dinsdag 7 oktober 2014

Week Spot: Otis Leavill



Het kiezen van een Week Spot is deze week een hele sport! Het moet voor mezelf een redelijk recente aankoop zijn en eentje waar ik eenvoudig iets over de artiest kan vertellen. Bovendien is de Week Spot een soort van keuken, één Week Spot is niet representatief voor mijn verzamelen, het zijn de verschillende smaaksensaties die het tot een geheel maken. Met het oog op volgende week moest de Week Spot deze week stokoud zijn, als het even kan 'pure Northern Soul'. The Jacksons valt in dat kader af en The Sequins is me alweer té lang geleden. Ik ga niet zeggen dat de Week Spot van deze week een 'tweede keus' is, maar het feit dat het nummer op 21 in de Blauwe Bak Top 40 stond, zegt op zichzelf al iets. Ik had de plaat anders waarschijnlijk ook niet gekocht, als ik niet een speciale interesse voor het label had gehad. Toch is Otis Leavill onderdeel van een stukje muziekgeschiedenis waar ik nog dagelijks van geniet en dus is zijn plek geheel terecht. De Week Spot van deze week is 'A Reason To Be Lonely' van Otis Leavill (1965).

Hoezo een fascinatie voor een sub-label van een 'major'? Dat enthousiasme begint bij Joyce Kennedy. Ik leer haar 'I'm A Good Girl' kennen op de 'Northern Soul Jukebox' en zet mijn voelsprieten uit. Al snel leer ik kennen dat de plaat ontzettend moeilijk te vinden is, erg in trek bij verzamelaars en een hoge prijs als gevolg. Ik heb in twee jaar slechts één exemplaar gezien en deze moest 150 pond opbrengen. Intussen vind ik wel 'Does Anybody Love Me' van dezelfde Joyce Kennedy, eveneens op het Blue Rock-label. Ik ken 'A Reason To Be Lonely' al wel een flinke tijd, maar heb me nooit gerealiseerd dat deze op Blue Rock is uitgebracht. Je ziet een roze demo van deze single niet vaak en dus hap ik toe. Ik moet mijn maximumbod zelfs nog eens bijstellen, maar dan heb ik hem binnen! Getuige een Facebook-groep heb ik een mooi koopje gedaan, dus mij hoor je niet klagen. Een paar weken later vind ik Dee Dee Warwick op Blue Rock en dat is voorlopig mijn Blue Rock-collectie. Blue Rock bestaat van 1964 tot en met 1969 en komt net als haar moeder-maatschappij Mercury uit Chicago. De naam van het label is misleidend, want de blues-releases zijn op een hand te tellen en aan rock doet het helemaal niet. The Shirelles is waarschijnlijk het meeste 'rock', maar verder zijn het artiesten als Shirley Wahls en onze Otis Leavill die de dienst uitmaken.

Hij wordt geboren op 8 februari 1937 geboren als Otis Leavill Cobb in Georgia, maar verhuist als tweejarige naar Chicago. Curtis Mayfield en Major Lance behoren toe aan zijn vriendenkring en met de laatste formeert hij in 1958 een trio (aangevuld met Barbara Tyson), The Floats, dat niet verder komt dan een demo-opname. Zijn eerste eigen plaat verschijnt in 1963 op het minuscule Lucky-label. 'Rise Sally Rise' heeft 'I Gotta Right To Cry' op de b-kant staan en deze laatste is door Curtis geschreven. Hij is niet bepaald gelukkig bij Lucky en stapt vervolgens over naar Limelight, waar hij twee singles maakt. Ten tijde van zijn vierde heeft hij getekend bij Blue Rock. 'Let Her Love Me' is een stukje muziekgeschiedenis op zichzelf. Het liedje behaalt een 31e plek op de R&B en introduceert Leavill's naam bij een groter publiek. Het liedje is geschreven door Billy Butler, Major Lance produceert het en The Impressions is op de achtergrond te horen. Toch zal Leavill voorlopig niet meer erin slagen om dit succes op te volgen, ondanks een stroom fijne Chicago-producties. Leavill schrijft 'A Reason To Be Lonely' samen met Major Lance en Carl Davis. Het wordt geen hit, maar wordt in de vroege jaren zeventig omarmd door de Engelse Northern Soul-beweging.

Leavill begint rond dezelfde tijd een samenwerking met Carl Davis als talent-scout en assistent-producer. Ze werken voornamelijk voor Okeh en Brunswick. In 1967 besluiten de heren samen een label te starten: Dakar Records. Veel van de door hen ontdekte artiesten vinden onderdak bij Dakar, alsook een paar gevestigde namen. Major Lance neemt een paar singles op voor Dakar, maar Tyrone Davis is waarschijnlijk de bekendste met 'Turn Back The Hands Of Time'. Leavill kan het niet laten en neemt zelf ook een plaatje op: 'I Love You'. Het is geschreven door Eugene Record van The Chi-Lites, een andere ontdekking van Leavill. Hij staat eveneens te boek als ontdekker van Yvette Stevens, die we beter kennen als Chaka Khan. 'I Love You', met Record en Barbara Acklin op achtergrondzang, bereikt een tiende plek op de R&B en is daarmee Leavill's grootste hit. In Chicago is het de gewoonste zaak om de zang los van de muziek op te nemen. Bij Brunswick worden de orkestbanden vaak 'gerecycled'. Een bekend voorbeeld is 'Soulful Strut' van Young-Holt Unlimited dat gewoon de instrumentale 'Am I The Same Girl' van Barbara Acklin is met een toegevoegde piano. Als Erma Franklin tekent bij Brunswick mag zij bijvoorbeeld de complete band van 'I Get The Sweetest Feeling' van Jackie Wilson gebruiken. In 1972 is hetzelfde het geval met Dana Valery. De Italiaanse neemt een album op voor Brunswick en voert daarop onder andere 'You Babe' uit, een eerdere opname van Otis Leavill. Dat wordt veertig jaar later uitgebracht als single en zit sindsdien in mijn koffers. Dat is tegelijk hoe ik de naam van Otis Leavill leer kennen.

Zijn latere platen floppen genadeloos, maar Leavill blijft desondanks tot aan zijn dood actief in de muziek. Nog het meeste op de achtergrond met Lance, Tyrone Davis en Gene Chandler. Hij dient ook enkele jaren als politieagent en traint een American Football-team. In 1999 maakt hij deel uit van The Dells tijdens een Europese tournee en een jaar later begint hij maar een fris platenlabel. Hij denkt nog lang niet aan pensioneren als op 17 juni 2002 een hartaanval hem fataal wordt. Otis is de Week Spot-artiest, maar ik heb zo'n vermoeden dat Carl Davis of iemand anders uit de de Chi-Town-scene een standbeeld gaat krijgen in de nabije toekomst!

maandag 6 oktober 2014

Raddraaien: Sex Pistols



Het is aan het einde van de tweede serie Raddraaien als ik eenmaal het idee heb om de twee series als podcast uit te brengen. Juist, dat is vóór mijn tijd bij Wolfman. Het zou een erg bonte mix worden, want Raddraaien heeft aangetoond dat ik 'van alles en nog niks' in mijn bakken heb zitten. Ik doe deze serie inmiddels bijna twee-en-een-half jaar en nog steeds brengt het me veel plezier. Vanavond mag ik Raddraaien uit een jaren zeventig-bak. De plaat uit de vorige serie is 'Mama Mia' van Sandra & Andres en de eerste plaat waar ik op uitkom, ziet er goed uit: 'Lido Shuffle' van Boz Scaggs. Toch is het alsof ik het verhaal al eens eerder heb verteld en... dat klopt ook! Op 30 mei 2013 heeft die single reeds zijn plek gehad in Raddraaien. Van Sandra & Andres naar Boz Scaggs is al een flinke sprong, de volgende maakt het zo mogelijk nóg bonter: 'I'm Not Your Stepping Stone' van Sex Pistols, oorspronkelijk gekocht voor de andere kant. Dit is de enige single van Sex Pistols die ik heb en ik reken hem tot de jaren zeventig, hoewel het uit een verzamel-box uit 1980 komt.

Ik begin met platen verzamelen als de massa net de overstap maakt naar de cd. In 1992 vindt in de meeste winkels de totale uitverkoop van het vinyl plaats. Tegenwoordig heb je weer de 'Music On Vinyl'-uitgaven bij de Media Markt (feitelijk zijn het cd's op grote schijven plastic, vinyl-'masteren' is een vereiste dat wordt overgeslagen bij dergelijke producten), maar halverwege de jaren negentig is een vinylsingle in de hoofdstraat een rariteit. Ik koop in die tijd bijvoorbeeld de cd-single van 'When I Come Around' van Green Day, terwijl ik het nummer al op het album 'Dookie' heb, speciaal omdat je dan de picture disc-single erbij krijgt. Het is in dezelfde tijd dat Het Bolwerk bij punk-concerten zo nu en dan enkele stalletjes uitnodigt met merchandise. Buiten textiel is dat voornamelijk cd's en een enkele keer iemand met elpees van bands waar ik nog nóóit van heb gehoord (en dat ook graag zo wil houden). Voor vinylsingles ben ik altijd te porren. Zo koop ik tijdens het concert van Slapshot de split-single met Ignite, welke twintig jaar later een duur betaald collector's item blijkt te zijn. De waarde van de single van Brezhnev zal een stukje minder zijn, vrees ik. In 1996, de tijd dat ik via het Jeugdwerkgarantieplan op de redactie van het Sneeker Nieuwsblad zit, is andermaal een punkfestival in Het Bolwerk en ditmaal staat daar iemand met een grote bak singles. Ik koop de picture disc van 'Longview' van Green Day (staat leuk bij 'When I Come Around'), een EP van UK Subs (met hun turbo-versie van 'She's Not There'), een EP van Splodgenessabounds en de Raddraaier van vanavond. Op de keerzijde van 'I'm Not Your Stepping Stone' staat 'Anarchy In The UK' en daar gaat het mij om. Ik betaal in 1996 zes gulden voor deze single. Een koopje?

Hoewel Sex Pistols zich altijd heeft afgezet tegen de oude garde, kan ik dit bericht toch nog even gebruiken voor een 'in memoriam'. 'I'm Not Your Stepping Stone' wordt in 1966 als eerste op de plaat gezet door Paul Revere & The Raiders. Deze Paul Revere is afgelopen zaterdag op 76-jarige leeftijd heen gegaan. Zelf ken ik 'Stepping Stone' als b-kantje van 'I'm A Believer' van The Monkees. Micky Dolenz is de enige Monkee die meedoet op de plaat, de tweede stem komt van Tommy Boyce. Boyce schrijft het nummer samen met Bobby Hart. 'The swindle continues... this song isn't even in the film' staat in miniatuurletters onder op het hoesje van Sex Pistols. Het is één van de zes singles uit 'Sex Pack', een plastic hoesje met daarin zes vinylsingles. Het zijn grotendeels nummers die op 'Never Mind The Bollocks' staan, met een paar uitzonderingen. Zo is 'Black Leather' een nooit-gebruikte opname van Paul Cook en zal later door The Runaways en Guns'N'Roses worden gebruikt. 'Stepping Stone' is een opname uit 1976 die nipt de Engelse singles-top 20 mist in 1980.

Laatst had ik nog een hele discussie met iemand op Facebook. Een radio-collega stelt aan ons de vraag wat onze tien meest favoriete albums aller tijden zijn (of de meest invloedrijke) en iemand reageert dat 'in iedere top tien de Sex Pistols hoort te staan'. Waarom? We worden het niet eens, maar het is wel een lekkere discussie. Ik zal het album niet teveel onderuit halen, maar ik heb de Sex Pistols nooit iets gevonden. Het is het album dat de punk een commercieel product heeft gemaakt, maar ik luister tien keer liever naar 'London Calling' van The Clash. Punk is niet begonnen bij de Sex Pistols. Het is lastig voor de Engelsen om te erkennen dat punk eigenlijk in Amerika is begonnen. The Ramones, maar ook al daarvoor met MC5 en The Stooges. De punk vindt een goede voedingsbodem in het Engeland van 1977, de economische misère met een weinig optimistische toekomstvisie voor de jongelui. Als je het mij vraagt is Engeland nooit meer optimistisch geworden na die tijd, maar toch hou ik zielsveel van het land. De Sex Pistols komt bij mij nimmer nooit in de top tien, maar 'Anarchy In The UK' is lekker om je zo nu en dan eens uit te leven!

zondag 5 oktober 2014

Schijf van 5: dieren



In tegenstelling tot eerdere plannen heb ik een zeer rustige zondag gehouden. Het heeft heel even in de planning gelegen om een klein stukje te fietsen, dertig of veertig kilometer hooguit, maar ik ben vanmiddag vol overgave op de uitzending van vanavond gestort. Daar heb ik weer een aantal complimenten over ontvangen, dus is het niet voor niets geweest. De afgelopen twee weken ben ik steeds brandhout geweest op dinsdag, hopelijk is dat deze dinsdag anders nu ik het rustig aan heb gedaan. Voor 'The Vinyl Countdown' had ik een lijst van 35 titels en die heb ik allemaal gedraaid. Er zit echter maar één algemene dieren-titel tussen die deze Schijf heeft gehaald. In de Schijf van 5 gaat het ineens niet meer over honden, katten, barracuda's en kevers, maar over 'dieren'.

Ik heb begin dit jaar nog eens getwijfeld of ik niet een cavia zou nemen. Iets om voor te zorgen, maar niet een hond of kat die regelmatig moet worden uitgelaten. En zoveel eet een cavia nu ook weer niet? Een Facebook-vriendin zet zich in voor het welzijn van cavia's-als-huisdier en zij berekende laatst wat een cavia in de maand kost als je écht goed voor het dier wilt zorgen. Sindsdien denk ik niet meer aan een cavia, want een hond is bijna goedkoper. Dan maar geen gezelschap in huis! Het betekent ook dat ik geen dieren hoef te voeren, dus wat dat betreft kan ik het eens worden met Fay Lovsky. Zij staat vandaag op vijf met 'Don't Feed The Animals' (1983).

The Animals zouden zich financieel ook moeten redden zonder mijn maaltijden. Eric Burdon en zijn mannen hebben goed geboerd in de jaren zestig. Eric moest vooral boeren van de drank. In 1969 beperkt het succes van Burdon zich alleen tot Amerika en enkele Europese landen, de Engelse tak van Polydor doet niet eens meer de moeite om zijn elpees uit te brengen. De laatste Nederlandse Top 40-hit van Eric Burdon & The Animals is de ernstig vertraagde versie van 'Ring Of Fire'. Als je die single omkeert, krijg je een liedje uit de pen van Sylvester 'Sly Stone' Stewart. Eric kan het vol overtuiging brengen en daardoor mag het op vier: 'I'm An Animal'.

De nummer drie is van eigen bodem, evenals Fay Lovsky, en dat geeft gelegenheid om aan te kondigen dat Soul-xotica volgende week maandag weer een Nederlandse week heeft. Op maandag een act uit de jaren zestig, dinsdag een Nederlandse Week Spot uit de jaren zeventig, woensdag de jaren tachtig, donderdag de jaren negentig, vrijdag de eerste tien jaar van de nieuwe eeuw en op zaterdag een recente artiest. Zondag sluiten we af met een speciale Week Spot. De nummer drie is gewoon een Nederpop-klassieker die bijna 35 jaar later nog steeds als een huis staat: 'Long Blond Animal' van Golden Earring (1980).

Vanavond mocht ik even wat kennis delen in de chatroom over Von Bodines, de 'tegenhanger' van The White Stripes omstreeks 2003. Kennis van Sideburner, want zonder rockandroll.nl had ik nog nimmer van de Von Bodines gehoord. De nummer twee stamt eveneens uit die tijd. Ik geloof dat ik dit album al eens te gast heb gehad in 'Sideburner's Blast From The Past'.(Handig die zoekfunctie: 19 april 2011). Op twee zet ik één van de uitschieters van het album van The Raveonettes: 'Little Animal'. Het dier is blijkbaar zijn vriendin en ze houdt niet schaken, maar van andere spelletjes...

De nummer 1 heb ik zojuist ontdekt. Ik heb de single al sinds 1994 in de bakken staan, maar heb nooit echt de moeite genomen hem te beluisteren. Snel opzoeken! Ik vermoed dat ik hem in de jaren zestig-bak heb gezet, maar het blijkt nu uit 1972 te komen. Ze noemen het 'psychedelische funk', maar ik noem het gewoon een fijn plaatje. 'Animal Love' van Primitive Man (1972) mag bovenaan in deze Schijf.

We hebben ruim 150 onderwerpen gehad in het bestaan van de Schijf van 5, maar over sommige blijf je verbazen dat ze nog niet voorbij zijn gekomen. Eentje met héél veel titels, maar ik wil alleen de allerbeste en allermooiste. Volgende week vijf titels met 'regenboog'.

zaterdag 4 oktober 2014

Singles round-up: oktober 1



Aangename verrassing of toch niet? Ik had voor vanavond een Vinyl Countdown gepland met dieren in de titels, maar nu blijkt dat er een live-uitzending is vanaf een Specialized-feest in Coventry. Ik heb de speciale aflevering inmiddels al verhuist naar morgenavond. Komt het me heel stiekem toch goed uit? Het zal morgen wederom zonnig zijn en alleen de temperaturen zakken een stukje. Ik kan nu gaan nadenken over wederom een lange fietsdag. Eerst met de trein ergens naartoe of gewoon vanuit huis? Dat is de eerste vraag. Omdat ik heb beloofd vanavond eerst even 'standby' te blijven bij de uitzending op Wolfman, publiceer ik nu alvast het bericht. Ik ben vanmorgen even naar Meppel geweest en bij beide kringloopwinkels gekeken. Nog niet eens zo zeer vanwege de platen, maar het is uiteindelijk wel het enige dat ik heb gekocht. Dertien in totaal, waarvan eentje helaas zó de afvalbak in kan. Voor zeven euro totaal zitten een paar héle leuke en interessante platen tussen. Kijk zelf maar...

* James Brown- Stoned To The Bone (NL, Polydor, 1973)
Ik moet bekennen dat ik niet een ontzettende James Brown-fan ben. Als je 'Sex Machine' en 'Hot Pants' kent, kun je de rest immers wel raden. Toch moet ik zeggen dat deze 'Stoned To The Bone', mij tot een uur geleden volslagen onbekend, toch wel lekker smaakt. Hij refereert zelf ook wederom naar 'Sex Machine' en in deze richting mag hier ook worden gedacht. Niet onaardig voor vijftig cent.

* Wayne Gibson- Under My Thumb (Duitsland, Ariola, 1966, re: 1974)
Dit is een hele aangename verrassing! Ik heb hem al op de Engelse Pye Disco Demand en wist niet van het bestaan van deze Duitse Ariola af. Hoewel de plaat de reserve-Blauwe Bak in mag omdat de Engelse in nieuwstaat is (deze heeft enige achtergrondruis), kan het toch nog wel eens gebeuren dat deze wordt opgelegd. De Engelse heeft een maagdelijke 'spindle', dus lastig bij het dj-en. Op het label wordt overigens helemaal geen melding van het oorspronkelijke verschijningsjaar gegeven. 'Under My Thumb' is al in 1966 uitgebracht als single, maar door toedoen van de Northern Soul-beweging brengt Pye deze en andere titels uit via haar Disco Demand-serie.

* Skitch Henderson- Curaçao (NL, CBS, 1965)
Gewoon baldadige nieuwsgierigheid en omdat deze maar vijftig cent is. Diep in je hart weet je wel dat je enorme bak-vulling heb gekocht en dat klopt andermaal. Skitch is een 'picker', een soort Willy Schobben op gitaar. Misschien dat we Henderson in februari hier nog tegenkomen, want in de Weekplate is donderdag immer een lastige dag. De b-kant van 'Curaçao' heet 'Come Thursday' en die kan dus nog van pas komen...

* Hot Chocolate- Put Your Love In Me (NL, RAK, 1977)
Deze heb ik al wel een paar maal, maar niet met fotohoes. Bovendien lijkt deze single op een promo. Het heeft een witte rand om het label en tot zover ik weet is dat bij de andere exemplaren niet van toepassing.

* Manfred Mann- Just Like A Woman (NL, Fontana, 1966)
Omdat het de laatste paar maanden weinig soeps was bij De Kring ben ik daar in maanden niet meer geweest. Als je dan deze van Manfred Mann, maar ook Wayne Gibson, in de handen houdt, kun je je afvragen of je iets hebt gemist. Bij de andere kringloopwinkel beperk ik me tot de 'oldies' en kom ons fotomodel tegen. Misschien dat ik maandag of dinsdag tóch nog even door de 'pop' moest wandelen, misschien dat er een verdwaalde single tussen staat uit dezelfde verzameling. Deze van Manfred Mann heeft een onooglijk krasje, maar draait verder als een tierelier. Het nummer zelf is totaal inwisselbaar op iedere andere versie van 'Just Like A Woman' en ik denk dat-ie al heel snel in het archief tussen de overige Manfred Mann-titels zal staan.

* The Nice- Hang On To A Dream (NL, Immediate, 1969)
De vorige keer lag ik nog dubbel, maar het lijkt toch wel te werken! Iemand in de kringloopwinkel heeft als taak gekregen om de platenbakken bij te houden. Alfabetisch-lexicografische volgorde aanhouden en de platen onderverdelen in 'pop', 'oldies', 'klassiek' en 'geestelijk'. De enige andere 'nieuwe' pop-single in de 'oldies' is 'Tomorrow Tomorrow' van The Bee Gees, maar die heb ik al 37 keer. The Nice heeft de tand des tijds goed doorstaan. Het flinterdunne hoesje ligt helemaal uit elkaar en heeft scheurtjes rondom, maar het even dunne plaatje is niet kromgetrokken (iets dat snel gebeurt met EMI-plaatjes uit 1969-71). De plaat zélf... tja... ik noem het een verkrachting van het origineel. Keith Emerson soleert op grand piano en het heeft zelfs een dameskoor uitgenodigd om een populair-klassiek niemendal met jazzy tussenstuk te fabriceren.

* 1994- Sing To Me (NL, A&M, 1978)
Cijfers worden bij mij uitgesproken en onder de desbetreffende letter gezet. 1994 komt dus onder de 'N'. Ook weer zo'n titel die ik ken uit het Hitdossier, maar hier blijkt een geslaagde gok: 'Sing To Me' zit een beetje tussen disco en rock in met een zangeres. Denk 'Baby It's You' ven Promises, in die hoek zitten we. Zo'n plaatje dat altijd lekker smaakt in 'The Vinyl Countdown'.

* The O'Jays- 992 Arguments (NL, Epic, 1972)
De plaat is brandhout, maar dat geeft niet. Ik heb de Amerikaanse Philadelphia in redelijke staat in de koffers en deze mag mee omdat ik een zwak heb voor 'Philadelphia-op-andere-labels' en wederom omdat deze slechts vijftig cent is. Ik 'rats' ook nog maar even het hoesje van 'You're So Vain' van Carly Simon mee. De plaat is onvindbaar en het hoesje ondergekalkt door de vorige eigenaresses (ik stel me iets voor van twee zussen die samen deze single van hun vader hebben gekregen. Is die nou van Inge of van Gonnie? Inge heeft de 'catfight' gewonnen!).

* Player- Baby Come Back (NL, Philips, 1977)
Ik las laatst dat Ron Moss ook in Nederland uit 'The Bold And The Beautiful' is gegaan. Nederland loopt ietsje achter ten opzichte van Amerika. In elke andere soap-serie zou Ridge tragisch aan zijn einde zijn gekomen, maar in 'The Bold' wordt Moss gewoon vervangen door een nieuwe acteur. Wat moet Moss nu doen met zijn vrije tijd? Hij gaat weer op tournee met Player! Dit herinnert mij eraan dat ik de single niet in mijn bakken heb en dat dit eigenlijk best jammer is, want er zijn mindere nummers te bedenken.

* Charlie Rich- Behind Closed Doors (NL, Epic, 1974)
Ja sorry... hij is met fotohoesje en in nieuwstaat. Wat moet ik anders met vijftig cent? Daar koop je tegenwoordig niet veel meer voor bij de Appie Heijn...

* Space- Magic Fly (UK, Pye, 1977)
Hij is eigenlijk op Pye International en ik scheld hem uit voor een Engelse. Of werden ze in Frankrijk en Nederland eveneens met 'hartjes' geperst? Ik heb me hetzelfde ook altijd afgevraagd met de Gladys Knight-singles op Buddah. De hoesjes zijn gedrukt in Nederland, maar de platen doen me erg Engels aan. 'Magic Fly' is overigens een wat duf instrumentaaltje uit de 'Star Wars'-hoek. Snel het archief in!

* Sweet Sensation- Wake Up And Be Somebody (Frankrijk, Pye, 1977)
In verhouding tot Space is deze met een 'gewoon' groot middengat en verder vermeldt het label dat die in Frankrijk is geperst. Dit is een gevalletje 'waterschade'. Er ligt een hele grote hap uit de plaat, dus die kan zo het asvat in. Ik ontdekte afgelopen week 'Wake Up And Be Somebody' van Brainstorm welke mij erg goed is bevallen. Of dit nu een cover van Brainstorm is of andersom, zover ben ik nog niet. Sweet Sensation is in de twee jaar sinds 'Purely By Coincidence' flink gekrompen. Het fotohoesje toont vier donkere heren. De blanke jongeman alsook dat charmante zangeresje zijn dus reeds vertrokken als 'Wake Up And Be Somebody' in het vinyl wordt geperst.

* Dionne Warwick- Reach Out For Me (NL, Fontana, 1964)
Een jaar geleden lag bij De Kring een finaal krom getrokken exemplaar van 'Anyone Who Had A Heart', maar die heb ik laten liggen. Nu heb ik een mazzeltje. Deze Dionne Warwick-single verkeert in een uitstekende staat. Helaas niet met de Favorieten Expres-hoes, maar wel met een tiptop Fontana-hoesje. Vanwege de b-kant, 'Make The Night A Little Longer', mag deze van mij de reserve-Blauwe Bak in, maar eigenlijk is alles van Dionne uit die tijd onweerstaanbaar.

* Wum's Gesang- Ich Bin Ein Kleiner Hund (Duitsland, Ariola, 1972)
En deze heb ik eigenlijk gekocht voor de 'Vinyl Countdown' van vanavond, maar hij heeft wel een houdbaarheidsdatum tot morgen. Wum schijnt een tekenfilm-hond te zijn geweest, op de plaat is het een olijke zware mannenstem over een banjo. Alleen... ik hoor Wum zichzelf beschrijven en meteen vooraan in het nummer begint hij over zijn 'schwanz'. Het lijkt toch allemaal tot vermaak van kinderen te zijn geweest? 'Ich Bin Ein Kleiner Hund' krijgt op het label de vermelding van a-kant, maar dit zou getuige het hoesje zomaar eens 'Ich Wünsch Mir 'Ne Miezekatze' kunnen zijn.

vrijdag 3 oktober 2014

Van hit naar her: Sigma



In de aflevering van Raddraaien heb ik al de 'moeilijke' Floorfillers-show aangekaart. Eén van de hagelnieuwe tracks uit mijn lijstje wil gelukkig wel afspelen. Omdat ik 'Prayer In C' van Lily Wood bewust een paar weken uit de lijst had gehouden, ben ik gisteren met dat nummer begonnen, omdat één van die nieuwe platen de laatste van Robin Schulz is. Toch lijkt het in eerste instantie een 'Floorfillers' Greatest Hits' te worden en in dat kader draai ik in het eerste uur 'Nobody To Love' van Sigma. In het tweede uur van de show pak ik 'Changing' en besef dan pas dat dit het tweede nummer van Sigma in de show is. Buiten de 'Three-By-One' (met deze week The O'Jays) krijgen Robin Schulz en Sigma beide een 'double shot' in de show. De laatste onbewust, maar het herinnert me wel eraan dat ik die groep nu eens onder het vergrootglas moest leggen. Paloma Faith heeft reeds in deze rubriek in de schijnwerpers gestaan (14 februari 2014) dus die laat ik in dit verhaal een beetje buiten beschouwing.

De Top 40 is een gedrocht geworden. Doordat de lijst niet meer downloads telt voor het bepalen van de hitpositie, maar het 'streamen', zit er niet tot nauwelijks schot in de lijst. In de jaren zeventig, tachtig en negentig is een single die twintig weken in de lijst heeft gestaan vrijwel zeker de tophit van het jaar. 'Huilen Is Voor Jou Te Laat' van Corry & De Rekels (ik zag in Limburg een aankondiging van de band Sorry Voor De Krekels) staat jarenlang met 41 weken op eenzame hoogte. We zijn dan nu aanbeland in het tijdperk van het 'streamen'. Hoewel je doorgaans een plaat maar één keer kocht, was het kleinood al vaak een paar maanden de hit op je slaapkamer. Dat hoefde je niet persé af te lezen uit de Top 40, daar had je vervolgens de Top 100 Aller Tijden voor. De hedendaagse Top 40 ademt de sfeer van 'lui luisteren' uit. Twintig weken is bijna normaal geworden voor een hit. Kijk maar naar de 'oude' hit van Sigma: 'Nobody To Love' verhuist in deze 22e week (en vermoedelijk ook de laatste) van 33 naar 37. Als er sprake was geweest van een fysieke single was de verkoop al ruim tien weken geleden gestaakt...

Er zijn heel wat eenmanszaakjes actief op de hedendaagse hitparade, maar Sigma begint als een heuse groep dat noodgedwongen wordt ingekrompen tot een duo. Het verhaal begint in 2006 in het Engelse Leeds. Joe 'Wooz' Lenzie en Cameron Edwards studeren samen aan de universiteit van Leeds. Binnen de schoolmuren worden drum'n'bass-feesten georganiseerd waar de beide mannen elkaar tegen het lijf lopen. Edwards werkt in een platenzaak en is mede-organisator van de Event Horizon-feesten, waar grote namen als Grandmaster Flash aantreden. Lenzie opent als dj de avonden voor Grandmaster Flash en Rahzel. Na hun studie verhuist het duo terug naar Londen en formeert een groep met vriend Ben Mauerhoff. Het trio produceert enkele tracks, maar krijgt vervolgens een probleem. De studio staat in het huis van Lenzie in Luton, terwijl Edwards en Mauerhoff resideren in Surrey. De studio in Luton biedt plaats aan maximaal twee mensen en Mauerhoff verlaat het duo. In december 2008 zet het duo haar eigen platenlabel op: Life Recordings.

Buiten dat neemt het eveneens muziek op voor Hospital Records. Het maakt enkele EP's en werkt samen met DJ Fresh, hetgeen de single 'Lassitude' oplevert. Het is dan december 2010 en de single piekt bescheiden op 98 in de Engelse hitparade, maar stoot door naar nummer 11 in de BBC Dance Singles. Nadat Sigma een tweede EP heeft uitgebracht, gaat het wereldwijd toeren. In de zomer van 2013 heeft Sigma de zaken aardig op rolletjes. De remix-opdrachten vliegen het duo om de oren en daartussen zitten niet de minste of geringste. 'Summer Calling' met Taylor Fowlis brengt een jaar geleden nog niet wat ze hadden gehoopt, maar 'Rudeboy' uit december doet het een stukje beter. In de 'mainstream' blijven ze buiten het gezichtsveld, maar op de Dance piekt het op twaalf. Het kan nu niet lang meer duren of...?

Op 6 april 2014 verschijnt de volgende single van Sigma: 'Nobody To Love'. Eigenlijk is het 'Bound 2' van Kanye West dat flink onder handen is genomen, maar dat laat het publiek koud. De single stoomt moeiteloos door naar de eerste plek in de Engelse 'mainstream' en vanzelfsprekend doet het op de Dance niet minder. Hoewel Floorfillers nog de meeste invloed heeft op de Dance ten opzichte van de 'mainstream', moet ik bekennen dat de Dance Singles Top 40 ook best een eigenaardig ding is. 'Nobody To Love' staat nog steeds in de lijst op nummer 19 en het zou me niets verbazen als die daar over een jaar nog staat. Ik heb de laatste twee keer dat 'Clarity' van Zedd & Foxes weer even de Dance Top 40 binnen kwam ook al niet eens meer genoemd.

Nu doet Sigma van zich spreken met 'Changing' met vocale bijdragen van Paloma Faith. De single heeft in Engeland een week op nummer 1 gestaan en staat nu op 2. In Nederland kwam hij vorige week erg hoopvol binnen op 31 in de Top 40, maar die stijgt in de tweede week naar nummer 30. Ik heb dus zo'n voorgevoel dat het nummer in Nederland niet gaat werken. Vreemd is het: In de omringende landen lusten ze wel pap van Paloma Faith, maar de eigenzinnige zangeres wil maar niet 'scoren' in ons land. Voor Floorfillers heb ik echter mijn favoriet gevonden, eentje die ik steevast afkondig als 'the best of three worlds': Ik draai in de show een speciale remix van Klingande. De aanstekelijke drum'n'bass-beats van Sigma en de opvallende zang van Paloma krijgen in deze remix een ietwat een dromerig karakter, zoals we dat uit 'Jubel' kennen. Echt een pluspuntje ten opzichte van de radio-versie en slechts anderhalve minuut langer.

Raddraaien: David Bowie



Het is, geloof ik, alweer een tijdje geleden dat het voor het laatst was gebeurd: Niet op donderdag publiceren en vrijdag twee berichten. Ik ben bekaf na de show van gisteravond. Deze gaat niet bepaald vlekkeloos. Ik heb woensdagavond een speellijst gemaakt, maar de speler wil de liedjes niet 'pakken'. Dat ligt hem duidelijk aan de digitale bestandjes, maar de speler zélf wil vervolgens niet rechtstreeks vanuit de zoekfunctie afspelen en dus moet ik, tijdens de uitzending, de nummers met de hand uit de speellijsten pikken. Ik hou blog en privé doorgaans gescheiden, maar ik heb gisteren eveneens te horen gekregen dat mijn werk op nieuwjaarsdag stopt. Dat is op zichzelf geen nieuws, want ik ben hier altijd wel vanuit gegaan, maar dit en de moeilijke show maken wel dat ik gisteravond brandhout was. Vandaag begin ik met een Raddraaier en hoop ik straks enige info over een hedendaagse artiest te vinden voor een aflevering van 'Van hit naar her'. De Raddraaier van vandaag is erg specifiek de Gold Standard-uitgave (uit april 1977) van 'Fame' van David Bowie.

Reis-gadgets. Omdat ik niet heel vaak op reis ga, doe ik nauwelijks hieraan. Omdat ik mijn lichtgekleurde (ach vooruit... hij is knalroze!) badhanddoek niet zo geschikt vind voor de vakantie, ga ik in eerste instantie naar Action om daar een badhanddoek te halen. Over die twee euro ga ik niet sentimenteel doen als ik hem aan het einde van de vakantie achterlaat in de vuilcontainer van de camping. Vervolgens loop ik even bij Xenos binnen. Wat zie ik daar? Mini-fleece handdoeken, opgerold in een zakje even groot als een paar sokken. Neemt beduidend minder plek in dan de Action-handdoek en voor de prijs kun je het niet laten. Vijf voor minder dan een tientje. Ik heb nog een paar over en het zakje van een reeds gerecyclede handdoek gebruik ik om de mp3-speler in te pakken. Als ze ze volgend jaar weer in het assortiment hebben, haal ik een voorraadje!

Wat hebben reis-gadgets van doen met een single? Welnu, ik vind het jaren zeventig-spul van David Bowie dermate interessant dat ik aardig wat van zijn singles bijeen heb gespaard. Voor iemand zonder rijbewijs die naar Engeland met de boot alleen handbagage kan mee hebben, kunnen bepaalde reis-gadgets handig zijn. Dan, we hebben het over 1998-99, denk ik niet aan handdoeken of iets dergelijks, die hebben ze in Jutrijp en ik heb ze ook in Mossley. Als er singles mee moeten, ben ik al snel gevoelig voor 'twee-voor-de-prijs-van-een'. Ik ben in Engeland ook pas aan de elpees gegaan en zelfs bij cassettes en cd's heb ik het liefste zoveel mogelijk muziek op één geluidsdrager. Dat scheelt ruimte! Ik heb zowel 'Fame' als 'Golden Years' in de reguliere uitvoeringen, beide met de kleurrijke Duitse fotohoezen, maar hap meteen toe als ik deze Gold Standard kan krijgen. Niet alleen voor het reizen naar Engeland en terug, maar later ook voor het dj-en. Op de keerzijde van deze single staat namelijk 'Golden Years'. Wellicht dat we die later nog eens tegenkomen in deze rubriek, dus richt ik me vandaag uitsluitend op 'Fame'.

In januari 1975 heeft Bowie het even helemaal gehad met het 'beroemd zijn'. Hij ligt overhoop met zijn managementsteam en de release van 'Young Americans' loopt hierdoor vertraging op. Bowie wijkt uit naar New York waar hij John Lennon ontmoet. Het duo duikt samen de studio in en neemt als eerste een cover op van 'Across The Universe'. Daarna gaan de mannen 'jammen' waarbij gitarist Carlos Alomar een 'riff' ten gehore brengt dat zal uitmonden in 'Fame'. Lennon en Bowie hebben dan net een conversatie gehad over de status van beroemdheid. Lennon is jaren ervoor al iets van zijn gif kwijt geraakt in 'The Ballad Of John & Yoko', Bowie zit op dat moment vol van frustratie en dit heeft het agressieve 'Fame' als gevolg. Lennon schrijft mee aan het liedje en herhaalt de titel tot vervelens aan toe. Tegen het einde van het nummer zelfs met verschillende bandsnelheden, waardoor het nummer opeens op en top 1975 is.

De single is meteen een groot succes. Het bereikt in ons land een zesde plek op de Top 40. Het zal de naam van Bowie niet alleen steviger op de kaart zetten, bovendien groeit het liedje uit tot een soort icoon. James Brown gebruikt eigenhandig de 'groove' voor zijn single 'Hot' uit eind 1975. Dit nummer wordt geheel toegeschreven aan James Brown en Bowie en Lennon ondernemen geen actie. Alomar evenmin, want hij heeft in de late jaren zestig in de band van Brown gespeeld. Bowie doet tot tweemaal toe het mopje over. In 1978 verschijnt het nagenoeg identieke 'Fashion' op single en in 1990 neemt hij een nieuwe versie op van 'Fame'. De lijst van cover-versies is lang en gaat door tot de dag van vandaag. Van The Feelies tot Lady Gaga en niet te vergeten de buslading samples die in de hiphop zijn gebruikt: Hoe anders zou de popcultuur eruit hebben gezien als 'Fame' niet was uitgebracht?

Toch beschouwt Bowie het tekstuele gedeelte van 'Fame' als een 'jeugdzonde'. Hij geeft in 1990 ruiterlijk toe vijftien jaar daarvoor erg gefrustreerd te zijn. Hij zou zo'n tekst nu niet meer op papier kunnen krijgen. En 'fame' is immers niet alleen maar negatief. ,,Je kunt altijd terecht in een restaurant, maakt niet uit hoe druk het is".

woensdag 1 oktober 2014

Week Spot: June Conquest



Ik zie net bij het uploaden van de foto dat ik vorig jaar oktober een serie 'Classic Week Spot's' heb gedaan, evenals het jaar daarvoor. Ik heb daar op dit moment even geen tijd voor, ik loop zelfs al een beetje achter, maar ga dit volgende maand wél doen. Met name tijdens het Specialized-weekend wil ik een oudere aankoop als Week Spot hebben en de week ervoor bestaat 'Do The 45' twee jaar. Deze maand nog even de schade inhalen. Deze week liep de competitie tussen The Jacksons, Faye Marshall en June Conquest. Die laatste is nu aan bod, ook omdat ik haar al een paar keer heb uitgesteld. Het plaatje is desondanks een trots bezit dat me ruim twee jaar geleden al eens in de houdgreep heeft gehad. De artieste verdient het predikaat ook zonder meer, want ondanks haar vocale kwaliteiten is mevrouw Conquest niet bepaald voor het geluk geboren. De Week Spot van deze week is 'What's This I See' van June Conquest (1968).

Zoals het een ondergewaardeerde zangeres betaamd, ontbreken de biografische gegevens. Volgens Dave Rimmer zou ze geboren zijn in Chicago, maar de beknopte bio op Allmusic noemt geen geboorteplaats. Het laat weten dat Conquest omstreeks 1966 in Houston bivakkeert en het daaropvolgende jaar naar Chicago vertrekt. Niets 'terug naar Chicago' of 'naar haar geboortestad'. We weten het dus gewoon niet. Evenmin kennen we de exacte leeftijd van June. Wat ons rest zijn een handjevol singles en neemt haar loopbaan in 1967 een sprong als ze gaat samenwerken met Curtis Mayfield. Toch brengt het niet het beoogde succes, hoewel Mayfield erg veel vertrouwen heeft gehad in Conquest.

June maakt in 1964 haar plaatdebuut op Fame met het nummer 'Almost Persuaded'. Twee jaar later neemt ze een duet op met een man, die zich The Demon laat noemen en waarvan we verder helemaal niks weten. 'The Only Way To Correct A Mistake (Is To Make One)' verschijnt in 1966 via het kleine Jet Set-label. Allmusic-schrijver Bruce Eder merkt op dat ze in dat jaar in Houston verblijft, maar kort daarop haar koffers pakt om naar Chicago te gaan. Ze komt in contact met Curtis Mayfield, die behalve lid van The Impressions dan ook The Mayfield Singers leidt en een paar platenlabels bestierd. Eentje daarvan is het Windy C-label, degene met de kleinste discografie. June Conquest neemt 'Take Care' op voor het label. De plaat wordt geen hit en Windy C verdwijnt in Mayfield Records. Curtis verliest Conquest niet uit het oog. Op Allmusic krijgt ze wat al teveel eer toegezwaaid. 'What's This I See' is dan weliswaar de eerste single die verschijnt via Curtom Records, het label is niet opgezet voor Conquest en haar plaatje. Feit is dat The Impressions halverwege 1968 even in onmin ligt met hun platenmaatschappij en Mayfield zet Curtom op om eventueel toekomstige Impressions-platen uit te brengen. Dan sluit The Impressions een deal met Buddah en doet Curtis het Curtom-label even op slot tot 1970. Wat opvalt aan deze eerste single op Curtom is dat het een heel hoog, erg willekeurig, catalogusnummer heeft. Via een soul-forum heb ik geleerd dat dit nummer waarschijnlijk de postcode is geweest van het kantoor waar Curtom is gevestigd.

Op 'What's This I See' horen we niet alleen Conquest van haar beste kant, maar eveneens The Impressions in vol ornaat. De plaat is lokaal, in Chicago, een grote hit, maar nationaal wil deze maar niet aanslaan. Mayfield laat het er niet bij zitten en wellicht geïnspireerd door Conquest's single met The Demon ontstaat het idee om haar te koppelen aan een zanger. L.C. Cooke, de broer van wijlen Sam, is de eerste kandidaat die Mayfield in gedachten heeft. Evenals zijn broer Sam is L.C. een uitstekende zanger, maar tot een opnamesessie zal het nimmer komen. Dan schuift Mayfield een getalenteerde zanger uit The Mayfield Singers naar voren: Donny Hathaway. Die heeft nog nooit buiten groepsverband gezongen, buiten een aantal opnamesessies als achtergrondzanger. De verwachtingen zijn hooggespannen als Hathaway met Conquest de studio in gaat om 'I Thank You Baby' op te nemen. Op de flip staat overigens een nieuwe opname van 'What's This I See'. De plaat is geen hit, maar vestigt wel het publieke oog op Donny Hathaway. Het zal uiteindelijk ertoe leiden dat Hathaway een paar jaar later duetten zal opnemen met Roberta Flack. Curtom wil dan ook nog even meegenieten van het succes en dat lukt: 'I Thank You Baby' wordt in 1972 alsnog een Amerikaans hitje. Het plaatje vestigt de naam van Hathaway alsmaar meer, maar voor June Conquest zijn de kansen verkeken. Ze zal verder geen platen meer maken en twee jaar later hangt ze haar stembanden aan de wilgen...

'What's This I See' is een schijfje vinyl waar het speel- en zangplezier vanaf spat en dat inspireert me begin 2012 al bijna tot de aankoop. Dan zit ik echter nog teveel in de 'traditionele' Northern Soul om het écht te waarderen. Nu is de tijd dan helemaal rijp en past June Conquest naadloos tussen andere recente aankopen in.