woensdag 24 juni 2020

Singles round-up: juni 3


Ik stel de Week Spot nog even een tijdje uit, hoewel ik al wel een idee heb welke plaat het gaat worden. Vandaag zijn ook de Discogs-bestellingen gearriveerd en dus kan ik een streep zetten onder de opbrengst van deze maand. Er is maar één plaatje dat gisteren de tweede 'Singles round-up' had moeten aftrappen en voor de rest zitten de artiesten en groepen allemaal later in het alfabet dan Theola Kilgore. Even heeft het erop geleken dat ik weer een aflevering zou afsluiten met ruige rhythm & blues uit 1963, maar dat loopt nu even anders. Ik denk dat ik vanavond wederom twee delen ga doen. In plaats van achterop ga ik dan voor op schema lopen. Het besluit tot de Week Spot neem ik uiterlijk vrijdag want ik zal toch een Week Spot moeten presenteren in 'Do The 45'. Het verhaal kan dan later nog wel eens. Nu de volgende zes van deze maand.

* Naomi Davis- Promised Land (US, Daptone, 2002)
Ik heb al eens eerder besteld bij Demonfuzz uit Rotterdam en heb toen een Discogs-sticker gekregen bij de bestelling. Deze zit met sellotape op een singles-koffer geplakt. Nu krijg ik een sticker met het logo van de winkel bij de bestelling en die zal op eenzelfde manier een plek krijgen op een koffer. Mijn Discogs-mandje van Demonfuzz bestaat al sinds februari of maart en ik schrap een aantal keren platen. Sinds die tijd ben ik de plaatjes van Sharon Jones & The Dap-Kings gaan herwaarderen en ze staan inmiddels ook weer in de koffers. Oorspronkelijk heb ik ook een single van Sharon Jones in het mandje, maar streep die op het laatst weg. Naomi Davis mag blijven. De singles zijn destijds nieuw gekocht maar nooit gedraaid. De prijzen variëren toch wel want enkele van de singles zijn inmiddels gezochte items. Dat gaat blijkbaar niet op voor dit feestelijke funky ding van Naomi Davis. Met een titel als 'Promised Land' wellicht nog een beetje in de hoek van de gospel te schuiven, maar ik geef het gewoon een plek in de koffers. De gospel-koffer barst al bijna uit zijn voegen.

* Ben E. King- Till I Can't Take It Anymore (UK, Atlantic, 1968)
De platen van Ben E. King nemen steeds meer plek in binnen de verzameling en het aantal Engelse persingen heeft daar de overhand. Ik moet bekennen dat ik nu voor elke Engelse persing van Ben E.  ga en daar is niets mis mee want de man stelt me nimmer teleur. Ook al is deze single niet echt essentieel in mijn beleving. Of vergis ik me? Het is nu de tweede keer dat ik de a-kant beluister sinds gisteren en, ja, misschien moet deze een beetje 'groeien' bij mij. Ik sta gisteren zelfs even op het punt om 'It Ain't Fair' als favoriet te kiezen, maar blijf nu toch echt bij de a-kant. Nu Mark van de liefhebberij af weet, verwacht ik nog meer Engelse Ben E. King-singles.

* Little Sonny- You Got A Good Thing (US, Enterprise, 1971)
Weer een single uit de 'oddballs'-selectie. Ditmaal een blueszanger met twee soulvolle bluesnummers op een sub-label van Stax. 'Good Thing' heeft een Swamp Dogg-achtige groove en dus past dit helemaal in mijn verzameling. De b-kant, 'A Woman Named Trouble' ademt iets meer blues dankzij de mondharmonica maar werkt niet zo aanstekelijk voor mij als 'Good Thing'. Opnieuw weer een niet erg essentiële single maar voor een zachte prijs als deze een aardige aanwinst.

* Mee & Ewe- Together We're One (US, Pompeii, 1969)
Een kwart eeuw geleden is wel sprake van een 'verslaving' waarover ik het vast nog eens ga hebben in 'Het zilveren goud'. Anno 2020 heb ik niets meer met fruitautomaten en krasloten en 'gok' ik enkel als de singles goedkoop zijn. The Johnson Family en Mee & Ewe hebben beide geen Youtube-links in de advertentie staan en ik besluit ze beide blind te kopen zonder informatie op te zoeken op 45cat. Omdat het merendeel van de handel jaren zeventig en tachtig is, denk ik eerst aan een disco-plaat. Nou... niet dus! Waarom is dit een 'oddball'? Alleen als je weet wat Mark normaal gesproken in de handel heeft. Bij een meer sixties-georiënteerde handelaar met een 'anything goes'-Northern-publiek zou dit plaatje in de etalage komen te staan. Het is namelijk erg prettige jaren zestig-pop met net genoeg 'stamp' om mee te kunnen in een minder kritische Northern-set. Een beetje in de richting van Lonnie B. & Viki G. Té poppy voor menig soul-fan, maar ook weer te leuk om ergens schade mee te berokkenen. Het komt bij mij gewoon in de koffers.

* Bill Moss & The Celestials- Gone At Last (US, Jewel, 1975)
Van Bill Moss heb ik al een Westbound-single in de gospel-koffer staan en ben sindsdien ook wel geïnteresseerd in ander werk van de man. Hier doet hij een nummer van Paul Simon met zijn Celestials. Helaas is de geluidskwaliteit van de single minimaal maar voor de rest een fijne aanvulling. Op de keerzijde staat zijn eigen 'As I Look Back' en daar is de boel wel stereo. Dat is instrumentaal meteen al een stuk meer gospel door toevoeging van orgel, maar het wordt uiteindelijk een soort van blues waarin Moss terug kijkt op zijn leven en uiteraard maakt de Here daar deel van uit. Ik kies uiteindelijk toch voor 'Gone At Last'. Dit is de tweede single van Demonfuzz.

* George Perkins- No Need For A Black Man To Cry (US, Cryin' In The Streets, 1980)
Ik weet niet of het 'King Rosco Sweet Soul' of 'Sweet Soul King Rosco' moet zijn, maar hij heeft het label van 'Black Man' aardig 'gedecoreerd'. Perkins start in 1980 een platenlabel dat hij noemt naar zijn grootste hit. Ik kan meteen al bij het intro voorstellen dat de plaat groot is geweest in de Suri-soul en dat het hierdoor ook een volgekalkt label heeft gekregen. 'I Wants To Be Free' op de keerzijde is eenzelfde laken het pak. Een prachtige Southern Soul-'double-sider' met als extraatje een fraai uitgebalanceerd stereo-geluid als tegenstelling op de voorbeelden uit de vroege jaren zeventig. Ik ga uiteindelijk het meeste voor de a-kant.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten