zondag 10 december 2017

Blauwe Bak Top 100: 60-51



60. Never Stop Lovin’ Me-Watts Line (US, Bullet B-712, 1973)
De handel van de, in Nederland woonachtige, Engelsman op Marktplaats is op z’n zachtst gezegd veelzijdig. Okay, het zit allemaal in de hoek van de Northern Soul, maar eenkennig is het allerminst. Er zitten heruitgaven tussen van geheide favorieten, maar ook crossover en Modern Soul en echte liefhebbers-plaatjes. De single van Watts-Line valt in die laatste categorie. Het heeft alle ingrediënten om ooit nog eens een ‘grote’ plaat te worden in de scene, maar het probleem is dat er té goed aan te komen is en voor relatief weinig. Toch kaap ik deze mee uit zijn handel en ga nu ook eens een poging doen om méér voor dit uitstekende plaatje te kunnen betekenen. Qua compositie zou het jaren zestig kunnen zijn, maar dan met de technologie van de jaren zeventig zonder dat het ‘bubblegum’ wordt. Gewoon een erg goede plaat die desondanks nog steeds wordt ondergewaardeerd.

59. I’ve Never Been This Close To Jesus-The Sensational Six (US, Messenger M-7014, 1977)
Nee, ik had het vijf jaar geleden evenmin verwacht. Gospel-funk? De ‘populaire’ gospel is vaak té traditioneel en dan heb je nog een lading ‘rockin’ gospel’-gezelschappen welke ook niet bijster interessant zijn. Het zal menigeen vreemd in de oren klinken, maar de ‘funk’ is in de jaren de zeventig de antichrist in de zwarte geloofsbeweging. Twintig tot dertig jaar eerder was die rol weg gelegd voor de blues. Muzikanten die de kerk verlieten, niet langer overtuigd van de onvoorwaardelijke liefde van een opperwezen en die zich ophielden in ‘zondige’ plekken met overspel, drank en gebruik van verdovende middelen. Wat je ziet bij de Northern Soul zie je eveneens bij de disco en funk: De dansers willen zo lang mogelijk doorgaan en roepen de hulp in van chemische middelen. Voor je het weet, ben je verslaafd aan cocaïne of heroïne. Dat een christelijke groep vervolgens een funk-plaat maakt, wil menigeen niet accepteren. Het evangelie verkondigen mag, maar om je daarvoor in het hol van de duivel te storten? Veel gospelfunk en –disco is het allemaal nét niet, maar The Sensational Six heeft het begrepen. Dit is gospelfunk in hoofdletters. Je kan er een dansvloer mee in vuur en vlam zetten en onbewust laten dansen op een boodschap van de Verlosser. Het is dit soort plaatjes waarvoor ik het doe!

58. Keep On Dancin’-Heathermae (NL, Atlantic ATLN 10867, 1976)
In juni ontdek ik de grote partij singles bij de kringloopwinkel in Meppel. Uiteraard zoek ik in eerste instantie naar soul, maar neem eveneens een paar ‘algemene’ singles mee. Er is opvallend veel werk uit de midden jaren zeventig welke ik herinner van Sunrise Records, maar sindsdien praktisch niet meer ben tegengekomen. Daar hoort ook deze van Heathermae bij. Het is even wennen, maar het blijkt uiteindelijk een winnaar te zijn. Dat is dan vooral te danken aan het crossover-stukje na het refrein.

57. I Found What I Wanted-Mary Wells (US, Reprise 1031, 1974)
Mary Wells wordt vaak genoemd als ‘the first lady of Motown’, maar dat is niet helemaal waar. Ze is wel de eerste vrouwelijke soliste. Ze is, van zowel de mannen als de vrouwen, eveneens de eerste die haar mond durft open te trekken naar Berry Gordy toe. Het is vooral de onkunde van de jaren zestig: Platenmaatschappijen beschouwen zichzelf als een fabriek en de artiesten als personeel aan de lopende band. Het krijgt een salaris en of de plaat nu drie achteruit verkoopt of een miljoenenhit is, het bepaald geenszins de hoogte van het salaris. Als Mary een grote hit heeft met ‘My Guy’ verwacht ze elk moment een royale cheque te krijgen. Gordy heeft de verdiensten echter gestoken in de elpee van The Supremes, net zoals Ford ook blijft investeren in nieuwe technieken. Wells laat haar contract ontbinden, maar krijgt wel als voorwaarde dat ze tot 1972 niet ‘My Guy’ mag zingen of eraan mag refereren. In 1974 maakt ze platen voor het Fame-label in het diepe zuiden en daarvan is deze single een fraai resultaat. Twee uitstekende kanten met een lekker Southern Soul-gevoel waarvan deze kant mijn favoriet is gebleken.

56. That’s All A Part Of Loving Him-Tommie Young (UK, Contempo CR 23, 1973)
Deze, die van Mary Wells en de nummers 54 en 52 zijn singles die ik in 2016 heb gekocht. Van Tommie Young koop ik eerst ‘You Came Just In Time’ van Mark en zie deze ‘That’s All A Part Of Loving Him’ een paar maanden later. De plaat is meteen een favoriet, maar ik verbeeld me dat de plaat niet erg goed klinkt. Dat zal haar parten hebben gespeeld bij de samenstelling van de Top 100 in 2016, want nu mag ze alsnog mee doen met dit wereldnummer. Hij is een beetje ‘aangetast’ in het geluid, maar nog altijd een stevige Engelse Contempo en op Amerikaans vinyl of styreen zal het niet veel beter klinken. Een uitstekende ‘danser’ uit de midden jaren zeventig met een dwarsfluit in de brug.

55. Hands On A Golden Key-Stone Creations (US, Fly-By-Nite 3071-16, 1974, re: 2013)
‘Questions’ van Pat Stallworth is niet zomaar een favoriet. Ik beschouw de plaat zelfs als één van mijn meest favoriete platen aller tijden en van alle genres. Het ‘verhaal’ van Stallworth zal ongetwijfeld een rol spelen in de beleving, maar ook muzikaal raakt het bij mij de juiste snaar. Een combinatie van Pat’s zang en de uitstekende begeleiding door de groep die niet bij naam op het label wordt genoemd. Het is dus Stone Creations dat in hetzelfde jaar zélf ook een single mag maken. ‘Hands On A Golden Key’ is de keerzijde van het iets meer commerciële ‘The It Song’, maar ‘Hands’ heeft vooral dezelfde sfeer als ‘Questions’ en vandaar dat ik dit als favoriet kies.

54. I’m Here Again-Thelma Houston (NL, Motown 5C 006-99572, 1976)
Een ander geval van onkunde in de jaren zestig. Vraag maar aan de leden van Status Quo. Nadat deze een grote hit hebben gehad met ‘Pictures Of Matchstick Men’ probeert Pye meer van hetzelfde uit de groep te persen. Nee, het mag niet teveel afwijken van de grote hit. Quo is slechts één van de weinige groepen waarbij het uiteindelijk toch lukt om zich los te breken uit een concept en zichzelf opnieuw uit te vinden. Veel groepen en artiesten zijn ‘wegwerpproducten’ voor een platenmaatschappij. Als de hits zijn opgedroogd, is het tijd voor een nieuwe groep en een nieuw concept. Het is tegenwoordig alleen nog het geval bij marionetgroepjes en novelty-acts. Platenfirma’s weten wel beter: Dit moet je niet meer proberen als je méér wilt halen uit een artiest. Bij Motown zijn ze blijkbaar niet zo geïnteresseerd in een lange carrière van Thelma Houston. Als ‘Don’t Leave Me This Way’ een hit is geweest, komt men met ‘I’m Here Again’ dat zowel muzikaal als tekstueel een vervolg op de grote hit is. Het publiek is het snel beu en zal haar herinneren als de artieste van ‘Don’t Leave Me This Way’ welke té eenzijdig was. ‘I’m Here Again’ is een beetje een ‘underdog’ en die mag ik graag! Ze staat al een tijdje in de reserve-Blauwe Bak met deze single en mag dus ook mee in de Top 100 van dit jaar.

53. Who’s Supposed To Be Raising Who-The 21st Century (US, Gospel Truth GTA-1209, 1973)
Vanmiddag ben ik door de vallende sneeuw naar Havelte gelopen. Ik warm mijn oren aan de klanken van een ‘Vakantiemix’ van vorig jaar. Ik hoor hier opnieuw het uitstekende ‘Do It In The Name Of Love’ van Ben E. King en kan me opeens voorstellen hoe ik deze in een gospel-set draai. Okay, het is vooral een liefdeslied dat kennis maakt van ‘the good Lord above’, maar de plaat ademt ‘gospel’. ‘Inspirational’, noemen ze dat. Greg draait deze single van The 21st Century in zijn show als zijnde ‘inspirational’ of hij moet blind zijn af gegaan op het Gospel Truth-label. Hier wordt namelijk geen ‘name dropping’ gedaan, het is vooral een aanklacht tegen het gebrek aan een gedegen opvoeding van de kroost. Het staat nog wel in de gospel-koffer, maar zou net zo goed in de reguliere Blauwe Bak-koffer kunnen.

52. I’m The One-The Mandells (US, Trans World Sound TWS 721, 1972)
Deze van The Mandells heb ik in eerste instantie in gedachten als Week Spot, maar de informatie over deze groep is wel erg summier. Op de a-kant van deze ‘double-sider’ doet de groep een fraaie uitvoering van Mac Davis’ ‘Baby Don’t Get Hooked On Me’, maar na lang besluit kies ik dan toch voor dit ‘I’m The One’ als de kant voor de Top 100. In 2016 strandt het in de ‘bubbling under’ en dus mag het dit jaar mee en met een verdiende 52e plek als resultaat.

51. A Lover’s Concerto-Mrs. Miller (US, Capitol 5640, 1966)
De nummer 50 is sinds jaren gereserveerd voor een ‘novelty’. Het begint met Carolyn Leacock & The Outfit en in 2016 is het de notering voor de 12” van Minnie Riperton. Als ik The Divine Situation niet had besteld, had Mrs. Miller dit jaar op 50 gemogen. Natuurlijk ‘voor de grap’, want ze mag zeker niet ontbreken na afgelopen zomer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten