zondag 8 juni 2014

Raddraaien: Tom Jones



Het is zondag en dus zou hier een aflevering van de Schijf van 5 moeten staan. Ik had me voorgenomen een Schijf met 'regen-effecten' te presenteren, maar ik moet opbiechten dat ik er tot vanmiddag niet aan had gedacht. Als ik dan even nadenk over mogelijke kandidaten, blijkt het andermaal niet het eenvoudigste onderwerp te zijn. We hebben immers al eens een Schijf over 'noodweer' gehad en om de regen te accentueren, zit er vaak ook onweer bij in. Ik zal me even schrap zetten en presenteer jullie morgen dan een Schijf van 5 en vermoedelijk een Raddraaier, want ik was gisteren na de uitzending bekaf. Vijf uren, ik had ook de Lucky Dip, uitzenden is al vermoeiend, maar het warme weer maakte het nog een slag erger. Vandaag een oude bekende in Raddraaien. Afgelopen augustus was Tom Jones hier te gast met zijn monsterhit 'Green Green Grass Of Home' en toen ging het verhaal over mijn Tom Jones-imitatie in De Karre en een gedeelte van de jaren zestig. De Raddraaier van vandaag is 'Say You'll Stay Until Tomorrow' uit 1976 en dit nodigt uit om de latere periode van Tom Jones eens onder het vergrootglas te leggen.

Tom Jones is in zijn 29e levensjaar al een artiest die niet meer stuk kan. Hij heeft een lange rij hits en hij staat nu klaar om een volgende stap in zijn loopbaan te nemen. Tom mag een eigen televisieshow presenteren: 'This Is Tom'. Het is een soort van voorloper van 'Later With Jools Holland', want ook hier treden andere artiesten op en vindt geregeld een duet plaats tussen gast en Tom Jones. Legendarisch is het optreden van Janis Joplin. Waar Gordon Mills als manager een ijzeren hand heeft in het regelen van de muzikale zaken, daar pakt het televisie-avontuur minder fortuinlijk uit voor Jones. Natuurlijk, het is een groot succes, maar er volgt nogal wat gekonkel over rechten en niet betaalde royalties. De geruchten gaan dat Jones maar liefst 9 miljoen dollar heeft verdiend aan drie jaar 'This Is Tom', in 1980 en 1981 heeft hij een varieté-show met zijn eigen naam in Canada. Pas jaren later verschijnen opnames van beide shows door een bedrijf dat gelieerd is aan de oorspronkelijke productiemaatschappij, maar zich bovendien als eigenaar beschouwd van het inhoudelijke werk. Er hoeft van hun dus geen cent naar Tom Jones te gaan, maar zo werkt het natuurlijk niet. In 2007 is het uitgevochten in de rechtszaal.

Snel weer terug naar de muziek! De jaren zeventig beginnen hoopvol met knallers van hits als 'Daughter Of Darkness', 'The Resurrection Shuffle' en vooral 'She's A Lady'. Jones maakt dankbaar gebruik van Quiet Elegance, een vrouwelijk zanggroepje uit Detroit dat met een keur van artiesten optreedt en zelf ook een paar plaatjes mag maken. 'Till' en 'The Young New Mexican Puppeteer' zijn aanvankelijk de laatste hits voor Tom Jones. Vanaf 1973 krijgt hij het even heel erg moeilijk, maar in 1976 laat hij nog eenmaal van zich horen middels 'Say You'll Stay Until Tomorrow'. Die single bereikt een eerste plek in de Amerikaanse country-hitparade en vijftien in de Billboard. Het succes in de country-hitparade doet hem besluiten zich even vooral daarop toe te leggen. Van 1980 tot en met 1986 heeft hij negen liedjes die de Country Top 40 bereiken, maar geen van de plaatjes haalt de Billboard of de Engelse hitparade. Op 29 juli 1986 overlijdt Gordon Mills, zijn manager, en Tom's zoon Mark neemt de taak van Mills over. Daar waar Mills het grote succes heeft gebracht in de jaren zestig, daar is Mark medeverantwoordelijk voor het feit dat Tom Jones tot op de dag van heden een attractie is. In 1987 heeft Jones zijn eerste Engelse hit in vijftien jaar: 'A Boy From Nowhere'. Toch is de samenwerking met een hippe synthesizer-groep de ommekeer in Jones' ingedutte carriére. In 1988 neemt hij een cover op van het Prince-nummer 'Kiss' met de groep Art Of Noise. Het bereikt nummer vijf in zowel Engeland als Nederland en 31 in Amerika. De bijbehorende videoclip sleept nog een prijs van MTV in de wacht.

In 1989 krijgt hij zijn tegel in de Hollywood Walk Of Fame en heeft een bescheiden succes door een samenwerking met Van Morrison. In 1993 tekent Jones voor Interscope en brengt ons het album 'The Lead And How To Swing It'. 'If Only I Knew' is de grote hitsingle van dat album. In 1997 neemt hij een versie op van 'You Can Leave Your Hat On', welke prominent wordt gebruikt in de meesterlijke Engelse film 'The Full Monty'. Als hij vervolgens 'Reload' wil opnemen, blijkt opeens iedere grootheid uit de popmuziek wel een gaatje vrij te hebben in zijn of haar agenda. Tom werkt op dat album samen met The Cardigans, Natalie Imbruglia, Van Morrison, The Stereophonics, Portishead en Mousse T., om een paar te noemen. De laatste neemt Jones' 'Sex Bomb' danig onder handen en het levert Tom nog maar weer eens een hit op.

Ik schreef het in augustus en ik schrijf het opnieuw: Tom Jones is een held voor mij. Hij heeft genoeg hits op zijn naam staan en geld in zijn achterzak om zijn leven in een ivoren torentje te spenderen, maar in plaats daarvan blijft hij zelfs op 74-jarige leeftijd stug doorzetten. Zo zal hij dit jaar opnieuw van de partij zijn als coach in 'The Voice UK' en staat hij dit jaar met Cliff Richard in het voorprogramma van Morrissey. Nee, ik maak geen grapje! Morrissey gaat een Amerikaanse tournee doen met Tom Jones en Cliff Richard als voorprogramma. Dat moet wel een bijzonder avondje uit worden?

vrijdag 6 juni 2014

Van hit naar her: Klingande



De Nederlandse Top 40 is bijna net als Goede Tijden Slechte Tijden. Als je eens per maand een aflevering van die soapserie kijkt, ben je in een half uur bijgepraat zonder dat er vijf dagen per week kostbare tijd in is gaan zitten. Waar de Top 40 jaren geleden iets was waar je reikhalzend naar uit keek, begint het steeds meer een bron van ergernis te worden. In navolging van slechts één nieuwe binnenkomer van afgelopen week, zijn er maar liefst drie in de Top 40 van deze week (zaterdag 7 juni 2014), maar de hoogste nieuwe binnenkomer staat ver buiten de top 20. Daar zien we twee opvallende stijgers: Tove Lo en Kiesza. De rest van de Top 40 is even gezapig als anders. Pharrell Williams heeft twee weken geleden het record van Corry & De Rekels aan diggelen gegooid en gaat op zijn elven en twaalven terug naar nummer 40, dus die haalt de 52 weken wel. Klingande staat al een paar weken niet meer in de Top 40, maar dat is niet erg omdat deze ook bijna een half jaar in de lijst heeft gestaan. Tot mijn grote verbazing komt 'Jubel' deze week de Engelse Top 40 binnen en dat geeft mij een goede reden om dit nummer alsnog in de schijnwerpers te zetten.

Iets wat toch wel een beetje hoop geeft op verandering is de nummer 1. Het gebeurt geregeld dat ons land zes weken lang dezelfde nummer 1-hit heeft, maar daar lijkt toch schot in de zaak. Calvin Harris heeft slechts één week de lijst aangevoerd en heeft stuivertje gewisseld met de nummer twee: 'Am I Wrong' van het Noorse duo Nico & Vinz. Die plaat mocht vorig jaar in eigen land niet de toppositie halen, maar dat is inmiddels rechtgezet. Het is overigens de derde nummer 1-hit voor een Noorse act. A-Ha was in 1985 de eerste met 'Take On Me' en werd in 2009 gevolgd door 'Beggin' van Madcon. De voormalige nummer 1-hit van Clean Bandit zit vastgeroest op drie en buiten de stijger van Tove Lo (van 16 naar 4) is het allemaal mondjesmaat in de top 20.

In dat geval is de Engelse Top 40 een stuk interessanter. Daar heerst nog wel de spanning voor de publicatie van de nieuwe lijst. Enige verschillen met Nederland zijn de impulsieve hits: Vaak behaalt een plaat in de eerste week zijn toppositie en is soms een maand later alweer uit de lijst. Of sneller: 'Onze' Common Linnets stond een week geleden op 9, elf plaatsen hoger dan Conchito Wurst. Beide zijn na een week alweer verdwenen. De Top 40 heeft jarenlang als regel aangehouden dat een 'afgevoerde hit' een half jaar lang niet opnieuw in de Top 40 kan komen. Soms is er een kleine piek in de verkoop als een plaat nét de Top 40 heeft verlaten. Dit wordt in Nederland niet gerekend, maar in Engeland wel. Met als gevolg dat 'Timber' van Pitbull & Kesha weer even op 35 staat. Om het verhaal compleet te maken: In Engeland staat 'I Wanna Feel' van SecondCity op nummer 1. Een bijzonder fijn zomers dansplaatje waar ik aan twijfel of het in Nederland gaat doorbreken.

Hoewel in Top 40-verband niet het wiel wordt uitgevonden, zit er toch nog enige progressie in de dansmuziek. Vorig jaar werden we zo opeens verrast met een nieuwe stroming: 'saxophone house'. Onder leiding van onze eigen Bakermat, over eendagsvliegen gesproken, worden 'deep house'-deuntjes opgevuld met de klank van een saxofoon. De kans voor menig jazzmuzikant om een paar centjes te verdienen. Het nog redelijk verse duo Klingande gebruikt voor haar composities een piano en saxofoon, natuurlijk in combinatie met niet al té wilde electronische beats. Het is zowel geschikt voor in de discotheek als op de radio en dat legt het duo geen windeieren. Klingande is afkomstig uit het Franse Croix-Nord en bestaat uit de heren Cédric Steinmuller en Edgar Catry. Ze komen elkaar eind 2012 op het spoor en sindsdien is Klingande een feit. Steinmuller heeft een obsessie voor de Zweedse taal, dat voortkomt uit de bewondering voor de hedendaagse Zweedse housemuziek. Volgens Steinmuller klinkt Zweeds, zelfs als het wordt gezongen, alsof het direct wordt gesproken naar de luisteraar. De bandnaam is Zweeds alsook de titels van de liedjes. Klingande is Zweeds voor 'galmend'. 'Jubel' is een woord dat zowel in Nederlands als Zweeds dezelfde betekenis heeft. Bij ons komt de plaat op 23 november 2013 de Top 40 binnen. Het bereikt op 15 februari een piek met een negende plek in de Top 40 en verlaat op 10 mei na 25 weken de Top 40. In Engeland komt 'Jubel' deze week binnen op 3. Het is vooralsnog spannend wat de plaat daar gaat doen: Of hij staat volgende week op 1 of hij is de top 20 uit. Ik hoop stiekem op het eerste. Ik ben wel klaar voor een uitbreiding van het succes.

Ik ben een Nederlandse radiomaker bij een Engels station, maar het heeft wereldwijd luisteraars. Hoewel ik soms wel even eentje erin gooi, probeer ik echter te voorkomen dat mijn shows een Nederlands tintje krijgen zonder dat ik té geforceerd Engels probeer te klinken. Nederlandse monsterhits die in Engeland geen voet aan de grond krijgen, tracht ik vaak te omzeilen (buiten wat 'promotiewerk' om, ik zie Bakermat graag eens in de Engelse Top 40 verschijnen). Ik heb 'Jubel' de afgelopen maanden menigmaal in Floorfillers gedraaid, niet bewust dat de plaat helemaal geen hit was in Engeland. Het voelt zo natuurlijk aan, dit moet gewoon een wereldwijde klapper zijn. Nu ook Engeland overstag is, geeft dat een goed gevoel. Hij mág weer!

Voordat het duo 'Jubel' uitbrengt, is er een plaatje met de titel 'Punga' die slechts bescheiden scoort in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Deze is in april in Nederland uitgebracht als opvolger voor 'Jubel', maar over nummer 24 als toppositie en vier weken in de lijst gaan we vanzelfsprekend niet naar huis schrijven. Klingande is een typische eendagsvlieg en met 'Jubel' als enige resultaat is dat geen schande.

donderdag 5 juni 2014

Beeldenroute: Van McCoy



Hoewel het twee maanden geleden is dat we voor het laatst een beeldhouwwerk hebben vervaardigd, moest er toch wel een route mogelijk zijn voor het museumweekend van volgend jaar. Er zijn nog wel een paar mensen waar ik graag een beeld voor wil oprichten. Het mag opvallend zijn dat het veelal 'mensen achter de schermen' zijn, hoewel de boosdoener van vandaag toch van een paar grote hits kennen. Wie denkt dat ik een standbeeld opricht voor Van McCoy vanwege 'The Hustle' of 'Soul Cha Cha' moet vooral verder lezen, want McCoy is niet alleen een man die veel meer heeft gepresteerd dan deze twee disco-kneiters, maar bovendien een zeer eigen geluid heeft. Ik heb in het verleden al vaker de Teddy Randazzo-magie behandeld, wie de jaren zestig-producties van Van McCoy in ogenschouw neemt, zal het met me eens zijn dat er ook zoiets als een Van McCoy-magie bestaat. Mijn soul-koffers geven genoeg bewijs. Ik ga bijna 35 jaar na mans' dood alsnog een standbeeld oprichten voor songschrijver, producer, arrangeur en bandleider Van McCoy.

Zijn geboorteakte vermeldt de naam Van Allen Clinton McCoy, maar dat is een hele mond vol. Vandaar dat hij al snel zijn tweede en derde naam laat vallen. Hij komt op 6 januari 1940 ter wereld in Washington. Hij is het tweede kind van Norman McCoy sr. en Lillian Ray, zijn oudere broer heet Norman Jr. en zal Van verder de showbiz intrekken. Van leert als kind pianospelen en zingt in het plaatselijke kerkkoor. Op twaalfjarige leeftijd begint Van met het schrijven van liedjes en hij treedt samen met broer Norman op tijdens amateurvoorstellingen. Terwijl de broers studeren aan de Roosevelt High School formeren ze met twee vrienden de groep The Starlighters. Het is dan midden jaren vijftig en de doowop is op een hoogtepunt. Net zoals dat tien jaar later met rhythm & blues-artiesten zal gebeuren, staat op bijna iedere hoek van de straat wel een talentscout van een platenmaatschappij. The Starlighters heeft het geluk zo iemand tegen te komen en het neemt in 1956 de novelty-single 'The Birdland'. De plaat wordt enkel een lokale hit en dit heeft een tournee met drummer Vi Burnsides als gevolg. Vervolgens maakt de groep een drietal singles voor het End-label, maar huwelijk en soortgelijke perikelen betekent in 1960 het einde van de groep. Rond dezelfde tijd heeft McCoy ook zijn loopbaan als student beëindigd. Hij studeert vanaf september 1958 twee jaar psychologie, maar geeft de studie op voor een carriére in de muziek.

In 1960 richt hij het platenlabel Rockin' Records op en brengt zijn eerste solo-single uit: 'Hey Mr. DJ'. De single trekt op zijn minst de aandacht van de eigenaar van Scepter Records die McCoy binnenhaalt als schrijver en A&R-manager. In die hoedanigheid heeft McCoy zijn eerste hit te pakken als The Shirelles zijn 'Stop The Music' in 1962 op de plaat zet. In de midden jaren zestig werkt McCoy met het legendarische duo Leiber en Stoller en tekent daarna een contract bij de publicatiemaatschappij April-Blackwood. Hij maakt intussen een paar singles, maar als solo-artiest wil het niet lukken. Het schrijven voor anderen gaat hem beter af: Van McCoy is verantwoordelijk voor het klassieke 'Getting Mighty Crowded' van Betty Everett. Over 'magie' gesproken! Van 1961 tot en met 1966 heeft McCoy een relatie met Kendra Spotswood, die door zijn werk bij Scepter zo nu en dan mag bijspringen in The Shirelles. Als McCoy hun huwelijksdatum wil uitstellen om wille van een plaatproductie breit zij een einde aan de relatie. Bij wijze van afscheid bezorgt McCoy haar een geweldige compositie en productie die zij opneemt als Sandi Sheldon: 'You're Gonna Make Me Love You'. Deze Northern Soul-klassieker uit 1967 heb ik in begin 2012 hier al eens uit de doeken gedaan.

McCoy maakt in 1967 een album onder eigen naam, maar het wil maar niet opschieten. Anderen profiteren wel van zijn medewerking. Gladys Knight & The Pips neemt zijn 'Giving Up' op en schrijft en produceert McCoy die single voor Brenda & The Tabulations waarvan de a-kant al eens een Dweilpauze is geweest en de b-kant vermoedelijk volgende week Week Spot gaat worden. Beide kanten van de plaat hebben een prachtige melodie die versterkt wordt door een zoet orkest onder leiding van McCoy. Een liedje dat iedereen kent is 'I Get The Sweetest Feeling' van Jackie Wilson? Inderdaad, die komt ook uit de pen van McCoy. The Sweet Things zullen jullie kennen als voormalige Week Spot. Dit groepje en de eerste platen van Peaches & Herb (met een Sweet Thing als Peaches) zijn eveneens uit de koker van McCoy. En nog een voormalige Week Spot, eentje uit april 2012: 'Nothing Worse Than Being Alone' van The Ad-Libs. Goed geraden! Behalve schrijver, producer en arrangeur zwaait McCoy ook de scepter over het Share-label waarop het is uitgebracht, de 'moeder' van het label is het machtige SSS International.

Zo breekt de jaren zeventig aan. In 1973 heeft McCoy dan plots een klein hitje onder zijn eigen naam, maar de bijbehorende elpee flopt genadeloos. Het titelnummer, 'Soul Symphony', is een prachtig werkje dat later een cultstatus verdient. Wel formeert hij rond deze tijd een zanggroepje onder de naam Faith, Hope & Charity. Op dezelfde wijze als dat Barry White Love Unlimited in zet voor zijn Love Unlimited Orchestra, doet McCoy dit met Faith, Hope & Charity. De groep heeft zélf een hitje in 1975 met 'To Each His Own', het zal jullie niet verrassen dat McCoy hier ook een dikke vinger in de pap heeft. Als hij in 1975 voor het Avco-label een instrumentale elpee wil opnemen, verwacht niemand dat dit een storm zal doen oplaaien. De elpee heet 'Disco Baby' en het titelnummer wordt gezongen door een andere ontdekking van McCoy: The Stylistics. Dan brengt de platenmaatschappij onverwacht een instrumentale single uit van het album: 'The Hustle'. De rest van het verhaal mag bekend zijn? Het wordt een grote hit en de naam Van McCoy is van het ene op het andere moment gevestigd. Hij zal het vervolgen met singles als 'Change With The Times' en 'Soul Cha Cha', evenals een paar elpees.

De zaken gaan als een trein voor McCoy. In 1979 produceert hij nog een aantal nummers voor die piepjonge Stacy Lattisaw, maar op 6 juli van dat jaar komt hij Magere Hein tegen. McCoy overlijdt ten gevolge van een hartaanval. Zijn muzikale testament is rijk, veel groter dan 'The Hustle' en dergelijke disco-hits en ik blijf me wekelijks verbazen over de prachtige composities en arrangementen die McCoy ons heeft na gelaten.

woensdag 4 juni 2014

Raddraaien: Blondie



Ik zou het wederom even rustig aan doen met plaatjes kopen deze maand, maar toen kreeg ik afgelopen weekend een mailtje van Jörg uit München. Hij heeft weer een frisse partij op Ebay gezet en toen ik daar gisteren tussen keek, viel mijn mond open. Daar móet ik even in mee doen en dat doe ik inmiddels ook. Vanavond liepen drie veilingen af, twee met slechts tien seconden verschil. Bij de eerste is het verbazing alom, want Jörg had een laag startbedrag voor deze ultieme klassieker en ik bleef de enige bieder. Misschien dat het volgekalkte label potentiële kopers buiten de deur heeft gehouden, de geluidsclip laat gehavend vinyl horen maar de audio-kwaliteit lijdt daar allerminst onder. Ach vooruit, het gaat hier om de originele persing van 'Landslide' van Tony Clarke. Die heb ik dus te pakken voor vijf euro. Een beetje een ondergewaardeerde Ruby Andrews-single met een nóg betere b-kant is de tweede die ik heb gewonnen. Dat héle leuke plaatje van Linda Jones op Loma ging in de laatste tien seconden naar iemand die nóg enthousiaster was. Gedurende het weekend lopen er nog een paar veilingen af van Jörg, dus kunnen we dinsdag de schade op maken. Voordat ik de actuele hitparades induik om de speellijst van Floorfillers te maken, geef ik eerst maar weer eens ruk aan het rad en deze bepaalt dat het vandaag moet gaan over 'The Tide Is High' van Blondie (1980).

Het verhaal van Blondie begint in 1973 als Chris Stein zich aansluit bij de band The Stilettos. De zangeres van de band heet Debbie Harry en is in de jaren zestig lid geweest van de folkrockband Wind In The Willows. Die groep heeft in 1968 een elpee uitgebracht op Capitol. Verder heeft Harry geposeerd voor Playboy. Stein en Harry krijgen een relatie. Er vinden enkele bezettingswisselingen plaats en met Clem Burke, Jimmy Destri en Gary Valentine als companen wordt de naam veranderd in Blondie. Dit wordt Harry immers dagelijks na geroepen door vrachtwagenchauffeurs. De groep begint met optredens en is vaak te zien in legendarische clubs als Max' Kansas City en CBGB's. In december 1976 verschijnt het titelloze debuutalbum via het Private Stock-label, maar dit is geen succes. Negen maanden later onderhandelt Blondie met Private Stock over het contract en de rechten en dat winnen ze. Ze tekenen dan bij Chrysalis en via dat label krijgt 'Blondie' een herkansing. Het is dankzij een 'foutje' van de Australische televisie dat Blondie de underground-punk-scene ontstijgt. In het programma Countdown wordt per ongeluk de video gedraaid van 'In The Flesh', op dat moment de catchy b-kant van de opgefokte punk-single 'X-Offender'. Die laatste was té opzwepend voor de hitparade geweest en deze vergissing maakt dat de plaat opeens erg goed wordt verkocht.

Doordat het eerste album reeds in 1976 is gemaakt, kan Blondie snel volgen met een tweede album. 'Plastic Letters' verschijnt in februari 1978. Hoewel in Amerika de groep nog een jaar tot de 'underground' gerekend zal worden, gaat Australië en Europa overstag voor de groep. De eerste single is 'Denis', een cover van Randy & The Rainbows uit 1963, en deze staat op nummer 1 in ons land. Na een succesvolle Engelse tournee verlaat Valentine de groep en wordt vervangen door Frank Infante. Deze kan zowel bas als 'gewone' gitaar spelen en dat komt van pas als bassist Nigel Harrison zich meldt. Infante gaat terug naar gitaar en daarmee wordt Blondie een sextet. 'Parallel Lines' verschijnt in september 1978 en nu wordt de groep ook in Amerika op waarde geschat.

Blondie staat bekend om de veelvoud aan muziekstijlen die het beheerst, alsook vanwege de eigenzinnige covers. In 1980 scoort de groep een grote hit met onze Raddraaier: 'The Tide Is High'. Zanger John Holt schrijft het nummer in 1967 voor zijn groep The Paragons. Opvallend aan het origineel is het gebruik van een viool voor de melodie. In 1971 wordt het nummer populair bij Engelse skinheads. Zeven jaar later neemt Gregory Isaacs zijn versie van het nummer op. 'Toaster' U-Roy, die in 1971 verantwoordelijk is voor de Engelse doorbraak van 'The Tide Is High', verzorgt op de 12"-versie van Isaacs' single een nieuwe 'uitvoering' van het nummer. In 1980 is Blondie de eerste die internationaal succes heeft met het liedje. Het bereikt in Engeland een eerste plek en bij ons nummer vier. In Amerika piekt het bovenaan de Billboard en in Japan zal het vast ook geen slechte zaken hebben gedaan. Omdat Peter geen hoesje had staan en ikzelf de Engelse persing in neutrale hoes heb, kies ik voor het 'exotische' Japanse fotohoesje.

Blondie krijgt nog een aantal illustere opvolgers als het op cover-versies aankomt. In 1996 verschijnt een dancehall-versie van Papa Dee. In 2000 brengt het Engelse tienerzangeresje Billie Piper (ik hoop van harte dat jullie nog nóóit van haar hebben gehoord, ik wel en ik ben er niet trots op!) haar versie uit, maar we gaan nog dagelijks op de knieën om de Allemachtige te danken dat die is geflopt. Kan het nog erger? Ja! Atomic Kitten! Dit uitzonderlijke vocale hoogstandje brengt 'The Tide Is High' andermaal in de top van de hitparade. Dan zal de Duitstalige cover van de Zweedse Siw Inger wellicht als muziek in de oren klinken?

dinsdag 3 juni 2014

Week Spot: Carl Douglas



Zelf heb ik nooit zoveel op gehad met vechtsporten. Dat je moe wordt van inspanning dat is tot zover aan toe, maar blijvende geestelijke schade oplopen door een vrijetijdsbesteding? Nee, mij niet gezien. Zo ging die glorieuze carriére in het boksen aan mijn neus voorbij. Hoewel... kungfu mag eigenlijk geen vechtsport genoemd worden, het is een kunst-discipline. Of je daar ook blijvend geestelijk letsel bij kan op lopen, zou ik zo niet weten. Het bewijs wordt pas gegeven als je de actuele website van Carl Douglas opzoekt. Nee, natuurlijk niet, Carl Douglas beoefende de kunst zelf niet, hij is verantwoordelijk voor de muzikale uiting van kungfu. Waar hij de schade dan wel heeft opgelopen, mag Joost weten. Een biografie begint meestal bij het begin en eindigt bij het heden met daar tussenin een stuk leven. Bij Carl Douglas heeft het meer weg van een Schijf van 5, waarbij hij bovendien een aantal jaartallen helemaal mis heeft en een paar feiten heeft verdraaid. Toch is deze kleine grote man deze week het onderwerp van de Week Spot: Carl Douglas en zijn 'Somebody Stop This Madness' uit 1972 mag een week deze eretitel dragen.

Natuurlijk begint het voor mij ook met 'Kung Fu Fighting'. Ik koop die single in augustus 1990, twee maanden later gevolgd door 'Dance The Kung Fu'. Dan maken we een hele grote sprong naar Hemelvaart 2006, de dag ervoor. Ik ga plaatjes kopen in Leeuwarden. Ik wil eigenlijk naar 'Deja Vu', maar die is gesloten en zo vind ik een leuk partijtje bij de buurman. Het is de opbrengst van een discotheek geweest en buiten wat 'exotische' jaren zeventig-plaatjes om, zitten er een paar 'rare' jaren zestig-plaatjes tussen. 'Funky Walk' van Dyke & The Blazers is daar eentje van. Mijn adem stokt even als ik even later 'Something For Nothing' van Carl Douglas & The Big Stampede in handen hou. Ik weet dat inmiddels iets af van het cult-imago van het Okeh-label en dit is een Amerikaanse demo op hetzelfde Okeh. De plaat is echter wel stevig gedraaid en heeft last van enige 'distortion' van het styreen, maar voor vijftig cent hoor je mij niet klagen. 'Something For Nothing' zal vanaf dag 1 een sleutelrol spelen in de Blauwe Bak. Al gauw leer ik een tweede single van Carl Douglas kennen: 'Serving A Sentence For Life' en een jaar geleden 'Sell My Soul To The Devil'. Het zijn alledrie plaatjes uit 1966-67 en genieten een bekendheid in de Engelse Mod- en Northern Soul-scene.

Carlton George Douglas wordt op 10 mei 1942 op Jamaica geboren. Halverwege de jaren zestig vestigt hij zich in Engeland en maakt met The Big Stampede de clubs onveilig. In 1966 wordt The Big Stampede benaderd door Chas Chandler. Hij heeft een Amerikaanse gitarist in de aanbieding waarvoor hij een begeleidingsband zoekt. Of het goed is dat meneer Jimi Hendrix even komt 'jammen'? Hoewel het voor Douglas een legendarisch moment heet, is de ervaring van Hendrix wellicht anders geweest. Geen van The Big Stampede-leden zullen nog voorkomen in het verhaal van The Jimi Hendrix Experience. In de eerste maanden van 1967 heeft de groep een andere grote eer: Het mag openen voor 'The Stax Revue' in Londen. Nu heeft The Big Stampede een aantal liedjes van Otis Redding op het repertoire staan, maar omdat Otis zélf ook optreedt, zijn ze niet van plan deze te spelen. Totdat de meester er zelf om vraagt. Het arrangement van The Big Stampede kan de goedkeuring van de meester weg dragen. De chronologie van Douglas is een beetje een zootje, maar The Big Stampede zal vast rond 1968 uiteen zijn gevallen. Zijn volgende band heet The Explosions, maar daar is weinig van bekend. In 1971 is hij de frontman van Gonzales, een band met een verfrissend geluid. Een aantal Gonzales-leden zal later Incognito oprichten. En zo komen we in 1972 en vindt de ontmoeting plaats tussen Douglas en Biddu.

Biddu Appaiah wordt in het jaar 1944 geboren in Bangalore in India. In de midden jaren zestig is zijn band The Trojans ongeveer de enige Engelstalige popband en met Biddu op zang en gitaar wordt menig hit van The Beatles en The Rolling Stones nagespeeld. Toch droomt hij van Engeland. In 1967 gaat hij op de dolle roes naar Londen en hoopt The Beatles te ontmoeten. Dat lukt hem binnen een jaar, ook al moet hij niets hebben van de 'slordige kledij' van John Lennon. Biddu raakt als producer betrokken in Tin Pan Alley en krijgt in 1969 zijn eerste kans. De Japanse popgroep The Tigers is in Engeland om een Engelstalige Bee Gees-cover op te nemen. Toch spreken de Japanners geen woord Engels en is het aan Biddu om hun de tekst fonetisch te dicteren. 'Smile With Me' wordt evenwel een vette nummer 1-hit in Japan. In 1972 neemt hij de taak op zich om de spionage-film 'Embassy' van muziek te voorzien. Daar ontmoet hij Carl Douglas met wie hij 'Somebody Stop This Madness' opneemt. Deze en andere Biddu-producties uit die periode worden alras opgepikt in de Northern Soul-clubs en met name in Wigan en Blackpool. Na 'Embassy' biedt Pye Biddu een contract aan en wordt zijn 'Stop What You're Doing' van The Playthings (1973) een grote hit in de Northern Soul. Pye richt zich meer op die markt en brengt ons 'Goodbye, Nothing To Say' van The Javells & Nosmo King, maar... alle partijen zijn bezig met maar één doel: Het scoren van een grote hit! Als de kungfu-films van Bruce Lee op een hoogtepunt raken, schrijft Biddu daar een liedje over. Carl Douglas neemt het op en de rest is geschiedenis. Er zijn wereldwijd elf miljoen exemplaren verkocht. Douglas is voor de rest van zijn leven verbonden aan deze hit. 'Dance The Kung Fu' en 'Run Back' scoren slechts bescheiden in vergelijking tot 'Kung Fu Fighting' en hij staat in 1998 opnieuw in de Britse hitparade. 'Kung Fu Fighting' is dan uitgebracht als Bus Stop, maar dat blijkt Douglas in eigen persoon te zijn.

De kwaliteit van Douglas ligt hem voor mij in de bijtende manier van zingen. Dit demonstreert hij bijvoorbeeld in 'Something For Nothing', maar ook in 'Somebody Stop The Madness'. Die laatste is zwaar onder invloed van 'What's Going On' van Marvin Gaye. Muzikaal niet, maar de thematiek wél. Muzikaal heeft dit het bombastische van de soundtrack-funk (denk aan 'Shaft') maar met een lichte melodie die kenschetsend is voor de Northern Soul. 'Somebody Stop The Madness' wordt nimmer een hit bij het grote publiek, maar onder deejays en dansers is het nog immer populair.

maandag 2 juni 2014

Raddraaien: Madness



Op 18 juli 2013 was Madness al eens te gast in Raddraaien, toen met 'Baggy Trousers'. In dat bericht heb ik vooral beschreven welke rol de groep in mijn leven heeft gespeeld. De eerste kennismaking met Madness is feitelijk ook de eerste kennismaking met muziek, een paar losse flodders daar gelaten, en terwijl de band lange tijd afwezig is geweest, is het sinds mijn toetreding tot Wolfman Radio weer zeer actueel. Ik noem in dat bericht ook het Specialized-project, maar daar kan ik nu een aanvulling op brengen. Het zat er wel aan te komen: Na The Specials en The Beat staat Specialized dit jaar in het teken van Madness. De optredende groepen en degene die meewerken aan de Specialized-cd zullen allen een nummer uit het rijke oeuvre van de groep voor haar rekening nemen. Ikzelf ben eveneens prominent op die cd, met een stel radio-collega's hebben we een doldwaze versie van 'The Chipmunk Song' opgenomen. En, niet onbelangrijk, kom ik in de Specialized-kalender van volgend jaar in een foto die ook Madness ademt. Madness is dus op meerdere fronten een welkome gast in Raddraaien, vandaag staat de single 'Embarrassment' (1981) centraal.

Ik durf er nog niet teveel aan te denken, want het is nog heel ver weg voor mij. Ik heb afgelopen november 'beloofd' dat ik mijn best zou doen om dit jaar aanwezig te zijn op Specialized. Hoewel het vakantiegeld een week geleden is gearriveerd en ik daarvan een kaartje zou hebben moeten kopen, lijkt dat geld al grotendeels gespendeerd aan rekeningen en een aantal verplichte uitgaven. Mijn laptop is al tijden niet veel soeps meer en de 'uitzend'-computer is té oud om een kostbaar programma op te installeren. Er moet dus een tweede computer komen, deze 'oude bak' heeft zijn diensten bewezen als uitzend-computer en dus mag die zeker blijven! Komt natuurlijk ook bij dat het uitstapje in januari erg veel heeft gekost. Het is het dubbel en dwars waard geweest, maar daardoor kan het échte Specialized er wel eens bij in schieten.

Genoeg over mezelf... laten we het ditmaal eens over de groep hebben. De eerste incarnatie van Madness komt in 1976 bijeen in de Londense wijk Camden Town. De groep noemt zich The North London Invaders. Het trio Mike 'Monsieur Barso' Barson (zang/toetsen), Chris 'Chrissy Boy' Foreman (gitaar) en Lee 'Kix' Thompson (saxofoon) staat aan de wieg en trekken de muzikanten Cathal 'Chas Smash' Smyth (basgitaar) en drummer John Hasler aan. Dikron Tulane is de eerste leadzanger. Deze band doet een reeks optredens tot diep in 1977. Als het op een tuinfeestje heeft gespeeld, wordt de groep benaderd door één van de bezoekers. Zijn naam is Graham McPherson, beter bekend als Suggs. Toch zijn de eerste dagen van Madness roerig. Suggs vervangt Tulane, maar wordt even later uit de groep gezet omdat hij, in plaats van repeteties, uithangt in het stadion van Chelsea. Chas Smash krijgt ruzie met Barson en wordt vervangen door Gavin Rodgers. Barson heeft ook kritiek op het spel van Thompson, die ook het schip verlaat. Drummer John Hasler doet enige tijd de leadzang, maar dat is niet al te best en dus smeekt de groep Suggs om terug te komen. Thompson rookt de vredespijp met Barson en is ook weer van de partij. Daniel 'Woody' Woodgate en Mark 'Bedders' Bedford voegen zich tot het gezelschap en tenslotte keert Chas Smash weer terug op het nest. De groep heeft dan even de naam Morris & The Minors gehad, maar als eerbetoon aan Prince Buster kiest men voor de titel van een liedje van de man: Madness.

Het debuut van Madness is eveneens een verwijzing naar Prince Buster: 'The Prince'. Het verschijnt als single op het 2Tone-label van The Specials-toetsenist Jerry Dammers. Boven ieders' verwachting wordt de plaat plotseling een hit in Engeland. De groep toert intensief met The Specials en The Selecter en gaat daarna de studio in om het eerste album te maken. Dat draagt ook een titel van Prince Buster: 'One Step Beyond' en de gelijknamige single bereikt ook in Nederland een bescheiden plek in de Top 40. De '2Tone Sound' is in één klap hét geluid in Engeland. The Specials, The Selecter, The Beat en Bad Manners zijn andere exponenten, ook al staan de laatste twee niet onder contract van 2Tone Records. Na 'My Girl' voelt de groep alsof het de beste nummers van het album als single heeft uitgebracht, maar Stiff Records denkt daar anders over. Het komt tot een compromis en brengt de EP 'Work, Rest And Play' uit. Het nummer dat de EP 'trekt' is 'Nightboat To Cairo'.

Eind 1980 verschijnt het album 'Absolutely' en dat is voor Madness dé doorbraak in Nederland. Zowel 'Baggy Trousers' als 'Embarrassment' nestelen zich in de Top 5. Toch zet hierna het verval in of... zo wordt dat door oude fans ervaren. Tegenwoordig heb je een groep die alleen het debuut kan waarderen, een groep die het bij de eerste twee houdt, een groep die het nog een album extra uithoudt en degene die soep lust van alles wat Madness heeft opgenomen. Het is een feit dat Madness na 'Absolutely' het authentieke ska-geluid naar de achtergrond brengt en meer gaat toeleggen op dynamische popmuziek. 'The Rise And Fall' wordt naderhand beschouwd als een 'concept-album', hierop laat Madness horen evenveel waardering te hebben voor The Beatles als voor de helden uit de ska.

Als het verval in zet en het steeds moeilijker wordt voor Madness om een grote hit te scoren, is daar een achtjarige jongeman in Nederland. Hij profiteert ervan dat de plaatjes na een paar weken Tipparade in de uitverkoopbakken liggen en krijgt ze steevast voor verjaardag en Sinterklaas. Waarmee het balletje weer rond is...

zondag 1 juni 2014

Schijf van 5: groovy



Genieten. Zo kan ik mijn fietstocht het beste omschrijven. De enigszins straffe noorderwind gooit mijn plannen een beetje in de war. Eerst wind in de rug hebben en na dertig kilometer erachter komen dat het een noordelijke wind is, bevalt me over het algemeen niet zo goed en dus valt zuidwaarts af. Noordwaarts heb ik op ene of andere manier even geen zin in en oostelijk ben ik eveneens vaak genoeg geweest. Het westen is een klein wereldje doordat je al snel in de polder zit en toch besluit ik op de middag eens die richting op te gaan. Ik heb in verhouding niet veel kilometers gemaakt, maar kan mijn ogen nauwelijks geloven als ik door de uiterwaarden bij Vollenhove fiets. Ben ik slechts vijftien kilometer van huis? Het is er helemaal stil op de weidevogels na en vooral van dit moment geniet ik een lange tijd. Volgende keer maar weer kilometervreten! Dan ga ik nu verder met een Schijf van 5 'groovy' platen.

Ik zocht bewust naar titels met 'groovy' erin en dus niet 'groove' of 'groovin'. Titels met 'groovy' zijn er meer dan genoeg en als we de 'groove' al niet eens hebben gehad, dan kan die binnenkort wel. Ik heb het verhaaltje zojuist nog eens na gelezen, maar helaas... ik kan jullie maar niet verklaren waarom Lesley Gore 'A Groovy Kind Of Love' niet mocht opnemen. Degene die met dat besluit kwam, is niemand minder dan Shelby Singleton. Toen nog A&R-manager bij Mercury, even later mocht hij de scepter zwaaien over Red Bird en in 1967 zou hij zijn eigen SSS International-label beginnen. Een man met een feilloos oor voor een hit. Waarom uitgerekend Singleton het geen goed idee vond dat Lesley Gore 'A Groovy Kind Of Love' zou zingen, zullen we nooit weten. 'Groovy' heeft, zover ik weet, geen pikante betekenis. Het duo Diane & Annita zijn de eerste die 'Groovy Kind Of Love' op de plaat zetten, bij Wand had men blijkbaar minder moeite met het woord.

'Groovy' staat voor iets dat 'cool' is. 'Cool' is een overtreffende trap voor interessant en is een term die eigenlijk niet te overtreffen is. In Duitsland houden ze wel van een beetje overdrijven en daar hebben we het opeens over Tony Hendrik. Zijn bandje heet The Tony Hendrik en zelf zal Hendrik in de jaren zeventig en tachtig actief zijn als producer en songschrijver. In de late jaren zestig maakt Hendrik een lange stoet singles en op nummer 5 vinden we eentje daarvan. 'Groovy' in de overtreffende trap, maar tussen de 'pa-pa-paa'-lulligheid wordt maar niet duidelijk wat zijn liefje zó speciaal maakt. Toch is het de hekkensluiter van deze Schijf: 'The Grooviest Girl In The World' van The Tony Hendrik (1969).

'Groovy' is net zo jaren zestig als 'bloem-in-je-haar' en toch blijft de term nog lang in leven. In de jaren zeventig noemt People's Choice een feestje 'a groovy thing', maar omdat ik die al eerder in een Schijf heb verwerkt, blijf ik nu met beide benen in de jaren zestig. Het origineel van de nummer 4 is van de groep The Love Generation. Hoe '1967' wil je het hebben? De plaat komt ook nog eens uit dat bewuste jaar. Ik kies echter voor een exoot. In 1967 wordt in London Saga Records opgericht, een label dat een specialisme heeft in 'budget-elpees'. Maar in plaats van een 'Top Of The Pops'-aanpak van covers van actuele hits door anonieme zangers en muzikanten, presenteert Saga een band met gezichten die vervolgens wel weer een graai doen in het actuele muziekaanbod. Katch-22 is een bandje dat het al een paar jaar heeft geprobeerd en een handvol singles heeft uitgebracht voor verschillende labels. De groep brengt in 1968 voor Saga de elpee 'It's Soft Rock And All Sorts' uit. In 1999 komt een exemplaar binnen in Mossley en is sindsdien bij me gebleven. Het bevat ook nog een fraaie promotiefoto die, naar het schijnt, niet bij de elpee werd geleverd. Tussen de nummers van The Association en Buffalo Springfield staat ook dit 'Groovy Summertime', oorspronkelijk van The Love Generation, maar het staat voor mij synoniem aan Katch-22. Op vier: 'Groovy Summertime' van Katch-22 (1968).

Shelby Singleton heeft in 1968 andere dingen aan zijn hoofd. Hij heeft Jeanne C. Riley voor en scheet en drie knikkers 'Harper Valley PTA' laten opnemen en dat wordt plots een miljoenenhit. Opeens kan hij het zich veroorloven om Sun Records te kopen. Hij zal dus wel niets meer willen horen over zijn weigering om Lesley Gore 'A Groovy Kind Of Love' te laten zingen. In 1968 is zijn ongelijk wel aangetoond. In 'Swinging London' is de term ook gemeengoed geworden en de heren Steve Marriott en Ronnie Lane schrijven een liedje met die titel. Ze zijn zelf echter niet van plan het op te nemen, het nummer moest ten goede komen aan Marriott's vriendin P.P. Arnold. Met deze plaat wil The Small Faces de waardering doen blijken voor de bepalende achtergrondzang die P.P. belangeloos heeft verzorgd op 'Tin Soldier'. '(If You Think You're)Groovy' wordt echter niet zo'n grote hit voor P.P. Arnold als dat 'Tin Soldier' voor The Small Faces is geweest. 'Groovy' van de nog immer jeugdige Patricia Arnold staat vandaag op drie.

Je kan proberen een drol te poetsen, maar het wordt nooit zilver. CBS/Columbia is anno 1966 een label dat vooral successen heeft met 'music for the millions': Keurige crooners als Andy Williams, kleurloze orkesten als die van Ray Conniff en waarbij de popmuziek al snel té intellectueel en te netjes is om opzienbarend te zijn. Bob Dylan mag bij tijd en wijle een grote mond hebben, de vijftienjarige kan er niets mee. The Byrds neemt een speciale plek in in de popmuziek, maar het kan nooit wedijveren met de meer onstuimige rhythm & blues van The Rolling Stones. En dan heb je die drie pretletters uit Volendam: Nick & Simon & Garfunkel. Het is té stijf voor een 'love-in', Woodstock of gewoon op je batik-kleedje knetterstoned worden. Toch probeert het duo het een aantal malen met het woord 'groovy'. Eerst 'We've Got A Groovy Thing Goin' Baby' dat bijna deze Schijf had gehaald, maar ik kies dan toch voor '59th Street Bridge Song' dat als subtitel 'Feelin Groovy' heeft. Dat wordt dan ook vooral gezongen in het liedje en dus mag die in deze Schijf. Overigens heeft Harper's Bizarre een Amerikaanse hit met het liedje, maar ik kies dan toch voor de oerversie van Simon & Garfunkel.

De titel is al een paar keer ter sprake gekomen in dit bericht en het is vermoedelijk de eerste met 'groovy' in de titel. De dames Carole Bayer Sager en Toni Wine vangen in 1965 het woord 'groovy' op en willen het verwerken in een liedje. Ze doen een sessie 'brainstormen' waarbij ze het woord 'groovy' op alle manieren herhalen en toepassen in verschillende zinsconstructies. Wie van de twee het heeft bedacht, vertelt de geschiedenis niet, maar omdat 'groovy love' niet bekt, roept iemand ten einde raad 'a groovy kind of love'. Diane & Annita is zo gezegd de eerste die het op de plaat zet, de Engelse groep The Mindbenders heeft als eerste een hit met het nummer. In The Mindbenders, de begeleiders van Wayne Fontana, zien we een piepjonge Eric Stewart die later 10CC zal oprichten. De latere monsterhit van Phil Collins ten spijt, die van The Mindbenders is in mijn ogen de oerversie en dus mag die vandaag op 1.

Peter stuurde me een paar weken geleden een aantal suggesties toe voor toekomstige Schijven. 'Plaatjes met geluidseffecten', is daar eentje van. Op 10 juli 2011 had ik een Schijf over 'bar weer' met daarin vier regen- en onweersbuien ('Suite: Clouds' van David Gates, 'Black Sabbath' van Black Sabbath, 'Walking In The Rain With The One I Love' van Love Unlimited en 'The Storm' van Gloria), de vijfde was de ijzige wind in 'Wintertime' van Steve Miller Band. Volgende week wil een Schijf doen met regenbuien. Vaak zit onweer in het pakket om het regengevoel te versterken, maar het gaat hem echt om de regen. De bovenstaande vier buiten beschouwing gelaten, blijven er nog heel veel over en uit dat aanbod wil ik een Schijf gaan samenstellen.