woensdag 10 april 2013

Raddraaien: The Hollies



Ik ben in januari met goede moed begonnen aan mijn 'Engelse verhaal' en schreef toen ook dat het me nu niet meer zoveel pijn en moeite kostte om het op papier vast te leggen. Dat is anders gebleken, want er is nimmer een vervolg gekomen. Toch zijn die eerste maanden in Engeland wel vijftien jaar geleden en zo bedacht ik me vanmiddag opeens dat het volgende week woensdag vijftien jaar geleden is dat ik in Mossley kwam wonen. Tóch vandaag een berichtje schrijven of wachten tot volgende week? Omdat ik voor morgen ook al een 'ander' bericht in gedachten heb, stel ik het nog even uit. De twee berichten over York bleken té pijnlijk om eraan terug te denken, de eerste dagen in Mossley zijn wél legendarisch. Ik zou bijna willen zeggen dat mijn gehele tijd in Mossley legendarisch is geweest. Ik geloof het zelf graag! We gaan vandaag dan maar Raddraaien en... dat brengt me ook even terug in Mossley. 'The best of both worlds'?

Tot bijna een jaar geleden prijkte hier meerdere malen in de week '20 Years Ago Today'. Ik heb jullie in die serie flink inzage gegeven van mijn verzameldrift van 1991. Toen had ik ook een vreemde traditie, heel toevallig ontstaan, maar het werd uiteindelijk een obsessie: Per honderd platen eentje van The Hollies. Het is wel eens zo gek gegaan dat ik best aardige platen heb laten liggen omdat ik binnen die honderd nog niet eentje van The Hollies had. En dat ik uit lieverlee maar een solo-single van Allan Clarke kocht, bij gebrek aan een échte Hollies-single. De Raddraaier van vandaag is de aanstichter van het geheel. Als ik deze nu eens een week later was tegen gekomen...?

In maart 1990 mag ik mezelf gerust een singles-verzamelaar noemen. Terwijl anderen massaal hun vinyl-collectie buiten de deur zetten, schuim ik rommelmarkten af op zoek naar het zwarte goud. Ook betaal ik regelmatig een rijksdaalder voor een single en dat doen alleen verzamelaars, want het merendeel van de jaren zestig-singles kost dan nog een kwartje. Dan hebben we het nog niet gehad over dat astronomische bedrag van vijf gulden voor 'This Is My House' van The Moody Blues (huidige verkoopprijs plm. 80 euro). Op rommelmarkten regent het gelukkig nog dubbeltjes en kwartjes. Zo ook op de fancy fair van de Gereformeerde Kerk in Sneek. Gedurende twee dagen staat de Veemarkthal vol met tweedehands spulletjes. De singles zijn zonder uitzondering een kwartje en het aanbod is een schitterende partij uit de jaren zestig en zeventig. Als ik er nu zou lopen, had ik waarschijnlijk op de hele stand geboden, maar in 1990 heb ik nog steeds vijf gulden zakgeld en dus zoeken we tien uit. Ach, vooruit, ik noem ze allemaal even:
* After Tea- We Will Be There After Tea
* The Bee Gees- Massachusetts
* Harpo- Moviestar
* The Hollies- Sorry Suzanne
* Tom Jones- Delilah
* The Osmonds- Down By The Lazy River
* Spooky & Sue- You Talk Too Much
* Ike & Tina Turner- Proud Mary
* Windjammer- Harbor Light
* Paul Anka- EP I Love You, Diana
De volgende ochtend haal ik nog 'L'L'L'L'Lucy' van Mud en 'Italian Concerto' van Ekseption en 's middags maak ik een fietstocht door Gaasterland en koop in Koudum 'Harlem Shuffle' van Bob & Earl. En dat is... nummertje honderd!

Hoezo gaan we nu terug naar Mossley? Nou, bijvoorbeeld om de reden dat The Hollies uit Manchester komen en dat vlak in de buurt is. In mijn pub, Tollemache Arms, maakt stamgast Ray me iets wijs. Iets van een klok en een klepel. Hij zweert dat Graham Nash bij hem in de klas heeft gezeten. Dat kan op zichzelf nog wel kloppen. Vervolgens begint hij over The Togglery Five en dat deze groep was genoemd naar een kledingboetiek in Manchester, 'The Togglery'. Graham Nash zou deel uitgemaakt hebben van The Togglery Five en deze band zou zijn opgegaan in The Hollies. Dat is lariekoek! The Togglery Five hebben wel degelijk bestaan, ergens was ook een Hollies-connectie, maar deze groep is in 1965 uit elkaar gegaan, terwijl The Hollies toen al lang bestond. Nóg een aardigheidje uit Mossley met betrekking tot The Hollies: De eerste drummer van The Hollies heette Eric Haydock en is in 1966 uit de groep gegaan. Haydock trad eind jaren negentig op met 'zijn' Hollies: Hij was het enige ex-lid van The Hollies. Hij speelde even verderop bij de Mossley FC op een feestje. Ik ben er naar toe gegaan, maar mij werd de deur geweigerd. ,,It's one of those Emmaus-junks", hoorde ik iemand zeggen...

De traditie is volgens mij door gegaan tot nummertje duizend en is toen in verval geraakt. Het heeft in ieder geval een leuke collectie opgeleverd. The Hollies is zo'n groep die altijd 'kan' voor mij. Het kan dus ook zomaar op zo'n doordeweekse woensdag. Waarvan akte...

dinsdag 9 april 2013

Week Spot: The Esquires



Het is in Engeland bijna erger dan vloeken in een kerk, in kringen van Northern Soul-liefhebbers verkondigen dat je het niet zo hebt op The Wigan Casino. Voor veel liefhebbers was The Casino het walhalla. Natuurlijk moet ik ook erkennen dat het de meest succesvolle club uit de historie van de Northern Soul is geweest, maar het was in 1973 ook het resultaat van conclusies van ter ziele gegane tenten. The Catacombs, The Twisted Wheel en The Golden Torch waren allemaal teloor gegaan, in de eerste plaats vanwege de té geringe capaciteit. Met als resultaat dat deze uitpuilden bij dergelijke feesten. Wat ik, persoonlijk, The Casino het meest kwalijk neem is dat het de 'soul' uit de Northern heeft gehaald. Natuurlijk speelt het leeuwendeel van de Northern Soul zich af op het gebied van zéér obscure platen, maar niet iedere obscure plaat is ook per definitie soul of Northern Soul. Met als gevolg dat een aantal platen die het geluk hadden om indertijd een hit te worden bruut buiten de Northern worden gehouden, terwijl ze hun plek daar meer dan verdienen. Neem nou onze Week Spot van deze week: 'Get On Up' van The Esquires (1967).

The Casino ging zich heel overdreven toeleggen op platen die geen hit waren geweest en daarbij werd de soul vaak over het hoofd gezien. Vanzelfsprekend verdient de club wel het krediet van een aantal Northern Soul-krakers, maar niet alles is even zaligmakend. Onder aanvoering van de legendarische Engelse deejay Soul Sam proberen een aantal, vooral Europese, deejays (waar ik mezelf ook maar tot reken) de soul terug te brengen in Northern. En komt er dus ook wel eens een hit het territorium binnen wandelen, ter vervanging van stukgedraaide non-hits die niet zonder reden destijds buiten de hitlijsten zijn gevallen. Bovendien is The Esquires zo'n geval die je, ondanks de forse hitpositie in Amerika, zelfs nog niet op Tour Of Duty Vol. 57 zal voorkomen, op menig sixties-radio station in de speellijst ontbreekt en dat dus dreigt te worden vergeten. Daar staan wij klaar om de plaat op te vangen. Het amg dus een week de Week Spot heten!

De eerste incarnatie van The Esquires ontstaat in 1957 binnen de familie Moorer: Gilbert, Alvis en Betty. Er zijn een paar vroege bezettingen bekend, maar de groep kan maar geen platencontract bemachtigen. Zo is Betty in 1962 even uit de groep. In dat jaar begeleidt The Esquires samen met een andere groep, The Ambassadors, Lonnie Walker op een plaat, maar krijgen daarvoor niet de 'credits'. Betty Moorer maakt een solo-single in 1962 waarop ze eveneens door haar broers wordt bij gestaan. In 1965 doet de groep auditie bij Curtis Mayrield, maar die ziet niks in hen. Ze tekenen vervolgens bij Constellation Records, maar dat label staat op punt van faillissement. Ze houden er nog wel een extra lid aan over: Millard Edwards heeft als Mill Evans een single gemaakt voor Constellation en sluit zich in 1967 aan bij The Esquires. Dat jaar tekenen ze bij Bunky. Dat wordt dan juist overgenomen door Scepter en ten tijde van The Esquires' eerste single doet Scepter de nationale distributie en steekt veel tijd in het nieuwe label. Met dien gevolg dat 'Get On Up' een verdiende grote hit wordt. Het bereikt nummer drie in de 'black charts' en elf in de Hot 100.

'Get On Up' laat zich het beste omschrijven als een 'big vocal dancer'. In vergelijking met veel andere 'zwarte' platen uit 1967 ligt bij The Esquires de nadruk nog zwaar op de harmoniezang. En die is niet mis! Of het is een vlaag van verstandsverbijstering geweest óf de groep heeft in twee jaar een enorme progressie door gemaakt, maar Curtis Mayfield had zich niet hoeven schamen met The Esquires. De opvolger, 'And Get Away', bereikt een 22e plek in de Billboard en daarna zal alleen 'You've Got The Power' in 1968 de 'bubbling under' ontstijgen. Tegen die tijd is ook Bunky al ten onder gegaan en neemt The Esquires rechtstreeks op voor Scepter. In dezelfde tijd verschijnt eveneens hun eerste album. Daarna zullen de platenmaatschappijen elkaar snel volgen en idemdito met de nimmer geheel stabiele bezetting. 'Get On Up' krijgt in 1976 nog een nieuwe versie mee. Vanaf 1979 zijn alleen de namen van Gilbert en Alvis bekend, de overige leden lijken inwisselbaar. Gilbert overlijdt in 2008 aan de gevolgen van keelkanker, Alvis volgt hem in de zomer van 2011. Betty's laatst bekende plaat dateert van 1969, 'It's My Thing', en daar staat me iets van bij dat ik die onlangs nog voorbij heb zien komen op Ebay. De 'soundfile' klonk wel interessant, maar het is niet tot een bod gekomen.

Ik dacht een paar weken geleden nog dat 'Get On Up' tamelijk obscuur was, want ik kwam hem weinig tegen bij de specialisten. Nu blijkt dan dat dit het moet liggen aan het feit dat de plaat zo'n grote hit is geweest. Maar dan nog..., dan zou ik hem wel van radio of van een forum moeten kennen. Ik geloof dat 'Get On Up' juist door de hitpositie een 'underdog' is geworden. Dan is het de hoogste tijd om deze weer naar het oppervlak te brengen!

maandag 8 april 2013

Raddraaien: Metallica



Het is bijna een jaar geleden dat ik een start maakte met Raddraaien, niet wetende dat deze serie binnen onafzienbare tijd 20 Years Ago Today ging vervangen en zo'n vast onderdeel van Soul-xotica ging worden. We zijn nu bezig aan de derde serie en nu moet ik echt met de billen bloot, als het aan de dames en heren kappers ligt. Na Willeke Alberti is het nu opeens de beurt aan... Metallica! Deze serie is funest voor mijn reputatie, want ik roep dikwijls dat ik géén metalplaten in mijn verzameling heb. En dan is de eerstvolgende Raddraaier maar liefst van Metallica. Gelukkig dan wel weer een fakkelballade, maar ik zet hem echt niet vaker op dan noodzakelijk. De Raddraaier van vandaag heet 'Nothing Else Matters' en is, zo gezegd, van Metallica.

Ik moest er laatst weer eens aan denken. Ik ben in 1992 begonnen als poprecensent. Ik had geen betere tijd kunnen treffen. De muzikale ontwikkeling zat alweer een tijdje op slot, maar de jaren 1991 tot en met 1993 waren vooral die van de ommekeer. Daarvoor was er altijd sprake geweest van een 'underground' in de popmuziek. Die 'underground'-geluiden kon je beluisteren bij de VPRO, soms ook bij de KRO en de Vara. Toen ik met het 25-jarig jubileum van Het Bolwerk de posters bekeek, was In Tua Nua de enige band die ik kon ontwaren die daadwerkelijk in de Top 40 had gestaan. In 1991 veranderde dit op slag. De band die je de vorige avond nog in de lokale poptempel had gezien, kon die dag op MTV voorbij komen en drie weken later in de Top 40 staan. De stevige gitaarrock was in een opmars, maar ditmaal ging het verder dan Bon Jovi en Europe. Metallica was 'anders'. Hoewel hun 'zwarte album' door menig oude fan als een commerciële uitverkoop wordt beschouwd, was hetzelfde album vijf jaar eerder nooit niet in de hitlijsten terecht gekomen!

Ik weet nog dat zelfs in 1990 Metallica nog écht 'underground' was. Ik had het geluk een aantal klasgenoten te hebben die iedere woensdag naar de Moordlijst luisterden, zo doende kende ik de naam. De zomer van 1991 is echter de grote doorbraak van Metallica en ik mocht het album meteen ontzettend graag. Het is pas in januari 1993 als ik lid wordt van Boek En Plaat. Wie kent ze niet? Drie boeken en/of cd's voor een tientje? Mijn keuze valt op het Wolters Nederlands woordenboek (nog ongeschonden bij mijn moeder in de kast), de eerste van The Doors en het zwarte album van Metallica. Toch moet ik bekennen dat ik sindsdien met het album niet veel verder ben gekomen dan de hits en dan met name 'The Unforgiven'. Sterker nog: Ik heb er nu zo'n zin in dat ik na publiceren de b-kant, 'Enter Sandman', lekker hard door mijn koptelefoon laat schallen! De cd is tot eind 1997 bij me gebleven. Syl heeft hem toen 'geleend' en volgens mij zijn we het beide toen vergeten. De cd was overigens ook al niet meer krasvrij en bovendien was mijn interesse voor Metallica in 1997 al ernstig verflauwd.

Verder heeft Metallica nooit meer iets voor me betekend. In de eerste jaren van de nieuwe eeuw werd ik regelmatig getrakteerd op een poepje Metallica, mede dankzij een grote Metallica-fan in De Buze. Ook is 'Whisky In The Jar' zo'n plaatje dat synoniem staat aan de vroege zondagochtenden (het vervolg van de zaterdagavond) in De Karre. Toch móest ik een tijdje geleden wel even dat laatste album met Lou Reed op zoeken. Noem het maar nieuwsgierigheid! Ik ben bovendien dol op 'underdogs' en rare combinaties, maar in het geval van Lou Reed & Metallica had iedereen wel gelijk. Lou Reed heeft geen Metallica nodig en Metallica heeft geen Lou Reed nodig. Ik kreeg zo'n beetje hetzelfde gevoel als bij 'Death Of A Ladies' Man', de eenmalige samenwerking tussen Leonard Cohen en Phil Spector.

En zo komen we bij het heden en kan ik niet wachten om 'Enter Sandman' straks even op een ongehoord niveau door de koptelefoon te knallen. Metallica is gewoon een lekker stukje jeugdsentiment. En dat kan in de nabije toekomst de aankoop van andere Metallica-singles rechtvaardigen, hoewel ik ze niet iedere dag tegen kom. En dan zeker niet voor vijftig cent, zoals mijn exemplaar van 'Nothing Else Matters'.

zondag 7 april 2013

Schijf van 5: koffietijd



Op het moment van schrijven, staat er ook zo'n dampende mok en heb ik nog het vooruitzicht van een half bakje. Dan gaan we voor vandaag het koffie-tijdperk afsluiten en nemen we de horizontale stand aan. Is er een moment te noemen dat er bij mij niet een bakkie koffie in kan? Ja, ik moet er wel mee oppassen, veel koffie voor het slapen gaan. Eerder had ik daar de minste moeite mee, maar heeft me nog wel eens uit de slaap gehouden. Maar doorgaans ben ik altijd voor een bakje te porren. Sinds het afschaffen van alcohol en verdovende middelen kan ik ontzettend 'kicken' op een loeizware expresso. Koffie is zeer zeker een wezenlijk onderdeel van mijn bestaan en des te verrassender dat we in die twee jaar nog steeds geen Schijf van 5 koffie-plaatjes hadden gehad. Tijd om dat eens recht te zetten!

Ik ga doorgaans niet over één nacht ijs, maar soms kon (verleden tijd) ik heel impulsief iets ondernemen. Het bezoek aan het concert van Fursaxa in het Vlaamse Belsele bijvoorbeeld. Het is dan oktober 2004 als ik hals-over-de-kop afreis naar Belsele. Ik heb helemaal niks gepland of georganiseerd en blijf vervolgens ook nog drie dagen in de regio hangen. Ik maak her en der wel eens even misbruik van iemands gastvrijheid en heb in die contreien dan ook geen dikke vrienden gemaakt. Het is echter wel in deze dagen dat ik regelmatig de nummer vijf uit deze Schijf voorbij hoor komen: 'Verse Koffie Iedere Morgen' van de band Wawadadakwa. Ik zou ze bijna de Pater Moeskroen van de jazz willen noemen, maar dat is enkel gebaseerd op dit ene nummer. Dit nummer uit 2001 mag op vijf.

Hoezo afgezaagd? Toen het liedje in 1987 een hit werd, konden we (of ik tenminste) er niet genoeg van krijgen. Ik herinner nog goed hoe het nummer met een overdaad van stemmen tot Speciale Aanbieding werd gekozen bij de KRO. Zoals het 'not done' was om soepblikken na te schilderen, was een Nederlandstalig liedje over koffie ook iets wat bij niemand op kwam. Ik hoor het liedje nog regelmatig en fluit of zing het nog steeds mee. En dus mag VOF De Kunst van mij op 4 met hun 'Een Kopje Koffie'.

De Afrorockers van Osibisa heb ik nooit helemaal begrepen. Ik heb in de loop der jaren nogal wat singles van hun verzameld, vooral in Duitsland lijkt de groep nogal populair te zijn geweest. Een plaat als 'Fire' uit 1974, ik weet niet precies wat ik ervan moet denken. En als we het dan toch over zulke twijfelgevallen hebben, wat te denken van 'The Coffee Song'. Bij gebrek aan beter zet ik Osibisa dus op drie.

Titels met koffie zijn er niet heel veel gemaakt. Er wordt her en der nog wel eens koffie gedronken in liedjes of er wordt gesmeerd met koffie ('You Had Me' van Joss Stone). Dan blijven de echte klassiekers over voor de Schijf van 5. Op twee staat dit prachtnummer van Sarah Vaughan uit 1949, sinds januari in mijn bezit. Een EP met het nummer van tien jaar later, wel te verstaan, want ik doe praktisch niet aan 78-toeren-platen. Ik moet toegeven dat dit niet de sterkste Schijf is geweest, de koffie-platen lagen minder voor het oprapen dan dat ik had gedacht. 'Black Coffee' van Sarah Vaughan mag vandaag op twee.

Op één zet ik dan die merkwaardige plaat van Blur. Merkwaardig omdat deze iets voor elkaar heeft gekregen, wat geen enkele andere plaat heeft veroorzaakt. Engelsen kunnen nogal pietluttig doen. De wekelijkse singles top 50 wordt samengesteld uit de gegevens zoals die zijn vastgelegd op woensdagmiddag om twaalf uur. De platenmaatschappij van Blur had uitgerekend dat 'Coffee And TV' op 1 zou binnenkomen. Het kwam op 2 binnen en toen ging EMI op onderzoek. Wat blijkt? Deze ene keer hebben de samenstellers gebruik gemaakt van informatie die op woensdagmorgen half twaalf bekend waren. EMI heeft het voor elkaar gekregen dat de hitparade opnieuw moest worden samengesteld, maar... zonder het beoogde resultaat. Zelfs een half uur later is de verkoop van 'Coffee And TV' niet overtuigend genoeg om Madonna van de eerste plek te stoten. Maar omdat er geen koffie zit in 'Beautiful Stranger', mag Blur bij ons gewoon op nummer 1 met 'Coffee And TV'.

Volgende week gaan we aapjes kijken, vijf liedjes met een aap of meerdere van deze apparaten in de titel. Jullie suggesties zijn, zoals altijd, van harte welkom!

zaterdag 6 april 2013

Singles round-up april 1



Ik zou in eerste instantie even wachten met een 'round-up', omdat ik eind volgende week een paar singles vanuit Engeland verwacht. Aan de andere kant: Als ik ze op spaar, wordt het al gauw weer zo'n ellenlang bericht en dat wil ik jullie evenmin aan doen. En zo presenteer ik jullie vandaag twaalf singles die de afgelopen week zijn binnen gekomen. Misschien hadden er meer kunnen zijn. Ik ontdekte vanmiddag dat onze Nijeveense korfbaltrots DOS'46 een rommelmarkt had. Ze hadden nog één plaat, de elpee 'Both Sides Now' van Anne Murray. Die heb ik maar laten liggen. Knap hé? Ik was natuurlijk mijn boekje al te buiten gegaan in de kringloopwinkel, dus het is andermaal tijd om met de billen bloot te gaan!

* The Anglos- Incense (Island)
We beginnen meteen maar met een pijnlijke aankoop. Ik zag vorig weekend deze single op Marktplaats mét fotohoes. Bieden naar waarde... Nee, dat heb ik niet gedaan! The Anglos met fotohoes zal minimaal vijftien euro moeten opbrengen, ik besluit bescheiden in te zetten. Ook met het idee dat de plaat zélf niet heel erg interessant is. Net als bij 'Coming On Strong' van Brenda Lee is het verhaal leuker. Het gerucht dat The Anglos (een Jimmy Miller-productie) Stevie Winwood als leadzanger zou hebben gehad, heeft maar liefst veertig jaar stand gehouden. Winwood zweeg als het graf. Sindskort is gebleken dat het een Amerikaanse zanger is geweest. Maar goed, ik heb zaterdag acht euro geboden voor deze plaat, erg bescheiden dus. Hij wordt me gegund en ik meen even dat ik op een gouden wolk zit. Totdat het fotohoesje een ordinaire fotokopie blijkt te zijn! Het vinyl is derhalve in een goede staat, anders was het écht een ramp geweest!

* Barry Blue- Do You Wanna Dance (Rarclay)
Ik had hem nog niet, geloof ik, maar voor een eurootje is dit exemplaar in puike conditie een fijn koopje. Hoewel ik toch begin te twijfelen. Wat kan ik zeggen over deze plaat? Tsja, Gary Glitter wordt naar de kroon gestoken en ik weet zomaar te vertellen dat Barry Blue in werkelijkheid Barry Green heet. Geen relatie van Barry White overigens!

* Cash & Carry- Tchip Tchip (CNR)
Het verhaal van de zak rottende kiwi's mag inmiddels bekend zijn, Cash & Carry was daarvan eveneens het slachtoffer. Omwille van die plaat is het plaatsen van een zak kiwi's op een platenbakje misschien wel het beste geweest wat ik heb gedaan, hoewel...? Ik kon het weer niet laten voor een euro, dus daar gaan we weer! Ik heb in De Singel ooit bijna mijn reputatie naar het niernamaals geholpen, uiteindelijk heeft de drank dat voltooid. Voor wie het niet weet: Er is niks nieuws aan 'De Vogeltjesdans' van De Electronica's, het deuntje werd al in 1973 gebruikt door een studiogroepje met een Moog. Evenals 'Coconut' van The Electronic System zo'n oorwurm die het succes van 'Popcorn' verder moest uit melken. Enne... hij is niet een heel klein beetje irritant!

* Ella Fitzgerald- Mack The Knife (Verve)
Het is niet zo dat ik opeens alle Ella Fitzgerald-platen blindelings ga kopen, maar haar versie van 'These Boots Are Made For Walking' staat nog immer op mijn verlanglijst. Die plaat is een paar jaar geleden nog opnieuw uitgebracht, dus daar is wel aan te komen. Ik zag op het label van deze single de vermelding 'Concert In Europe' staan en had even de ijdele hoop om Fitzgerald te treffen in zo'n midden jaren zestig-performance. 'Mack The Knife' is gwooon 'Mack The Knife' door Ella Fitzgerald. Deze zal wel niet veel verschillen van de versies van Greetje Kauffeld of Rita Reys. De b-kant blijkt onverwachts erg leuk te zijn: 'Don'cha Go Way Mad' is een heerlijk nonchalant gezongen nummer met 'emotional exposure'. Soul dus...

* The Kalin Twins- When (Brunswick)
Een plaat die ik bijna per kilo kan aanbieden, maar... ik had nog niet de originele fotohoes. Alleen daarom mocht die vanmiddag mee, verder is 'When' zo'n single die ik van mezelf niet meer mag kopen. Ik verzoop er bijna in!

* Gladys Knight & The Pips- Taste Of Bitter Love (CBS)
Het CBS-werk van Gladys Knight & The Pips uit de begin jaren tachtig ondergaat momenteel een revival in de Modern Soul. 'Taste Of Bitter Love' is daarmee een fraaie instapplaat, de enige op CBS die in Nederland in de Tipparade heeft gestaan. Maar ook hier geldt, kijk vooral even op het b-kantje. Hoewel beide klassieke Ashford & Simpson-composities zijn, is 'Taste' gewoon een poepcommerciële disco-stamper. 'Add It Up' is ietsje melodieuzer en dramatischer en vooral in dat laatste vakgebied schittert de stem van Gladys. Deze dame kan sowieso helemaal niks verkeerd doen bij mij, dus iedere single zit wel snor bij mij...

* Liquid Gold- Dance Yourself Dizzy (CNR)
Ongelofelijk, maar waar! Deze disco-kneiter zet nog steeds niet in mijn bakken. Ik weet niet helemaal zeker of Henk, mijn oudste broer, deze destijds heeft gekocht, maar al bij het intro is het helemaal 1979 voor mij en voel ik het weinig comfortabele zitje van 'moto' en mijn Joop Zoetemelk-petje van de SRV op mijn hoofd. Ach, laat me toch, voor een euro even een stukje jeugdsentiment ophalen en daarna ook weer heel snel archiveren!

* Love Unlimited Orchestra- My Sweet Summersuite (20th Century)
Geïnspireerd door de output van Barry White en zijn Love Unlimited Orchestra heb ik dikwijls besloten nog eens de productie van dubbelzijdig behang op te nemen. Omdat White (geen relatie met Blue/Green) er een dikbelegde boterham mee heeft verdiend, denk ik dat ik dat succes kan evenaren. Met andere woorden: Beide kanten zijn niet heel veel soeps, het is gewoon meer van hetzelfde. Zonde om het als pauzemuziek te gebruiken, want tijd kost geld en iedere voorbije seconde komt nooit meer terug. Archiveren!

* Taj Mahal- A Lot Of Love (CBS)
Het zal toch niet... Dat dacht ik toen ik Taj Mahal op de 'Northern Soul Jukebox' zag staan en, jawel! Ik kende het nummer van 'The Best Of Rock Machine', een compilatie van de 'Rock Machine'-samplers van CBS uit de jaren 1968 tot en met 1970. Taj Mahal is vooral blues voor mij en dat nummer op 'Rock Machine' had ik nooit bekeken als zijnde Northern Soul. Het blijkt rond 1977 enige tijd een 'cover up' te zijn geweest in The Casino in Wigan. De elpee-versie is toen als een single geperst op styreen, om de indruk te wekken dat het een originele jaren zestig-single was. Een paar maanden geleden leerde ik via Peter dat 'A Lot Of Love' reeds in 1969 een Nederlandse single-release had gehad. Vorig weekend heb ik mijn exemplaar op Marktplaats gekocht, zonder fotohoes en dus een koopje. Het leek me al stug en nu weet ik het zeker: Deze Nederlandse single is een ingekorte versie. Desalniettemin origineler dan die Engelse bootleg, hoewel ik die lange versie toch nog wel eens wil hebben!

* Shuki & Aviva- Signorina Concertina (Omega International)
In 1994 kocht ik eens in een opruiming een cd-tje met 'hits' uit 1973, onderdeel van een serie van BR Records. Ik heb toen, omwille van 'It's Good News Week' van Hedgehoppers Anonymous, ooit nog een 1965-editie besteld. Die cd over 1973 bevatte vooral werk uit de catalogus van Dureco, dus op zichzelf een aardig snuffel-plaatje. Shuki & Aviva stond er ook op, maar ik was hem al lang weer vergeten. Lieve hemel, wat moet een mens hiermee? Pas als ik alle Top 40-hits en tipnoteringen uit 1973 compleet heb, kan ik misschien toch nog eens dankbaar zijn voor die zaterdagmiddag toen ik dit schijfje ellende mee nam uit de kringloopwinkel in Meppel. Ach, het is geen drama, ik heb niet voor niets een collectie van duizenden, maar het gevaar is dat het ooit nog eens een Raddraaier wordt. Het zij zo...

* Mavis Staples- Melody Cool (Paisley Park)
Ik heb recent geprobeerd uit te leggen wat de stem van Mavis Staples met me doet. Lees dat verhaal nog eens en probeer dan begrip op te brengen voor deze aankoop. Ik ben niet kapot van de Prince-producties van omstreeks 1990, maar die stem...?

* Barry White- What Am I Gonna Do With You (Philips)
Om het kleurenpalet even compleet te maken, hebben we hier ook nog een plaatje van meneer White. De man wiens naam in schril contrast staat met zijn stemgeluid. Dat is eerder koffiebruin. Koffie? Ruik ik koffie? Ja, ik heb nog een potje gezet op dit late tijdstip, maar dat geeft me ook reden voor een mooie overgang naar morgen: Dan gaan we maar liefst vijfmaal koffiedik kijken!

vrijdag 5 april 2013

Raddraaien: Lonnie Mack



Sinds ik op deze single ben uitgekomen, ongeveer een uur geleden, ben ik mijn hersens aan het pijnigen. Heb ik Lonnie Mack nu wel of niet 'live' gezien? Er staat me iets van bij dat deze grote man in 1996 of 1997 in Het Bolwerk in Sneek heeft gespeeld. En ja, dan heb ik inderdaad ook een recensie over hem geschreven. Er staat me wel iets bij van een concert van Lonnie Mack, maar iedere andere indruk is verdwenen. Best jammer, want als rockliefhebber is Lonnie Mack niet zomaar eentje! Ik heb deze single vier jaar geleden eens mee genomen uit de kringloopwinkel in Steenwijk, vooralsnog in de veronderstelling dat het een heruitgave moest zijn. Nee hoor, het is helemaal het origineel. Het plaatje heeft in de 42 jaar tussen release en aankoop een zwaar leven gehad, maar er is iets wat meer op toeval lijkt. De single komt uit een partijtje Libanese singles en zat ook in een (neutraal) Libanees hoesje. Of die daar per ongeluk is in gekomen of dat we hier echt met een wereldreiziger hebben te maken, is me nooit duidelijk geworden.

Had de muziekwereld er anders uitgezien zonder Lonnie Mack? Ja en nee. Ik denk dat de muzikale evolutie zijn gang wel had gevonden, maar dat bepaalde muziekstijlen en -stromingen pas later op gang waren gekomen. Jimi Hendrix deed menig mond open vallen, maar als je het flikte om hem na te doen, werd je ook als dusdanig in de pers afgeschilderd. Lonnie Mack, daarentegen, opende een deur die door heel veel andere gitaristen opnieuw werd geopend, maar steeds met een eigen interpretatie, waardoor hij verantwoordelijk mag worden gehouden voor meerdere muziekstromingen. We hebben het dan voornamelijk over mans' vroege werk, waaronder ook zijn flitsende versie van Chuck Berry's 'Memphis', maar zeker ook de opvolger 'Wham'.

De tremelo wordt tot 1963 nog het meest gebruikt voor de countrymuziek, maar het venijn waarmee Mack het accessoire te lijf gaat, geeft een hele nieuwe dimensie. Naar aanleiding van Lonnie Mack's hit 'Wham' krijgt de tremelo al snel de geuzennaam 'the whammy bar'. Opvallend in Mack's instrumentaaltjes is het gebruik van bluesy ritmes, wat hem een 'aardappeltje anders' maakt in vergelijking met de dan geldende instrumentale gitaargroepen en -helden. Zijn werk is een voorbeeld voor menig bluesrock-gitarist in de late jaren zestig, dat genre zal later weer uitgroeien tot hardrock. 'Een mijlpaal in de geschiedenis van de gitaarrock', dat predikaat krijgt 'Memphis' reeds zestien jaar na het verschijnen van de plaat. Een jaar later, in 1980, wordt het verkozen tot 'meest invloedrijke nummer voor de elektrische rockgitaar'. Daarmee staat het dus boven het werk van Hendrix, waaruit andermaal blijkt dat 'Memphis' écht deuren opende, waar 'Hey Joe', 'Purple Haze' of 'Voodoo Chile' slechts gitaristen overrompelden.

Lonnie heeft een lange staat van dienst. Hij is ruim 71 jaar in dit leven en is voorlopig nog niet toe aan pensioen. Waar Hendrix, Clapton en Jimmy Page door de massa wordt bekeken als grote gitaristen, daar is Lonnie Mack eeuwig een 'cultheld' gebleven. De lijst ban artiesten waarmee hij samen op het podium of in de studio is geweest, laat zich lezen als een muziekencyclopedie. Van James Brown tot aan The Doors, iedereen heeft wel ergens in zijn of haar carriére gebruik gemaakt van de diensten van Mack, zo lijkt het wel. Hoe historisch de naam en het figuur Lonnie Mack is, mag blijken uit het feit dat de man vanaf 1990 ruim vijftien jaar geen nieuw album heeft uitgebracht en toch vrijwel continu op tournee is geweest. Mack heeft al zo vroeg als in 1963 zijn visitekaartje afgegeven.

Lonnie Mack wordt dus vooral geassocieerd met deze twee instrumentale nummers, maar de man was eveneens gezegend met een fraaie stem. In de midden jaren zestig heeft hij een aantal mooie soul-ballads opgenomen, maar échte succesnummers heeft Mack sinds 'Memphis' nooit meer gehad.

donderdag 4 april 2013

uit de jeukdoos: Mickey Moonshine



Omdat de mp3-stick wel heel erg op herhaling ging met zichzelf, heb ik het ding een paar weken geleden helemaal leeg gehaald en handmatig zo'n 350 favorieten erop gezet. Maar na een paar weken begon het gedonder overnieuw en heb ik afgelopen weekend wederom de schaar gezet in de speellijst. 'Girls Are Against Me' van The Utopias vind ik een perfect nummer, maar dat wordt minder als je hem driemaal per uur krijgt te horen. Buiten plaatjes die ik al lange tijd kende, heb ik toch nog een paar er tussen gestopt die me nog moesten 'opvallen'. Eentje daarvan heeft zijn werk reeds gedaan: 'Name It You Got It' van Mickey Moonshine. Op zoek naar een vinyl-exemplaar kwam ik vanmiddag uit op een hele lange draad uit 2009 op het Soul Source-forum. Hoewel de meningen aldaar over het betreffende nummer nogal verschillen, is er een vraag die bij iedereen speelt: Wie was in hemelsnaam toch die Mickey Moonshine?

De Northern Soul-beweging piekt in 1974 in haar populariteit. Waar de BBC in 1973 nog een tevergeefse gang naar Wigan maakte in de hoop om in The Casino te mogen filmen, daar hoefde de 'Beeb' een jaar later niet meer specifiek naar Wigan, maar kon in iedere provinciestad in het noordwesten van Engeland terecht. Hoewel de plaatjes uit het tweede deel van de jaren zestig een hoofdrol spelen in de nieuwe jongerenbeweging, proberen de dames en heren platenmaatschappijen van het succes mee te smullen. Pye gaat na welke Northern Soul-'collectables' via één van hun labels is uitgebracht en voorziet de markt van hun 'Pye Disco Demand'-heruitgaven. Daar drukken ze ook snel even 'Goodbye Nothing To Say' van The Javells tussendoor, in de hoop dat het Northern-publiek het zal oppikken als een jaren zestig-plaat. Daar slagen ze deels in. Het is in ditzelfde jaar dat er via Decca een single wordt geïntroduceerd met een poster-campagne. Heel Londen is behangen met posters met daarop de tekst 'Who Is Mickey Moonshine?'. Het is een vraag die vijfendertig jaar later de gemoederen nog steeds bezig houdt.

Naast het vinden van een exemplaar hoop ik eveneens iets over de eventuele prijs te leren kennen. Hoewel 'Name It You Got It' een flinke danshit is geweest is in The Casino, moeten veel Northern-liefhebbers er niet veel van hebben. De single is via een grote platenmaatschappij uitgebracht, dus daar verwacht ik evenmin extreme prijzen bij. Ik kom, zo gezegd, uit op het Soul Source-forum, nadat John Manship me niet verder heeft kunnen helpen. En hém zullen we ook in die draad tegenkomen. Wie is Mickey Moonshine? De eerste roept Alvin Stardust, maar dat wordt eigenlijk meteen al als onwerkelijk afgedaan. Waarom zou Alvin Stardust, als gerenommeerd artiest, zijn reputatie in de weegschaal leggen met een disco-achtig soul-plaatje? De tweede is erg zelfverzekerd en roept meteen dat het Chris Rainbow is. Hij zou de connectie in 1977 hebben vernomen, maar weet het niet hard te maken. En dat is koren op de molen op zo'n forum. Hoewel niemand graag opbiecht de plaat in zijn bakken te hebben, ontwikkelt Mickey Moonshine zich toch wel een beetje tot een mythe die waarschijnlijk nooit opgelost gaat worden?

De stem van Chris Rainbow wordt geanalyseerd, die van Mickey Moonshine en bij die laatste vermoeden ze iets van een afkomst te raden. Dan is er ook nog iemand die de naam Paul Nicholas laat vallen. In mijn Record Collector Price Guide staat de single tweemaal, een origineel uit 1974 en een identieke heruitgave uit 1975. John Manship lijkt ook van dit gegeven uit te gaan, maar heeft nog nooit de heruitgave gezien. Mythe 1: Die heruitgave is er nooit geweest! Mickey Moonshine heeft twee singles gemaakt: 'Name It You Got It' en 'Baby Blue', beide met aparte catalogusnummers. De bewering van iemand dat de heruitgave een roze ondergrond onder het papieren label zou hebben en het origineel een zwarte, is dan ook klinkklare onzin. Maar toch, de vraag blijft: Wie is toch die Mickey Moonshine?

Chris Rainbow laat desgevraagd weten helemaal niets met de plaat van doen te hebben. Zou arrangeur Pip Williams het hebben in gezongen? Mike Batt? Dan is er iemand die wat al teveel kennis van zaken blijkt te hebben. En, jawel, hij weet het antwoord op de vraag, maar is niet scheutig deze te geven. ,,Een mythe is altijd mooier dan de oplossing", is hij van mening, maar gaat toch overstag. Geen Chris Rainbow, Mike Batt, Paul Nicholas, Alvin Stardust, Pip Williams of Donny Osmond, nee... het is niemand minder dan Paul Curtis! Wie??? Inderdaad, de man had gelijk, de legende is leuker dan het antwoord. Paul Curtis, co-schrijver van menig Songfestival-liedje, en tegenwoordig schrijver van musicals en boeken. Hijzelf was het Mickey Moonshine-avontuur al lang vergeten, maar vindt het desondanks een aardig gegeven dat de plaat zo'n cult-imago heeft gekregen.

Dat heeft ons nog geen stap dichterbij de single gebracht. Ik weet inmiddels wel dat vijftien pond een fraaie Engelse prijs is, maar zelf hoop ik op een voordelige Europese release. De tweede single heb ik al wel gezien bij een Portugese handelaar, mét fotohoes en net onder het tientje. We blijven zoeken!