dinsdag 18 mei 2021
Week Spot: Mel & Tim
Ben ik wellicht een dag té vroeg geweest met fietsen? Dat is iets wat ik mezelf heb afgevraagd. Of het weer moet anders zijn geweest dan in Uffelte waar de zon de hele middag uitbundig aanwezig is geweest en het in de schaduw zelfs warm maakt. Ik heb zitten denken om in de tuin aan het werk te gaan maar ik moet ook nog een speellijst voor 'Tuesday Night Music Club' maken en daarna komt er weinig meer van terecht. Ik zal de komende dagen tussen de buien maar eens aan de slag moeten. Het gras moet worden gemaaid en verder vragen de struiken aan de weg ook om aandacht. Wellicht dat de controle nu zwaarder wordt nu het informatiepaneel van de fietsknooppunten recht tegenover mijn tuin is gesitueerd. Het is ook best fijn om even te rusten na zo'n energieke dag als gisteren, zeker als je het vergelijkt bij de afgelopen weken. Ik heb het weer eens 'lastig' met de Week Spot voor deze week, hoewel het nu pure luxe betreft. Welke van de platen uit de handel van Mark zal ik eens naar voren schuiven als de Week Spot? Bij voorkeur een plaat waarover op zijn minst een heel klein beetje is te vertellen. Dan kom ik uit bij 'I'm The One' van het duo Mel & Tim uit 1971 en dat mag deze week de Week Spot heten.
Zoals jullie zullen weten doen elpees niet mee in de verzameling en cd's al helemaal niet. Toch heb ik van 1993 tot en met 2011 regelmatig cd's gekocht. De laatste cd die ik nieuw heb gekocht was van Hooverphonic, de band die België vanavond een stap verder heeft gebracht op het Eurovisie Songfestival. Cd's is vooral in de periode dat in Nederland niet tot nauwelijks nieuw vinyl is te krijgen en de voorbespeelde cassette bijna onopgemerkt uit de schappen is verdwenen. Dan heb je ook nog het equivalent van een Youtube-rip: De verzamel-cd. In veel gevallen is het gemakkelijk binnenlopen met een paar grote hits en een hoeveelheid rommel, al dan niet opnieuw opgenomen door één of meerdere leden van de groep. Ik weet niet meer precies welke cd het is geweest, maar het zal omstreeks 1995-96 zijn geweest dat ik kennis maak met Mel & Tim. Hun 'Backfield In Motion' is zo'n plaatje dat op verschillende jaren zestig-compilaties staat. De overeenkomst met de naam van Mel & Kim valt me direct op en maakt dat ik de naam van de act kan heriineren als het hoesje en cd-boekje al lang zoek is geraakt. Omstreeks 1997 draai ik ze vaak en veel op de discman.
'Backfield' heb ik inmiddels al zeven jaar op een single en geheel in lijn met de budget-compilatie op een bootleg. Het label is een parodie op het Oldies 45-label van Vee Jay (dat in de jaren zestig vroege singles van The Beatles doet verschijnen in Amerika) en de single bevat twee titels die nooit eerder op het Oldies-label zijn uitgebracht. Ik reken 'The Joker Went Wild' van Brian Hyland als de a-kant en daarmee staat het al jaren in de reserve-Blauwe Bak. Anderhalf jaar geleden kom ik op de platenbeurs in Steenwijk de Duitse 'Starting All Over Again' tegen met fraai fotohoesje. De plaat heeft wel op de nominatie gestaan om Week Spot te worden maar het blijft erbij. Nu zijn de beide heren echt aan de beurt.
Melvin McArthur Hardin heet kortaf Mel. Hubert Timothy McPherson heeft zijn tweede naam als roepnaam en dat wordt dus kort gezegd Tim. Melvin en Hubert zijn neven en groeien op in Holly Springs in de staat Mississippi. De details gaan niet ver terug in hun jeugd. We zullen dus nooit weten of Mel en Tim afzonderlijke talenten zijn geweest in het kerkkoor of dat ze meteen samen als duo uitblinken. Feit is wel dat de families hun zangtalenten serieus nemen en de gezinnen verhuizen naar Chicago om de heren in het muzikale centrum te brengen. Yolanda Hardin, de moeder van Mel en de tante van Tim, is zelf zangeres geweest en werpt zich op als zakenbehartiger van het duo. De neven en nichten doen elk hun deel in de zaken rondom Mel & Tim. Yolanda brengt Mel & Tim onder de aandacht van Gene Chandler en op die wijze komt een contract bij Bamboo Records. In juli 1969 verschijnt de debuutsingle voor Mel & Tim: 'I've Got Puredee'. Toch hoeven de mannen niet lang te wachten want in september 1969 verschijnt hun 'signature tune': 'Backfield In Motion'. De single stoomt moeiteloos naar een derde plek in de R&B en een tiende positie op de Pop. In januari 1970 verschijnt de opvolger: 'Good Guys Only Win In The Movies'. Ook dat zal nog een redelijke hit worden. De verkoopsuccessen nemen snel af en volgens mij gaan de zaken voor Bamboo ook niet heel erg goed. Het lijkt erop alsof 'I'm The One' verschijnt als het duo reeds is vertrokken naar Stax.
'Starting All Over Again' is in 1972 een grote hit en hoewel het duo twee albums mag opnemen, is daarmee wel het meeste van het verhaal verteld. Het duo is in 1973 nog te bewonderen op het Wattstax-festival en een jaar later gaat de stekker uit het duo. Tim is ons in 1986 ontvallen. Hij heeft dus niet meer het succes uit de latere jaren meegemaakt. Dat is het geval als Cypress Hill een stuk uit 'Good Guys Only Win In The Movies' gebruikt voor de hit 'Insane In The Brain'. Zoals zo vaak bij artiesten en groepen uit de jaren zestig en dan vooral de eendagsvliegen en marionetten van de platenmaatschappij, zijn de muziekrechten in de loop der tijd verhandeld en eigendom van reclamebureaus en dergelijke. Er zijn slechts enkele muzikanten die het voor elkaar hebben gekregen om alle rechten weer in bezit te krijgen. Dave Clark van Dave Clark Five is daar eentje van. Zelfs David Bowie strijdt zijn hele leven tegen Decca dat opnames uit 1967-68 opnieuw doet verschijnen.
Ik kom superlatieven tekort als ik de single mag introduceren in de 'Singles round-up' en opnieuw kan ik het weer niet onder woorden brengen. Het is de zwanenzang van Mel & Tim voor het Bamboo-label en hun mentor, Gene Chandler, zit aan de knoppen. Dat moet dus wel magie opleveren en dat is dan ook het geval. Mel & Tim is bovendien een duo dat in elf jaar Soul-xotica niet tot nauwelijks aan bod is gekomen, dus het wordt eens tijd!
maandag 17 mei 2021
Diagonaal zeven letters: Zaterdag 15 en maandag 17 mei
Vrijdag en zaterdag trap ik het gas extra diep in omdat ik zo nodig alle nieuwe aanwinsten in 'Do The 45' moet draaien. Welnu, dat is niet gelukt. Herinnert me tevens aan het gegeven dat ik 'Do The 45' nog moet uploaden en doe dat waarschijnlijk morgenavond samen met de verse 'Tuesday Night Music Club'. Ik laat zaterdag weten 'even geen tijd te hebben' voor een bericht over een fietstocht, maar ook dat valt reuze mee. Jullie hebben op dit moment nog een 'Singles round-up' te goed over de zes Zweedse singles en de 'ontbrekende' aflevering van 'Het zilveren goud' kan nog wel eens in de volgende twee weken. Of heeft het 'geen tijd hebben' te maken met mijn gesteldheid op zaterdagmiddag? Het lijkt me wel een goede verklaring. Enfin, zaterdagmiddag 'stelt niet veel voor' en ook het ritje van vanmiddag zou niet heel bijzonder moeten zijn. Ware het niet dat het vanmiddag flink uit de klauwen is gelopen, maar soms 'gebeurt dat gewoon'. Hierbij dus het verslag van twee fietsavonturen.
Als je tussen Uffelte en Ansen en Dwingeloo op vier zeer willekeurige momenten een foto neemt en deze samenvoegt tot een collage op het een stukje karton met de tekst 'Vakantiegroet uit Drenthe', dan zou dat voor een ansichtkaart kunnen doorgaan. Je raakt verwend in deze omgeving, hoewel ik probeer om iedere keer weer even te genieten van het bos als ik bijvoorbeeld naar Havelte fiets. Laatst stak nog een hert over. Zaterdagmiddag voel ik aan de ene kant wel de neiging om te fietsen. Ik kan namelijk erg eenvoudig naar Havelte om daar boodschappen te doen, maar heb mijn hoofd geprogrammeerd op boodschappen in Dwingeloo. Omdat ik vast enkele gekoelde producten ga halen, moet ik het 'toeristische' op de heenweg doen want ik moet niet veel langer dan een half uur met gekoeld spul in mijn ongekoelde fietstas onderweg zijn. Wat gaan we aantrekken? Volgens mij is het niet koud buiten. Er wordt wel wat regen verwacht. Het waterafstotende nylon jasje over de blote armen lijkt me in eerste instantie té koud. Toch maar de hoodie eronder. Ik voel me op wintersport als ik de jeugd in Uffelte in t-shirts zie fietsen. Ik kom er al snel achter dat de hoodie achterwege had mogen blijven. Het shirt plakt me aan de rug. Ik ga via Rheebruggen en Ansen naar de Anserdennen. Bij de schaapskooi rook ik een peukje voordat ik de heide oversteek naar de radiotelescoop op het Dwingelderveld. Langs de bosrand fiets ik naar Dwingeloo. Ik doe de boodschappen en heb aanvankelijk het plan om via Dieverbrug, Diever en Wittelte terug te fietsen. Ach, waarom niet wéér door het bos? Aan de rand eet ik een broodje en drink een pakje karnemelk. In het bos krijg ik de langverwachte regen en in Ansen is het alweer droog. Ik fiets vrijwel hetzelfde terug naar Uffelte. Ik ben twee uren onderweg geweest. Genoten? Nee, dat niet echt. Het voelt zelfs even aan als een verplichting.
Ik ben de coils voor de elektronische sigaret kwijt. Ik heb ze twee weken geleden gekocht en vermoed dat ze in een bak met singles zijn gevallen. Alleen.... welke? Ik heb nog niet de moed kunnen verzamelen om alle bakken (en koffers) met singles ondersteboven te houden en de kortste klap is om nieuwe te halen. Dat moet vanmiddag gebeuren. Op zichzelf niets bijzonders: Op en neer langs de Drentse Hoofdvaart van Uffelte naar Meppel. Samen wellicht iets van twintig kilometer en gesneden koek. Of... gaan we iets anders doen? Ik heb de Buienradar gekeken en deze geeft aan dat gedurende de middag kleine buitjes gaan plaats vinden. Er is niet een specifieke periode dat het droog is voor de duur om op en neer naar Meppel te fietsen. Ditmaal doe ik het nylon jasje zo over de blote armen en... jawel... dat kan prima! De zon schijnt als ik Uffelte verlaat. Ik heb iets van een idee dat ik over De Wijk wil fietsen. Dat hoeft niet heel extreem te worden. Het plan is eerst om via Ansen en Ruinen te gaan en vanuit die laatste plek naar Hees (van de camping waar ik vorig jaar zomer had willen kamperen). Dan wellicht richting Koekange en het viaduct over naar De Wijk. Nee, het loopt anders. Als ik op Hees kom, kijk ik toch even op de bordjes. Hoewel een zak zure appels in de lucht hangt, besluit ik de route uit te breiden. Ik fiets terstond de bui binnen. Ik ga door de bossen naar Echten. Bij de winkel in Ruinen heb ik een paar broodjes en bekers ijskoffie gekocht en nuttig de eerste vlak voor Echten. Dan neig ik weer naar Koekange en kijk weer even op de borden. We zitten dan al niet ver van Hoogeveen en Zuidwolde vandaan en dat laatste klinkt aantrekkelijk. Met 'even naar Meppel om coils te halen' heeft het dan al helemaal niets meer te maken.
Het gaat vanmiddag praktisch vanzelf. Op de mp3-speler heb ik 'The Vinyl Countdown' van gisteravond en dat is een knallende show bomvol 'tunes'. Ik krijg een paar maal een vakantiegevoel. Met een beetje fantasie is het de maandag van de zomervakantie. Een beetje wisselvallig maar dat stoort me niet op deze dagen. In de vakantie moet gefietst worden! Vanaf de winkel in Ruinen tot het benzinestation in Meppel heb ik continu de oorschelpen op en merk het als ik ze af zet. De muziek heeft me 'gedragen' door het landschap en maakt dat ik er lol in heb. Ik fiets door de Hoofdstraat van Zuidwolde en doe een stukje dat erg onnodig is, maar wel mooi. Je fietst het dorp door en laat het achter je. Na ongeveer een kilometer ga je rechts en fiets je eigenlijk terug naar het dorp. Nu dan over het buurtschap Bazuin. Hoe lang is het geleden dat ik hier voor het laatst ben geweest? Het fietspad bij Drogt geeft antwoord: Ze zijn in september 2014 met de aanleg begonnen. Het is achteraf gezien het 'ge-Vecht tegen de drank' geweest op 2 april 2014. Voordat het fietspad werd aangelegd... Bij een bankje drink ik mijn laatste beker ijskoffie. Ik heb twee mogelijkheden. Of ik ga in Fort in noordelijke richting of vlak voor De Pieperij rechtsaf naar Bloemberg. In Fort regent het even flink en voordat ik het weet ben ik bij De Pieperij. Ik heb nog even het plan om een stukje Staphorsterbos mee te pakken, maar nee, het is onderhand wel mooi geweest. Vanaf Bloemberg volg ik braaf het fietspad langs de Commissieweg naar De Wijk. Vanuit De Wijk is het gesneden koek. Ik trakteer mezelf nog op een stukje De Wetering en wil ook de stoplichten bij het ziekenhuis vermijden. Ik ga dus een stuk door de Oosterboer. Ik heb de routeplanner gebruikt het om het uit te rekenen. Als ik bij de Total stop, heb ik inmiddels 48 kilometer erop zitten.
Buiten de coils haal ik ook een pakje zuiveldrank en heb ik driekwart van mijn tweede croissant over. In het parkje bij de Paradijsweg maak ik deze burgemeester. Het moet een zonderlinge vertoning zijn want ook hier regent het even flink. Ik fiets verder de Paradijsweg af en langs de sluis bij de kalkovens. Daarna pak ik gewoon rechttoe rechtaan het fietspad langs de vaart. Omdat de show bijna ten einde is en ik geen zin heb in andere muziek heb ik bij de Total mijn koptelefoon in de fietstas gestopt. Ik merk onderweg naar Havelte dat de tocht onmogelijk zou zijn geweest zonder muziek. In Havelte doe ik boodschappen en word op de laatste kilometers nog getrakteerd op een zure douche van moeder natuur. Ik schuil zelfs nog even bij de begraafplaats, maar ach... over twee kilometer kan ik een droge broek aantrekken en kan broek en jasje aan het droogrek hangen. Evenals het shirt en de korte broek die ik eronder draag want deze laatste kilometers wegen het zwaarst! Ik ben om kwart over zes thuis en moet tussen één en half twee zijn vertrokken. Dat kan ik dan ook weer berekenen dankzij de mp3-speler. Het 'bochtje om' is dus een fietstocht van zestig kilometer geworden.
zaterdag 15 mei 2021
Singles round-up: mei 8
De Buienradar voorspelt pas regen na vijf uur en dat zou betekenen dat ik straks best nog een eindje kan fietsen. Hoewel het tochtje dat ik in gedachten heb normaal gesproken wel een 'Diagonaal zeven letters' wordt, heb ik daar nu even geen tijd voor. Ik zal in ieder geval nog een bezoekje aan de winkel moeten brengen en in plaats van Havelte kan ik dat ook wel eens in een andere plaats doen. Dat is het idee. Vooralsnog geniet ik van een bakje koffie en besluit om nu nog even het laatste deel van de singles van Mark te behandelen. Ik ben van plan om vanavond alle 'prijskanten' te draaien met aanvullend de Week Spot, de Week Spot Carousel en een Praise Of The Week. De laatste zou zomaar een plaatje uit de Zweedse bestelling kunnen zijn, maar dat moet ik straks even checken. De plaatjes zijn dus vanaf vanavond elf uur te horen op Wolfman Radio, maar ik verwacht dat de Mixcloud-link ook snel beschikbaar komt.
* Peggy Scott & Jo Jo Benson- We'll Make It (US, GCS, 1983)
Met Peggy en Jo Jo heb ik een paar jaar geleden een valse start gemaakt. Ik bemachtig dan de Amerikaanse persing van 'Soul Shake' en meen dat het me alleen maar als 'soul' is verkocht vanwege de titel. De plaat zal wel lange tijd in de reserve-Blauwe Bak staan, maar voor mijn gevoel kan ik er niet veel mee. In 2019 leer ik dan 'Pickin' Wild Mountain Berries' kennen en val vooral voor de keerzijde: 'Pure Love And Pleasure'. Dit mag nog een week de Week Spot heten. Sindsdien heb ik een 12"-single van Peggy Scott uit 1978 aan de collectie toegevoegd en nu deze reünie-single van het duo. Vijftien jaar na het succes van 'Soul Shake' en acht jaar na de laatste samenwerking op de plaat maken ze deze single. 'We'll Make It' is de eigenlijke b-kant. Ik herinner me het als uptempo en nu blijkt dat de labels zijn omgedraaid. 'Dan eerst de a-kant. 'Too Far Gone' is een ballade van een getrouwde man en een getrouwde vrouw die erg veel voor elkaar voelen, maar tegelijk ook nog getrouwd zijn met iemand anders. Weer eentje voor de collectie. Ja, 'We'll Make It' is de reden van aanschaf. Een lekker uptempo disco-nummer en de stemmen van Peggy en Jo Jo blijven elkaar complimenteren. Het is allemaal niet heel erg bijzonder, maar leuk genoeg!
* Simtec & Wylie- Cross That Bridge (US?, Bridges Unlimited, 1973, re: 19??)
'Specially for DJ-use' is het enige dat op het label staat vermeld. Niets of niemand lijkt Bridges Unlimited te kennen en er staat evenmin een adres op het label. Het lijkt me een bootleg? 'Cross That Bridge' staat niet op de elpee 'Gettin' Over The Hump' en dus is dit een nieuwe aanvulling op de verzameling. Het is één van de allermooiste nummers van het duo en het klinkt perfect op deze vinylpersing. Een wereldnummer waarbij ik superlatieven tekort kom. Op de keerzijde staat 'London Bridge' van Quickest Way Out dat oorspronkelijk in 1980 is uitgebracht. 'London Bridge' is gebaseerd op het kinderrijmpje maar dan verwerkt in een sweet soul-jasje met extra coupletjes. Een zeer eigenaardig ding, maar wel een schitterend nummer als gevolg. Simtec & Wylie is de prijskant voor mij.
* Elvin Spencer- Lift This Hurt (US, E.S. Cozy, 1971, re: 19??)
Omstreeks 2015 heb ik even de ambitie om alle Twinight-singles te gaan verzamelen. Ome Greg doet rond dezelfde tijd een uitspraak welke me laat nadenken: Als je probeert de catalogus van een platenlabel te verzamelen, ben je op een bepaald moment bezig met sigarenbandjes. Je betaalt kapitalen voor platen die je nooit zal draaien. Dat geldt eveneens voor Twinight want ook dat heeft een paar dure titels. Ik weet niet hoe het zit met 'Lift This Hurt'. Ik weet wel dat het de typische Twinight-sound heeft die ik graag mag horen. Elvin heeft een bluesy geluid en muzikaal zit het tegen 'Be My Lady' van The Dynamic Tints aan. De keerzijde komt eveneens uit de Twinight-stal maar is wel echt de blues. Ook dit wordt gekenmerkt door de fraaie stereo-verdeling welke maakt dat Twinight één van mijn favoriete labels is.
* Richard Stoute- Pity This Fool (Barbados, Wirl, 1976)
Ik hoef alleen maar de link naar de Youtube-video te zien of ik heb al gezegd dat ik het wil reserveren. 'Pity The Fool' is lekker 'deep' en de Fairlight is anders in gebruik naar het schijnt. Nu horen we een elektronisch orgel op de achtergrond. Jammer dat we tegenwoordig afstand dienen te houden want hoe fijn zou het zijn om een dame in de armen te nemen en de zolen van de schoenen te schuifelen. De andere kant heet 'I'm Free' en is meer de gebruikelijke 'spouge'. Een beetje een verknipt reggae-ritme. Niet onaardig maar ook niet steengoed. Ik blijf het bij 'Pity The Fool' houden. De begeleiding is overigens van Flatbush. Er zijn dus meerdere bands op Barbados buiten The Dynamics.
* The Teques- If I Could (US, Star-Vue, 1980)
Ik ben druk aan het zoeken maar kom niet verder dan 1980, zoals vermeld is op 45cat. 'If I Could' klinkt toch een paar jaar ouder in mijn oren. Het is zeer prettige crossover van een damesgroepje. Eigenlijk is dit de b-kant en ik zie dat Sheryl Swope aan 'Why Must It Be' heeft mee geschreven. Ook dat klinkt niet echt 1980 in mijn oren om eerlijk te zijn. Opnieuw weer lekkere crossover-sweet soul zoals we dat vooral in de vroege jaren zeventig horen. Ik moet nog gaan bepalen wat uiteindelijk de favoriete kant wordt, wellicht dat dit een kandidaat is voor 'Beside The A-side' in de show van vanavond?
* Ullanda- Around And Around (US, Ocean, 1979)
Ullanda McCullough is haar volledige naam en dat heb je eveneens nodig om het plaatje op Youtube te vinden. Het label vermeldt echter gewoon Ullanda. 'Around And Around' is de keerzijde van de single en daar begin ik mee. Bij sommige platen vraag ik me oprecht af wat ik erin heb gehoord toen ik het heb gereserveerd en bij 'Around And Around' wordt me het niet duidelijk. Het is een pure ballade, erg sfeerrijk maar ook een beetje 'meh'. Op de a-kant staat een disco-update van 'Want Ads' van The Honey Cone en kan me evenmin voorstellen dat ik het hiervoor heb gekocht. Ik denk dat ik 'Around And Around' toch nog maar eens een kans moet geven op een ander moment.
* The Val-Rays- It Hurts Doesn't It Girl (US, United Artists, 1967)
Ik luister vrijwel iedere maandagavond naar de Northern Soul-show van mijn collega en blijf genieten. Qua kopen van platen ben ik al lang klaar met Northern Soul. Je betaalt op het laatst kapitalen voor een plaat die precies in een straatje past met vijf andere 'klassiekers' en zo ben ik mijn grenzen gaan verleggen. Mark biedt zo nu en dan nog een Northern plaatje aan en in geval van The Val-Rays blieft dat ook nog wat extra ponden. Een uur later heb ik al spijt. Nu draai ik het plaatje en krijg meteen een glimlach op mijn gezicht. Want dat is precies waar Northern goed voor is. Het zit wel aan de poppy kant van de Northern Soul, maar de groove is goed en daar gaat het om in de beweging. Op de keerzijde staat 'I'm Walkin' Proud' en daar ligt het tempo beduidend lager. Het styreen heeft minder last van distortion maar 'I'm Walkin' Proud' is helaas niet de 'beat ballad' waarop ik zou hopen, maar het is zeker niet slecht.
* Dionne Warwick- Once You Hit The Road (US, Warner Bros., 1975)
Ik besluit de singles van Mark met wederom een Dionne Warwick. Opnieuw een plaatje uit haar Warner Bros.-periode uit de midden jaren zeventig. Het is niet het meest bekende werk van de zangeres, maar met Thom Bell maakt ze enkele prachtige platen. Het plaatje is van een zondaar geweest, want het vermeldt als datum 14 december 1975. Dat is op een zondag en ge zult op zondag geen platen kopen. Misschien is er sprake van een vergissing? Thom Bell zorgt wederom voor een groots intro waarna Dionne's markante stem mag schitteren. Het tempo is fijn en het styreen nog bijzonder goed (hoe lang nog?). Omdat ik de singles op alfabetische volgorde ga draaien, mag dit vanavond de uitsmijter worden. Lekker 'feelgood' eindigen, dat mag ook wel eens. 'World Of My Dreams' is een prachtige ballade met ook weer een prachtige opbouw, maar mijn voorkeur gaat uit naar 'Once You Hit The Road'. Dan wordt het nu tijd voor mij om de weg te gaan slaan...
vrijdag 14 mei 2021
Singles round-up: mei 7
En omdat het zo lekker gaat, gooi ik meteen een extra aflevering er achteraan. Vanavond ben ik 'druk' met de radio omdat ik 'Afterglow' doe om één uur 's nachts (onze tijd) en na 'Do The 45' op zaterdag gebeurt op Soul-xotica ook vaak niet veel. Ik wil proberen morgenmiddag het laatste deel te publiceren en dan kan ik zondag eventueel een dagje vrij nemen. De foto is ditmaal gemaakt in mijn luie stoel in de woonkamer. Omdat het hoesje van Donell Rush een vervelende weerkaatsing geeft als die plat ligt, heb ik de foto ietsje 'ruimtelijker' gemaakt ditmaal.
* Mel & Tim- I'm The One (US, Bamboo, 1971)
De grote Gene Chandler zit achter de knoppen als Mel & Tim dit op de band zetten. Helaas heeft het styreen een paar diepe krassen, iets dat normaliter niet hoorbaar is bij styreen. De mannen van 'Backfield In Motion' kunnen heerlijk uit de voeten in de langzamere nummers en 'I'm The One' is daarvan een sprekend voorbeeld. Een buitengewoon smakelijk nummer! 'Put An Extra Plus To Your Love' is mede-geschreven door de heren Wylie Dixon en Simtec Simmonds en is iets meer funky. Niet onaardig, zeker niet, maar mijn voorkeur gaat uit naar het heupwiegende 'I'm The One'.
* Ronnie Miller- I Owe You Love (Canada, Stardust, 1975, re: 2003?)
Het Stardust-label is een soort van twijfelgeval. Zijn het nu ongegeneerde bootlegs of is het qua rechten niet zo netjes geregeld? Heeft het label toestemming om de catalogus van 'majors' te plunderen en zien de oorspronkelijke belanghebbenden nog een dollar terug van de verkoop? Feit is dat Stardust al bijna twintig jaar niet meer bestaat en een flinke stortvloed aan releases heeft gehad. Soms zijn het oude hits, maar vaker nog platen die populair zijn in een 'scene' en waarbij het onwaarschijnlijk is dat de 'major' op de vraag gaat inspelen. Deze van Ronnie Miller zie je niet vaak. Rechtstreeks genomen van de originele vinylsingle want in het intro hoor je dat de plaat wordt opgezet. Het origineel is op berucht Polydor-styreen en dus is een Stardust meer dan welkom. Een beetje 'modern' voor Stardust-begrippen, maar verder een zeer fraai nummer dat volgens mij de grote dag nog moet beleven. Ik ga het lot een handje helpen. Op de keerzijde een oudje van The Dynamics. 'I Need Your Love' zal ongetwijfeld de reden van aanschaf zijn geweest want dit is een 'hit' in de Northern Soul. Dat heeft onlangs nog een release gehad op Outta Sight, dus de belanghebbenden hebben toch nog iets verdiend! Ik ken 'I Need Your Love' nog van de 'Northern Soul Jukebox' en het neemt me terug naar fietstochten in de jaren 2012-13. Leuk als 'klassieker' naast 'The Duck'.
* Dorothy Moore- Love Me (US, Malaco, 1975, re: 1981)
Mark wijst meteen op het rare label en dat is als ik onderzoek ga doen naar de plaat. Dorothy heeft in 1975-76 een grote hit met 'Misty Blue', de eigenlijke a-kant van 'Love Me', en het verschijnt op het Malaco-label als 'MAL 1029'. De single die hier voor me ligt, heeft exact hetzelfde catalogusnummer maar een andere b-kant. Bovendien heeft dit het bont gekleurde Malaco-label zoals dit omstreeks 1980 werd gevoerd. Het blijkt dus een latere persing te zijn. 'Love Me' is de parel van het schijfje en verschijnt in 1977 voor het eerst als b-kant van een single. Indrukwekkende southern soul met een heerlijk soulvol zingende Dorothy. Ik lees net dat ze in 1967 'Cry Your Heart Out' heeft gemaakt als Dottie Cambridge en dat is een hele grote Northern Soul-favoriet. Nooit geweten! 'Misty Blue' is de welbekende hit en deze klinkt anno 2021 nog altijd even vers. Ik zou willen dat ik zo vers kon zijn na 46 jaar? Oh wacht...
* Freddie North- She's All I Got (UK, Contempo, 1971, re: 1975)
Mark kent zijn pappenheimers. De woorden 'Swamp Dogg' en 'Contempo' trekken meteen de aandacht van een zekere Nederlander en in dit geval gaan ze samen over één plaat. 'She's All I Got' is overigens al in 1972 door Mojo in Engeland uitgebracht en in 1975 is nog altijd genoeg vraag naar het nummer voor een tweede oplage. De toeters in het intro vertellen dat Jerry Williams Jr. in het proces is betrokken en dat klopt ook. Hij schrijft het nummer samen met Gary 'US' Bonds en produceert het ook. Het resultaat is een knaller van een plaat, maar dan opnieuw: Ik ben niet een beetje 'fan' van Swamp Dogg. Dit is echter wel één van zijn allerbeste producties voor anderen, daar zijn de meeste kenners het wel over eens. Op de keerzijde staat 'Ain't Nothin' In The News (But The Blues)' en daar hoor je de Dogg bijna zingen. Alleen kan North niet zo goed klagen en zeuren als Williams en dus hou ik het bij de a-kant.
* Sandra Phillips- We Got Love (UK, Right On!, 1976)
Oeps... deze moet ik verplicht helemaal draaien. Ik zie net dat op de b-kant de 'adult version' staat. Nu luisteren uiteraard alleen maar volwassenen naar 'Do The 45', maar onze licenties houden in dat we het 'clean' moeten houden. Ik hoop dat er gehijgd mag worden op de radio want daar begint dit plaatje meteen mee. Meteen naar de pikante versie dan. Deze begint al niet met gehijg en dat is opvallend. Okay, het is feitelijk een 'part 2' waarbij Phillips té opgewonden blijkt om een zin normaal te kunnen zingen. Ik vermoed dat de vleeswaren in de schappen blijven liggen en dat deze gewoon als 'novelty' past tussen twee andere sensuele platen. Voor het liedje moet je echt de a-kant hebben.
* Wilson Pickett- Fire And Water (Frankrijk, Atlantic, 1972)
In 1999 koop ik op de markt in Ashton-under-Lyne een paar nieuwe cd's tegen afbraakprijzen. Ik ben danig teleurgesteld als blijkt dat het gebrande cd's zijn met kleurenkopieën van de hoesjes. Dat is dan alleen de voorkant van de boekjes en de achterkant van de jewelcase. Ik verlies hier kostbaar geld aan een compilatie van The Free. Het is het verzamelde werk dat in 1990 door producent Bob Clearmountain is geremixed. Hem kennen we van Bryan Adams en zijn werk op de cd van The Free is erg mwah. Alle pit ontbreekt in de nummers. Ik leer middels dit schijfje wel 'Fire And Water' kennen dat stiekem uitgroeit tot een favoriet. Wilson Pickett hoort het nummer met dezelfde oren en vind dat dit een alternatief mag krijgen. Het wordt een zompig soul-feestje voordat Pickett zal overstappen naar RCA en andere labels en aan kracht zal inboeten. Dit klinkt als klassiek Pickett-werk dat met gemak uit 1967 zou kunnen komen als The Free het niet pas in 1970 had gepubliceerd. Op de b-kant de klassieke ballade 'Pledging My Love' maar het gaat mij echt om 'Fire And Water'.
* J.P. Robinson- You Got Your Thing On A String (US, Alston, 1968)
Als we het over een zeer ondergewaardeerde zanger hebben dan moet ik J.P. Robinson noemen. Hij kan rocken als hij wil, maar is op zijn best in de midtempo stukken en de ballades. Hij moet zich lekker laten gaan. 'You Got Your Thing On A String' klinkt als een nummer dat ik al dertig jaar ken en even lang 'mis' in mijn verzameling. Als je denkt dat je het wel hebt gehoord, is er een kleine 'key change' met extra tamboerijn en gaat het nummer een nieuwe fase in. Op de keerzijde staat de ballade 'Love Is Not A Stranger' en daar kan J.P. heerlijk 'deep' gaan tot zover de gemeentelijke vergunning het toelaat. Een welkome aanvulling op de J.P.-collectie.
* Donell Rush- Symphony (UK, ID, 1992)
Op SBS6 wordt 'Hart Van Nederland' achtmaal verplaatst omdat de film 'uitloopt'. Alsof ze van tevoren niet de eindtijd kunnen uitrekenen. Bij de NPO hebben ze het in de jaren negentig andersom. Op doordeweekse dagen wil 'Klokhuis' nog wel eens vijf minuten te vroeg zijn afgelopen en moet worden gewacht op 'Lingo'. Tijd voor een muziekje en dat is vaak hetzelfde! Het brengt dan wel 'Diggin' van Sjako! in mijn verzameling alsook 'Spend Some Time' van Brand New Heavies. Dan ontdek ik ook het overige werk van de Heavies en ga ik mezelf 'fan' noemen. Verrek, ik ga meteen kijken of 'Spend Some Time' een vinyl-release heeft gehad en wat dat gaat kosten. Alleen als 12" en kost geen drol. Brand New Heavies verzorgt in 1992 eveneens de remix van deze Donell Rush-single en dat klinkt erg smakelijk in mijn oren. Het is de b-kant van de single en heeft net iets meer 'oomp' in de groove. Het tempo ligt een tikkeltje hoger als bij het origineel en het arrangement is speelser. Overduidelijk de Brand New Heavies-aanpak en daar lust ik wel pap van!
Singles round-up: mei 6
Na de flinke slaap van gisteravond heb ik goede hoop als ik ga slapen. Ik zet mijn wekker op half één zodat ik nog de hele middag heb. Na een uur word ik met een schok wakker en kan niet weer de slaap vatten. Ik klim om half acht uit bed (nadat ik al uren heb getracht de slaap te vatten) en eet beneden een broodje. Ik heb ergens een ambitieus fietsplan, maar voel me te slaapdronken om op de fiets te stappen. Om negen uur ga ik weer liggen en ontwaak daarna om twaalf uur. En zo gaat het slapen nu al een paar weken. Vrijwel inactieve dagen terwijl ik zo mijn best doe om zoveel mogelijk structuur te houden. Nu zou ik vanmiddag nog willen fietsen, maar zie op Buienradar dat het tot vier uur in ieder geval vochtig blijft in Uffelte. Ik ga dus bij mijn ontbijt maar vast de 'Singles round-up' doen. Ik beloof iedere dag een dubbele aflevering en wellicht dat dit vanmiddag gaat gebeuren. Ik wil de platen voor zaterdag toch wel hebben 'gecheckt' en het heeft mijn voorkeur om de kantjes te ontdekken terwijl ik erover schrijf. Vandaag eerst de volgende acht singles uit de partij van Mark.
* Wayne Hunter- Starting All Over Again (US, Spiketown, 1989)
Mark adverteert de single met de b-kant en ik weet het weer als ik het hoor. Het nummer met dezelfde saxofoon als de plaat van Deborah Resto welke aan me is gaan groeien. Hunter heeft echter een 'groove' die ik meteen kan waarderen. Hoewel ik de jaren 1989-90 niet echt met soul associeer, noemt Mark het dikwijls 'the golden age'. Het moet gezegd worden, in de 'underground' van de soul worden prachtige dingen voortgebracht in deze jaren waarvan Wayne Hunter een fraai voorbeeld is. De a-kant toch nog even beluisteren, maar nee... dat is typische New York-disco, hoewel ik moet erkennen dat ik de stem van Wayne als erg aangenaam ervaar.
* Luther Ingram- How Sweet It Would Be (US, Profile, 1986)
Van de relatief onbekende Wayne Hunter gaan we naar een cult-idool. Op zijn minst in de Northern Soul. Daar is hij het beste bekend van een plaat waarop hij niet is te horen. De instrumentale versie van zijn 'If It's All The Same To You Babe' krijgt van de platenmaatschappij de mysterieuze titel 'Exus Trek' en wordt één van de grootste hits in de geschiedenis van de Northern, terwijl de gezongen versie slechts matig populair wordt. Ingram heeft meer noten op zijn zang, dat weet ik van zijn erg leuke Stax-single uit 1969. In 1986 tracht hij Southern Soul in hetzelfde sausje te dopen als bijvoorbeeld de producten op het Ichiban-label. Het resultaat is zeer fraaie midtempo Southern waarbij de gitaar verraadt dat er een country-band in de buurt is. Een adembenemende performance van Ingram maakt het af. 'Baby Don't Go Too Far' is meer upbeat en meer gelikt, maar mist voor mij de emotie van 'How Sweet It Would Be'.
* J.J. Jackson- That Ain't Right (US, Loma, 1968)
'But It's Alright' is één van de eerste singles die ik in 2012 koop van mijn eerste verhuisvergoeding. Het is dan de Mojo-heruitgave. Een paar jaar later kan ik immers de Nederlandse persing met fraaie fotohoes krijgen voor weinig, maar dat laat ik aan me voorbij gaan. Eigenlijk heb ik daarvan nog altijd spijt. Vorig jaar heb ik al een erg leuke single van J.J. gekocht op het groene Loma-label. Ik ken Loma van de gele labels en dit groen zal later gemeengoed worden voor moederschip Warner Bros. Seven Arts. Ook de Nederlandse persingen op Warner Bros. van omstreeks 1971 zullen gebaseerd zijn op het Loma-groen. 'That Ain't Right' is echte 'feelgood' sixties van Jackson. Niet zijn sterkste plaat, maar wel erg leuk! 'Courage Ain't Strength' is de andere kant en dat is iets meer bluesy. Erg prettig in het gehoor, maar ik hou het bij het stevige 'That Ain't Right'.
* Marion Jarvis- A Penny For Your Thoughts (UK, Chelsea, 1975)
In de zomer van 2018 koop ik van Mark een 'legends'-pakketje met veelal singles in fotohoesjes. Daar zit ook Tavares bij met 'A Penny For Your Thoughts'. Aanvankelijk voor de boogie-flip, maar ik begin de a-kant steeds beter te waarderen. Dan ontdek ik ook dat het feitelijk een cover is en sindsdien staan mijn zoeklichten gericht op Marion Jarvis. Dan uiteraard wel in de Engelse persing! Net zo 'sweet soul' als de uitvoering van Tavares maar dan meer uit de tijd dat het 'big business' is. Van het liedje krijg ik in iedere uitvoering goede luim en bij Marion is het ietsje rijker in de begeleiding. Tavares mag dus weer voor de boogie op de b-kant nu ik het origineel heb. De b-kant zit helemaal in de 'Rock Your Baby'-hoek en een typische Chelsea-productie. Gaat dit nog verder groeien? Ik ben meteen al meer fan van deze kant moet ik bekennen. 'A Good Man To Wake Up To' heet het juweeltje.
* Paul Kelly- Play Me A Love Song (Jamaica, Warner Bros., 1976)
Op Jamaica gebruiken ze stempels om de credits op de labels te drukken en het valt me op dat bijna iedere plaat deze moeilijk leesbare labels heeft. Zou de stempel de blauwdruk zijn geweest voor de uiteindelijke labels? 'Some crackle' is iets dat je kan verwachten bij een plaat van Jamaica. Overigens is Paul Kelly een Amerikaan. Hij heeft een grote hit in ons land met 'Get Sexy' en heeft ervoor gewerkt als tekstschrijver voor Dial Records. 'Play Me A Love Song' is eigenlijk middle of the road-countrypop met een soulzanger, maar best een fijn nummer. 'Stealing Love On The Side' is een stuk langzamer en soulvoller. Hier zal de tijd moeten leren wat de favoriete kant gaat worden, daar ga ik vanmiddag niet over beslissen.
* Bo Kirkland & Ruth Davis- That's The Way The Wind Blows (US, Claridge, 1977)
Een duo met een merkwaardige geschiedenis. Of... misschien nog niet eens zo zeer geschiedenis als wel een verloop. In 1976 brengt Claridge 'You're Gonna Get Next To Me' uit in Amerika en de plaat doet weinig. Vervolgens verdwijnen veel exemplaren via importzaken naar Engeland waar het een cult-hit is in de discotheken en clubs. Uiteindelijk perst EMI een single en dat wordt een grote Engelse hit. Intussen is het succes van Kirkland en Davis slechts bescheiden in Amerika en slaagt men er evenmin in om een tweede Engelse hit te scoren. De Amerikaanse opvolgers blijven populair bij de importzaken en dus vind je deze regelmatig bij Engelse dealers. 'Stay By My Side' is mijn ultieme favoriet en nu is hier de tweede opvolger van 'You're Gonna Get Next To Me'. Minder disco-georënteerd ten opzichte van de vorige singles. Bovendien is de hoofdrol op deze plaat voor Bo en assisteert Ruth vooral in de refreinen. Net als 'Stay By My Side' vind ik deze beter dan de grote hit en daar is niets snobistisch aan. 'Loving Arms' op de keerzijde is iets meer in de stijl van de voorgangers en ook weer speels gearrangeerd. Toch is het hier de a-kant welke ik het beste vind.
* Mike James Kirkland- Oh Me Oh My (US, Yazoo, 1973)
De eerste single van dit nieuwe jaar is van Mike James Kirkland en zijn recente eerbetoon aan zijn broer Robert Lee Kirkland op het Cannonball-label. Robert Lee, ook wel Bob, is de man van de liedjes en de muziek. Hij beschouwt zijn broer Michael als een instrument. De Kirklands hebben de eerste successen in de midden jaren zestig met Mike & The Censations. Of Bo Kirkland van Ruth Davis een broer is van Mike en Robert? Bo is in ieder geval niet Bob zoals ik een tijd heb gedacht. Ik reserveer deze single uit curiositeit. Op Youtube toont de video een foto van een hotrod en wordt gesuggereerd dat het uit de jaren vijftig of zestig moet stammen. De opname vertelt me dat het omstreeks 1973 moet zijn. Hetzelfde jaar als dat de b-kant op een andere single is verschenen. Er is in de jaren zestig en zeventig wel een Yazoo-label dat aan blues doet (en eventueel de Engelse groep zal inspireren tot de naam? Slechts een gerucht....) en verder is niets bekend over deze single of überhaupt singles op het Yazoo-label. 'Got To Do It Right' is iets meer funky, maar de a-kant is adembenemend mooi. Twee sublieme kanten van een ondergewaardeerde naam in de soul. Dit moest binnenkort maar eens de Week Spot worden. Of natuurlijk 'Love Scenario'.
* Jackie Lee- The Duck (UK, Contempo, 1965, re:1975)
En dan gaan we terug naar het vroegste begin van Soul-xotica. Ergens in maart 2010 schrijf ik iets in de trant van 'Dat is me er eendje' en het gaat dan over mijn relatie tot de Amerikaanse Jackie Lee. 'The Duck' is niet zomaar een klassieker! Het is een plaatje waarvan ik me nu pas realiseer dat ik het al tien jaar mis in de verzameling. Voor wie niet terug wil bladeren naar het minimale bericht van 2010 en het toch wil weten: Jackie Lee is eigenlijk Earl Nelson, de oorspronkelijke Earl op 'Harlem Shuffle' van Bob & Earl. Na 1966 gaat Bob Relf verder met een andere Earl. Op de keerzijde staat 'part 2' en ik weet niet wat het gaat worden. Warempel het heeft echt een 'part 2'. De opname klinkt een stuk stoffiger dan de a-kant. Het verhaal over de eend is halverwege 'part 1' wel klaar en hij doet op de b-kant een soort van freestyle waarin hij zichzelf voorstelt en tot vervelens aan het publiek oproept om vooral de eend te doen. Leuk als novelty!
donderdag 13 mei 2021
Singles round-up: mei 5
Deze dag begint vroeg en ik zit vol plannen. Ik zet zelfs een volle pot koffie omdat ik het plan heb om een thermoskan mee te nemen op de fietstocht. Om een lang verhaal kort te maken, eindigt de dag zoals die is begonnen. Een lege pot koffie, thermoskan nog in het keukenkastje en een hoop plannen die niet zijn uitgevoerd. Ik wil nog even een hazenslaapje doen voordat ik verder ga met het samenstellen van 'Afterglow' en word dan tot mijn grote schrik wakker om twintig voor twaalf. 'Afterglow' wordt weer verplaatst naar morgenavond. Ik heb zojuist twee foto's gemaakt want hopelijk lust ik na de eerste nog een tweede bericht zodat ik daar morgen niet mee hoef te zitten. Ik wil bovendien zaterdag de singles draaien in 'Do The 45' en vind het wel handig om op voorhand te weten wat ik kan verwachten. Gisteren zijn het er negen geweest, maar de volgende afleveringen bieden jullie acht singles per keer. Op het moment dat ik anders nu 'Just A Little Bit Of Peace In My Heart' van The Golden Earrings was gestart als 'kick out' in de 'Late Night Love', zet ik nu platenspeler aan voor acht soulvolle plaatjes uit een grijs en minder grijs verleden.
* Fifty/50- Like A Diamond (US, Reflection, 1993)
Dat bedoel ik! Ik kan 1993 niet als een grijs verleden aanduiden. Als ik denk aan 1993 komt, op muzikaal vlak, eerst een aantal flauwe hits voorbij en vervolgens neigt het voor mij al gauw naar 4 Non Blondes en 'Heart Shaped Box' van Nirvana. Het einde van de grunge maar ook de hoogtijdagen van cheesy Europop. Qua soul kan ik me niet echt een voorstelling maken bij 1993. Ik ben dan totaal niet bezig met het genre maar ook al had ik iets meer de interesse gehad? Dan zou ik met de middelen van toen nog steeds niet in de buurt zijn gekomen van bijvoorbeeld Fifty/50. Qua soul staat de tijd tussen 1985 en, pak hem beet, 2000 even helemaal stil. 'Like A Diamond' zou ook van 1988 kunnen zijn. De muziek klinkt alsof het uit een goedkoop doosje komt, maar de gitarist is een man van vlees en bloed. Hoewel soul in 1993 nauwelijks meedoet op de vaderlandse hitparade zou ik me bij 'Like A Diamond' kunnen voorstellen dat het iets zou doen in de Tipparade. Het is lekkere 'feelgood'-muziek met een duidelijke jaren tachtig-vibe. 'Seriously In Love' op de keerzijde is meer van hetzelfde maar dan ietsje minder 'poppy' dan de a-kant. Daardoor minder memorabel, maar misschien wel beter voor de Blauwe Bak. Hier zal ik een keuze moeten maken, maar dat doe ik niet vanavond.
* GQ- Reasons For The Seasons (UK, Arista, 1980)
Het is goedkoop en de Engelse persing. Veel meer hoef ik niet te weten. 'Reasons' is de b-kant en het nummer dat me in eerste instantie trekt. Dit is vlotte post-disco. Niet heel erg essentieel maar wel feestelijk voor op een zaterdagavond. Op de a-kant staat 'Standing Ovation' en dat is dezelfde vlotte disco maar nu ietsje gelikter en eigenlijk beter. Ik vermoed dat dit een Engelse hit is geweest en dat daarom de nadruk ligt op de keerzijde. 'Standing Ovation' klinkt meer als een disco-hit maar dat is geen bezwaar voor mij. Zoals ik al zei: Het is niet heel erg essentieel.
* Group Four- I Am Not The One (US, Sirco, 1977)
Hier is wederom een promo met hetzelfde nummer aan beide kanten en bovendien tweemaal in stereo. Na twee vlotte nummers kan ik een stapje terug nemen met Group Four. Het tempo ligt een stukje lager en is zelfs niet eens disco. Wel prachtige harmonieën en een melodie om voor te sterven. Uiterst melodieuze 'laid back' crossover-soul en het soort waar ik nimmer genoeg van kan krijgen. Er zit zoveel muziek in dit nummer en een stem die al eens overslaat. Dit wordt een groeibriljant.
* Isaac Hayes- Walk On By (US, Enterprise, 1969)
De tweede Enterprise-single van Isaac Hayes binnen een paar weken. De arrangementen zijn heel herkenbaar met dezelfde elementen. 'Walk On By' wordt ook vertraagd en uitgevoerd met een groots intro, maar ook met een groove door het nummer heen. Anders dan 'I Just Don't Know What To Do With Myself'. 'Walk On By' is op deze single met een minuut of vier helemaal klaar en eigenlijk is dat lang genoeg. Op de keerzijde staat bijna zeven minuten van het machtige 'By The Time I Get To Phoenix'. In zijn geheel is het nummer twintig minuten waarvan de helft een 'spoken intro'. Hier begint het meteen aan het begin van het verhaal en gezien de tijd vermoed ik een knip want op de elpee is het liedje dan nog niet eens begonnen. Aha, begin en einde zijn gesnoeid. Hoewel het wellicht minder geschikt is dan 'Walk On By' ben ik zo blij om dit eens op single te hebben. De albumversie is kippenvel van begin tot einde.
* Leon Haywood- Mellow Moonlight (Frankrijk, Decca, 1968)
Tegenwoordig doet Mark het weer eens per week, maar het is lange tijd redelijk stil geweest rondom dit fenomeen. Hij biedt eens in de zoveel tijd een aantal platen met fotohoes aan. Gisteren heeft hij bijvoorbeeld twee exemplaren van 'Tonight' van Tony Sherman voor de b-kant verkocht en voor redelijk hoge prijzen. Ik kijk dan het meest naar de overige fotohoesjes. Zo'n Franse Leon Haywood lijkt me niet onaardig. Muzikaal is het 'In The Midnight Hour' maar dat mag de pret niet drukken. Op de keerzijde staat een ietwat rockende versie van 'Tennessee Waltz'. Ik blijf het houden bij 'Mellow Moonlight' en vooral vanwege het fraaie fotohoesje.
* Willie Hightower- Poor Man (US, Fame, 1971)
Willie Hightower is een groots maar ook ondergewaardeerde zanger. Op dit b-kantje stort hij zich in zelfbeklag. Hij werkt de ganse dag om aan het einde van de rit nog altijd arm te zijn. Wellicht dat hij tegen het einde van het nummer kan concluderen dat hij rijk is vanwege de liefde in zijn leven, maar dat geduld heb ik vanavond even niet. Een sfeervol nummer en iets dat binnenkort nog eens van pas kan komen in een 'Sweet 16' met armoedzaaiers. 'Back Road Into Town' is de a-kant en is iets meer uptempo. Zo hoor ik Willie het liefste. Lekkere Southern Soul op het legendarische Fame-label van Rick Hall.
* Willie Hobbs- Don't Let Me Down (US, Seventy Seven, 1972)
Hobbs doet het alweer een stuk rustiger aan. Een fraaie ballade met funky fluit en een heerlijk 'deep' zingende Hobbs. Ik ben tot op heden nog geen enkele Seventy Seven tegengekomen welke niet de moeite waard is. Op de keerzijde staat 'Nobody Has To Tell Me' en dat is zelfs meel Southern dan 'Don't Let Me Down'. Beide kanten zijn winnaars en de tijd zal het moeten leren.
* Hodges, James & Smith- Off (US, London, 1977)
Mark heeft regelmatig een exemplaar van deze single in de aanbieding en adverteert het steevast met een Youtube-clip uit TopPop. Het klinkt als een geheide Amerikaanse hit. 'Off' is geschreven en geproduceerd door Micky Stevenson, de voormalige Motown-medewerker welke in 1968 het label verlaat met zijn lieftallige Kim Weston. 'Situation' op de keerzijde is meer van hetzelfde: Dramatische soulpop en eigenlijk net ietsje meer in mijn straatje. Het styreen is tevens beter aan deze kant. Ik draai deze dus om voor 'Situation'.
woensdag 12 mei 2021
Singles round-up: mei 4
De dinsdag is normaal gesproken voor de Week Spot. Daar bestaat niet echt een reden voor. Voor de keuze van 'Het zilveren goud' op woensdag geldt dat eveneens. Het 'Week Spot Kwartet' en de 'Eretitel' zijn bewust op donderdag om het mogelijk te maken om na een radioshow een kort bericht te schrijven zonder al teveel huiswerk. Aanvankelijk is 'Het zilveren goud' slechts eens per maand en meestal rond de zeventiende op een woensdag. In 2021 heb ik besloten iedere week een aflevering te doen en zo af te rekenen met een hoop singles waarvan ik de exacte datum ben vergeten. Het blijft echter een extraatje en dat is deze week weer eens het geval. Ik heb vanmiddag een doos vol singles van Mark opgehaald bij het postkantoor en ook de Zweedse singles zijn vandaag gearriveerd. Ik stel 'Het zilveren goud' even uit. Ik geloof vast dat later in de maand nog wel een gaatje valt voor een extra aflevering en anders maar een dubbelaflevering. Ik hou de singles van Mark en de Zweedse singles even gescheiden van elkaar. De komende vijf dagen ga ik jullie trakteren op acht singles per dag. Misschien een enkele keer onderbroken door een buitenactiviteit. De Zweedse singles blijven een tijdje op de plank liggen en als er niets tussendoor komt, ben ik maandag door de singles van Mark heen. Vandaag krijgen jullie maar liefst negen singles omdat ik The Web nog genoemd wil hebben in een 'Singles round-up'. Daar trap ik mee af.
* The Web- The Same Old Me (Belize, CES, 1975)
Ja, ik ben ervan overtuigd. Hoewel de band rond die tijd in Brooklyn verblijft, moet de single zijn uitgebracht middels een platenmaatschappij uit Belize. De voorraad is grotendeels mee gegaan naar Amerika en vermoedelijk bij optredens verkocht. Dat moet verklaren waarom de single zo algemeen verkrijgbaar is in het land van Ome Sam. Ik ben gisteren al superlatieven tekort gekomen voor wat betreft 'The Same Old Me'. 'Ding Ding Walla Walla' is een traditioneel liedje dat hier in een enigszins funky salsa-sausje wordt gegoten. Best een aardige ervaring maar niet essentieel.
* Black Ivory- You Turned My Whole World Around (UK, Power Exchange, 1978)
Er staat me iets van bij dat ik een Black Ivory-plaatje in de '5-4-3-2-1' van afgelopen december heb gereserveerd, maar die is Mark blijkbaar vergeten. Ook weet ik nog iets van dat ik minuten te laat ben voor een Engelse persing van Black Ivory en dat Mark nog wel de Amerikaanse heeft liggen. Ik zeg dan iets in de trant van 'ik wacht wel op een Engelse persing'. Tot mijn grote verrassing komt deze vanmiddag uit het pakketje vallen. Daarentegen mis ik één single die dan weer in een volgende zending wordt bijgevoegd. De mannen van Black Ivory hebben patent op de meest zijdezachte harmonieën en dito melodieën. Soms duurt het even totdat een plaat is gegroeid, maar 'You Mean Everything To Me' is alweer een tijdje gesetteld en ik ben nu klaar om dit nummer in mijn hart te sluiten. Op de b-kant staat hetzelfde nummer maar dan zonder gesproken intro. En waarom zou je zoiets willen?
* Clyde Brown- Ghetto Cowboy (UK, Atlantic, 1973)
Ik noem de singles bij de kanten waar ik ze in eerste instantie voor heb gereserveerd en in geval van Clyde Brown is dat ook nog eens de a-kant. De Engelse persing is een eerste aanleiding en dat is een schot in de roos bij deze single. Het is een erg prettig nummer. Passender is het niet te omschrijven. Het had zomaar een hele grote hit kunnen zijn. Clyde kijkt terug op zijn jeugd zonder sentimenteel te worden en in de brug neigt het zelfs even naar country. Op zo'n stevige Engelse stereo-persing is dit genieten ten top. 'You've Gone Too Far' is een ballade mede-geschreven door Bunny Sigler. Beslist geen onaardig nummer, maar na Black Ivory klinkt iedere ballade een beetje van hetzelfde. Bovendien ligt 'Ghetto Cowboy' meer in de lijn van wat ik normaal draai in 'Do The 45' en dus hou ik het bij de a-kant.
* Andy Butler- Hold Back The Night (US, Tangerine, 1969)
Ook nu weer een 'mixed bag' met nummers van de jaren zestig tot en met negentig uit alle facetten van de soul. Het Tangerine-label is niet exclusief opgezet voor deze muziek, maar het label kent enkele fantastische Deep Soul-performances. 'Once In A Lifetime' van Jimmy Robins is daar eentje van, maar ook Andy Butler's 'Hold Back The Night' herbergt een kracht op vocaal gebied waar je u tegen zegt. De keerzijde heet 'Coming Apart At The Seams' is meer het upbeat Northern-geluid en ook de kant die de meeste misbruik heeft gehad. Ik hou het dus bij 'Hold Back The Night'.
* Roy C.- From The Outside Looking In (US, Mercury, 1977)
Feitelijk de b-kant van de Amerikaanse single 'After Loving You'. Dat nummer heb ik een paar maanden geleden gekocht op de persing van Barbados. Daar heeft het overigens een andere b-kant en bij een snelle beluistering bevalt de originele b-kant me wel. Het is weer het Swamp Dogg-verhaal, ook bij Roy C. kun je bij het intro al horen dat het hem is. Niet beter dan 'After Loving You', dat zou teveel appels met peren zijn, maar beslist de moeite waard om in de verzameling te hebben. Ome Roy begint na nog geen jaar al een flink deel van de koffer in te nemen!
* Chairmen Of The Board featuring General Johnson- Loverboy (UK, EMI, 1986)
Ik heb doorgaans niet veel op met Beach Music, de Northern Soul van North Carolina. De hang naar tienerromantiek uit vervlogen tijden brengt vele volwassenen naar het strand om te dansen op poppy soul-muziek. De dans heet de 'shag' en dan loopt een deel van de Engelsen rood aan en barst de andere helft in lachen uit. Ik wist het al vanwege mijn rokershobby maar een 'shag' is in Engeland de daad in de geslachtsgemeenschap. 'Ain't Nothing Like Shagging' van The Tams gaat daarom ook viraal via de importzaken in Engeland. Het werk van General Johnson en zijn Chairmen Of The Board is al jaren van invloed op de Beach Music, vanaf de vroege opnames op het Invictus-label van Holland-Dozier-Holland tot aan latere opnames van Johnson. In 1986 brengt hij deze single onder de naam van zijn oude band. In Engeland wachten Paul Weller en Mick Talbot van The Style Council de plaat op om het te voorzien van een speciale Engelse remix. Het resultaat mag er zijn! Niet heel erg Style Council maar het heeft wel iets van de goede pop van het duo mee gekregen. Met een fraai fotohoesje met een verhaaltje van NME-journalist Stuart Cosgrove als bonus.
* Pat Cooley- I Ain't Going Where You're Going (US, Ichiban, 1987)
Ichiban is een soort van daklozenopvang van het Leger Des Heils. Als je na jaren van consistente hits voor een 'major' aan de kant wordt gezet omdat het label een verjongingskuur wil door maken of als je té wars bent van nieuwe studiotechtnieken, dan staat het Ichiban-label je in de jaren tachtig en negentig op te wachten. Dit is de plek waar pure blues en soul nog helemaal tot uiting gebracht mag worden en zonder de gelikte studio-gimmicks of een dominante disco-beat. Clarence Carter is bijvoorbeeld op die manier binnen gekomen en hij brengt enige van zijn ontdekkingen mee. Pat Cooley heeft in de jaren zeventig als secretaresse gewerkt voor zijn firma en opent vanaf 1980 regelmatig concerten voor Carter. 'I Ain't Going' is haar debuutsingle. Ze heeft het samen met Carter geschreven en is muzikaal een midtempo disco-groove maar met een stem die groter is dan het leven zelf. Een producent bij een groot platenlabel had hier een onnodig sausje over moeten gieten om het eetbaar te krijgen, maar voor de soul-liefhebber is dit smullen. Het is een promo met aan beide kanten hetzelfde nummer en beide keren in stereo.
* Ebony Web- The Time Of Me (US, Hi, 1970)
Ik moet even een stukje draaien van de b-kant om dit plaatje te duiden en foto's op zoeken van de individuele leden. Dit is de enige single van Ebony Web voor het Hi-label en er is zeer weinig bekend over de groep. Qua geluid zou ik dit als crossover willen bestempelen. De b-kant, 'Games', neigt een beetje naar de funk. 'The Time Of Me' is echter het prijsnummer en dat zou ik eerder in de boeken hebben als soulvolle pop. Maar... wat een nummer! Het is geen wegwerp-nummer, dit blijft nog heel lang nazingen in het hoofd. Het mag hoe dan ook zeker in de koffers. In het Zweedse pakket vinden we een soortgelijke single waarvoor de gele bak wacht. Het voordeel van de twijfel.
* Barbara Jean English- I'm Living A Lie (US, Alithia, 1972)
Ik spring een gat in de lucht als ik zie dat Mark deze nog beschikbaar heeft. Ik ga de plaat opzoeken en ontdek dan waar mijn blijdschap zijn oorsprong heeft. De plaat is een paar jaar later in Engeland uitgebracht als een Contempo en met een andere b-kant. 'Key In The Mailbox' maakt dan diepe indruk op mij en ik wil de plaat graag in de koffers hebben. Nu heb ik dan de Amerikaanse persing met een andere b-kant. Ach, die Contempo kan altijd nog. 'I'm Living A Lie' is een grote hit geweest in de Northern Soul en zit net zoals Ebony Web tegen de pop aan. Een lekker niks-aan-de-hand nummer waarbij stil zitten onmogelijk is. 'Small crackle but nothing excessive', herinner ik me uit de advertentie. Over dat laatste ben ik nog zo zeker niet. De b-kant maar even proberen. Daarvan is het styreen ietsje beter. 'All This' is een prachtige ballade dat lijkt te groeien naarmate het vordert. Ik denk dat dit uiteindelijk toch de favoriete kant gaat worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)


