dinsdag 27 oktober 2026
Week Spot: Wade Flemons
Het is alsof het is gepland, maar nee... het is zo gelopen. Ik heb het voornemen om 'The 2026 Collection' vóór 'The Big One' te hebben afgerond. Ik heb inmiddels bijna dertig singles verzameld bij Mark maar ik denk dat ik deze in december ga afrekenen. Dat kan mooi van de eindejaarsuitkering van het bedrijf. Hierdoor heb ik 'The 2026 Collection' weten te houden in tien afleveringen waarvan zaterdag de laatste is. De genoemde LRK-single is vandaag binnen gekomen maar die kan wel met de Riker's en wellicht een paar nieuwe Juno-singles in november in een 'Singles round-up'. Dan heb ik nu precies genoeg platen voor een show van drie uren op de zaterdag. Ik trap af met een single op Stateside en werk zo richting de U tot en met Z. Daarna begin ik overnieuw bij de A met recente aanwinsten en werk dan naar de S. De Week Spot is een oudje deze week, een schijfje uit 1961 maar liefst! Het is 'Keep On Loving Me' van Wade Flemons.
Buiten de Northern Soul om doet de naam van Wade Flemons weinig harten sneller kloppen. Hij brengt ons in 1968 de single 'Jeanette' en dat plaatje kan zomaar 3000 euro opbrengen als die eens opduikt. Beginnen we weer in de kerk? Nou, bijna! Wade Herbert Flemons wordt geboren op 25 september 1940 in Coffeyville in Kansas. Vader Samuel Flemons is dominee en hij onderwijst zijn zoon in de kennis van gospelmuziek. In 1955 gaan Samuel en Kathryne uit elkaar en trekt Wade met zijn moeder naar Battle Creek in Michigan. Terwijl hij nog op school zit, schrijft hij in 1958 het nummer 'Here I Stand'. Hij neemt het op met zijn band The New Comers. Vee Jay in Chicago ziet het wel zitten voor een single en deze wordt uitgebracht als Wade Flemons. Het is meteen een hit op de Billboard Hot Soul. Dat geldt ook voor de opvolgers. 'Keep On Loving Me' is de b-kant van de Percy Mayfield-cover 'Please Send Me Someone To Love' en deze single piekt op 20 in de Hot Soul. Daarna gaat Flemons enige tijd op de achtergrond aan het werk. Binnen de Chicago-soul geldt hij lange tijd als een favoriete songschrijver, al dan niet in combinatie met Maurice White. Na 'Jeanette' in 1968 nodigt White hem uit bij zijn nieuwste band. Dezelfde band zal in 1971 uitmonden in Earth Wind & Fire. Flemons is van de partij op de eerste twee elpees van Earth Wind & Fire (het titelloze debuut uit 1971 en 'The Need Of Love' uit 1972). Na de tweede elpee krijgt hij onmin met White en stapt uit de band. Hij wordt gevolgd door het merendeel van de oorspronkelijke band. White stelt de band opnieuw samen uit nieuwe muzikanten en deze zullen Earth Wind & Fire tot een grote naam maken.
Trouw niet voor je veertig bent, is een les die Wade goed heeft onthouden. In 1980 trouwt hij zijn vrouw Brenda en het gezin krijgt een dochter en drie zonen. Brian Wade Flemons, één van zijn zoons, is tegenwoording eveneens een muzikant. Hij overlijdt op 13 oktober 1993 aan de gevolgen van kanker. Hij woont dan weer in Battle Creek in Michigan. Omdat hij heeft gediend in het Amerikaanse leger tijdens de Vietnam-oorlog krijgt hij een militaire begrafenis. Flemons heeft in zijn loopbaan slechts één elpee opgenomen en dat is zijn titelloze plaat voor Vee Jay in 1959.
De Week Spot voor volgende week is al uitgezocht!
Honderd achteruit 2024-26: Colin Blunstone
'De k*tkaartjes van Matter', zijn onlangs nog eens ter sprake gekomen tegenover een collega. Je kan de klok erop gelijk zetten. Als de winter nadert, hebben we een mailing van een Renault-specialist in Steenwijk. Het zijn héle kleine kartonnen ansichtkaartjes waarbij de klandizie wordt uitgenodigd voor een wintercheck met een kop snert. Als je de kaartjes tussen de overige post stopt, loop je de kans dat ze aan het einde van de route allemaal in de fietstas liggen omdat ze er tussenuit vallen. Ik maak er aparte stapeltjes van maar dan is het nog altijd lastig in te schatten hoeveel je ervan weg krijgt. Deze kaartjes zijn gisteren binnengekomen en ik heb maandag meteen zo'n tweehonderd weg gebracht samen met de dagpost. Het komt erop neer dat ik zes uren vrijwel continu ben bezig geweest en ik ben helemaal 'op' als ik thuis ben. Ik blijf zelfs niet eens tot het eind bij de Northern Soul-show van mijn collega en van publiceren komt er evenmin iets. Vandaag dan een aflevering van de 'Honderd achteruit' waar ik naar uit heb gekeken. Een triootje singles van één van mijn favoriete zangers, maar ook iemand die gruwelijk onderbelicht is gebleven in ruim zestien jaar Soul-xotica. Vandaag mag Colin Blunstone in de schijnwerpers. 'Weak For You' staat op 19 in de Gele Bak Top 100 van 2024. In 2026 vinden we 'I Don't Believe In Miracles' op 2 en 'It's Magical' op nummer 45.
Denny Laine is in de eerste jaren de leadzanger van The Moody Blues en hij is bijvoorbeeld te horen op 'Go Now'. In 1966 meent Denny dat het tijd is om de hielen te lichten en het eens solistisch te proberen. Dat zal niet veel opleveren en in de jaren zeventig zit hij alweer in verschillende bands. Tenslotte sluit hij zich aan bij Wings en de rest is geschiedenis. Zijn eerste solo-single is 'Say You Don't Mind' in 1967 en dat plaatje wordt grijs gedraaid bij de Engelse radiopiraten. In 1971 is het compleet vergeten door alles en iedereen en dan is daar opeens Colin Blunstone. De ex-zanger van The Zombies brengt zijn elpee 'One Year' uit met daarop een bewerking van de Denny Laine-plaat. Kort gezegd is mijn ultieme kennismaking met Colin in 1991 dankzij deze single. Ik ken uiteraard al wel zijn stem dankzij Alan Parsons Project. Sindsdien heeft Colin een warm plekje in mijn hart. Ik heb in 2023 een week ervoor de fiets gekocht als ik een ritje maak naar Jutrijp om het graf van moeder te bezoeken. Vader ligt daar ook begraven en broeder heeft een klein herinneringssteentje van ons gekregen. Ik ga even langs VIP in Sneek en tref daar 'Weak For You' van Colin Blunstone. Het is dan 14 september 2023. Op 14 februari 2026 tref ik 'I Don't Believe In Miracles' bij de kringloop in Tuk en bij dezelfde winkel schaf ik op 28 juli 2025 'It's Magical' aan.
Facebook wil me naar concerten toe hebben. Zo zie ik een paar maal de advertentie voor het 'Begin Here'-festival en het is een week geleden dat ik het toch eens aanklik. Het blijkt een soort van fanclub-weekend te zijn van The Zombies in thuisstad St. Albans. Met exclusieve optredens, diverse Q&A-momenten maar ook een activiteit op zaterdagmorgen. 'Rod's runners' mogen een speciaal traject hardlopen terwijl de 'Blunstone strollers' een eindje recreatief mag wandelen. Muzikaal is er ook een contrast tussen de twee. Rod Argent mag rocken in een kroeg terwijl Blunstone met een strijkkwartet in een kathedraal speelt. Het weekend is vooral een must voor de echte liefhebber. Hoewel ik mezelf niet als 'fan' beschouw, zou ik me, denk ik, wel kunnen vermaken gedurende dat weekend.
Colin Edward Michael Blunstone staat in zijn paspoort en hij is geboren op 24 juni 1945. In de weken dat onze minister-president in het nieuws is met een draagmoederschap, sluit Colin mooi aan op dit verhaal. Hij is het enige kind van Arthur en Dorothy Blunstone. Eigenlijk is zijn tante, de zus van zijn moeder, zijn echte moeder. 'Tante' heeft een affaire met een Amerikaanse soldaat in de Tweede Wereldoorlog waaruit Colin wordt geboren. De soldaat is gewond geraakt in Frankrijk en wordt teruggestuurd naar Amerika. Uit schaamte voor de familie en de omgeving trekt 'tante' in bij Arthur en Dorothy en nadat ze Colin op de wereld heeft gebracht, vertrekt ze weer. Colin blijft achter bij Arthur en Dorothy. Hij zal pas op zijn dertigste begrijpen hoe het werkelijk in elkaar steekt. Hij groeit op in Hatfield in het graafschap Hertfordshire. Hoewel The Zombies later als 'middle class' zal worden gecategoriseerd, is het geen vetpot bij de Blunstone-familie. In de omgeving van St. Albans hoor je vaak het accent dat wordt geassocieerd met de BBC en vandaar dit valse imago. Als tienjarige bemachtigt hij een radio en luistert veel naar Luxemburg. 'Heartbreak Hotel' van Elvis is zijn eerste plaatje.
Met Pasen 1961 wordt de fundering gelegd voor The Zombies. Blunstone komt even later bij de nieuwe groep. Ik ga vandaag echter niet dieper in op The Zombies, dat kan een andere keer wel eens. Er zijn nog altijd een aantal platen van The Zombies die op mijn verlanglijstje staan, dus wellicht in de 'Honderd achteruit' van 2027 of 2028? In 1968 maakt de groep het barokke 'Odessey And Oracle' dat 'Time Of The Season' zal opleveren. Zakelijk loopt het echter helemaal spaak bij The Zombies en zo ligt de groep op zijn gat. Blunstone gaat even aan de slag als verzekeringsagent maar geeft het succes van The Zombies een klein vervolg onder de naam Neil MacArthur. Mike Hurst neemt 'She's Not There' flink onder handen en dat is de eerste single van Neil. De overige singles worden geen hits en pas in 1971 gaat hij het onder zijn eigen naam proberen. Zombies-maten Argent en Chris White bemoeien zich met 'One Year', het album dat Blunstone gedurende 1970 en 1971 opneemt. Een aantal nummers heeft hij al eens opgenomen met The Zombies maar zijn nooit uitgebracht. Hij neemt in alle gevallen de zang opnieuw op. 'One Year' is niet alleen een schitterend debuut maar ook één van de meest romantische platen van Engelse bodem. 'Ennismore' (1972) en 'Journey' (1974) zetten de traditie van 'One Year' voort en het levert Blunstone met name in Nederland een serie hits op. In 1976 tekent hij bij Rocket, het platenlabel van Elton John. De drie albums in de late jaren zeventig verschijnen alleen in Europa. In 1981 staat hij plots in de schijnwerpers als 'What Becomes Of The Broken Hearted' met Dave Stewart op de hitparade komt. Een jaar later draagt hij zijn stem bij aan 'Old And Wise' van The Alan Parsons Project. In Nederland horen we in 1992 van hem dankzij het prachtige 'Emma My Dear', een track uit 'The Darwin Theory' van Bolland & Bolland. Toch zal hij in 2009 weer opnieuw gaan toeren en regelmatig nieuwe albums uitbrengen, vaak in combinatie met Rod Argent.
'I Don't Believe In Miracles' schopt het in Engeland tot een 31e plek op de hitparade. 'Weak For You' staat niet eens in zijn disografie op Wikipedia. Het Pete Wingfield-nummer is in 1974 de laatste solo-single van Colin die in de Tipparade zal verblijven. 'It's Magical' flopt genadeloos. In 2021 verschijnt het album 'That Same Year' maar dat zijn onuitgebrachte opnames uit 1971. Ik denk dat 'The Ghost Of You And Me' uit 2009 zijn meest recente solo-album is met oorspronkelijk werk. Met Argent werkt hij sinds een paar jaar weer als The Zombies 'Different Game' uit 2023 is daarvan het meest recente album.
zondag 25 oktober 2026
Singles round-up: oktober 4
Lekker bezig! Driemaal een 'Singles round-up' op rij? Ja, ik heb het wandelavontuur afgeblazen en ben nu wel in de stemming voor de 'Singles round-up'. Omdat deze rubriek vaak iets langer in beslag neemt, doe ik deze liever op deze winderige en druilerige zondagmiddag dan op een doordeweekse dag met werk in het vooruitzicht. Ik denk dat ik alle singles van oktober nu ook wel binnen heb. De meest recente op LRK staat op het punt om te worden verzonden maar iets zegt me dat ik daar weer invoerkosten over moet betalen. In de nieuwe maand gaan de laatste twee Riker-singles op de post. Afgelopen donderdag krijg ik een 'alert' van Juno over de nieuwste single van The Charities en dan ben ik vlug bereid. Ik heb een paar andere singles al weken in mijn boodschappenmandje liggen en dus plaats ik de bestelling. Tot mijn grote verrassing dit keer geen extra invoerkosten en binnen 48 uur na bestelling op de mat in Uffelte. Dat zijn vijf singles plus de laatste aanwinst van het Echo Chamber-label. Volgende week kan ik in de 'Eindstreep' uit de voeten met zowel een top tien van de Blauwe Bak als van de algemene singles.
* Madeline Bell- That's What Friends Are For (UK, Dynamite Cuts, 1976, re: 2026)
Nee, het is niet het nummer dat later door Dionne Warwick is opgenomen. Madeline houdt niet van stil zitten. Nadat ze in de late jaren zestig heeft mogen proberen net zo groot en befaamd te worden als Dusty Springfield, speelt ze in de vroege jaren zeventig in Blue Mink en maakt in 1972 een uitstekende solo-elpee. In 1976 leent ze zich voor 'library music', muziek die is gecomponeerd en opgenomen voor gebruik op televisie, in film en reclames. De opdrachtgever hoeft dan niet moeilijk te doen met toestemming vragen aan de artiesten en rechten af te dragen enzovoorts. 'That's What Friends Are For' is geschreven door Madeline met Alan Parker. De volledige bezetting wordt vermeld op het hoesje en dat laat enkele 'grote' namen zien op het gebied van studiomuzikanten in de jaren zeventig. Mike Moran zal in 1977 meedoen aan het songfestival met Lynsey De Paul en hij is toetsenist en arrangeur van de b-kant. Dat is dan weer een cover van 'That's The Way I Like It' van KC & The Sunshine Band en daar zie ik niet zo het nut van in. Niet alleen omdat dit het domweg niet haalt bij het origineel, maar volgens mij willen de heren KC nog steeds geld zien als het in een reclame wordt gebruikt. 'That's What Friends Are For' is een tropische verrassing. Het swingt als een trein zonder dat het heel erg soulvol wordt maar dat is in dit geval helemaal niet erg. Puike release van Dynamite Cuts welke eerder niet verkrijgbaar was.
* The Break Cracker- I Want You Forward (UK, Echo Labs, 2026)
Ik haal The Break Cracker en The Beat Broker altijd door elkaar. Nu heeft Simon het mysterie opgehelderd: Het is steeds dezelfde dj. Zijn eerste plaat is als The Beat Broker maar dan blijkt al iemand op Instagram deze naam te hebben. Zo wordt het The Break Cracker. Een man met een neus voor exotica. Hij heeft een fantastische uitvoering gevonden van 'I Want You Back' van The Jackson 5 op een elpee van een obscure bigband. Dat heeft hij gelardeerd met wat algemene Jamaicaanse reggae-kreten. Alles bij elkaar is het een feestje dat van de draaitafel spat! Op 'Funky Drummer' gaat hij uit van een klassieke sample en breidt de drums uit en ook dat swingt als een tiet. Deze krijgt zaterdag ook een herkansing.
* The Charities- Movin' On (UK, Colemine, 2026)
'Silver splattered vinyl'. Tja, het lijkt er niet op dat er een zwarte vinylversie komt en dan dus deze maar. De heren Charities hebben het uitgemaakt met hun liefje en proberen verder te gaan met hun levens en dat gaat ze niet gemakkelijk af. Ik ken het nummer inmiddels omdat ik het heel vaak op Youtube heb gedraaid. Beide kanten zijn typisch voor de 'lowrider soul' hoewel deze in de scene vast nog een paar standjes lager worden gezet met de pitch control. Totdat Facebook mijn account op slot heeft gegooid, volgde ik de band en heb hen leren kennen als ontzettend sympathieke lui met een gedrevenheid die je zelden ziet.
* Scarlett Fagan- Awaken (UK, Unique Soul, 2026)
Piepjong en helemaal nieuw. Scarlett kent zeker de klassieke namen uit de soul maar beschouwt Amy Winehouse als haar grote voorbeeld. Ik maak een paar weken geleden kennis met 'Awaken' en het is meteen de speelsheid dat me opvalt. Ik heb de plaat in mijn 'Lovely Pair' in de Northern Soul-show van mijn collega en hoor dan ook een stukje van de b-kant. Eerst 'Awaken' voor de tweede maal vandaag. Qua muziek is er niet veel geïnvesteerd maar dat is ook niet belangrijk. Het is de speelse manier van zingen dat deze plaat maakt tot wat het is. Met een beetje mazzel kan Scarlett nog heel groot worden! 'Arise' neigt weer naar 'lowrider' en is ook niet te versmaden. Weer de speelsheid in de zang. Een ding is duidelijk: Scarlett weet haar stem uitermate goed te beheersen. 'Arise' komt zaterdag ook in de show. Twee uitstekende kanten van een grote belofte.
* Laura Nyro- Sweet Dream Fade (Spanje, Jai Alai, 1995, re: 2026)
Na een roerig bestaan op deze aardboll blaast Laura Nyro op 8 april 1997 haar laatste adem uit. Ze is dan pas 49 jaar jong. Haar laatste oorspronkelijke album dateert van 1993 maar in 1995 neemt ze 'Sweet Dream Fade' op. Het blijft echter tot 2001 op de plank liggen en verschijnt dan op een cd. Jai Alai brengt een paar maanden geleden twee singles uit en normaliter koop ik alles op het label. Toch kan de andere single me niet zo boeien en haal ik de hand over het hart bij Laura. Ze wordt bijgestaan door The Brecker Brothers en de legendarische drummer Bernard 'Pretty' Purdie. Het is een prachtnummer waar ik Alex dankbaar voor ben dat hij dit een kans heeft gegeven. Op de flip staat 'Blue In The Heart' van Irma Thomas. Dat is eveneens een opname uit de jaren negentig en ditmaal meer bluesy. Laura blijft de reden van aanschaf, de jaren negentig-blues heb ik nu wel weer een beetje gehoord.
* Vondells- Soldier Boy (US, Airtown, 1968, re: 2026)
De keerzijde schijnt Northern Soul te zijn maar voor mij is 'Soldier Boy' de reden van aanschaf. Dit is namelijk heeeele traaaaage 'lowrider soul'. Je voelt de bumper van de verlaagde Cadillac nog altijd over het asfalt schuren. Het origineel is niet te betalen en dus heeft Secret Stash 500 schijfjes op de markt gebracht. Ik heb nummertje 418 voor wie het interesseert want ze zijn met de hand genummerd. Vietnam ontmoet 'lowrider'. 'Hey Girl You've Changed' is inderdaad meer upbeat maar klinkt nog altijd ontzettend 'lo-fi'. Ik zie wel waarom ook Northern Soul-fans hier krom voor liggen en met de dj's uit de Chicano Soul in de mix brengt zo'n plaatje 700 dollar op als er niks over is van het vinyl. In 'VG'-conditie schommelt deze rond de 2500 dollar. Deze Secret Stash-uitgave gaat vast verticaal in prijs stijgen als het eenmaal is uitverkocht!
Singles round-up: oktober 3
Ga ik nu opeens helemaal de reggae en ska in? Nee hoor, het is gewoon één van de vele 'liefhebberijen'. Zoals ik een aantal jaren geleden heel bewust op zoek was naar gospel, zo heeft de reggae en ska een beetje overgenomen. Daar komt ook de interesse voor Engelse persingen bij. Net als de verzamelaarswereld van de soul is ook de reggae en ska een slangennest. Voordat je het weet betaal je als leek een hoofdprijs voor een bootleg of tweede persing. Het is iets voor erbij, hoewel ik over twee weken eens mag proberen om alle recente aanwinsten eens achter elkaar te draaien. Ik weet niet eens goed meer hoe ik erbij ben gekomen maar ik zie opeens dat Susan Cadogan in mijn winkelmandje zit. Dan zoek ik even verder in de handel van deze Fransman en zie nog twee interessante titels. Hij heeft geen hoge waardering op Discogs maar daar kan ik wel doorheen kijken. Veel negatief geblaat van onervaren kopers die denken dat ze voor 'VG' een hagelnieuw exemplaar mogen verwachten. Evenals gospel is 'VG' vaak het beste dat je kan verwachten bij Jamaicaanse persingen. 'Nieuw uit het doosje' betekent een bootleg of een buitenkansje. De Prince Buster-single oogt niet bepaald goed, maar we zullen zien. Als het bevalt, kan ik wel vaker bestellen van deze gast. Toch begin ik met vier Gele Bak-singles die ik vrijdagmiddag in Steenwijk heb gekocht.
* Neil Diamond- Play Me (NL, Uni, 1972)
Hoewel met name de omgeving van het Steenwijkerdiep wordt verstierd met moderne architectuur, ademt het centrum van Steenwijk bij vlagen iets nostalgisch. Sinds jaar en dag kun je de auto kwijt in twee parkeergarages. In vroegere tijden kon je je paard stallen. De paardenstal herbergt tegenwoordig een inbrengwinkel. Ik heb de zaak jaren lang genegeerd maar stap in april opeens binnen en tref een paar leuke singles. Sindsdien wip ik eens in de zoveel maanden binnen en vind altijd wel iets dat ik kan gebruiken. Ik heb na het bezorgen een boodschapje in het centrum en dan fiets ik bijna door de paardenstal heen. Vooruit! Ik parkeer de fiets en kijk binnen. Bij de meest interessante kraam twee leuke singles uit de vroege jaren zeventig. Zoals ik ben gewend van deze 'kraamvogel' zijn de singles in uitmuntende staat en met een fraai fotohoesje. Vier euro is zijn standaard en, ach, ze zijn het wel waard in mijn beleving. 'Play Me' heb ik vrijdagavond gedraaid en is niet heel erg wereldschokkend maar wel een mooie aanvulling op de omvangrijke Neil Diamond-verzameling.
* José Felicino- Come Down Jesus (NL, RCA Victor, 1971)
Idem als bij Neil Diamond. Ook deze heb ik vrijdag gedraaid. Opnieuw weer niets nieuws onder de zon maar wel een fraai exemplaar van Feliciano dat ik nog niet in de verzameling heb. Ik zou het liever voor een euro of één of twee hebben gehad, maar hee... het is van een particuliere verzamelaar en met de huidige inflatie vind ik het best okay.
* Cliff Richard- Some People (Duitsland, EMI, 1987)
De handelaar tegenover degene van de eerste twee singles hanteert ook aparte prijzen. Toch moet ik zeggen dat Cliff erger had gekund dan twee euro. Ik ben best content met deze prijs. Ik heb het altijd een fijn nummer gevonden en hij ontbreekt tot op de dag van heden. Ik zou nu meteen door kunnen gaan met de reggae-singles want... ik heb begrepen dat Cliff dit jaar een kerstsingle gaat uitbrengen in reggae-sferen.
* Ten Sharp- When The Snow Falls (NL, Epic, 1985)
Nee, nog niet! Eerst mag Storm Boelo nog even het zuiden des lands op de kop zetten. In Uffelte valt het namelijk reuze mee. De zon was er zonet even bij toen ik de foto heb genomen, maar die is nu weer vertrokken. Om vier uur wordt lichte neerslag verwacht. Gaat dat me boeien? Ik wil straks even uitwaaien en ga waarschijnlijk een rondje Winkelsteeg doen of iets dergelijks. Ten Sharp blieft 2,50. Ach, die vijftig cent gaan we ook niet kapot aan. Ik heb zojuist gecheckt en, nee, ik heb deze nog niet. Wel 'Japanese Lovesong' en een jaren negentig-single. Best een eigenaardige en fijne single! Ik kan me niet heugen dat ik hem eerder heb gehoord.
Dan de hoofdmoot van dit bericht, de drie reggae-singles van Discogs.
* Susan Cadogan- Hurt So Good (UK, Dip, 1974)
Het zal gek klinken maar ik leer dankzij een Wolfman-collega Susan Cadogan kennen met dit nummer en heb lange tijd niet in de gaten dat het een cover is. Ik denk dat ik 'It Hurts So Good' van Millie Jackson zelfs de eerste keer heb gedraaid zonder de connectie te horen met Susan Cadogan. 'Hurt So Good' is een klassieker in het lover's rock-genre. Geproduceerd en gearrangeerd door niemand minder dan Lee 'Scratch' Perry. 'Hurt So Good' wordt in 1975 een Engelse hit dankzij een release op Magnet. Deze is dan ook in stereo. Voordat deze deal tot stand komt, verschijnt de single in England op Dip en deze is mono als het maar kan. Hij begint zelfs met een gilletje dat ontbreekt op de Magnet. Op de keerzijde doet The Upsetters de instrumentale versie. Hoewel het zondag is, ga ik wel vloeken voor de soul-gemeenschap want ik heb Susan's versie altijd beter gevonden dan die van Millie. We horen Millie even in het intro van 'Loving Is Good' en heel ver op de achtergrond als je het op de koptelefoon beluistert. Verder is dit een dub-benadering van het nummer.
* Prince Buster & The Blue Beats- Wash Wash (Jamaica, Wildbells, 1964)
45cat vermeldt een prijs van 72 euro. Dat zou die waard zijn als het een Mint betreft. De getoonde Ebay-resultaten zijn alledrie 'VG' en variëren van 24 en 56 dollar en 31 Engelse ponden. Ja, een onervaren verzamelaar zou hebben geklaagd dat de single niet 'very good' is, maar dat is die wel. De plaat is stevig gedraaid en heeft her en der wat kleine fragmentjes van 'distortion' maar helemaal goed voor deze prijs. 'Wash Wash' is een vroege ska-klassieker. 'Don't Make Me Cry' is meer een rhythm & blues-ballade en rechtvaardigt de inclusie in de Blauwe Bak waar de plaat in ieder geval zou zijn gekomen. Het is qua audio ook de betere kant, maar 'Wash Wash' is zeker niet verstierd! Missie geslaagd en wellicht binnenkort weer eens bij deze gast bestellen!
* The Vikings- Six And Seven Books Of Moses (UK, Island, 1963)
Iets met het Engelse Island-label en een vroeg exemplaar. Plus een aardig prijsje en een plaat die beter dan 'VG' zou moeten draaien. Dat klopt. Een licht kraakje en de 'VG' zou zijn vanwege de naam op het label. 'Six And Seven Books Of Moses' is lekkere ouderwetse ska. Ik krijg er goede luim van! 'Zacions' is eenzelfde laken een pak maar iets minder uitbundig dan de a-kant. Maar het is met reggae en ska net als met de soul-dj's, ook die gaan vaak voor de b-kanten en dus moet ik ze wel even beluisteren. Deze drie zitten komende zaterdag in 'Do The 45'.
Singles round-up: oktober 2
Allemaal drukte op de redactionele burelen. Ten eerste moet er een team worden ingehuurd om de klok te verzetten want daar waag ik me niet aan met mijn lange smalle rug. Verder is er een topoverleg over wat te doen met de 'Singles round-up' van deze maand. Het zou eerst nog het plan zijn geweest om de heren Trump en Poetin bij het overleg te betrekken maar die hebben al genoeg aan hun hoofd. Resultaat is dat ik jullie vandaag de tweede 'Singles round-up' presenteer en precies zoals ik dat twee weken geleden ook had kunnen doen. De postbode heeft me gisteren blij gemaakt met een pakketje van Juno dat ik donderdag heb besteld en de drie reggae-singles. Ik zou de laatste drie eerst nog bij de 'Singles round-up' van Leeuwarden hebben geplaatst, maar... ik heb vrijdagmiddag nog vier Gele Bak-singles gekocht in Steenwijk. Dat maakt dan ook weer een aflevering van zeven en dan hou ik het nu bij de vijftien. Op het gebied van de 'nieuwe' singles zitten er vijf in het pakket van Juno en heb ik nog de laatste Echo Labs voor jullie in de aanbieding. Nu eerst de vijftien resterende singles van twee weken geleden uit Leeuwarden, allemaal potentiële Blauwe Bak-singles. Het grootste gedeelte heb ik in de afgelopen twee afleveringen van 'Do The 45' gedraaid. Toch gaat de apparatuur aan want ik moet een paar b-kanten checken.
* Ashford & Simpson- Don't Cost You Nothing (UK, Warner Bros., 1978)
Het eerste dat jullie zal opvallen bij de foto is ook de reden waarom ik binnenkort opnieuw naar Leeuwarden wil. Bijna allemaal 'neutrale' Wirl-hoesjes van Barbados. Qua repertoire ligt er nog veel spul dat ik al lang heb, maar dan opnieuw... het is wel verleidelijk. Waar veel van de Surinaamse soul in mijn geval ondergekalkte labels heeft, daar zijn deze singles nagenoeg vrij van dat euvel en oogt het vinyl ook zeer goed. Ik ga in ieder geval terug om 'Midnight Blue' van Wendy Alleyne op te halen. Niet alleen is het een label-variatie maar mijn oude is flink uit het lood. Ashford & Simpson heb ik gewoon in de Nederlandse persing en, als ik me niet vergis, ook in de Amerikaanse. Hoewel de a-kant niet versmaden is, sla ik vooral aan bij 'Let Love Use Me' op de b-kant. Plus het feit dat het een Engelse persing is en een smetteloos 'neutraal' Wirl-hoesje heeft. 'Let Love Use Me' bezit een tijdloze schoonheid en fijn om deze als Engelse persing te hebben.
* The Chambers Brothers- Have A Little Faith (Jamaica, Columbia, 1969)
De a-kant heb ik vorige week in de show gedraaid en deze wordt verstierd door een heel zwaar achtergrondgelud. Een sterke ruis hoewel de muziek kristalhelder klinkt. Tja, dat zijn Jamaicaanse persingen. 'To Love Somebody' op de keerzijde is een cover van The Bee Gees en niet interessant. 'Have A Little Faith' is buiten de ruis om bijna een sfeervolle gospel met de ijzersterke harmonieën van de gebroeders. Niet heel erg essentieel maar hij mag van mij in de Blauwe Bak.
* Ray Charles- Eleanor Rigby (NL, Stateside, 1968)
De a-kant heb ik twee weken geleden gedraaid in 'The Vinyl Countdown' en gisteravond de keerzijde. Over de a-kant kan ik kort zijn: Het is op zichzelf best interessant om te horen wat ome Ray doet met het Beatles-nummer. Het krijgt uiteraard méér begeleiding dan op het origineel maar het blijft wel een popsong. Dat gaat Ray niet veranderen en dus vind ik die kant niet interessant genoeg voor de Blauwe Bak. Op de b-kant staat het eigen 'Misunderstanding' en dat is nergens heel erg essentieel, maar desondanks best een leuke kant voor de Blauwe Bak. Met de hakken over de sloot.
* Betty Everett & Jerry Butler- Let It Be Me (UK, President, 1968)
Het past in de lijn van de Wirl-hoesjes, de aanwezigheid van singles op het Uncle-label en bijvoorbeeld de single van Ray Charles. Jerry en Betty hebben afzonderlijk uitstekende platen gemaakt, samen worden ze een hoek in gedrukt waar ik ze liever niet hoor. 'Let It Be Me' is een crooner met groots orkest, hoewel Jerry nog het meest bezield klinkt van de twee. Op de andere kant staat 'Smile' en, verdorie, dat hadden ze kunnen opvoeren zoals Clara Ward maar ook dit blijft de gebruikelijke dweil. Leuk voor in de Engelse bak maar of ik het grijs ga draaien? Dat denk ik niet.
* Godwin Gramms- Ivette My Love (Suriname, Uncle, 1974)
Heb ik deze plaat stiekem al of heb ik hem ooit in een boodschappenmandje gehad? Dat is de vraag. Toch kan ik hem nergens vinden in de documenten die ik tot mijn beschikking heb. Goed gegokt dus? Godwin Gramms heb ik wel ergens als gastzanger. Je zou het niet verwachten maar het is een slijper van de bovenste plank. Toch heeft ook Godwin in iedere stad zijn schatje want naast dat hij de liefde betuigt aan Ivette, zingt hij op de b-kant een aubade aan Mirtha. Dat heeft interessante blazers en maakt het voor mij meteen een stuk leuker. Ja, dit wordt de kant die jullie komende zaterdag kunnen horen in 'Do The 45'.
* Mark Holder- Thrilling Emotion (Barbados, Trex, 1976)
De hoesjes gaan in ieder geval voor échte Wirl-producten worden gebruikt. Eigenlijk horen de hoesjes bij een single als deze. Je treft de 'gewone' Wirl-hoesjes vaak genoeg. De platen op andere labels en Amerikaanse singles waarvan Wirl de distributie doet, komen in deze 'neutrale' hoesjes. Ik heb Mark vanochtend gedraaid in de show. 'Thrilling Emotion' is een prachtige ballade met prachtige zang en een gitaarloopje. Zoals het zo vaak het geval is bij platen van Barbados, zingt Mark vanuit zijn tenen. 'Bring My Lover Back' is daarentegen meer uptempo. Door de 'lo-fi'-opname zou je het kunnen uitschelden voor iets van tien jaar oud. Dit is uiteindelijk de meer interessante kant dus deze schijf krijgt volgende week een herkansing.
* Tommy Hunt- I Am A Witness (US, Scepter, 1963)
Authentiek Amerikaans styreen en niet geheel smetteloos, maar nog steeds goed te genieten. In tegenstelling tot sommige Surinaamse vakbroeders heeft deze dj goed voor zijn collectie gezorgd! In 1963 werkt Hunt met Ed Townsend. 'Witness' is een prachtige ballade, op 'I'm With You' probeert Hunt te rocken. Dat laatste gaat nergens over.
* Van McCoy- Soul Cha Cha (UK, H&L, 1976)
Uiteraard heb ik deze al in de Nederlandse uitdossing maar de Engelse persing wint in dit geval. De a-kant is natuurlijk geen fluit aan voor de Blauwe Bak. Laat me dan maar eens 'African Symphony' proeven. Dat is zonder meer de interessante kant van de twee. Het zit erg fraai in elkaar en heeft de onmiskenbare Van McCoy-magie. Nog eentje die een herkansing verdient!
* Names & Faces- You Always Be A Friend (Suriname, Uncle, 1974)
De a-kant is van de hand van de heren van Hot Chocolate. Ze worden niet eens apart bij naam genoemd op het label. Ze blijven dit keer in de buurt van het origineel met een charmant strijkerskwartet en wah wah-pedalen rond het refrein. Op de flip staat 'Woman' en dat is dan weer een eigen nummer. Dat klinkt nóg fijner dan de a-kant. Verbeeld ik het me of zit er zand in mijn pantoffels? Dit is zonder meer een 'double-sider'.
* O'Jays- I Love Music (NL, Philadelphia International, 1976)
Voor die prijs kan ik hem niet laten liggen maar deze heb ik uiteraard al in de Engelse persing met de volledige versie op de b-kant. Erg fraai met het fotohoesje!
* Raydio- More Than One Way To Love A Woman (US, Arista, 1979)
In een T-Neck-hoesje ditmaal. Daar heb ik wel een Isley Brothers-single voor als gegadigde. Raydio staat voor kwaliteit maar toch ben ik niet zo zeker van een positie in de Blauwe Bak voor de a-kant. Het klinkt een beetje gewoontjes. 'Hot Stuff' op de b-kant is erg funky maar ook dat gaat het niet in de Blauwe Bak brengen. Hoewel de plaat vorige week in 'Do The 45' heeft gezeten, denk ik dat deze in de Gele Bak terecht gaat komen.
* Peggy Scott & Jo Jo Benson- Lover's Holiday (NL, Stateside, 1968)
Altijd leuk, zo'n Nederlandse persing van Peggy en Jo Jo. 'Lovers Holiday' is lekker upbeat met de 'powerhouse' van hun complimenterende stemmen. Toch nieg ik vaker voor de b-kant en dat is ook het geval met 'Here With Me'. Het is wel oppassen bij het opzetten want er mist een heel klein stukje uit de rand, maar over het algemeen is hij erg goed te genieten.
* The Soul Stirrers- I Know I'll Be Free (US, Checker, 1965)
Eigenlijk is 'Christmas Joy' de a-kant. Ondanks dat het slechts twee maanden is tot Eerste Kerstdag beschouw ik 'I Know I'll Be Free' als de a-kant. Sam Cooke heeft de groep al jaren ervoor verlaten, maar dit is helemaal in de sfeer van Sam. De 'Christmas Joy' is geen luidruchtige kerstboom met knipperende lichtjes, maar een intens geluk van een religieus persoon. Geen dijenkletser en dus blijft 'I Know I'll Be Free' de favoriete kant van de twee.
* The Trammps- Shout (NL, Philadelphia International, 1974)
Ik heb vorige week 'Where Do We Go From Here' gedraaid zonder dat ik in de gaten heb dat het de b-kant is van 'Shout. Ik vind 'Where Do We Go From Here' sfeervol genoeg voor de Blauwe Bak.
* Gary Walker- Who Needs You So Bad (US, Jin, 1966)
Is het? Is het? Nee, natuurlijk niet. Toch schijnt het dat rockliefhebbers het wel hebben gedacht! Voordat Gary aan de slag gaat met The Walker Brothers heet deze gewoon Gary Leeds en maakt pas vanaf 1966 platen als Gary Walker & Rain. De Gary Walker op Jin is een Amerikaanse zanger en klinkt nergens op het stemgeluid van Gary Leeds. 'Who Needs You So Bad' is een heerlijke Southern slijper. 'Cry Cry Cry' is van eenzelfde laken een pak. Southern Soul in optima forma!
vrijdag 23 oktober 2026
*Radiolinks week 43
Normaal gesproken zou ik nu al in bed hebben gelegen, maar ik ben morgen vrij van werk. Ze kunnen het rooster voor morgen niet rond krijgen en dus is besloten om de zaterdagpost op maandag te bezorgen. Ik vind het helemaal niet erg. Ik geloof dat de wind maandag alweer ietsje is gaan liggen. Vanmorgen heb ik mijn eerste ritje mogen maken met de nieuwe elektrische fiets. Geen idee waarom we een nieuwe hebben, maar op zijn minst is het een fiets waarvan de accu nog niet is verkloot. Ik heb flink wat kilometers gemaakt vandaag en de accu is nog altijd halfvol. Dat geeft de burger moed! Nu ga ik eerst de aflevering van The Spirit Of The Seventies met jullie delen en traditioneel de speellijst.
Uur 1
1. I Love You Love Me Love - Gary Glitter (NL, Bell, 1973)
2. Bombay - Golden Earring (NL, Polydor, 1976)
3. Honeybee - Gloria Gaynor (Duitsland, MGM, 1974)
4. The Leader - Unit Gloria (NL, Imperial, 1971)
5. Baby Blue - Full House (NL, CBS, 1976)
6. Okefonokee - Ghizlane (NL, Negram, 1970)
7. Under The Table - The Godz (NL, RCA Victor, 1978)
8. How High The Moon - Gloria Gaynor (NL, MGM, 1975)
9. Our Father - Unit Gloria (NL, Imperial, 1970)
10. Warm Summer Rain - Phillip Goodhand-Tait (NL, DJM, 1973)
11. Bright Eyes - Art Garfunkel (UK, CBS, 1979)
12. I Will Survive - Gloria Gaynor (US, Polydor, 1978)
13. Gentlemen Callers Not Allowed - Gilla & Bobby (NL, Hansa, 1977)
14. Weekend Love - Golden Earring (NL, Polydor, 1979)
15. Kap'ren Varen - Fungus (NL, Negram, 1974)
Uur 2
1. August October - Robin Gibb (Duitsland, Polydor, 1970)
2. Never Let Her Slip Away - Andrew Gold (UK, Asylum, 1978)
3. I'll Kiss Your Memory - Barry Gibb (Duitsland, Polydor, 1970)
4. Railroad - Maurice Gibb (NL, Polydor, 1970)
5. I Just Want To Be Your Everything - Andy Gibb (NL, RSO, 1977)
6. Sunburn - Graham Gouldman (UK, Mercury, 1979)
7. Elizabethan Reggae - Boris Gardner (Zuid Afrika, Fontana, 1970)
8. I'm A Bum - The Gloomys (NL, Pink Elephant, 1971)
9. Father Christmas Do Not Touch Me - The Goodies (UK, Bradleys, 1974)
10. I Wanna Stay With You - Gallagher & Lyle (UK, A&M, 1976)
11. Have You Heard The Word - The Fut (US, Fut, 1970, re: 1973)
12. Play Me - Neil Diamond (NL, Uni, 1972)
13. Come Down Jesus - Jose Feliciano (NL, RCA Victor, 1971)
14. Making Up Again - Goldie (NL, Bronze, 1978)
15. Oceans Away - Phillip Goodhand-Tait (NL, Chrysalis, 1976)
16. Miracles - Anita Garbo (NL, Poker, 1977)
17. Ripples - Genesis (UK, Charisma, 1976)
'Do The 45' duurt deze week vier uren en daarin maak ik een sprong van de labels die beginnen met Soul via Stateside en Tamla Motown naar de eerste twee met een U. De complete show is hier te vinden. Morgen volgt The Vinyl Countdown plus de speellijst van deze show. Nu is het echter dinsdagavond. Na de show wil ik meteen slapen en ik heb gisteren een hele drukke werkdag gehad waardoor ik evenmin ben toe gekomen aan publiceren. Nu alsnog de speellijst terwijl dat ik de show aan het uploaden ben. Ik heb zondag ruim baan gegeven aan 'Colour by numbers' waardoor eigenlijk alleen de laatste twee een persoonlijke keuze zijn geworden buiten de 'New additions' om natuurlijk.
Do The 69
1. Going Up The Country - Canned Heat (NL, Liberty, 1968)
2. I Think I Love You - The Partridge Family (NL, Stateside, 1970)
3. Ghost Town - The Specials (Duitsland, Chrysalis, 1981)
Colour by numbers
1. Big Strong Madison - Les Chakachas (Duitsland, RCA, 1962)
2. Mississippi - John Phillips (NL, Stateside, 1970)
3. Lost In Music - Stereo MC's (Duitsland, 4th + B'way, 1991)
4. Unsquare Dance - The Dave Brubeck Quartet (NL, CBS, 1961)
5. Help! De Dokter Verzuipt - Rogier Van Otterloo (NL, CBS, 1974)
6. My Oh My - Slade (NL, RCA, 1983)
7. Time Was - Canned Heat (Denemarken, Liberty, 1969)
8. Sugar Me - Lynsey De Paul (NL, MAM, 1972)
9. Cupid-I've Loved You For A Long Time - Spinners (NL, Atlantic, 1980)
10. Sea Of Delight - Brainbox (NL, Imperial, 1969)
11. Ooh-Wakka-Doo-Wakka-Day - Gilbert O'Sullivan (UK, MAM, 1972)
12. All American Girls - Sister Sledge (Frankrijk, Atlantic, 1981)
13. Baby Doll - The Butterflies (NL, Philips, 1959)
14. The Black Eyed Boys - Paper Lace (NL, Philips, 1974)
15. Back To Life - Soul II Soul (Duitsland, 10, 1989)
16. Lea - The Cats (NL, Imperial, 1968)
17. The Shepherd's Song - The Tony Osborne Sound (UK, Philips, 1972)
18. Hey Nineteen - Steely Dan (NL, MCA, 1980)
19. In The Beginning - Boots (NL, Philips, 1968)
20. Underneath The Blanket Go - Gilbert O'Sullivan (NL, MAM, 1971)
21. Paris Rendezvous - Siobhan (NL, Idiot, 1989)
22. Eight Miles High - The Byrds (NL, CBS, 1966)
23. Won't Somebody Dance With Me - Lynsey De Paul (NL, MAM, 1973)
24. Ich Schau' Dich An - Spider Murphy Gang (Duitsland, EMI, 1982)
25. When Jezamine Goes - The Casuals (NL, Decca, 1968)
26. Fire - Osibisa (Duitsland, Warner Bros., 1974)
27. Volume 3 - Stars On 45 (Duitsland, CNR, 1981)
28. Choo Choo Train - The Box Tops (België, Stateside, 1968)
29. Double Barrel - Jenny One-Shot (NL, RCA Victor, 1971)
30. Lock Up Your Daughters - Slade (NL, RCA, 1981)
New additions
1. Sure He's A Cat - The Cats (NL, Imperial, 1967)
2. Skip A-Rope - Henson Cargill (NL, Monument, 1968)
3. Eye Level - The Simon Park Orchestra (NL, Stateside, 1972)
4. Susan Van Heusen - Gilbert O'Sullivan (UK, MAM, 1971)
5. Sweet And Innocent - Donny Osmond (Duitsland, MGM, 1971)
6. Deep Purple - Donny & Marie Osmond (NL, MGM, 1975)
7. Early In The Mornin' - Ray Charles (UK, London Atlantic, 1960)
8. The Warrior - Osibisa (Duitsland, Bronze, 1975)
9. Rondo Russo - Berdien Stenberg (NL, Philips, 1983)
10. Song From Moulin Rouge - Peters & Lee (NL, Philips, 1977)
11. So Wrong - Patrick Simmons (NL, Elektra, 1983)
12. Toccata - Sky (UK, Ariola, 1980)
Extra
1. The Laughing Gnome - David Bowie (UK, Deram, 1967, re: 1973)
2. I Hope I Never - Split Enz (NL, A&M, 1979)
The Vinyl Countdown is precies drie uren lang.
donderdag 22 oktober 2026
Week Spot: John Lee Hooker
Het is ambitieus maar ik heb het plan om komende zaterdag vier uren te doen. De show zal beginnen met een hele reeks met labels die beginnen met het woord 'soul', maar verderop in de show een lange reeks single op het Stateside-label. Rarenorthernsoul biedt geregeld een soortgelijke partij aan met singles op het Columbia-label. Het heeft 'Leader Of The Laundromat' van The Detergents in de soundfile en dat is op zichzelf best interessant. De rest van de singles ogen vooral als Dave Clark Five en Cliff Richard en dus weer niet zo heel interessant. Ik heb in januari een flinke slag geslagen met een partij singles op Stateside en de 'UK-updates' van Chris in juni helpen me verder met de collectie. Stateside wordt lange tijd gebruikt door EMI als paraplu-label voor kleinere Amerikaanse platenmaatschappijen waarvoor ze niet zelf een label op voorraad hebben. Voor de soul en de zwarte muziek in het algemeen is het een erg interessant label, zeker als je verzamelaar bent van Engelse persingen. Als ik 22 singles tel in de lijst kom ik in de Stateside-singles uit. Er zijn al een aantal Week Spot geweest en ik blijf zoeken. Dan zie ik 'Dimples' staan van John Lee Hooker en... waarom ook niet? Niks mis met wat oude rhythm & blues op zijn tijd.
Ik leer Hooker kennen dankzij 'The Healer', de single die hij opneemt met Carlos Santana. Even later vind ik 'Crawling Kingsnake' op een jukebox-single en deze vind ik weer interessant omdat The Doors het heeft gecoverd op 'L.A. Woman'. Verder moet ik bekennen dat ik niet heel erg thuis ben in het werk van John Lee Hooker, maar mijn ogen lichten op als ik in januari 'Dimples' zie liggen tussen de Stateside-singles. Sterker nog: Ik ben me dan niet eens bewust dat het een stuk of twintig singles zijn. Alleen John Lee Hooker zou het me al waard zijn geweest! Op 22 augustus staan er een berg kaarsjes op de taart, maar het is alleen John Lee die precies weet hoeveel. 1917 is het vaakst gebruikt als geboortejaar maar er zijn administratieve stukken uit 1920 die zeggen dat hij in 1912 is geboren. Als iemand hem confronteert met 1912 of 1917 antwoordt hij steevast 1920 hoewel er ook lieden zijn die beweren dat hij in 1923 is geboren. In 1920 is er een soort van volkstelling en daaruit blijkt dat John zeven jaar oud is en één van de negen kinderen die woont in het gezin van William en Minnie Hooker in Tutwiler in Mississippi. In 2017 zijn echter de meeste vieringen geweest van zijn geboortedag.
Voor menig gast in de Week Spot begint de loopbaan in de kerk. Als kind mogen de telgen van de Hooker-familie alleen luisteren naar gewijde liederen. Ze krijgen thuisonderwijs en zo wordt in de gaten gehouden dat ze niet in de buurt komen van de duivel en zijn muziek. In 1921 scheiden hun ouders en trouwt zijn moeder met William Moore, een bluesmuzikant. Deze koopt de eerste gitaar voor John Lee en deze dankt zijn inventeieve gitaarstijl aan die van Moore. Hooker's zus Alice gaat op stap met Tony Hollins en deze leert Hooker een aantal nummers waaronder 'Crawlin' Kingsnake'. Op zijn veertiende loopt hij weg van huis en zal zijn moeder en stiefvader nooit meer zien. In de jaren dertig woont hij in Memphis, tijdens de Tweede Wereldoorlog komt hij in Detroit waar hij een baantje krijgt in de Ford-fabriek. In zijn vrije tijd speelt hij op feestjes en in clubs. Hij speelt dan alleen nog akoestisch gitaar en het succes in Detroit leidt ertoe dat hij zijn eerste eilektrische gitaar aanschaft.
In 1948 wordt zijn eerste opname uitgebracht. 'Boogie Chillen' verschijnt bij Modern Records in Los Angeles. Het is meteen een hit en wordt in 1949 de bestverkochte plaat van een zwarte artiest. De werkwijze van John Lee Hooker is complex. Hij bedenkt vooraf niet een groove, maar tijdens de opname van het nummer. Het is dus lastig voor een begeleidingsband en dus neemt Bernie Besman in Detroit enkel John Lee's zang, gitaarsepel en het gestamp op een houten vloer op voor de platen. Aan het begin van de jaren zestig krijgt Hooker de mogelijkheid om platen op te nemen voor Vee-Jay. Dan verzamelt hij ook een paar mensen om zich heen die wél begrijpen wat hij aan het doen is en krijgt hij een begeleidingsband. 'Boom Boom' en 'Dimples' zullen uitgroeien tot evergreens in het genre. EMI verzorgt de distributie van Vee-Jay in Europa maar heeft geen eigen etiketjes voor op de platen en dus verschijnen deze op Stateside.
'Dimples' schopt het tot een 23e plek op de Engelse hitparade maar verder zullen ze geen last meer van hem hebben op deze lijst. Niet eerder weer dan in de jaren negentig. In de begin jaren zeventig neemt hij een paar platen op met Canned Heat en in 1980 speelt hij 'Boom Boom' op de soundtrack van 'Blues Brothers'. In 1989 maakt hij het album 'The Healer' met onder andere Santana an Bonnie Raitt als gasten. Er zullen nog een aantal soortgelijke albums volgen. Op 21 juni 2001 overlijdt Hooker in zijn slaap. Hoe oud hij is geworden? Tja, dat laat ik aan jullie over!
Abonneren op:
Posts (Atom)



