woensdag 15 augustus 2018

Het zilveren goud: augustus 1993 deel III



In de vroege uren van nieuwjaarsochtend 2009 word ik door een paar 'kennissen' uit het stapcircuit overgehaald mee te gaan naar een feestje 'waar ook iets te snuiven valt'. Ik ben de gastheer van die ochtend altijd nog dankbaar. Hij laat iedereen binnen en sluit pardoes de deur als ik wil volgen. Ik loop door het park van Steenwijk naar huis en bedenk me dan dat het wellicht een goed idee is om in 2009 de drugs een jaartje te laten staan. Vier maanden later zet ik eveneens een punt achter de alcohol en sindsdien laat ik mijn geest niet meer vertroebelen door een chemisch goedje. Armand heeft het vaak genoeg uitgelegd in 'Lijpe Harrie': Er is in wezen niet zoveel verschil tussen soft- en harddrugs, alleen komt Magere Hein bij het laatste eerder om het hoekje kijken. Ik zal volgende maand, september 1993, het gebruik van cocaïne van dichtbij meemaken, maar verder is harddrugs in de jaren negentig voor mij 'ver van mijn bed'. Een jointje is een stuk onschuldiger daarentegen en met name in 1997 is er sprake van een geregelde wiet-consumptie. Ik hoef het zelf niet te kopen, ik breng vaak een pakje shag of een fles wijn mee voor de gastvrouw en mag vervolgens, op welk moment ook, mee genieten van haar jointjes. Het duurt pas tot nieuwjaarsdag 2005 eer ik mijn eerste snufje speed neem. In Steenwijk is dat allemaal een stuk 'normaler' dan in Sneek. De daaropvolgende drie jaar 'kick' ik zo héél nu en dan een weekendje op speed. Cocaïne doe ik alleen als de speed niet voor handen is, maar vind het effect minder fijn. Verder kan ik een eenmalig crack-avontuur aan mijn spaarkaart toevoegen. Toch is het allemaal ooit onschuldig begonnen. In 1993 om precies te zijn!

Mijn eerste aanraking met wiet? Ten tijde dat Bert de jukebox-winkel Twister bestiert, heeft hij ook de eerste coffeeshop in Sneek: Heaven. Als Twister dicht zit, kun je informatie inwinnen bij Heaven en zo maak ik voor het eerst kennis met de geur van wiet. In 1990 opent Sunrise en ik ben in eerste instantie alleen maar gefocust op de platen. Als ik de geur herken, ben ik nauwelijks geschokt. Drugs is een onbekend oord voor mij, maar ik ben idolaat van enkele platen die onmogelijk zonder gebruik van verdovende middelen tot stand zouden zijn gekomen. Bovendien rook ik vóór 1992 niet. Het is in februari of maart 1993 als ik in een rebelse bui op een donderdagavond een zakje wiet haal bij Heaven. Ik heb heel vaak het procedé gezien van een jointje rollen met twee normale vloeitjes en een filter, maar ik kan het maar niet voor elkaar krijgen. Ik heb dan geen 'crusher' en het zijn met name de scherpe stukjes die gaatjes prikken in de vloei. Het rollen is ook een drama. Tot slot draai ik een sjekkie met her en der een pluk wiet en stop een stukje karton in het mondstuk. Het effect is goed! Ik ben die avond knetterstoned en raak in paniek. Ik loop van kroeg naar Het Bolwerk en weer terug en dat de hele avond door. Het is duidelijk: Wiet is niet aan mij besteed?

Een paar maanden later heb ik het hier over met Willem van de ziekenomroep. Willem rookt dan al dertig jaar wiet en gebruikt het zelf als 'een pittige sigaret'. Hij wordt nauwelijks meer stoned. Hij draait twee kleine joints: Eén voor zichzelf en een 'lichte' voor mij. Het kán dus wel! In 1993 ga ik mezelf voor het eerst begeven in de Sneekweek. Dat is het leukste wanneer je met een groep vrienden gaat, maar bij gebrek aan een groep vrienden met dezelfde interesse ga ik in mijn eentje. Ik heb een plan voor deze avond en fiets dus eerst langs Heaven. Dat heeft voorgedraaide joints in de aanbieding. Ik neem eentje en rook het achter op een verlaten parkeerterrein op. Daarna kan het plezier beginnen? Het hakt er goed in! Ik kan me een kwart eeuw later nog herinneren hoe mijn schoenen voelen als ik naar het volgende café loop. Het is alsof mijn voeten bij iedere stap weg zakken in de blubber. Later zie ik grappige 'Looney Tunes'-filmpjes in mijn hoofd en lach me wezenloos. Ik blijf net zo lang in Sneek totdat ik voel dat het gevoel weg gaat en thuis in Jutrijp hoeven ze hier niets van gemerkt te hebben. Het katerige gevoel van de maandag weet ik te onderdrukken. En dan komt de dinsdag!

Ik ontwaak met een enorme jeuk. In eerste instantie denk ik dat ik ten prooi ben gevallen aan een kudde steekvliegen, maar opeens jeukt het overal. Eenmaal beneden begrijp ik wat er aan de hand is: Ik zit onder de uitslag. Ik heb de nodige inentingen gehad als kind, maar verder heeft de uitslag veel weg van Rode Hond. Ik krijg meteen een krabverbod en moet de jeukende plekken behandelen met talgpoeder. Ik zou de woensdag met een kameraad op de braderie van Workum staan, maar dit moet ik die middag af zeggen. De Rode Hond duurt echter precies 24 uur: De woensdag is geen plekje of vlekje meer te herkennen. Hoe is dit toch mogelijk geweest? Ik heb hiervoor een verklaring. Je hebt twee soorten softdrugs: Wiet en stuff. Wiet is een verzameling gras en blaadjes, bij stuffies is de boel vastgekoekt en maak je het door verhitting klein voor verwerking in een sigaret. Ik blijk een allergie voor stuff te hebben. De jaren erop kijk ik erop toe dat ik alleen maar wiet in mijn joints krijg en zal ik nimmer kant-en-klare joints kopen.

Ik ga dus niet met Bouwe naar Workum en spendeer in de plaats daarvan mijn dag op de braderie en rommelmarkt van Hardzeildag, de woensdag van de Sneekweek. De eerste vijf singles komen daar vandaan. De overige twee koop ik de volgende vrijdag bij de antiekboerderij in Molkwerum waar ik in 1997 mijn scooter zal kopen. Dat levert eveneens de nummer 1500 op en hiervoor moeten jullie wachten tot volgende week. Of... de week erna. Dat hangt af van welke dagen ik met vakantie ga, als ik al met vakantie ga.

1493 Clair-Gilbert O'Sullivan (NL, MAM, 1972)
1494 Where Did Our Love Go-The Supremes (NL, Motown, 1964)
1495 The Zip-MFSB (NL, Philadelphia, 1975)
1496 High Above My Head-Ray Thomas (NL, Threshold, 1975)
1497A Mr. Bojangles-The Nitty Gritty Dirt Band (NL, United Artists, 1971)
1497B Hey Joe-The Jimi Hendrix Experience (UK, Polydor, 1966)
1498 Purple Haze-The Jimi Hendrix Experience (US, Reprise, 1967, re: 1968/1972?)

Gilbert O'Sullivan, MFSB, Ray Thomas en Nitty Gritty Dirt Band hebben allen fotohoesjes. In geval van de laatste is dat een titelhoesje zoals de Nederlandse EMI die in de jaren zeventig maakte voor menige single, maar we rekenen het desondanks tot een fotohoes. Bij de tweede single van Jimi Hendrix word ik niet veel wijzer van 45cat. Het schijnt dat deze originele 'back-to-back-hits' van 'Purple Haze' en (volgens het label) 'Foxey Lady' al in 1968 is uitgebracht en waarschijnlijk in 1972 opnieuw is geperst. Mijn single is uit de eerste oplage en dan weet ik niet vast te stellen of dat in 1968 (het jaar van in ieder geval een promo) of 1972 is geweest. Ik heb de single ook niet bij de hand. 'Hey Joe' heb ik later nog eens in de Duitse persing gekocht. Singlehoesjes heeft twee varianten van 'Hey Joe' staan en deze leek me het meest exotisch boven dit bericht. Ben eigenlijk best benieuwd welke persing dat is, want ik kan het hoesje niet vinden op 45cat.

dinsdag 14 augustus 2018

Week Spot: Solomon Burke



Ik heb het geschreven in het vorige bericht: De vakantie is nog niet helemaal zeker, maar ik ben sowieso van plan om even vrijaf te nemen van de radio. Dat betekent in dat geval dat ik komende zaterdag de laatste 'special' ga doen in 'Do The 45'. Zaterdag zet ik de platen uit de Blauwe Bak centraal die oorspronkelijk in 1975 en 1976 zijn opgenomen en op de markt zijn gebracht. Voor de Week Spot maakt het allemaal niet veel verschil. Ik heb eerder het thema van de radioshow aangepast aan de Week Spot dan andersom. Alleen 1975 levert een halve bak op. De jaren 1975 en 1976 bieden me krap honderd singles en dus laat ik 1977 even achterwege. De Week Spot komt zoals verwacht uit 1975, mijn geboortejaar. Ik ontdek vanavond dat het een b-kant is, maar ja... 'the treasures are always on the flipside'? De Week Spot van deze week is 'Everlasting Love' van Solomon Burke.

Ik heb deze titel al eens gehad in 'Listen Carefully' (onze 'Eretitel') en, nee, daar zit Solomon Burke niet tussen. Het moge duidelijk zijn dat dit niet de 'Everlasting Love' is die we kennen van The Love Affair (en oorspronkelijk van Robert Knight) Het is vooral de eerste twee jaar na Burke's dood dat 'het klootjesvolk' opeens de mond vol heeft van Solomon Burke. Alleen maar omdat 'toevallig' op Schiphol is overleden en een album had opgenomen met De Dijk. Als hij niet dat album had opgenomen, had niemand hem gekend. Solomon Burke is iemand die een hele grote stempel heeft gedrukt op de zwarte rhythm & blues in de jaren zestig, maar die het nooit heeft terug gezien in eigen verkoopsuccessen. Ja, okay, hij heeft in de vroege jaren zestig een paar grote hits gehad, maar zijn invloed reikt veel verder dan deze vijf jaren. Ik zou een bericht ter grootte van een telefoonboek kunnen schrijven, maar zal proberen het beknopt te houden.

James Solomon McDonald is zijn officiële naam. Hij wordt geboren op 21 maart 1940 in Philadelphia. Hij komt uit een zeer muzikale familie. Twee van zijn broers hebben in 1968 en 1971 succes met hun bandje The Show Stoppers en de hit 'Ain't Nothin' But A House Party'. Hij schudt in 1960 de handen van Jerry Wexler en Ahmet Ertegun en daarmee is een platencontract een feit. Met name 'Cry To Me' en 'Everybody Needs Somebody To Love' zullen gretige aftrek vinden bij de blanke rhythm & blues-bands uit Engeland. Burke wordt beschouwd als de man die een brug heeft geslagen tussen rhythm & blues en soul, of...? Zonder Solomon Burke zou de term 'soul' niet hebben bestaan. Over een invloedrijk figuur gesproken!

Laat er geen gras over groeien: Solomon Burke is een diep gelovig man. In de jaren zeventig mag hij zichzelf 'voorganger' noemen en zijn kerk groeit tot dertigduizend leden in 2010. Hij blijft gedurende zijn loopbaan vasthouden aan het geloof en dat brengt hem in een lastig parket. De kerk heeft in de decennia ervoor verscheidene jonge gemeenteleden verloren aan 'de muziek van de duivel': De blues en de latere rhythm & blues. Op een gegeven ogenblik wordt het voor Atlantic belangrijk om Burke een plek toe te kennen in de muziek. Ze willen hem aanvankelijk dopen als blues-artiest. Burke heeft de nodige bezwaren en overlegt met het bestuur van de kerk die hij op dat moment bezoekt. Nee, blues of rhythm & blues rijmt niet met Burke's geloof. Zijn zang vloeit rechtstreeks uit zijn ziel en Burke mag de claim op zich nemen dat hij de term 'soul' heeft bedacht. Opnieuw is er overleg met de kerk en dan gaan de duimen omhoog. Arthur Conley mag met zijn hit 'Sweet Soul Music' de term verder bekend maken en sindsdien spreekt nauwelijks nog iemand van rhythm & blues. Dat laatste wordt in verband gebracht met de rauwere soul van vóór 1965. Latere 'rauwe soul' zit al snel in de hoek van de blues.

Burke blijft ongeveer tien jaar bij Atlantic en heeft slechts vijf jaar echt succes. Vanaf 1969 wisselt hij geregeld van platenmaatschappij en heeft een kleine hit met John Fogerty's 'Proud Mary'. 'Lookin' Out My Back Door' is echter weer een teleurstelling. In 1974 tekent hij bij Chess en maakt twee albums die beide tegenvallende verkoopresultaten opleveren. 'Let Me Wrap My Arms Around You' bereikt een 72e plek op de Amerikaanse R&B en doet niets op de Billboard. Als je deze single omdraait, krijg je 'Everlasting Love'. Voor hedendaagse dj's is dit zonder meer de meest interessante zijde.

Ja, ik zet de turbo aan, hoewel ik daar Burke tekort mee doe. In de jaren tachtig maakt hij een aantal gospel-albums en staat hij in de Nederlandse Top 40 met zijn uitvoering van 'A Change Is Gonna Come'. In 2010 is Burke reeds ernstig ziek en verlaat hij vrijwillig het ziekenhuis. Medici hebben hem afgeraden om de reis naar Nederland te maken, maar er is niets dat Burke ervan weerhoudt. Op de tiende van de tiende in het tiende jaar van de nieuwe eeuw, 10 oktober 2010, arriveert Burke op Schiphol. Hij zal de volgende dag het nieuwe album met De Dijk presenteren in Amsterdam. Op Schiphol wordt hij onwel en bezwijkt onmiddellijk. Er vindt geen autopsie plaats.

Zonder Burke zou de term 'soul' niet hebben bestaan en zou ik mijn weblog niet Soul-xotica hebben genoemd. Het zou evenmin Rhythm & Blues-xotica hebben geheten, want er bestaat geen fiets met hulpmotor met de naam Blues-X. We hebben dus heel veel te danken aan de dominee en daarom prijs ik met alle liefde deze week 'Everlasting Love' aan!

Raddraaien: Brooklyn, Bronx & Queens Band



Hoe vaak moet ik het nu nog zeggen, stomme praatpaal? Ik ga dit jaar niet op vakantie naar Italië!!! Even ontspannen een volgende aflevering van 'Raddraaien' voorbereiden en er vervolgens achter komen dat ook dit verhaal voor een gedeelte in Italië afspeelt. De vakantie staat sowieso op losse schroeven, maar daar kan ik volgende week wellicht meer uitsluitsel over brengen. Aan de ene kant gaan een paar andere zaken voor op de vakantie en aan de andere kant: Mijn vakanties kunnen relatief goedkoop zijn. Vrijdag is voorlopig mijn laatste werkdag en ik heb wederom twee weken verlof. Vandaag is nog geen sprake van vakantie want ik heb twee berichten voor de boeg. Eerst de aflevering van 'Raddraaien'. Gisteren mocht ik een plaatje uitzoeken uit de eerste jaren tachtig-bak, vandaag is de tweede aan de beurt. Dat levert een heuse 'klassieker' op in huize Louwsma: 'On The Beat' van Brooklyn, Bronx & Queens Band uit 1982.

Waar en wanneer? De eerste vraag is niet moeilijk te beantwoorden. De tweede vergt het nodige denkwerk maar blijf desondanks bij het jaar 2006. Hoewel? Het kan ook 2005 zijn geweest. Het is een vrijdagmiddag. De avond ervoor heb ik zwaar 'getafeld' en herinner me meteen dat ik die middag een bardienst moet draaien in De Buze. Dat komt me op dit moment niet erg gelegen om het zwak uit te drukken. Zodra ik De Buze binnenstap, krijg ik al bonje met iemand en dus zie ik een fraai excuus om mijn kont weg te draaien van de vrijwilligersdienst. Ik vlucht meteen naar het station en pak de trein naar Zwolle. Ik heb plaatjes verdiend! Ik ga naar Minstrel en zal vast ook nieuwe elpees hebben gekocht, alleen kan ik die nu net niet herinneren. Dat zou het een stuk eenvoudiger hebben gemaakt. Voorts duik ik in de uitverkoopbak van de singles en neem een flinke greep daaruit. Het merendeel is jaren zeventig en tachtig maar ook de, redelijk zeldzame, single van Rod-Ken & The Cavaliers. Dat is dan weer een vroege Joe Meek-productie. 'On The Beat' van Brooklyn, Bronx & Queens Band mag eveneens mee. Ik moet het nummer ontelbare keren hebben gehoord vanaf de zolder in Jutrijp, maar dank mijn interesse vooral aan een 'remix' uit de eind jaren tachtig.

Daarvoor gaan we naar de zomer van 1988. De bootleg is al een tijdje populair in de discotheken, maar in 1988 brengt Tolgo Balkan zijn 'Joint Mix' officieel op de markt als Flim Flam. De plaat valt meteen op dankzij de zeer charmante boer, fraai kraswerk met Vivaldi en de bonte parade van samples. Ik moet begin jaren negentig niet zoveel hebben van het voorbije decennium maar 'Joint Mix' is één van de eerste singles uit het tijdperk dat ik tweedehands koop. Dan ontstaat meteen ook een tweede interesse: Ik wil de gebruikte samples in de oorspronkelijke vorm leren kennen. Zo kom ik dus ook uit bij 'On The Beat' van Brooklyn, Bronx & Queens Band. Ik kan me voorstellen dat broer Henk de plaat heeft grijs gedraaid, maar dankzij Tolgo Balkan leer ik het opnieuw waarderen. Er is zelfs een tijd geweest dat 'On The Beat' in de (reserve-) Blauwe Bak heeft gestaan, maar dat is alweer jaren geleden. Inmiddels zou het best weer eens kunnen.

Het verhaal van B.B. & Q. begint met Jacques Fred Petrus. Hij wordt op 22 februari 1948 geboren in Guadaloupe. Hij is slechts vijftien jaar oud als hij als dieselmonteur op een vrachtschip werkt. Dan wordt Petrus opeens besmet met het rhythm & blues-virus. Hij vertrekt naar Parijs om als dj te werken in enkele clubs. In de vroege jaren zeventig trekt Petrus naar Milaan en werkt daar als dj in grote clubs en discotheken als 'Good Mood'. Hij ontmoet een muziekstudent, Mauro Malavasi, en samen zetten ze enkele publicatiemaatschappijen op en openen een platenstudio in Bologna. Vanaf 1978 gaan Malavasi en Petrus zich toeleggen op het schrijven en produceren van liedjes. Ze huren een gezelschap muzikanten in en de zangers en zangeressen worden met de hand geplukt en wisselen per opname. Het eerste grote succes voor het duo komt in 1981 met Change en haar 'A Lover's Holiday'. Op 'The Glow Of Love' zijn zelfs Luther Vandross en Jocelyn Brown van de partij. Vanaf Change is het slechts een kleine stap naar B.B. & Q. Band. Hoewel Petrus vele andere producties aflevert, is geen van de acts zo populair als Change of B.B. & Q.

Spil van de band is basgitarist Paris Ford, beter bekend als Peewee Ford. Hij wordt door Petrus aangesteld om een band samen te stellen. Als blijkt dat de leden afkomstig zijn uit de wijken The Bronx, The Queens en Brooklyn, besluiten Petrus en Malavasi de groep B. B. & Q. te noemen, hoewel het meerdere varianten op het thema heeft gehad. Onze 'On The Beat' is één van de weinige releases waar de bandnaam voluit wordt geschreven. B.B. & Q. maakt drie albums voor Capitol. De laatste is de meest funky van het stel maar tevens de minst verkopende. Het is het moment waarop Capitol de groep overboord zet. Petrus tekent in 1985 een contract bij Elektra en dat resulteert in de cult-elpee 'Genie'. Het titelnummer is in ons land nog een hit, maar over het algemeen flopt de plaat overal en zijn de nummers tegenwoordig geliefd onder dj's van post-disco uit de midden jaren tachtig. Petrus wordt in 1986 gepakt voor het ontduiken van belastingen en wordt in 1987 op mysterieuze wijze vermoord. Hij is dan nog maar 39 jaar.

Het maakt me eigenlijk niet zoveel uit waar ik ben en wat ik doe. In de kroegen is het steevast een ritueel om 'On The Beat' te draaien en vaak niet ver verwijderd van 'I Can Make You Feel Good' van Shalamar. Het heeft in de 'Soul-x-rated' gezeten alsook in verschillende radioshows. Ja, het kan gerust tot een 'Floorfillers'-klassieker gerekend worden. Ik zal het voorzichtig zeggen: Het lijkt erop alsof ik komende vrijdag nog één keer 'Floorfillers' ga doen. Gewoon voor de lol, hoewel ik hoop dat ik het niet weer (zoals vorig jaar) na een half uur al zat ben.

maandag 13 augustus 2018

Raddraaien: Andrea



We hebben al de stemwijzer en nu ook nog de vakantiewijzer? Soul-xotica mag met ruim acht jaar dan een gerenommeerd blog heten, soms gaat het een beetje buiten de schoenen lopen. Vandaag is dat andermaal het geval. Gewoon even 'Raddraaien' komt erop neer dat we ons wederom in Italiaanse sferen begeven. Dat herinnert me wel aan een wens die ik ooit heb gekoesterd om eens naar Italië te gaan. Het is vooral de tijd van de lire. Ik wil me wel eens miljonair voelen. Daar staat tegenover dat ik ooit met Belgische franken te maken heb gehad en dat beviel me helemaal niets. Vijftig van die dingen afstaan voor een biertje? Nee, ik ben nooit voorbij België gekomen of we rekenen de paar kilometers trein in Frankrijk erbij (op weg naar Watford en terug) en ik zal deze zomer evenmin afreizen naar Italië. Ik mag vandaag de 49e single uit de eerste jaren tachtig-bak behandelen en kom dan uit bij een plaatje waar erg weinig over bekend is: 'I Am A Lover' van Andrea (1986). Wellicht een uitgelezen kans om eens verder te verdiepen in de 'Italo-disco'?

Waar en wanneer? Als ik me niet vergis, heb ik deze single in 2009 bij Van Der Laan gekocht. Van Der Laan heeft een boedelverkoop die op dat moment alleen op zaterdag is geopend. Tegenwoordig is hij ook doordeweeks geopend en ik moest hoognodig nog eens binnen kijken voor de platen. Ik zou het laatst nog doen en dat is een gelukje bij een ongelukje. Van Der Laan zit in Steenwijk en ik kom er langs onderweg naar huis vanaf een postronde. Ik heb de fiets net op slot gezet als ik ontdek dat de portemonnee nog in de fietstas van mijn 'bezorgfiets' moet liggen. Het is maar goed dat ik het hier ontdek want het is slechts een kilometer terug naar de zaak. Voor hetzelfde geld had ik het in Havelte ontdekt en dan was het verder geweest. Ik heb bij Van Der Laan al eens een partij elpees gekocht (waaronder veel van Uriah Heep) en kom hier in 2009 de eerste single van Anita Meyer tegen. Andrea is van een iets latere datum. Ik heb mijn oog laten vallen op een curieus orgeltje waarmee ik op dat moment, juli 2009, artistieke aspiraties heb. Het ding blijkt een afschuwelijk geluid te hebben en bovendien kan ik het volume niet afstellen. Het ding gaat in 2012 roemloos de container in.

Wat weten we van Andrea? Erg weinig! Ik leer via Discogs dat haar werkelijke naam Andrea Delfino is. Er is in deze tijd nóg een Italiaanse Andrea actief, deze maakt eveneens platen voor Baby Records maar is een manspersoon. Andrea Delfino is evenwel verantwoordelijk voor 'I Am A Lover' en een paar minder succesvolle opvolgers. Ook maakt ze in 1986 de elpee 'Like Humphrey Bogart'. Ze blijft tot en met 1994 actief onder de naam Andrea en gaat vervolgens verder als Judy Crystal. Dat resulteert in 2008 in een karrevracht mp3's en wav-files, allemaal in het Eurodance-idioom. Hoewel je geen digitale files kan verhandelen op Discogs toont het wel de volledige Judy Crystal-catalogus. 'I Am A Lover' is een fikse top tien-hit in ons land, maar de opvolgers lijden schipbreuk. Daarmee is Andrea goed bekeken een 'eendagsvlieg'.

Laat me dan eens de 'Italo-disco' eens onder een vergrootglas leggen, want het moge duidelijk zijn dat 'I Am A Lover' dankzij deze 'scene' aan het licht is gekomen. De oorsprong van Italo moet gezocht worden in Duitsland. Daar verschijnen in 1978 reeds albums op K-Tel met het woord 'Italo' hoewel het pas tot 1982 duurt eer de term meer algemeen wordt gebruikt. De schrijfwijze verschilt. Sommige maatschappijen gebruiken 'Italo disco', anderen stoppen er een verbindingsstreepje tussen en ietsje later dekt Italo de lading. In Italië zelf wordt de muziek 'elektro-rock' of 'disco dance' genoemd. Italo heeft veel weg van de 'Hi-NRG' uit de vroege jaren tachtig. Disco waarbij iedere vorm van 'funk' ontbreekt en waarbij de elektronica de overhand krijgt. De liedjes zijn vaak Engelstalig, want daar is Andrea meteen een kleine uitzondering. Hier horen we een mannelijke 'rapper' in het Engels waarna Andrea in het Italiaans antwoord geeft op de charmeur. In 1983 komt Italo ook in Nederland in gebruik en valt het samen met de 'electric boogie'. Ryan Paris' 'Dolce Vita' en Gazebo's 'I Like Chopin' hinken mee op de Italo en het begrip zal omstreeks 1990 worden opgeslokt door de house.

zondag 12 augustus 2018

Alle regen komt van boven



In de jaren negentig ga ik bijna ieder jaar met mijn ouders naar Denemarken. In 1994 ga ik solistisch op vakantie en in 1995 komt het er niet van. In 1998 en 1999, de jaren in Engeland, ga ik met vakantie in Nederland. Eenmaal terug in Nederland verdwijnt de behoefte aan vakantie. Het heeft er deels mee te maken dat ik 'vrijwillig' werkloos blijf waardoor ik zeeën van vrije tijd heb. In 2004 en 2005 zijn de bezoekjes aan België erg goed bevallen en in 2006 besluit ik echt weer eens vakantie te houden. Ik ben in 2005 op de dolle roes naar de Lokerse Feesten gegaan en hou sindsdien de website in de gaten. 2006 is het laatste 'goede' jaar voor de Lokerse Feesten, wat mij betreft. Geen minimum voor de muntjes en iedere avond een tientje entree met uitzondering van één 'dure' avond en een goedkope avond met Nederlandse en Belgische acts. Zoek maar uit! In 2006 valt mijn keuze op de avond met Bauhaus, The Cramps en Nid & Sancy. Het weekend erop verblijf ik in Antwerpen op het Dead Petrol-festival. De overige herinneringen aan dit uitstapje kunnen later nog wel eens, ik wil me nu beperken tot de weg terug naar Nederland. Een uiterst bizarre fietstocht!

Het kraakpand in het Antwerpse havengebied is vorig jaar ontruimd en afgebroken. Het werd nagenoeg niet bewoond en vooral ingezet als 'cultuurhuis' voor dingen die elders in de stad nauwelijks aan bod kwamen. Dead Petrol is daar een goed voorbeeld van. Een festival dat zich opwerpt voor elektronoise, geluidskunst en aanverwante 'moeilijke' muziek. Het is de hoek in de muziek waar ik me in 2005-06 goed thuis voel. Het festival wordt op zondagmiddag afgesloten met een dis en ik heb toestemming gekregen om een nachtje op het terrein te logeren. De volgende morgen verlaat ik Antwerpen. Het gaat gepaard met een twijfelend zonnetje, heel anders dan dat de berichten tot dan toe hebben beloofd. Het lijkt er op dit moment nog helemaal niet op, maar het voorspelt hevige regenval. Vol goede moed verlaat ik Antwerpen en het is nog altijd droog. Misschien word ik wel een beetje té ontspannen en kan ik beter iets opschieten? Een paar uren later begint het te druppen. Nog niets extreem en dus fiets ik lekker verder. In Kalmthout ben ik even het spoor bijster. Ik hoop bij het station (van de afbeelding) een plattegrond te vinden, maar helaas. Gelukkig kun je in België dan nog steeds wildvreemden aanspreken zonder dat ze je de rug toekeren. Zo raak ik aan de praat met een man. Hij slaat achterover als hij mijn plan hoort. ,,Op de fiets naar Holland?", zegt hij terwijl hij een graai doet in zijn broekzak. ,,Hier! Pak alstjeblieft de trein terug". ,,Maar dat is teveel", protesteer ik nog, maar de man wuift het weg. Hij heeft me zonet een biljet van vijftig euro gegeven. Zomaar... uit het niets... Ik heb niet gebedeld en heb evenmin over geld gesproken (ook al ben ik nagenoeg blut). Dat het geld niet aan een reis wordt besteed, is me meteen al wel duidelijk.

Ik fiets nog wat rond en als ik er zeker van ben dat de man mij niet meer ziet, fiets ik haastig Kalmthout uit. De regen wordt evenwel serieuzer. De druppels worden groter en het gaat constant door. Ik heb zin in een shagje maar kan onmogelijk eentje draaien zonder dat de vloei doorweekt is. Ik fiets in het wilde weg en kom op plaatsen waar ik nooit ben geweest en nimmer weer wil komen. Onderweg passeer ik een bezoekerscentrum van een nabijgelegen bosgebied. Daar maar even informeren welke kant ik op moet. Onder de luifel van het kantoor draai ik het shagje, maar veel voldoening geeft het niet. Mijn handen zijn verkleumd en door en door nat. Ik hoef ze niet droog te vegen aan mijn kleding, want alles is nat. Drie trekken nicotine en ik ben er wel weer klaar voor. Plotseling komt de omgeving me ook bekend voor. Ofwel: Ik heb de spoorlijn (Roosendaal-Antwerpen vv) weer gevonden en weet nu welke kant ik op moet naar Nederland. Nabij de camping waar ik een paar dagen geleden de vakantie ben begonnen, begint de regen hardnekkiger te worden. Tussen dat dorp en Essen gaan tenslotte de luiken open. Het is een stortregen. Ik voel mijn legerkisten vullen met water en ook mijn onderbroek kan ik, geloof ik, wel uitwringen. Ik koers snel naar Essen. Bij Citroën-garage en benzinestation Parmentier zoek ik een afdak en loop zo het winkeltje binnen. Ik heb niet in de gaten dat ik intussen de boel blank zet door mijn binnenkomst. De vrouw achter de balie is allesbehalve kwaad.

Ik mag gaan zitten en zoveel koffie drinken als ik wil. Intussen gaat ze naar de werkplaats. Ze komt terug met een oude joggingbroek, t-shirt en een jas met olievlekken. ,,Trek dat maar aan en gooi het weg als je thuis bent". Ik voel me als herboren met het 'nieuwe pak' aan. Een uur later wordt het droog en klaart het vooral aan de Nederlandse kant op. Ik stap snel weer op de fiets en ga naar Bergen Op Zoom. Daar begint het te regenen, maar dan sta ik beschut op het station. In de trein ga ik naar de wc en trek een, wonderwel droog gebleven, korte broek aan. De oliekleding gooi ik thuis weg en de eigen spijkerbroek en jas in de wasmachine.

De man van de vijftig euro heb ik nooit weer gezien. Parmentier zoek ik een jaar later op om een doosje chocolaatjes te brengen. Degene achter de balie is iemand anders en begrijpt niet goed waar ik het over heb. In Essen mogen ze het zijn vergeten, het staat mij twaalf jaar later altijd nog helder bij!

Raddraaien: Matia Bazar



Ik heb wederom de zevende dag van de week aanvaard als rustdag. Ik ben een paar keer buiten geweest voor een rokertje en verder ben ik binnen bezig met de voorbereidingen van de show van vanavond (over de zomer van 1999). Douchen, opdrogen en intussen achter de computer en nog een paar nieuwe albums beluisterd. Dat is hoe mijn zondag eruit ziet. Nog eenmaal de batterij opladen voor de laatste week. Komende zaterdag heb ik mijn eerste vakantiedag. Ik speel nog met een 'vakantieverhaal' waarvan blijkt dat ik deze nog niet heb behandeld. Er zitten meerdere verhalen in deze vakantie en ik zl eentje uitpikken. De kandidaat in 'Raddraaien' neemt me eveneens terug naar een zomer, ook al is dat niet met deze single. Ik mag vandaag een single zoeken uit een jaren zeventig-bak en kom zo terecht bij 'Solo Tu' van Matia Bazar uit 1978. Daar wil ik het exacte hoesje bij hebben en dan ontdek ik dat mijn 'Solo Tu' de 'exclusieve' Spaanse uitvoering is. De plaat heb ik gewoon in Nederland gekocht, maar het is echt de Italiaanse versie dat in de Tipparade heeft gestaan. Hoe dan ook: De 'Raddraaier' is 'Solo Tu' van Matia Bazar uit 1978.

Waar en wanneer? Daar heb ik ditmaal de zoekfunctie niet voor nodig. Okay, de datum weet ik niet meer precies en zou dat in principe kunnen opzoeken. Het is in mei 2012 geweest als mijn geheugen me niet in de steek laat. Het is een maandagmiddag. Ik moet een getekende brief afleveren bij de sociale werkvoorziening in Meppel, een klusje dat ik eindeloos heb uitgesteld. Nu ik toch in Meppel ben, kan ik net zo goed ook eten halen bij de Albert Heijn en een paar singles bij de kringloopwinkel. De herinnering is zó helder dat ik nog weet dat het eten van die avond couscous is geweest. Bij de kringloop krijg ik bijna het lege Chubby Checker-hoesje niet mee. Het móet weggegooid worden, volgens de bediende achter de balie. De baas komt erbij en die kent me van een paar maanden ervoor toen hij spul heeft afgeleverd in Nijeveen. Ik mag het dan tóch hebben. Deze Matia Bazar-single zit ook in het partijtje van deze middag. Ik heb hem een paar maal 'geproefd' maar verder dan 'best wel aardig' is het nimmer gekomen.

Matia Bazar wordt in 1974-75 opgericht in de Italiaanse stad Genoa. De oerbezetting van de groep bestaat uit Piero Cassano, Aldo Stellita, Carlo Marrale, Giancarlo Golzi en zangeres Antonella Ruggiero. De groep heeft reeds in 1975 haar eerste Italiaanse hit en dan gaat het vlug. In 1977 ziet de platenmaatschappij al brood in een 'greatest hits' en dan moet het in de rest van Europa nog beginnen voor Matia Bazar. Dab begint in 1978 voorzichtig met 'Solo Tu' en een jaar later doet de groep mee aan het Eurovisie Songfestival. Het jaar ervoor heeft de band het prestigieuze San Remo-festival overdonderd. De grote doorbraak laat echter tot 1986 op zich wachten. 'Ti Sento' is een vette nummer 1-hit in België en Italië en in Nederland piekt het op een tweede plek. 'Ti Sento' brengt me meteen terug naar de vakantie in Limburg. De plek waar ik in 2014 eveneens op vakantie ben geweest maar waar ik het huis en de exacte locatie niet meer kan traceren. De single bewijst ook dat Italiaans een erg bijzondere taal is voor zang en poëzie. Op de b-kant van 'Ti Sento' staat de Engelse uitvoering, 'I Feel You', en deze klinkt voor geen meter.

Aan het einde van dat decennium komt het klad erin bij Matia Bazar en verlaat onder andere zangeres Ruggiero de groep. Matia Bazar is inmiddels net zo'n verhaal als Fairport Convention. Cassano is van 1981 tot en met 1999 afwezig geweest en heeft vorig jaar definitief de groep verlaten. Matia Bazar bestaat nog steeds, maar van de oorspronkelijke bezetting is niets meer over. Drummer Golzi is tot zijn plotselinge dood in 2015 lid gebleven van de groep. Fabio Perversi is in 1998 bij de groep gekomen en is nu de leider van het gezelschap met de legendarische naam. Luna Dragonieri is nog maar een paar jaar de nieuwe zangeres. Het meest recente album is echter van 2011.

Toch even het plaatje opgezocht op Youtube. Het eerdere 'best wel aardig' slaat de spijker op de kop. Heel erg Italiaans met de synthesizer en een zomers geluid. Ik zal hem zeker eens afstoffen als de plaat voorbij komt in 'The Vinyl Countdown'. Dat gaat pas over een paar weken weer van start, volgende week ga ik me bezighouden met de Engelse zomerhits van 1988.

vrijdag 10 augustus 2018

Eretitel: 'Stand By Me'



,,Ik draag weken lang onze bedrijfskleding en het is schitterend mooi weer. Nu trek ik een hesje aan van PostNL en het gaat spontaan regenen en onweren". Ik zou donderdagmiddag in eerste instantie weer naar Ruinerwold om te bezorgen maar word 'last minute' verzocht om toch de PostNL te gaan doen. Dat smaakt naar meer! Het is een lange tijd geleden dat ik voor het laatst post heb gelopen en bij bijna iedere voordeur iets naar binnen mag gooien. Dat is de afgelopen jaren alleen het geval geweest met mailings. Ik denk dat 'post lopen' zoals deze middag terug gaat naar de goede tijden in Steenwijk. Collega's kijken me verbouwereerd aan als ik hen vertel dat ik in het begin alleen de Oostercluft liep in Steenwijk en ik daar wel een paar uurtjes zoet mee was. Tegenwoordig is Oostercluft één van de vele straten in Steenwijk en per postronde goed voor drie of vier poststukken. Het geeft me tevens een kijkje in de keuken van PostNL als ik een pakketje heb dat niet door de brievenbus past en waarvan de bewoner niet thuis is. Ik meen dat PostNL een procedure heeft dat het de volgende dag het pakket een tweede maal moet aanbieden voordat het naar een postagentschap gaat. Gelukkig wil de buurman het aannemen, maar anders zou het direct naar het agentschap moeten. Ik heb al aangeboden dat ik dit wel vaker wil doen, dus wie weet? Vandaag eerst maar eens de 'Eretitel' doen die is blijven liggen. Vandaag is het driemaal 'Stand By Me'.

3. Florence + The Machine (2016)
Ben E. King of John Lennon zou voor de hand hebben gelegen, maar ik wil in 'Listen Carefully' graag een beetje eigenwijs zijn. Dan zie ik dat Florence + The Machine een cover heeft opgenomen en bij een eerste beluistering bevalt deze versie me wel. Ik heb nooit zo goed begrepen wat ik aan moet met Florence + The Machine. Het staat te boek als 'indie' en het heeft in zekere zin ook een eigenzinnigheid die op zijn plaats is. Verder staat Florence, als ik me niet vergis, onder contract bij een 'major' en is het 'indie' niet echt van toepassing. Het is 'indie' voor de massa. Ik vergelijk het met Anouk ten tijde van 'Nobody's Wife'. Dat nummer was erg welkom in het poplandschap van 1997 en iedereen die ik kende, vond het destijds een steengoed nummer. Toch hadden wij, 'alternatievelingen', al vroeg het gevoel dat dit toch iets té gemaakt was om lang 'underground' te blijven. Florence + The Machine is van eenzelfde kaliber. Voor een getrouwde huisvrouw is Florence een mooi 'statement' dat het iets alternatief is en het is beduidend minder extreem dan The YeahYeahYeahs, om maar iets te noemen. Nee, ik ben dus niet echt kapot van Florence, maar het is de concurrentie dat maakt dat ze op een derde plek staat. Ik vind haar uitvoering van 'Stand By Me' eigenlijk best goed!

2. Golden Earring (1972)
Een Engelse vriend (en luisteraar) wil een week geleden heel intelligent over komen tegenover andere chatroom-bezoekers en steekt op de tonen van 'Radar Love' van Golden Earring een betoog af over de pubrock. Natuurlijk gun ik iedereen zijn of haar pleziertje, maar hier moet ik toch enkele kanttekeningen bij zetten. Zeker als hij suggereert dat het allemaal in Londen is begonnen. Voor de Earring? Ze gaan weliswaar reeds in 1965 naar Londen om 'That Day' op te nemen in de Engelse Pye-studio (op aanraden van The Kinks), maar dat is jaren voordat pubrock een feit is. Bovendien is de Earring in de midden jaren zeventig een stadionmonster dat verschillende vrachtwagens nodig heeft om alle instrumentarium aan te slepen. De pubrock is juist een reactie daarop: Gitaar, bas, drums en een zanger. Misschien een klein elektronisch orgel of een saxofoon. Toch kan ik zijn associatie wel enigszins begrijpen. Op de plaat is Golden Earring anno 1972-73 erg rechttoe rechtaan rock'n'roll zonder al te veel poespas. Daarvan is 'Stand By Me' uit 1972 een ander mooi voorbeeld. Een beetje vergeten ten opzichte van 'Radar Love', maar nog altijd een bijzonder fijn nummer uit de rijke catalogus van de Haagse band. Het had bijna op nummer 1 gestaan in deze 'Eretitel' maar dan wint altijd weer de Engelse herinnering...

1. Oasis (1997)
Hoewel ik soms een beetje sceptisch ben over de rol die The Beatles krijgt toebedeeld in de popmuziek, gaat mijn voorkeur uit naar The Fab Four als ik moet kiezen tussen The Beatles of The Rolling Stones. In de midden jaren negentig wordt in Engeland deze strijd opnieuw uitgevochten tussen twee 'rivaliserende' bands. Aan de ene kant is daar Oasis. Een band die qua melodieën schatplichtig is aan The Beatles. Blur is niet bepaald een tweede Rolling Stones. Ik zou Blur eerder de kant van The Kinks willen opschuiven, maar ook daar doe ik de band tekort mee. Ook moet ik bekennen dat ik Blur pas na 1997 beter heb leren kennen. 'Country House' is in 1995 een verademing voor mij en verder gaat Blur grotendeels aan me voorbij. Datzelfde geldt in zekere zin ook voor Oasis. Alleen 'Wonderwall' wordt een knaller van een hit, de rest speelt een beetje op de achtergrond. In de zomer van 1997 werk ik in de Popkelder en daar zijn we geabonneerd op de Oor. Dat heeft dan pas een urenlang interview gehad met Noel Gallagher van Oasis, ter ere van de release van 'Be Here Now'. Als ik nog geen hekel heb aan Oasis als personen, dan komt dat wel met dit interview. Een arrogantie waar de honden geen brood van lusten. Als het vervolgens eens zeer baanbrekende muziek had gemaakt, zou de arrogantie op zijn plek zijn geweest, maar de eerste klanken van 'Be Here Now' laten het tegengestelde horen. Het zijn wederom de singles die de uitschieters zijn op het album en de allerbeste van het stel is 'Stand By Me'. Volgens een radio-collega ligt 'Be Here Now' tegenwoordig bij iedere kringloopwinkel in Engeland voor een pond en vaak meerdere exemplaren. 'Stand By Me' is één van de weinige 'anthems' van Oasis en dus zet ik deze vandaag bovenaan.

Het zou vanmiddag windkracht vier zijn maar het was nagenoeg windstil in mijn beleving. Het weer is lastig te voorspellen tegenwoordig. Toch moesten we met zijn allen gaan duimen voor volgende week. Dan hebben we wel een flink zuchtje wind nodig. Dan gaan we namelijk driemaal zeilen.