woensdag 13 januari 2016

Van hit naar her: Ruth B



Goede muziek is niet meer gemaakt sinds de jaren zeventig en het gaat tegenwoordig alleen maar om het smoeltje. Ik ben 'Van hit naar her' begonnen om een einde te maken aan dat vooroordeel, om aan te tonen dat zelfs in de wereld van de miljoenen-deals met platenmaatschappijen nog steeds erg goede muziek wordt voortgebracht. Als het inderdaad waar is dat uiterlijk scoort boven muzikale capaciteiten dan wacht Ruth B een succesvolle carrière, want eerlijk is eerlijk: Het is een bloedmooie meid! Ze zou wellicht zó op nummer 1 komen met een gewaagde videoclip en een dertien-in-een-dozijn deuntje uit de hedendaagse hitfabriek. Haar stem en muzikale kwaliteiten zouden ondergeschikt zijn. Maar... dan had Ruth geen plek gekregn op Soul-xotica en dus moet er iets aan de hand zijn? Ja, dat laatste klopt, want Ruth B staat klaar de wereld te veroveren met één van de meest hartverwarmende luisterliedjes dat ik het afgelopen jaar heb gehoord. Weken voor de verschijning in de hitparade stel ik jullie vandaag voor aan Ruth B en haar debuut-single 'Lost Boy'.

Cassettebandjes opsturen naar platenmaatschappijen en hopen dat iemand je uitnodigt voor een auditie, is ontzettend 1979. In het begin van de nieuwe eeuw heeft iedere zichzelf respecterende muzikant een MySpace-pagina, maar net als met Hyves ga je daar tegenwoordig kijken naar expliciete naaktfoto's . MySpace is anno 2005 nog steeds de plek waar muzikanten de dienst uitmaken, middels een media-speler kun je luisteren naar de laatste liedjes. De Youtube-generatie volgt snel. Voor de webcam een liedje meezingen en vervolgens een contract krijgen bij een grote platenmaatschappij. Facebook en Twitter zijn de giganten op het gebied van sociale media en, het is waar, een band of artiest zonder Facebook of Twitter komt niet van zijn of haar zolderkamer af. Toch zijn er meer manieren om jezelf als muzikant te profileren. Denk aan Instagram en Tumblr. Wat dat betreft is Vine een vrije nieuwe naam voor mij, maar herken het fenomeen wel. Vine stelt de gebruiker in staat 'video-loops' van zes seconden te plaatsen. Zes seconden is kort en heeft net zo'n moeilijkheidsgraad als de tekens op Twitter, maar toch kun je nieuwsgierigheid wekken met zo'n 'loop'. Ruth B (zonder puntje achter de B) begint een jaar geleden hiermee.

De biografische gegevens van Ruth B zijn beperkt. We weten dat ze in werkelijkheid Ruth Berhe heet en dat ze in 1995 in Edmonton in Canada is geboren. Op 9 mei 2013 plaatst ze haar eerste Vine, maar start pas een jaar later met het zingen middels Vine. In eerste instantie zijn dat covers, maar in november 2014 maakt ze een Vine met daarin een regel geïnspireerd door de tv-serie 'Once Upon A Time'. Binnen een week krijgt de regel 84.000 'likes' en wordt ze door menigeen geadviseerd om dit uit te werken tot een liedje. Zo ontstaat 'Lost Boy' dat op 18 januari 2015 op Youtube komt te staan en per 12 februari van dat jaar via iTunes beschikbaar komt. Het resulteert in een hoop covers op Youtube en Vine en de platenmaatschappijen staan opeens in de rij. Berhe tekent in juli een contract bij Columbia. Op 27 november is de EP 'The Intro' verschenen en, niet verrassend, is 'Lost Boy' de 'single' hiervan. Haar debuutalbum gaat naar alle verwachting dit jaar verschijnen.

'Lost Boy' is een heerlijk dromerig liedje. Het is vooral de eenvoud en de mooie stem van Ruth die maken dat ik een beetje verslingerd ben geraakt aan het nummer. Ik hoop echter niet dat het maandenlang in de top tien gaat staan, want dan kun je het op het laatst ook wel weer schieten, maar voorlopig luister ik nog steeds met veel plezier naar 'Lost Boy'. Haar invloeden zijn erg divers. We zien The Beatles, Carole King, Adele, Lauryn Hill, Taylor Swift en Ed Sheeran voorbij komen in het lijstje. Volgens Ruth hebben ze allemaal één overeenkomst, het zijn verhalenvertellers. Ruth behoort ook toe tot de moderne verhalenvertellers. 'Lost Boy' is een prachtig verhaal voor het slapen gaan en ik ben alleen maar benieuwd naar welke andere mooie verhalen ze gaat vertellen in de toekomst.

dinsdag 12 januari 2016

Week Spot: Jackie Verdell



Wikipedia is niet de enige pagina op het wereldwijde rag dat met een korrel zout moet worden genomen. Hetzelfde geldt voor onder andere Discogs. Zelf raadpleeg ik de laatste vaak in combinatie met 45cat, maar soms ga ik gewoon uit van het gelijk van Discogs en ga dan genadeloos de mist in. Als ik kijk naar de Blauwe Bak Top 100, daar vertel ik dat de oudste plaat waarschijnlijk van 1963 is. Achter 'Lord Don't Leave Me' van Famous Davis Sisters heb ik 1964 staan en ik weet nu alleen niet meer of dat van Discogs komt of van een Youtube-video. Ik vermoed nu dat het de laatste is en dat de elpee in de video uit 1964 komt, maar als single is 'Lord Don't Leave Me' uitgegeven in mei 1956. Eigenlijk is dat ook niet helemaal een verrassing, maar vooruit... ik heb net de feiten gecontroleerd en dit is de uitkomst. Ik leer 'Lord Don't Leave Me' overigens pas in mei van het vorige jaar kennen middels een uitzending van mijn 'Tuesday Night Music Club'. Als voorloper op 'Sample vs. Original' doe ik een show met veel originelen van samples uit de jaren negentig en nieuwe eeuw. Daarbij zit ook Moby's 'In This World' en ik raak een jaar daarvoor plotseling erg geïnteresseerd in welke plaat daarvoor is gebruikt. Omdat ik dan niet weet dat hier websites voor bestaan, blijft het een mysterie. Sinds mei weet ik dus dat het 'Lord Don't Leave Me' is van Famous Davis Sisters. De zang is echter van Jackie Verdell en zij heeft deze week de Week Spot met 'Are You Ready For This' (1967).

Verdell wordt geboren op 5 november 1937 in Philadelphia en zoals menig soul-zangeres begint ook zij haar muzikale loopbaan in de kerk. Ze gaat met haar ouders naar de 'Church Of God In Christ', maar bouwt een naam als soliste als ze naar 'Faith Temple' in New York gaat. Een kerk met maar liefst duizend zitplaatsen dat in 1965 zal dienen als locatie van de uitvaart van Malcolm X. Ruth Davis van de Famous Davis Sisters hoort haar zingen in 'Faith Temple' en haalt haar bij de groep. Famous Davis Sisters bestaat uit de zussen Ruth, Alfreda, Audrey en Thelma Davis, plus Imogene Greene en Jackie Verdell. Famous Davis Sisters is één van de eerste acts op het Savoy-label, een platenmaatschappij uit Newark, New Jersey, dat uitsluitend gospel op de markt brengt. Op 13 april 1956 neemt Verdell de single 'Plant My Feet On Higher Ground' op met op de flip 'Lord Don't Leave Me'. Pianist en organist is Curtis Dublin. Verdell schittert op de plaat met haar krachtige mezzosopraan en elders luistert een jonge gospelzangeres vol bewondering naar de verrichtingen van Verdell. Later zullen de dames elkaar nog enkele malen ontmoeten. De andere zangeres is Aretha Franklin.

,,Girl, you peed tonight", is een zeer ongebruikelijk compliment dat Franklin eens van Verdell krijgt na een optreden. Hoewel ik liever poep- en plasverhalen van Soul-xotica hou, heeft het hier wel meerwaarde in het verhaal. Verdell zingt namelijk zó hard bij optredens met Famous Davis Sisters dat ze door de inspanning haar blaas niet meer onder controle heeft, waardoor ze bij optredens gemiddeld twee tot drie urine-vlekken in haar pij heeft. Aretha geeft toe dat het bij haar ook wel eens zo is gesteld en dat ze dan besluit dat niemand zó hard hoeft te zingen. In 1960 is de stem van Verdell aardig gezakt en kan ze niet meer in de hogere registers zingen. Hoewel ze tot 1966 losvast-lid blijft van Famous Davis Sisters, richt ze zich in 1960 op een solo-carrière buiten de gospel. Ze maakt een paar singles voor het Peacock-label uit Houston. De platen vallen niet tot nauwelijks op, hoewel haar zelf geschreven 'Why Not Give Me A Chance' een paar jaar later wordt gecoverd door O.V. Wright en Ruby Wilson. In 1967 tekent ze een contract bij de Amerikaanse arm van Decca en verschijnt als eerste onze Week Spot: 'Are You Ready For This'. Een 'hit' welke over het hoofd is gezien in de Northern Soul-beweging. Toch doet deze single in 1967 niets, evenals 'Does She Ever Remind Me Of You?' en 'Call On Me'. De laatste verschijnt op Coral. In de begin jaren zeventig is Jackie een veelgevraagde studiozangeres. Zo is ze onder andere te horen op 'Moondance' van Van Morrison, al dan niet in het gezelschap van Judy Clay en Cissy Houston. Ze werkt naast Morrison ook mee aan platen van Dee Dee Warwick, Wilson Pickett, Horace Silver en Martha Veléz. Rond 1974 maakt ze haar volgende eigen single en dit is wederom een gospelplaat. In 1983 produceert Joe Simon haar enige elpee, 'Lay My Burden Down' en hierbij assisteren Dee Dee Warwick en Cissy Houston in het achtergrondkoor.

Het doet Verdell pijn om te zien hoe Aretha Franklin beroemd wordt en veel geld verdiend, terwijl ze zelf nauwelijks kan rond komen. Haar gezondheid doet haar in 1988 verdwijnen van het podium. Haar vechtlust om op zijn minst waardering te krijgen voor haar baanbrekende werk in de jaren vijftig en zestig zal niets meer opleveren. Op 3 augustus 1991 sterft ze, vergeten door pers en publiek, op 53-jarige leeftijd. Het is de eer aan Richard Melville Hall om haar in 2002 terug in de hitparade te brengen. We kennen Melvin Hall beter als Moby en hij gebruikt samples uit 'Lord Don't Leave Me' van Famous Davis Sisters voor zijn hit 'In This World'. Als Verdell dit nu eens had mogen meemaken, hoe anders was dit verhaal dan geëindigd?

een leven met Bowie



Zo'n vakantie schopt mijn schema nog wel eens in de war. Ik ben een nachtuil en kan zeer actief worden na middernacht. Plots ontdek ik dat de energie weg valt en zie dan tot mijn grote schrik dat het licht begint te worden. Dat is zondagavond eveneens het geval. Ik moet nog drie jaren zeventig-bakken door spitten voordat die klus is geklaard en ik ben er helemaal klaar voor. Rond half zeven begin ik te geeuwen en besluit de avond en actieve nacht met een paar single-kantjes. Het is dus rond een uur of zeven 's ochtends als ik in bed stap. Ik word zes uren later wakker met het nieuws op Q Music. Dan volgt het bericht waarin niet wordt gezegd dat Bowie is overleden, maar wel over rouwende fans rond de wereld. Ik ben op slag wakker en haast me naar beneden om het trieste feit te controleren. Ook leg in contact met Lee. Ik zou die avond tussen zeven en negen de 'foute' show moeten waarnemen en vraag of ik een eerbetoon aan Bowie mag maken. Geen probleem. Ik kan aan de slag met de twee uur-durende show. 'Een weldoordacht en plechtig eerbetoon' en 'Bowie zou gelukkig zijn geweest met een eerbetoon met minder voor de hand liggende momenten uit zijn leven', zijn slechts twee van de vele lovende reacties die ik heb gehad op de show. Vandaag neem ik hier afscheid van David Bowie. Ik zou mans' biografie kunnen overschrijven, maar liever kijk ik naar in welke mate Bowie een rol heeft gespeeld in mijn leven.

Bowie zit meer dan een halve eeuw in de business, maar het is een artiest die weigert 'oud' te worden. Hij heeft al een loopbaan achter de kiezen als hij 'Ziggy Stardust' tot leven brengt. Vijf jaar later, het hoogtepunt van de punk, moeten vele collega's van zijn leeftijd het ontgelden, maar Bowie is favoriet met het minimalistische geluid dat hij voortbrengt met Brian Eno. Veel van de 'sterren' van 1978 worden in 1983 opgewacht door jeugd, maar daar is Bowie andermaal met het flitsende 'Let's Dance' en in de jaren negentig waagt hij zich zelfs aan elektronische muziek, iets waar menig hippie-muzikant niet aan durft te denken. Bowie is een muzikale kameleon en blijft, ondanks de 69 lentes, voor altijd een achttienjarige. Bowie is een fenomeen waar niemand omheen kan. Hoezeer je de man tegenwoordig ook kan verafschuwen, er is een moment geweest waarop zijn muziek een rol heeft gespeeld in je leven. Ik pik vandaag de Bowie-momenten uit mijn veertigjarig bestaan.

Als ik word geboren, april 1975, ligt 'Young Americans' net een paar weken in de platenzaak. Toch 'ontgaat' Bowie mij de eerste acht jaar van mijn leven. Ja, wellicht dat ik 'Under Pressure' van Queen met Bowie kan herinneren, maar de kennismaking is toch wel met 'Let's Dance'. Mijn zus vertelt me dat Bowie een glazen oog heeft en wijst het aan als de videoclip van 'Let's Dance' wordt uitgezonden in Toppop. Vanaf dat moment is Bowie een begrip. In huize Louwsma heeft Bowie voor die tijd praktisch geen rol gespeeld. 'Let's Dance' is de soort van plaat waar ik me bij kan voorstellen dat mijn oudste broer hem heeft gekocht, maar sinds die in militaire dienst is, is het ook stil geworden vanaf zolder. Vanaf 'Let's Dance' 'volg' ik Bowie. Ofwel... als ik zijn naam hoor, denk ik meteen aan het glazen oog. Zo passeren 'China Girl' en 'This Is Not America' de revue en van beide kan ik de videoclip levendig herinneren. Dan heeft Bowie in 1988 andermaal de eerste plek te pakken in duet met Tina Turner. Nu ken ik hele naties die Ike Turner verafschuwen, mijn moeder heeft een gruwelijke hekel aan Tina Turner. Ook niet zo gek, want Tina is slechts een jaar jonger. En, hoezeer ik ook van mijn moeder hou, die zou ik niet met de borsten bloot in een tijgerjurkje willen zien.

Dan breekt de tijd aan dat ik zelf platen ga kopen. Ik ken inmiddels ook 'Space Oddity' uit de Top 100 Aller Tijden en 'begrijp' dat nummer niet in verhouding tot 'Let's Dance'. Ik zal later leren dat dit met meerdere nummers van Bowie is. 'Fame' leer ik kennen in de remix uit 1990 en in oktober 1991 koop ik mijn eerste Bowie-single: 'Let's Spend The Night Together'. Daarna volgen nog een paar en bij het ouder worden vergaar ik wel steeds meer informatie over Bowie, zonder dat daar iets bij zit dat maakt dat ik spontaan al zijn platen in huis wil hebben. Vanaf december 1994 koop ik ook hagelnieuwe cd-singles en koop op die manier 'Hallo Spaceboy' in de uitverkoop. De echte kennismaking met Bowie komt voor mij pas als ik in Mossley ga wonen.

Tijdens dat verblijf in Engeland komt Bowie op de proppen met 'Hours', een album dat maar matig wordt ontvangen. Ik kan me nog de recensie herinneren van 'Thursday's Child', de single van 'Hours', dat veel weg heeft van 'Space Oddity'. 'What's next? 'The Laughing Gnome'?', schrijft azijnpisser en recensent Ian Hyland in the Daily Mirror. Ik vind het wel geinig, hoewel ik 'Thursday's Child' ook best een leuke single vind. Engeland leert me elpees op waarde te schatten en bij thuiskomst na het Engelse avontuur komt 'Heroes' al snel op mijn pad, terwijl ik in Mossley de uitgebreide heruitgave van 'Space Oddity' van een vriend heb gekregen. In 2003 komen daar enkele klassiekers bij: 'Hunky Dory', 'Ziggy Stardust', 'Diamond Dogs' en de soundtrack van 'Christiane F'. Het is met name de laatste die ik helemaal stuk draai. Met de elpees van Bowie heb ik hetzelfde als met zoveel andere elpees: Ik vind twintig minuten op een kant vaak al genoeg, waardoor ik nooit een elpee in één sessie uit zit of domweg de tweede kant nooit draai. Bij optredens in De Buze draai ik de Duitse 'Heroes', 'Helden', stuk en blijf intussen alle Bowie-singles kopen die ik kan vinden.

Sinds een paar maanden heb ik op zowel zaterdag- als zondagavond een buurman gekregen op Wolfman Radio. Dat betekent dat ik strikt om één uur moet stoppen om het stokje over te dragen, waar ik eerder nog wel eens een uurtje extra deed. Mijn Amerikaanse collega op de zaterdagavond heeft vorige week aangekondigd dat hij even afwezig blijft, maar het is in zijn show waar ik in november voor het eerst 'Blackstar' hoor. Het album mag dan pas afgelopen vrijdag zijn verschenen, de nummers zijn al maanden beschikbaar via diverse bronnen op het internet. 'Blackstar' valt op, want het is maar liefst 10 minuten. Waar ik soms bij voorbaat al begin met geeuwen, daar weet Bowie deze eerste keer volledig mijn aandacht te behouden. Qua compositie is het als met Godspeed! You Black Emperor en andere postrock-groepen, je voelt voortdurend dat er iets gaat veranderen, maar je weet niet wat er gaat gebeuren en wanneer. Dat soort 'spannende' muziek kan me erg boeien. Naarmate de tijd verstrijkt, hoor ik 'Blackstar' nog een paar maal en draai het een maand geleden voor de eerste keer in 'Tuesday Night Music Club'. Dit album moet ik een kans geven... Zaterdagavond draait Lee nog een paar nummers van het album en, ja, bij een volgend bezoek aan mijn mp3-leverancier ga ik 'Blackstar' kopen. Een half uur nadat ik het trieste nieuws heb vernomen, koop ik het album alsnog.

Toch is er niets veranderd in mijn benadering van Bowie. Na het derde stuk, 'Lazarus', begin ik te 'skippen' en het lukt me wederom niet om de hele sessie uit te zitten. Ik zal Bowie daarom ook herinneren als de man van een aantal nummers welke me veel hebben gedaan en zonder een specifieke voorkeur voor een album.

maandag 11 januari 2016

Dodenrit: Otis Clay



Ik zou de bus bijna iedere dag wel kunnen starten, maar heb besloten het voertuig hooguit eens per week uit de remise te halen om één persoon per keer op te halen. Helaas denkt de natuur daar anders over en dwingt me bijna tot dagelijks uitrijden. Dat ga ik niet doen. Zoals ik al heb gesteld in de introductie van de 'Singles round-up' is Robert Stigwood de aangewezen persoon voor een standbeeld, een man die veel heeft betekend 'achter de schermen'. David Bowie heeft een charisma dat ineens een touringcar zou vullen, dus die mag schitteren in een eigen bericht. In de bus is altijd plek voor 'underdogs' en in die categorie valt ook onze gast van vandaag. Niet de uitstraling van een Bowie of Lemmy, maar een man die met zijn overlijden de soul- en blues-wereld diep heeft geschokt. Ik verneem het zaterdagmiddag voor het eerst middels berichten in een Chicago Soul-groep op Facebook. Afgelopen vrijdag is Otis Clay overleden door een hartaanval. Hij is 73 jaar geworden.

Otis heeft een lange staat van dienst. Dave Rimmer's 'Soulful Kinda Music' gaat zover terug in de tijd als 1954. Clay wordt op 11 februari 1942 geboren in Waxham in Mississippi en komt uit een muzikale familie. Otis is elf als de familie verhuist naar Muncie in Indiana. Daar treedt hij toe tot de gospelgroep The Voices Of Hope. Toch keert hij al snel terug naar Missippi om zich te voegen bij The Christian Travelers. In 1957 vindt hij de weg naar Chicago en zal die stad voortaan als zijn thuis bestempelen. Zijn eerste gospelgroep daar is The Golden Jubilaires en in 1959 stapt hij over naar The Blue Jay Singers. In de daaropvolgende jaren zingt hij eveneens bij The Holy Wonders en The Pilgrim Harmonizers. Het zal ergens rond 1963 zijn dat Clay vier nummers mag opnemen met Carl Davis voor Columbia, maar deze zullen nimmer worden uitgebracht. Wel maakt hij in 1964 zijn plaat-debuut met The Gospel Songbirds: 'Let Jesus Lead You' op het Nashboro-label. Eén van zijn collega's in die laatste groep is Maurice Dollison die beter bekend zal worden als Cash McCall. In 1965 is Clay wel even klaar met het verkondigen van Gods' woord en hij tekent een contract bij het One-derful!-label in Chicago. Hoewel de solo-singles vrij zijn van Bijbelteksten en lofprijzingen, zitten ze muzikaal nog wel erg in de hoek van de gospel. In 1967 heeft hij zijn eerste hit met 'That's How It Is'. Nee, de Billboard Hot 100 is te hoog gegrepen voor iemand als Clay, de single piekt op 34 in de R&B-lijst. 'A Lasting Love' strandt op 48. In 1968 heeft hij in eerste instantie zijn grootste succesnummer, althans... deze breekt door in de Billboard Hot 100. Het is Clay's soul-versie van 'She's About A Mover', dat in 1965 een grote hit is geweest voor The Sir Douglas Quintet. Hij is dan pas overgestapt van One-derful! naar Cotillion (kon wel eens met het faillissement van One-derful! en aanverwante labels te maken hebben gehad). De plaat glipt de Hot 100 binnen tot 97, op de R&B doet het 'slechts' nummer 47. Clay heeft de beschikking over een paar klinkende namen voor de opvolgers, maar hij zal tot 1972 de hitparade niet meer bereiken. 'Hard Working Man' (1970) wordt geproduceerd door Syl Johnson en 'Is It Over?' (1971) door Willie Mitchell.

Mitchell haalt in 1971 Syl Johnson over om zijn platen op Hi uit te brengen en doet hetzelfde met Clay. Die scoort in 1972 zijn grootste R&B-hit dankzij een release op Hi Records: 'Tryin' To Live My Life Without You'. Het komt echter twee plekken tekort voor de Billboard en strandt op 70 in de Cash Box Top 100. Ook verschijnt hier zijn eerste langspeler met dezelfde titel als de genoemde hit. 'Tryin' wordt in 1981 een grote hit in de cover-versie van Bob Seger en dat is een teken aan de wand voor de rest van de carrière van Clay. Het is niet de laatste keer dat hij een definitieve eerste versie maakt van een latere hitsingle. In 1974 loopt zijn contract af bij Hi en Clay wisselt regelmatig van maatschappij: Elka, Glades en Kayvette zijn enkele daarvan. Ook zet hij zijn eigen Echo-label op en neemt daarvoor in 1980 een single op die aanvankelijk flopt. In de midden jaren tachtig komt zo'n single in het bezit van een Engelsman die het binnen afzienbare tijd populair maakt. Zó populair dat het wordt opgenomen door ene Yasmin Evans. Als Yazz & The Plastic Population staat ze in 1988 wekenlang bovenaan de hitparades met 'The Only Way Is Up'. En de oerversie is van... Otis Clay!

Hij heeft het niet zelf geschreven, daarvoor gaat de eer naar de heren George Jackson en Johnny Henderson. De single mag in 1980 dan geen hit worden voor Clay, wel neemt hij de titel en het liedje mee voor zijn volgende elpee uit 1982. Clay bewandelt echter zijn eigen weg en gaat even verder de blues in en maakt als dusdanig een paar albums voor het gerenommeerde blues-label Rounder. In de jaren negentig keert hij eerst weer terug naar de soul en in 2007 maakt hij het gospel-album 'Walk A Mile In My Shoes'. Zijn meest recente plaat is 'Truth Is' uit 2013. Toch blijft Clay actief tot de dag van zijn dood. Hij is zeer actief in de wijk in West-Chicago waar hij woont en treedt sporadisch op. In augustus 2012 is hij bijvoorbeeld nog in New York te bewonderen met Stax-legende William Bell. In 2013 wordt hij bijgezet in de Blues Hall Of Fame en doet in 2015 mee op het album 'This Time For Real' van zanger Billy Price.

Een hartaanval wordt hem zo gezegd fataal. In de 'grote' muziekwereld is Clay een 'dwerg', iemand die alleen wordt herinnerd vanwege zijn origineel van 'The Only Way Is Up', maar de soul- en blues-beweging heeft geschokt gereageerd. Met Natalie Cole als medepassagier hoef ik er niet bang voor te zijn dat er onderweg niet wordt gezongen. Laten we vooral hopen dat het bij dit duet blijft, maar na vandaag vrees ik het ergste.

Singles round-up: januari 3



Lang genoeg geluierd? Ik lig inmiddels een stukje achter en dus is het werk aan de winkel. Eerst de 'Singles round-up' en dan moet ik de touringcar weer starten. Nee, David Bowie hoeft niet mee, die verdient eerdaags een eigen bericht. Net zo'n eigen bericht als dat van Lemmy dat ik nog altijd moet schrijven. Robert Stigwood verdient een standbeeld, dus die hoeft evenmin een lift in de bus. Wie de volgende passagier is zullen jullie straks ontdekken. Met de Week Spot van morgen, 'Het zilveren goud' en een mogelijke 'Van hit naar her' zit deze week volgepland. Qua singles-bakken kan ik melden dat ik klaar ben met de jaren zestig en zeventig, de jaren tachtig heeft niet veel haast. Het komt er op neer dat ik bij de jaren zestig van zestien naar vijftien-en-een-half ben gegaan en dat ik bij de jaren zeventig van zestien naar zestien-en-een-half. Dit verandert vooralsnog weinig aan het 'Raddraaien', maar heeft wel lekker opgeruimd en de singles hebben nu meer vrijheid in de bakken. Nu eerst de laatste elf singles uit de vangst van vorige week.

* Billy Ocean- Love Really Hurts Without You (UK,GTO, 1977)
Begint interessant... De single is in Nederland in 1976 al een hit geweest, maar het Engelse label vermeldt 1977 als verschijningsdatum. Mijn Nederlandse exemplaar is brandhout en bovendien zeg ik nooit 'nee' tegen een Engelse persing. Deze van Billy Ocean komt van een van de twee kringloopwinkels en verkeert in een buitengewoon goede staat. ; Red Light (Spells Danger)' staat in de reserve-Blauwe Bak omdat de plaat heel vaak wordt aangevraagd bij Wolfman Radio, maar deze 'Love Really Hurts Without You' komt gewoon naast de Nederlandse te staan in de jaren zeventig-bak.

* Orchestral Manoeuvres In The Dark- Talking Loud And Clear (Duitsland, Virgin, 1984) 2015 is onbewust een beetje het jaar geworden van UB40 en Level 42, zou dit jaar het Orchestral Manoeuvres In The Dark-jaar worden? Het begint goed, want kort na '(Forever) Live And Die' pak ik vrijdag deze 'Talking Loud And Clear' mee voor vijfentwintig cent bij De Tafel. Tot zover ik weet heb ik 'The Locomotion' nog niet en voor eenzelfde prijs mag die zeker mee. Toch zoek ik wellicht het meest naar 'Enola Gay', maar dat is niet sinds gisteren. Nee, OMD is niet zo onuitputtelijk als Level 42 of UB40, maar toch blijven de singles niet minder welkom!

* Q 65- World Of Birds (NL, Decca, 1967)
,,Ach, je moet zo rekenen. Je hebt deze singles voor vijfentwintig cent". De uitbater van De Tafel begint me te kennen. Ik klaag nog eenmaal bij de toonbank dat als Bart hier in persoon was geweest, dat ik was gaan afdingen op deze van Q 65. Toch weet ik ook wel dat de kans klein is dat ik deze single binnen onafzienbare tijd in betere staat en mét fotohoes tegenkom voor minder dan dit. Toch voelt de plaat als een beetje té 'duur' aan. Het valt reuze mee hoor... in de Northern Soul-handel lachen ze om dergelijke prijzen. Ach vooruit... voor de draad ermee... ik heb vijf euro betaald voor 'World Of Birds' van Q 65 in een neutraal hoesje en niet in de beste staat. Ik kom de single anders weinig tegen en ik wil hem gewoon eens hebben, dat verklaart de reden voor mij om de portemonnee te trekken.

* Cliff Richard- With The Eyes Of A Child (Duitsland, Columbia, 1969)
Ik heb het al vaker geschreven, ik ben op zichzelf best kritischer geworden met singles-aankopen ten opzichte van vijftien tot twintig jaar terug. Toen kocht ik alles wat los en vast zat en in de hitparade had gestaan. Ladingen singles uit de late jaren vijftig en vroege jaren zestig die ik nooit van mijn leven zou draaien, maar... 'de collectie moest compleet'. Voor een Cliff Richard loop ik op zichzelf niet meer warm, maar toch heb ik recent nog een aantal van de Sir toegevoegd. Deze 'With The Eyes Of A Child' lacht me als het ware tegemoet bij De Kring: De Duitse Columbia in het Duitse Columbia-merkhoesje en in een fraaie staat. De titel ken ik van reclames op de achterkant van EMI-singles uit 1969, maar kan er geen liedje bij bedenken. Het blijkt opeens een best aardig nummer te zijn, ik heb het Cliff minder horen doen. Zoiets mag dan opeens weer tachtig cent kosten en dat trekt de vijf euro van Q 65 ineens weer in balans.

* Smokey Robinson- Touch The Sky (US, Tamla, 1983)
De prijs is okay, een euro, en dus bekijk ik de single niet verder totdat ik thuis kom. Dan blijkt die toch wel heel erg jaren tachtig te zijn. Het geel-met-bruine Tamla-label is in twintig jaar niet veranderd en dus had het van alles kunnen zijn. Smokey is echter zo'n klasse op zichzelf dat het jaartal geen bezwaar is. Okay, Motown was rond 1983 ook een beetje 'glad' aan het worden, maar deze single is fijn. Mijn voorkeur gaat uit naar de b-kant, 'All My Life's A Lie', maar bij Smokey kun je vaststellen dat het die stem is die het hem doet. Dat maakt de plaat tijdloos en doet je de zouteloze synthesizers uit die tijd vergeten.

* The Shepherds- Voor Jou (NL, Imperial, 1971)
Voor de gospel-collectie? Nee, hier is wel weer sprake van een 'vuller' voor de collectie. Ik ben deze single nooit eerder tegengekomen met fotohoes en voor tachtig cent mag die mee. Bij het opleggen van de single valt me meteen de songschrijvers op. Hoewel Karel Hille de Nederlandse tekst heeft geschreven, is het origineel van een opmerkelijk duo: Joan Baez en Ennio Morricone. Het komt uit een Italiaanse film en heet daar 'Here's To You'. Buiten een lang orgel-intro een zichzelf herhalende mantra. De productie is in handen van Gerrit-Jan Leenders die ik eerder verbind met Kayak, maar die schijnt meerdere dingen te hebben gedaan voor Bovema. Het resultaat van The Shepherds is niet minder goed dan dat van Baez en Morricone, alleen geloof je het wel na de vierde herhaling. En dan komen er nog steeds acht identieke verzen. Nee, deze is echt voor in de collectie en blijft vast onaangeroerd daar staan.

* Peter Skellern- Hard Times (Duitsland, Island, 1975)
In de tijd dat ik in Mossley heb gewoond, raakte ik steeds weer een beetje opgewonden als ik ontdekte dat een popster of -groep uit de jaren zestig en zeventig daar in de omgeving hadden gewoond. Barclay James Harvest was het dichtste bij: Het was ongeveer tien kilometer naar Uppermill, Delph en Diggle. Ik ben eenmaal in Stockport geweest en heb toen goed rond gekeken of ik toevallig één van de 10CC-mannen zag lopen. Op dezelfde rit zijn we ook de plaats door gereden waar Peter Skellern is opgegroeid. Hem ken ik dan alleen van 'You're A Lady' uit 1972 en dat heb ik nooit veel soeps gevonden. Deze 'Hard Times' ligt reeds sinds de zomer bij de 'oude' kringloopwinkel in Meppel en het duurt dus een paar bezoekjes voordat die mee mag. En nu ga ik hem voor het eerst draaien! Tja, wat zal ik zeggen... Het begint als een soort van 'You're A Lady', maar dan komt er opeens schot in de zaak zonder dat de plaat daar nu ook echt leuker van wordt. Deze gaat dus ook snel terug in het hoesje en in de betreffende jaren zeventig-bak.

* Percy Sledge- I'll Be Your Everything (NL, Capricorn, 1974)
Deze heeft ook tijden bij de 'oude' kringloopwinkel gelegen. Bijna twee jaar als ik me niet vergis. Het fotohoesje is flink vergald door de vorige eigenaar, maar vrijdag mag die dan toch mee en inmiddels zit die met fotohoes in de jaren zeventig-bak. Ik heb de 'oude' in 2012 van Bart gekocht toen deze nog in Uffelte woonde. Ik weet nog dat ik een paar weken later deze nogal hoog in de Blauwe Bak Top 40 had gezet en even later ontdekte dat ik een plaatje was 'vergeten'. Het was echter tijdens de opname van de podcast dat ik dit ontdekte en toen ik nog eens luisterde naar 'I'll Be Your Everything', zette ik de opname stil en begon overnieuw met de 'vergeten' plaat in plaats van Percy Sledge. Nu ik iets minder van de 'stampers' ben, wil ik hem binnenkort best weer eens proberen.

* Stovall Sisters- The Love Of God (Barbados, Reprise, 1971)
Stovall Sisters is geen onbekende naam in de wereld van de funk. De drie gezusters hebben in hetzelfde jaar een 'breakbeat'-klassieker afgeleverd welke zeer in trek is in de hiphop: 'Hang On In There'. 'The Love Of God' is beduidend rustiger dan het opgefokte 'Hang On In There', dit is 'deep soul' met een duidelijke boodschap. De keerzijde is in dezelfde trant. Dit is de tweede single die ik heb gekocht van Discogs. Met 'Hang On In There' in het achterhoofd ben ik benieuwd of de b-kant lekkere funk bevat, maar helaas... dat is een variatie op 'The Love Of God'. Desondanks een heerlijk plaatje en weer een aanwinst voor de 'zondagse' koffer die al bijna weer te klein wordt.

* Swing Out Sister- Breakout (NL, Mercury, 1986)
Net zo'n verhaal als Orchestral Manoeuvres In The Dark, met dien verschil dat ik denk dat ik nu klaar ben met Swing Out Sister. Nee, toch niet helemaal, want nu ik erover nadenk ontbreekt 'You On My Mind' nog. Met het tempo waarmee het is gegaan met de overige drie singles moet dat geen jaar meer gaan duren?

* Tracey Ullman- Breakaway (NL, Stiff, 1983)
Ik kan me nog wel herinneren uit de late jaren tachtig en vroege jaren negentig dat de show van Tracey Ullman ook in Nederland werd uitgezonden. Ik 'begreep' dat toen nog niet en heb het later nooit weer geprobeerd. In Engeland is ze zeer populair geworden met deze shows en het schijnt dat ze pas is begonnen met een nieuwe serie voor de Engelse televisie. Ook leer ik van collega en Tracey Ullman-fan Lee dat we The Simpsons hebben te danken aan mevrouw Ullman. Ze is op een zeker ogenblik getrouwd met een producent en is in Amerika gaan wonen. Het is daar dat ze werd benaderd door de maker van The Simpsons en het leek Ullman een aardig idee om korte sketches te doen in haar show. De rest is geschiedenis... The Simpsons is Ullman ontgroeid en een attractie op zichzelf geworden. Qua singles had ik alleen deze 'Breakaway' nog te wensen van haar hits. 'My Guy' en 'They Don't Know' zitten reeds jaren in de bakken.

zaterdag 9 januari 2016

Singles round-up: januari 2



Ik hoor meerdere mensen om me heen klagen over de kou en zelf heb ik dat de afgelopen 24 uur eveneens ondervonden. Ik ben zeer onzeker gaan slapen: Doodop en rillend van de kou. Zou ik op tijd wakker worden voor mijn radioshow? Ja, dat is gelukt, maar verder wil het vandaag niet. Hoofdpijn, geen trek in eten (helft van het bord is in de vuilnisbak gegaan) en vooral moe. Omdat ik al een bericht heb 'gemorst', wil ik nu toch verder gaan met de 'Singles round-up' om niet verder achterop te komen. Ik heb vanavond in het eerste uur van 'The Vinyl Countdown' al een selectie van de platen gedraaid en ben al 'verliefd' geworden op een single die vandaag langs komt. Tien van de elf komen bij de kringloopwinkels (inclusief De Tafel) vandaan en tevens presenteer ik jullie vandaag de eerste échte Blauwe Bak-single van het nieuwe jaar.

* The Golden Earrings- Rum And Coca Cola (NL, Coca Cola, 1966)
Destijds voor een gulden te koop bij de plaatselijke kruidenier, tegenwoordig wil het plaatje nog wel eens gekke prijzen doen. Ik koop mijn eerste exemplaar in 1993 en kom hem sindsdien zeer regelmatig tegen. Als ik deze voor vijfentwintig cent zie liggen bij De Tafel, moet die wel mee. Ook omdat het hoesje in een erg goede staat is, misschien wel beter dan mijn eigen. Het is een single uit de handel van de man die zijn platen 'verzegeld' en dus kan ik de conditie thuis pas vaststellen. Ik heb hem niet gedraaid, maar deze heb ik beter liggen (ook dubbel). Een 'fris' exemplaar erin en eens zien wat die tegenwoordig doet op Marktplaats?

* Al Hirt- Al Di La (Duitsland, RCA, 1962)
'He's the king', staat tussen haakjes tussen voor- en achternaam. Ik ken de man dan ook beter als Al 'The King' Hirt. RCA grossiert in koningen want ook de 'King Of Rock'N'Roll' is onder contract bij het concern. Hirt is de koning van de 'populaire' trompet. Iets minder statisch dan onze Willy Schobben, hoewel 'Al Di La' een keurige lezing is van het Italiaanse succesnummer. Op de flip doet hij Ray Charles' 'Talkin' Bout That River', compleet met een tweedehands Raelets. Hirt volgt nauwkeurig de zanglijn van Charles en verheft het tot een kunstwerkje op zichzelf. Toch is het geen 'Green Hornet Theme' en stiekem hoop ik daar altijd wel op.

* Geraldine Hunt- Now That There's You (US, Roulette, 1971)
Dit is de eerste soul-plaat van het jaar en eentje die ik van Discogs heb gehaald. De naam van Geraldine Hunt heeft al jaren een 'magische' klank voor mij. In de jaren zestig neemt ze voor ABC 'Winner Take All' op, een plaatje dat op mijn wenslijst staat. Het verschil tussen de wenslijst en de zoeklijst is dat de plaatjes op de eerste lijst nauwelijks te bekostigen zijn en de tweede een stuk billijker zijn. Ik zie deze single een week geleden bij Rarenorthernsoul maar ben niet kapot van de geluidskwaliteit in combinatie met het prijskaartje. Even speuren op Discogs en ik vind hem bij een Nederlander voor een euro. Ingeschat als een 'Good Plus' durf ik de gok wel aan. De handelaar is erg conservatief in zijn beoordelingen, want ik hoor hem 'minder' terwijl die toch als 'VG+' worden geschat. 'Now That There's You' is een klassieke Ashford & Simpson-compositie dat voor het eerst wordt opgenomen door Diana Ross voor haar solo-debuut. Hunt mag het een jaar later proberen op Roulette, maar naar alle waarschijnlijkheid is het nooit verder gekomen dan deze promo met de mono-versie op de flip. Andermaal het bewijs dat je geen honderden euro's op de bank hoeft te hebben om toch een perfect crossover-soul-nummer aan te schaffen.

* Instant Funk- Bodyshine (US, Salsoul, 1979)
Je kent het wel... van die opvolgers die precies klinken als de voorganger. 'Bodyshine' is net zo'n voorbeeld. Je kan bijna 'I Got My Mind Made Up' meezingen op de muziek van 'Bodyshine'. De b-kant is nog minder interessant. Helaas voorlopig geen tweede 'You're Not Getting Older' van Instant Funk.

* Janet Jackson- Rhythm Nation (Duitsland, A&M, 1989)
Ik heb hem vanavond in 'The Vinyl Countdown' gedraaid en daarmee heb ik mijn geheugen opgefrist. 'Rhythm Nation' had daar namelijk geen plaatsje veroverd. Leuk om hem weer eens terug te horen en wie weet dat dit binnenkort nog eens gebeurd. Het is één van de vijfentwintig cent-singles, dus hieraan kun je nooit een bult vallen.

* Kadanz- De Wind (NL, Cloud, 1989)
Het moet duister hebben geklonken, iedere keer dat ik zei dat 'niet alles geschikt was voor The Vinyl Countdown'. Ik doelde daarmee vooral op de paar Nederlandstalige singles. Vaak sla ik ze over, maar ik heb een zwak voor Kadanz. Zeker in geval van 'De Wind' en al helemaal als zoiets vijfentwintig cent moet opbrengen. Komt zeker nog eens voorbij in de toekomst!

* Klymaxx- I Miss You (België, Solar, 1986)
In de zomer van 2009 koop ik de 12"-single 'op de gok' bij de kringloopwinkel in Tuk. Pas bij thuiskomst is het van 'o ja'. De plaat groeit in korte tijd uit tot een favoriet. Bij zo'n 12" wil je natuurlijk alleen de lange versie draaien, maar eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat deze net een minuut te lang is. Deze single-knip staat op de b-kant van de 12", maar sinds gisteren heb ik hem eveneens in de singles-bakken staan. Natuurlijk is het een dweil, maar wel een erg smakelijke!

* Major Lance- Sweeter (US, Playboy, 1975)
Wat hebben Manke Nelis en Major Lance met elkaar gemeen? Van beide zijn er platen verschenen op Playboy Records. Inderdaad, dé Playboy. Waar die van Manke Nelis een 'oud' EMI-label heeft, daar is deze van Major Lance uitgevoerd met het 'konijntje' in het logo. Major Lance kan niets verkeerd doen bij mij, ik lust alles van de man! Hij neemt in 1969 de eerste versie op van 'Sweeter (As The Days Go By)', maar doet in 1973 het grapje opnieuw met modernere studiotechnieken. De nieuwe opname verschijnt in 1973 eerst in Engeland. Major Lance is daar zó populair geworden dankzij de Northern Soul-beweging dat hij daar in de begin jaren zeventig woont. Twee jaar later besluit Playboy de opname ook in Amerika uit te brengen. Nogmaals: Major Lance kan niets fout doen bij mij, maar zelf geef ik de voorkeur aan de 1969-versie. Op de b-kant staat 'Wild And Free', een 'wild' nummer uit de pen van Curtis Mayfield. Een zeer fraaie 'double-sider' voor een euro bij de 'oude' kringloopwinkel.

* Level 42- Lessons In Love (NL, Polydor, 1986)
De b-kant bevat de uitgerekte live-versie van 'Hot Water', maar beide kanten horen gewoon op 45 toeren te worden afgespeeld. Waarom de single dan de letters 'EP' op het label heeft, is een vraagteken. Ik heb deze al jaren maar niet in een bijster goede staat. Het is pas als ik bij De Kring ontdek dat ik negen singles heb uitgezocht van tachtig cent dat ik een tiende nodig heb voor een rond bedrag. Dan neem ik deze 'Lessons In Love' mee. Ondanks dat de single 'golft' is die stukken beter dan mijn oude exemplaar en dus mag het blijven!

* Don Mercedes- Gone Tomorrow (NL, Whamm, 1966)
Ik ben afgelopen week erachter gekomen dat ik deze al heb, maar kan hem niet weigeren voor tachtig cent. De plaat is abusievelijk gestoken in de hoes van 'Moederliefde' van Jerry Bey en daarbij interesseert de prijssticker het meeste. Deze single is namelijk verkocht bij de platenhandel van Brouwer in Steenwijkerwold, gevestigd aan de Witte Paarden. Tegenwoordig een uitgestorven strook huizen langs een secundaire weg, maar in de jaren zestig een heuse winkelstraat. Tenminste... die verhalen heb ik geleerd in de tijd dat ik in Tuk heb gewoond. Ik krijg al rillingen als ik aan het lied van Bey denk, maar dit is andermaal een reden om de single eens op te zoeken. En voor Don Mercedes? Die gaat waarschijnlijk eveneens Marktplaats op.

* The Nashville Teens- The Hard Way (UK, Decca, 1966)
Evenals The Animals van gisteren slechts een euro en dat levert twee steengoede kanten op van The Nashville Teens. Anders dan dat de naam doet vermoeden, komt de groep 'gewoon' uit Engeland. Het heeft een hit met John Loudermilk's 'Tobacco Road' en brengt een serie fraaie opvolgers uit, waarvan dit een mooi voorbeeld is. En om de sfeer te blijven van Geraldine Hunt en Boys Town Gang: 'The Hard Way' is eveneens geschreven door Nick Ashford en Valerie Simpson, maar nu samen met Joshie 'Jo' Armstead. En van dat trio lust ik ook alles!

vrijdag 8 januari 2016

Singles round-up: januari 1



Omdat ik gistermiddag laat wakker werd en het licht in de gang stuk is (je went aan die dingen...?), kon ik niet zien of de postbode iets had bezorgd. Pas vanmorgen kom ik erachter dat de genoemde twee Discogs-singles gisteren zijn binnengekomen. Vanmiddag moest ik even de stad in en dat is geen straf geweest. Een stuk aangenamer ten opzichte van vorige dagen en het voelt lekker aan op de fiets. Ik wil in eerste instantie rechtstreeks de stad in fietsen, maar keer dan om en kijk even bij de 'oude' kringloopwinkel. Daar boek ik enige successen en dan besluit ik ook even bij de 'nieuwe' te kijken. Nog meer singles... Tenslotte de toef slagroom op de taart: Een bezoek aan De Tafel. Zie daar: 31 singles van vanmiddag en de twee Discogs-aankopen. Dat betekent dat de eerste drie 'Singles round-ups' van deze maand in de steigers staan. Ik presenteer jullie iedere dag elf singles van de drieëndertig in alfabetische volgorde. In het tweede en derde deel zitten de Discogs-singles, de volgende elf komen van de verschillende winkels in Meppel.

* The Allisons- Words (NL, Fontana, 1961)
Ik ben al veel kritischer geworden ten opzichte van een paar jaar geleden. Late jaren vijftig en vroege jaren zestig heeft jarenlang bij mij de indruk gegeven dat deze 'duur' zijn. Dat zal te maken hebben met de status van de singles in de jukebox-winkels waar ik begin jaren negentig vaak kwam. Tegenwoordig zijn veel van deze singles praktisch geen stuiver meer waard. Zo'n 'Words' van The Allisons bijvoorbeeld, de bijna-identieke opvolger van 'Are You Sure?'. Okay, het ding heeft zijn beste tijd gehad, maar draait vrolijk door ondanks de vele krasjes. Tachtig cent bij De Kring, meer mag dit bereleuke plaatje niet opleveren.

* Idi Amin- Amazin' Man (NL, Transatlantic, 1975)
Op deze single krijgt de Oegandese president Idi Amin 'assistentie' van ene John Bird en dat levert een grappige 'novelty' op. Een aanstekelijk reggae-ritme met een komische tekst, heel erg Engels en heel erg 1975. Leuk voor de heb!

* The Animals- Don't Let Me Be Misunderstood (NL, Columbia, 1965)
Een euro bij De Tafel en ik ben zo blij als een kind. Eén van de weinige ontbrekende Animals-singles in mijn verzameling en hij mag er zijn ondanks wat gekraak op de achtergrond. Helaas weer niet met zo'n fraai fotohoesje als bovenstaande. Dat is dan ook de Deense fotohoes, want heeft deze ooit een Nederlandse fotohoes gehad? Zowel de verzameling van Peter als 45cat geven me geen antwoord hierop.

* Earl Bostic- Flamingo (NL, Polydor, 1972)
De handel van Bart bij De Tafel heeft sinds enige weken een nieuw vakje: 'Nieuw binnengekomen'. Dat bespaart een hoop zoeken, want qua singles staan er inmiddels een kleine honderd. Ik haal al genoeg interessant spul uit dat vakje als ik toch even door een rijtje 'oudere' singles blader. Dan zie ik deze en heb hem een paar weken geleden al in de handen gehad. Ziet er erg gaaf uit met fotohoesje en hoeft desondanks slechts een euro te kosten. Vooruit, omdat we tóch bezig zijn?

* Boys Town Gang- Ain't No Mountain High Enough/Remember Me (NL, WEA, 1981)
Ik heb deze single al bij mijn vorige bezoek aan de 'oude' kringloopwinkel in handen, maar besluit dan dat de tijd niet rijp is. Nu móet ik hem toch meenemen. De single komt in een speciale promo-fotohoes welke je kan uitvouwen en zodoende kun je kennis maken met Foreigner, ZZ Top en andere pop- en rock-sterren die uitkomen voor het WEA-concern. Persoonlijk vind ik de single-knip een stuk minder interessant dan de lange 12"-versie welke ik reeds enige malen heb gebruikt als laatste plaat in 'Floorfillers', maar de plaat zelf is in een puike conditie!

* Corry Brokken- Milord (NL, Philips, 1960)
Verrassing? Eén standhouder bij De Tafel heeft zijn platen verzegeld in plastic zakjes en dat is waar ik deze vind. Een modern kwartje voor, zoals het lijkt, een smetteloos exemplaar van 'La Mamma' van Corry Brokken. Nu ik het hoesje open maak, blijkt 'Milord' er in te zitten. Afijn, ik geloof dat ik beide heb, alleen is mijn Favorieten Expres-hoesje van 'La Mamma' niet in de beste staat dus die kan ik sowieso vervangen. Qua 'Milord' ga ik er, denk ik, op achteruit en zo te zien is de Kliko de enige juiste bestemming. Niet zeuren voor vijfentwintig eurocent!

* Jimmy Cliff- Look At The Mountains (Duitsland, Reprise, 1976)
De b-kant trekt in eerste instantie de meeste aandacht: Een cover van 'No Woman No Cry'. De a-kant klinkt daarentegen erg fijn en ben nu wel benieuwd wat Cliff met het Marley-nummer doet. Nee, deze doet het niet voor mij. Ik blijf het dus houden bij deze 'Look At The Mountains'. Niks wereldschokkends en het past naadloos aan op vroegere Jimmy Cliff-platen.

* The Dolphins- Hey-Da-Da-Dow (US, Fraternity, 1964)
Bij het Fraternity-label gaat mijn hart altijd sneller kloppen en dat komt waarschijnlijk door 'Memphis' van Lonnie Mack. Dit is echter beduidend rustiger dan het wilde geluid van Mack. Solide meerstemmige pop zonder dat het ergens spannend wordt.

* Fats Domino- Margie (NL, Imperial, 1959)
Zie het verhaal van The Allisons. Het zal rond 1991 zijn geweest dat Fats Domino, maar ook Elvis en The Shadows ver buiten mijn bestedingsgrens zit. Het begon in geval van Fats Domino met vijftien gulden. De laatste paar jaar heb ik al meerdere Fats Domino-singles gekocht voor dubbeltjes en kwartjes en het blijft een zwak punt. Fats Domino-platen klinken namelijk altijd gezellig. Zo ook deze 'Margie' voor tachtig cent bij De Kring.

* Dr. York- Shake-N-Skate (NL, Jungle Jam, 1981)
Het fotohoesje ziet er erg kitscherig uit en de distributie van Bosch Nieuwkoop (van het Boni-label) doet me een paar weken geleden deze single weer terug zetten op de plek waar ik het vond. Nu bekijk ik nogmaals het hoesje en het begint steeds meer te boeien. Opgenomen in New York? Ja, zo klinkt het ook. Funky disco uit de diepste krochten van de New York-disco. Reserve-Blauwe Bak!

* Electric Light Orchestra & Olivia Newton John- Xanadu (NL, Jet, 1980)
Ook uit de bak van vijfentwintig cent. Het is bijna een kwart eeuw geleden dat ik deze single voor de eerste keer koop en ondanks de leeftijd van elf jaar is de single en hoes zwaar beschadigd. Dan klinkt deze een stuk fijner. Overigens kost de single in 1991 ook een kwartje, maar dat is de helft minder van dit exemplaar.