vrijdag 24 januari 2014

Raddraaien: Lord Rockingham's XI



Een idioot rare dag, deze vrijdag de 24e. Omdat ik deze week dik in mijn uren zit, begin ik een stuk later met werken en dat is al een noviteit. Ook wel noodzaak, omdat ik na de uitzending van Floorfillers ruim anderhalf uur heb zitten chatten met Marcus. En ja, hij heeft vandaag een nieuwe vracht singles op de post gedaan. Die verwacht ik in de loop van volgende week en zal jullie dan een Singles round-up presenteren en misschien ook wel in twee delen. Kan ik in dat kader ook melden dat Jackie Day vanmiddag is binnengekomen. Nemen we mee in de Singles round-up! Op het werk zélf gaat alles nog wel normaal, maar eerst krijgt een van onze twee chauffeurs pech met de bestelauto die maandag nog een nieuwe versnellingsbak heeft gekregen. Hij krijgt, bij gebrek aan beter, een verhuisbus mee van de garage. Een uur later is hij terug bij de garage nadat iemand hem heeft aangereden. Dan is onze bestelauto weer klaar en kunnen we verder. Ik wacht expres even langer op de zaak om deze collega op te vangen, maar hij is snel uitgepraat over het incident. Nee, hij heeft gisteren iets beleefd... Ik ga niet tot in detail, maar wat volgt heeft meer van een wildwest-verhaal, maar dan met verkeersagressie en regelrechte bedreiging. Zo fiets ik om zeven uur naar huis. Gelukkig monter ik iets op van een telefoontje van Marianne om koffie te komen drinken en daar ben ik net van terug. Nog snel even blog bijwerken en dan slapen. Morgen weer een drukke dag...

De kappers uit de Gouden Gids in de regio Zwolle hebben de boodschap begrepen. Hier hoort natuurlijk een knotsgekke plaat bij. Eentje uit de Blauwe Bak. Idioot. Anders kun je dit plaatje niet omschrijven. Het is buiten Engeland niet bepaald een populair nummer, maar daar is het in 1958 een knaller van een hit. Het staat drie weken bovenaan in de hitparade. Oorspronkelijk heb ik de single meegenomen vanuit Mossley toen het in begin 1999 in een grote partij singles binnen kwam. Dat exemplaar heeft zijn beste tijd gehad en was blij verheugd toen ik de single voor een euro in de uitverkoopbak vond bij Minstrel in Zwolle. Natuurlijk valt het niet onder de Rare Soul, maar het is een erg grappig plaatje dat een avond op smaak kan brengen en dus staat die in de reservebakken. De Raddraaier van vandaag is 'Hoots Mon' van de Engelse bigband Lord Rockingham's XI.

'Do The 45', maar dan anders. We gaan eens beginnen met een geschiedenislesje: The Forty-Five. Heeft niets met het toerental van een grammofoonplaatje te maken, maar is een slag tussen de Jacobites en het leger van Groot-Brittannië. De Jacobites is niet geloofsbeweging, maar een politieke beweging. Onder leiding van Charles Edward Stewart probeert het de Engelse troon over te nemen en een absolute monarchie te stichten. Het houdt middels een mars en diverse slagen vooral huis in Schotland. Het duurt al met al maar een jaar (1745-46) en Charles Edward Stewart, beter bekend als Bonny Prince Charles, vlucht naar Frankrijk. The Forty-Five is een stuk Schotse geschiedenis dat in de daaropvolgende jaren in een aantal volksliederen wordt herdacht. Hoewel deze liederen los staan van de slag zélf, worden ze wel beschouwd als erfstukken uit die geschiedenis. Een populair lied dat pas jaren na de slag wordt gepubliceerd is 'The Hundred Pipers'.

We gaan ruim twee eeuwen verderop in de geschiedenis als Harry Robertson zijn Lord Rockingham's XI formeert. Een bigband bestaande uit professionele sessiemuzikanten. De groep krijgt een residentie in het televisieprogramma 'Oh! Boy', geproduceerd door Jack Good. De eerste single is 'Fried Onions', maar dat wordt in Engeland geen hit. Gek genoeg behaalt het wel de onderste regionen van de Amerikaanse Billboard. De tweede single is deze 'Hoots Mon', een eigentijdse versie van 'The Hundred Pipers' maar dan met enkele incidentele Schotse kreten. De regelmatige uitzending in 'Oh! Boy' zorgt ervoor dat de single op 28 november 1958 drie weken op nummer 1 komt te staan. De plaat is op zichzelf al een 'novelty', maar het heeft nog een andere primeur: Het is de eerste rock'n'roll-plaat waarop een Hammond-orgel is te horen. Even later zal Dave Cortez' 'The Happy Organ' voor een definitieve acceptatie van het instrument in dit genre zorgen.

De Schotse kreten zijn licht parodiërend en de volzinnen moeten de 'platte' klanken van het Schots weerspiegelen. Wie de single omdraait, krijgt een stuk bigband-muziek dat met enige fantasie tot vroege bluebeat-ska valt te transformeren. Hoewel Harry Robertson en zijn band nog even te maken krijgen met de nazaten van de echte Lord Rockingham, wordt dit buiten de rechtszaal uitgevochten en kan de Lord Rockingham's XI een paar optredens buiten de show doen. De volgende single heet 'Wee Tom', maar dit is slechts een bescheiden succes. Als 'Oh! Boy' niet veel later van het scherm verdwijnt, betekent dit eveneens het einde voor de groep van Harry Robertson.

Robertson blijft een veelgevraagd arrangeur voor speelfilms en televisieseries, maar hetgeen dat wellicht het meest haaks staat op zijn woeste rock'n'roll-werk met Lord Rockingham's XI is de verstilde muziek van Nick Drake op diens' debuutalbum 'Five Leaves Left'. Robertson arrangeert voor hem het nummer 'River Man'. Ook arrangeert hij werk voor Sandy Denny. In die reservebakken zit veel materiaal dat ik doorgaans nooit op zet, maar in het geval van Lord Rockingham's XI, als ik iets in de 'mood' ben om wat woeste rock'n'roll tussendoor te draaien, dan is 'Hoots Mon' een favoriet!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten