woensdag 20 maart 2019

Het zilveen goud: maart 1994 deel I



Soul-xotica is weer terug op schema en dat is goed nieuws! Toch gaat het ene ten koste van het andere en stokt de voortgang van de virtuele kaartenbak even. Toch werk ik daar nog geregeld aan zodat ik nog een tijdje voort kan met 'Het zilveren goud', hoewel her en der wel gegokt moet worden. 'Het zilveren goud' van februari 1994 is nu definitief afgesloten en vandaag het eerste van twee delen uit maart 1994. Dat zijn slechts veertien singles maar dat haal ik de komende twee maanden dubbel en dwars in. De eerste single van maart 1994 sluit mooi aan bij het verhaaltje van twee weken geleden en dus ga ik het vandaag hebben over 'hoarden' op het afvalbrengstation. Hoe ik kennis maak met de wegwerpmaatschappij en dit werk zelfs nog goed is voor de uitbreiding van mijn platencollectie! Riempje van de pothelm vast en zo snorren we op de Solex terug naar maart 1994.

De spellingscontrole keurt het werkwoord 'hoarden' af en dat begrijp ik wel. Het is eigenlijk Engels: 'hoarding', maar ook dat wordt afgekeurd. 'Hoarden' is het dwangmatig verzamelen van allerhande zaken waardoor je leefomgeving helemaal verstopt raakt door dingen die je totaal niet nodig bent maar waarvan je het zonde vindt om ze weg te gooien. Ik ben een natuurtalent voor 'hoarden', hoewel ik het binnen de perken weet te houden. Op het afvalbrengstation mag ik met toestemming van Cnossen best eens iets meenemen dat anders wordt weggegooid, maar het is geen kringloopwinkel en dat wordt me meteen duidelijk gemaakt. Toch zal ik mijn loopbaan op 'de vuilstort' ambitieus beginnen. Een van mijn eerste 'klanten' brengt een oude lampenradio. Natuurlijk doet het ding het niet meer, maar man... ik heb altijd gedroomd om een lampenradio te hebben. Het is een Loewe-Opta uit de jaren vijftig en dus veel te groot voor op de fiets of Solex. Mijn broer haalt hem eens voor me op en jaren later zal de radio net zo hard weer met het grofvuil mee gaan. Hij heeft nooit gespeeld en ik heb ook geen moeite gedaan om hem spelende te krijgen. Enige tijd later zie ik een Telefunken Gavotte bij de kringloopwinkel en deze is optisch ook in een veel betere staat. Het 'oogje' werkt nog. Deze zal enkele jaren staan te pronken op mijn slaapkamer en ook deze gaat op een bepaald ogenblik weer met het grofvuil mee. Van dat laatste heb ik dan wel weer spijt.

Begin 1994 ben ik ook via Het Bolwerk in Sneek aan een cursus fotografie begonnen. Het is nog de tijd van voor de digitale camera en dus heeft Het Bolwerk een eigen doka. Ik mag de luxe Minolta met alles erop en eraan lenen en op een bepaald moment ga ik met een koffer singles naar het stort. Ik fotografeer de collector's items tussen het grofvuil in de containers en stiekem is het 'wishful thinking' om interessante singles tegen te komen op deze plek. Nog eventjes geduld: Volgende maand gaat dat helemaal goed komen. Het is mijn tweede of derde week op het stort als iemand onder andere een kastje langs brengt. Ik mag graag de kastjes compact maken zodat ze eventueel met hout of bouw- of sloopafval mee kunnen en tot mijn grote verrassing rollen drie singles uit het kastje. 'Ivanhoe' van Co Hagendoorn en 'K Heb De Balen Van Hilversum III' van Richard Rijk & 'T Benelux Team halen de kaartenbak niet, hoewel de eerste al wel in de jaren zestig-bak staat. De tweede ben ik (helaas?) kwijt geraakt, want op zichzelf is het best een geinig nummer. Gerard Cox heeft last gehad van een natte zomer en dat heeft zijn sporen nagelaten op het hoesje. Volgende maand dus meer vinyl-vondsten op het afvalbrengstation. Het 'hoarden' beperkt zich in eerste instantie tot een lege keet achter het stort. Dat neem ik in in bezit en wordt al snel een opslag voor alles dat ik niet weg kan gooien, maar wat ik ook niet mee naar huis kan (of mag) nemen.

Voor deze eerste aflevering van maart 1994 start ik de Solex om een bezoekje te brengen aan Heerenveen. Het is een adres waar ik tal van keren ben geweest een dat eerder een fikse fietstocht was: De overdekte rommelmarkt aan de Gedempte Molenwijk. Het overlapt zelfs nog een beetje met de singles van volgende week. Het is voor het eerst dat ik niet op mijn portemonnee hoef te letten. Ik kan me herinneren dat ik in 1990 eens een hele middag daar ben geweest, vijftien platen had uitgezocht en slechts twee kon permitteren. Dit is een deel van de vangst uit Heerenveen.

1694 'T Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer-Gerard Cox (NL, CBS, 1973)
1695 The Train-The Nits (NL, CBS, 1988)
1696 Girl Don't Make Me Wait-Timebox (NL, Deram, 1968)
1697 All Kinds Of Everything-Dana (UK, Decca, 1970)
1698 Osaka-The Shoes (NL, Polydor, 1970)
1699 Hey Big Brother-Rare Earth (NL, Rare Earth, 1971)
1700 Words-The Bee Gees (NL, Polydor, 1968)

Bij Dana is iets vreemds aan de hand. Ik heb voor de foto de Nederlandse persing gepakt maar kan me goed herinneren dat het de Engelse (export-)versie was die ik in 1994 heb gekocht. Zonder fotohoes. Daar zit nu de Deense fotohoes omheen met een nummer dat correspondeert met een aankoop in de vakantie van 1993. Ik denk dat tijdelijk een andere single in dat hoesje heeft gezeten. De Nederlandse persing koop ik pas in 1995. Timebox is sinds het begin van de Blauwe Bak een resident en heeft tot een paar weken geleden steevast in de koffer gestaan. Hij is nu echter verhuisd naar de reserve-Blauwe Bak omdat er ruimte moest komen. Ik zit soms te denken aan een derde koffer nu de seventies' soul steeds meer gaat uitbreiden. Aan de andere kant is het wel fijn om strikt te zijn en zo nu en dan te bekijken welke platen nog relevant zijn voor de Blauwe Bak-koffers. The Shoes koop ik oorspronkelijk zonder fotohoes en deze krijgt over een paar maanden al een 'upgrade' als ik singles overneem van de buren in Jutrijp. Ik kan me niet herinneren dat Rare Earth oorspronkelijk een fotohoes heeft gehad en ik denk dat deze ooit een 'upgrade' heeft gehad. 'Words' van The Bee Gees smeekt al jaren om een 'upgrade' van zowel hoes als plaat en dus hou ik me aanbevolen!

dinsdag 19 maart 2019

Week Spot: Wayne Miran & Rush Release



De eerste maanden van het nieuwe jaar zijn vaak niet mijn allerbeste en ik kom pas in april en mei op stoom. Dan kan ik soms dan ook weer terug kijken op 'gelukkige' eerste maanden. Ik zal niet zeggen dat ik geen gelukkige maanden heb gehad, maar ik verlang nu wel heel erg naar rustig voorjaarsweer. De komende dagen kunnen we daarvan genieten en ik hoop stiekem op soortgelijk weer in de eerste dagen van april. Ik zou graag even weg willen op de fiets in deze dagen en hoop zelfs dat ik even een nachtje of twee ergens kan 'logeren'. Dat wordt dat mijn persoonlijke manier om de tien jaar zonder de drank te 'vieren'. Ik heb in ieder geval vrij genomen en wellicht zit daar op 30 maart nog het eerste 'buitenoptreden' bij in sinds januari 2014. Het heeft al meerdere malen gedreigd waardoor tien jaar geleden al een 'noodplan' is gemaakt, maar het lijkt erop alsof de live-muziek moet wijken in De Buze in Steenwijk. Dat wordt op 30 maart nog eenmaal gevierd met een twintigtal bands en ik ben gevraagd als dj. De details moeten we echter nog uitwerken. Dan ga ik vandaag de nieuwe Week Spot aan jullie voorstellen. De laatste vangst bij Mark bevat meerdere potentiële kandidaten en toch is het meteen één single die eruit springt voor mij: 'Oh Baby' van Wayne Miran & Rush Release uit mijn geboortejaar 1975.

Engeland hangt aan elkaar vast van de meest absurde regelgevingen en soms zijn die wetten decennia of eeuwen oud en totaal niet meer relevant. Zo heeft het land geen vertrouwen in het gegeven dat een consument van grammofoonplaten kan beoordelen of iets een album, EP of single is. Iedere categorie heeft een vaste prijs en je moet aan de buitenkant kunnen zien welke prijs je moet betalen. 79-toerenplaten zijn van origine 12". Als de langspeelplaat in Engeland op de markt komt, moet deze 10" zijn om voldoende af te wijken van de 78-toerenplaat. Omdat 12" in Amerika de standaard is voor een elpee worden de formaten in 1956 omgewisseld: 78-toerenplaten worden 10" en elpees 12". Een 7"-plaatje met een fotohoesje en meerdere titels heet een EP. Er verschijnen echter ook EP's met jazz, klassiek en hoorspelen waarbij de speelduur langer is. Om de Britse consument te behoeden van de verwachting van een EP als deze een single koopt, voorziet de wet. Singles mogen geen fotohoes hebben, dat is voorbehouden aan (duurdere) EP's. Hoewel de EP in de jaren zestig in populariteit afneemt, is het pas in 1982 dat platenmaatschappijen singles van fotohoesjes mogen voorzien. Vooral in Europa mag je vanaf 1965 verwachten dat een single in een fotohoesje komt. Het maakt dat heel veel soul-platen uit Engeland geen fotohoesje hebben en enkele verzamelaars en dj's kijken vol jaloezie naar onze hoesjes. Mark heeft genoeg liefhebbers voor 'Eupics' verzameld om een handeltje te hebben.

Zelf heb ik al eens een exemplaar van 'I've Got The Need' van Spooky & Sue naar Engeland gestuurd in ruil voor twintig pond. Ik had gerust meer kunnen vragen? Mark biedt ze desondanks voor meer zonnige prijzen aan hoewel ik her en der de winstmarge kan zien. Hij verkoopt vrij eenvoudig 'Who's Gonna Love You' van The Imperials voor een tientje, om maar iets te noemen. Toch moet ik bekennen dat Wayne Miran nooit op mijn pad is gekomen. Of... wellicht dat ik hem eens heb gezien, maar het heb uitgescholden voor de Franse Jackpot of Ferrari. De lange haren en druipsnorren zien er niet erg soulvol uit. Het is het aanstekelijke dat maakt dat ik het 'interessante' plaatje overneem van Mark. Het wordt eigenlijk steeds interessanter. Over Wayne Miran & Rush Release is ontzettend weinig bekend en er zijn uiteindelijk een paar aanwijzingen op Youtube.

,,Is dit Rush Release van Long Island? Wayne en Wes Miranda?", vraagt iemand onder een 'videoclip' van 'Oh Baby'. Bewegende beelden van Wayne Miran en Rush Release zijn er niet, het zijn dj's en verzamelaars die de audio hebben geüpload met een afbeelding van het hoesje of het label. Iemand anders bevestigt niet de bovenstaande vraag maar weet wel te melden dat een familielid van hem de toetsenist is van Rush Release. Dus... geen Europese band! Wel blijkt dat de groep meerdere platen heeft gemaakt en met name in Frankrijk nog een zekere cultstatus heeft gehad. Mijn 'Oh Baby' met het bovenstaande fotohoesje is een Franse uitgave. Ik heb zojuist met stijgende verbazing geluisterd naar de tweede single van Miran: 'I Can't Get It On' is erg stijlvolle funky disco. Vervolgens zie ik een scan van een Franse 12"-single op het Pyramid-label. De titel herken ik en heb ik eveneens als een Roulette: 'Helplessly' is eveneens gedaan door The Moment Of Truth. Roulette 'leent' intern vaker van elkaar, zo heb ik een vocale 'Ask Me' van Ecstasy, Passion & Pain plus een andere instrumentale opname dan de backing van Ecstasy, Passion & Pain van Love Child's Afro Cuban Blues Band. Nu lijkt het erop dat Wayne Miran eveneens een cover heeft opgenomen van 'Helplessly' van The Moment Of Truth, maar dit verschijnt in Frankrijk pas in 1979 als 12"-single. De Amerikaanse discografie toont alleen 'Oh Baby' en 'I Can't Get It On'. Er is ook nog een disco-mix op het Strawberry-label maar die staat weer niet op 45cat en ik weet niet of het 'scratch'-effect uit de video werkelijk op het vinyl staat. De Strawberry vermeldt '1977' als jaar van uitgifte. 'Oh Baby' bereikt in de zomer van 1975 een 104e plek in de Billboard en het is meteen ook het laatste dat we van Miran op de hitparade horen.

Zijn de trompetten 'vals' of vallen ze op het verkeerde moment in? Ik betwijfel het allemaal. Het is een 'gimmick' die ik maar te goed ken uit de Carib-soul en welke ook niet vreemd is op oudere Miami Soul-platen. Middels 'I Can't Get It On' kunnen we horen dat het niet de ondermaatse middle-of-the-road-band is die je zou verwachten bij de hoesfoto. Die single klinkt een stuk hechter. Ook 'Helplessly' doet nergens onder voor het origineel. 'I Can't Get It On' staat met stip op mijn zoeklijst en ik verwacht niet dat ik daar arm van ga worden. 'Oh Baby' kan niet langer wachten als Week Spot en moet meteen deze week!

maandag 18 maart 2019

Singles round-up: maart 4



Tot slot vanavond het laatste deel van de 'Singles round-up'. Over twee weken kunnen we niet alleen zien hoe deze twintig singles er voor staan in de 'Eindstreep' maar eveneens in de Blauwe Bak Top 40. Laat me maar meteen vervolgen met de laatste vijf singles van deze maand.

* Gene Redding- Do It With Love (US, Haven, 1976)
Mark adverteert zijn singles met Youtube-clips. Hierdoor kun je niet dekwaliteit beoordelen maar aan de andere kant verkoopt Mark ook geen ‘rotzooi’. Vaste klanten weten wat ze kunnen verwachten. Soms is een plaatje niet verkrijgbaar op Youtube en dat is wanneer hij zijn Numark PT01USB pakt en een korte video maakt met de eigenlijke single. Dat gebeurt zonder vermelding van artiest of titel en het label is vaak te vaag om de plaat te herkennen. Je koopt dus ‘blind’ en dat werkt in sommige gevallen goed. Dit is de laatste plaat die ik reserveer en hoor dan van Mark dat het Gene Redding is. Van hem heb ik ‘This Heart’ in de Blauwe Bak en dat plaatje is sinds de zomervakantie gaan ‘spelen’ voor mij. ‘This Heart’ is een compositie van Dennis Lambert en Brian Potter, de mannen die veel smakelijke ‘blue eyed soul’ hebben geschreven. Op dit plaatje is het duo actief als producenten, het liedje zélf is geschreven door Redding met Willie Harry Wilson. Het begint als ‘Drift Away’ van Dobie Gray. Het mondt uit op een midtempo-deuntje met een refrein dat ‘catchy’ genoeg is, maar zeker niet van de hand van Lambert en Potter. Die mannen moet ik hoognodig nog eens een standbeeld aanbieden!

* Rufus- I Finally Found You (US, ABC, 1973)
P.J. Proby is de voornaamste reden van aanschaf, gevolgd door Bo Kirkland en Ruth Davis. En, ach, Rufus…? Totdat ik besluit de video te beluisteren. Ja, het is niet zonder reden dat het op de pagina van Mark wordt aangeboden. Het is niet de ‘filler’ die ik had verwacht maar een bloedstollend mooi nummer met een zeer overtuigende Chaka Khan. De a-kant is, ‘Whoever Is Thrilling You’, meer het traditionele vroege Rufus –werk, ietwat aan de funky kant maar prettig genoeg.

* Simtec Simmons- Some Other Time (US, Innovation 2, 1975)
Met The Shirelles en Shirley & The Shirelles heb ik het geluk dat ze vlak bij elkaar staan in de koffers. Alleen Joe Simon vult nog flink wat ruimte tussen Simmons en Simtec & Wylie. Inderdaad, het is Simtec van Simtec & Wylie. In 1975 is het vooral een ‘business’ van de familie Simmons. ‘Some Other Time’ heeft een magische stereo-productie! De stemmen lijken uit alle hoeken te komen. Het is een fraai midtempo-geval waar ik niet genoeg van kan krijgen. ‘Classified Crazy Man’ op de andere zijde neigt meer naar disco en moet ik nog even op me in laten werken. Vooralsnog hou ik het bij ‘Some Other Time’.

* Smoke City- Love Affair (US, AMPI, 1988?)
Na een paar singles op Epic in 1985 en 1986 lijkt Smoke City veroordeeld tot een opname in eigen beheer. Het is de enige release op AMPI en 45cat geeft geen duidelijkheid over het jaartal. De gele labels en de rode lettering doet denken aan het jaren zeventig-label Tri-us, maar ook aan het private God’s City Sounds waar ik een gospel-plaat van heb. ‘Love Affair’ is een ‘slick ballad’ uit de late jaren tachtig, laat daar geen misverstand over bestaan. Als het een hit zou zijn geweest, had je dit in ‘Candlelight’ kunnen horen omlijst met een gedicht. Het past echter helemaal bij een recente trend van Barbara Carr en Hi-Gloss. Hoewel het natuurlijk niet gaat om grof geld verdienen, heb ik een gevoel dat deze eigen beheer-soulplaatjes binnen onafzienbare tijd flink in prijs gaan stijgen. Het is dus nu of later veel meer betalen…

* Sylvia- Sunday (US, Vibration, 1973)
Ach vooruit! We gaan het eerst even over de a-kant hebben. Een heuse novelty! Sylvia heeft ‘Je T’Aime Moi Non Plus’ van een nieuwe tekst voorzien en krijgt Serge Gainsbourg de credits voor de muziek. Zijn rol wordt gespeeld door Ralfi Pagan. Ik moet dan meteen aan hekserij denken. ‘Soul Je T’Aime’ is het grapje van Gainsbourg en Jane Birkin maar dan op zijn Amerikaans. Sylvia heeft een talenknobbel want ik meen ook Italiaans te horen. Snel over naar de b-kant. Ik keek laatst op de website van de SGP en dat wil terug naar een zondagse rust. Een rust zoals dit kantje van Sylvia? Een hartverwarmende finale van de ‘Singles round-up’ van maart. Later deze maand ga ik bepalen hoe de Blauwe Bak Top 40 over de maanden december tot en met maart eruit moet zien.

Ben je bezopen?



Gisteravond was zelfs het schrijven voor een inleiding voor de vierde 'Singles round-up' van deze maand een te groot karwei. Nu heb ik dan de kans om de serie even te onderbreken voor een 'gezellig' verhaaltje, want zoiets probeer ik ieder weekend te doen. Daarmee schuift de 'Eretitel' gewoon een week door. Waar was je op 18 maart 2019? Ik hoor 'iets' op het nieuws rond een uurtje of twaalf. Een schietincident? Mijn alarmbellen gaan niet meteen rinkelen. Ik ben nog niet echt wakker en het zou zomaar een afrekening in het criminele milieu kunnen zijn? Het is pas rond een uurtje of zes dat ik ontdek wat er zich werkelijk heeft afgespeeld in Utrecht. Tragisch omdat er, hoe dan ook, onschuldige mensen bij om het leven zijn gekomen, maar het is nog te vroeg voor conclusies. Waar was ik op 18 maart 2009? Dat weet ik niet precies. Als ik gedronken heb dan moet het op de pof zijn gebeurd en er zijn niet veel kroegen meer waar ik dat kan uithalen. Verder werk ik in ploegendiensten bij de Dyka en heb ergens nog steeds het geloof dat ik gelukkig kan worden met een fabrieksbaan. Over een paar weken zal dat alles veranderen, maar vanavond wil ik kijken naar de invloed van alcohol op mijn jonge leven.

'Alles op zijn tijd'. Dat is het credo dat heerst in ons gezin en dat geldt ook voor de consumptie van alcohol. De televisie komt bijvoorbeeld overdag niet aan buiten heel soms bij slecht weer op woensdagmiddag. We kunnen dan kijken naar 'De Film Van Ome Willem' en volgens mij heeft de AVRO op die dag 'De Kinderbios'. Bij schaatswedstrijden staat de televisie ook op zaterdag aan. Zo kent ons gezin twee 'alcoholmomenten' per week: Zaterdag- en woensdagavond. Vader drinkt soms op donderdag ook nog een beerenburg als hij gaat dammen. Moeder heeft nooit goed tegen alcohol gekund. Ze klaagt al snel over slapeloosheid en het is slechts zelden als ik haar een pikeurtje zie drinken. Bij verjaardagen en bezoek van oudere dames schenkt ze een advocaatje voor de visite. Als moeder het bezoek uitlaat, haast ik me naar de tafel om de restjes advocaat uit de glaasjes te likken. Dat levert een 'deal' op. Op nieuwjaarsochtend krijg ik altijd een glaasje advocaat. De broers zijn ouder en drinken wel eens een biertje. Ik kan me nog herinneren dat mijn oudste broer eens luid zingend is terug gekomen van een fuif. Dat is nooit tot herhaling gekomen. Als het warm weer is, wil vader ook nog wel eens een biertje drinken uit het werk maar dat is geen regel! Als ik een jaar of tien ben, wil ik net zo stoer zijn als mijn broers en kan ik plots niet meer aankomen met advocaat. Ik verbeeld me dat shandy gewoon als bier is. Moeder kijkt er streng op toe dat het bij één flesje blijft, net zo goed als dat de broers thuis niet een krat mogen leeg drinken.

Ik ben een jaar of veertien als ik me wil 'afzetten' en dat doe door mezelf als geheelonthouder te bestempelen. Geen shandy meer op zaterdagavond. Ook vervelend doen bij kersenbonbons, soep met meegekookte wijn en protest wanneer een ingegroeide teennagel met alcohol moet worden verdoofd. Gedurende de jaren 1990 en 1991 weiger ik iedere druppel drank en zonder mezelf af op de slaapkamer met plaatjes of met lange fietstochten op zondagmiddag. Ik ben bijna zeventien als dat gaat vervelen. De 'plaaggeesten' van de lagere school worden opeens weer mijn vrienden als ik ieder weekend in 'T Hokje' ga hangen, onze 'zuipkeet'. Natuurlijk rep ik met geen woord over geheelonthouding en doe vrolijk mee met de pijpjes Amstel. Ook begin ik met het werk bij het Sneeker Nieuwsblad en ontdek al snel het nachtleven en... vooral de drank! Het blijft eerst nog beperkt tot bier en een enkele keer een glaasje Southern Comfort (vooral vanwege de 'legende' van Janis Joplin). Ik weet niet precies wanneer ik mijn eerste glaasje Jägermeister nuttig, maar wel dat ik dit spul meteen ontzettend lekker vind. Sonnema is de meest gangbare beerenburg in de horeca en dat heb ik nooit lekker gevonden. Pas vele jaren later zal ik de Sneker beerenburg van Weduwe Joustra ontdekken en dat zal mij de Jägermeister doen vergeten. Zal ik jullie iets vertellen? Als het vriest, heb ik nog altijd héél even zin in een Jägermeister. Ik weet de gedachte echter snel te verzetten naar iets anders en kom dus niet in de verleiding!

Laten we het eens over pils hebben? Ik lieg niet als ik zeg dat ik nooit iets aan pils heb gevonden. Het is een feit dat ik wil 'nachtbraken' en als je dan begint met speciaal bier of sterke drank gaat dat niet lukken. Op pils hou je het het langst uit en dat is de reden dat ik het goedje bestel. In 1993-94 leer ik de speciaalbieren waarderen middels mijn talrijke bezoeken (en soms bijna dagelijks) aan café De Draai in Sneek. Hoe donkerder het bier, hoe beter. Guinness drink ik alleen bij folkavonden en in Engeland ben ik opeens klaar met de 'stout'. Ik zou nog steeds kunnen genieten van een goed bokbiertje, niet de Amstel en Heineken. Bij Palm ligt de grens naar de pils. Om de hoeveelheid alcohol gaat het niet. Ik moet niets hebben van 'powerbier' als Duvel of Verboden Vrucht. Liever een subtiele smaak met een iets hoger alcoholpercentage. Geen pilsliefhebber en toch drink ik het vocht als water.

In 1995 onderneem ik voor het eerst een alcoholvrije maand en dat wordt een 'traditie'. Meestal doe ik het in november: Ik ga dan een maand uitsluitend aan de frisdrank en stap op zondagochtend fluitend uit mijn nest. Omdat alcohol 'erbij hoort', begin ik toch weer na een maand. Na de zonsverduistering in 1999 ben ik even goed zat van de drank en zal de laatste weken in Engeland geen bier aanraken! In 2006 ben ik zelfs even van plan om een half jaar niet te drinken en hou dit een maand vol. Dan komt er een 'gelegenheid' om te drinken en gaat het hek van de dam. Een week later word ik 'getrakteerd' op een halve liter Goldstrike. Dat is de heftigste kater die ik me kan herinneren. Een week voor mijn dertigste verjaardag, april 2005, gaat het al mis. Ik ben erg sentimenteel over mijn periode als twintiger en neem mezelf voor om zeven dagen op rij dronken te worden. Dat lukt! Dan zet ik het voort en in 2006 voel ik me even héél gelukkig als ik merk dat ik een stamkroeg met 'vrienden' heb gevonden. Soms kan ik me het niet permitteren en vier dan de avonden thuis met frisdrank. Ik ben een gezelligheidsdrinker. Alleen een biertje drinken wil niet. Vaak leeg ik na drie uren een half blik verschaald bier. Omdat ik thuis de gezelligheid niet kan creëren of vinden, ga ik steeds vaker op stap. Ik laat opschrijven en maak me niet druk om dit ooit af te betalen. Ik leef wat dat betreft van dag tot dag.

Tijdens de depressie van 2008-2009 ga ik uiteindelijk weer aan het werk om niet in de kroeg te kunnen zitten. Ik ga echter vanuit het werk wel meteen weer aan de rol. Het begint ook mijn voorman op te vallen dat ik steeds vaker op het werk kom met een kegel. In de eerste maanden van 2009 verdwijnt mijn geld als sneeuw voor de zon. Als ik in één kroeg mijn rekening heb betaald, blijft vaak nog maar de helft over. Daarvan betaal ik in de eerste week mijn drankjes en kan dan vervolgens weer op de lat en bedelen bij kennissen om een pakje shag te kopen. Ik kan me één ding heel goed herinneren uit maart 2009. Het rookverbod in de horeca maakt dat we in één café naar buiten moeten voor onze nicotinebehoefte. Ik sta bij iemand te praten als een andere kroegtijger het etablissement verlaat. Het is vier uur op zaterdagmiddag en de man zwalkt van links naar rechts over de winkelstraat. Een zielige vertoning!
,,Je zal maar zo eindigen", hoor ik mijn buurman zeggen. Ik kijk de man na en realiseer me dan opeens dat ik ook onderweg ben naar deze goot. Ik ga niet uit de doeken doen hoe ik uiteindelijk ben gestopt, maar deze zaterdagmiddag heeft eraan bijgedragen!

zaterdag 16 maart 2019

Singles round-up: maart 3



Goed bekeken! Ik heb een half uur geleden de laatste plaat gedraaid in 'Do The 45' en ben helemaal 'op'. Nog even een paar Youtube-video's bekijken ter ontspanning en dan maar eens lekker gaan slapen. Gelukkig heb ik gisteravond alle singles beluisterd en meteen verhaaltjes geschreven en dus hoef ik vandaag alleen maar te kopiëren en plakken. Hierbij de volgende vijf singles uit de partij van Mark.

* Nickie Lee- And Black Is Beautiful (US, Mala, 1968)
De term ‘deep soul’ is niet alleen een hersenspinsel van Dave Godin, de man die eveneens verantwoordelijk is voor de term ‘Northern Soul’. Hij begint in 1969 eveneens een platenlabel met die naam waarop hij onafhankelijke Amerikaanse producties naar Engeland brengt. De originele Deep Soul-singles zijn duur betaalde collector’s items en het label heeft een paar jaar geleden een ‘revival’ gekregen van Ace Records. ‘And Black Is Beautiful’ is de derde single op Deep Soul en uitgebracht in 1969. Het origineel verschijnt echter al in de zomer van 1968 op het Mala-label. Ik heb hier het origineel op de draaitafel inclusief een ‘moeilijke’ passage halverwege ‘And Black Is Beautiful’. Dat is echter voor mij wel de favoriete kant. Nickie Lee is overigens deejay bij een radiostation in Miami, Florida, en heeft dan reeds een plaat gemaakt als Leroy. Ik hou het verder kort want deze single smeekt erom de Week Spot te worden. Later dus meer over dit plaatje!

* Barbara Mason- I Am Your Woman, She Is Your Wife (US, Prelude, 1978)
Ze blijven leuk! De plaatjes over mannen en vrouwen die in het verkeerde bed slapen en de romance angstvallig geheim houden voor de partner. Ik denk dat ik wel twee uren kan vullen met overspelige mannen en vrouwen. Barb is het echter helemaal zat om alleen maar lustobject te zijn en stelt hem voor de keuze. De hufter komt zelf ook nog even voorbij in de brug en, ja, dat klinkt als een glad ventje met zijn sensuele donkere stem. Doorgaans zijn ‘meesteressen’ niet jaloers op ‘moeder de vrouw’, maar Mason laat de andere kant horen. Ze zingt het nog nét niet maar als het aan haar ligt, zou ze meteen zijn vuile onderbroeken en sokken willen wassen. ‘Take Me Tonight’ is de officiële a-kant en dat is iets té gelikte disco.

* Clyde McPhatter- Crying Won’t Help You Now (US, Mercury, 1965, re: 1979?)
Een rechtstreekse kopie van de single uit 1965 maar dan op een Mercury-label dat niet is terug te vinden. Het is het Amerikaanse label met de wolkenkrabbers dat omstreeks 1978-79 werd gebruikt. ‘Crying’ is een single die zeer in trek is op dit moment en deze aparte label-variatie maakt het alleen maar spannender. De single is overigens afkomstig van ene ‘Boston’ uit Rotterdam en hij is zuinig geweest op het plaatje. Dit styreen lijkt me een stuk beter te conserveren dan de jaren zestig-Mercury. ‘Crying’ is een grootse beat-ballad met een zogenaamde ‘big city sound’. ‘I Found Love’ is eenzelfde laken een pak, maar ‘Crying’ heeft mijn voorkeur en is ook de reden van aanschaf geweest.

* Wayne Miran & Rush Release- Oh Baby (Frankrijk, Roulette, 1975)
Op het hoesje ogen Wayne en zijn mannen als een Limburgs dansorkest uit de vroege jaren zeventig. Lang haar, druipsnorren en een ‘lullige’ uitstraling. De plaat klinkt ook als het disco-probeersel van een stel allround musici. Het buit de ‘hi-hat’-techniek flink uit en het klinkt als een ‘lo-fi’ Miami-productie. Er zit iets aanstekelijks in het nummer en je zou zelfs kunnen voorstellen dat de mannen hebben geprobeerd een nieuw disco-geluid in de markt te zetten. Het klinkt bij vlagen als de drumcomputer op Carrie Cleveland’s ‘Love Will Set You Free’ en grenst voor mij aan ‘Face Of Love’ van DC LaRue en ‘Precious Memories’ van The Other Brothers. Op de b-kant staat het tweede deel en dat klinkt mij als het bekende Roulette-mopje: Single-versie op de a-kant en iets uitgebreide versie als ‘part 2’. De single is met drie minuten echter lang genoeg!

* P.J. Proby- I Don’t Want To Hear It Anymore (UK, Liberty, 1965)
Sinds oud en nieuw biedt Mark op zaterdag de ‘Saturday Soul Pack’ aan. Vaak één pakket van tien singles voor dertig pond inclusief verzending in Engeland en rond een bepaald genre of thema. Omdat ik zaterdag moet werken, mis ik de ‘soul packs’ en zijn ze verkocht en betaald als ik thuis kom. Een paar weken geleden had hij echter iets ‘nieuws’: Pakketjes van drie singles voor tien pond. Er zijn al een aantal verkocht als ik de computer inschakel en deze met P.J. Proby is nog beschikbaar. Het is de b-kant van ‘Let The Water Run Down’ en is door niemand minder dan Randy Newman geschreven. Nog vóór Alan Price de liedjes van Newman aan de man brengt! Het maakt me nieuwsgierig naar Randy’s origineel want P.J. maakt er zijn eigen ‘feestje’van. Dezelfe ‘big city sound’ als Clyde McPhatter met een heerlijk aanstellerige Proby. Het maakt het Randy Newman-nummer tot een prachtige ballade dat met overtuiging wordt gebracht. Singles van P.J. Proby hebben altijd al mijn interesse gehad maar nooit gedacht dat ik eentje in de Blauwe Bak zou zetten. Op de a-kant is het een Bo Diddley-ritme en niet echt interessant.

vrijdag 15 maart 2019

Singles round-up: maart 2



Er is nog iets dat ik probeer te voorkomen in de 'Singles round-up': Teveel singles van dezelfde artiest of groep. Natuurlijk is het leuk in een kringloopwinkel om de collectie van één naam even flink uit te breiden! In de soul-hobby probeer ik het echter zoveel mogelijk te mijden. Uit het verleden is gebleken dat sommige plaat zeer ondergewaardeerd worden in mijn collectie en eigenlijk is dat al het geval met een Betty Wright-single. De afgelopen maanden heb ik tweemaal een concessie moeten doen. Ik heb al de solo-single van Bo Kirkland in het winkelmandje als ik een 'Saturday Soul Pack' koop inclusief het 'zoekplaatje' van Kirkland en Ruth Davis. Van Otis Leavill kan ik eerst voordelig aan de Engelse Atlantic komen en vervolgens biedt Mark de Dakar-single aan voor zeer weinig. Dat maakt dat deze aflevering van de 'Singles round-up' feitelijk over drie artiesten gaat. Het heeft niet mijn voorkeur maar soms loopt alles even anders...

* Genty- Baby Goodnight (US, Venture, 1979)
Ik laat Mark vanmiddag kort weten dat de singles zijn gearriveerd en noem deze van Genty. ,,Ik weet niet wat ik erin heb gehoord toen ik deze reserveerde". Mark's antwoord is eerlijk. ,,I like (don't love) the record". Hij beschrijft vervolgens wat hij in de plaat 'hoort'. Het is een perfecte plaat voor op de koptelefoon als je een kater hebt. Tja, daar heb ik bijna tien jaar geen last meer van en dus zal ik het nuchter op me in moeten laten werken. Allereerst het label. Niet te verwarren met de westkust-divisie van Motown uit de late jaren zestig. Het Venture-label van de Genty-single is in 1979 pas een tijdje actief. Niemand minder dan Isaac Hayes tekent voor de productie. De officiële a-kant is 'You Don't Know Like I Know' maar dat is een disco-nummer van dertien in een dozijn. Het is uiteraard een nieuwe uitvoering van de kraker van Sam & Dave uit 1966. 'Baby Goodnight' is geschreven door Fred Fersh en Mignon Hayes. De laatste is de toenmalige echtgenote van Isaac. Het is een 'slow jam'. Nu luister ik het wel over de hoofdtelefoon maar de enige 'kater' die ik heb is een rumoerig achterwerk door een portie boerenpatat. Het plaatje moet nog groeien maar ik geef het met alle plezier een kans. Een tientje is immers ook teveel voor vulling van de jaren zeventig-bak en iets dat ik niet snel in 'The Vinyl Countdown' zal draaien.

* Bo Kirkland- Grandfather Clock (US, Claridge, 1975)
Ik leer op tweede kerstdag 2017 'Stay By My Side' van Bo Kirkland & Ruth Davis kennen. Dan hoor ik ook al snel van de grote Engelse hit en moet ik eveneens concluderen dat het allemaal naar meer smaakt. Zo komt eerst deze solo-single van Bo Kirkland voorbij op Mark's pagina. Spotgoedkoop omdat niemand is geïnteresseerd buiten mezelf. Het gaat uiteindelijk over grootvaders klok, maar ik heb de titel letterlijk overgenomen van het label. Hoewel het apparaat op de meest gekke momenten slaat, is zo'n klok een prachtige vergelijking voor iemand die hondstrouw is aan zijn lief. Dat Bo in de coupletjes dan ook nog stevig los kan met de woordspelingen is mooi meegenomen. Het klinkt even 'catchy' als 'Stay By My Side' dat ook na vanmiddag nog altijd een grote favoriet is van mij.

* Bo Kirkland & Ruth Davis- You're Gonna Get Next To Me (UK, EMI International, 1976)
Het jaartal komt van het label en is het jaar waarin de single oorspronkelijk is uitgebracht op het Claridge-label. Als een exemplaar in een Engelse discotheek terecht komt, ontaardt dit in een parallelle import van de plaat. Omdat EMI wel een centje wil bij verdienen, brengt dit in 1977 de single uit via EMI International. Het wordt een vrij grote Engelse hit in de zomer van 1977. Het refreintje lijkt later inspiratie te zijn geweest voor 'Oops Upside Ya Head' van Gap Band? Het is beduidend meer funky dan 'Stay By My Side' en klinkt inderdaad wel als een plaat die een volle dansvloer oplevert in de discotheek. Toch zal het Engelse succes beperkt blijven tot deze single en neemt EMI niet de moeite om het betere 'Stay By My Side' te slijten aan de Engelse disco-liefhebbers.

* Otis Leavill- I Need You (US, Dakar, 1969)
Twee korte boodschappen van Leavill op deze single. De eigenlijke a-kant is 'I Love You', maar het is 'I Need You' op de keerzijde die voor mij de doorslag heeft gegeven. In 2014 heb ik even het plan om het Blue Rock-label compleet te willen maken. Nee, het lijkt nog niet eens op een begin maar ik koop wel 'A Reason To Be Lonely' voor niet bepaald een paar stuivers of dubbeltjes. Het label van de Dakar-single geeft goede hoop. Beide nummers zijn geschreven door Eugene Record en Carl Davis en Willie Henderson tekent voor de productie. 'I Love You' is lekkere upbeat Chicago, maar de voorkeur gaat uit naar het gedragen 'I Need You'. Een prachtig arrangement en een productie zoals we dat gewend zijn van Carl Davis en zijn medewerkers.

* Otis Leaville- Glad I Met You (UK, Atlantic, 1970)
Opnieuw twee Dakar-opnames hoewel het label enkel spreekt van Atlantic. Eugene Record schrijft solistisch 'Love Uprising', de officiële a-kant. Willie Henderson is wederom de producent en Tom Washington de arrangeur. De originele Engelse persing maakt het tot een fraaie bonus. 'Glad I Met You' is beduidend meer uptempo dan de beide Dakar-kanten maar heeft weer een 'hook' die me een prettig gevoel bezorgt. 'Love Uprising' begint als een ballad maar krijgt dan opeens dezelfde 'fingersnap' als 'I Love You'. Leavill klinkt hier alsof hij Curtis Mayfield naar de kroon wil steken, maar dat is vooral de schuld van Eugene Record die het later nog een paar maal heeft geprobeerd met The Chi-Lites. Op het label van de Engelse persing krijgt Leavill opeens een extra 'e' aan het einde van de naam. Dat deden de eigenwijze Engelsen ook steevast bij Dionne Warwick. 'Glad I Met You' is de winnaar van deze single, van de vier kanten kies ik momenteel 'I Need You' als mijn ultieme favoriet.

Singles round-up: maart 1



Hoewel er geen 'redactie' meer aan te pas komt (zoals in de begintijd van Soul-xotica), wordt er nog geregeld stevig vergaderd als het aankomt op de planning. De singles van Mark zijn vanmiddag in goede gezondheid gearriveerd. In totaal twintig singles die ik het liefst meteen allemaal wil leren kennen. We kunnen het op twee manieren doen: Twee van zeven singles en eentje van zes. Of viermaal vijf. Toch wil ik de singles vanavond nog allemaal beluisteren en dus kan ik ook net zo goed 'in het voor' gaan schrijven en de concepten morgen en maandag naar de praatpaal kopiëren? Er is nog een punt waarover moet worden besloten. Ik probeer zoveel mogelijk te voorkomen dat afleveringen van de 'Singles round-up' gaan ophopen. Twee afleveringen op een dag is uit den boze, behalve vandaag. Ik ga jullie vanavond de eerste twee afleveringen brengen, morgen de derde en maandag de laatste. Ik hou zondag in dat geval voor de 'Eretitel' en zit dan weer helemaal op schema. Nu dus de eerste vijf singles uit de platen die ik sinds januari bij Mark heb gereserveerd.

* Billy Butler & Infinity- Hung Up On You (US, Pride, 1973)
Billy Butler is een klinkende naam in de Northern Soul-scene. Zijn single 'The Right Track' op het Okeh-label is al jaren een onverwoestbare klassieker waar liefhebbers, achtendertig jaar na sluiting van The Casino in Wigan, nog steeds geen genoeg van krijgen. Zoals vaker is het één specifieke single waar de meute op jaagt en hebben de mensen achter de plaatjes veel meer noten op hun zang. Neem deze goede opname van Billy Butler uit 1973. De luisteraar wordt in het intro verwelkomd door hartverwarmende strijkers waarna Billy met een kopstem in valt. Nee, hier kunnen de Northern Soul-piepeltjes niets mee. Dit is suikerzoete 'sweet soul' met een stevig crossover-randje. En dan het refrein: Ik zit van voet tot kruin onder het kippenvel. Perfectie hoeft niet duur te zijn!

* Jean Carn- Don't Let It Go To Your Head (US, Philadelphia, 1978)
Ik had stiekem gehoopt dat dit een Engelse persing zou zijn, maar helaas... het beruchte styreen van Philadelphia. Deze single is 'new old stock' en klinkt op dit moment nog goed. Het is de vraag hoe lang dit zo blijft? Het nummer is zeker de moeite waard om grijs te worden gedraaid. Soms heb ik een 'down' moment en denk ik wel eens: 'Waarom doe ik dit alles?'. Als je dan deze plaat van Jean Carn op zet, geeft het meteen antwoord. Het is de 'hook' van een refrein dat me zo aangenaam 'verrast' dat ik er hebberig van word. Als de rest van de plaat dan ook nog eens helemaal klopt, ben ik vlug bereid. Jean Carn is gemaakt voor de dansvloer zonder dat het oubollige disco wordt. Het blijft overal 'sophisticated' en beduidend minder Philadelphia dan dat je zou verwachten van een compositie en productie van de heren Gamble en Huff.

* Otis Clay- It's Easier Said Than Done (US, One-derful!, 1966)
Ik hoop dat de klap niet té hard aankomt voor de liefhebbers, maar... er zit geen Betty Wirght in deze bestelling. Wel eentje van Otis Clay. Een zanger die sinds zijn overlijden plots een eigen koffer gaat opeisen. Ik heb in deze drie jaar vier singles van de man in de Blauwe Bak en daar komt vandaag eentje bij. Ik kan het nauwelijks geloven: Een originele jaren zestig-single van Otis Clay voor zo weinig! Blijkbaar is iedereen alleen maar op zoek naar 'The Only Way Is Up' en zijn deze bereid idiote prijzen te betalen voor een stuk gedraaide schijf styreen. De prijs en de groeiende Otis Clay-verzameling zijn de voornaamste redenen van aanschaf. De plaat zélf? 'It's Easier Said Than Done' is Southern Soul als een klap in je gezicht. Misschien een beetje té funky voor de Northern Soul-liefhebbers en de reden waarom deze single nog relatief goedkoop op de kop valt te tikken. Hij doet mij erg denken aan de single van Willie Parker op President: 'You Got Your Finger In My Eye'. Niet toevallig omdat ook die oorspronkelijk op One-derful! is uitgebracht. De b-kant is langzamer maar wil niet de snaar raken als bijvoorbeeld 'Do Right Woman, Do Right Man'.

* The Delfonics- He Don't Really Love You (UK, Mojo, 1966, re: 1971)
Het speuren naar onvindbare platen uit vervlogen tijden is niet iets van de laatste paar jaar. Na enkele grote hits te hebben gescoord willen de fans opeens allemaal een exemplaar van de eerste single van The Delfonics. Dat is in augustus 1966 volgens een bron op 45cat voor het eerst uitgebracht op het Moon Shot-label. Opvallend is dat het catalogusnummer '6703' is waardoor het lijkt dat de plaat in 1967 is uitgebracht. Het legendarische Engelse tijdschrift Blues & Soul denkt in 1971 zelfs dat 'He Don't Really Love You' kort voor 'La-La Means I Love You' is opgenomen, maar dat is niet helemaal waar. Er zit zestien maanden en een tweede single tussen beiden. In 1971 is de vraag groot genoeg om een officiële Engelse release te krijgen bij Mojo. Het is een rechtstreekse kopie van de single buiten de spelling om: Op Moon Shot heet de band The Del Fonics. Tommy Bell is de producent en arrangeur en hem kennen we beter als Thom Bell. Beide kanten zijn zeer fraaie ballades waarop The Delfonics hun magische harmonieën voor het eerst tentoonspreiden zonder dat het 'ingewikkeld' wordt zoals op 'Didn't I Blow Your Mind This Time'. 'He Didn't Really Love You' is mijn favoriet van de twee. Nog eens draaien!

* Free Spirit- Love You Just As Long As I Can (US, Chess, 1974)
Een promo met de instrumentale kant op de keerzijde. Waar Jean Carn en The Delfonics weinig last hebben van Philadelphia, daar ademt het meteen al in het intro van Free Spirit. Het is dan ook opgenomen in de Sigma Studio in Philadelphia maar op de markt gebracht door GRT met een landelijke distributie door Chess. Het klinkt alsof het een hele grote hit is geweest en dat is in ons land allerminst het geval geweest. Onbekend maakt niet onbemind en ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die dit nummer na één keer luisteren niet kunnen fluiten. Snel door naar deel twee!