied van de soul, de 'mean business' op Soul-xotica, doe ik de 'Singles round-up' liever in kleinere hapjes. Toch hou ik mezelf daar ook wel eens in, vooral als ik denk dat ik met een potentiële Week Spot van doen heb. Na de aflevering van woensdag heb ik nog achttien singles over. Aanvankelijk wil ik drie afleveringen doen van elk zes, maar...? Ik kan ook hier voor de negentallen gaan en heb dan weer wat ruimte voor andere berichten. Ik kies voor het laatste. Vanavond krijgen jullie in twee berichten de resterende achttien singles voor de kiezen. Bij de komende negen zitten ook de twee Oostenrijkse singles.

* Creative Source- I Just Can't See Myself Without You (US, Sussex, 1974)
Opnieuw begin ik weer met de b-kant. Fraaie midtempo met een opvallend rijke begeleiding. Dit is het type plaat zoals je die dagelijks op 'Five A Day' kan verwachten. Niet heel erg essentieel maar desalniettemin een fraai nummer. De a-kant heet 'Keep On Movin' en is meer funky en eigenlijk moet ik bekennen dat dit wel de favoriete kant is, hoewel 'I Just Can't See Myself' er zeker mag zijn. De a-kant is een lekker feestje en misschien ben ik daar op deze vrijdagavond wel voor te porren?

* Michelle David & The True-Tones- Good Good Good (UK, One World, 2021)
'Good Good Good' is een jaar geleden al aan het publiek voorgesteld als een track van het nieuwe album van Michelle David & The Gospel Sessions. De release laat dankzij corona langere tijd op zich wachten en verschijnt uiteindelijk pas in 2021. Intussen is Michelle David aan een zegetocht in Engeland begonnen. Dat begint met 'Gonna Be Alright' in 2019. 'Yes I Am' verschijnt begin 2021 via het Engelse One Worl-label en vestigt haar naam verder in de soul-scene. Hier is de tweede Engelse single van David. Niet alleen geeft dit een vette knipoog naar 'Gonna Be Alright', ook zou ik me dit met een beetje fantasie kunnen voorstellen op een Northern Soul-avond. De enige handicap is het gebruik van 'gospel' in de naam en zo heet dit opeens Michelle David & The True-Tones. David blijft trouw aan het soulvol verspreiden van het goede nieuws, maar toch ligt het er niet duimendik bovenop en is het vooral erg swingend. Een knaller van een plaat!

* First Born- If This Is Our Last Time (US, Atlantic, 1972)
Dave Crawford en Brad Shapiro. Inmiddels begin ik de namen steeds meer te zien als een 'trademark of quality' en zeker als de releases via Atlantic lopen. Ze zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 'Suspicious Minds' van Dee Dee Warwick terwijl Crawford ook het arrangement verzorgd van Candi Staton's hitversie uit 1982. Het begint al bij het intro. Dat kondigt meteen al een 'classy' affaire aan en dat is eveneens het resultaat van 'If This Is Our Last Time'. Een fraai gebalanceerde begeleiding, fraaie stemmen en een refreintje dat misschien nog een uur blijft hangen bij mij. Hoewel dat vanavond niet zal gebeuren omdat ik nog vijftien singles voor de boeg heb.

* The Fourth Level- Deep South (UK, MD, 1969, re: 2021)
Ach vooruit... we kunnen nog wel een platenlabel erbij hebben. Opnieuw weer eentje dat zich toespitst op het uitbrengen van zéér moeilijk vindbaar materiaal. Ace Records is met haar Kent-label de wegbereider geweest in de jaren negentig en inmiddels schieten ze als paddestoelen uit de grond. Izipho en Cannonball zijn twee labels die ik nauwlettend in de gaten hou en dit debuut voor MD Records is veelbelovend! Larkin Yewell trekt vanuit Kentucky naar Detroit om daar aan de slag te kunnen bij de Chrysler-fabriek. Toch heeft hij meteen een tweede plan: Hij wil vanuit Detroit een muzikale carrière starten. Larkin huurt de Pioneer Studio voor een bepaalde tijd, een firma welke opnames kan maken alsook platen kan persen. Hij neemt twee nummers op met zijn vrienden uit Kentucky. Dan is de plaat klaar en moet het op de radio worden gedraaid. In de jaren zestig wordt een deel van de speellijst nog altijd gevormd voor dikke enveloppen vol cash. Het spaargeld van Larkin is op gegaan aan de single en dus schiet het voor geen meter op. Ze doen een optreden in Kentucky maar de mannen vergeten om de singles mee te brengen. Na verloop van tijd verlaten ze allemaal de showbiz. In de midden jaren negentig komt de eerste plaat op de draaitafel in de legendarische Engelse '100 Club'. Ongeveer vijftien jaar lang gaat de plaat als 'cover-up' door het leven totdat in 2010 de identiteit bekend wordt gemaakt. Larkin heeft anno 2021 nog altijd de originele masters, hoewel deze flink zijn aangevreten door de tijd. Verwacht dus geen 'schoon' geluid. Het refrein is echter zó aanstekelijk en muzikaal klinkt het even obscuur als bijvoorbeeld Felony Theft. Ik ga MD in de gaten houden!

* The Futures- In Answer To Your Question (US, Philadelphia, 1980)
Eigenlijk moest deze single bij de vorige bestelling zitten van Mark, maar wordt dan over het hoofd gezien. Gelukkig heeft hij een voorraadje op de plank liggen en hier hebben we alsnog de plaat. Dit is zeer fraaie harmony-soul zoals we dat van de firma uit Philadelphia zijn gewend. Ik had het zo geloofd als me was verteld dat de plaat uit 1973 zou stammen. De andere kant is nogal Earth, Wind & Fire-achtig, maar ik hou het bij 'Answer'.

* Eddie Holloway- I'm Standing By (US, Gem, 1970)
Als er één plaatje is waarop ik helemaal verliefd ben geworden, dan is het wel deze van Eddie Holloway. De andere kant mag er ook zeker zijn, maar... het is de sfeer van de opname van 'I'm Standing By' dat mijn hart sneller doet kloppen. Dit is een potentiële Week Spot! Als het volgende week niet gaat lukken, dan wel in september. Ik ga volgende week beginnen met de 'Vinyl Summer Spirit Of...' en de Week Spots zullen eveneens in deze sfeer zijn. Gezien ik vorig jaar al 1970 heb gehad, denk ik dat ik deze even moet wachten.

* General Johnson- Keep Keepin' On (US, Arista, 1976)
De General is het meest bekend van zijn werk met Chairmen Of The Board alsook andere composities en producties op het Invictus-label. Als Invictus tot een einde komt, brengt General Johnson dit aantrekkelijke 'Keep Keepin' On' uit bij Arista, maar het mag helaas niet baten. Het is lekkere vroege disco uit de tijd dat deze muziek nog vooral organisch is. Niet heel erg essentieel, maar leuk genoeg voor een paar pond.

* Love Brothers- Bop-De-Do-Waw (US, North Bay, 1972)
Een paar maanden na 'Grasshopper' van Soul Devalents kom ik deze North Bay tegen en ditmaal is het extra verkoopargument dat het geproduceerd is door Bunny Sigler en gearrangeerd door Bobby Martin. Dat moet wel iets bijzonders opleveren? De gebroeders hebben blijkbaar nog leerplicht want ze hebben niet de baard in de keel. We komen er niet achter wat 'Bop-De-Do-Waw' betekent, maar wel dat zijn lief dit graag mag horen. Sigler tekent voor de andere kant en daar het verhaal van een jongen die vrachtwagenchauffeur wil worden net als zijn pa. Als hij de vrachtauto ziet, roept hij 'Giddy- Up. Oh wacht, dat is een ander nummer. 'Giddy-Up' is meer upbeat en al net zo poppy als 'Bop' zonder de ingebouwde sfeer.

* Catherine Miller- Life Is Like A Checkerboard (US, Tyson, 1975, re: 1977)
'Het leven als een schaakspel, het gaat erom of je de juiste beweging maakt'. Nog eens op het label kijken... Nee, geen credits voor Johan Cruyff. Catherine Miller klinkt als het meer funky zusje van Ann Sexton en dat levert een soort muziek op waar ik mijn stoel voor uit kom. Een luie funky groove met een erg bijzonder arrangement van veteraan Horace Ott. 'Checkerboard' verschijnt tweemaal als b-kant en de a-kant, 'You've Been Hunching All Night', verraadt dat dit de 1977-uitgave is. Dat is meer disco-achtig, maar oef... wel van het fraaiste soort! Op een fijne manier ingetogen met haar eigen stem 'maal twee' op een gegeven ogenblik en niet té opdringerige violen. Een hele fraaie 'double-sider'!  Hoewel 'Checkerboard' de reden van aanschaf blijft, vermoed ik dat 'Hunching' wellicht ooit nog een grotere rol gaat spelen.

woensdag 16 juni 2021

Singles round-up: juni 6


Wel een beetje raar... 32 jaar. Morgen zou ik hebben kunnen vieren dat mijn verzameling 32 jaar is geworden, maar ik heb het momenteel even te druk met nieuwe aanwinsten. Het is niet 32 jaar geleden dat ik mijn eerste single heb gekregen of gekocht. Op 17 juni 1989 heb ik reeds dertig plaatjes in een koffer. Het is echter deze dag dat ik ga uitbreiden naar jaren zestig-plaatjes die ik op het eerste gezicht niet ken en dat beschouw ik als de start van de verzameling. Ik heb een paar weken eerder het royale bedrag van vijf gulden betaald voor een tweedehands single en dus heb ik aanleg voor de verzameldrang. Binnenkort wellicht een 'flashback' vanwege een te verwachten nieuwe plaat. Ik heb hem nog niet besteld, maar het lijkt erop alsof dit wel gaat gebeuren. Misschien is er geen betere manier om de verjaardag van de verzameling te vieren met een 'Singles round-up'. Ik begin meteen al over de dag van morgen omdat ik vermoed dat ik vandaag dubbel ga publiceren. Ik trap vanmiddag af met de eerste zeven singles waaronder de 'upgrade'.

* Johnny Adams- Only Want To Be With You (US, Paid, 1980)
Ik noem de beestjes weer bij de naam waarvoor ik ze in eerste instantie heb besteld. In geval van Johnny Adams is het de b-kant. Ik heb in 2011 de box-set 'Action Speaks Louder Than Words' gekocht en dat bevat een schaars uptempo nummer van Johnny Adams. De beste man is het best bekend geworden vanwege ballades als 'I Won't Cry' waarin hij heerlijk kan huilen. Het afgelopen jaar heb ik twee singles kunnen toevoegen van meneer Adams en nu hebben we dit plaatje op het obscure Paid-label uit Nashville. Gelukkig is dit precies het soort dat je van Johnny Adams wil verwachten. Een ballade met een rijkere begeleiding ten opzichte van zijn SSS International-materiaal. Nog steeds wel back-to-basics maar met een fraaier stereo-geluid. Als je hoort hoe het uit zijn tenen komt, moet je als dame een hart van steen hebben om hem te verlaten voor iemand anders. 'Love Me Now' is ietsje meer upbeat, maar daarmee ook minder 'deep' in mijn oren en dus blijf ik bij 'Only Want To Be With You'.


* Patti Austin- It's Easier To Laugh Than Cry (UK, United Artists, 1970)
Wellicht is het omdat Mark van mijn liefhebberij voor Engels vinyl af weet of zou het toeval zijn? Hij biedt de laatste tijd steeds vaker Engelse persingen aan en ik hoef vaak maar een halve noot te horen voordat ik het haastig reserveer. Dat is eveneens het geval bij deze van Patti Austin. Als ik het nummer verder ga beluisteren op Youtube blijkt het opeens een erg goede gok te zijn geweest. Het is crossover en hangt wel tegen de pop aan, maar Patti weet het lekker dramatisch te maken en dus past het helemaal in de verzameling. Het is echter de keerzijde van 'Your Love Made The Difference To Me' en deze heb ik nog niet beluisterd. Oeh! Die is ook lekker! Meer upbeat met een gospelkoortje in het refrein en een sfeerverhogende tamboerijn. Heel eerlijk is dit eigenlijk de leukere kant en eentje definitief druipt van de soul. Een fraaie 'double-sider'!

* Jackey Beaver- Silly Boy (US, Checker, 1965)
Ik neem de informatie letterlijk over van het label, maar feitelijk is dit Jackey Beavers. De naam Jackey wordt in verschillende vormen gespeld, maar Jackey blijkt de enige correcte. Op deze single uit 1965 zijn ze de 's' op het eind vergeten. Beavers is het meest bekend in de Northern Soul vanwege 'I Need My Baby', een single op het Revilot-label uit Detroit. 'Silly Boy' is eigenlijk de b-kant van een plaatje via een label uit Chicago. In tegendeel tot veel opnames uit die tijd op Checker klinkt 'Silly Boy' erg strak en ritmisch zoals je dat doorggans vaker associeert met Detroit. 'Jack-A-Rue' is iets meer 'funky' (hoewel deze term in 1965 nog niet wordt gebezigd), maar verder is het vooral in de lijn met bijvoorbeeld 'Eenie Meenie Gypsaleenie' van The Debonaires. Als je als dj helemaal in de 'boogaloo' zit, dan is dit de kant om te draaien, maar ik hou het bij het meer ingetogen 'Silly Boy'.

* James Brown & The Famous Flames- Money Won't Change You (Duitsland, Polydor International, 1967)
Het is tegenwoordig een traditie voor de donderdagmiddag. Mark plaatst dan één bericht met vijf Europese fotohoesjes. De singles variëren in prijs. Een paar weken geleden is hij een exemplaar van 'My My My' van Johnny Gill binnen de kortste keren kwijt voor een fraaie prijs. Die heb ik onlangs nog zien liggen in Ruinerwold (en ik heb de single al in de jaren tachtig-bak) en wellicht dat ik die even moet halen voor een snelle handel. Dan zie ik deze van James Brown en ben op slag verliefd. Ik moet bekennen dat ik niet héél veel heb met de muziek van meneer Brown maar de combinatie met het Duitse fotohoesje zou het zelfs aantrekkelijk maken voor de gele bakken. Vooralsnog plaats ik het wel in de koffer. 'Money Won't Change You' is recent een 'hit' geworden in de Northern Soul en dat mag best opvallend heten voor een artiest die geen blik waardig is in deze scene. De Northern Soul is oorspronkelijk zelfs het tegengas op de populaire funk in het zuiden van Engeland. 'Money' is, mijns inziens, niet het meest essentiële werk van Brown, maar het is de fotohoes die het ruimschoots waard maakt. Mark biedt het aan in plastic hoesje met de single los verpakt en zo ga ik hem eveneens archiveren. Deze hoesjes willen namelijk erg gemakkelijk scheuren.

* Jocelyn Brown- Love's Gonna Get You (UK, Warner Bros., 1985)
Wederom neem ik de informatie over van het label, want het hoesje meldt dat het in 1986 is uitgebracht. Hoe dan ook: Hier hebben we met alle recht een klassieker met hoofdletter 'k'. Het heeft er even naar uit gezien dat dit de nieuwe Week Spot ging worden, maar wellicht dat dit binnenkort gaat gebeuren. Jocelyn Brown is in de vroege jaren negentig niet voor niets één van de meest gevraagde sessie-zangeressen van het moment. 'Love's Gonna Get You' is een kweekvijver van samples en Snap! bouwt zelfs een wereldhit rondom vier woorden uit het nummer: 'I got the power'. Het is essentiële jaren tachtig-disco en erg fraai om deze in de Engelse persing met fotohoes te bemachtigen.

* Sonny Charles- Put It In A Magazine (US, Highrise, 1982)
Deze plaat heb ik een paar maanden geleden besteld bij Mark. Dat exemplaar is totaal uit het lood geslagen en het laat geen spaander heel van het uitstekende nummer. Ik vraag hem of hij een extra exemplaar heeft en het duurt een tijdje totdat hij deze traceert. Ook deze heeft aanleg want het is een heel klein beetje krom getrokken, maar ditmaal benadeelt het de muziek niet. Ik ben er erg blij mee want 'Magazine' is een potentiële Week Spot!

* The Chi-Lites- Hard Act To Follow (UK, Certain, 1985)
Major Lance is één van de eerste artiesten die de oversteek maakt naar Engeland. In Amerika wordt het aldoor lastiger om aan optredens te komen en platen uit te brengen. In Engeland is men echter gek op soul en het loont de moeite om je op dat eigenwijze eiland te vestigen. The Chi-Lites kent ook de nodige successen in Engeland in de vroege jaren zeventig en als de Amerikaanse stations alleen nog de gouwe ouwen draaien van The Chi-Lites besluit Eugene Record het in Engeland te proberen. 'Hard Act To Follow' is in 1985 een gooi naar de top, maar helaas bereikt het niet de Engelse hitparade. Het is niet heel erg essentieel en persoonlijk gaat mijn voorkeur uit naar 'Strung Out' uit 1981, maar wederom een mooie aanvulling op een groeiende jaren tachtig-collectie.

dinsdag 15 juni 2021

Week Spot: Mike James Kirkland


Maandagavond heb ik eigenlijk al het besluit genomen om Mike James Kirkland deze week als Week Spot te hebben. Dan gaat vanmiddag als eerste de deurbel en staat de vriendelijke postbode met een pakketje waarvoor getekend moet worden. Dat bevat 23 singles van Mark en daar zitten een paar bij die erom schreeuwen om direct Week Spot te worden. Later zie ik dat de normale postbode een pakketje van brievenbusformaat heeft achtergelaten. Dat zijn de twee bestellingen uit Oostenrijk. Dat betekent dat ik morgen 'Het zilveren goud' even ga uitstellen en meteen ga beginnen met de 'Singles round-up'. Het worden naar verwachting vier afleveringen omdat één van de vijfentwintig een nodige upgrade is. Het heeft er eventjes naar uit gezien dat ik vanavond alvast eentje zou bekend maken van de 'new arrivals', maar kies dan toch weer voor Kirkland. Mede omdat ik de afgelopen maanden heb geworsteld met een vraag en daar vandaag eindelijk antwoord op heb gekregen. Wie is toch die Bo Kirkland die met Ruth Davis platen heeft gemaakt? Welnu, dat is Mike James Kirkland in eigen persoon. Wikipedia vertelt me dit en ik heb het gestaafd bij een meer betrouwbare bron en, ja, Mike James en Bo zijn één en dezelfde persoon. Ik heb hem vanavond echter te gast met een vrij obscure single waarvan ik zelf even haastig een foto moet nemen. Ik heb net een beker roomyoghurt gehad en dat fungeert als steun. De Week Spot is deze week 'Oh Me Oh My (I'm A Fool For You)' van Mike James Kirkland uit 1973.

Ik kom op tweede kerstdag terug van familiebezoek. Mark publiceert rond deze tijd altijd traditioneel de '5-4-3-2-1'. De eerste plaat is vijf pond, de tweede vier enzovoorts. Bij muzikale veelvraten als mij betekent het dat je vijf singles hebt voor vijftien pond. Je kan zelfs doorgaan voor tien singles, maar vanaf elf stuks gaat Mark wel iets meer rekenen voor de extra platen. Het tegenovergestelde van kwantumkorting. Ik word deze avond geraakt door het aanstekelijke 'Stay By My Side' van Bo Kirkland & Ruth Davis. Ik ken het hele duo niet en ontdek dan pas dat ze een grote Engelse hit hebben gehad met 'You're Gonna Get Next To Me'. Een plaat die aanvankelijk een grote hit is via de importzaken, maar waar EMI op tijd van realiseert dat het de distributierechten heeft in Engeland. Hoewel Kirkland en Davis meerdere singles samen maken, blijft het de enige met een reguliere Engelse release. Deze single alsmede Bo's solo-plaat 'Grandfather's Clock' komen in 2019 bij de verzameling. Het is rond de kerst van 2020 dat ik opnieuw even op de site ben van Cannonball en kijk of ik een release heb 'gemist'.

Dat ik de 12"-single een paar jaar heb toegelaten binnen de Blauwe Bak is al een godswonder. Ik ben niet bepaald van de 'ovo' ('original vinyl only) zoals dat vaak in de soul-kringen wordt gehanteerd. Ik ben ook tevreden met een fraaie heruitgave of desnoods een hele foute bootleg. Echter, de platen moeten op 45 toeren worden afgespeeld en dan één track per kant. Dat is de reden waarom ik de single van Mike James in eerste instantie heb weggeklikt. Het is een EP op 33 toeren met twee uitvoeringen per kant. Uitvoeringen? Ja, het is 'Love Scenario' van Mike James Kirkland. Een flard van een demo welke hij in de vroege jaren negentig heeft opgenomen, maar nimmer afgemaakt. Dat laat hij over aan de kundige mensen van Cannonball Soul Records. Met name de 'Alberto's Groove' is toch wel erg aanstekelijk en als bonus zie ik dat mijn goede vriend Fabio voor de hoes heeft getekend. Hij maakt er altijd een kunstwerkje van en in dit geval is het een fraai fotohoesje met een boekje met foto's en  verhaaltjes. Het gaat vooral over Robert Lee Kirkland, Mike's broer, aan wie de EP is opgedragen. De plaat staat al sinds januari op de nominatie om Week Spot te worden en dan arriveert opeens 'Oh Me Oh My'. Zoals gezegd gaat het verhaaltje op de Cannonball-EP vooral over Robert Lee Kirkland, vaak genoteerd als Bob Kirkland. Het is nog wel even graven om tot wat informatie te komen over Mike James en dat heb ik nu bijeen gesprokkeld.

Mike James wordt in 1949 geboren in Yazoo City in de staat Mississippi. De Kirkland-clan is een muzikale familie en het is vooral de oudste broer, Bob, die de meeste ambities heeft. Bob ziet zichzelf niet als zanger en besluit zijn broer Mike in te zetten als instrument om zijn liedjes te vertolken. In 1965 maakt Mike & The Censations haar debuut en de groep heeft twee Amerikaanse R&B-hits in 1965 en 1967. Bob is daarbij de voornaamste schrijver en ook verantwoordelijk voor het muzikale arrangement. Als Mike & The Censations tot een halt is gekomen, trekken Mike en Bob naar Californië. Daar beginnen ze een platenlabel: Bryan Records. Dat label ken ik sinds 2018 als ik 'All These Changes' van Milt Matthews op het Bryan-label heb gekocht. Mike mag twee albums maken op het Bryan-label en het resulteert in een handjevol singles. In 1975 is het geld van de broers helemaal op gegaan aan het label en tekent Mike een contract bij Claridge Records. Opnieuw mag Bob aan de slag als arrangeur en Mike neemt de naam Bo Kirkland aan voor dit kortstondige avontuur. In Amerika is het succes nauwelijks noemenswaardig, maar in Engeland heeft het duo in 1977 in de top twintig gestaan.

Bob is inmiddels overleden, maar Mike James is aan een tweede jeugd begonnen. In 2020 verschijnen maar liefst drie platen van zijn hand. Ten eerste is daar 'Love Scenario' en ten tweede twee splinternieuwe opnames op het Timmion-label met Cold Diamond & Mink. Dat is dezeflde groep als op de Week Spot en 'Do The 45'-favoriet 'This Is What Love Looks Like' van Carlton Jumel Smith. 'Oh Me Oh My' is een vrij obscure single. Discogs vermeldt de single wel met enkel een foto van de keerzijde. Het jaartal is onbekend, maar beide nummers staan op zijn tweede elpee op Bryan Records. Als je dan weet dat de Kirkland's zijn geboren in Yazoo City, dan is het aannemelijk dat Bryan in 1973 ook dit label heeft gevoerd. 'Oh Me Oh My' is pure 'lowrider'. Muziek om gearmd met je geliefde in een cabriolet over een boulevard te flaneren terwijl de zon ondergaat. Kortom: De ideale plaat voor het huidige weertype. Ik heb vanmiddag één van mijn vapes laten stuiteren op de tegels en ga vermoedelijk morgen in mijn cabriolet naar Steenwijk. Met beide handen aan het stuur en met trapaandrijving maar met Mike's 'mellow' plaatje in het achterhoofd.

maandag 14 juni 2021

Verzamelwoede: Jaren 70 bak 8


De serie nadert het einde. Na deze aflevering heb ik nog twee jaren tachtig-bakken en elk eentje van de jaren zestig en zeventig. Deze wil de komende weken doen en dan neemt deze rubriek vakantie tot begin september. Dan ga ik ook weer beginnen met de reguliere uitzendingen van 'The Vinyl Countdown' met de drie bakken singles. Het brengt ons vandaag de achtste jaren zeventig-bak. Ik heb de platen vanmiddag al geselecteerd en in volgorde gezet, maar op ene of andere manier kan ik niet de inspiratie vinden om de platen te zoeken en op de foto te zetten. Vandaar dat ik dit vanavond heb gedaan en de top twaalf zou er alweer anders hebben uitgezien als ik mezelf dit had toegestaan. Ik hou het echter bij de twaalf die ik vanmiddag heb geselecteerd. Na september zijn er weer nieuwe kansen voor de plaatjes.

De achtste begint in september 2020 met Tom Fogerty nadat deze Creedence Clearwater Revival heeft verlaten. De laatste in de bak is 'Let Me Sing Your Blues Away' van The Grateful Dead. In juni 2021 trapt de bak af met 'Mermaid' van The Flock en staat Tom Fogerty op plek 15. 'Bombay' van Golden Earring is de hekkensluiter en Grateful Dead is de zestiende in de negende jaren zeventig-bak geworden. De groepen en artiesten met drie of meer singles: The Fortunes (5), Four Seasons (4), Fox (4), Free (6), Gloria Gaynor (11), Andy Gibb (3), Ginger Ale (3), Gary Glitter (7), Andrew Gold (3), Golden Earring (12) en Grand Funk (3). De top twaalf is als volgt en zoals eerder vandaag is besloten.

1. Nothing More - Fotheringay (NL, Island 6014 044, 1971)

2. She Flies On Strange Wings - Golden Earring (NL, Polydor 2001 237, 1971)

3. Railroad - Maurice Gibb (NL, Polydor 2058 013, 1970)

4. Follow You Follow Me - Genesis (NL, Charisma 6079 461, 1978)

5. Oceans Away - Philip Goodhand-Tait (NL, Chrysalis 6155 068, 1976)

6. Love Is All - Roger Glover & Guests (UK, Purple PUR 125, 1974)

7. Lydia - Dean Friedman (UK, Lifesong LS 403, 1978)

8. Silver Star - Four Seasons (NL, Warner Bros. WB 16761, 1975)

9. S-s-s-single Bed - Fox (NL, GTO 2099 157, 1976)

10. Long Hot Summer - Galaxy-Lin (NL, Polydor 2050 364, 1975)

11. It Takes All Night Long - Gary Glitter (UK, Arista ARISTA 85, 1976)

12. Reggae Down - Gramacks (Barbados, A3 3A 031, 1976)

We beginnen vandaag met een plaatje dat oorspronkelijk helemaal van Barbados komt. Ik koop het plaatje in 2016 en het begint pas te groeien als blijkt dat Gramacks een zeker aanzien heeft in de alternatieve reggae-scene in Engeland. Dat verneem ik weer via de eerder genoemde Baz. De plaat is duidelijk té reggae voor de Blauwe Bak, zeker omdat de keerzijde weer ongezouten Spouge is en dus blijft de plaat in de gele bakken. Wellicht dat ik ooit toch nog eens met een Caribische bak ga beginnen en dan is dit één van de eerste toevoegingen. Het verdient zonder meer een betere plek in mijn verzameling. Op elf wordt het pijnlijk. Of toch niet? Met name in Engeland wordt heel erg spastisch gedaan voor wat betreft het draaien of benoemen van Gary Glitter. Natuurlijk is het niet fraai wat de man op de kerfstok heeft, maar hem noemen of draaien heeft geen enkel effect. Gary is één van de vele artiesten die nooit een cent heeft gekregen voor zijn originele opnames. Hij is een gemakkelijke 'prooi'. Wat als had gebleken dat Pete Townshend schuldig was bevonden van bezit van kinderporno? Zouden we dan nooit meer The Who kunnen draaien? Er zijn weliswaar leuke alternatieven voor Gary Glitter en dus kan hem de zwarte piet helemaal worden toegespeeld. Je zou hem bij wijze van spreken over het hoofd kunnen zien in de glamrock, hoewel hij daar toch wel een wezenlijk onderdeel van is geweest. Ik zie muziek los van de artiest en zijn of haar persoonlijke hobby's. In dat oogpunt is 'It Takes All Night Long' domweg zijn beste single. Voor wie absoluut niet weet waar ik het over heb: Gary Glitter is veroordeeld voor het bezit van kinderporno. Op tien vinden we een plaatje dat de actualiteit kan worden. Wordt het een lange hete zomer? Als ik de vooruitzichten zie, bekruipt me het gevoel van 2013. Volgende week gaat de temperatuur zakken, maar... volgens de weerboeren komt het niet onder de twintig graden. Het is dus maar goed dat ik onlangs nog een nieuwe korte broek heb aangeschaft.

Fox heb ik eveneens in de Duitse persing en als ik me niet vergis, vermeldt deze het jaar '1975' op het label. Dat plaatje is een beetje krom getrokken en dus ben ik erg blij als ik deze Nederlandse tegenkom. Het plaatje is zeker in de afgelopen twee tot drie jaar enorm gegroeid bij mij. Four Seaons heb ik eveneens in de Engelse persing en ik heb me lang verbaasd over het label. Het is een rood Warner Bros.-label met een andere afbeelding dan de gebruikelijke palmbomen. Ik heb onlangs geleerd dat dit een tijdelijke actie is van de Engelse Warner Bros.-divisie. Deze vindt dat ze té weinig waardering krijgen van de Amerikaanse baas terwijl ze toch kassakrakers als Rod Stewart hebben aangeleverd. Ze zijn het moe om telkens platen te persen met palmbomen en besluiten een Engelse parodie te maken met een afbeelding van Brighton Pier. De actie loopt maar kort en heeft effect. Deze rode labels zijn nu erg gewild bij verzamelaars, naar het schijnt. Voor de foto kies ik toch maar voor de Nederlandse met fotohoes. Ik geloof dat het de Tros is die op een bepaald moment een hoekje vrij heeft gemaakt in de 'Gouden Uren' voor platen die je nóóit meer op de radio hoort. Daar hoor ik in 1990 of 1991 voor het eerst 'Lydia' van Dean Friedman. De single scharrel ik op in de zomer van 1994 en in Mossley heb ik de bijbehorende elpee een tijd lang in mijn kamer. Het beeld van een oudere vrouw en een jonge knaap. De laatste weet niet hoe om te gaan met haar, maar wil zoveel mogelijk bij haar zijn en probeert van haar te houden. Het voelt in 1998 een beetje biografisch aan, hoewel ik er 23 jaar later met meer afstand naar kan kijken. Dean Friedman is iemand die erg goed kan observeren en deze observaties in liedjes kan omzetten. Dat is een kwaliteit die ik altijd heb gewaardeerd. Zonder dat ze qua stijl iets met elkaar van doen hebben, heb ik hetzelfde met Swamp Dogg. Gewone alledaagse dingen worden opeens pure poëzie als ze worden benoemd door Friedman of Jerry Williams.

Roger Glover zou hoger kunnen staan, maar ik heb hem onlangs een plekje gegund met de eerste aflevering van 'Van het concert des levens'. Ik kies voor de foto voor de Engelse persing, maar eigenlijk maakt het geen verschil. Zowel de Nederlandse als Engelse hebben geen fotohoes. Het is erg vreemd dat 'Love Is All' nimmer een hit is geweest in Engeland en dat ik toch nog de Engelse persing heb weten te vinden. Philip Goodhand-Tait neemt me terug naar 2009 of 2010. Het is de tijd dat de Top 2000 op de radio is en ik het vooruitzicht heb dat ik op nieuwjaarsdag in 'T Pandje kan draaien. Als ik 'Oceans Away' hoor kan ik me zomaar voorstellen dat de plaat kan debuteren in de top tien, als het maar wordt aangedragen door een aansprekende persoonlijkheid. Ik heb hem in het begin ook nog wel eens als vrije keuze toegevoegd aan mijn lijstje, maar het heeft niet mogen baten. Het is in oktober of november 1990 als ik een verkoudheid voel aankomen. Ik heb wilde plannen om op de fiets naar Joure te gaan, maar kom niet verder dan een rommelmarkt in Sneek. Daar plukt iemand voor mijn neus de elpee 'Sergeant Pepper' uit de bak met elpees en koopt ineens alle elpees. De singles laat hij gelukkig ongemoeid. Genesis is één van de plaatjes die ik meeneem. Opnieuw een plaatje dat pas later is gaan groeien. Het is sinds mijn tijd bij Wolfman Radio dat ik ben gaan inzien hoe goed dit nummer werkelijk is. Als de concurrentie niet zo zwaar was geweest, had het wellicht in de top drie gekund.

Ik zou op dit moment gerust de nummers drie en vier willen omruilen, maar de foto is gemaakt. In 1970 valt The Bee Gees even tijdelijk uit elkaar. Robin Gibb is een jaar eerder al afgesplitst en eind 1969 verstrijkt ook de werkvergunning van drummer Colin Petersen. Barry neemt 'I'll Kiss Your Memory' op en Maurice brengt het country-achtige 'Railroad'. Wel een ontzettend sfeervol nummer en daardoor al ruim dertig jaar een favoriet in mijn collectie. Bij Golden Earring twijfel ik even tussen 'Back Home' en 'She Flies On Strange Wings'. De eerste vooral vanwege de herinneringen. Het staat eveneens op onze non-stop jukebox voor als er geen live-shows zijn en op de eerste zondag in Uffelte luister ik naar de show van Nicole. Als ze klaar is, speelt dit op de jukebox. 'Back Home' terwijl ik in de tuin zit van mijn nieuwe onderkomen in Uffelte... De stukjes vallen op een plek. 'She Flies On Strange Wings' heeft niet echte herinneringen hoewel ik de plaat ook al dertig jaar ken en heb. Ik heb iets met platen met rustige tussenstukken en wat dat betreft is 'Strange Wings' een ultieme plaat, ook omdat ik het rock-geluid zo lekker vind klinken. Het is de periode dat de Earrings weten dat ze op een bepaald niveau meedraaien, maar nog vóór dat ze doorbreken in Amerika en het geluid méér Amerikaans wordt.

Op nummer 1 zet ik zowaar een b-kantje. De a-kant, 'The Ballad Of Ned Kelly', heeft me nooit echt kunnen boeien. De b-kant des te meer. 'Nothing More' is een compositie van Sandy Denny. Het is vlak voordat ze haar elpee 'The North Star Grassman And The Ravens' zal opnemen, nog altijd één van mijn ultieme elpees ooit gemaakt. Fotheringay zorgt voor een fraaie folkrock-begeleiding maar verder zou 'Nothing More' niet hebben misstaan op 'North Star Grassman'.

zondag 13 juni 2021

De muskusrat-legende


Therapeutisch schrijven. Of het helpt? Geen idee, maar ga het bij wijze van experiment proberen'. Met deze woorden begin ik op 19 juli 2011 aan een berichtje op Soul-xotica. Vanmiddag merk ik op in 'Verzamelwoede' dat ik nog niet twintig jaar terug in de tijd ben geweest en daar enerzijds ook niet veel behoefte aan heb. Aan de andere kant: Er is een verhaaltje dat wel 'spannend' blijft om te vertellen. Ik lees het bericht uit 2011 terug en het eerste dat me opvalt is dat ik bepaalde elementen ben vergeten. Als ik ze terug lees, weet ik opeens alles weer van die dag en vooral de ochtend van het wakker worden. In 2011 moet ik het bericht kort houden omdat ik dan nog zit te tikken op het toetsenbord van de Nokia N95 en zelfs met een berichtje uit die tijd ben ik wel een uurtje zoet. Het is ook goed om dingen kort en bondig te houden, zeker voor wat betreft deze periode in 2001. Ik heb anno 2021 de fietstocht van 2001 niet eens afgemaakt, de finale kunnen jullie echter vinden in berichten uit maart 2011 als ik de reis uitvoerig behandel. Feit is dat ik op de fiets naar Mossley ben gegaan en op een wolkje terug ben gekomen. Dan is de kamer in Tuk met inmiddels nóg twee logees een koude douche. Begin mei 2001 loop ik helemaal vast en doe rare dingen die ik niet ga benoemen. Het is duidelijk dat ik even uit de omgeving weg moet om tot zinnen te komen en dat is het begin van een zwervende zomer.

Opvallend is dat ik in mijn vlucht het allereerst weer probeer me vast te klampen aan de Emmaus. En waarom ook niet? Vooral in Mossley heb ik altijd een veilig gevoel gehad en de gemeenschap geeft een gevoel van geborgenheid. De Bilt is dan niet meteen de uitgelezen plek, hoewel dit wel het eerste bezoek is. Ik heb van iemand van de Emmaus nog een paar elpees en een boek liggen en deze wil ik terug bij de rechtmatige eigenaar hebben. Ik kan bij hem de eerste nacht op de bank slapen en vanuit daar trek ik verder naar Langeweg. Daar mag ik eveneens een nacht blijven, maar ze kunnen me op de langere termijn niet helpen. Ik zal die zomer nog een aantal malen terug komen in Langeweg, maar steeds krijg ik nul op het rekest. In een café in Zevenbergen krijg ik het advies om het eens te proberen bij 'de paterkes' in Dreef. Op Hemelvaartsdag spendeer ik de dag aan de reis naar Dreef. Van Zevenbergen tot Breda red ik het met de trein en daarna ga ik lopen. Bij het klooster zien ze me al aankomen. Ik krijg een cervelaatworst en een flesje drinken en word weer heen gezonden. In de nacht wandel ik een eind terug naar Breda en zoek een plekje op die ik de 's middags heb gezien. Daar rol ik de slaapzak uit en slaap mijn eerste nacht bij de Mark.

Het eerste deel van het avontuur duurt ongeveer twee weken. Dan ben ik definitief platzak en ook een beetje moe van het buiten slapen op harde ondergrond. Ik ga terug naar Tuk en wacht daar de volgende smak geld af van de sociale dienst. Zodra dat binnen is, zit ik alweer in de trein richting het zuiden. Het eerste jaar gaat het me goed af. Geen lastige mensen, alleen als ik in de weg lig. Ik ken de mensen met de hondjes bijna allemaal na verloop van tijd. In al deze weken geen last gehad van blauw. Ik word zelf intussen wel meermalen blauw, maar dat is een ander verhaal. De mensen in Ulvenhout gaan me 'Swiebertje' noemen en dat vind ik eigenlijk wel een compliment. Overdag in de lokale kroeg of buiten op een bankje en 's avonds slaap ik in het bos. Bij Jantje kan ik me zo nu en dan even douchen en mag ik ook altijd op de bank slapen. Vooruit! Zeg het maar! Okay, ik ben gewoon de knuffelzwerver van Ulvenhout in de zomer van 2001. Ik bedel niet, ik steel niet en gun de plaatselijke middenstand een deel van mijn inkomen. Als ik niet in Ulvenhout ben, loop ik waarschijnlijk ergens tussen Rijsbergen en Roosendaal of ik ben onderweg naar Langeweg en Zevenbergen. Na verloop van tijd keer ik weer terug op mijn oude stekje.

Ik ga slapen met de natuur en ik word wakker met de natuur. Mijn rugzak is mijn kussen en ik word geflankeerd door mijn tas. Ik heb die avond een halfje bruin gehaald om de volgende morgen te kunnen ontbijten. Ik lig ergens links op de foto tegen de bomen aan. Ik verbeeld me dat ik geritsel hoor in het gras, maar vermoed dat het de paarden zijn van even verderop. Vooral met het huidige weer maar ook in deze fraaie zomer van 2001 is het zalig om buiten te slapen. Ik besluit me niet meer druk te maken over het geritsel en ga slapen. Ik droom die nacht heftig en word huilend wakker. Het is dan inmiddels ochtend. Ik droog mijn tranen af en herinner 'de droom'. Dat element ben ik tussen 2011 en 2021 even helemaal vergeten, hoewel Mike nog regelmatig in mijn gedachten vertoefd. Ik heb eerst wel zin in een plakje brood. Ik kijk in mijn tas en...? Huh? Ik heb gisteravond toch brood gekocht? Dan zie ik iets glinsteren in het gras en pak het op. Het is een klein stukje plastic met een sticker. Dan val ik van de ene verbazing in de andere. Er liggen meerdere kleine stukjes plastic. Ik merk dat er een gat in de textielen tas zit. Niet groot genoeg om een brood er doorheen te krijgen, maar dan herinner ik me het geritsel van de voorgaande avond.

Terwijl ik lag te slapen heeft een muskusrat een gat in de tas gemaakt en vervolgens de tanden gezet in het plastic. Het brood moet hij in kleine stukjes hebben gescheurd om het door het minimale gaatje te krijgen. Ik denk dat hij hier zeker vier uren mee zoet is geweest. En al die tijd lig ik op minder dan een meter van de tas. Wat zou er zijn gebeurd als ik me plots had omgedraaid in de slaap? Een muskusrat grijpt bij gevaar het eerste naar de keel van de aanvaller. Ik heb hem blijkbaar niet gestoord bij het monnikenwerk en hij heeft mij rustig laten slapen. Ik stop een stukje van de zak met de broodsticker in de portemonnee als aandenken en loop naar de winkel voor een vers brood en doe mijn verhaal in het café. Ik vertel ze niet over de droom, maar het verhaal van de muskusrat wordt een legende.

Als ik heb begrepen hoe gevaarlijk een muskusrat kan zijn, verhuis ik naar het bosje rechts op de foto. Eind juli 2001 heb ik genoeg van de armoede en ga terug naar Tuk. Twee maanden later kom ik nog langs tijdens een fietstocht die ik ook al eens moet hebben behandeld op Soul-xotica. In december 2001 kom ik de laptop halen uit Ulvenhout en in mei 2002 ben ik nog kortstondig terug. Dan heb ik de politie en hulpverlening al op de eerste avond aan het voeteneind van mijn slaapzak en zet het avontuur door in Friesland.

Verzamelwoede: Jaren 60 bak 11


Het fietstochtje is gisteren beperkt gebleven. Ik ben naar Havelte geweest en vervolgens een bochtje gefietst dat ik wel vaker doe de laatste tijd. Als je over enige verbeelding beschikt, kun je je op een bepaald moment indenken dat je in Limburg bent om vervolgens een kilometer verderop weer met beide benen in Drenthe te staan. Nu is het weer op zichzelf ook wel aantrekkelijk voor een fietstochtje en heb ik daar wel oren naar, maar durf nog niks te zeggen over prestatie of afstand. Het zal niet zo gek moeten gaan als twee weken geleden want dan moet ik het tijdens mijn radioshow bezuren. Nadat ik het eerste bakje koffie buiten heb genoten, wil ik wel even in de schaduw en ga wederom een muzikaal en schrijvend ontbijt van maken. Vandaag heb ik de elfde jaren zestig-bak te gast. Een bak vol contrasten want de nummer 1 en 12 zijn snel uitgezocht. De nummers 2 tot en met 11 is een flinke strijd.

In september 2020 trapt deze bak af met 'Hoots Mon' van Lord Rockingham's XI, een erg maf rock-nummer uit Schotland uit 1959. De schijf is een grote hit geweest in Engeland en zo kan het verkeren dat ik de plaat dubbel heb. De laatste in de bak had bijna in de top twaalf gestaan, maar... ik vermoed dat hij eveneens in de lijst heeft gestaan van de toenmalige bak 12. Dat hoef ik eigenlijk niet eens op te zoeken. De laatste in de elfde is de originele Nederlandse Ariola-persing van 'Days Of Pearly Spencer' van David McWilliams welke helaas niet te draaien is. Dat wil zeggen... de eerste eigenaar is creatief geweest en heeft op de b-kant een kuil in het vinyl gemaakt waardoor op de kant van 'Pearly' een bobbel zit. Om te draaien ben ik erg in mijn nopjes met de Engelse heruitgave die Albert me een paar jaar geleden heeft gestuurd, maar ik zou deze toch nog eens op de Ariola met het Nederlandse fotohoesje moeten hebben. Dat heet verzamelen? Tegenwoordig trapt Little Bob & Big Clyde de elfde jaren zestig-bak af. Een plaatje dat het vrij goed lijkt te doen in de soul en deze moet ik nog eens aan een inspectie onderwerpen. 'Moest Dat Nou' van de Martino's is tegenwoordig de hekkensluiter. Artiesten en groepen met drie of meer singles in deze bak zijn: Los Bravos (4), Los Machucambos (4), Love Affair (4), Love Sculpture (3), Lovin' Spoonful (9), Lulu (3), Neil MacArthur (4), Miriam Makeba (3), Mamas & The Papas (8), Manfred Mann (11), Marbles (3), Imca Marina (4), Marmalade (3), Dean Martin (5), Maskers (3), Kenneth McKellar (3) en Scott McKenzie (4). De top twaalf ziet er, na lang beraad, als volgt uit.

1. Seagull - Love Sculpture (NL, Parlophone 5C 006-90631 M, 1969)

2. Twelve Thirty - The Mamas & The Papas (Canada, RCA Victor D-4099, 1967)

3. Rainbow Valley - The Love Affair (NL, CBS 3366, 1968)

4. Fox On The Run - Manfred Mann (Duitsland, Fontana 267 906 TF, 1969)

5. Rain On The Roof - The Lovin' Spoonful (NL, Kama Sutra 618 010, 1966)

6. The Highway Code - The Master Singers (UK, Parlophone R 5428, 1966)

7. Bring A Little Lovin' - Los Bravos (US, London Great Hits 5N-59011, 1968, re: 197?)

8. She's Not There - Neil MacArthur (NL, Deram, DM 225, 1969)

9. San Francisco - Scott McKenzie (NL, CBS 2816, 1967)

10. Lovin' Things - The Marmalade (NL, CBS 3412, 1968)

11. Upon A Painted Ocean - Barry McGuire (Duitsland, RCA Victor 45-9670, 1966)

12. Don't Waste My Time - John Mayall (Duitsland, Polydor 59351, 1969)

Moet John Mayall helemaal onderaan? Is dat vanaf het moment duidelijk? Nou nee... ik heb in eerste instantie David McWilliams daar staan, maar heb het gevoel dat ik een plaat mis. Dan kijk ik nog eens en zie ik dat ik nota bene de nummer 1 niet eens in de lijst heb staan. Ik backspace David McWilliams weg en tik vrij ongemerkt John Mayall. Ach, buiten de top vijf zijn de posities inwisselbaar en hangt het af van mijn huidige stemming. Het stamt uit de periode dat ook John Mayall tracht nieuwe manieren te vinden om de blues actueel te houden voor de jaren zeventig en deze 'experimentele' platen zijn erg de moeite waard. Eric Clapton, Peter Green en Mick Taylor mogen in 1969 allemaal hun plek hebben gevonden in de rock, maar anno 1969/70 heeft Mayall een zeer sterke band met uitmuntende muzikanten. Op elf vinden we 'een opvolger van' welke precies zo klinkt als de grote hit, maar dan ietsje meer uptempo en eigenlijk net even leuker. Toch kan ik me heel goed voorstellen dat de Nederlandse koper na maanden 'Eve Of Destruction' dit 'Upon A Painted Ocean' aan zich voorbij heeft laten gaan. De Amerikaanse folkrock van omstreeks 1965 is al bij de geboorte stervende. 'Marie, there's a man in the closet'. Dat is de bonus als je je centen investeert in de originele single. Het intro is uit latere elpee- en cd-opnames geknipt. Een plat Schots accent want The Marmalade komt van origine uit Schotland. De nummers 9 en 10 zijn beide eveneens onderdeel van grapjes op de radio. Ik zeg bij The Marmalade altijd dat het de deftige voorloper is van The Jam. Dat komt voort uit een discussie die we ooit hebben gehad over het verschil tussen marmalade en jam. Natuurlijk heeft het met toegevoegde zoetstoffen te maken en vruchtenschillen, maar de Wolfman Radio-conclusie is dat marmalade gewoon deftige jam is.

Het mopje over Scott McKenzie is niet van mezelf, maar heb ik overgenomen van een collega. Hij vervangt in ieder nummer over San Francisco de naam door Sam Plank's Disco. Vijf gulden voor Scott McKenzie is een hoop geld in 1991 en ook nu zou ik nog maar net drie euro hebben betaald voor een Minter en toch heeft deze specifieke single meerdere elementen waarom ik geen spijt heb. Ten eerste is dit een Nederlandse CBS uit 1967 met het 'hartje' in het label. Die zie je niet vaak en al helemaal niet in geval van internationale artiesten. Zo heb ik vorig jaar nog 'Here I Go Again' van Ray Charles gekocht vanwege dit accessoire. Bovendien heeft mijn exemplaar nog het originele prijsstickertje op de hoes. Dat kost in 1967 vier gulden en een kwartje bij de Sneker radiozaak Minkema. Het is geen geheim dat ik een groot liefhebber ben van de stem van Colin Blunstone? Als The Zombies in 1968 besluit er een punt achter te zetten, probeert Colin het aanvankelijk als Neil MacArthur. Het is vooral om het verworven succes in Amerika van The Zombies vast te houden. Met Mike Hurst neemt hij deze eigenwijze versie op van de oude Zombies-hit. Ik heb vorig jaar nog eens de videoclip gezien en zou ook zomaar verliefd kunnen worden op de dame die er niet is. Toch is het succes voor Neil MacArthur gelimiteerd en verlaat hij kortstondig de muziekbusiness om in 1972 onder eigen naam een geslaagde comeback te maken. Bij Los Bravos zit ik even te twijfelen. Albert heeft me een paar jaar geleden verrast met 'Going Nowhere' welke ook erg goed smaakt, maar uiteindelijk kies ik toch voor 'Bring A Little Lovin'. Oorspronkelijk een nummer van The Easybeats en ook hun versie mag er zijn.

'Weet je wat ik heb gevonden?'. Baz is dusdanig meubilair geworden in onze chatroom dat we hem officieel hebben aangesteld als medewerker. Hij doet nog geen shows, maar is wel verantwoordelijk voor een aantal fraaie photoshops voor showposters. Overigens is het niet zijn echte naam en er is niemand die zijn echte naam lijkt te kennen. Het is dankzij zijn vlekkeloze imitatie van Basil uit 'Fawlty Towers' dat vrienden en familie hem Baz zijn gaan noemen. Naast het onderhouden van een indrukwekkende collectie ska en reggae heeft Baz ook zijn platenhandel. In geval van The Master Singers valt hij van de ene verbazing in de andere. 'Erg raar, een koor dat de verkeersregels zingt. Ik ga hem je opsturen!'. En zo heb ik hier de bizarre Engelse hit van The Master Singers. Het is het semi-klassieke zangkoortje van George Martin dat de brochure met de verkeersregels heeft ontvangen van het verkeersbureau en de tekst in een zanglijn heeft vastgelegd. Moeilijk te beschrijven, want het is acapella. Niet een gigantisch 'mooie' plaat, maar wel lekker eigenwijs! In de zomer van 1989 vieren we andermaal de vakantie in Denemarken en mijn oudste broer neemt een cassettebandje op met 'verzoekplaten'. Veel jaren zestig en zeventig. Het zijn de plaatjes die hij omstreeks 1982 voor stuivers en dubbeltjes op de vlooienmarkt heeft gekocht. Die tijd heb ik dus nét gemist. In 1989 zijn platen al een kwartje en voor twee gulden kun je een Mint-plaat met fotohoes bemachtigen. Een maand nadat Henk het voor me op tape heeft gezet, koop ik deze voor twee gulden in de beschreven staat met fotohoes. Alle 'defecten' die de plaat heeft opgelopen, is door mijn gebruik in de afgelopen 32 jaar. Hoewel het ding zeker twintig draaitafels heeft gezien met wisselende kwaliteit naalden klinkt die nog erg goed! Als ik naar de platenbeurs in Steenwijk fiets in november 2019 heb ik een paar singles in het achterhoofd. 'Ragamuffin Man' van Manfred Mann zit daar ook bij, maar die heb ik nog niet gevonden. Wel tref ik deze 'Fox On The Run' voor vijf euro's in een prachtige staat. De andere is 'This Wheel's On Fire' van Julie Driscoll & Brian Auger en die koop ik voor ietsje meer van dezelfde dealer. Even verderop is de plaat vier euro goedkoper, maar vooruit maar... Vakantieherinneringen? Ik zet het nummer op cassette als ik logeer bij Kees in de zomer van 1999. De cassette is echter onlosmakelijk verbonden met de zondag ná de vakantie. Ik loop dan van Mossley naar Ashton-under-Lyne waar ik aanvankelijk een kerkdienst wil bijwonen, maar ik beleef religieuze ervaringen als ik op een braderie uit kom.

'Heb je nog platen waar je naar op zoek bent?'. Die vraag heb ik gisteren nog gehad van Albert. Welnu, in deze top twaalf had ook 'Everlasting Love' kunnen staan, hoewel mijn voorkeur toch al gauw uit gaat naar 'Rainbow Valley'. Mijn oude 'Everlasting Love' is in 2009 slachtoffer geworden van het 'kiwi-incident'.. Hij speelt op zichzelf nog prima, alleen heb ik een verschrikkelijk vuile naald na afloop. Het hoesje is al vernield door de eerste eigenaar. De originele Nederlandse met fotohoes staat ergens nog op een zoeklijstje. Ik heb eventueel 'Rainbow Valley' als ruilmateriaal want deze heb ik dubbel. Horewel The Love Affair het later nog een paar maal heeft geprobeerd met platen die sprekend op 'Everlasting Love' lijken, is 'Rainbow Valley' niet bepaald een logische opvolger. Ik heb ooit nog eens geprobeerd te ontdekken wie de vrouwenstem vertolkt, maar dat is nergens genoteerd. De zomer van 1999 is ook de zomer van de zonsverduistering. In een colonne van opvallende auto's (waaronder een voormalige ambulance en een brandweerauto) naar Kaiserslautern om het natuurverschijnsel mee te maken. Ik heb hier een paar jaar geleden nog over geschreven (Woensdag 6 augustus 2014: 'Achter de wolken verdwijnt de zon'). Dat heb ik intussen nog eens gelezen. Keurig verwoord! The Mamas & The Papas heb ik daarnaast eind 2010 in de 'Opruiming' gehad. Dat gaat zelfs nog gedetailleerder met de namen van de boosdoeners. Ik ken 'Twelve-Thirty' al sinds 1991 en staat even lang op mijn verlanglijstje. Het staat eveneens op de cd, hoewel de stemmige muziek van The Mamas & The Papas té rustig is om boven de lawaaierige Mercedes-diesel uit te komen. Ruim twintig jaar na de eclips tref ik de single op de eerste vakantiedag in 2019. Is het de laatste keer op de camping geweest? Ik moet bekennen dat het afgelopen jaar ook wel goed is bevallen in een bed & breakfast. We zullen het meemaken...

In de afgelopen jaren ben ik geregeld twintig jaar terug in de tijd gegaan. Dat is vooral aardig om te doen in de ADM-tijd en de perikelen in Engeland. De fietstocht heb ik niet eens meer afgemaakt en sindsdien is het stil. Twintig jaar geleden is het weer even 'mis' en kies ik min of meer voor een zwervend bestaan. Daar zit nog best een aardig verhaaltje in en wellicht dat ik dit nog eens met jullie ga delen. Ik verblijf in deze tijd vooral in de bosrijke omgeving van Breda. Wat dit met de nummer 1 heeft te maken? Op zichzelf weinig. De connectie wil ik domweg niet uitleggen, maar feit is wel dat 'Seagull' voor me is gaan 'leven' in 2001. Paul Korda is een Engelse protestzanger die nooit de status van Donovan of Bob Dylan heeft kunnen bereiken, maar intussen wel dit indrukwekkende nummer schrijft. Zijn origineel is een beetje 'meh', maar laat dit maar over aan Dave Edmunds en zijn kornuiten. Zij weten het zeer dramatisch te brengen en het past bij het nummer. 'Seagull' is geïnspireerd op een nieuwsbericht van een gezonken olietanker en hoe de schuit de giftige inhoud in zee heeft laten lekken. Moeder zeemeeuw danst haar laatste dans, met olie in de veren, voor het oog van haar kinderen. Ik krijg nog altijd kippenvel van het nummer. Ik heb de Nederlandse single met de Duitse fotohoes. Ooit had ik ook de Duitse single maar die is in 2001 gesneuveld. De Nederlandse heeft al in 1993 zijn beste tijd gehad, maar desondanks doe ik het er mee. Het is de ongekroonde nummer 1 in deze aflevering van 'Verzamelwoede'.