zondag 12 augustus 2018

Alle regen komt van boven



In de jaren negentig ga ik bijna ieder jaar met mijn ouders naar Denemarken. In 1994 ga ik solistisch op vakantie en in 1995 komt het er niet van. In 1998 en 1999, de jaren in Engeland, ga ik met vakantie in Nederland. Eenmaal terug in Nederland verdwijnt de behoefte aan vakantie. Het heeft er deels mee te maken dat ik 'vrijwillig' werkloos blijf waardoor ik zeeën van vrije tijd heb. In 2004 en 2005 zijn de bezoekjes aan België erg goed bevallen en in 2006 besluit ik echt weer eens vakantie te houden. Ik ben in 2005 op de dolle roes naar de Lokerse Feesten gegaan en hou sindsdien de website in de gaten. 2006 is het laatste 'goede' jaar voor de Lokerse Feesten, wat mij betreft. Geen minimum voor de muntjes en iedere avond een tientje entree met uitzondering van één 'dure' avond en een goedkope avond met Nederlandse en Belgische acts. Zoek maar uit! In 2006 valt mijn keuze op de avond met Bauhaus, The Cramps en Nid & Sancy. Het weekend erop verblijf ik in Antwerpen op het Dead Petrol-festival. De overige herinneringen aan dit uitstapje kunnen later nog wel eens, ik wil me nu beperken tot de weg terug naar Nederland. Een uiterst bizarre fietstocht!

Het kraakpand in het Antwerpse havengebied is vorig jaar ontruimd en afgebroken. Het werd nagenoeg niet bewoond en vooral ingezet als 'cultuurhuis' voor dingen die elders in de stad nauwelijks aan bod kwamen. Dead Petrol is daar een goed voorbeeld van. Een festival dat zich opwerpt voor elektronoise, geluidskunst en aanverwante 'moeilijke' muziek. Het is de hoek in de muziek waar ik me in 2005-06 goed thuis voel. Het festival wordt op zondagmiddag afgesloten met een dis en ik heb toestemming gekregen om een nachtje op het terrein te logeren. De volgende morgen verlaat ik Antwerpen. Het gaat gepaard met een twijfelend zonnetje, heel anders dan dat de berichten tot dan toe hebben beloofd. Het lijkt er op dit moment nog helemaal niet op, maar het voorspelt hevige regenval. Vol goede moed verlaat ik Antwerpen en het is nog altijd droog. Misschien word ik wel een beetje té ontspannen en kan ik beter iets opschieten? Een paar uren later begint het te druppen. Nog niets extreem en dus fiets ik lekker verder. In Kalmthout ben ik even het spoor bijster. Ik hoop bij het station (van de afbeelding) een plattegrond te vinden, maar helaas. Gelukkig kun je in België dan nog steeds wildvreemden aanspreken zonder dat ze je de rug toekeren. Zo raak ik aan de praat met een man. Hij slaat achterover als hij mijn plan hoort. ,,Op de fiets naar Holland?", zegt hij terwijl hij een graai doet in zijn broekzak. ,,Hier! Pak alstjeblieft de trein terug". ,,Maar dat is teveel", protesteer ik nog, maar de man wuift het weg. Hij heeft me zonet een biljet van vijftig euro gegeven. Zomaar... uit het niets... Ik heb niet gebedeld en heb evenmin over geld gesproken (ook al ben ik nagenoeg blut). Dat het geld niet aan een reis wordt besteed, is me meteen al wel duidelijk.

Ik fiets nog wat rond en als ik er zeker van ben dat de man mij niet meer ziet, fiets ik haastig Kalmthout uit. De regen wordt evenwel serieuzer. De druppels worden groter en het gaat constant door. Ik heb zin in een shagje maar kan onmogelijk eentje draaien zonder dat de vloei doorweekt is. Ik fiets in het wilde weg en kom op plaatsen waar ik nooit ben geweest en nimmer weer wil komen. Onderweg passeer ik een bezoekerscentrum van een nabijgelegen bosgebied. Daar maar even informeren welke kant ik op moet. Onder de luifel van het kantoor draai ik het shagje, maar veel voldoening geeft het niet. Mijn handen zijn verkleumd en door en door nat. Ik hoef ze niet droog te vegen aan mijn kleding, want alles is nat. Drie trekken nicotine en ik ben er wel weer klaar voor. Plotseling komt de omgeving me ook bekend voor. Ofwel: Ik heb de spoorlijn (Roosendaal-Antwerpen vv) weer gevonden en weet nu welke kant ik op moet naar Nederland. Nabij de camping waar ik een paar dagen geleden de vakantie ben begonnen, begint de regen hardnekkiger te worden. Tussen dat dorp en Essen gaan tenslotte de luiken open. Het is een stortregen. Ik voel mijn legerkisten vullen met water en ook mijn onderbroek kan ik, geloof ik, wel uitwringen. Ik koers snel naar Essen. Bij Citroën-garage en benzinestation Parmentier zoek ik een afdak en loop zo het winkeltje binnen. Ik heb niet in de gaten dat ik intussen de boel blank zet door mijn binnenkomst. De vrouw achter de balie is allesbehalve kwaad.

Ik mag gaan zitten en zoveel koffie drinken als ik wil. Intussen gaat ze naar de werkplaats. Ze komt terug met een oude joggingbroek, t-shirt en een jas met olievlekken. ,,Trek dat maar aan en gooi het weg als je thuis bent". Ik voel me als herboren met het 'nieuwe pak' aan. Een uur later wordt het droog en klaart het vooral aan de Nederlandse kant op. Ik stap snel weer op de fiets en ga naar Bergen Op Zoom. Daar begint het te regenen, maar dan sta ik beschut op het station. In de trein ga ik naar de wc en trek een, wonderwel droog gebleven, korte broek aan. De oliekleding gooi ik thuis weg en de eigen spijkerbroek en jas in de wasmachine.

De man van de vijftig euro heb ik nooit weer gezien. Parmentier zoek ik een jaar later op om een doosje chocolaatjes te brengen. Degene achter de balie is iemand anders en begrijpt niet goed waar ik het over heb. In Essen mogen ze het zijn vergeten, het staat mij twaalf jaar later altijd nog helder bij!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten