dinsdag 16 september 2014

Week Spot: Debra



Een speciale Week Spot deze week. Niet alleen muzikaal één van mijn ultieme favorieten van de afgelopen tijd, een plaatje dat over twee weken hoog zal zijn geëindigd in de Blauwe Bak Top 40, maar ook als verhaal komt het niet vaak voor dat ik niet specifiek over een single ga schrijven. Zoals een maand geleden al duidelijk werd bij de Singles round-up, is over deze plaat niks, maar dan ook helemaal niks te vinden. De informatie die ik bijeen heb kunnen sprokkelen staat in dat bericht (zie: 18 augustus 2014). Debra is qua stijl niet de eerste die de eer krijgt om Week Spot te zijn. Sterker nog: Je kan bij meerdere platen uit het verleden afvragen of het wel écht Northern Soul is geweest, terwijl ik het toch zo heb beschreven. Dat komt voornamelijk omdat ik een ontzettende hekel aan de naam heb: 'Crossover'. Wie in de muziek last heeft van hokjesgeesten en twee of meerdere stromingen in één muzieknummer hoort samenkomen waarvoor geen pasklare naam bestaat: Crossover! Terwijl de Crossover die ik vandaag ga beschrijven zo eenvoudig valt uit te leggen en bovendien helemaal niets met de muziek van doen heeft? De aanleiding valt zelf eveneens onder de Crossover: 'Can You Remember' van Debra. Jaartal onbekend, maar ik ga uit van 1970.

Typ op Marktplaats 'Northern Soul' in en je kan lachen! Hoewel... onze Haagse vriend adverteert daar ook weer (van hem heb ik in maart 2013 héél veel gekocht, veel Surinaams spul). Ik had een lijstje gemaakt, maar ben die alweer kwijt. Vooral zijn aanbod van Liz Damon's Orient Express ('You're Falling In Love' op White Whale) staat me wel aan, gezien mijn exemplaar een lastige tik kent tegen het eind. Terug naar het onderwerp: Northern Soul laat zich niet gemakkelijk definiëren. Het is niet een demo met een wit label, het is niet iedere vorm van onbekende soul en er zijn geen spelregels. Northern Soul is een dans- en jongerenbeweging uit het noorden van Engeland. Het vindt zijn oorsprong in de late jaren zestig, maar net als met 'onze' latere 'gabberhouse', breekt het in de begin jaren zeventig door en zal het midden jaren zeventig 'big business' zijn. De oudgedienden hebben zich dan al gedistantieerd terwijl het klootjesvolk haar eigen werkwijze toepast. Pas na de sluiting van The Casino is Northern Soul op sterven na dood en zetten de dansers van het eerste uur de traditie voort. Sinds de eeuwwisseling is Northern Soul weer 'hip'.

De meest oorspronkelijke vorm van Northern Soul, de échte sport, is het vinden van totaal onbekende platen. Singles die via kleine onafhankelijke platenmaatschappijen zijn uitgebracht, vaak geen landelijke distributie heeft gekregen en roemloos jarenlang in een vochtig pakhuis bivakkeren totdat de muziek op de plaat helemaal uit de mode is geraakt. Terwijl bij de grote platenmaatschappijen in de jaren 1965 en 1966 al fraaie stereo-platen verschijnen en dit vanaf 1967 eigenlijk gemeengoed is, ontbreekt bij de kleine labels het budget voor zo'n stereo-opname. Het geluid is verre van 'hi-fi'. Vanaf 1968 wordt de oude mono-apparatuur stukje bij beetje opgeruimd en komen ook lokale acts met stereo-platen. Alleen de zwarte gospel maakt tot in de jaren tachtig gebruik van de mono-studio's. Op het gebied van rhythm & blues, 'onze' soul, is een slechte mono-opname anno 1973 niet meer aan de orde. Toch ontvangt de Engelse Northern Soul-beweging de technische vooruitgang met enige scepsis. De uitgebalanceerde stereo-platen op onafhankelijke labels krijgen van hen de term 'Modern Soul'. Muzikaal hoeft het niet het nieuwste van het nieuwste te zijn, in vergelijking met de midden jaren zestig-platen is het opname-geluid 'modern'.

In de late jaren zestig is iedere denkbare muziekstijl volop in beweging. Neem een gemiddelde plaat uit 1967 en leg deze naast eentje uit 1973 en er zit dertig jaar verschil tussen. In de soul betekent dat er volop wordt geflirt met jazz, vroege funk en soms zelfs pop of (brass-)rock. Onze Week Spot valt ook onder die categorie. De andere zijde heet 'What's It's Gonna Be' (niet te verwarren met Dusty's 'What's It Gonna Be') en is mij simpelweg té poppy. 'Can You Remember' hangt daar ook al tegenaan, maar krijgt door de soulvolle zang van mij het voordeel van de twijfel. Je zou het kunnen kwalificeren als 'soulpop', maar dat is een term dat alleen in gebruik is bij onze oosterburen. In Engeland houden ze niet van lang nadenken en komen met de term 'crossover'. Lekker gemakkelijk: Alles is 'crossover'. Van Sly & The Family Stone op Epic tot Debra op Gree-Jack, als er een soul-plaat bestaat met doedelzak dan is dat eveneens 'crossover'. Anno 1968 hebben de meeste artiesten en maatschappijen ontdekt dat het vrij zinloos is om het Motown- of Stax-geluid te kopiëren of te evenaren en de muzikanten gaan eigenhandig op zoek naar nieuwe invloeden om hun eigen muziek voort te brengen. Als ik een tijdslijn zou moeten maken van de Northern Soul, zou ik 1964 tot en met 1967 kwalificeren als Northern Soul, 1968 tot en met 1972 als Crossover en na 1973 Modern Soul.

Het is in de vorige Blauwe Bak Top 40 al een beetje aan het licht gekomen, de komende editie lijkt meer divers te gaan worden, maar ook in deze lijst zullen jullie verschillende crossover- en Modern Soul-pareltjes tegenkomen. Ik wacht momenteel op vier vanuit Engeland, welke vrijdag of zaterdag zullen binnenkomen en had vanmorgen bijna opnieuw boodschappen gedaan. De plaat die me zó raakte, blijkt vanavond al te zijn verkocht. Er is wilskracht bij nodig: De jaren zeventig-soul (het onbekende spul op onafhankelijke labels) kent vele pareltjes en voor je het weet gaat je halve salaris de digitale snelweg op. Ik ben desondanks nog steeds wel op zoek naar de stampers uit de oude doos, maar toch kan het íets modernere werk een grotere rol gaan spelen in mijn verzamelwoede. Zoals Debra lust ik er nog wel een paar honderd!

De genoemde vier singles kunnen jullie tegen het weekend verwachten in een Singles round-up, morgen ga ik wederom 25 jaar terug in de tijd. Drie half afgeknipte wasmiddeldozen. Daar paste toen de complete singles-collectie in. Morgen behandel ik de nummers 41 tot en met 47 waarbij één groep heel vaak genoemd gaat worden.

maandag 15 september 2014

Raddraaien: Audience



Ik heb het al vaker gezegd: Ik ben best een beetje trots op Soul-xotica. Het toont aan dat ik de discipline van het dagelijks publiceren onder de knie heb. Als ik een beetje rond kijk bij andere gebruikers van Blogger valt al snel op dat alleen 'professionals', zij die hun bedrijf aan het blog hebben verbonden, op dagelijkse basis publiceren en dan vaak ook nog alleen foto's. Dan zijn er nog wel de mode-bloggers, naast een selfie schrijven die vaak ook nog wel een verhaaltje, maar dat heeft ook al lang zijn onschuld verloren. Er zijn enkele mode- en make-up-bloggers die een modaal inkomen hebben gehaald uit hun weblog. Een muziek-idioot die zijn pagina vrij houdt van 'banners' en andere rotzooi en op dagelijkse basis een verhaal schrijft, is vrij uniek. Er zijn wel die zevenmaal op een dag publiceren en dan een week weer niet. Die neiging had ik ook in het begin van Soul-xotica, maar op 12 april 2010 zag ik het licht en ben vanaf dat moment op dagelijkse basis gaan publiceren. Deze Raddraaier gooit me echter flink terug in de tijd: Het uiterste begin van Soul-xotica toen ik het nog niet zo nauw nam. Een week na de eerste publiceer ik op 9 maart 2010 'hooggeëerd publiek', het vijfde bericht in de geschiedenis van dit blog. Een kattebel over de Engelse progressieve band Audience. Datzelfde publiek staat vandaag centraal in Raddraaien middels de single 'I Put A Spell On You' (1971).

'I Put A Spell On You' wordt in de midden jaren vijftig geschreven door de zwarte zanger Jay Hawkins. Hij wil het liedje opnemen, maar tijdens de opnamesessie wil het niet zo vlotten. Hij besluit een pauze te nemen en een drankje te nuttigen. Dat wordt per ongeluk een fles of drie en hij is flink lazerus als hij de sessie besluit. Het gebalk, geschreeuw en gehijg is iets dat hij normaal niet doet, maar het wordt het handelsmerk van Screamin' Jay Hawkins. Nina Simone neemt rond 1964 een beduidend rustiger versie op van het liedje en in Newcastle luisteren een stel muzikanten met veel aandacht naar haar platen. Het neemt 'Don't Let Me Be Misunderstood' over van Nina Simone en in 1966 verschijnt 'I Put A Spell On You' als een single van The Alan Price Set. Zijn voormalige bandmaten zetten het op hun elpee 'Animalisms' (1966) en ook Them heeft het dan al aan het vinyl toevertrouwd. In 1968 voorziet de Amerikaanse band Creedence Clearwater Revival het nummer van een lang gitaar-intermezzo en dit zal voor velen de definitieve versie worden. De Creedence-uitvoering ligt ook ten grondslag aan de cover die Audience in 1971 in het vinyl laat persen.

In de jaren 1969/70 is de rockmuziek volop in beweging. Er zijn een aantal 'progressieve rockbands' die het ene jaar nog heel hip en vooruitstrevend klinken en twee jaar later door de tijd zijn ingehaald. Iedere zichzelf respecterende platenmaatschappij opent een divisie voor progressieve rockmuziek en neemt voor lief dat dit genre zich afspeelt op de langspeelplaat en niet, zoals bij andere stromingen, uitgaat van een commercieel single-succes. Het jaar 1970 is ook het geboortejaar van Charisma, een typisch Engels platenlabel dat vooral met Genesis en Van Der Graaf Generator een stevig partijtje meespeelt in de progressieve rock. Audience is een lastig verhaal. Ik ben het met de schrijver van 'Bad Cat Records' eens: Bij Audience kun je jezelf afvragen of het een rockband is die progressief wil klinken óf een progressieve band die het over de boeg van rockmuziek gooit. Terwijl bij andere progressieve bands de nadruk ligt op buitensporig gitaar-gebruik of de invloed van de synthesizer, daar bepalen saxofoon en fluit het geluid van Audience. En niet te vergeten de eigenzinnige zang van Howard Werth.

Audience is jarenlang 'een naam uit het Hitdossier' voor mij. Hun 'Belladonna Moonshine' heeft in 1970 in de Tipparade gestaan. Pas in 2006 leer ik 'You're Not Smiling' kennen dat op de verzamelelpee 'Look Out!' staat. 'Look Out' is de eerste vinyl-uitgave die uitgaat van Hilversum 3. Het nummer boeit me onmiddellijk en als ik eind 2008 betrokken raak op het forum van Het Steenen Tijdperk vraag ik eens om 'Belladonna Moonshine'. De rest is geschiedenis, want tijdens het bestaan van de Nokia N95 is dit nummer niet van de speellijsten te meppen. In augustus 2010 trakteer ik mezelf op plaatjes bij Minstrel in Zwolle (omdat ik tijdens de vakantie in België niet heb getaald naar de speciaalbiertjes) en vis deze van Audience uit de euro-bak. Kenners van progrock zijn over al het algemeen wild enthousiast over deze versie, maar ik schaar me andermaal bij de schrijver van genoemde website. Hij vergelijkt het met 'Bryan Ferry onder invloed van een jointje' en ook ik ben niet kapot van 'I Put A Spell On You' van Audience.

Het lijkt erop alsof 'I Put A Spell On You' alleen in Amerika is verschenen als single. Nu geldt voor alle singles van Audience hetzelfde als menig andere groep of artiest van het Charisma-label, het is alleen maar een stukje promotie voor de langspelers en de groep moet nog steeds haar eerste hit hebben. In zowel Nederland als Engeland ontbreekt de single in de discografieën, het staat wel gewoon op de elpee 'The House On The Hill', maar 'You're Not Smiling' (dat op 'Look Out!' wordt getipt als Troetelschijf) is de single die in ons land van dat album op de markt komt. Hoewel ik niet heel veel op heb met progrock uit de jaren zeventig, staan de overige singles van Audience hoog op mijn verlanglijstje.

Schijf van 5: gisteren



Laten we de Schijf van 5 van vandaag over 'gisteren' morgen doen. Dat was gisteren mijn gedachte. Niet alleen leuk voor de woordspelingen, maar bovenal omdat ik na de uitzending erg moe was. Dus krijgen jullie vandaag twee berichten, eentje van gisteren over gisteren en een Raddraaier van morgen vandaag? Of zoiets... je raakt vanzelf in de war van dit soort zinsconstructies. Terugkijken doen we op Soul-xotica aan de lopende band, daar is niks nieuws aan. Als ik me niet vergis was de tweede Schijf van 5 eentje over 'morgen', dat had toen met het 35-jarig jubileum van 'Met Het Oog Op Morgen' te maken. Vandaag stellen we nog een tijdje uit, hoewel ik dat niet moest doen. Vandaag is morgen immers gisteren. Afijn, vandaag vijfmaal een Schijf over 'gisteren'.

Iedere keer als ik weer iets hoor over de Zwarte Pieten-discussie moet ik denken aan de kantinemedewerker op ons bedrijf. De man, ik schat hem iets ouder dan mij, heeft het down-syndroom en gelooft nog heilig in het bestaan van Sinterklaas. Speciaal voor hem maakt de Sint met zijn knechten een rondje door het bedrijf. Als hem wordt verteld dat Sinterklaas niet bestaat, gelooft hij nooit meer iemand! Ik vind dat de boel nu al in het belachelijke wordt getrokken nu ook de Sinterklaas-liedjes 'aangepast' moeten worden. Dat daarmee de rijmpjes aan slierten worden getrokken is tot daar aan toe, maar ook de wijsjes zullen aangepast moeten worden. Neem nou 'Hoor Wie Klopt Daar'. Ik heb gehoord dat ze hier een rocksong van willen maken en de vreemdeling willen vervangen door een 'foreigner'? Met weemoed denk ik terug aan het aloude Sinterklaas-feest waarmee ik groot ben geworden. Over een paar jaar kunnen we hierover alleen nog mijmeren en denken: 'That Was Yesterday'. Op vijf zet ik 'That Was Yesterday' van Foreigner.

De Schijf van 5 is normaliter op zondag. Nu is het maandag en is 'gisteren' dus zondag. Een dag die voor een noorderling als mij de afgelopen drie jaar erg is veranderd. Ik keek een paar jaar geleden in Leiden mijn ogen uit, het halve winkelbestand was geopend op de Dag des Heren's. Steenwijk heeft in 2010 een nieuw gemeentebestuur gekregen dat beduidend minder conservatief is dan de voorgaande vijftig jaar. Opeens krijgt de stad in april 2011 een koopzondag! De Albert Heijn speelt erop in en maakt tegelijk wereldkundig dat ze vanaf die dag iedere zondagmiddag zijn geopend. Menig westerling zal fronsen, maar dit was iets in het hoge noorden. Boodschappen deed je op zaterdagmiddag of maandagochtend, op zondag kon je een kanon leeg schieten in het centrum. Inmiddels is in iedere grote plaats op zondag de supermarkt open en verwacht dat die trend nog wel zal verder gaan in de middenstand. Iets wat nooit een succes is geworden is de zondagskrant? Ja, de Telegraaf komt, geloof ik, op zondag met een editie, maar verder? Ik kan dus niks vertellen over de inhoud in de krant van gisteren, maar desondanks staat Chris Farlowe op 4 met 'Yesterday's Papers'.

Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes hebben jaren geleden veel van de songteksten van The Beatles overgezet naar het Nederlands. Een hele klus, want de teksten zijn zelfs passend gemaakt aan de melodie. Her en der wordt creativiteit verwacht van het duo. Neem nou 'We Can Work It Out'. Bedenk daar maar eens een Nederlandse vertaling van die titel die past in de muziek van het nummer. De heren besluiten het over een andere boeg te gooien en dit wordt 'Weekend Wordt Het Koud'. In een radio-interview komt bij dit ook de nummer drie ter sprake en ze hebben het bewuste nummer toen ook gedraaid. Ik kan nu echter helemaal geen informatie meer vinden over het radioprogramma (tips welkom!) en het heeft evenmin (?) Youtube gehaald. In de late jaren zeventig heeft de VPRO een radioprogramma waarin een actuele hit van een erg directe Nederlandse vertaling wordt voorzien. Ik kan me uit hetzelfde programma de vertaling van 'Lay Your Love On Me' van Racey herinneren, maar in 1976 speelt het gezelschap in op de heruitgave van 'Yesterday' van The Beatles. Als ik me niet vergis, is het gezongen door niemand minder dan Dolf Brouwers. Die volslagen onbekende opname wil ik graag op drie zetten, maar ik weet alleen nog de titel te herinneren: 'Gisterdag'.

Op twee vinden we een hele oude favoriet die al eens eerder in de schijnwerpers heeft gestaan. Misschien zelfs wel tweemaal, want vorig jaar april heb ik een beter exemplaar gekocht van deze single. Het is één van die platen waarvoor je me mag wakker maken, maar omdat die al eerder een prominente plek heeft gehad op Soul-xotica (de eerste maal in het kader van '20 Years Ago Today'), is de tweede plek het hoogst haalbare voor deze prachtige single: 'That Was Only Yesterday' van Spooky Tooth (1969).

Nu 'Northern Soul- The Movie' dan toch eindelijk écht iets gaat worden (het is de afgelopen twee jaar al een enorme hype geweest) en dat waarschijnlijk het zoveelste succesverhaal over The Casino in Wigan gaat worden, is het tijd om mijn hart weer eens te luchten over die club. The Casino heeft namelijk heel veel rotzooi op de muzieklijst aangebracht. Probeer iemand uit te leggen wat Northern Soul is en draai vervolgens 'Interplay' van Derek & Ray? Maar wat te denken van de talrijke pure pop-hits die eind jaren zeventig aan de Northern Soul-speellijsten zijn toegevoegd. Onze nummer 1 is daar feitelijk eentje van, maar... ik ben dat nummer gaan waarderen. Niet als zijnde Northern Soul, maar als een popsong. Pat Upton heeft een zeer fijn oor als het aankomt op een goede commerciële popsong van drie minuten en 'More Today Than Yesterday' is daar het meest sprekende voorbeeld van. Hij staat vandaag op 1 met zijn band Spiral Starecase.

Komend weekend zou ik iets 'anders' doen op Soul-xotica in verband met mijn 'oud en nieuw', maar ik denk dat zaterdag wel voldoende is. Eis en wederdienende ga ik zondag naar Leiden voor een fiets- of wandeldag met Willemijn, dus ik weet niet of ik dan sowieso nog ga publiceren. Laten we dus toch een Schijf van 5 organiseren, ook omdat de week erna de Blauwe Bak Top 40 in het weekend valt. Bomen hebben we al gehad, ongelukken zijn er té weinig in titels, dus... laten we op de eerste dag van de herfst het over seizoenen hebben. Niet de winter, zomer enzovoorts, maar 'seasons' in het algemeen. En daar zijn er volgende week maar liefst vijf van!

zaterdag 13 september 2014

Raddraaien: The Mamas & The Papas



Voordat ik het over de familie Phillips ga hebben, wil ik eerst even terug komen op de Week Spot. Ik schreef dinsdag dat Wikipedia en andere bronnen een zootje hadden gemaakt van de familiebanden. Ik heb daar zelf blijkbaar ook aan meegewerkt, want ik heb vanmiddag geleerd dat Thelma Houston in de verste verte geen familie van Whitney en Cissy Houston is en dus evenmin van de gezusters Warwick. Iemand op Youtube maakt het dermate bont dat Cissy opeens een zus van Dionne en Dee Dee is. Dan zou het wel kloppen dat het tantes zouden zijn van Whitney. En misschien waren Dionne en Dee Dee ook wel 'tantes' voor Whitney. Ik ben groot geworden met een aantal 'ooms en tantes' die helemaal geen familie zijn, maar het was bij ons meer iets van eerbied voor een ouder iemand die toch pal naast de familie stond. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik in de Thelma-fabel heb geloofd, maar er zijn nog dagelijks mensen die de vergissing maken. Dan ga ik over naar de Raddraaiers van vandaag. Ze zijn al een aantal keren voorbij gekomen. Het meest recent heb ik ze genoemd in het verhaal over de zonsverduistering in Duitsland. Toch is de groep nooit Raddraaier geweest en ben ik evenmin dieper in gegaan op de geschiedenis van The Mamas & The Papas. Het mag vandaag! Aanleiding is de single 'California Dreamin' van de groep uit 1966.

John Phillips en Michelle Gilliam zijn reeds een stel als het optreedt met The New Journeymen, een pure Amerikaanse folkgroep. De formatie maakt namelijk gebruik van akoestische instrumenten. Denny Doherty speelt met The Mugwumps en zij gebruiken elektrische gitaren en drumstel. Denny is degene die Cass Elliott aan draagt, maar daar wil John Phillips in het begin weinig van weten. John is een rechtgeaarde folk-man, bijna ziekelijk, en hij heeft een bepaalde harmoniezang in gedachten waar Elliott's lage stem moeilijk in thuis past. Ook voelt Phillips dat Elliott's uiterlijk het succes in de weg kan staan, ze lijdt dan al aan overgewicht. Tot slot is er dan nog het temperamentje van Elliott dat in de loop der jaren legendarisch zal worden en ontzettend botst met de natuur van Phillips. Doherty blijft aandringen en zo mag ze mee naar de Maagdeneilanden waar het kwartet oefent, oefent en nog eens oefent. Als ze in het najaar van 1965 het geluid naar de wens van Phillips hebben, steekt het over naar het Dunhill-kantoor in Los Angeles. De auditie is geregeld door een gezamenlijke vriend van Elliott en John Phillips: Barry McGuire. De groep tekent een contract en Elliott wordt pas op het laatste moment aan de formatie toegevoegd. Hun eerste opnames zijn samen met McGuire op diens' eerste elpee. Phillips heeft enkele nummers voor hem geschreven, waaronder de wereldhit 'Eve Of Destruction'.

In het najaar van 1965 verschijnt eerst 'Go Where You Wanna Go' op single, maar de platenmaatschappij doet té weinig promotie. De plaat flopt. Voor de tweede single is het beter georganiseerd. Dan hebben we het over 'California Dreamin', dat in december 1965 op single verschijnt. John wordt op een nacht in 1963 wakker met het liedje en wekt zijn lieftallige Michelle. Samen werken ze de compositie uit. Het duurt pas tot 1965 eer ze het opnemen, maar niet met hun nieuwe groep. Barry McGuire heeft de eer om 'California Dreamin' op te nemen. Een paar weken na deze opname gebruikt The Mamas & The Papas dezelfde 'backing' en voegt alleen een fluit-solo toe en mixt haar eigen zang in. Na het intro van P.F. Sloan, als de zang in valt, kun je heel in de verte op het linkerkanaal Barry McGuire horen. Ze hebben namelijk Barry's zang van de muziek losgeweekt, maar in de start is dat niet helemaal goed gegaan. De plaat is aanvankelijk een lokale hit in Los Angeles, maar het is een station in Boston dat voor de grote doorbraak zorgt. In Amerika bereikt het een vierde plek, terwijl Engeland een 23e plek noteert voor de single. In Nederland doet het evenwel helemaal niets.

Omdat The Mamas & The Papas in hun contract heeft beloofd om gedurende vijf jaar met twee albums per jaar te komen, verschijnt de eerste elpee na 'California Dreamin'. 'If You Can Believe Your Eyes And Ears' brengt direct een grote hitsingle met zich mee: 'Monday Monday'. Deze is wel goed voor een eerste plek in de Billboard en ook Nederland gaat overstag voor het geluid van The Mamas & The Papas. Het tweede album is titelloos en het succes wordt voortgezet middels de single 'I Saw Her Again (Last Night)'. Dit nummer is geschreven door John Phillips en Denny Doherty en gaat over de tijdelijke affaire van de laatste met Michelle Phillips. Dat is uitgepraat tussen de mannen. Dan blijkt in mei 1966 Michelle een relatie te hebben met Gene Clark van The Byrds. Omdat John de dikste vinger in de pap heeft bij The Mamas & The Papas, kost het Elliott, Doherty en Lou Adler veel moeite om te voorkomen dat John haar zal ontslaan. Uiteindelijk stelt het trio, minus John, een brief op voor Michelle waarin staat dat ze op non-actief staat. Als vervanger voor Michelle komt Jill Gibson bij de groep, een visueel ontwerper en singer-songwriter. Toch ontbreekt het Gibson aan de juiste charisma en ziet John Phillips zich genoodzaakt om de hand over het hart te halen. Eind juli 1966 wordt Gibson ontslagen en treedt Michelle weer toe tot The Mamas & The Papas. Er bestaat onduidelijkheid over wie we horen op de opnames van het tweede album. Gibson beweert ze te hebben ingezongen, maar Lou Adler weet ook dat bepaalde nummers origineel waren ingezongen door Phillips en dat ze gewoon de beste opnames hebben uitgezocht.

Het dubbele 'I Saw Her' voor het laatste refrein is een valse start, maar blijkt voor velen voor herhaling vatbaar. John Sebastian van The Lovin' Spoonful doet het hetzelfde jaar in 'Darling Be Home Soon'. 'Words Of Love' is de derde single, maar in sommige gevallen wordt 'Dancing In The Street' beschouwd als a-kant. 'Deliver' verschijnt in de herfst van 1966. De succesvolle singles van dat album is de versie van het stokoude succes 'Dedicated To The One I Love' en het autobiografische 'Creeque Alley'. In de zomer van 1967 treedt de groep aan op het Monterey International Popfestival, maar dan wordt voor het oog van het publiek duidelijk dat er frictie is in het gezelschap. Na de single 'Glad To Be Unhappy', eind 1967, organiseert John Phillips een laatste poging om de oude geestdrift terug te krijgen. De groep zal een Europese tournee ondernemen, maar bij aankomst in Engeland wordt Cass Elliott meteen gearresteerd op verdenking van diefstal van dekens en het niet betalen van een hotelrekening. Het zal de politie uiteindelijk gaan om haar partner Pic Dawson, die in verband wordt gebracht met drugssmokkel, maar het gooit het originele plan van Phillips danig in de war. Mama Cass zit een nacht vast en wordt pas de volgende ochtend op vrije voeten gezet. Die avond is er een feestje waar Elliott het verhaal aan Mick Jagger wil vertellen, maar John Phillips haar in de rede valt. Er wordt wat gesnauwd en plots ligt de groep aan duigen. John en Michelle zoeken rust in Marokko en Denny Doherty gaat meteen naar huis. Elliott blijft een tijdje in Europa hangen.

In mei 1968 verschijnt dan toch nog het complete album 'The Papas & The Mamas' inclusief Cass Elliott die weer eens de vredespijp heeft gerookt met Phillips. Eén van de opnames van het album is eigenlijk puur solo-werk van Elliott: 'Dream A Little Dream Of Me'. Tegen de zin van Phillips wordt dit uitgebracht als Mama Cass & The Mamas And The Papas. Het is de opzet voor haar solo-carriére en The Mamas & The Papas gaat tot 1971 op slot. In dat jaar verschijnt het matige album 'People Like Us' en sinds die tijd is The Mamas & The Papas een steeds wisselend groepje dat voornamelijk op revival-feesten speelt. Mama Cass verruilt al vroeg het tijdelijk voor het eeuwige, John Phillips houdt de naam levend, al dan niet met Scott McKenzie en zijn dochter van Wilson Phillips. Denny Doherty overlijdt in 2007, John Phillips in 2001 en Michelle is de laatste overlevende.

vrijdag 12 september 2014

Van hit naar her: Oliver $ & Jimi Jules



Soul-xotica is veel terug blikken, maar op vrijdag kijken we zo nu en dan even in onze glazen bol. Bij de Week Spot moet ik het soms met summiere informatie stellen en ga dan vervolgens 'huiswerk' doen op de verschillende fora. Zo is het ook bij deze rubriek. Het kan nog wel enige tijd duren voordat beide heren een officiële Wikipedia-pagina krijgen (de proef-pagina die er nu op staat, trapt meteen af met een legendarische fout!). Lang leve de sociale media, want dat is immers ook de wijze waarop veel hedendaagse producers hun werk aan de man/vrouw brengen. Plotseling zit je uitgebreide biografieën te lezen op de persoonlijke pagina's van de hoofdrolspelers. Véél leuker dan een saaie Wikipedia, want in veel gevallen spat de passie van het scherm. Neem nou het duo dat vandaag in schijnwerpers mag: Oliver $ en Jimi Jules. Twee jongemannen van de house-generatie bij wie de liefde voor de muziek heel diep geworteld is en dat is terug te horen in de eerste 'mainstream'-hit: 'Pushing On'.

Nee, ik ga niet in iedere aflevering van 'Van hit naar her' roepen dat ik het heb 'ontdekt' in mijn Floorfillers-show. Het zou de indruk kunnen wekken dat een hedendaagse dance-muzikant niet zonder mijn show zou kunnen overleven en het duo van vandaag bewijst dat het ook niet waar is. Ik kom 'Pushing On' voor het eerst tegen in mei of juni en draai hem, geloof ik, twee of drie keer in de show. De mix die ik in het bezit heb, is nogal lang (zes of zeven minuten) en dat, met het feit dat de plaat nauwelijks progressie maakt in de 'mainstream', maakt dat ik er na die tijd nauwelijks aan toe kom. Wat dat betreft word ik met Floorfillers erg verwend, want er komen iedere week meerdere leuke platen uit die evenveel aandacht verdienen. Het is echter sinds twee weken dat de single in zowel Nederland als Engeland in opmars is. Ik heb hem gisteravond weer gedraaid en, man, wat gun ik het deze jongens! 'Pushing On' is een eigentijdse track met een flinke knipoog naar de legendarische Chicago-house en daarmee ook een prachtig eerbetoon aan de eerder dit jaar overleden Frankie Knuckles.

Maar... hoe spreek je de naam van die eerste uit? Ik had het in het begin goed, maar was er gisteren niet zeker van en heb ze afgekondigd als 'Oliver & Jimi Jules'. Het is inderdaad een dollar-teken, maar zou de artiestennaam daarmee 'Oliver Dollar' zijn? Ja dus... Het dollar-teken zal als een grapje zijn ontstaan met de eerste letter van zijn werkelijke achternaam. Oliver Siebert luidt zijn echte naam. Biografische gegevens ontbreken, maar zijn artiesten-pagina op Facebook is in 2009 gestart en het succesverhaal gaat eveneens terug naar 2010. Oliver resideert in zijn geboortestad Berlijn, momenteel ongeveer de hipste stad op het gebied van underground-dance. Zoals zoveel van zijn vakbroeders is Oliver vooral veel onderweg, van club naar feest en weer terug de studio in. Hij heeft voor een veelvoud van platenmaatschappijen gewerkt, allemaal 'independent'-labels uit de dance-wereld, en is hierdoor ook een veelgevraagd producer voor remixen van bestaande nummers. Het jaar 2011 wordt veelal gerekend als zijn 'doorbraak'. Zijn track 'Doin' Ya Thang' wordt in dat jaar met open armen ontvangen op Beatport, de belangrijkste 'gemeenschap' in de dance en elektronische muziek. 'Doin' Ya Thang' staat maar liefst vijf weken op 1 in de hitlijst van het forum. De plaat verblijft tijden in de top tien en er zijn totaal meer dan 30.000 downloads verkocht van het nummer. 'Granulated Soul' herhaalt het eerdere succes tegen het einde van het jaar. Begin 2013 komt 'Hoes' uit en deze plaat zit in de koffers van de meest invloedrijke deejays. Het bereikt een tweede plek op de 'Tech Charts' van Beatport.

Op 25 april van dit jaar heb ik 'Shake That' van Dansson & Marlon Hoffstadt in deze rubriek te gast en 'onze' Oliver $ gooit hoge ogen met een remix van dat nummer. Zo begint voor hem het uiterst succesvolle jaar 2014. Op 24 maart verschijnt 'Pushing On', zijn samenwerking met de Zwitserse dj en producer Jimi Jules. Een Duitser en een Zwitser, dat zijn dus géén Engelse dance-muzikanten zoals die experimentele Wikipedia-pagina beweert. Buiten het draaien op Ibiza en andere plekken in de wereld is Oliver $ druk bezig met zijn eerste volledige album dat onder zijn naam gaat verschijnen. Hoewel hij geafficheerd wordt als Oliver $ laten veel sites, waaronder Facebook, het dollar-teken niet toe als naam en wordt in deze gevallen gespeld als 'Oliver Dollar'.

Het lijkt een rare vergelijking: Iemand die zich bezig houdt met 'boem-boem-muziek' omschrijven als een kruising tussen Herbie Hancock en Miles Davis, maar in het geval van Jimi Jules is het gerechtvaardigd. In Zwitserland staat hij bekend als een van de meest opvallende dj's en muzikanten. Als dj is hij vooral in de clubs te vinden waar hij jazz- en soulplaten mengt met elektronische beats. Menig platenmaatschappij zet de deur wijd open om zijn mixen uit te brengen en Oliver $ en Jimi Jules hoeven niet lang te zoeken om 'Pushing On' onder te brengen. In dit nummer komt een kwart eeuw house-muziek voorbij. Er zal vast een radiovriendelijke 'edit' van vier minuten in omloop zijn, maar 'Pushing On' komt het beste tot zijn recht in de lange versie. Een lang intro met baslijnen die Frankie Knuckles in herinnering brengen. Tot slot het gedeelte met de gezongen titel. Dat is overigens een sample uit een nummer van The Quantic Soul Orquestra, een 'soulful jazz'-gezelschap uit Engeland en ongetwijfeld uit de platenkoffer van Jimi Jules. Wat me het meest aantrekt in die lange versie van 'Pushing On' is dat het niet een mantra-met-een-climax is, maar het meer weg heeft van een symfonie. Je hoort als het ware vijf nummers in zeven minuten en dat is geen straf!

Omdat ik dit bericht na middernacht publiceer, kan ik gebruik maken van de actuele gegevens uit de Nederlandse Top 40. Dat geeft voor ons land weinig hoop. Nadat het de afgelopen twee weken flinke stappen nam in de Tipparade, stijgt het in de vierde week van veertien naar twaalf. Dat zou wel eens het einde kunnen zijn? In Engeland is 'Pushing On' vorige week nieuw binnen gekomen op 15. In die laatste hitparade kan het alle kanten uitgaan: Of hij staat over twee weken op 1 of hij is de lijst alweer uit...

donderdag 11 september 2014

Raddraaien: The Honeybus



Een snelle vergelijking tussen de actuele Engelse en de hedendaagse Nederlandse Top 40 maakt duidelijk dat er niets is veranderd in Engeland. Het viel me al op in de jaren dat ik in Engeland woonde: Een band kan vandaag de hemel worden ingeprezen, morgen verguisd worden en volgende week vergeten zijn. In de jaren zestig is het net een tikkeltje erger. Alleen The Beatles en The Rolling Stones kunnen rustig achterover leunen als ze een nieuwe plaat uitbrengen. Beide bands hoeven geen promotie te maken voor hun plaat, het komt toch automatisch in de top drie en vaak ook nog wel op nummer 1. De rest van de Engelse popgroepen uit de jaren zestig moeten daar keihard voor knokken. De pers is bikkelhard en kan eigenhandig 'eendagsvliegen' creëren. Een band die daar de dupe van is geworden, is de groep die vandaag in de schijnwerpers mag: The Honeybus. In Engeland beschouwd als eendagsvlieg, in Nederland heeft de groep zowaar nog een tweede hit. Het draait hem vandaag echter om dat ene liedje dat The Honeybus op de kaart heeft gezet: 'I Can't Let Maggie Go' (1968).

Hoewel de groep in april 1967 in Londen wordt geformeerd, hebben de leden bijna allemaal hun wieg elders in het land staan. De mannen zijn begin twintig ten tijde van de formatie. Het krijgt een contract bij Deram, het progressieve pop-label van Decca, en maakt in het eerste jaar twee singles. Pete Dello, geboren als Peter Blumsom in Oxford, en Ray Cane, geboren als Raymond Byart in Londen, zijn aanvankelijk de belangrijkste leveranciers van nummers, waarbij Dello de a-kanten voor zijn rekening mag nemen. 'Delighted To See You' krijgt pas jaren later een cult-status, maar de a-kant van de tweede single trekt de aandacht van collega's. Dave Berry neemt als eerste 'Do I Figure In Your Life' op en dat wordt in de loop der jaren gevolgd door artiesten als Joe Cocker, Ian Matthews, Paul Carrack en de Ierse zangeres Dana. Kenny Everett is slechts één van de vele supporters van de groep. Hun geluid wordt vaak vergeleken met dat van The Beatles ten tijde van 'Rubber Soul'. Een jaar na de formatie bereikt de groep eenmalig de Engelse hitparade met onze Raddraaier: 'I Can't Let Maggie Go'.

'Maggie' definieert als geen andere plaat de 'barokke popmuziek'. De bespeler van de piccolo, zelf een man uit de wereld van de klassieke popmuziek, durft in 2003 'Maggie' de beste popsong ooit te noemen. Zélfs beter dan The Beatles, zo oordeelt hij. In 2003 is The Honeybus namelijk present voor het NOS-programma 'Single Luck'. Toch is The Honeybus minder eendagsvlieg dan menigeen denkt. Toch ziet de toekomst van de groep er even duister uit als Pete Dello, schrijver van 'I Can't Let Maggie Go', in augustus 1968 de groep de rug toekeert. Jim Kelly komt de groep versterken op gitaar en zang, terwijl Cane nu de leidersrol naar hem toetrekt. In het najaar van 1968 bereikt The Honeybus een niet onaardige veertiende plek met het tóch wel veel mindere 'Girl Of Independent Means'. In Engeland doet 'She Sold Blackpool Rock' in 1969 nog een klein beetje, in Nederland strandt het in de Tipparade. In 1969 zien we in Nederland Dello andermaal terug in de hitparade, nu als Lace met de plaat 'I'm A Gambler'. The Honeybus gaat de studio in om een elpee op te nemen, 'Story', maar de groep is in de rui. Als het album in de eerste maanden van 1970 verschijnt, is er opeens geen groep meer om het te promoten en de plaat flopt genadeloos. Dello formeert in 1972 eigenhandig een nieuwe Honeybus en weet de Engelse divisie van Warner Bros. te interesseren. De plaat hoeft alleen nog maar geperst te worden als Warner het plotseling laat afweten. Het is nooit officieel uitgebracht. Colin Hare blaast in de 21e eeuw nieuw leven in The Honeybus. Hare bestiert de officiële website van de groep en treedt incidenteel op met een geheel nieuwe bezetting. De oorspronkelijke leden komen alleen nog bijeen voor de opnames van 'Single Luck', verder zijn ze niet meer actief in de muziek. Drummer Pete Kircher speelt bij een lange stoet bands en eindigt zijn carriére met Status Quo op Live Aid. Jim Kelly neemt in 1969 een single op met composities van Cane, maar deze flopt. Later speelt hij bij nog een paar bands en overlijdt op tweede kerstdag in 1995. Dello is eigenaar van een autobedrijf met filialen door heel Engeland.

De groep beleeft in Italië een bijzondere populariteit. De Italiaanse popgroep Equipe 84 neemt een versie op van 'I Can't Let Maggie Go': 'Un Angelo Blu'. Dit resulteert eventueel in 1969 in 'La Cicogna', een vertaling van 'She Sold Blackpool Rock' waarmee The Honeybus op eigen houtje probeert de Italiaanse markt voor zich te winnen.

woensdag 10 september 2014

Beeldenroute: Gamble & Huff



En dan ligt opeens een dwangbevel van de gemeente op de mat. Het zat er al een tijdje aan te komen, maar dit betekent maar een ding: Werk aan de winkel! Natuurlijk heeft het betrekking tot de sokkel die tussen Kolderveense Bovenboer en Nijeveense Bovenboer staat geparkeerd. Er moet binnen vierentwintig uur een standbeeld staan en anders wordt het bouwwerk op mijn kosten afgevoerd. Het komt goed uit, want ik heb net een man bedacht die een standbeeld verdient. Dan blijkt deze opeens niet los te weken van de andere en heeft die laatste op zijn beurt evenzeer recht op een standbeeld. Maar weer die chagrijnige aannemer bellen voor een tweede sokkel en vervolgens zeven uren boetseren met klei en dan staan ze beide fier overeind: Kenny Gamble en Leon Huff staan gebroederlijk naast elkaar op de kruising tussen Nijeveense Bovenboer en Kolderveense Bovenboer. Wat niemand weet, is dat de beelden niet vast staan en dus zo nu en dan omgewisseld kunnen worden. Ik kan geen van beide het aandoen om zijn standbeeld in Kolderveense Bovenboer te hebben staan.

Onafscheidelijk zijn ze: Kenny Gamble en Leon A. Huff. Toch is er een tijd dat beide mannen elkaar niet kennen. Gamble is reeds op jonge leeftijd bezig zijn toekomst te vormen. Hij neemt als kind liedjes op in de mobiele studio van het lokale gokpaleis, assisteert de ochtend-dj's van het radiostation WDAS in Philadelphia, runt enige tijd een platenhandel en zingt bij het groepje The Romeos. Rond 1964 is er sprake van het duo Gamble en Ross. Die laatste is geen onbekende op Soul-xotica. Het is Jerry Ross, de onafhankelijke platenproducer die onder andere The Yum Yums en The Sapphires produceert. Hij is tevens de man die Shocking Blue, Tee Set en George Baker Selection in 1970 tekent voor zijn Colossus-label en daarmee een Nederlandse invasie op de Amerikaanse Billboard Hot 100 bewerkstelligt. Gamble ontmoet Huff voor de eerste maal als deze mee speelt op een Jerry Ross-productie: 'The 81' van Candy & The Kisses. Gamble heeft intussen een niet bijster succesvolle single uitgebracht en hij werkt vervolgens met Ross en Huff mee aan de originele 'I'm Gonna Make You Love Me' van onze Week Spot-artieste Dee Dee Warwick.

'Expressway To Your Heart' van The Soul Survivors is in 1967 de eerste top 5-productie van de heren Gamble en Huff. Het duo komt vervolgens bij Atlantic terecht en werkt daar niet met de minste of geringste: Wilson Pickett, Aretha Franklin en Archie Bell & The Drells zijn enkele namen die met Gamble en Huff werken. Na haar uiterst succesvolle album 'Dusty In Memphis' neemt Dusty Springfield in 1970 een album op in Philadelphia: 'A Brand New Me', geproduceerd (en deels ook geschreven) door Gamble en Huff. In 1971 zijn ze dan eindelijk klaar voor hun volgende stap: Philadelphia International Records, ook wel afgekort tot PIR. Aanvankelijk wil het duo verder met Atlantic, maar dat ziet het vanwege het hoge kostenplaatje niet zitten. Clive Davis van CBS verleent vervolgens zijn medewerking en CBS zal gedurende tien jaar de platen distribueren. Bobby Martin, Norman Harris en Thom Bell zijn de arrangeurs waarmee Gamble en Huff door de jaren heen heeft gewerkt en zij komen op de loonlijst van Philadelphia. Veel van de groepen en artiesten op het label hebben een lange staat van dienst, maar hebben in de regel niet zoveel succes gehad. Eentje daarvan is The O'Jays, al sinds de midden jaren zestig actief en met een paar hele aardige platen als resultaat. Deze groep zet de Philadelphia-machine in 1972 in werking met hun hit 'Back Stabbers'. Waar Gamble en Huff aanvankelijk zuinig aan doen met arrangementen, worden deze steeds beter en uitgebreider. De Philly-Sound is al snel een genre op zichzelf. Goed beschouwd is Philadelphia een aanval op Motown en halverwege de jaren zeventig zal Philadelphia de strijd winnen van Berry Gordy en zijn gevolg.

Hoewel Gamble en Huff duizenden liedjes hebben geschreven, krijgt het duo pas in 1988 een Grammy voor de beste R&B-song, als Simply Red een hit heeft gescoord met het aloude Harold Melvin & The Blue Notes-succes 'If You Don't Know Me By Now'. Waar Motown The Funk Brothers als vast orkest heeft, daar maakt Philadelphia gebruik van M.F.S.B. (Mother, Father, Sister, Brother). Leden uit dit gezelschap hebben eerder gespeeld bij The Electric Indian, bekend van de hit 'Keem-O-Sabe' uit 1969. Leon Gamble bespeelt de elektrische piano op 'Family Affair', een instrumentale bewerking van het Sly & The Family Stone-succes en is op een aantal andere producties te horen met dit instrument. Leon Huff heeft 'held' Bunny Sigler ooit geholpen aan 'Girl Don't Make Me Wait', ook uitgevoerd door de Engelse Timebox, en ook Sigler maakt enige tijd deel uit van het Philadelphia-concern. De jaren 1974 en 1975 zijn de beste voor Philadelphia. Met de single 'T.S.O.P.' ('The Sound Of Philadelphia') gooit MFSB hoge ogen. Oudgedienden The Three Degrees zijn The Supremes van Philadelphia en scoren grote hits met 'When Will I See You Again' en 'Dirty Ol'Man' (hoewel nummer 1 in Nederland, wordt het in Engeland nooit een hit). Vlak voor Philadelphia hebben de heren Gamble Records gehad en één van de producties daarop was 'Doctor Doctor' van The Intruders. Die groep doet in 1974 en 1975 ook volop mee. Meest belangrijk is nog wel dat in deze jaren het fundament wordt gelegd voor de latere disco, maar daarmee graaft het duo onbewust haar eigen graf.

Philadelphia krijgt een boete vanwege het omkopen van radiostations. De boete komt op naam van Gamble, Huff gaat vrijuit. Hoewel het duo onverminderd actief blijft, ziet Gamble de kans zich in te zetten voor een aantal charitatieve doelen: Naast een kanker- en leukemie-fonds is hij ook de initiatiefnemer van 'Let's Clean Up The Ghetto'. Met deze campagne laat hij de jeugd uit de 'inner cities' verloederde gebouwen opknappen en afval opruimen. De actie, ondersteund door een single en elpee van de Philadelphia International All Stars, begint in Philadelphia, maar zal later uitbreiden naar Chicago, Atlanta en Los Angeles. Na 1975 raakt de Phillysound op zijn retour, hoewel Gamble en Huff The Jacksons nog weet om te buigen tot Philly in 'Show You The Way To Go' en het duo in 1978 en 1979 scoort met respectievelijk 'Use Ta Be My Girl' van The O'Jays en 'Ain't No Stopping Us Now' van McFadden & Whitehead. In de begin jaren tachtig is Harold Melvin-zanger Teddy Pendergrass de laatste goedverkopende artiest op Philadelphia. Als deze vervolgens een ongeluk krijgt en gedeeltelijk verlamd raakt, staat het voortbestaan van Philadelphia op het spel. In 1982 verbreekt het de samenwerking met CBS. EMI is de volgende die het mag proberen. Hoewel de hits uitblijven, zullen Gamble en Huff hun lange lijst liedjes en producties uitbreiden. Ze hebben aan het einde van hun carriére samen meer dan drieduizend liedjes geschreven en daarmee staat het duo hoog in de lijst van belangrijkste songschrijvers. Auteursrechtenorganisatie BMI heeft maar liefst 86 awards uitgereikt aan de heren, die in 2009 worden uitgeroepen tot 'BMI-iconen'.

Philadelphia International bestaat nog steeds en heeft twee jaar geleden nog uitgebreid feest gevierd met cd-boxen en nooit eerder uitgebrachte opnames. Kenny woont nog steeds in Zuid-Philadelphia waar hij een oud theater en omringende gebouwen heeft gekocht. Hij heeft niet alleen muziek-educatie gegeven aan een school, hij is tevens een eigen school begonnen. Op 16 maart 2012 overlijdt Gamble's moeder en Kenny schrijft zijn zakelijke ondernemingen en de prachtige muziek toe aan de liefde die zijn moeder altijd heeft uitgestraald. Gamble is 71 jaar oud, zijn compaan een jaar ouder. Het schijnt dat ze nog geregeld samen liedjes schrijven. Die hit kan dus zomaar weer komen!