dinsdag 12 november 2013

Week Spot: Gene Chandler



Een beetje een gekke dinsdagavond. Ik zou om acht uur op Facebook de thema-sessie openen, toen ik plots een boodschapje binnen kreeg van een radio-collega. Of ik meteen de lucht in kon voor twee uren. Tja, de show in kwestie is 'classic rock' en daar heb ik nog wel iets mee. Met rockabilly of reggae was het een stuk lastiger geweest. En zo ben ik zonder voorbereiding binnen tien minuten de lucht in gegaan en ben daar gebleven voor 2,5 uur. Het extra half uur was met onderbrekingen, onze radiobaas had de studio mee gehad naar Specialized en de boel werkte niet in een keer zoals het moest. Ik heb lol gemaakt met de geheugenkaart van de vroegere Nokia, dus menig Telefoontoppertje aangevuld met wat vinyl. Vandaag ga ik de Week Spot aan jullie voorstellen, morgen of donderdag doe ik een dubbele Raddraaier, zodat ik weer op schema zit. De Raddraaier is deze week afkomstig van 'The Duke Of Earl' Gene Chandler en heet 'Nothing Can Stop Me' (1965).

Indirecte investeringen in de radio-uitzendingen. Ten eerste is dat een nieuwe set naalden. De ene kan eigenlijk niet meer, de andere nog wel, maar heb toch voor de zekerheid maar een setje ingeslagen. Ten tweede een 'atomizer' en wat verse vullingen voor de electronische sigaret. Nee, ik heb momenteel nog geen vaste plannen om te stoppen met roken, maar... door de vele uitzendingen en het koudere weer is erbij ingeslopen dat ik tijdens de radioshow menig sigaretje op rook in de kamer. En dat zouden we niet meer doen... Vanaf dit weekend ga ik de nicotinebehoefte uit de electronische sigaret halen en buiten de shows om weer naar het hok voor echte tabak. En dus kan november wel eens een vinyl-loze maand worden, maar dat is niet erg... Het ging de laatste paar weken wel heel erg snel en ik moet ook aan die plaatjes wennen. Bovendien zitten er talrijke potentiële Week Spot's bij, ook al verplicht ik mezelf over iedere Week Spot te schrijven. Bij Gene Chandler gaat dat wel lukken, bij The Tiaras wordt dat flink lastig!

Eugene Dixon heet de man en wordt op 6 juli 1937 geboren in Chicago. In de vroege jaren vijftig is Dixon reeds actief als zanger bij het groepje The Gaytones, maar promoveert in 1957 tot The Dukays. In die groep is Chandler al snel de leadzanger. Na de militaire dienst in 1960 keert Chandler terug naar Chicago en gaat platen opnemen met The Dukays. 'The Girl Is A Devil' komt als eerste uit op Nat Records en kort daarop neemt The Dukays nog enkele liedjes op. 'Nite Owl' is voor Nat de favoriete single-kandidaat, maar de producers Carl Davis en Bill 'Bunky' Sheppard zijn overtuigd van 'Duke Of Earl' uit dezelfde sessie en zoeken Vee-Jay Records op. Die ziet er ook wel brood in, maar niet op conto van een groep, maar door de leadzanger zélf. En zo verschijnt die Dukays-opname als Gene Chandler en de rest is wel geschiedenis. Het zal Chandler's grootste hit zijn en blijven. Binnen het tijdsbestek van een maand zijn er al meer dan een miljoen exemplaren verkocht. De eerste samenwerking met Curtis Mayfield is in 1962 een feit met het nummer 'Rainbow'. In de herfst van 1963 verlaat 'The Duke Of Earl' Vee-Jay en gaat opnemen voor het nieuwe Constellation Records. Vooral 'Just Be True' en onze Week Spot zijn de commerciële uitschieters. Binnen Chicago is Chandler een topartiest, maar op de Billboard Hot 100 is hij meest een middenmoter. Alleen de genoemde nummers behalen de top 20. 'Nothing Can Stop Me' bereikt een achttiende plek op de Hot 100 en nummer 3 in de rhythm & blues-lijst.

'Nothing Can Stop Me' heeft in Engeland in 1968 een opleving en bereikt daar een 41e plek. Het is best aardig dat ik twee oudere muziekkenners vertelde over mijn aankoop en dat die beide een soortgelijk antwoord gaven. De ene, een soul-man, meent dat het de op-een-na-grootste favoriet is en de ander vertelt over de cassetteband die hij stuk heeft gedraaid vanwege dit nummer. 'Nothing Can Stop Me', uit de pen van Curtis Mayfield, is zo'n plaat die bijna een halve eeuw later nog fier overeind staat. Je krijgt nog steeds dansvloeren in beweging met deze plaat. Het duurt voor Chandler evenwel tot 1970 eer hij weer eens naar de bank kan voor een leuk zakcentje. In die tussen tijd maakt hij de ene kraker na de andere, ook in samenwerking met Barbara Acklin. Als producer is hij te horen op 'Backfield In Motion' door Mel & Tim. In 1970 scoort hij zijn tweede grote hit met 'Groovy Situation'. Kort daarop neemt hij een album op met Jerry Butler en blijft voor het grootste deel van de jaren zeventig actief. In Nederland valt hij niet eerder op dan in 1978 met 'Get Down'. De opvolger van 'Groovy Situation' heet 'Simply Call It Love' en die laatste plaat lijkt met karrevrachten naar Nederland te zijn verscheept. Ik heb hem ooit wel vijftien maal in de bakken gehad. Hoewel Chandler in de late jaren zeventig nog steeds nieuwe platen maakt met Carl Davis als producer, stuurt Wolfman Jack hem op een tournee met andere 'vintage' artiesten en dit alles veroorzaakt een interesse in het oudere werk van de man.

Zijn laatste Amerikaanse Billboard-hit is 'When You're #1', dat ironisch genoeg niet verder komt dan nummer 99. 'Lucy' is in 1986 zijn laatste notering op de rhythm & blues-lijst. Toch is Chandler nog lang niet toe aan pensioen en treedt nog geregeld op in de omgeving van Chicago. Een enkele keer zit daar een Europese tournee bij in. Eén van de grootste zangers en producers uit Chicago, maar omdat die stad zoveel historie kent, ben je net als Chandler dan al snel een treetje lager. Wij gaan dat deze week in ere herstellen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten