maandag 8 februari 2016

Raddraaien: Neil Sedaka



De Northern Soul Allnighter op Wolfman Radio is een groot succes geworden en de 'kater' van zo'n actieve nacht is tot vanmiddag gebleven. Ik ben gisteren dus niet meer toe gekomen aan publiceren en dus trakteer ik jullie vandaag op een dubbel bericht. Voordat ik in het volgende bericht de touringcar ga starten om een echte 'underdog' op te pikken voor de 'Dodenrit', schijn ik eerst mijn licht op een rasartiest welke nog steeds onder ons is. Over ongeveer vijf weken staan er maar liefst 77 kaarsjes op zijn taart welke hij ongetwijfeld zal verorberen met de vrouw waarmee hij 53 jaar is getrouwd. De loopbaan van Neil Sedaka is boordevol pieken en dalen, in zijn persoonlijke leven lijkt alles bedrieglijk normaal: Niks geen echtscheidingen, verslavingen of ander ongerief, hij heeft zo nu en dan eens last van vier knapen uit Liverpool en daarmee houdt het wel op. De Raddraaier van vanavond komt uit de jaren zeventig-bak en als ik het plaatje in de handen hou, sluit ik automatisch mijn ogen en kan de geur weer opsnuiven. De centrale plaat is 'Love In The Shadows' van Neil Sedaka (1976).

Waar en wanneer? Ja, daar hoef ik niet lang over na te denken. De vakantie in Sleen! Het is zaterdagmorgen en ik heb ergens nog grote ambities voor die dag. Toch wil ik eerst even bij dat kringloopwinkeltje kijken waar ik de afgelopen dagen aan voorbij ben gefietst en verder wil ik zien of ik bij de VVV de 'Op Fietse'-route kan krijgen. Met de korte broek aan loop ik Sleen binnen. Bij de betreffende kringloopwinkel vul ik mijn rugtas met singles waaronder ook 'Love In The Shadows'. Eenmaal buiten overvalt het vakantiegevoel en ik besluit een 'rustdag' te nemen totdat ik 's middags 'even' naar Emmen wil en een bochtje om, want dat wordt een bocht van 75 kilometer. Deze single van Neil Sedaka blijkt een kleine teleurstelling te zijn, maar de koop bevat eveneens de originele 'Breaking Up Is Hard To Do'. 'Love' is bovendien slechts een euro voor een fraaie Canadese persing.

Neil Sedaka komt ter wereld op 13 maart 1939 in de wijk Brooklyn in New York. Zijn muzikale aspiraties liggen aanvankelijk in de klassieke muziek. Neil volgt pianolessen en wil net zo goed worden als de populaire concertpianist Van Cliburn, maar dat is rond dezelfde tijd dat hij kennis maakt met de popmuziek. Een buurvrouw hoort hem als dertienjarige spelen en laat hem kennis maken met haar zoon: Howard Greenfield is dichter en tekstschrijver en Sedaka vormt met hem een duo. Vanaf de late jaren vijftig is 'Sedaka-Greenfield' de meest bekende combinatie uit de Brill Building: De liedjesschrijversfabriek in New York. Nadat Sedaka is geslaagd voor de 'high school' formeert hij de groep The Tokens. Het heeft een paar kleine regionale hits voordat Sedaka op de solo-toer gaat. The Tokens zal een paar maal wisselen van personeel en uiteindelijk in 1961 een wereldhit scoren met 'The Lion Sleeps Tonight'. Sedaka debuteert met drie singles die geen van allen de hitparade behalen, maar 'Ring-A-Rockin' brengt hem tot het podium van 'American Bandstand' van Dick Clark en dit resulteert in een contract voor RCA. In 1958 heeft hij zijn eerste hit op RCA met 'The Diary', maar de opvolgers gooien roet in het eten. 'I Go Ape' mag in Engeland nog een redelijke hit worden, in 1960 staat RCA op het punt om Sedaka te ontslaan. Zijn manager Al Nevins weet nog een laatste kans te regelen en dan demonstreert Sedaka waarom hij een succesvol componist is. Hij koopt de drie laatste nummer 1-hits en draait ze uren achtereen om te ontdekken wat deze platen tot een hit maakt. Hij ontdekt een overeenkomende anatomie en past dit toe in zijn nieuwe lied. Hij draagt het op aan Carole King en zo ontstaat 'Oh! Carol'. RCA heeft geen spijt gehad van deze zet, want de plaat levert een miljoenenverkoop op. Gek genoeg strandt het in Amerika op nummer 9, waar het in Nederland op de eerste plek heeft gestaan. Heeft The Blue Diamonds dan toch nog een rol gespeeld?

De hits volgen elkaar in rap tempo, maar dan wordt de muziekwereld 'overgenomen' door The Beatles en andere jonge hippe bands. Sedaka probeert weliswaar nog wel een hit te scoren, maar het publiek laat de singles links liggen. In plaats daarvan stort Sedaka zich weer op het liedjes schrijven en doet dat onder andere voor The Monkees. Als die serie in 1969 van het scherm verdwijnt en Sedaka nog altijd zonder platencontract zit, moet hij een groot besluit nemen. Het enige land waar Sedaka's werk enige populariteit kent, is Engeland. Hij neemt voorlopig afscheid van Howard Greenfield en verhuist met zijn familie naar Engeland. In 1972 neemt hij met de heren Gouldman, Stewart, Godley en Creme het album 'Solitaire' op in de Strawberry Studios in Stockport. Hoewel 'Beautiful You' van dat album een bescheiden hit wordt in Amerika en daarmee zijn eerste hit in tien jaar is, blijft hij net even populairder in Australië en Engeland. Het tweede album heet 'The Tra-La-La Days Are Over' en dit bevat de originele versie van 'Love Will Keep Us Together', dat een hit wordt in de uitvoeringen van Mac & Katie Kissoon en Captain & Tenille. In datzelfde jaar, 1973, ontmoet Sedaka Elton John. De laatste laat weten altijd een Sedaka-fan te zijn geweest en haalt hem over om bij zijn Rocket-label te komen. Dat gebeurt in 1975 en Sedaka maakt drie albums voor Rocket. Toch is het na singles als 'Laughter In The Rain', 'Bad Blood' en de disco-versie van 'Breaking Up Is Hard To Do' snel gedaan met de samenwerking.

Sedaka wil in 1966 deelnemen aan een piano-concours in Rusland, maar wordt door de autoriteiten geweigerd. Sedaka heeft dan op de Amerikaanse televisie bewezen gemakkelijk een stuk van Chopin te kunnen spelen, maar Rusland verdenkt hem ervan dat het een methode is om zijn 'rock-and-roll' het land binnen te smokkelen. Aan de andere kant kan Sedaka in 2005 een prijs in ontvangst nemen voor 'Amarillo', dat de bestverkochte single is in Engeland. Een vreemde geschiedenis. Tony Christie neemt in 1971 zijn versie op en dat wordt aanvankelijk een matige hit. Iedereen lijkt het totaal vergeten als in 2002 de Engelse komiek Peter Kay het nummer 'playbackt' in een show. In 2005 is Kay initiator van de 'Comic Relief'-single van dat jaar en met een aantal bekende vrienden neemt hij een nieuwe versie op van 'Amarillo'. Ook Christie's origineel wordt uitgebracht en dit veroorzaakt een 'Amarillo'-gekte in Engeland. Sinds 2011 lijkt het stil te worden rond Sedaka. Met 72 lentes en een loopbaan van 55 jaar in de popmuziek mocht dat ook wel eens...

vrijdag 5 februari 2016

Singles round-up: februari 3



Ik ga Mark dit weekend vragen om de balans op te maken, nu ik vanavond een achtste single heb gereserveerd. Het nadeel van 'reserveren' is dat je op dat moment al wenst dat je de platen in huis kan halen en dat begint op te spelen sinds ik afgelopen week verslingerd ben geraakt aan een 'groeiplaatje'. Hij werd ook als dusdanig beschreven en bij de eerste keer ben ik niet overtuigd, maar bij de achtste keer wél. Ik verneem maar niets van mijn maat uit Chicago, ik mocht op zijn minst hopen dat hij mij een 'track-and-trace' zou toesturen. Het zal me niks verbazen dat het pakket nog gewoon in Chicago ligt. Het komt altijd wel goed met hem, maar het wachten maakt je moedeloos. Dat en een sporadisch Tafel-bezoek moeten dan de singles van februari zijn, want er zijn ook nog andere dingen in het leven. Nu ik sinds maandag voor Cycloon werk, kan ik me richten op het volgende avontuur: De verhuizing. Afgelopen week stond een fraaie woning in De Wijk op de site en ergens heb ik nog steeds spijt dat ik daarop niet heb gereageerd. Nu staat er eentje in Havelte, maar met een laag energielabel, hogere huur en een kasteel dat je nooit en te nimmer warm krijgt. Die woningen in De Wijk lijken toch het meest aan te sluiten op mijn woonwensen, maar ja... het is een aardig stukje verder van Meppel dan Nijeveen. Dan nu het derde deel van deze 'Singles round-up' van februari.

* Julie Rogers- Which Way To Nowhere (NL, Ember, 1970)
Ik heb het gisteren al gezegd: Albert kent me goed genoeg. Ik kan de singles allemaal 'plaatsen' met associaties die hij mogelijk heeft. Zou deze van Julie Rogers in het pakket zijn gekomen door Jimmy Webb? Ik heb Jimmy Webb immers een standbeeld gegeven in 'De Beeldenroute' en ook is zijn naam veelvuldig gevallen bij 'Keep On Keepin' On' van The Contessas. Hoe dan ook: Julie Rogers is té statig voor mij, maar zingt hier wel een prachtige compositie van Jimmy Webb. Als verzamelaar heb ik weer schik in het feit dat het een Nederlandse Ember is. Ik had alleen 'You Can Get It If You Really Want' van Desmond Dekker op dat label en heb nog ergens het lege hoesje van 'Pickney Gal' liggen. Het prachtige fotohoesje, zie hierboven, maakt het tot een hele leuke aanvulling op de collectie.

* Bird Rollins- Here He Comes Drunk Again (US, Calla, 1971)
Deze komt voort uit een conversatie op Facebook. Albert noemt Calla daar een 'obscuur' label en dat moet ik even herstellen. Calla is weliswaar geen Motown of Columbia, maar is desondanks een 'groot' label in Amerika. Het punt is alleen dat Calla geen vast distributiekanaal heeft in Europa en dat oorspronkelijke Calla-platen via verschillende labels op de markt wordt gebracht. Heeft ook ermee te maken omdat Calla ook weer kleine maatschappijen van een nationale distributie voorziet. Ik had het een paar jaar geleden toch moeten doen: Toen zag ik op Marktplaats de Nederlandse persing van 'But It's Alright' van J.J. Jackson. Uitgebracht via Omega, maar in een hoesje dat Calla introduceert naar het Nederlandse publiek. Vijf euro is een schijntje, maar ik heb kort daarvoor de Engelse Mojo gekocht en 'je kan niet alles hebben'. Mijn enige originele Calla tot nu toe is 'What's The Matter With You Baby' van Jerry Williams (aka Swamp Dogg) uit 1967, ik twijfel lang om 'I'm So Glad' van The Fuzz op Calla te kopen, maar zwicht dan voor een spotgoedkope Pye Disco Demand. Maar dan... Bird Rollins. Ik juich bij de naam en bij het idee dat het op Calla is verschenen, maar daar eindigt het enthousiasme. 'Here He Comes Drunk Again' is me té bluesy en het instrumentale 'Do It To It' is ook niet wat ik ervan verwacht. Gewoon in de jaren zeventig-bak.

* Howard Tate- Ain't Nobody Home (US, Verve, 1966)
Hier is de single waar ik opeens heel veel zin in krijg en welke verantwoordelijk is voor de Oostenrijkse en Duitse handel. B.B. King, waar ik 'Ain't Nobody Home' het beste van ken, is pas overleden als ik kennis maak met deze versie van Howard Tate. Dat gebeurt als een Franse maat op Facebook de Franse persing voor een flinke prijs in de handel gooit. De plaat is in een mum van tijd verkocht. De geluidsclipjes doen me echter helemaal warm lopen voor de single en ik ontdek redelijk snel dat de Amerikaanse persing voor 'peanuts' gaat. Daar is hier andermaal het bewijs. De 'Good-Plus'-kwalificatie duidt het meest de ruis en de 'ruige' conditie, maar de plaat klinkt kraakhelder. Een toekomstige Week Spot, alleen niet volgende week. Dan gaan we, voor een reden, maar liefst vijf jaar terug in de tijd!

* Johnnie Taylor- Jody Got Your Girl And Gone (Duitsland, Stax, 1971)
Het is een van de eerste dingen waarover ik me verbaas als ik me meer ga verdiepen in het onderwerp 'Northern Soul'. Anno 2009 is het 'hard en snel' voor mij en dat levert een aantal Blauwe Bak-favorieten op die 'niet kunnen' in de Engelse scene. Dan denk ik vooral aan het Stax- en Atlantic-werk. Er zijn een paar Atlantic-dingen die kunnen, maar niet veel deejays in Engeland die zich daaraan durven te wagen. Qua Stax is het eigenlijk alleen The Astors dat een plek heeft veroverd in de Northern Soul. Gelukkig ben ik progressief genoeg om mijn eigen favorieten te kiezen en zo laat ik menigeen kennis maken met 'People Get It Together' van Eddie Floyd. 'Hard en snel' wordt helaas wel het credo van The Casino in Wigan en dat maakt vanaf 1973 de dienst uit in de Northern Soul. Het resulteert in veel 'rommel': Uptempo pop en zoiets onverklaarbaars (hoewel ik toch een zwak heb voor de plaat) zoals 'Interplay' van Derek & Ray. Dat zo'n uitstekende danser als 'Jody Got Your Girl And Gone' nooit iets heeft kunnen betekenen in de Northern Soul, terwijl het ervoor geknipt is, is ontzettend jammer, maar nog niet té laat...

* Brenton Wood- A Change Is Gonna Come (US, Double Shot, 1969)
Het begint voor mij in de midden jaren negentig met 'Gimme Little Sign' op een verzamel-cd. Ik ken de titel uit het 'Hitdossier' en daar is het één van de voorbeelden van een single die driemaal in de Tipparade heeft gestaan. Het 'Hitdossier' vermeldt daarbij ook een uitgave op Ariola, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk. In 2011 heb ik de Palette gekocht en al vanaf het begin twijfel ik of ik dit kan draaien in een Northern Soul-setting. De plaat verdwijnt zelfs even in de reserve-Blauwe Bak als ik middels een collega-verzamelaar 'I Think You Got Your Fools Mixed Up' leer kennen (ook al vermeldt de Nederlandse fotohoes 'Tools' in plaats van 'Fools'). Kort daarop komt de 'betere' 'The Oogum Boogum Song' mijn collectie binnen en sinds een jaar weet ik dat de meer progressieve Northern-dj's het gerust durven te draaien. 'A Change Is Gonna Come' is een prachtige aanvulling hierop. Dit 'volkslied' is door velen gedaan, maar nimmer klonk het zo upbeat en 'Northern' als deze van Brenton Wood.

Morgenavond doe ik, zo gezegd, een Northern Soul-allnighter met Lee Madge op Wolfman Radio. Ik begin om elf uur, om 01.00 uur neemt Lee over. Van drie tot vijf doe ik mijn tweede set en daarna maakt Lee het feest compleet. Jullie zijn van harte uitgenodigd op www.wolfmanradio.co.uk

Singles round-up: februari 2



Vandaag twee delen van de 'Singles round-up'. Ik zou in eerste instantie vanavond verder gaan met de singles die Albert me heeft gestuurd en de overgebleven Discogs-aankoop, maar ik ben uit het werk langs De Tafel gefietst en daar drie singles toegevoegd aan de collectie. Nu kan het bijna geen toeval lijken, maar als ik dit trio gisteren zou hebben gekocht, dan had ik ze meteen kunnen behandelen: Een plaat die (bij mij) onder de 'B' komt en twee van de 'G'. Ik begin deze 'round-up' dan ook met dit trio gevolgd door twee van Albert. De resterende zes singles publiceer ik hierna in een derde 'Singles round-up'. Dit omdat ik morgenavond met collega Lee Madge een 'Northern Soul Allnighter' ga doen: Van elf uur 's avonds tot zondagochtend zeven uur vrijwel onafgebroken Northern Soul-stampers. Dan komt van publiceren niets meer terecht en bovendien wil ik vanavond de platen in de bakken hebben.

* Edgar Broughton Band- Out Demon Out (NL, Harvest, 1970)
Ik zie een kleine verschuiving in de handel van Bart, maar nog steeds verre van alarmerend. De singles worden duurder. Maar dan opnieuw... ik wil vier euro niet 'duur' noemen voor een puntgave Nederlandse 'Out Demons Out' met fotohoes (voor de kniesoor: een klein scheurtje en wat plakband-resten). Dit vrijgevochten gezelschap heeft in 1969 de eer om de eerste single te mogen maken voor het Harvest-label. 'Evil' heet het debuut en verschijnt op 6 juni 1969. Dat is dus '6-6-69'. Ik heb sinds jaar en dag 'Apache Dropout' in de bakken staan, een combinatie van Captain Beefheart's 'Dropout Boogie' en 'Apache' van The Shadows. 'Out Demon Out' wil maar niet op mijn weg komen. Ik prijs me gelukkig met dit exemplaar, want nogmaals: Het vinyl is puntgaaf en dat terwijl het andermaal is geperst op dat flinterdunne Bovema-vinyl van 1970.

* Pierre Groscolas- Elise (Frankrijk, Trema, 1975)
Het is 'speedshoppen' vanavond. Ik kijk alleen in het vak 'Nieuw binnen' en zie dat er slechts een handvol singles bij zijn gekomen. Het is meteen raak met Edgar Broughton, dan Guns'n'Roses en bij deze van Pierre Groscolas hoef ik ook niet lang te twijfelen. Hoe het precies is gekomen en waarom het steeds gebeurt, kan ik niet verklaren. Toch is het meerdere malen in de week dat ik het refreintje van deze 'Elise' van Pierre Groscolas in mijn hoofd 'hoor'. Nu ik de single dan eindelijk heb te pakken, weet ik nog steeds niet de aanleiding, maar wel dat ik erger 'geplaagd' had kunnen worden. Het is namelijk een uitstekende plaat en, ja, ik voel alsof het refreintje nu voor de rest van de nacht in mijn hoofd blijft zitten, maar ik heb het er graag voor over!

* Guns'n'Roses- Patience (Duitsland, Geffen, 1988)
Normaal gesproken moet ik altijd even slikken als ik een jaren tachtig-single in handen hou welke meer dan twee euro moet kosten. Nu is de koop zomaar gesloten. Ik ken de handel van Bart goed genoeg om te weten dat hij geen 'rommel' verkoopt en dat deze single dan ook helemaal in nieuwstaat moet zijn. Hoewel ik nooit heel erg gecharmeerd ben geweest van Guns'n'Roses, heb ik 'Patience' altijd heel bijzonder gevonden. Deze moet 2,50 euro kosten en daar doe ik het voor. De hoorbare kraakjes (ik zet net de plaat op...) geven de plaat alleen maar charme. Het geluid is 'helder' en als 'soul-kikker' is dat immers het belangrijkste!

* Percy Page- Sorry (België, Basart, 1970)
Lieve help! Wat heb ik hier aan mijn kar hangen? Erg nieuwsgierig, zo'n single op het Belgische Basart-label met fotohoes en als die bij De Tafel had gelegen, was die eveneens mee gegaan. Muzikaal is dit een soort van vroege Fred Stuger of André Moss. Twee instrumentaaltjes met de saxofoon als stralend middelpunt. 'Love Generation' wordt op het label aangeduid als a-kant en begint hoopvol met een groovy Hammond-orgel maar strandt al snel in een Billy Vaughn-achtige dweil. 'Sorry' wordt op het hoesje als eerste genoemd en is een stuk sneller. Toch moet ik bekennen dat ik het véél beter dan dit heb gehoord en dus gaat de plaat een beetje roemloos de jaren zeventig-bak in.

* Procol Harum- Quite Rightly So (NL, Stateside, 1968)
Deze plaat komt ter sprake tijdens dat telefoongesprek. Ja, daar ben ik meteen in geïnteresseerd. Om ene of andere gekke reden kom je deze niet vaak tegen in het noorden des lands. Ik ken 'Quite Rightly So' van het derde deel van de 'Sensational Sixties'-cd-boxen uit de late jaren negentig met louter 'exclusief' spul: Top 40-hits die enkel op cd verkrijgbaar zijn in dure verzamelboxen. Het is op zichzelf niet zo heel erg vreemd dat 'Quite Rightly So' niet een knalhit wordt in 1968, want het tempo is aardig opgeschroefd ten opzichte van 'A Whiter Shade Of Pale' en 'Homburg'. En toch durf ik dít 'het klassieke Procol Harum-geluid' te noemen. Het is zo'n plaat die ik in de tijd van de cd-speler nog wel eens op 'repeat' zette en dezelfde neiging voel ik nu opnieuw met de single. Een prachtige aanwinst voor de collectie!

* Ransome Head- Sing (NL, Decca, 1971)
Ja, het heeft ongetwijfeld iets met mijn verblijf te maken in de Engelse stad, maar ik heb sinds 1998 een fascinatie voor platen op het York-label. Niet dat dit een uitgebreide collectie heeft opgeleverd. Bij mijn weten moet ik een single van Lovelace Watkins op het Engelse York-label hebben, maar dat is muzikaal niet veel soeps. Ransome Head staat eveneens onder contract bij York en wordt in Nederland op de markt gebracht door Decca. De plaat begint met een luid zoemende gitaar waarna de drummer een aardige 'breakbeat' in zet en dan... zakt de boel ineen als een (Yorkshire?) pudding. Typisch voor veel progressieve Engelse hardrock uit de vroege jaren zeventig. Desondanks een leuke aanwinst en, wie weet, misschien ga ik hem nog eens op een zondagavond draaien...

donderdag 4 februari 2016

Singles round-up: februari 1



Als ik rond de jaarwisseling start met de 'Dodenrit' spreek ik nog de hoop uit dat het een zeer onregelmatige rubriek gaat worden. Helaas, het lijkt erop alsof het een wekelijkse klus wordt, want vanavond is bekend geworden dat Earth Wind & Fire-drummer Maurice White is overleden. Hem eren we naar alle verwachting deze maandag met een bericht. Vandaag en morgen de eerste twee 'Single round-ups' van deze kersverse maand. Er gaan zeker meer volgen. Ik verwacht over een week de acht singles uit Chicago, de beste man heeft nooit zoveel haast met versturen en bovendien heb ik eens de track-and-trace gevolgd van zo'n pakketje in Amerika. Het gaat eerst van Chicago naar San Francisco en vervolgens een luchthaven die nergens in de buurt is. Ook sta ik op het punt om alvast een streep te trekken onder de reserveringen bij een Engelse dj. Het zijn inmiddels zeven singles geworden. Muziekvriend Albert heeft al een paar keer laten vallen dat hij een pakketje singles voor mij heeft. Dinsdag is het tot actie gekomen. Het zijn er maar liefst veertien en voor de verzendkosten levert dat een hele aardige vijftig cent per stuk op. Bovendien stop ik de drie Discogs-singles erbij in, het hele stapeltje gaat op alfabetische volgorde door deze eerste 'Singles round-up'.

* Barrabas- Woman (NL, RCA Victor, 1974)
Ik heb Albert ruim zeven jaar geleden leren kennen op het toenmalige Steenen Tijdperk-forum. Sinds de eerste forummeeting die ik bezoek, in september 2009, volgen we elkaar op de voet. Het resulteert onder andere in een gastoptreden bij de lokale omroep in Zoeterwoude in juli 2011. Een hele middag 'maffe' platen knallen onder de noemer van Northern Soul, maar daar heb ik dan nog niet echt kaas van gegeten. Albert weet dus wel zo'n beetje welke muziek mij aanspreekt en in december 2011 krijg ik een pakketje dat een schot in de roos is. Het begint vandaag ook goed met Barrabas. Niet bepaald een zeldzame single, maar zo'n plaat waarvan ik steeds 'vergeet' om hem te zoeken. Ik neig toch vaker naar obscuur werk en dan zou je een funk-kneiter als 'Woman' van Barrabas zomaar kunnen missen. De plaat is in een puike staat met fotohoes, een regelrechte Blauwe Bak-aanwinst. Ik heb zowel koffers als reserve-bakken vanmorgen opgeruimd (een aantal uit de koffers in de reserve-bakken en uit de reserve-bakken in de 'algemene' bakken), dus ik moet wel kritisch zijn en dus gaat ook een flink deel van het pakket in de 'gele bakken'. Die komen vanzelf aan bod in 'The Vinyl Countdown' op zaterdag of zondag.

* Jackie Edwards- L-O-V-E (Duitsland, Hit-Ton, 1966)
Waar ik denk dat Barrabas in de reserve-bakken komt te staan, daar gaat deze van Jackie Edwards rechtstreeks in de koffer. Wat een fraaie 'double-sider'. Ik kan hier echt geen keuze maken uit welke het meest favoriet is, beide nummers zijn uitschieters. Jackie Edwards is een Jamaicaan die in 1966 The Spencer Davis Group helpt aan 'Keep On Running' en 'Somebody Help Me'. Veel van mans' eigen werk is nauwelijks reggae te noemen en deze single is daarvan een fraai voorbeeld. Twee lekkere uptempo kanten. Deze gaat zaterdag in 'Do The 45' in de rubriek 'Beside The A-Side', dat staat nu al vast!

* Family- Strange Band (NL, Reprise, 1970)
Ik koop mijn eerste exemplaar in 2000 in Utrecht, maar deze heeft niet de fraaie fotohoes. Bovendien is dat Negram-vinyl uit de vroege jaren zeventig even 'besmettelijk' als dat van EMI rond 1970. Flinterdun vinyl dat gemakkelijk wil kromtrekken. Mijn oude exemplaar begint sporen te vertonen van de afgelopen zestien jaar en dus is een 'upgrade' meer dan welkom. Ik heb het vinyl nog niet gedraaid, maar het oogt een stuk netter dan de oude en dus zal dat wel goed komen!

* Anita Harris- Le Blon (NL, CBS, 1968)
Ik geloof dat we nog eens op een donderdagavond hebben gebeld en dat Albert toen een stapel met singles voor zich had. Of Anita Harris ook in dat verhaal is voorbij gekomen? Er is op zijn minst één Anita Harris welke een populariteit geniet in de Northern Soul, maar dat is niet deze single of de b-kant. Het fraaie luisterlied dat zeker eens gaat stralen op een zondagavond. Ik wil zeker niet ondankbaar overkomen, als ik de single voor die prijs bij De Tafel was tegengekomen, had ik hem ook in het mandje gestopt.

* Brenda Jo Harris- She'll Snatch Him (US, Better, 1971)
Ja, laten we het beestje toch maar voorstellen met de a-kant, ook al ben ik daar heel snel klaar mee. Ik heb een dikke week geleden plotseling erg veel zin in een bepaalde single en vindt deze op Discogs bij een Oostenrijkse dealer. Omdat hij vier voor dezelfde verzendkosten kan versturen, kijk ik even verder en selecteer nog twee. Ik heb geen puf om te 'gokken' met een vierde. Van Brenda Jo Harris heeft hij een geluidsclip en dat klinkt erg goed. Ik ga akkoord met de vraagprijs van vier euro, maar dan is het drie dagen héél stil vanuit Oostenrijk. Een week geleden laat hij weten dat de Brenda Jo Harris onvindbaar is in zijn voorraad. Hij stort de vier euro terug en stuurt de overige twee op. Dan vind ik deze bij een Duitse handelaar voor... anderhalve euro en eigenlijk ook in een betere staat. Ik weet niet beter of 'She'll Snatch Him' moet de kant van de geluidsclip zijn, maar dat is het niet. 'She'll Snatch Him' is een slaapverwekkende ballad, de b-kant is het nummer vol vuur: 'The Other Side Of Love Is Hate'. Een lekkere funky soul-plaat met potentie voor de Northern-scene. Ik ga mijn best doen!

* Major Lance- Rhythm (US, Okeh, 1964)
De tweede single die ik uitzoek bij de Oostenrijkse handelaar. Hij beschrijft de platen als 'G+' en dat is zeer minimaal voor een plaat. Toch kan ik dit niet halen uit de geluidsclips en evenmin van de plaat zélf. Okay, een lichte ruis en wat kraakjes her en der. Het label ziet er niet uit alsof het rechtstreeks uit een magazijn komt. De plaat is stevig genoten zonder dat die stuk is en dat vertelt 'G+' (Good-plus) ons toch. In de verzamelwereld is 'Good' namelijk helemaal niet goed en je ziet vooral op Discogs dat kopers dit niet begrijpen. Niet-nieuw en toch goed is NM, Ex en VG+, maar daarna wordt het snel minder. Ik doe er mijn voordeel mee, want een 'professionele' handelaar zou hier een 'VG+' van hebben gemaakt. Wij soul-dj's geven immers geen zier om labels of een krasje, zolang het geluid 'schoon' is. 'Rhythm' is een klassieker uit de pen van Curtis Mayfield, zijn Impressions heeft onlangs een nieuwe versie opgenomen. Terug naar de basis met Major Lance want in mijn hobby draait het immers om het ritme. Ook opvallend dat dit reeds de tweede Major Lance-plaat is dit jaar, maar dat is in dit geval onbewust gebeurd.

* Susan Maughan- When She Walks Away (UK, Philips, 1965)
Over een eendagsvlieg gesproken: Susan Maughan heeft in 1963 een hele grote Engelse hit met 'Bobby's Girl' en brengt daarna nog heel veel platen uit die nog geen tiende van de verkoop van die ene hit opbrengen. Ik moet eerlijk zijn, maar deze van Susan Maughan is 'gewoon een leuk jaren zestig-plaatje', maar ook niet meer. Als ik luister naar 'When She Walks Away' klinkt het me even alsof ze probeert in te haken op Sandie Shaw's hit 'Girl Don't Come' zonder dat het muzikaal die kant uitwijst. 'Come Along Down And See Me' op de b-kant zou in 2011 nog in de Blauwe Bak hebben gestaan, maar die fase ben ik inmiddels lang voorbij.

* Mr. Bloe- Curried Soul (Duitsland, Hansa, 1970)
* Mr. Bloe- 71-75 New Oxford Street (Duitsland, Hansa, 1971)
Ik heb tijdens mijn verblijf in Mossley de eerste elpee van Mr. Bloe op mijn kamer gehad. Natuurlijk word je helemaal kriegel van die mondharmonica als je het een half uur moet aanhoren. Neem dan de singles. 'Groovin' With Mr. Bloe' reikt voor mij terug naar 1993 als ik mijn eerste radio-uitzendingen doe voor de Sneker ziekenomroep: 'Groovin' is dan mijn 'herkenningsmelodie'. Een dag voor onze eerste persoonlijke ontmoeting in 2009 koop ik in Leeuwarden 'Curried Soul' op single en dat is nog een tijdje een Blauwe Bak-favoriet. Toch is deze ook alweer een jaar geleden terug in de jaren zeventig-bak gegaan. Niet alle platen in de 'gele bakken' zijn 'uniek', ik heb een bepaalde fascinatie voor verschillende persingen en dus staat de Duitse 'Curried Soul' goed naast de Nederlandse DJM met fotohoes. De tweede Mr. Bloe-single uit het pakketje van Albert is mij onbekend, het staat niet op de eerste elpee. Twee nummers van de hand van Elton John, maar verder is dit hetzelfde verhaal: Een bubblegum-soulbeat met daaroverheen de harmonica van meneer Zack Laurence. Ten opzichte van een, door mij, stukgedraaide 'Curried Soul' is dit wéér een alternatief, maar dan gewoon in de jaren zeventig-bak. De Blauwe Bakken wil ik graag behouden voor 'serieuze' kwaliteits-soul.

woensdag 3 februari 2016

Raddraaien: Julie Covington



In de wereld van de popmuziek zijn er voldoende 'eendagsvliegen': Artiesten en groepen die slechts eenmaal weten te scoren en waarvan daarna (of daarvoor) niks meer is vernomen. Het onderwerp van 'Raddraaien' zal voor de meeste muziekliefhebbers een eendagsvlieg zijn. Julie Covington is immers verantwoordelijk voor een van de grootste single-hits uit 1977 en weet met de opvolger niet het gewenste resultaat te bereiken. Peter (singlehoesjes.nl) heeft haar niet op de site staan en daar kan ik me best iets bij voorstellen. Ik ben zelf ook in de gelukkige positie dat ik 'Don't Cry For Me Argentina' buiten de deur heb weten te houden, want dat is niet zomaar een draak. Wie algemene pagina's als Wikipedia raadpleegt, zal niks hierover vinden, maar toch is Julie Covington een héle grote naam in de wereld van de platenverzamelaars. Haar eerste twee elpees zijn zeldzamer dan een zuurstok-roze Bugatti en worden door duizenden verzamelaars gezocht. 'Raddraaien' stuurt me vanaf 'No More Mr. Nice Guy' van Alice Cooper in eerste instantie naar 'Watching The Detectives' van Elvis Costello. Toch komt me dat verhaal bekend voor en dan blijkt dat we twee jaar geleden al eens zijn doopceel hebben gelicht in deze serie. Zes singles verder vinden we Julie Covington's uitvoering van 'Only Women Bleed' (1977) en dat is vanavond de centrale plaat in 'Raddraaien'.

Geen kwaad woord over mijn liefste (en enige) zus, maar ze heeft me wel geholpen aan een paar muzikale trauma's. Abba is daarvan het bekendste voorbeeld. Ik krijg last van uitslag bij het horen van meer dan twee Abba-hits op rij. Daar staat tegenover dat ze me de liefde voor Electric Light Orchestra heeft meegegeven en dat compenseert het weer. Ik weet van haar singles-koffertje (waar ik bijna 25 jaar geleden regelmatig doorheen blader, binnenkort daarover meer in 'Het zilveren goud') dat ze 'Don't Cry For Me Argentina' op single heeft, maar volgens mij heeft ze die later (begin jaren tachtig) eens van iemand gekregen. In 1977 koopt ze nog geen platen en heeft ze 'het ding' op cassette dat tot vervelends aan toe wordt gedraaid terwijl ze op haar kleine broertje past. Ik kan me herinneren van de fancy-fair in Sneek in oktober 1989 dat daar ook Julie Covington ligt en dat ik hem toen, naïef en startende verzamelaar, heb geweigerd (ik kocht toen wel 'Ella' van André Moss, om maar wat te noemen...) en met de 'opruiming' van de singles-bakken kan ik concluderen dat ik al een kwart eeuw de plaat uit de bakken heb geweerd. Als ik via het 'Hitdossier' verneem dat Covington 'Only Women Bleed' op de plaat heeft gezet, reageer ik in eerste instantie met 'zonde', maar dat verandert als 'Het Theater Van Het Sentiment' de plaat rond 2003 regelmatig draait. Op ene of andere manier wil me niet te binnen schieten waar en wanneer ik de single heb gekocht. Ik draai hem ook vrij regelmatig in 'The Vinyl Countdown'. Nee, ik ben nog nooit gevraagd naar 'Don't Cry For Me Argentina' en dat houden we ook mooi zo!

Julie Covington is op 9/11 geboren, alleen dan 55 jaar vóór de aanslag op de Twin Towers: 11 september 1946. Bij een dame die niet van het toneel is te branden, zou je een ambitieuze vooropleiding verwachten, maar nee... ze volgt haar onderwijs 'gewoon' in Kilburn, een wijk van Londen. In 1967 studeert ze aan Homerton College in Cambridge. Niets dat wijst op een carrière in de showbiz. In dat jaar wordt ze echter uitgenodigd om te zingen in de televisie-show van David Frost en sleept daarmee een platencontract in de wacht. Nee, dat is niet MCA (waarvoor ze 'Argentina' doet) of Virgin (van 'Only Women Bleed'). De eerste platen maakt ze voor Columbia, hoewel in 1967 ook al een elpee verschijnt van haar hand. Die eerste heet 'While The Music Lasts' en verschijnt op MJB Recording And Transcription Service. De elpee wordt gecategoriseerd als zijnde 'folk' en wie een exemplaar wil bemachtigen...? Er staat momenteel eentje op Discogs voor de fraaie som van 650 euro. Op 31 juli 1970 brengt Columbia een demo-single uit van 'Tonight Your Love Is Over'. Momenteel onvindbaar, maar Discogs vermeldt dat afgelopen oktober een exemplaar voor dertig euro van eigenaar is verwisseld. In 1971 verschijnt vervolgens 'The Beautiful Changes' en deze ken ik van de 'Rare Record Price Guide' van 1995. Met dat verschil dat de plaat in twintig jaar tijd flink in waarde is gestegen. Een Spanjaard biedt de originele elpee aan voor het lieve sommetje van 792 euro, waar deze voor 125 pond in de 'Price Guide' stond. Voor wie dat niet kan ophoesten, See For Miles heeft het album in 1999 op cd uitgebracht. Maar het moge duidelijk zijn: Er zijn mensen die zich er niet voor schamen om een plaat van Julie Covington in de koffers te hebben.

Voor Julie ligt het succes aanvankelijk in het theater. Ze speelt in 1971 een rol in 'Godspell' naast onder andere David Essex en Marti Webb. Covington zingt hierin 'Day By Day' dat in 1971 door RCA op single wordt uitgebracht. In 1973 speelt ze de rol van Janet Weiss in de originele uitvoering van 'The Rocky Horror Show'. In 1976 en 1977 speelt ze mee in het televisieprogramma 'Rock Follies'. In dat eerste jaar ziet Andrew Lloyd Webber haar tijdens een toneelvoorstelling en fluistert compaan Tim Rice in het oor dat dit wel eens de Eva Peron kan zijn voor hun musical 'Evita'. Elkie Brooks heeft dan juist de rol en het nummer afgewezen en Covington gaat akkoord met het zingen van 'Don't Cry For Me Argentina, maar ziet niets in de hoofdrol. Ze moet namelijk niets van Eva Peron hebben en dat zou het lastig maken om haar goed in te leven in de rol. Elaine Paige neemt uiteindelijk de rol op zich en Covington's naam wordt gevestigd met de hit-single. Ze probeert een vervolg te geven met 'Only Women Bleed', maar dat loopt op niets uit. Haar titelloze album uit 1978 flopt genadeloos en Covington keert terug in het theater.

'Only Women Bleed' is minstens zo controversieel als 'Don't Cry For Me Argentina'. Alice Cooper en Dick Wagner schrijven het in 1975 voor Cooper's 'Welcome To My Nightmare'. Het nummer gaat over een vrouw die slachtoffer is van huiselijk geweld. De radiostations horen echter 'menstruatie' in het nummer en dat levert de plaat meteen een boycot op. De single wordt voorzichtig uitgebracht als 'Only Women' maar het kwaad is al geschiedt. Cooper heeft het flink aan de stok met de feministen. Toch is het opvallend dat in de jaren zeventig heel veel vrouwen het nummer opnemen voor een plaat. Carmen McRae is in 1976 de eerste en in hetzelfde jaar als Covington doet ook Etta James haar versie. Sindsdien is het opgenomen door Lita Ford, Tina Turner, Tori Amos en Tina Arena, hoewel ook een aantal mannen zich hebben gewaagd aan het nummer. Hilversum heeft in de jaren zeventig nog wel censuur, want 'Gentlemen Callers Not Allowed' van Gilla en 'Het Leger Der Werkelozen' van Vader Abraham & Mieke worden in de ban gedaan. Ik weet niet of 'Only Women Bleed' een boycot heeft gekregen of dat de plaat niet sterk genoeg is geweest om tegen het disco-geweld op te boksen.

dinsdag 2 februari 2016

Week Spot: Chuck Jackson



Laat het gebak en de slingers maar achterwege. Sinds we de duizend voorbij zijn, is eigenlijk alleen ieder 250e bericht vermeldenswaardig, maar vooruit... Voor jullie ligt het 2150e bericht op Soul-xotica. Wellicht dat ik 2250 nog maar iets moet vieren, want 2500 gaan we niet meer redden in 2016. Er komen heus nog wel een paar 'feestjes'. Ik denk na over een mogelijke 'Weekplate', maar heb nog ontbrekende dagen. Dat zou omstreeks de zesde verjaardag plaatsvinden, begin maart. Verder wil ik zeker een Gele Bak Top 100 doen in april. Het is dan een jaar sinds De Tafel in Meppel open is en dat mijn platenhobby weer een stuk ruimer is geworden. Een top 100 van 'allerhande' singles die ik in dat jaar heb gekocht. Vanavond hou ik het bescheiden en ga jullie voorstellen aan de nieuwe Week Spot. Vanmiddag zijn de Oostenrijkse singles binnengekomen en eentje daarvan smeekt me om Week Spot te worden, maar Benny Johnson moest maar een uitzondering blijven. Verder kan ik een pakketje singles van een muziekvriend tegemoet zien en is de Duitse single nog onderweg, dus dat wordt voor het weekend een 'Singles round-up'. Vandaag een single die ik reeds een paar weken in de koffers heb staan. Een héle echte grote klassieker in de Northern Soul: 'Any Day Now' van Chuck Jackson (1962).

Northern Soul laat zich moeilijk definiëren. Vaak is het uptempo muziek op een obscuur label dat nooit in de hitparade heeft gestaan. Wat dat betreft is deze van Chuck Jackson een grote uitzondering, want de plaat is allesbehalve een wervelwind, is via een grote platenfirma op de markt gebracht en heeft in de Amerikaanse hitparade gestaan. Hoe en waarom kan ik niet ontdekken, maar ik heb mijn vermoedens. De single krijgt namelijk een Engelse uitgave welke zeer moeilijk te vinden is. En omdat de dj's 'exclusiviteit' willen, draait het al snel om die lastige Engelse uitgave. In de midden jaren zeventig zet Pye het kracht bij door 'Any Day Now' uit te brengen in de 'Disco Demand'-serie en zo is de single opeens overal verkrijgbaar. Hoewel enkele grote dj's en clubs de plaat toen meteen hebben geschrapt van de speellijst, zijn de meesten alweer terug gekomen op dat besluit. Met als resultaat dat 'Any Day Now' na ruim veertig jaar nog altijd even populair is in de Northern Soul-scene.

Ik zou een jaar geleden de overeenkomst niet hebben geweten, maar wat heeft Chuck Jackson gemeen met schlager-zanger Billy Mo? Dankzij een 'Raddraaier' van Ken Bee weet ik het antwoord: Billy Mo is in de late jaren vijftig lid van The Del-Vikings, bekend van 'Come Go With Me'. Het lijkt aannemelijk dat Billy in de plek is gekomen van Chuck Jackson, de laatste heeft van 1957 tot en met 1959 deel uitgemaakt van de populaire groep. Chuck is leadzanger op 'Willette' uit 1957. In 1959 staat hij in het voorprogramma van Jackie Wilson in The Apollo Theater en wordt daar ontdekt door Luther Dixon. Chuck komt onder contract bij Scepter Records dat hem onderbrengt op een nieuw label: Wand Records. Zijn eerste single is 'I Don't Want To Cry', waaraan Jackson heeft meegeschreven, en is meteen goed voor een hoge notering op de Amerikaanse R&B-lijst. Die nummer vijf zal hij in 1964 nog eens herhalen en slechts eenmaal evenaren. Op de 'mainstream' is 23 het hoogst haalbare en de 'adult contemporary' nummer 12. Dan hebben we het meteen over de Week Spot, want, inderdaad, het is verre van 'obscuur'. Het is Chuck Jackson's grootste hit uit een lange serie singles. 'Any Day Now' is geschreven door Burt Bacharach en dit maakt dat Jackson een van de eerste zangers is die succes heeft met een nummer van Bacharach. In 1964 gaan Bacharach en David in zee met Dionne Warwick, waarmee Jackson ook een duet zal opnemen. Verder deelt hij een paar plaatkanten met Wand-collega Maxine Brown en eentje met Doris Troy.

Chuck Jackson wordt op 22 juli 1937 geboren in Latta in South Carolina, maar groeit op in Pittsburgh in Pennsylvania. Zijn loopbaan qua hits kent bergen en dalen, maar komt in 1962 op een hoogtepunt met twee nummers. Eerst 'Any Day Now' en vervolgens 'I Keep Forgettin'. De laatste is een compositie van Jerry Leiber en Mike Stoller. Vorig jaar heb ik nog de erg gezellige versie van Cuppy Records Studio Band gekocht, maar heeft de Blauwe Bak Top 100 niet gehaald. Nu leer ik dat deze 'I Keep Forgettin' dezelfde is als die van Michael MacDonald en ik moet bekennen dat ik daar nooit een overeenkomst in heb gezien. MacDonald's versie is in 1982 een grote hit in Amerika en bereikt ons in 1996 als sample in 'Regulate' van rapper Warren G. Ondanks het feit dat hij niet voortdurend in de top tien staat, verdient Jackson genoeg aan de jaren die hij bij Wand onder contract staat. Motown heeft al belangstelling getoond en in 1967 levert Jackson wat geld in om eerder uit zijn contract te worden verlost. In 1968 maakt hij 'The Man In You' voor Motown, maar het is slechts een bescheiden succes. Nu ik een beetje huiswerk doe, ontdek ik opeens dat het succes voor 'Any Day Now' in de Northern Soul waarschijnlijk in The Twisted Wheel in Manchester is begonnen. Dat zou me niks verbazen. The Twisted Wheel is van oudsher een Mod-club en daar kijken ze niet zo nauw of het een hit is geweest of niet. Als het publiek het slikt, dan staat het op de speellijst.

Motown brengt Jackson niet het verwachte succes en na 1971 moet hij op zoek naar een volgende maatschappij. Hij maakt in de midden jaren zeventig platen voor ABC en All Platinum. In 1980 maakt hij een tweetal elpees voor EMI-America en de eerste daarvan bevat een nummer dat enkel in die vorm verkrijgbaar is. Hoewel het bijna twee jaar geleden is dat ik voor het laatst een elpee heb gekocht, zou dit zomaar een reden kunnen zijn om naast de Blauwe Bak ook een elpeekoffer te zetten: Ik ken 'The Way You Hold Me' van een podcast en ben verschrikkelijk van dat nummer gaan houden. Ook qua gospel zou ik een paar elpees verdienen, dus wie weet wat er dit jaar nog gaat gebeuren... Na 1980 is het dan toch echt even afgelopen met de loopbaan van Chuck Jackson. In de jaren negentig neemt hij sporadisch dingen op en maakt tenslotte in 1992 het album 'I'll Take Care Of You' met Cissy Houston. Op 4 oktober is Jackson bijgezet in 'The Official Rhythm And Blues Music Hall Of Fame' in Detroit.

maandag 1 februari 2016

Dodenrit: Paul Kantner en Signe Toly Anderson



Mijn radio-collega Steven draait zaterdagavond na 'We Built This City' van Starship de sketch uit 'Monty Python' van een band die uiteen is gegaan. De band heeft in haar korte bestaan iedere week een andere naam aangenomen. Hetzelfde is eveneens van toepassing op Jefferson Airplane/Jefferson Starship/Starship. Bij Fairport Convention is de naam altijd hetzelfde gebleven, maar daar zijn het de vele personeelswisselingen die door de leden zelf als 'Fairport Confusion' worden aangeduid. Niemand die zich precies meer kan herinneren wie lid was in welke week van 1973. Paul Kantner staat in 1965 aan de wieg van Jefferson Airplane en er wordt her en der gesuggereerd dat hij altijd lid is gebleven, maar dat is niet helemaal waar. Wél is hij het langst dienende lid en bovendien de eigenaar van het ruimteschip van Jefferson, daar waar Grace Slick de rechten heeft op de naam de vliegmachine. Paul Kantner is donderdag overleden op 74-jarige leeftijd. Op dezelfde dag ontvalt ons ook een lid-van-het-eerste-uur van Jefferson Airplane, even oud als Kantner, maar iemand die verschrikkelijk is vergeten door de muziekgeschiedenis: Signe Toly Anderson. Vandaag breng ik hen samen in de bus.

Bij zowel criminelen als hiphop-muzikanten met schunnige teksten worden voortdurend gewezen naar de achtergrond. Paul Kantner is een vredelievend man en charmant genoeg om een paar vrouwen te hebben gehad, toch speelt zijn jeugd een belangrijke rol in zijn latere leven. Paul Lorin Kantner wordt op 17 maart 1941 geboren in San Francisco. Moeder Cora Lee Fortier is dan getrouwd met Paul Schell Kantner, een zakenman van Duitse afkomst. Zijn vader is eerder getrouwd en daardoor heeft Paul een veel oudere halfzus en halfbroer. Als Paul acht jaar oud is, komt zijn moeder te overlijden. Vader Kantner staat niet toe dat Paul aanwezig is bij de begrafenis en stuurt hem naar een circus. Omdat pa weer op een zakenreis moet, dropt hij de jongen af bij een katholieke militaire school. Alras is Kantner in de bibliotheek te vinden en maakt daar kennis met de science fiction-boeken. De muziek volgt niet veel later en hij vindt een uitlaatklep in de muziek van Pete Seeger: Eenvoudige muziek met een keiharde boodschap. Hij hangt drie jaar rond op verschillende high-schools en ontmoet Jorma Kaukonen op 'San Jose State College'. Kantner kapt met school en gaat als gitarist de folkclubs in.

Hij treedt in 1965 op in 'The Drinking Gourd' in San Francisco als hij kennis maakt met Marty Balin. Die nodigt hem uit een band te formeren waarbij Kantner Kaukonen voorstelt als lead-gitarist. Waar Grace Slick de band zal overnemen na haar entree, daar is Jefferson Airplane anno 1966 een allegaartje met evenredige inbreng van verschillende muzikanten. Onder de leden bevindt zich ook een zangeres, ook al zal die nimmer zo'n stempel drukken op de muziek als Slick. Signe Toly wordt geboren op 15 september 1941 in Seattle, maar groeit op in Portland in Oregon. Ze maakt in 1965 een uitstapje naar San Francisco waar ze meteen trouwt met Jerry Anderson, één van de kopstukken van de legendarische Merry Pranksters. Signe wordt in 1965 toegevoegd aan de bezetting van Jefferson Airplane en ze doet mee op het album 'Takes Off', hoewel ze het meest prominent aanwezig is op het nummer 'Chauffeur Blues'. Toch wil het niet echt lukken voor Toly Anderson. Ze raakt zwanger en merkt dat het optreden haar kind wel eens schade kon aandoen. Haar echtgenoot heeft geen vertrouwen in Matthew Katz, de oorspronkelijke manager van Jefferson Airplane en Signe's band-collega's moeten niets hebben van haar man. Toch schikt Signe Toly Anderson zich om een paar laatste shows te doen, zodat de nieuwe kracht 'ingewerkt' kan worden. Haar laatste optreden is op 15 oktober 1966 in de Fillmore. Haar huwelijk met Jerry Anderson strandt in 1974 en drie jaar later treedt ze in het huwelijk met Michael Alois Ettlin. Ze zingt in de jaren zeventig bij Carl Smith & The Natural Gas Company en doet enkele gastoptredens bij Jefferson Starship en KBC Band. Die naam komen we straks nog eens tegen. In de midden jaren negentig laat haar gezondheid haar in de steek, de kosten die komen met het herstel drijft haar familie bijna in het faillissement. Manlief Ettlin overlijdt op 21 februari 2011 op de leeftijd van 62 jaar. Afgelopen donderdag heeft Signe Toly Anderson het leven gelaten. Ook zij is 74 jaar geworden.

De vervanger voor Anderson laat niet lang op zich wachten. De keuze valt op de zangeres van de band Great Society: Grace Slick. In het cd-boekje van 'The Garden Of Jane Delawney' van Trees staat beschreven hoe de mannen de afspraak hebben gemaakt zich niet amoureus in te laten met de bloedmooie zangeres om de band niet op het spel te zetten. Dit heeft de groep vast besloten nadat het heeft gezien hoe het de verhoudingen kan ruïneren. Paul Kantner is meteen smoorverliefd op Slick, maar deze is in een affaire met drummer Spencer Dryden. Als die twee het uitmaken, springt Kantner er bovenop. Misschien zowel letterlijk als figuurlijk. De relatie tussen Kantner en Slick houdt nog vrij lang stand en resulteert in een dochter: China Wing Kantner. Op muzikaal vlak is Kantner de ruggenmerg van Jefferson Airplane. Het zijn Jack Casady, Marty Balin, Jorma Kaukonen en Grace Slick die alle aandacht opeisen, maar wat was de muziek van Jefferson Airplane geweest zonder 'Crown Of Creation' en 'We Can Be Together'? Kantner's liedjes kenmerken zich door een rauwe interpretatie en teksten die politiek geladen zijn of juist nergens over gaan. In 1970 is Jefferson Airplane op het hoogtepunt qua succes, maar begint het steeds minder goed te boteren tussen de leden. In 1970 maakt Kantner al een uitstapje met de elpee 'Blows Against The Empire', een concept-album over een groep mensen die de planeet aarde ontvluchten met een ruimteschip. Muzikanten op de plaat zijn David Crosby, Graham Nash, Jerry Garcia, Bill Kreuzmann, Mickey Hart (de laatste drie zijn van Grateful Dead) en Airplane-collega's Slick, Joey Covington en Jack Casady. De groep wordt Jefferson Starship genoemd. Het album staat hoog aangeschreven bij liefhebbers van science fiction en krijgt in 1983 een vervolg met 'The Empire Blows Back'. Na 'Blows Against The Empire' maken Kantner en Slick samen een paar elpees. 'Sunfighter' (1971) viert vooral de geboorte van dochter China en in 1973 verschijnt 'Baron Von Tollbooth And The Chrome Nun', de bijnamen die Crosby heeft bedacht voor Kantner en Slick. Hierna valt de originele Jefferson Airplane in duigen en gaat gedeeltelijk verder als Hot Tuna. Kantner gaat door met muzikanten van de laatste elpee en noemt dat Jefferson Starship.

Kantner heeft gedurende zijn leven een engeltje op zijn schouder. In de begin jaren zestig rijdt hij zich bijna te pletter op de motor. In oktober 1980 krijgt hij te maken met een hersenbloeding. Normaal gesproken was dit het einde geweest, maar door het motorongeluk is ergens een gaatje geslagen waardoor hij de hersenbloeding overleeft. In 1984 neemt hij afscheid van Jefferson Starship, negentien jaar na oprichting van Jefferson Airplane is hij dan het enige oorspronkelijke lid. Hij vindt de muziek té commercieel worden. Meteen na zijn vertrek start hij een rechtszaak waar hij de rechten op de naam 'Jefferson Starship' wint. Zonder Kantner mag het geen Jefferson Starship heten en zonder Grace Slick is het geen Jefferson Airplane. De groep gaat verder als Starship en heeft nog een paar grote hits in de midden jaren tachtig. Kantner formeert in 1985 KBC Band met Marty Balin en Jack Casady. In 1988 komt het nog even tot een reünie van Jefferson Airplane, eigenlijk als grapje bedoeld. In 1996 wordt Jefferson Airplane bijgezet in de Rock & Roll Hall Of Fame. Spencer Dryden heeft in 1970 Airplane verlaten en in 1996 is de eerste reünie met hem, Balin, Kaukonen, Casady en Kantner. Slick moet zich ziek melden. In 1991 hebben Kantner en Balin Jefferson Starship een hernieuwde kans gegeven en houdt stand tot de dag van vandaag. Op 25 maart van het vorige jaar wordt bekend dat Kantner een hartaanval heeft gehad. Later in het jaar maakt Kantner zijn rentree op het podium met Jefferson Starship en kan zo nog nét de 50e verjaardag van Jefferson Airplane meemaken. De hartaanval van maart heeft toch complicaties met zich meegebracht en donderdag overlijdt hij hieraan.