zaterdag 7 juli 2012

raddraaien: Bob Moore


Een diepe zucht. Ik zit in de bak jaren zestig die begint met 'Last Night' van The Marquees. De Steenwijker kapster woont op nummer 89, dus dat is lekker diep de bak in. Ik passeer The Monkees en Chris Montez en begin al stiekem te hopen. Het zal toch niet? Mag ik eindelijk weer eens een berichtje blaten over The Moody Blues? Helaas, omdat de single 'Watching And Waiting' al een tijdje zoek is en 'Nights In White Satin' nog op een stapeltje ligt ter voorbereiding van een toekomstige Xtratet, is nummer 89 de eerste plaat na The Moody Blues. Nog een diepere zucht! Bob Moore... Nee, geen familie van Gary! Het doel van Raddraaien is om me te moeten verdiepen in artiesten die ik anders niet zou controleren. Vaak levert dat aangename verrassingen op en Bob Moore mag zichzelf daar eveneens tot rekenen. Een bassist met een lange staat van dienst, waarbij zelfs namen in het vizier komen, waarmee ik de beste man nimmer had geassocieerd! Vandaag in Raddraaien, de nummer 1-hit 'Mexico' van Bob Moore (1961).

Ja, het cliché is compleet. Bob Moore komt uit Nashville. Waar veel van de beschreven soulzangers en -zangeressen hun loopbaan begonnen in een kerkkoor, daar begint het voor de betere Nashville-muzikanten in The Grand Opry en kort daarna met 'travelling shows'. Reeds op twaalfjarige leeftijd is Moore zo'n gezegend bassist dat hij, spelend vanuit een theater, middels een kabelverbinding met een opnamestudio zijn spel mag lenen aan een opname van de trombonist Owen Bradley. Veel later, in 1958, speelt Moore op de eerste van vele Elvis Presley-platen en formeert hij een jaar later Monument Records. Als arrangeur is hij medeverantwoordelijk voor het prachtige drama op Roy Orbison-platen. Bob Moore maakt dan reeds deel uit van het zogenaamde 'Nashville A-Team'. Dat heeft niets te maken met een stel alleskunnende Vietnam-veteranen in een zwart GMC-busje, maar is het selecte gezelschap van topklasse-Nashville-sessiemuzikanten. Volgens de Federation Of Musicians speelt Moore mee op zeventienduizend gedocumenteerde opnames. De staande bas is zijn specialiteit.

De eerste keer dat hij op de voorgrond treedt is in 1961 als hij een elpee maakt als The Bob Moore Orchestra. 'Mexico', geen verband met een naamloze zangeres, is een wereldhit en bereikt dankzij/ondanks Willy Schobben in Nederland de eerste plek van de hitparade. Het meest bekende stukje van Bob Moore en zijn bas is het intro van Roger Miller's wereldhit 'King Of The Road', maar de lijst van artiesten waar Moore mee heeft gewerkt, is eindeloos! Daar staat zomaar opeens Moby Grape tussen. Dan ben ik eigenlijk wel benieuwd hoe die link is, want dat zou ik als 'admin' van de Moby Grape-groep op Facebook eigenlijk moeten weten. Had ik al verteld dat die groep vorige week over de 1500 likes is gegaan?

Moore heeft gedurende zijn loopbaan meerdere prijzen gewonnen. Life Magazine heeft hem in 1994 uitgeroepen tot de grootste country-bassist aller tijden, wat nauwelijks verbaast als je de indrukwekkende 'output' ziet. Is er een andere? In 2007 is hij geïnstalleerd in de Musicians' Hall Of Fame. Moore moet nog een paar maanden in- en uitademen en dan staan er tachtig kaarsjes op de taart. Hij is zelf natuurlijk al lang met pensioen, maar zijn zoon R. Stevie Moore maakt al jaren eigenzinnige muziek met een sterk Do It Yourself-karakter. Zijn dochter Linda Faye is ooit Miss Tennessee geweest (yeahaaa!) en strandde in de top tien voor de titel Miss America. Ze speelde in de vroege jaren tachtig met de vrouwelijke countrypopband Calamity Jane. Twee andere zoons van Bob hebben een loopbaan buiten de muziek.

Er is weer een puzzelstukje van Brenda Holloway gearriveerd. Ik had al 'Just Look What You've Done' als Nederlandse single met fotohoes, vandaag kwam 'You've Made Me So Very Happy' binnen, ook met Nederlandse fotohoes. 'Every Little Bit Hurts' uit 1964 schijnt wel een fotohoesje te hebben gehad, maar die is zeldzamer dan een zuurstokroze Bugatti met trekhaak. Om de pret compleet te maken, heb ik natuurlijk ook nog de uiterst gezochte Engelse stereo-uitgave van 'The Artistry Of Brenda Holloway'. We hebben al eens iets over haar gepubliceerd, maar als ik nog eens een gaatje weet te vinden...

vrijdag 6 juli 2012

raddraaien: Redbone


Het doel van Raddraaien is om een willekeurige single te selecteren en daar een bericht van een normale lengte over te schrijven. Ik hoop dat het fijn leesvoer oplevert (de bezoekersaantallen zeggen genoeg!), maar het is bovenal een persoonlijke uitdaging. Er zijn de afgelopen weken al een aantal groepen en platen gepasseerd die anders niet zo snel een bericht hadden gekregen. Vandaag verwelkomen we een groep die hun weg naar Soul-xotica inmiddels blindelings weet te vinden. Je zou bijna denken dat ik 'fan' ben van de groep. Dat ben ik eigenlijk ook. Tóch heb ik niet bepaald om vandaag over Redbone te schrijven, de volgende kapper vinden we in Meppel in de Woldstraat 21 en de 21e uit de negentiende bak brengt ons bij 'The Witch Queen Of New Orleans', de eerste top tien-hit van deze groep uit 1971. Als de kapsalon nu eerder in de straat te vinden was geweest, had hier een bericht over The Raiders, Rare Earth of The Rattles gestaan!

De band wordt, ten onrechte, nog wel eens betiteld als zijnde een 'indianengroep'. De naam Redbone draagt daar aan bij, maar ook de sympathie voor de slag om Wounded Knee in 1890. Toch duurt het aanvankelijk een paar jaar voordat de gebroeders Patrick en Lolly Vasquez ervoor durven uit te komen dat ze eigenlijk halfbloed zijn. Daardoor neemt het duo in de midden jaren zestig de achternaam Vegas aan voor optredens. De broertjes Vegas worden ook als dusdanig beschreven als de schrijvers van 'Niki Hoeky' (samen met Jim Ford), dat P.J. Proby in 1967 onverwacht een grote hit in Amerika bezorgt. Ook Bobbie Gentry heeft succes met liedjes van de Vegas-broers. Volgens Pat is het niemand minder dan Jimi Hendrix, hoewel een bron daarover ontbreekt, die de broers aanstuurt om een groep te formeren van halfbloed-Amerikanen. Ze kiezen Redbone als bandnaam, de spottende volksnaam voor halfbloed.

Hendrix opnemen in de bezetting lijkt geen optie en dus nemen ze drummer Pete DePoe aan en extra gitarist Tony Bellamy. De Vegas-broers hebben Mexicaans bloed door hun aderen stromen en aanvankelijk wordt er maar een heel klein beetje uit de indianencultuur 'geleend'. Het is vooral de donkere kant van New Orleans, de voodoo- en juju-rituelen, die een belangrijke inspiratiebron vormen. Dan spreekt de titel 'The Witch Queen Of New Orleans' natuurlijk boekdelen. Het geluid van de groep kent twee opvallende ingrediënten. Pat Vegas maakt als eerste intensief gebruik van de Leslie-speaker, iets dat later in de jaren zeventig door menigeen wordt geïmiteerd. Pete DePoe is een eigenzinnige drummer, de groep omschrijft het zelf als 'King Kong beat' en dat misschien wel de beste benaming voor zijn polyfonische, primitief klinkende, gebeuk op de trommels. Het debuutalbum 'Redbone' verschijnt in Amerika als dubbelalbum, maar in Europa (met uitzondering van Frankrijk) is deze verknipt tot een enkel album. Toch behoorlijk pretentieus om met een dubbelalbum te debuteren! Met name in Europa zal de groep het meest bekend worden vanwege de singles. In Amerika is 'Come And Get Your Love' hun allergrootste, terwijl dat in Nederland de teloorgang van de groep inluidt. Dat 'We Were All Wounded At Wounded Knee' té pijnlijk is voor de radiostations is wel te begrijpen, met name door de laatste zin: 'We were all wounded by Wounded Knee'. In Nederland gaat het moeiteloos naar de top van de hitparade en ook de rest van Europa heeft duidelijk minder moeite met het lied dan de Amerikanen.

Pete DePoe verlaat de groep in 1973 en dan wordt het geluid ineens een stuk rustiger. Het biedt dan de ruimte aan 'Come And Get Your Love', 'One More Time' en 'Suzi Girl'. Plaatjes waarbij het woord 'primitief' niet meer op zijn plaats is. Het is bij vlagen zelfs aalglad! In Amerika doet de groep nog even goede zaken totdat ook Bellamy in 1977 het bijltje erbij neer gooit. Redbone blijft bestaan, maar krijgt tien jaar later met een onhebbelijk fenomeen te maken.

Als Lynyrd Skynyrd ergens optreedt, moet je je ten eerste afvragen WELKE Lynyrd Skynyrd. Het merendeel van de oorspronkelijke leden heeft in 1977 het leven gelaten bij een vliegtuigongeluk, sindsdien heeft iedere overlevende die een minuut op het podium heeft gestaan een eigen Lynyrd Skynyrd. Dit is ook het geval bij Redbone, hoewel die maar één kopie kennen. Wel een zeer hardnekkige! Denny Freeman beweert een oorspronkelijk lid te zijn van Redbone, maar Pat Vasquez heeft meerdere malen laten weten deze Freeman helemaal niet te kennen. Freeman heeft echter wel diverse organisaties overtuigd van zijn gelijk en heeft dus een reeks optredens gedaan als Redbone.

Dat Wikipedia niet zaligmakend is, heb ik al vaker beweerd. Hoewel de Amerikaanse versie behoorlijk diep lijkt te gaan, wordt er geen woord gerept over Brenda Patterson. Is ook niet erg, want daar hebben we op Soul-xotica al genoeg ruimte aan gegeven. Zou er een dag komen dat mensen, om informatie te winnen, eerst op Soul-xotica gaan kijken? Dan moest ik toch maar iets gaan bedenken om er een slaatje uit te slaan...

donderdag 5 juli 2012

ouderwets geweld-ig!


Ik maak er geen geheim van dat ik geweldig trots ben op de laatste Soul-x-rated. Gezien de omstandigheden, ik was erg moe ten tijde van de opname, is deze uiterst geslaagd. Niet in de laatste plaats doordat ik op zoek ging naar 'Seasons On Earth' van Meg Baird, ik wil al weken 'Song For Next Summer' draaien. Ik open de deur van de kast onder de trap en pak een stapel elpees. Meg Baird is ver weg, dat is me al snel duidelijk, maar de platen die me door de handen gaan... Veel Americana van die Johnny Cash-tribute van twee jaar geleden, maar ook de platen die ik kort na de vakantie in 2010 had gekocht en eigenlijk nog nooit had gedraaid. Maar ook een aantal platen die ik een beetje was vergeten. Bij iedere zware regenbui bad ik dat het dak van het fietsenschuurtje het zou houden, omdat ondermeer Daughters Of Albion daar nog lag. Een plaat die ik helemaal was vergeten, zet ik vandaag met alle liefde in de schijnwerpers: 'Vintage Violence' van John Cale uit 1971.

Ik leer in 2005 Stefan kennen in De Buze, een jongeman die helemaal van deze tijd is. Hij legt wekelijks zijn oor te luister aan de Luisterpaal van de VPRO en introduceert zo nog wel eens iets nieuws bij mij. Toch heeft Stefan een hele bijzondere voorliefde voor Velvet Underground en John Cale en Nico in het bijzonder. Wat betreft Nico kunnen we elkaar helpen: Stefan heeft 'Chelsea Girl' (1968) op cd, terwijl ik 'The Marble Index' (1969) en 'Desertshore' (1970) heb. Die worden dus al snel uitgewisseld. Over John Cale ben ik snel uitgepraat, want ik ken eigenlijk alleen maar het tegendraadse vioolspel van Cale en heb 'Paris 1919' wel eens op de radio gehoord. En, o ja, ik heb ook nog 'The Man Who Couldn't Afford To Orgy' op de 'This Is Island'-sampler-LP staan. Stefan heeft daarentegen Cale al enkele malen 'live' gezien en verzamelt alles wat los en vast zit van Cale. Stefan maakt eveneens deel uit van de 'filmclub', de openbare filmavond op donderdag in De Buze. De film kan ik me niet herinneren, wel dat het over een kidnap gaat van de directie van een bedrijf. Hoewel de kidnappers hadden afgesproken het vreedzaam te houden, loopt dit natuurlijk finaal uit de klauwen. Tijdens de kidnap klinkt een heel mooi nummer en ik wacht de aftiteling af (Stefan was er die avond blijkbaar niet) en zie dat het 'Big White Cloud' van John Cale is. Wikipedia leert me dat het nummer op 'Vintage Violence' staat.

Ja hoor, die heeft Stefan gewoon op cd in zijn collectie en al snel krijg ik een kopietje van hem. Maar bij het opzetten van 'Big White Cloud' is er enige teleurstelling. ,,Potverdikkie Solex, moet je nou The Cats opzetten?", roept een klant uit. En degene heeft gelijk. 'Big White Cloud' klinkt overgeorkestreerd, lomp en Cale zeurt als ware het Piet Veerman. Zo herinner ik het me niet uit de film. Stefan heeft later alsnog die film gezien en kon me vertellen dat het een live-versie is van het betreffende nummer. Hij heeft het me laten horen en, ja, dat was de versie zoals die in de film zat. Intussen ben ik al aan het werk bij de Dyka en is 'Vintage Violence' met een krap half uurtje een zeer fijne start van de dag bij koffie en ontbijtje!

Hoewel de muzikale richting er wel iets mee te maken had, is het de dames en Nico in het bijzonder die ervoor zorgt dat Cale na 'White Light/White Heat' (1968) zijn biezen pakt bij Velvet Underground. Hij heeft dan in twee jaar tijd ongelofelijke klanken voortgebracht met zijn electrische viool, iets dat onovertroffen zal blijven in de daaropvolgende decennia. Na zijn vertrek bij VU produceert hij allereerst Nico, met wie zowel hij als Lou Reed een relatie hebben gehad. 'Chelsea Girl' is een pure folkpop-plaat, maar 'The Marble Index' is sinister en onheilspellend. ,,John Cale heeft altijd geprobeerd mijn muziek kapot te maken", zegt Nico later in een interview. ,,Zijn eigen werk klinkt toch niet zo neurotisch?". Cale maakt in 1970 eerst 'The Church Of Anthrax', een samenwerking met minimalist Terry Riley. Zijn, kort daarop, volgende plaat is in zekere zin ook minimalisme ten top: We horen John Cale in eenvoudige drie-minuten-wegwerp-pop als het opgewekte 'Adelaide' (dat in Soul-x-rated is te beluisteren). Op deze plaat wordt Cale bijgestaan door Garland Jeffreys. Die zal in 1980 doorbreken met de hit 'Matador' en werkt later in zijn carriére eveneens samen met Lou Reed. Cale en Reed hebben inmiddels ook alweer de vredespijp gerookt.

Het album is evenwel een opmaat naar Cale's werk uit de midden jaren zeventig. Cale ontpopt zich als een meesterlijk verhalenverteller op albums als 'Paris 1919' en 'Helen Of Troy'. Hoewel Cale geen enkel succes op de hitparade heeft, besluit Island in 1977 zijn loopbaan voor dat label met een 'greatest hits'-compilatie. Sindsdien is Cale weer meer de kant op gegaan van de avantgarde. Ik heb een paar jaar geleden nog eens een elpee van hem gekocht uit de late jaren tachtig en daar is nauwelijks naar te luisteren! Dat is wel het andere uiterste ten opzichte van 'Vintage Violence'!

Ik besluit dit bericht niet een beetje off-topic: Vanmiddag is Rita Dacosta dan eindelijk gearriveerd, ze heeft er ruim een week over gedaan met de post. Voor luchtpost en vanuit Engeland is dat een beetje traag. Maar het plaatje mag er zijn, klinkt maar een heel klein beetje afgedraaid. Afijn, daarover kunnen jullie binnenkort zelf oordelen, want 'Don't Bring Me Down' wordt zeker een tune-of-the-week!

woensdag 4 juli 2012

tune-of-the-week: Sherry Grooms


Ik heb het vaker gezegd, de oceaan van de northern en 'rare' soul is diep genoeg om me voorlopig te vermaken. Ik denk dat ik nog steeds niet op de tien procent van het totale aanbod zit en dus geregeld nieuwe ontdekkingen zal doen. Neem nu Sherry Grooms. Tot vorige week had ik nog nooit van haar gehoord. Ik snuffel rond op Ebay en in een vlaag van baldadigheid zoek ik op 'northern' onder singles. Dat 'northern' een verkooptruc is, blijkt uit de resultaten: Duizenden! Sommige hebben helemaal niets met northern soul te maken, maar andermaal is het wel een manier om heel veel voor een plaat te kunnen vragen. Dan zie ik de advertentie van een Nederlandse handelaar: 'Sherry Grooms, 'The Girls Song', northern soul'. Startbedrag twee euro, evenveel verzendkosten en... gratis een extra single van Sherry erbij! Ik haal de plaatjes op mijn boerenfluitjes binnen. Twee euro voor twee singles, waarvan één kantje al interessant is. Het blijkt een goede gok te zijn geweest. Alleen The Jewels, ook twee euro, is niet wat ik ervan had verwacht. Ze zitten allemaal in de Soul-x-rated die jullie onder 'opmerkingen' tegenkomen.

Wat kunnen we kwijt over Sherry Grooms? Bitter weinig! In ieder geval geen biografische details, wel een overzicht van haar platen en de vermelding dat ze ondermeer op de elpee van Eddie Rabbitt is te horen, waarop ook 'Drivin' My Life Away' is te vinden. Verder draagt ze in 1983 bij aan een soundtrack, die zeer gewild is. Haar eerste plaatje heet 'Onion' en verschijnt in 1965 op het Mockingbird-label. Blijkbaar is het interessant genoeg voor ABC-Paramount om haar een contract aan te bieden en in juni 1966 verschijnt 'The Call Of The Wild One'. De b-kant heet 'The Girls Song' en die heb ik dus. 'The Girls Song' is echter net ietsje teveel 'kuntrie' om northern soul te mogen heten, maar 'The Call Of The Wild One' is helemaal uitstekend! In november 1966 verschijnt haar uitvoering van 'Night Fall', de compositie van Joe Melson die eveneens door Roy Orbison op de plaat is gezet. Deze is niet bepaald 'soul', maar wel een atmosferische ballade met een vette knipoog naar 'The Big O'. Pas een jaar later, in oktober 1967, verschijnt een productie van Joe South. Hij schrijft ook 'That Same Old Song', deze week de 'tune', maar de b-kant 'Forever Is A Long Time' is niet minder fijn. Opvallend is dat het laatste nummer uit de Motown-stal komt, maar in de uitvoering van Grooms wél soul heeft, maar dat het Motown-gevoel ontbreekt. In maart 1969 verschijnt haar voorlopig laatste single: 'I'm Easy', een productie van Joe Hinton op het Cotillion-label. In 1977 heeft ze een minimale country-hit in een duet met Even Stevens en maakt in 1978 nog één single voor Parachute, waarna ze voorgoed de anonimiteit in gaat.

Punt? Nee, laten we dan nog maar eens kijken naar Joe South. Een man die zijn berichtje ook wel heeft verdiend! Man's enige connectie met de northern soul is zijn eigen uitvoering van 'Heart's Desire', een nummer dat door heel veel anderen is opgenomen. South begint zijn carriére in 1958 met het kolderieke 'The Purple People Eater Meets The Witch Doctor' en schrijft een jaar later twee liedjes voor Gene Vincent. Die eerste novelty-hit staat haaks op het latere repertoire van South, die de actualiteit en de politiek niet schuwt. In 1965 wordt zijn stem vertegenwoordigd door Billy Joe Royal, die hits heeft met 'Down In The Boondocks' en 'Hush'. In 1967 produceert hij, zoals gezegd, deze Sherry Grooms-single en twee jaar later begint dan alsnog zijn eigen carriére van de grond te komen. Hij tekent bij Capitol en heeft een wereldhit met 'Games People Play'. 'Walk A Mile In My Shoes' uit dezelfde periode krijgt nog extra bekendheid doordat Elvis Presley het menigmaal vertolkt in Las Vegas en 'onze' De Dijk zal het nog eens van een Nederlandse vertaling voorzien.

Joe South is in de midden jaren zestig ook een gewild studio-gitarist en is ondermeer op 'Blonde On Blonde' van Bob Dylan te horen. Zijn broer Tommy maakt deel uit van zijn begeleidingsband en de plotselinge dood van de laatste legt zijn loopbaan en leven in 1971 compleet lam. Hij heeft dat jaar nog wel zijn meest commerciële succes als Lynn Anderson 'Rose Garden' naar de top van de hitparades zingt, maar na zijn eigen 'Fool Me' wordt het ontzettend stil. Natuurlijk, zijn testament mag er zijn en zo verschijnen er in de loop der jaren heel wat diverse uitvoeringen van zijn pennevruchten, zijn naam wordt in 1979 bijgevoegd in de 'Nashville Songwriters Hall Of Fame', maar hij doet helemaal niets meer in de muziek. In 1988 neemt VPRO-medewerker Jan Donkers een interview af met South, welke wordt uitgezonden in De Avonden. South speelt daarin vier nieuwe liedjes die op zijn nieuwe album moeten verschijnen. Die elpee komt er echter nooit. Buiten nog enkele prijzen om blijft de man geheel op de achtergrond, hoewel Inner Circle in 1994 nog maar eens 'Games People Play' de hitparade instuurt en Kula Shaker in 1997 het procedé herhaalt met 'Hush'. De liedjes van South zijn van een tijdloze kwaliteit en kunnen nog generaties vooruit!

Zo is toch nog gebeurd wat ik gisteren niet aan durfde: Een volledig bericht over de tune van Sherry Grooms. Rest me nog jullie een fijn uurtje toe te wensen met de Soul-x-rated, ik vind hem zelf erg goed geslaagd!

dinsdag 3 juli 2012

20 Years Ago Today: 800


Vanmiddag zie ik vanuit de bus bij de ingang van Joure een aantal borden staan van evenementen in de regio. De eerste die me in het vizier springt is van een tuinfeest en een jaarmarkt in Sloten, de kleinste der elf steden. De jaarmarkt in Sloten? Verrek, dat is twintig jaar geleden. Eigenlijk morgen, maar een kniesoor die daar op let. Op zaterdagmiddag 4 juli 1992 stap ik op de fiets naar Sloten en kom thuis met drie singles, waaronder de achthonderdste. Omdat ik nog wel een verhaaltje weet bij deze groep en omdat het een mijlpaal in de verzameling is, doen we vandaag weer eens ouderwetsch aan 20 Years Ago Today. Met een speciale gastrol voor Barclay James Harvest. De overige singles die ik daar kocht waren 'Weekend Love' van Golden Earring en 'They Shoot Horses Don't They' van Racing Cars.

Hoewel de groep in Engeland altijd tweede divisie is gebleven, later zelfs derderangs, is de groep met name in Duitsland erg populair. In Engeland wordt de groep 'the poor man's Moody Blues' genoemd, ondermeer doordat de groep al vroeg gebruik maakt van de mellotron. Het is ironisch genoeg The Beatles die hun aan hun grootste hit helpt: 'Titles' is een opsomming van liedjes van het populaire kwartet uit Liverpool. In 1981 wordt het succes dunnetjes over gedaan met 'Life Is For Living' en wordt in 1983-84 nog de albumlijsten aangedaan door 'Victim Of Circumstances' en 'Ring Of Changes', maar dan wordt het ernstig stil rondom de Engelse groep. Stilte hoeft nog niet te betekenen dat de groep niet meer bestaat. Integendeel! De groep moddert al veertig jaar voort met als jaarlijks hoogtepunt de Duitse tournee!

In Mossley wordt de 'Illustrated Rock Encyclopedia' binnengebracht, de allereerste Engelse popencyclopedie samengesteld door twee New Musical Express-redacteuren. Het boek uit 1977 is een prachtige trip in het verleden. In 1977 overheerst de albumpop van The Eagles, Queen en Supertramp, maar ziet ook de opkomst van de punk. Barclay James Harvest heeft ook haar plekje in het boekwerk veroverd, hoewel de schrijvers wel het nodige cynisme toepassen. Het verhaal begint met: 'Formed in 1967 in the Oldham area'. Die regel heeft de dan al een paar maanden geboeid. De 'Oldham area' kan nooit ver van Mossley zijn, we hebben in Mossley de postcode van Oldham en de stad zélf is over de heuvel, pak hem beet acht kilometer.

Dan is het in februari 1999, zomaar een zondagmiddag. Het is grijs, koud en er kan wel eens een buitje vallen. Een 'gewoon'Mossley-weertje dus. In Nederland blijven we op zulke dagen binnen, maar in Mossley ga je dan wandelen (fietsen is er vrijwel onmogelijk vanwege de steilheid van de heuvels, die een Nederlander weer 'bergen' noemt). Ik ga langs het Huddersfield Canal via Friezland en Greenfield naar Uppermill. Vlak voor die laatste plaats gaat het maar weer eens regenen, ik heb de radio op mijn walkman aangezet en maak kennis met een plaatje dat net uit is en waarover de deejay lyrisch is. Het is 'Baby One More Time' van Britney Spears. Even later stap ik in Uppermill de eerste beste pub binnen die er gezellig uit ziet. Het is de Clogger's Arms. Ik raak in gesprek met iemand aan de bar en op een onverklaarbare wijze gaat het al snel over muziek en over de jaren zestig en The Moody Blues in het bijzonder. Het is een kenner en dan herinner ik me de popencyclopedie. Ik citeer de eerste regel en de man valt me in de rede. Jazeker! Die komen uit Diggle, eentje van hen woont nu in Uppermill en zit dagelijks in zijn stampub The Wagon. We kunnen er wel even gaan kijken? Eén drankje, want er komt niet zulk voornaam volk. En zo zit ik een kwartier later te praten met John 'Woolly' Woolstenholme, één van de oorspronkelijke leden van BJH. Hij heeft genoeg bitters achter de kiezen en heel amusant is het niet, dan is de sfeer in de Cloggers toch beter. Ik had de volgende ochtend wel wat te vertellen aan de ontbijttafel!

Ik ben nog lang in The Cloggers blijven hangen en ben vertrokken met een uitnodiging om me aan te sluiten bij hun klompendansvereniging. Dat ga ik ooit nog eens doen, zeker eerder dan een nieuwe Barclay James Harvest-cd kopen! Buiten ligt er een dekentje sneeuw, dat hadden de weerboeren niet voorspeld, zoekend in het zenderaanbod op de walkmanradio kom ik plots op Radio 10 Gold uit! Wandelend door de fikse sneeuw hoor ik op het nieuws van de schade die de voorjaarsstorm in Nederland heeft aangericht.

maandag 2 juli 2012

25 jaar in het echt?


Tot een paar weken geleden gingen we geregeld twintig jaar terug in de tijd. Ik had beloofd zo nu en dan nog eens de serie op te pakken, maar noem het tijd- of ruimtegebrek. Raddraaien is immers zoveel leuker. Ik kan, uit mijn hoofd, zeggen dat we nu bij nummer 800 zouden zijn aangekomen, maar met 900 in eind augustus en 1000 in begin november zou ik deze praatpaal ook net zo goed 20yearsagotoday.blogspot.com kunnen noemen. En zoiets was ik niet van plan! Vandaag gaan we echter wel weer even een stukje terug in de tijd. Het is vandaag precies 25 jaar geleden dat mijn zus in het huwelijksbootje stapte. Vanavond geven ze een klein feestje voor zo’n dertig genodigden. Toen ik ooit over een groot feest begon, had zus haar antwoord al klaar. Er moest eerst maar eens een broer trouwen met een groot feest na afloop! Boodschap begrepen… Mijn beide broers zijn nogal stiekem en zonder poespas getrouwd..

De tweede juli van 1987 viel op een donderdag. Prachtig weer! Erg warm, ik heb het te doen gehad met mijn zus in haar bruidsconstructie. 1987 was een feestelijk jaar, want minder dan vier maanden ervoor waren onze ouders vijfentwintig jaar getrouwd en die hadden wel ouderwets uitgepakt met koffie en avondeten voor familie en ’s avonds een knalfeest voor alles en iedereen die mijn ouders maar enigszins kenden. Met muzikale medewerking van het onvolprezen duo De Wiba’s, door ons al snel De Wibra’s gedoopt. Deze hadden zo voortreffelijk gespeeld op het feest van heit en mem, dat de heren al snel een schnabbel erbij hadden op de bruiloft van Albert en Willemien. ‘Never change a winning team’, ze hadden in die drie maanden nog steeds niet gewerkt aan hun uitspraak en dus ging het van ‘hello merrieloe, goedbai hort, swiet merrielo aim so in lof wis joe’. Gemiste kans! De Wibá’s had gisteren in de Schijf van 5 gemoeten!!!

Ik zou nog eindeloos herinneringen kunnen ophalen aan de trouwdag, maar wie zit erop te wachten? Het gaat op dit kladblog vaak over muziek. De gevoelens van en door muziek. Herinneringen… Als er dan één plaat synoniem staat met 2 juli 1987, dan is dat volgens mij ‘It’s A Sin’ van Pet Shop Boys. Omdat mijn oudste broer over is vanuit Denemarken en hij graag weer even ‘up-to-date’ wil zijn met de stand van de popmuziek (ofwel: kijken wat er over negen maanden in Denemarken in de hitparade staat), staat op de donderdagochtend de televisie aan. Er worden videoclips vertoond. Normaal gesproken staat bij ons de televisie nooit aan op ochtend, dus ik kan maar niet verklaren wat voor programma het is geweest. Nee, het was nog vijf jaar vóór we beschikking kregen over MTV. Hierin vang ik een stukje op van de clip van ‘It’s A Sin’ van Pet Shop Boys. De plaat zélf heeft al meerdere malen in huize Louwsma geklonken, mijn broer Jelte is een ‘fan’ van de Boys.

Als ik later dat jaar, in de brugklas, wordt gevraagd wat mijn favoriete groep of artiest is, antwoord ik met ‘Pet Shop Boys’. Ten eerste omdat ik eigenwijs genoeg ben om iets anders te kiezen, de meesten in mijn klas zijn voor Michael Jackson, Madonna of George Michael (vergeet ik bijna nog mijn kameraad Henk, die is idolaat van Elvis), maar ik word uitgelachen! Ik begrijp tot op de dag van heden nog niet waarom. Het was een jaar voordat ik The Moody Blues leerde kennen (lees: meer dan ‘Nights In White Satin’) en ik voor een hele lange periode mezelf zou onderdompelen in de jaren zestig. Na kwart eeuw moet ik zeggen dat ik minder had kunnen kiezen dan Pet Shop Boys!

In 2007 speelde het duo op de Lokerse Feesten, het jaar dat ik met Willemijn op vakantie ben geweest naar België. Nee, wij waren een week later. Pet Shop Boys stond toen wel hoog op mijn lijstje, maar de keuze is uiteindelijk gevallen op The Pogues. En hoewel dat ook zondermeer een legendarisch concert was, heb ik er toch wel een beetje spijt van. Zeker toen ik de meest recente plaat van Pet Shop Boys leerde kennen. Dat is gewoon hun beste in twintig jaar tijd! Ik heb rond dezelfde tijd bij een kringloopwinkel die elpee gekocht met die remixes en die heeft nog een aantal zaterdagavonden-klaarmaken-voor-nachtbrakerij opgefleurd. Met zo’n plaat achter de kiezen kon de avond niet meer stuk.

zondag 1 juli 2012

Schijf van 5: Mary


Wie had dat twaalf-en-een-half jaar geleden gedacht? Een kevertje zou immers alle computers vernietigen om twaalf uur 's ochtends. Ik denk dat het net zo'n marketingstunt is geweest als bijvoorbeeld de slooppremie voor oude auto's. De consument werd gedwongen om de apparatuur nog even snel te vervangen, hoewel ik op dat moment de beschikking had over een kast uit het jaar nul die de volgende dag weer vrolijk opstartte! De Blauwe Bak Top 40 ligt weer achter ons, ik heb nu alweer een aantal nieuwe platen binnen die we eind september zeker gaan tegenkomen. Vandaag hebben we een Schijf van 5 over meisjes die Mary heten. Niets meer of minder dat, want Marianne had vorig jaar al een Schijf en Maria kan nog wel eens apart. Waarschijnlijk is het de meest bezongen vrouwennaam? Deze Schijf van Mary is er één uit vele mogelijkheden, ik heb bij de samenstelling zelfs nog rekening gehouden met de actualiteit!

De weerboeren beloven een mooie week, hoewel na woensdag de buienkans toeneemt en er, vanzelfsprekend, ook onweer in kan zitten. Ik zit nu, zondagmiddag om drie uur, een beetje te dubben. Ik zou naar Steenwijk gaan waar de legendarische punkband Poison Idea optreedt, ik heb hen in 1995 nog gezien in Het Bolwerk in Sneek, maar wil ook wel een stukje fietsen. Misschien dat het een combinatie van die twee wordt. Het is pas compleet met een wandelingetje over de Woldberg, het enige stukje Steenwijk dat ik soms wel een beetje mis. Schiet even op! Zo komen we niet bij de nummer vijf! Okay, het is nogal winderig voor een verre fietstocht en terwijl de wind door het open raam met de gordijnen speelt, inspireert me dit tot niet een bijster originele nummer vijf: 'The Wind Cries Mary' van Jimi Hendrix Experience (1967).

Als het lot ietsje anders was gelopen, of beter gezegd: Als de mannen in het veld daadwerkelijk hadden gedaan waarvoor ze waren ingehuurd, dan... hadden WE vanavond in de finale gestaan. Nu, heb ik begrepen, gaat die finale tussen Italië en Spanje. Het is nog nooit zo moeilijk geweest om partij te kiezen, we hebben sinds het WK een collectieve hekel aan Spaanse voetballers, maar ik voel evenmin sympathie voor Italianen. Kon nog wel eens een heel mooi toneelspel opleveren? Op vier zet ik desondanks Holland, ook al zaten we niet in de kwartfinale. Er zijn meerdere hondjes die Fikkie heten. Er was in 1988 een hitmaker met 'Aanvallen' en in 1970 een groep van Nederpopartiesten met de single 'Hans Brinker Symphony'. De Holland die vandaag op vier staat is veruit de leukste van het stel. Ik zet 'Magic Mary' uit 1975 op vier.

Engelse northern soul-liefhebbers hebben 'iets' met instrumentaal. Sommige zijn nagespeelde deuntjes van de grote 'hits' uit de scene, denk aan bijvoorbeeld 'Do I Love You' van The Casino Classics Orchestra. Nét de verkeerde synthesizers en het klinkt als 'Stef Meeder Jumpin' At The Go-Go' (nee, die plaat bestaat niet!). De 'scene' is allergisch voor hits, dus 'Judy In Disguise' van John Fred & His Playboy Band mag niet, maar als de saxofonist Offenbach over de backingtrack speelt, dan is het ineens een 'klassieker'! In 2008, toen ik net de Nokia N95 had en dus internet op mijn telefoon, schuimde ik Youtube af naar leuke northern soul. Ik had toen een favoriet, maar die heeft inmiddels alles verwijderd. Een Engelse deejay die 'live' vanaf het originele vinyl draaide. Eentje daarvan kon ik al niet meteen als northern soul kwalificeren, maar vond het desondanks een leuke 'novelty': 'Along Comes Mary', niet van The Association, maar door een vroege huisband van A&M, The Baja Marimba Band. En die uitvoering zet ik voor de variatie eens op drie.

De serie van de 'nieuwgekochte vergeten' elpees is nog lang niet ten einde, hoewel de elpees sinds maart alweer stevig ingepakt staan te wachten in de trapkast en op de achterste slaapkamer. Als ik de moeite neem deze uit te schiften, dan kan die serie zo weer een herstart krijgen. Asobi Seksu zat er al eens in, ik geloof dat ik toen niet unaniem positief was over het album, maar toch... Ieder jaar, begin juli, als het weer aangenaam wordt, dan heb ik heel even ontzettend veel behoefte naar deze plaat. Zo gaat dat al sinds dat ik hem in 2009 heb gekocht. Hun 'Me&Mary' had bijna bovenaan gestaan in deze Schijf, maar dat vond ik een beetje al te veel eer! Asobi Seksu mag daarom op twee. Het is zondermeer één van de absolute uitschieters van de plaat, een beetje in de stijl van de oude Blondie.

Ik zet echter een Nederpop-klassieker op 1. De combinatie Willem Duys en The Outsiders is nog immer een van de meest bizarre, maar Short '66 stond aan de wieg van die samenwerking. Duys wilde die laatste groep ontzettend graag op zijn platenlabel Relax hebben, maar kreeg alleen de groep als hij ook The Outsiders een contract aanbood. Hij kan daar geen spijt van hebben gehad, want The Outsiders bleek hét succesnummer van Relax te zijn. Short '66 was een hippe band uit Amsterdam met een geluid en imago dat flink was afgekeken van The Small Faces. In 1969 hadden ze een hit met 'Mary Is My Sweetheart Again'. een compositie van Robbie Van Leeuwen. De laatste had zich duidelijk laten beïnvloeden door de plaatjes van P.P. Arnold. We horen ergens in de verte 'The First Cut Is The Deepest', terwijl ook Arnold's versie van 'Angel Of The Morning' om de hoek komt kijken. Dit is de verdiende nummer 1 van deze Schijf over Mary, maar er zijn variaties volop, dus een volgende Schijf kan er heel anders uit zien!

Ik mag niet klagen over de kijkcijfers en zeker niet met die van de Schijf van 5. Toch wil ik volgende week voorkomen dat er geen hond komt kijken, dat zou zonde zijn van de moeite die ik erin stop. Vandaar dat ik heb besloten om volgende week maar liefst vijf honden uit te nodigen voor een Schijf. Jullie mogen mee doen! Wat zijn de vijf leukste en mooiste platen met 'hond' in de titel?