vrijdag 27 januari 2012

de goden verzoeken

Nadat ik jaren geleden eens een geletterde zomer had gehad en een jaar eerder de zenderschaal van de radio millimeter voor millimeter had afgestroopt, kan de zomer van 2011 de boeken in als de cinematische zomer. Soms wel meerdere keren per week stond hier De Video Draait. Ik weet niet waar het mis is gegaan, ik denk dat het er mee te maken heeft dat ik nu internet op de computer heb, maar natuurlijk schoot ik met een behoorlijke snelheid door de beschikbare 'filmhuis'-dvd's bij de videotheek. Desondanks kocht ik twee weken geleden nog een hele stapel en morgen ga ik daarvan eentje uitzoeken. Hebben we toch nog een maandelijkse De Video Draait gehad, wie weet wat voor vormen de isolatie in Nijeveen gaat opleveren. Vandaag moest dan weer een single zijn, maar in het kader van de variatie, niet eentje uit de Blauwe Bak. Half geslaagd, want hij zit er wél in! Maar of dat terecht is?

Ik heb gisteren de Blauwe Bak opnieuw ingericht, ofwel het zijn nu drie bakken die propvol zitten. Omdat veel van de northern soul 'collector's items' zijn, komen andere soortgelijke gezochte singles ook snel in deze bak terecht. The Shame bijvoorbeeld ('het schandalige debuut van Greg Lake', april 2010), 'Morning Dew' van Episode Six en ook The Gods. Noemen we alleen maar even drie groepen die toendertijd niet veel voorstelden, maar die allen een enorme bijdrage aan de (heavy) rockmuziek hebben geleverd. The Shame bracht ons Greg Lake, hoewel deze nog een tussenstop had voordat die bij King Crimson en Emerson Lake & Palmer arriveerde. Deep Purple-man en initiator van 'Love Is All', Roger Glover, brak op kleine schaal door met The Episode Six. Twee leden uit de laatste bezetting van The Gods zouden het fundament vormen voor een andere invloedrijke Britse band.

Laat Jonathan King maar schuiven. Die weet altijd wel wat te bedenken. Zijn verklaring waarom 'From Genesis To Revelation' van Genesis geen verkoopsucces was geworden, was volgens hem omdat platendealers de plaat rubriceerden onder de 'geestelijke muziek'. Bij 'Genesis', het debuut van The Gods uit 1968 en 'To Samuel A Son' hoefde geen excuus te worden gezocht. The Gods deed het in Engeland helemaal niet zo best. In Europa ietsje beter, maar ook dat sloeg nog geen deuk in een pakje boter.

The Gods wordt in 1965 geformeerd uit een groepje vrienden uit Hadfield, met allen een voorliefde voor de blues. Onder hen bevindt zich de veelbelovende gitarist Mick Taylor. Bob Dylan had het reeds in 1963 voorzien, de tijden gingen veranderen. Onder leiding van The Beatles was dit ook zeer van toepassing op de Britse popmuziek. Bij het aanbreken van het sleuteljaar 1967 is het opeens helemaal niet meer zo hip om blues te spelen. Bands als The Cream en The Rolling Stones zoeken nieuwe wegen en ook The Gods ontkomt er niet aan. Het legt ze in eerste instantie geen windeieren, de groep krijgt een residentie in de Londense Marquee, een eer die eerder te beurt viel aan The Rolling Stones. Mick Taylor is dan al vertrokken naar John Mayall's Blues Breakers, in 1969 zou hij Brian Jones opvolgen in The Rolling Stones. Begin jaren negentig zou ik Taylor nog zien in Het Bolwerk in Sneek met een optreden wat niet onderdoet voor de 'up-and-coming' in de lokale bluesscene...

In Engeland trekt 'Hey Bulldog' de meeste aandacht, in Nederland bereikt in november 1968 'Baby's Rich' kortstondig de Tipparade. De single zit in de Blauwe Bak vanwege de eerste paar noten. Een paar slagen op de trommels creëren een 'breakbeat' die heel vaak gekopieerd en 'gesampled' zal worden in de latere hiphop. Daarna begint een nogal bubblegum-achtig popliedje met opvallend stevig gitaarwerk. Greg Lake beroert in deze dagen de basgitaar totdat hij in vroeg 1969 de overstap maakt naar King Crimson. John Glascock speelt in Chicken Shack, Carmen en Jethro Tull, zijn broer Brian met The Motels en later de Bee Gees. De enige die moet leven met het feit dat-ie na The Gods geen streep verder is gekomen, is zanger-gitarist-componist Joe Konas. Het meest in het oog springend is echter de combinatie Lee Kerslake en Ken Hensley. Zij formeren in 1970 Uriah Heep.

De resterende goden, zonder de genoemde Konas, nemen met de uitgerangeerde Cliff Bennett nog twee niet-succesvolle albums op als Toe Fat. Niemand haalt een zakdoek tevoorschijn als The Gods eind 1969 uiteenvalt. Na de doorbraak van Uriah Heep wordt er echter veelvuldig op teruggekeken, maar kan de kritische luisteraar niet anders oordelen dan dat we dit toen niet hadden kunnen voorzien. Daarvoor is The Gods gewoon te kleurloos, ook al besloeg hun muziek een spectrum van blues, bubblegum en vroege progressieve rock met grommend Hammond-orgel en gierende gitaren. Samen met Friend & Lover, nog zo'n merkwaardige single, is dit de enige die voor slechts vijf seconden in de Blauwe Bak zit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten