vrijdag 20 januari 2012

dweilpauze: Ronnie Dyson

Thelma Houston schuift nog even een stukje verder, met Ronnie Dyson in de dweilpauze maak ik nog wel een belofte waar. Twee weken geleden kwam ik de single tegen op buydiscorecords.com en vergaapte me aan de schoonheid van het nummer, dat door de dealer als 'supercute' werd beschreven. Geen woord teveel gezegd daarover. Dit nummer verdient wat meer aandacht in dit kikkerland en dus mag die vandaag in de schijnwerper. Ik had gisteravond beloofd even niet meer op singles op Ebay te bieden, maar ben toch heel even 'de fout' in gegaan. Het gaat weer eens om een exemplaar van 'The Slow Fizz' van The Sapphires, waarop ik al een keer ben overboden. Dat liedje ontstak in 2008 bij mij het enthousiasme voor northern soul en dus móet die wel eens in mijn blauwe bak komen wonen. Vandaag doen we het dus even extreem rustig aan met een collega-blauwe bak-resident sinds een week. Want hoewel Ronnie Dyson niet uitnodigt tot een wilde dans, mag hij tussen de blauwe bak-kneiters.

Ronnie Dyson kwam op 5 juni 1950 ter wereld in Brooklyn, maar groeide op in New York. Het artiestenvak lonkte al op jonge leeftijd en als achttienjarige krijgt hij een rol in de hippiemusical 'Hair'. Daarin heeft Dyson de eer de show te mogen openen met het intro van 'Aquarius', waarin hij de leadzang voor zijn rekening mag nemen. De soundtrack van deze Broadway-musical wordt wereldwijd miljoenen keren verkocht en velen zijn bekend met het opvallende hoge stemgeluid van Dyson. Dit succes leidt mede tot het aanbod om de soundtrack te zingen van 'Salvation'. Het bekendste lied daaruit is 'Why Can't I Touch You?', een rumba-achtig ding dat in Amerika zeer populair is en in de top tien van de Billboard Hot Hundred eindigt. In Engeland doet de plaat daarentegen helemaal niets en in Nederland mag het even in de Tipparade wonen. Hoewel Dyson het succes van 'Why Can't I Touch You' in de 'popcharts' van de Billboard niet meer zal evenaren, heeft hij in de daaropvolgende jaren wel vele noteringen in de R&B Top 100.

'I Don't Wanna Cry' uit 1970 zal niet verder komen tot 50 in de Billboard, de opvolger is in Amerika een lichte teleurstelling, maar is daarentegen mans' enige hit in Engeland. 'When You Get Right Down To It' is een cover van The Delfonics uit 1970, Dyson's versie verschijnt een jaar later. Hoewel The Delfonics weinig kwaad kunnen doen en vaak de definitieve versie in pacht hebben (denk aan 'Ready Or Not'), is dat in dit geval anders. Dyson's hoge stem past duidelijk beter bij de dramatiek van het nummer. In Amerika bereikt het 94 in de pop- en slechts 37 in de R&B-parade. In Engeland staat het nummer op 34 in de Top 50. Daar is zijn succes van korte duur, opvolger 'One Man Band' is de laatste hele grote hit voor Dyson in Amerika, hoewel de noteringen in de R&B-parade doorgaan tot na zijn dood.

Want dat is de tragiek van Ronnie Dyson. Hij overlijdt op 10 november 1990, slechts veertig jaar oud, na een hartkwaal. Zijn carriére had al sinds 1982 deukjes opgelopen vanwege zijn slechte gezondheid. Begin 1990 leek hij echter weer topfit en verscheen 'See The Clown', dat geen hit werd. Zijn laatste hit, bij leven, dateerde van 1983. Een duet met Vicki Austin kwam posthuum uit. In 1991 bungelt 'Are We So Far Apart' even onderaan de R&B-parade in Amerika.

Dyson's testament is nog steeds in trek. Met name 'When You Get Right Down To It' heeft in Engeland een cultstatus gekregen. Het is die wonderschone melodie, de hoge stem van Ronnie Dyson en de juiste dramatiek zonder dat het vals sentiment wordt, die het nummer zo bijzonder maakt. Je komt superlatieven te kort. Denk aan je pasgeboren kind en wat je daar allemaal over wilt zeggen om het te beschrijven en je kunt het toepassen op dit schitterende nummer van Ronnie Dyson. Een zeldzame klasse! >br />

Geen opmerkingen:

Een reactie posten