woensdag 17 juni 2026
Singles round-up: juni 4
Als ik bij de vijfde single ben, druk ik opeens op de backspace en besluit het te laten. Ofwel: Ik heb gisteravond nog wel getracht om deze 'Singles round-up' te schrijven maar ik ga het teveel afraffelen. Bij de eerste vier singles is er nog geen naald in het vinyl gegaan en 'geloof ik het wel' als het aankomt op de b-kanten. Nu dan een verse poging. Intussen heb ik vanmorgen de inklaringskosten betaald voor het laatste pakket van Chris en heb ik zojuist een nieuw pakket samengesteld. In plaats van een 'massive update' gaat hij de komende dagen steeds nieuwe titels toevoegen en vandaag heeft hij alleen al zeventig singles toegevoegd. Daar staan twee 'big wants' bij die bij een grote update meteen zijn uitverkocht. Verder heb ik Mark laten weten na het weekend ook voor het volgende pakket te willen betalen. Nu dan een tweede poging om de laatste twaalf singles van Mark van een fatsoenlijk bericht te voorzien. De koffie is doorgelopen en de apparatuur kan aan want nu moet ik wel de b-kanten beluisteren.
* Robert Mosley- Goodbye My Lover Goodbye (US, Capitol, 1963)
Eigenlijk hoor ik helemaal niet verbaasd te zijn. Denk aan alle grote hits van The Searchers en de meeste daarvan zijn covers van Amerikaanse artiesten. Toch moet ik bekennen dat ik me kan voorstellen dat 'Goodbye My Love' speciaal voor de groep is geschreven. Dat dit in werkelijkheid een cover van een nummer van twee jaar oud is? Dat is nieuws voor mij. Het heeft in Mosley's versie dan 'Goodbye My Lover Goodbye'. Hij zingt dan wel weer 'Goodbye My Love'. Hij is in zijn eentje en mist dus de harmoniezang van The Searchers. De begeleiding hangt tegen de rocksteady aan, net als bijvoorbeeld 'Just One Look' van Doris Troy (dat weer is gecoverd door The Hollies). De andere kant heet 'Crazy Bout My Baby' maar nee... hier doe ik het niet voor.
* Mu Band- Let Me Come Inside (US, Zephyr, 1979)
'Treasures are always on the flipside', is een gevleugelde uitspraak in de Northern Soul. Als ik naar de titel van de a-kant kijk, vermoed ik dat dit een disco-kraker is van de bovenste plank. 'Let Me Come Inside' is echer zeer prettige midtempo. Het heeft een ingebouwde klasse mede dankzij de ietwat gedateerde synthesizer. Bindt de rolschaatsen maar onder want de a-kant heet 'Let's Go Skating'. Het is niet eens 'over the top' en eigenlijk best een prettig geluid, maar opnieuw weer niet de kant waar ik voor ga.
* Robert Parker- Everybody's Hip Huggin' (US, Nola, 1967)
Robert Parker heeft kort daarvoor een grote Amerikaanse danshit gehad met 'Barefootin' en zet ook in de jaren erna nog menig dansvloer in vuur en vlam. Bijvoorbeeld met 'Hip Huggin'. Dat New Orleans-geluid waar je direct van gaat dansen. De kracht ligt hem in de eenvoud van het geheel. Bedenk een ijzersterke groove, perfectioneer deze en doe er dan een simpel liedje overheen. Op de keerzijde zingt Parker over een 'Foxy Mama' en dat is iets drukker in het arrangment met de fijne blazers. Twee uitstekende kanten van meneer Parker.
* The Present- Many's The Slip Twixt The Cup And The Lip (US, Mercury, 1967, re: 1977)
Northern Soul is een vergaarbak van stijlen. Neem nu deze van The Present, een enorme 'hit' in The Casino in Wigan. Goed beschouwd is dit het Amerikaanse antwoord op The Rolling Stones, het nummer zou het neefje kunnen zijn van 'Have You Seen Your Mother Baby, Standing In The Shadows'. Ik denk dat de rare titel vooral de doorslag moet hebben gegeven want als je hierop kan dansen, kun je in principe op alles dansen. 'I Know' laat andermaal horen dat The Present sterk onder de invloed van The Stones is geweest, maar dit heeft dan ook helemaal niets met soul van doen. 'Many' evenmin, behalve dat het een hit is geweest in de Northern Soul.
* Lou Rawls- Soul Serenade (US, Capitol, 1968)
Ik ken het nummer het beste in de instrumentale uitvoeringen. In de eerste plaats door The Mike Cotton Sound, gevolgd door de bizarre versie van Shake Keane. Zo'n serenade kun je met een gerust hart overlaten aan de grootse stem van Lou Rawls. Moeiteloos combineert deze man jazz met blues en soul en dat alles binnen één nummer. Op de andere kant staat 'You're Good For Me' en dat is een jaar eerder de b-kant van 'Dead End Street' op de Duitse release. Ofwel: Die heb ik al. Ook deze kant is niet te versmaden, zelfs ietsje soulvoller dan de 'Serenade' als je het mij vraagt.
* Spellbound- Someone To Call My Own (US, Heat, 1986)
Op de a-kant wordt de luisteraar uitgenodigd om te komen vliegen, maar ik ga me eerst richten op de b-kant. Dat is zeer fijne midtempo met overtuigende zang en smaakvol gebruik van de synthesizer. Aan het gebruik van de balpen op het label te zien is 'Let's Fly' de topkant, maar Mark heeft niet eens de moeite genomen om deze kant schoon te maken. Het valt niet tegen en het is vrijwel in dezelfde stijl als 'Someone'. Ik reken het tot een 'double-sider'.
* Nolan Struck- Falling In Love With You (US, Retta, 1978)
* Nolan Struck- My Nerve's Gone Bad (US, Retta, 1980)
Nolan neemt zijn muziek op in de studio van Malaco. In het diepe zuiden van de Verenigde Staten zijn ze er in die tijd niet zo mee bezig om specifiek een blues- of een soulplaat te maken. Het wordt ietwat aan het toeval overgelaten. Welke studiomuzikanten zijn er beschikbaar bijvoorbeeld. Nolan Struck is goed bekeken een blueszanger. 'Falling In Love With You' heeft echter blazers die doen denken aan Stax en met een beetje fantasie kun je een soulvolle ballade horen. De b-kant heet 'Fire Don't Burn All The Time' en is jusit meer funky. Een 'double-sider' in mijn boek. 'My Nerve's Gone Bad' klinkt als twee druppels water als 'The Thrill Is Gone' van B.B. King en de laatste heb ik ooit ook in de Blauwe Bak gehouden. Eigenlijk moet die weer terug! Raadt eens wat de b-kant is? Juist: 'Fire Don't Burn All The Time' is als b-kant gerecycled voor deze single. Zo zijn beide singles op slag 'double-siders'.
* Jeb Stuart- Can't Count The Days (US, Kent, 1971)
We blijven in de directe omgeving van de blues en de Southern Soul met dit overtuigende nummer van Jeb Stuart. De b-kant heet 'I Just Love Your Work' en dat is dynamiet vanaf de eerste noot maar op een ene of andere manier slaat voor mij de wijzer door naar 'Can't Count The Days'.
* Howard Tate- I Learned It All The Hard Way (US, Verve, 1968)
Nog meer blues? Howard Tate gaat heerlijk 'diep' in dit 'I Learned It All The Hard Way', alsof hij echt door schade en schande wijs is geworden. Compleet met een bluesy gilletje aan de start van ieder refrein. 'Part-Time Love' op de flip is ook aan de bluesy kant maar heeft beduidend minder mijn interesse.
* Dee Dee Warwick- Lover's Chant (US, Mercury, 1966)
Een erg lieflijk liedje van Dee Dee. De b-kant komt uit een film of iets dergelijks en is meteen een stuk meer poppy. Ook is het styreen aan deze kant flink verrot terwijl 'Lover's Chant' helemaal schoon klinkt. De eerste eigenaar (m/v) heeft dus vooral 'I Want To Be With You' gedraaid maar dat gaat in mijn geval niet gebeuren.
* Dionne Warwick- Keepin' My Head Above Water (US, Warner Bros., 1977)
Dionne heeft door de jaren heen gewerkt met vele songschrijvers en producenten. Natuurlijk van oudsher met Hal David en Burt Bacharach, maar in 1977 mag ze een poging wagen met Dennis Lambert en Brian Potter. Hier is het resultaat. Een nummer dat is geknipt voor Dionne's stem met een lekker tempo. Jammer dat er niet veel meer uit is gekomen want dit is een winnende combinatie voor mij.
Ik zou nu kunnen vervolgen met de Week Spot want die is al sinds zaterdag bekend. Anderzijds wil ik eerst de singles van Chris ook samenvatten in een bericht. Daar ga ik dus even een half uurtje over nadenken...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten