dinsdag 14 januari 2014

Week Spot: Willie Tee



Ik had zo de zenuwen een kleine week geleden en weer vergat ik de gouden regel die ik sinds een paar jaar hanteer voor een optreden: Zoek niet de halve dag naar die ene plaat, want die vergeet je tijdens het optreden te draaien. Zonde van de tijd dus! Ik deelde het clipje van de Week Spot van deze week afgelopen donderdag op Facebook met de mededeling dat ik die 'zeker ging draaien'. Twee dagen na Watford kan ik vaststellen dat deze in de bak is blijven staan. Ik heb er zelfs geen moment aan gedacht! In het geval van Willie Tee hoefde ik niet te zoeken naar de single, maar was er enige onduidelijkheid sinds ik de plaat had gewonnen in een Ebay-veiling. Die veiling liep Tweede Kerstdag af en ik had er al wel op gerekend dat Jörg hem na oud en nieuw zou posten, maar het bleef erg stil. Intussen kwam Jo Armstead binnen (die ik nog wel heb gedraaid in Watford) en Willie arriveerde woensdag. Ruim op tijd voor Specialized. De single kan vertellen dat die in een week van München via Nijeveen naar Watford is gegaan en weer terug naar Nederland, maar verder heeft de plaat weinig te maken met het optreden van zondag. Wel moest het deze week beslist de Week Spot worden en dus presenteer ik jullie: 'Walking Up A One Way Street' van Willie Tee (1965).

Ik ga het vooral niet tegenspreken, want mijn leven heeft de afgelopen twee jaar ook daadwerkelijk in het teken gestaan van de Northern Soul. Ik ben flink in de materie gedoken en kan me inmiddels meten met enkele andere experts. Het is een combinatie van een eigenaardigheid die ik sinds mijn geboorte heb en de drang om te schrijven over mijn aanwinsten op dit liefste weblog. Ik ben achtergronden gaan uitdiepen van artiesten en groepen waar nog maar weinig mensen inkt aan hebben durven te spenderen. Twee jaar geleden begon het allemaal nog maar net. Ik had in november 2011 mijn Ebay-account wakker gekust (ik wacht inmiddels op de 100e positieve feedback, die mijn ster van blauw in turquoise moet veranderen) en bleef eerst nog aan de oppervlakte. Toen kwam de 'Northern Soul Jukebox' voorbij en was het hek van de dam. Ik hield vorige week nog eens het hoesje van 'I Love Music' van The O'Jays in handen. Ik had die single gekocht bij Buydiscorecords in een gigantische partij, het moet ook voor de Jeffries zeer ongewoon zijn geweest. 'We refunded 2 we didn't have but you get 2 free as well'. Was getekend, Steve Jeffries. In dat hoesje zat oorspronkelijk 'Papa Oom Mow Mow' van The Sharonettes, die de Blauwe Bak niet heeft gehaald. Het andere kadootje was 'Ask Me' van Ecstasy, Passion & Pain. Tussen de Buydiscorecords zat eentje van Rarenorthernsoul: Een eenzijdig bespeelbare promo van Sonic Wax met daarop een niet eerder uitgebracht nummer van Willie Tee. 'You Got To Pay Some Dues' klonk wel aardig in mijn oren en ik verwarde hem toen met John Tee van 'Crazy'. Pas later leer ik 'Walking Up A One Way Street' kennen. Pas rond de kerstdagen krijg ik opeens ontzettend veel trek in die single en zie hem dan bij Jörg op Ebay staan. De rest is geschiedenis, want het is nu de Week Spot.

Wilson Turbinton komt op 6 februari 1944 ter wereld in New Orleans. Zijn oudere broer Earl is jazz-saxofonist. De Turbinton's wonen in het Calliope-complex en zijn buren van de Neville Brothers. Als tieners luisteren ze naar de muziek van Professor Longhair en de grootheden uit de jazz en als Willie achttien jaar is geworden, mag deze zijn eerste single opnemen voor het lokale AFO Records. 'Always Accused' is de zevende single op dat label en Wilson heeft de naam 'Willie Tee' aangenomen voor de opname. In 1963 maakt hij nog een tweede voor AFO, 'I Found Out You Are My Cousin', maar ook deze is niet bijster succesvol. Dan ontmoet Tee Harold Batiste en ze delen samen een single op Cinderella Records. Tee zingt 'Foolish Girl' op de b-kant van Batiste's 'These Are The Things I Love'. In 1965 breekt de belangrijkste tijd aan voor Tee als solist. De eerste de beste single is 'Walking Up A One Way Street'. De single wordt aanvankelijk uitgebracht bij NOLA, de maatschappij van Willie's neef Julias Gaines. Deze eerste persing is tegenwoordig erg gezocht. Een paar maanden later krijgt de single een nationale 'release' op Atlantic. Helaas kan ik niet achterhalen hoe hoog de single het heeft geschopt, maar er wordt her en der gesproken van een succesje. Zeker is wel dat de plaat in de begin jaren zeventig wordt omarmd in de Northern Soul, dus zal het in de 'bubbling under' zijn blijven steken. 'Walking Up A One Way Street' is opgenomen in januari 1965 en verschijnt als a-kant bij Nola, maar Atlantic prefereert het langzamere 'Teasin' You' als favoriet voor die kant. Opvolger Tee neemt de opvolger, 'Thank You John', op in april 1965 en ook deze verschijnt op Atlantic. Het nummer valt Alex Chilton op, de voormalige zanger van The Box Tops neemt in de jaren tachtig een cover op van het nummer. 'I Want Somebody' wordt op 25 augustus 1965 in de Atlantic-studio in New York aan het vinyl toevertrouwd, maar dan raakt het geduld bij Atlantic op. Een jaar later maakt Tee weer een single die niet verder komt dan het NOLA-label. In 1967 maakt hij eentje voor het verzamelwaardige Hot-Line en neemt hij in 1967 een single op voor Bonatemp. Toch blijft die ruim veertig jaar op de plank liggen, de b-kant is 'You Got To Pay Some Dues'. Dat is in 2009 één van de eerste dingen die de Jeffries op hun Sonic Wax-label uitbrengen. 'I Caught You In A Lie' uit 1968 is weer voor NOLA en dan maakt Tee twee singles voor Capitol.

Naast zanger, tekstschrijver en producer is Tee vooral een begenadigd toetsenist. Hij wordt door intimi 'het monster van de B3' genoemd. De B3 heeft betrekking op het klassieke model Hammond-orgel. Op aanraden van jazzlegende Cannonball Adderley neemt Tee een instrumentaal album op voor Capitol, welke nooit officieel wordt uitgebracht. Wel verschijnen twee singles op Capitol die iets doen vermoeden. Hier is een meesterwerk verloren gegaan, een plaat die de jazz van New Orleans in een heel nieuw spectrum zou hebben geplaatst. Gelukkig blijft het niet bij dit uitstapje, want in de daaropvolgende jaren zal Tee enkele groepen formeren, steeds met zijn broer Earl op saxofoon, en zal hij aan de wieg staan van de New Orleans-streetbeat-funk. Muziek die vooral zijn weerga zal hebben in de hiphop, de platen uit de eerste helft van de jaren zeventig worden later stuk-gesampled. Met name de twee albums van The Wild Magnolias, maar ook de eenzame single van The Gaturs is gewild. De grootste hiphop-naam uit het rijtje is wellicht Lil' Wayne. Hij kiest een stuk van Tee's solo-album 'Anticipation' uit 1976 voor 'Tha Mobb', het openingsnummer op zijn album 'Tha Carter II' uit 2005. Het jaar ervoor heeft Tee zijn medewerking verleend aan een album van Dr. John en is hij kortstondig te zien in de biopic over het leven van Ray Charles.

Na de verwoestende orkaan Katrina accepteert Tee een baantje aan de universiteit in Princeton in New Jersey en keert pas in 2006 terug naar Baton Rouge in Louisiana. In april 2007 krijgt hij nog een onderscheiding in Louisiana voor zijn muzikale activiteiten, maar hij kan niet lang meer genieten van de erkenning. In augustus 2007 wordt een ernstige vorm van darmkanker geconstateerd en op 11 september van dat jaar overlijdt hij aan de gevolgen.

Tee is in drie verschillende werelden binnen de muziek een held. Moderne New Orleans-jazzliefhebbers en hiphoppers kijken vooral naar zijn werk uit de begin jaren zeventig, zijn repertoire van de midden jaren zestig is een beetje vergeten door de massa. Toch zijn het de verzamelaars en liefhebbers van de soul die voor deze plaatjes gaan. 'Walking Up A One Way Street' is zo'n plaatje dat aanvoelt als pure zijde, maar toch mét pit. Een geheel terechte Week Spot die ik beslist had moeten draaien in Watford!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten