vrijdag 7 januari 2022
Singles round-up: januari 3
Voor de tweede maal deze week naar Steenwijk en het lijkt voorlopig wel eens een vast doel te worden. Ik maak geen bezwaar. Het maakt in feite niets uit qua afstand of ik naar Meppel of Steenwijk moet fietsen. De fietstocht naar Steenwijk is gewoon mooier. Wil je 'toeristisch' naar huis, dan kun je over Kallenkote en door het bos langs de legerkazerne naar de hunebedden van Darp en over Holtinge naar Uffelte. Het meest rechttoe rechtaan is echter evenmin een bezwaar. Dan ga je over Darp en Havelterberg naar de zuidkant van Steenwijk. Het bedrijf zit inmiddels op het industrieterrein aan de noordkant, maar ook binnen Steenwijk kun je het zo feestelijk maken als je maar wilt. Ik heb vandaag de boel omgedraaid en eerst 'toeristisch' over Kallenkote. Terug over Darp want voor de winkel in Havelte is dat het meest praktisch. Ik heb voor morgen hele ambitieuze plannen, maar zal hiervoor de buienradar goed in de gaten moeten houden. Kans op natte sneeuw is tot daar aan toe, maar het moet niet vroeger gaan vriezen dan later op de avond. Ik sta niet ieder weekend op de barricaden maar morgen moest een 'activistische' dag worden als het weer het toe laat. Dan presenteer ik jullie nu het derde deel van de singles van Mark zodat ik mijn doel heb bereikt. De (meeste) platen kunnen dan morgenavond in 'Do The 45' worden gedraaid.
* Marvin Sease- Tell Me Why (US, London, 1989)
We beginnen vanavond meteen in 1989 en met een plaat op een allesbehalve obscuur label. Vanzelfsprekend hebben we dan een productie te pakken die staat als een huis en welke geknipt moet zijn voor de hitparade. Dat is waar Marvin opvallend is. Het is niet dat het 'underground' klinkt maar Sease heeft een natuurlijk Southern Soul-geluid dat je niet vaak hoort buiten labels als Ichiban en Malaco om. Het is niet ondenkbaar om dit op de hitparade tegen te komen, maar het zou op slag wel de meest soulvolle upbeat plaat zijn geweest van dat jaar. De b-kant heet 'Do It Tonight' en is een pure blues ballad. 'Tell Me Why' is een plaatje dat lekker blijft 'hangen' bij mij.
* The Staple Singers- Touch A Hand, Make A Friend (US, Stax, 1974)
The Staple Singers lijkt op het eerste gezicht een recente liefde te zijn, maar niets is minder waar! Ik heb al sinds 2000 de elpee 'Bealtitude: Respect Yourself' welke omstreeks 2007 als één van mijn 'zondagmiddagschijven' geldt. Als heer L. weer eens flink is door gegaan met feesten en het zuipfestijn heeft afgesloten met een onnodig bezoek aan de lokale shoarmaboer is het ontwaken zó legendarisch dat ik het al twaalf jaar niet meer mis. Met een stampende koppijn voorzichtige slokjes nemen van de hete koffie en dan een plaat opzetten. The Staple Singers leidt me door menige zondagmiddag en anders Al Stewart wel. Ik vermoed dat alleen nog de begrafenis van mijn moeder, hopelijk nog een héél eind weg, mij terug in een kerk zal brengen maar als ik zou weten dat Mavis zondag in een kerk zingt, zou ik mijn wekkertje zetten en het zondagse rokkostuum aantrekken. Ja, dat laatste durf ik wel te beloven aangezien Mavis toch niet in een kerk in Westerveld gaat optreden. Mavis heeft een stem uit duizenden en eentje die me keer op keer weer kippenvel geeft. Helaas mogen we elkaar geen handen geven tegenwoordig, maar in geval van oma Mavis zou ik haar ook heel graag gewoon willen knuffelen. Het is een 'feelgood' nummer met de welbekende hippie-filosofie zonder dat hier iets mis mee is. Op de b-kant staat 'Tellin' Lies' en dat begint heel spannend. Het komt Mavis heerlijk uit de tenen en eigenlijk is dit de betere kant in mijn beleving.
* David Starr- Shake A Hand (US, Abbott, 1971)
Op een ene of andere gekke manier associeer ik grijze labels altijd met de jaren tachtig. Wellicht komt deze associatie van mijn gevoelens ten opzichte van het decennium. Zo heb ik lange tijd gedacht dat de grijze Eastern van Eddie & Ernie een latere uitgave moest zijn, maar nee... in 1964 heeft men ook al de kleur grijs. De meeste andere grijze labels uit de jaren zeventig die ik ken, zitten in de hoek van de gospel. Deze van David Starr zou ik op het oog eerst ook als eind jaren tachtig hebben beoordeeld, maar het is écht de kleur van de 'issue' uit 1971. De promo heeft een roze label (en 'Shake A Hand' op beide kanten). Abbott heeft van 1970 tot en met 1973 bestaan en Barbara & The Uniques sluiten de rij voor het label. Op het label zien we de naam van Horace Ott als arrangeur en dat is wellicht de meest bekende naam. Het is bluesy Southern Soul en Ott is blijkbaar verantwoordelijk voor het fraaie koperblazerswerk dat het net dat beetje extra geeft. Dan komt het refrein en barst het feest los. 'Schud een hand' is het enige dat we horen en dat is wrang anno 2022. Southern Soul ontmoet blues en gospel, maar vooral een refreintje dat je de hele dag blijft door zingen zonder dat het in de praktijk mag worden gebracht. Op de keerzijde zingt hij over een Mrs. Johnson, maar voor de variatie is het niet eens iemand met wie hij een hotelkamer deelt. Mrs. Johnson vertelt alle lokale roddels over hoogwaardigheidsbekleders en ik vermoed dat het toch ergens met iemand anders in een hotel gaat eindigen. Het komt er voor mij niet helemaal uit, maar ze krijgt wel de boodschap mee om eens vaker in de spiegel te kijken. Nee, 'Shake A Hand' is de winnaar van de twee.
* Stephan- Keep On Loving Me (US, Stax, 1972)
Ik moet straks maar even een correctie door voeren op 45cat want 'onze' Stephan wordt op één hoop gegooid met de Duitse Stephan welke in 1970 een single maakt voor het Basf-label. Overeenkomst tussen beide Stephans is de huidskleur. Stefan Anderson, zoals Stephan echt heet, is een zogenaamde 'blue eyed soul'-zanger en samen met zijn broer Joe vormt hij de groep Anderson Brothers ('I Can See Him Loving You' is een Modern Soul-klassieker). Dit is de enige single die als Stephan zal worden uitgebracht, de overige Stax-platen zijn als Stefan. Deze wordt geproduceerd door Donald 'Duck' Dunn van Booker T. & The MG's. 'Keep On Loving Me' heeft het bijna-funky Memphis-geluid met een refreintje waarbij je spontaan een glimlach op je gezicht krijgt. Niet heel erg essentieel maar wel errug lekker voor betrekkelijk weinig geld! Op de keerzijde staat 'Wings And Wheels' en dat is een ballad. En hoewel Stephan enigszins een hete aardappel in de keel heeft, heb ik dat wel overtuigender gehoord.
* Tavares- Never Had A Love Like This Before (UK, Capitol, 1978)
De b-kant van 'I Don't Want You Anymore' en een kantje dat de afgelopen jaren in de lift zit qua populariteit. Het is weer de typische b-kant voor een disco-single. Op de a-kant is het ongetwijfeld vuurwerk maar op de keerzijde is het meer uitgekleed en met een 'hook' om voor te sterven. Het is te vergelijken met 'You're The Best In The World' van Johnnie Taylor, de keerzijde van 'Disco Lady'. Ze gaan doorgaans als warme broodjes bij Mark maar ditmaal heb ik even geluk en ben op tijd om het te reserveren. In tegenstelling tot enkele andere singles uit deze partij is deze namelijk heel erg essentieel voor de Blauwe Bak. Ook een potentiële Week Spot. Op de a-kant gaat de trukendoos helemaal open en hoewel het niet slecht is, valt dit in het niet bij de stijlvolle flip.
* Carla Thomas- Some Other Man (Spanje, Stax, 1970)
Eens in de zoveel tijd biedt Mark een aantal platen aan met fotohoesjes. Dat is lastig te begrijpen voor ons in Nederland en omringende Europese landen, maar in Engeland is het tot ongeveer 1982 niet toegestaan om een single mét fotohoes aan te bieden. Een 7"-plaat met een fotohoes zou in principe de prijs van een EP moeten opbrengen en je zou zomaar teveel kunnen betalen voor een single. Demo's en promo's komen nog wel eens met een fotohoes en in geval van 'Penny Lane' van The Beatles is de Engelse EMI zo vriendelijk om het hoesje voor Europese landen te drukken. Verder zijn Engelse persingen mét fotohoes uit de jaren zestig en zeventig erg schaars. Het is de tegendraadse punk en new wave dat eventueel voor een kentering zorgt; Mark haalt veel van zijn fotohoezen van de grote platenbeurs in Utrecht en bij kringloopbezoeken in Utrecht, Amersfoort en Amsterdam. Of deze van Carla Thomas vanuit Spanje middels Nederland naar Engeland is gegaan? Geen idee, maar wel dat het een erg leuk item is met de fotohoes. Hoewel Carla het beste bekend is vanwege haar duetten met Otis Redding en het origineel van 'B-A-B-Y' lust ik vooral het latere werk van haar. Dit is fluweel gespannen over een upbeat groove. Op de keerzijde staat 'Guide Me Well' en dat komt weer uit de koker van Isaac Hayes en David Porter. Het begint met een 'spoken intro' en klinkt vervolgens alsof het uit 1965 komt in plaats van 1970. Het heeft zo zijn charmes, maar kan nog even niet beslissen over de uiteindelijke favoriet van de twee.
* Leone Thomas- Thank You Baby (US, Don, 1975)
Don is in dit geval de beroemde Don King. De beruchte Amerikaanse bokspromotor welke onder andere verantwoordelijk is voor 'Rumble In The Jungle' (1974) en 'Thrilla In Manilla' (1975), beide wedstrijden met Muhammed Ali in de ring. Don probeert het in 1975 ook even in de muziek. De voornaam van meneer Thomas doet me meteen denken aan een perfect pseudoniem, maar op het label staan diverse credits voor L. Thomas. Onder andere Muhammed Ali maakt gebruik van handschoenen en kleding van het merk 'Leone 1947' en ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat Kees Thomas naar aanleiding van een poster op het kantoor van King Leone Thomas zou zijn geworden. Naar alle waarschijnlijkheid heet hij dus echt Leone Thomas? 'Thank You Baby' laat er geen gras over groeien. Het is niet een beetje dreigend tegenover je tegenstander schijnbewegingen maken, maar vol in de aanval. Het heeft erg veel weg van Wayne Miran. Het is net iets té vrolijk en met instrumenten die niet helemaal lijken te passen of op het goede moment binnen komen. Leone is derhalve een overtuigende zanger en het resultaat is onweerstaanbaar. Op de b-kant gaat het feest door in 'Part 2' dat eerst dreigt instrumentaal te worden maar vervolgens herhaalt Leone het aanstekelijke refrein totdat de tegenstander meer dood dan levend gevloerd op de mat ligt.
woensdag 5 januari 2022
Singles round-up: januari 2
En meteen door met het tweede bericht van vanavond. Zullen het even over het werk hebben? Ik ben deze week in Steenwijk te vinden en de laatste keer dat ik daar ben geweest om post te bezorgen is een hele tijd geleden. Daar kom ik achter als ik in de Bloemenbuurt moet zijn. Als ik de laatste keer in Steenwijk ben is één helft van de Acaciastraat net gesloopt en staat de Lijsterbesstraat dichtgetimmerd. Nu staan de nieuwe huizen al op hun plek en worden ze bewoond, alleen qua beplanting en bestrating is er nog werk aan de winkel. Terwijl mijn collega's zich bezig houden met de PostNL ga ik kriskras door Steenwijk met de 'eigen' post. Van de industrieterreinen via het centrum naar De Beitel en Clingenborg. Het is ook de eerste keer voor mij op de nieuwe locatie. Tot een paar maanden geleden zit de post in de oude stationsrestauratie, inmiddels zit het weer naast de sociale werkplaats op het industrieterrein. Het is wel verder fietsen voordat je in de woonwijken kan gaan bezorgen. Ik heb het geluk dat ik vandaag op het industrieterrein kan beginnen. Vrijdag weer naar Steenwijk en zondag hopelijk opnieuw. Op zondag zou de uitgestelde wandeling met W. plaats moeten hebben. Zondag is niet door gegaan vanwege de windstoten waar ik niet vrijwillig voor kies op een vrije dag. Nu dan het tweede deel van de 'Singles round-up' met opnieuw zeven singles.
* Kelli Jerry- Who Do You Love (US, Atl., 1987?)
Ik denk dat ik niet veraf zit van het uiteindelijke antwoord. De catalogusnummers van Atl. lopen een beetje door elkaar, maar de meeste singles verschijnen in de jaren 1986 tot en met 1988. De plaat wordt geproduceerd door E'lan dat verantwoordelijk is voor de overige platen op het Atl.-label uit Atlanta in Georgia. Dit is een demo waarvan bij mijn weten nooit een 'issue' is uitgebracht. Het klinkt niet als een productie zoals dat van een grote platenmaatschappij zou komen, maar dan opnieuw... het klinkt ook weer niet zo 'lo-fi' als bijvoorbeeld Barbara Jacobs. De productie zou het zelfs nog wel 1991 kunnen maken, maar dat correspondeert dan weer niet met het catalogusnummer. Het is een lekkere 'feelgood'-plaat en meer eigenlijk ook niet.
* Kiara- The Best Of Me (US, Unicorn, 1986)
We blijven even in de indie-soul uit de jaren tachtig. Bij Kiara is de bas weer wat zwaarder aanwezig en een tandje minder snel, maar ook hoor je ondanks de goede bedoelingen dat dit niet bij MCA uit de studio komt. Het blijkt grotendeels instrumentaal te zijn buiten een heel klein refrein. Als het meer funky of jazzy zou zijn geweest, dan was het de Shakatak-opzet geweest, maar het is gewoon jaren tachtig-soul zonder coupletten. Of... is het een isntrumentale b-kant. Ja, dus? Ik heb de plaat voor 'The Best Of Me' gereserveerd, maar uiteindelijk moet het om 'Woman' zijn. Dat is 'The Best Of Me' met coupletten en al. Het is opgedragen aan een 'Woman' maar 'The Best Of Me' is de tekst die als een rode lijn door het nummer loopt. Net als bij Mike & Bill van een paar maanden geleden blijkt ook hier de gezongen versie de b-kant te zijn. Zeer merkwaardig maar ik ga in dat geval voor de b-kant.
* Bo Kirkland & Ruth Davis- Easy Loving (UK, EMI International, 1976)
Hoewel het label zegt dat het uit 1976 stamt, zegt 45cat dat 'Easy Loving' voor het eerst in 1975 is uitgebracht in Amerika. In Engeland is het in de zomer van 1977 de opvolger van de hit 'You're Gonna Get Next To Me'. Blues & Soul heeft het over een 'reggae-flavour' maar deze kan ik niet terug horen in 'Easy Loving'. Oorspronkelijk is het wel een country-nummer dat een fraai soulvol arrangement heeft meegekregen en een hoofdrol voor Bo in de coupletten. De Bo die we hier op Soul-xotica ook kennen als Mike James Kirkland en waarvan ik een hagelnieuwe single verwacht. Blues & Soul houdt geen spaander heel van de b-kant en daar kan ik me iets bij voorstellen. Het is gewoon niet goed genoeg.
* The Natural Four- Message From A Black Man (US, ABC, 1970)
Hoewel er, afgaand op het nieuws, nog volksstammen zijn die geloven dat de positie van een persoon met een donkere huidskleur nog altijd zo belabberd is als in de late jaren zestig, denk ik dat we deze periode lang achter ons hebben gelaten. Zelf 'zie' ik al jaren geen 'kleuren' meer en snap dus niets van het activisme. Omstreeks 1970 is het al een uitdaging om een zwarte burgemeester voor Detroit te krijgen, laat staan dat Amerika ooit een zwarte president zal hebben. Dit plaatje van The Natural Four stamt nog uit de tijd van de getto's en dat mensen voor een sollicitatie nog worden gerangschikt op huidskleur of ras. Hoewel de 'boodschap' eentje vol trots is en de wil aanwezig is om tegen het kwade te vechen, is dit geen dijenkletser. Het is wel een spannend en redelijk uptempo nummer dat al heel dreigend begint in het intro. Ik vind de b-kant eigenlijk beter: 'Stepping On Up' heeft een opgevoerde groove en tekstueel wordt de strijd van de a-kant door gezet. Het is muzikaal gewoon interessanter dan 'Message'.
* O'mar- Dreams (US, Chrome, 1984)
Even denk ik aan Hawkwind in het intro. Het blijkt een stormachtige wind te zijn en het intro van de droomwereld van O'mar. Dan barst het nummer los en dat is weer lekker 'lo-fi' zoals het hoort met dergelijke indie-soul. Volgens het label is dit het geluid van St. Louis, maar ik mag hopen dat er meer professionele studio's zijn geweest in de stad.
* Rev. Foots & His Traveling Stars Of Long Island, N.Y.- A Little More Love (US, Rae Cox, 1976)
Een van de duurste platen uit het pakket maar nog steeds niet onbetaalbaar. Een gospel welke niet is opgedragen aan een opperwezen of een profeet, maar aan de politici in het land waaronder de president. Rev. Foots gebruikt zelfs nog een beetje uit 'Put A Little Love In Your Heart' ook al zingt hij 'Get A Little Love In Your Heart'. De kerkorganist heeft de dag van zijn leven terwijl het voor de rest een lekkere funky groove heeft. Zeker één van de leukste gospels die ik recent heb gehoord! Op de b-kant dankt hij de lieve Heer in een bluesje, maar het is 'A Little More Love' dat hier de winnaar is.
* J.P. Robinson- Don't Take My Sunshine (US, Atco, 1971)
Tot slot voor vandaag een demo van J.P. Robinson, een zanger die al jaren geen verkeerds kan doen voor mij. 'Sunshine' is fraaie upbeat crossover soul met een fraai arrangement en Robinson zingt als vanouds weer krachtig en loepzuiver. Het is een ouderwetse demo en dus met een stereo- en mono-weergave van hetzelfde nummer. In stereo klinkt het zeer krachtig!
Singles round-up: januari 1
Normaal gesproken doe ik op woensdagavond 'Het zilveren goud'. De lijst voor januari ligt klaar voor publicatie en ik heb zelfs de maanden tot en met juni klaar. Vanaf dat punt moet ik het opneuw bekijken want in juli zit ik rond de negentig singles en in augustus zelfs over de honderd. Wellicht is het ook handig om alvast met 1998 en 1999 te beginnen want ook daarin vallen 'gaten' waarin ik praktisch geen nieuwe singles aanschaf of in de voorraad van de Emmaus vind. Vanmiddag zijn de singles van Mark gearriveerd. Omdat het publiceren op donderdag er vaak bij in schiet en ik graag de platen wil leren kennen voor het weekend presenteer ik jullie vanavond de eerste twee delen en vrijdag de derde. 'Het zilveren goud' kan gemakkelijk op zaterdagavond. Ik heb Mark de opdracht gegeven om voor het betaalde geld een pakketje van ongeveer 24 samen te stellen. Het zijn er uiteindelijk 21 geworden, maar ik kan er prima mee leven. Het is veelal 'modern' werk waarvan de meest recente uit 1992 is en verder vrij veel indie-soul uit de jaren tachtig. Ik ga jullie nu voorstellen aan de eerste zeven uit deze partij en dat doe ik uiteraard weer 'live' met de twee draaitafels.
* Sharon Benson- All Out Of Love (UK, Epic, 1981)
Ik noem weer de plaatjes bij de titels waarvoor ik ze in eerste instantie heb gereserveerd. Het valt me meteen op dat er iets is geschreven op het hoesje. Als ik iets beter kijk, lees ik 'Sharon Benson, lots of love, xxx'. Ik stuur bij deze zoentjes terug want ze ziet er best aardig en vrolijk uit op het hoesje. 'Get It Over With' is de eigenlijke a-kant en die ga ik straks even proberen. Eerst de b-kant waarvoor ik de plaat maanden geleden heb gereserveerd. De plaat is geproduceerd door Ben Findon en dat geeft het meteen een Engelse 'touch' want deze man heeft een fiks aantal producties op zijn naam staan. 'All Out Of Love' is zeer fraaie midtempo met een betoverende melodielijn. 'Get It Over With' heeft een prettig jaren zestig-gevoel en het probeert vast in te haken op de Mod- en soul-revival die aan de gang is in Engeland op dat moment. Zo betoverend als 'All Out Of Love' wordt het niet, maar de single mag als 'double-sider' de boeken in voor mij.
* Jonathan Burton- She's Pouring It On (US, Three Gems, 1992)
Als ik me niet vergis is Three Gems het eigen platenlabel van Roy C. Hij schrijft mee aan de a-kant van de single en is bovendien aansprakelijk voor het arrangement en de productie. Vanaf Sharon Benson slaan we even de zompige disco van de late jaren tachtig over en komen in 1992 terecht als de beats weer wat zachter zijn geworden en het geluid wat meer open is. 'She's Pouring It On' is het soort plaatje dat met een klein beetje geluk zomaar een grote hit had kunnen worden. Het is namelijk wel te vergelijken met een aantal hits uit 1992 en dit geluid doet het met name goed in de zomer. Het is in 1992 echter niet gelukt voor Burton. Niet heel erg essentieel maar wel een zeer fijn nummer en uiteraard heeft de medewerking van Roy C. Hammond me over de streep geholpen. Op de b-kant staat 'You Came (Just In The Nick Of Time)' en dat is een ballade welke meteen wel weer heel erg 'lo-fi' klinkt. Ik hou het bij de a-kant!
* Don Covay- I Was Checkin' Out She Was Checkin' In (UK, Mercury, 1973)
Deze heb ik al sinds 2008 in de Blauwe Bak staan, maar dan voornamelelijk voor de andere kant van de Amerikaanse persing. Dat heeft een lekkere funky cover van 'Money'. In geval van de Engelse heeft het 'Bad Mouthin' op de a-kant. Het is een klassieke ballade van ome Don. Terwijl hij zich laat uitchecken in een hotel na een wilde nacht met zijn minnares ziet hij zijn eigen vrouw het hotel binnen komen met haar minnaar. Een gevoel van jaloezie overstroomt in hem terwijl hij weet dat hij eveneens helemaal verkeerd bezig is. De vrouw waarmee hij heeft geslapen is immers ook weer getrouwd met een andere man. Een wijze les aan alle mannelijke luisteraars... blijf het bed delen met je geliefde want als jij gaat winkelen, kan je erop rekenen dat zij hetzelfde gaat doen. 'Bad Mouthing' is andere koek. Lekker upbeat en eigenlijk mijn favoriet van de twee, mede dankzij het fraaie arrangement. De Engelse persing heeft de doorslag gegeven want Amerikaans Mercury-styreen draai je binnen de kortste keren naar de malle moeren.
* Carol Douglas- Let You Come Into My Life (UK, Gull, 1978)
Douglas begint haar loopbaan in de midden jaren zestig als Carolyn Cooke. RCA heeft grootse plannen met haar als dit 'I Don't Mind' uitbrengt als demo. Op zichzelf zijn de reacties op de plaat wel aanleiding om een reguliere persing te doen verschijnen, maar dan komt het nieuws dat Cooke zwanger is. Dat past niet bij het rolmodel dat RCA in gedachten heeft en daar eindigt in eerste instantie haar carrière. In de midden jaren zeventig hangt ze rond in de studio's en daar heeft men lucht gekregen van een Engelse plaat die hoge ogen gooit in Amerika: 'Doctor's Orders' van Sunny. Amerikanen zijn erg chauvinistisch en willen graag een 'eigen' opname van het nummer hebben. Carol Douglas neemt het op en wint het in Amerika van Sunny. Na een aantal redelijke hits neemt ze in 1978 een cover op van 'Night Fever' waarvan 'Let You Come' de b-kant is. Dat is zeer prettige 'feelgood'-disco met net even het arrangement dat het aantrekkelijker maakt dan menig a-kant. 'Night Fever' is beslist geen verkeerde cover. Het tempo is ietsje opgevoerd, maar je mist domweg de harmonieën van de gebroeders Gibb. De b-kant is de winnaar voor mij.
* The Dramatics- Trying To Get Over Losing You (UK, ABC, 1975)
De klassieke samenstelling van The Dramatics maakt onder andere platen voor Stax maar in de midden jaren zeventig levert de groep ook een aantal fraaie dingen af op het ABC-label. 'Trying' meen ik afgelopen zomer te hebben gehoord in een 'goedkope' crossover soul-mix van een vriend. Ik hoef in ieder geval geen seconde na te denken als Mark de Engelse persing aanbiedt en het resultaat hoor ik nu. Zonder meer één van de betere Dramatics-singles uit deze periode. Op de b-kant wordt 'How Do You Feel' gevraagd en dat is meteen iets meer uptempo maar ook met een zekere spanning in de muziek. Met een iets mindere a-kant dan 'Trying' zou ik voor deze kant zijn gegaan, maar nu is het opnieuw een 'double-sider' voor slechts een paar Britse ponden.
* The Foundations- Make A Wish (UK, Riverdale, 1976)
Eigenlijk is de naam op het label Clem Curtis & The Foundation hetgeen erop wijst dat Clem na 1970 een nieuwe Foundations heeft samengesteld. 'Make A Wish' is de a-kant van de single en het is op slag 1968 want dit kantje past naadloos tussen 'Back On My Feet Again' en 'Build Me Up Buttercup'. Het is niet heel erg essentieel maar een zeer welkom alternatief voor het plat gedraaide 'Red Light Spells Danger' van Billy Ocean. Op de keerzijde wordt Amanda toegezongen en dat klinkt als een kruising tussen oude Foundations, disco en Suri-soul. Ik vind het eigenlijk de meer interessante kant en het klinkt 'lo-fi' genoeg om tussen deze platen in te passen.
* Millie Jackson- Leftovers (UK, Polydor, 1975)
De keerzijde van de hit 'Loving Arms'. Millie doet hierop een nummer van Prince Philip Mitchell en het klinkt in het intro alsof Mitchell in eigen persoon aanwezig is. Ze spreekt de man aan met Philip en hij antwoordt. En dan is er ook nog Jody die maar heeft besloten om bij hun in te trekken om op de hotelkosten van haar en Philip te bezuinigen. Millie zegt 'shagging' in het intro en volgens mij mag dat woord niet voor de Wolfman Radio-vergunningen, maar ach... er wordt tegenwoordig wel wat meer schokkends verkondigd op de radio. De kinderen horen in bed te liggen als ik begin met 'Do The 45'...
dinsdag 4 januari 2022
Week Spot: Eddie Money
Het is niet de eerste keer dat hij de beoogde kandidaat is voor de Week Spot. Ik heb sinds juli geregeld eraan gedacht om de plaat vroeg of laat tot Week Spot te maken, maar ja...? Eddie Money is niet heel erg een soulartiest. Sterker nog: De term soul wordt nergens in zijn biografie genoemd. Maar ook Money is een man die met zijn tijd mee moet van de platenmaatschappij en dat betekent dat hij ergens rond 1978 moet inhaken op de disco-rage. Hij doet dit dan weer niet met een ordinaire stamper, maar gebruikt zijn creativiteit om aan de wens te voldoen zonder dat hij zijn ziel hoeft te verkopen. Er zal overigens helemaal niemand rijk worden van deze plaat en dat maakt het opeens weer interessant genoeg voor de Week Spot. Een niet bepaald obscure artiest met een grotendeels vergeten plaatje dat naadloos past tussen de soulvolle aankopen uit de jaren zeventig van de afgelopen maanden. Als Eddie niet zo beroemd was geweest, had ik wellicht een 'cover-up' gemaakt van de plaat. Ik 'mis' ieder jaar een plaat bij de samenstelling van de Blauwe Bak Top 100 en vorig jaar ben ik nog net op tijd om een plaat toe te voegen. Dit jaar is het reeds een paar dagen na de uitzending als ik ook de lijst heb gepubliceerd op Soul-xotica. Jammer maar helaas, ik heb Eddie Money helemaal over het hoofd gezien. Dat heeft er wellicht mee te maken dat ik ook een 'upgrade' van 'Baby Hold On' heb gekocht en ik bij de naam van Eddie in de lijst meteen aan dit plaatje heb gedacht. Toch wil ik dit plaatje van Eddie Money graag een week in de schijnwerpers hebben: 'Maybe I'm A Fool' uit 1978.
'Take Me Home Tonight' staat al sinds jaar en dag in de verzameling en 'Baby Hold On' is een favoriet om te draaien op de radio. Toch raak ik over het algemeen niet erg opgewonden als ik een single zie van Eddie Money. Dan is het begin juli en ben ik bij de kringloopwinkel in Steenwijk. Hoewel de singles met 1,50 euro een beetje aan de hoge kant zijn, trekt deze Engelse persing me aan en ik besluit het gokje te wagen. Hoewel ik de zondag erna 'The Vinyl Summer Spirit' over 1978 doe, komt Eddie niet aan bod en de 'Singles round-up' is pas na het weekend. Ik verwacht rock in de stijl van 'Baby Hold On', maar dan minder aantrekkelijk. Ik ben blij verrast door het resultaat. Eddie slaat hierop een brug tussen pop en soul. Het is opvallend weinig rock en zou met een beetje moeite 'crossover-soul' genoemd kunnen worden. Het is desondanks een beetje pijnlijk om deze aan de koffers toe te voegen en dus plaats ik het in de reserve-Blauwe Bak. Dat is dan meteen ook het euvel dat de plaat parten speelt bij de samenstelling van de Top 100. Ik heb hem gewoon helemaal over het hoofd gezien terwijl de plaat met een beetje mazzel wel in de Top 100 zou kunnen hebben staan.
Edward Joseph Mahoney is zijn volledige naam en hij wordt geboren op 21 maart 1949. In de vroege jaren zestig komt de rock'n'roll zijn leven binnen en begint op straat te zingen. Zijn eerste highschool is geen succes, hij rond de tweede wel succesvol af. Mahoney is meer bezig met muziek en meisjes versieren dan dat hij zich in de schoolbanken ophoudt. Het lijkt een logische stap voor Edward om zijn grootvader, vader en broer te volgen in hun loopbaan en opgeleid te worden tot politieagent. Tijdens deze opleiding komt Mahoney met zichzelf in conflict. Zijn bandmaten willen niet een agent in de gelederen hebben en hij ziet zichzelf niet met een kort koppie in een politietenue lopen. In plaats daarvan laat hij zijn haar groeien, het is per slot van rekening 1968, en besluit het te proberen als rockmuzikant. Zijn vader is allerminst gelukkig met zijn besluit en scheurt de Jimi Hendrix-posters van Eddie's muur. Hij vertrekt naar Californië waar hij zanglessen neemt en zijn professionele naam aanneemt. Money is immers Mahoney met twee ontbrekende letters en bovendien siert deze naam hem omdat hij voortdurend blut is.
Zijn loopbaan komt echter pas in de midden jaren zeventig tot een piek. Hij mag onder andere Santana 'supporten' bij een lokaal optreden en krijgt hierdoor een contract bij Columbia (de Amerikaanse CBS). Met 'Baby Hold On' is het meteen helemaal raak. Het nummer is gemaakt voor de populaire rockzenders in Amerika en ook Europa gaat enigszins overstag voor Money. 'Maybe I'm A Fool' blijft net buiten de top twintig van de Billboard steken en doet een heel klein beetje in Australië en Canada. Op 31 maart 1979 verschijnt de plaat in Nederland en ook Engeland mag mee genieten van een release. Hoewel ik de Engelse persing heb, vind ik het voor de foto wel aardig om de Nederlandse fotohoes te gebruiken. In 1982 speelt hij in op het succes van MTV met een paar hilarische video's en in 1987 zal hij nog eenmaal knallen met 'Take Me Home Tonight'. Daarin zit een stukje tekst uit 'Be My Baby' van The Ronettes en Ronnie Spector is bereid om het opnieuw in te zingen voor de hit.
Mondy heeft gedurende zijn carrière verschillende malen problemen met chemische substanties en alcohol. Doordat hij een ander middel aan ziet voor cocaïne moet hij in de begin jaren tachtig opnieuw leren lopen. In het begin van de nieuwe eeuw zet hij voorgoed een punt achter zijn drank- en drugsgebruik. Wel rookt hij altijd als een schoorsteen en dit, in combinatie met zijn vroegere middelengebruik, maakt dat zijn lichaam vatbaarder is voor ernstige ziektes. Hij overlijdt op 13 september 2019 aan de gevolgen van kanker en is dan slechts zeventig jaar geworden.
Maling aan achterstand
Het blijft stil vanaf de kant van de post. Ik verwacht inmiddels heel veel pakketjes singles maar de groene brievenbus blijft leeg en ik krijg ook geen mailtjes over dit of dat. Hoewel het eerste bericht van vandaag min of meer 'per ongeluk' is opgespaard, zou het vandaag gebruikt kunnen worden voor een 'Singles round-up' als de postbode mijn huisje had aan gedaan. Helaas... Ik wil toch wel weer even op schema komen en dus duik ik straks mijn archief in om een mooi prentje te vinden. Dat doe ik overigens nadat het berichtje is geschreven. Het is dus een verrassing welke foto hier boven komt te staan. Het is vandaag vijfentwintig jaar geleden dat de 'laatste' Elfstedentocht werd verreden. Ik zet 'laatste' bewust tussen aanhalingstekens want als de wereld geen maatregelen had genomen ten opzichte van een virus, dan was begin 2021 een Elfstedentocht geweest. Ik heb, uit mijn hoofd, in 2017 al een bericht geschreven over deze dag in 1997 en het zal morgen ongetwijfeld ook langs komen in 'Het zilveren goud'. Ik moet de lijst voor later in 1997 nog even verder rangschikken, maar januari staat in ieder geval klaar voor een viertal berichten. Ik heb even gezocht bij de foto's en, ja, ik heb een leuke aanleiding gevonden. Tien jaar geleden heb ik net mijn huisje in Nijeveen geaccepteerd, ook al duurt het tot maart en april eer ik helemaal overga van Steenwijk naar Nijeveen. Ik ben vorig jaar december op Facebook een foto-album tegengekomen met foto's die ik in Nijeveen en omgeving heb gemaakt in 2015. Vandaag presenteer ik jullie een foto die is gedateerd op 6 maart 2015 en het toont de molen van Nijeveen. Straks krijgen jullie nog de kersverse Week Spot van mij.
maandag 3 januari 2022
Het persoonlijke mysterie van The Beach Boys
Het komt niet helemaal onverwacht. Ik open vanmiddag mijn Facebook en zie dan dat mijn zus een berichtje heeft gestuurd. Mijn oom is afgelopen weekend overleden. Hij sukkelt al geruime tijd met zijn gezondheid en heeft een koninklijke leeftijd van 92 gehaald. Een paar jaar geleden is de andere broer van mijn moeder overleden en toen heb ik een stukje op Facebook geschreven. We woonden naast oom Jelte en in de jaren negentig zat hij geregeld op de stoep te luisteren als de jonge Louwsma weer eens plaatjes draaide op zijn slaapkamer. 'Gerrit draaide vanmiddag weer prachtige platen', zei hij dan tegen mijn ouders. Ik heb op de dag van zijn begrafenis een show gedaan met, in gedachten, oom Jelte op de stoep voor mijn huis en genietend van de klanken uit de slaapkamer. De Gaastra's blijven gedurende het grootste deel van hun leven trouw aan Jutrijp want ook oom Durk woont tot een paar jaar geleden in het ouderlijk huis. Dat ook weer het ouderlijk huis is van mijn broers en zus, maar niet van mij. Hoe zit dat?
Na hun huwelijk betrekken mijn ouders een deel van de ouderlijke woning. Opa en oma wonen in het andere deel. De broers wonen met hun gezinnen naast elkaar aan de Wite Jofferswei. Als de grootouders komen te overlijden, besluiten mijn ouders en oom Durk om een woningruil te doen. Oom Durk heeft een groter gezin en heeft meer zin in het onderhouden van een grote tuin dan mijn eigen vader. Zo verhuizen mijn ouders met drie kinderen naar de Wite Jofferswei waar mijn moeder in 1975 bevalt van de jongste telg uit het gezin. 'Daar gaat oom Durk, wuif maar even naar hem', kan ik me nog herinneren uit mijn kindertijd. Hoe oud ik moet zijn geweest? Geen idee, maar oom Durk is op dat moment nog aan het werk en komt langs op de vrachtwagen. Kort daarop zal hij vanwege zijn knieën uit het werk raken. Hij zal zich geen seconde vervelen. Auto rijden, fietsen, wandelen met de hond, aan het werk op het erf en... de geiten. Zijn dagen komen vast uren tekort. Als ik op de leeftijd ben dat ik niet meer onder begeleiding over het Binnenpaed hoef te lopen (er is daar geen trottoir), word ik tweemaal per week naar oom Durk gestuurd met een zak vol aardappelschillen. Ook ga ik vaak met hem de hond uitlaten. Als de hond dood gaat, is dat laatste uiteraard afgelopen maar de traditie van het schillen brengen blijft nog geruime tijd bestaan.
Hij houdt geiten en daar zijn de aardappelschillen dan ook voor bedoeld. Hij mengt het met het voer voor de geiten. Meestal ga ik achter langs via de keuken naar de kamer. Als tante in de keuken is, zegt ze vaak: 'Ga maar naar het hok'. Dan zie ik hoe hij het voer bereidt voor de geiten en de meeste geiten zijn nieuwsgierig genoeg om ook een aai over de snuit te krijgen. De geiten zijn de ultieme hobby. Hij doet ook geregeld mee aan keuringen en tentoonstellingen. In het begin van het schillen brengen, is vaak het vertier met de geiten en een snoepje genoeg om me weer naar huis te sturen. Op het laatst word ik nog wel eens uitgenodigd voor een bakje koffie in de achterste kamer. Er brandt dan een vraag op mijn lippen, maar deze zal altijd worden ingeslikt.
Mijn tante houdt van Duitstalige muziekprogramma's net als mijn vader. Mijn oom zingt, net als mijn moeder, bij het plaatselijke zangkoor. In de hoek van de kamer staat een rekje met elpees en het is de voorste plaat welke voortdurend mijn aandacht trekt: 'Pet Sounds' van The Beach Boys. Natuurlijk... de witte geit. Ik kan me er niets bij voorstellen dat oom en tante 's avonds naar 'Caroline No' of een andere klassieker van deze elpee zaten te luisteren. Bij vader stond immers zijn meest gedraaide elpee vooraan? Ik zal het dus nooit weten. Is de plaat van één van de kinderen geweest of hebben ze wellicht expres de elpee voor hun vader gekocht vanwege de witte geit op de hoes? En wat zou er voor de rest in het rek hebben gestaan? Helaas, het komt allemaal nooit ter sprake. Het is wel meteen duidelijk voor mij dat 'Pet Sounds' boven dit verhaal moet.
Oom en tante zijn jaren geleden verhuisd naar een seniorenwoning in een complex in IJlst. De laatste keer dat ik ze getroffen heb, moet met een verjaardag van moeder zijn geweest. In ieder geval de eerste keer met de ligfiets, dat kan ik me nog goed herinneren. Daarna wellicht nog wel eens? Oom Durk is altijd belangstellend en 'op skik' en dat is hoe ik hem zal blijven herinneren.
Top G-duizend: Fish
Welgemeende excuses van een keurige heer. De eerdere ambities voor dit weekend zijn als een nachtkaars uit gegaan en nu is het dan opeens de derde dag van het nieuwe jaar en ik heb nog altijd niet gepubliceerd. Ik zou op zichzelf wel willen lopen vandaag, maar ik moet onder andere toiletpapier hebben van de supermarkt en dat is niet praktisch bij het wandelen. Ik denk dat ik er desondanks 'een feestje' van maak en straks even op de fiets naar Dwingeloo ga. Het eerste bericht van 2022 had over een buitenactiviteit moeten gaan, maar de enige buitenactiviteit die ik heb gehad is gisteravond geweest. Toen heb ik de groene brievenbus weer buiten gehangen en heb voor de deur een sigaartje gerookt, ook omdat het inmiddels weer vochtig is geworden, De 'Top G-duizend' is enerzijds een rubriek welke ideaal zou passen in november en december, de stemweken van de Top 2000 en dergelijke, maar toch blijven de suggesties zichzelf aanmelden. Zo heb ik gisteravond 'The Vinyl Countdown' gedaan en daar komt halverwege de show een plaat voorbij die ik dikwijls heb gebruikt als 'kick out tune', omdat ik er niets anders op kan laten volgen. Gisteren heb ik dat opgelost door een stel promo's te draaien. Op de koptelefoon is het dan een minuut 'stil' en dat is mijn voorkeur bij dit nummer. Als suggestie voor de Top G-duizend zet ik vandaag Fish in de schijnwerpers met 'A Gentleman's Excuse Me' (1990).
Ik heb mezelf eind jaren tachtig ondergedompeld in de muziek van de jaren zestig en zeventig omdat 'er tegenwoordig geen goede muziek meer wordt gemaakt'. Toch sta ik dagelijks bloot aan Radio 3 en met name de NCRV op zaterdag zorgt voor een aantal fijne herinneringen uit 1990. Ik weet niet of Fish die zaterdag de 'Favorietschijf' is geweest of niet, maar ik kan de bewuste zaterdag feilloos voor de geest halen. Ik vind het namelijk vanaf het prille begin al een bijzonder nummer. Té bijzonder voor de hitparade of als behang op Radio 3. Mijn broer heeft destijds de cd-single gekocht en het is rond 1994 dat ik deze leen voor een cassettebandje. Er zijn dan al verschillende nummers uit 1990 die ik helemaal ben vergeten maar Fish kan ik eenvoudigweg niet vergeten. In 2014 tref ik de vinylsingle voor de eerste maal en Albert bezorgt me een tweede exemplaar. En nog altijd is de plaat een belevenis waarvoor ik mijn werk even neer leg om er naar te luisteren.
Uit de tijd dat ik in Engeland heb gewoond, kan ik me nog herinneren dat in een satirisch programma de draak wordt gestoken met de achternaam van de Nederlandse premier. Dat is dan Wim Kok. Anno 2022 is er een 'up-and-coming' bandje uit Londen waarvan ik het vermoeden heb dat het niet erg groot gaat worden in ons land. 'The Cut' oogt te algemeen en om zich te onderscheiden van de rest hebben ze de 'c' vervangen door 'k'. Erg kinderachtig maar ik moet altijd heel hard lachen als mijn radio-collega de band aankondigt. Vandaag heb ik het echter over een man die geboren is als Derek William Dick. Niet de meest ideale achternaam voor een zanger van een rockband en gelukkig begrijpen zijn bandcollega's dat. Dikwijls staat het tourbusje van Marillion te wachten voor het huis van de familie Dick omdat Derek nog in bad zit. Dit gaat dermate opvallen dat zijn vrienden hem Fish gaan noemen. Derek kan ermee leven want nu is hij ineens ook verlost van zijn lachwekkende achternaam. Wikipedia heeft het overigens over een huurbaas die met de naam op de proppen zou zijn gekomen, de aanleiding is dezelfde en Dick is in ieder geval blij met een onschuldige roepnaam.
Hij komt ter wereld op 25 april 1958 in het Schotse Dalkeith. In zijn tienertijd wordt hij omringd door symfonische rockbands als Yes en The Moody Blues, maar heeft hij eveneens interesse in glamrock zoals van T.Rex. Daarnaast is hij een verwoed lezer van klassieke Amerikaanse literatuur. Zijn eerste baantje is als pompbediende. In 1980 doet hij zijn eerste optreden als zanger. Hij wordt aangesteld als frontman voor The Stone Dome Band en in de midden jaren tachtig zal hij zijn naam verbinden aan de groep waarmee hij decennia later nog altijd wordt geassocieerd: Marillion.
Fish en Marillion is eenzelfde verhaal als Bon Scott en AC/DC. In beide gevallen zijn Scott (tot aan zijn dood) en Fish slechts een paar jaar actief met de groep, maar wordt wel het klassieke werk afgeleverd waarop de band nog dertig of veertig jaar kan teren. De 'nieuwe' zanger mag dan vele malen langer de leadzanger zijn maar als je aan Marillion denkt, schiet Fish als eerste te binnen. Ik denk dat menig Marillion-bezoeker anno 2022 nog altijd naar concerten komt omdat het ooit is gevallen voor de band uit de tijd van 'Misplaced Childhood' of 'Clutching At Straws'. Ook Fish kan op een trouwe schare fans rekenen en hij trakteert hen zo nu en dan op een album van, weliswaar, wisselende kwaliteit. Het enige album na 1990 dat me nog enigszins heeft kunnen bekoren is het cover-album 'Songs From The Mirror'. In 1988 ondervindt zijn gezondheid de nadelige gevolgen van het vele toeren en bovendien krijgt hij een meningsverschil met Steve Rothery. In januari 1990 levert hij zijn solo-debuut af: 'Vigil In A Wilderness'.
De opnames vinden plaats in de eerste maanden van 1989 en feitelijk zou het album al in juni van dat jaar hebben kunnen verschijnen. Toch wil de platenmaatschappij Marillion niet in de wielen rijden dat op dat moment met 'Season's End' een nieuw album heeft afgeleverd. In oktober 1989 wordt de eerste single van 'Vigil' los gelaten op het publiek en in januari 1990 dus het album. De muzikanten op het album vormen een 'all-star band' met voormalige leden van Spandau Ballet, Dire Straits en Big Country alsook mensen waarmee Fish reeds voor zijn aanstelling bij Marillion heeft gewerkt. 'Big Wedge' is de grootste Engelse hit van het album met een bescheiden 25e plek. 'Gentleman's Excuse Me' doet slechts nummer 30 en ook in Nederland zal het evenmin de top 30 bereiken. Té breekbaar om tussen de platen van Snap! en MC Hammer op de radio te worden gedraaid en de invloed van de NCRV op de hitparade is gering.
Abonneren op:
Posts (Atom)
