woensdag 13 oktober 2021

Singles round-up: oktober 5


Zoals jullie hebben kunnen zien in de vorige aflevering zitten hier plaatjes tussen waarover niet zoveel boeiends valt te vertellen. In zo'n geval is het wel handig om twaalf per keer te doen, maar het moet geen gewoonte worden. Ik wil ook niet een hele week alleen maar 'Singles round-up' doen en dit schiet wel lekker op! Ik ga nu dus ook direct verder met de volgende twaalf. De (*) geeft aan dat ik de singles vandaag heb gekocht.

* Chicago- Baby What A Big Surprise (UK, CBS, 1977)
Deze heb ik al in de Nederlandse persing, maar Engelse persingen klinken nu eenmaal beter. In geval van deze single, één van mijn Chicago-favorieten, klinkt die echt tien keer beter dan de Nederlandse. Een heerlijk vol geluid in de oorschelpen.

* Eric Clapton- Lay Down Sally (UK, RSO, 1977)
Ook deze moet ik even opzoeken. Ik meende het al: Deze heb ik inmiddels in de Amerikaanse persing. Dat is dan weer op het onvolprezen (?) styreen en dan is vinyl welkom. Ook al ligt Eric Clapton een beetje moeilijk bij mijn Wolfman-collega's vanwege zijn opzienbarende uitspraken in de midden jaren zeventig. Het is eigenlijk even 'not done' om Clapton te draaien als dat je Gary Glitter of Rolf Harris links laat liggen. Neemt niet weg dat ik dit altijd een fijn nummer heb gevonden en sinds een paar jaar weet ik dat mede-componiste Marcy Levy en zangeres op de plaat eigenlijk Marcella Detroit is, de helft van Shakespear's Sister.

* Joe Cocker- High Time We Went (NL, Stateside, 1971) (*)
Deze single heb ik afgelopen april gekocht maar deze blijkt een beetje krom getrokken. Een bekend fenomeen bij Bovema-persingen uit de vroege jaren zeventig. Het is dan ook een 'thuisbrenger' want uiteraard wil ik het plaatje wel met de fotohoes hebben. Die heb ik vanmiddag gevonden. De plaat heeft slechts lichtelijk het model van een kommetje aangenomen, het ligt niet helemaal vast op het draaiplateau van de speler. Gewoon een hele keurige upgrade!

* Elvis Costello & The Attractions- Chelsea (NL, Radar, 1978)
Een nummer van Costello waar ik sinds een paar weken verslingerd aan ben geraakt. Ooit gewoon voor 3,50 gulden verkocht bij Boven in Meppel, als de plaat nog in het correcte hoesje zit. Hij klinkt paasbest in ieder geval!

* Del Fuegos- I Still Want You (NL, London, 1986)
Goed gegokt want deze heb ik nog niet. Blijft een fantastisch nummer, zelfs 35 jaar later!

* Earth & Fire- Only Time Will Tell (NL, Polydor, 1975) (*)
De collectie staat sinds de eeuwwisseling vrijwel op slot, maar recent heb ik toch redelijk wat ontbrekende Earth & Fire-titels toegevoegd. Dit is, denk ik, de laatste van de Polydor-titels die nog ontbreekt. Waar de groep in de begintijd nog een singles-tijdperk parallel heeft lopen aan de albums, daar zijn de singles in 1975 album-tracks geworden. Best wel een wonder dat zoiets de top twintig heeft gemaakt.

* Fleetwood Mac- Rhiannon (NL, Reprise, 1976)
Fijn om deze klassieker eens op single te hebben!

* The Fortunes- Just Another Dream (NL, United Artists, 1967)
Ook voor The Fortunes blijft de tijd niet stil staan. Als het contract bij Decca is afgelopen en het tekent bij United Artists moet het met de tijd mee en weg van de zwaar georkestreerde dingen. Dit is dan het resultaat: Een lekker uptempo pop-dingetje maar tevens niet heel erg opvallend. De b-kant verandert daar niet veel aan want het is meer van hetzelfde. Wel een erg smakelijke single van de heren!

* Al Green- Morningstar (US, Hi/Myrrh, 1982)
Een eigenaardig plaatje dat ik reeds een plek in de Blauwe Bak heb gegund. Al Green staat blijkbaar nog onder contract bij Hi/Cream als hij in 1982 voor het gospel-label Myrrh de elpee 'Precious Lord' maakt. De a-kant is een aardig nummer waar ik niet meteen een gospel-boodschap in kan herkennen. Vandaar dat het ook tussen de 'gewone' platen mag staan. De b-kant is het titelnummer van zijn meest recente elpee en dat is wel pure gospel. Het ademt het vroege jaren zeventig-werk van Green maar dan verpakt in een mierzoete gospel. Omdat de a-kant me het meeste aanspreekt, zet ik hem in de gewone koffers.

* Dan Hartman- Relight My Fire (UK, Blue Sky, 1979)
Ik heb 'Instant Replay' op de Engelse Blue Sky, maar deze is beschadigd aan de rand. 'Relight My Fire' heb ik in de Nederlandse uitdossing en volgens mij is daar ook iets mee aan de hand. Nu dan de Engelse persing en die knalt als vanouds uit de luidsprekers. Een zeer welkome aanwinst.

* Z.Z. Hill- When Can We Do This Again (US, Malaco, 1982)
Natuurlijk krijgt Z.Z. op voorhand al een plekje in de Blauwe Bak, ook al grenst deze specifieke opname wel erg aan de blues. Ik gun het plaatje alle tijd om te groeien. Ik heb een gevoel dat het wel goed gaat komen met deze kant. De b-kant heet 'When It Rains It Pours' en heeft alle bekende blues-licks. Het is overigens een nummer van Bobby Patterson, dus dat geeft het wel weer een 'soul-pedigree', maar ik hou het bij de a-kant.

* Roger Hodgson- Had A Dream (NL, A&M, 1984)
Uiteraard wil ik deze nog eens met het fotohoesje hebben maar tot die tijd red ik me wel even met deze single voor een euro.

Singles round-up: oktober 4


Vandaag zou ik beginnen aan de vijfendertig singles die ik vorige week woensdag heb gekocht. Ik heb dan al besloten om de platen per twaalf te doen: Twee afleveringen van twaalf en eentje van elf. Dan ben ik vanmiddag op tijd klaar en heb eigenlijk wel zin om nog even om het hoekje te kijken in de platenwinkel. Ik maak meteen een afspraak met mezelf: Maximaal dertien singles zodat ik vier afleveringen van twaalf kan doen. Ik ga daarvoor door de bakken van 2,50 euro welke hij inmiddels per genre heeft gerubriceerd. Ik kijk in de soul, Nederbeat en sixties en alle drie zijn 'mixed bags'. Verder nog een ander klein doosje vooraan in de winkel. Het zijn er precies dertien en dus mag ik concluderen dat ik me prima aan de afspraak heb gehouden. Vandaag ga ik dubbel publiceren zodat ik morgenavond niet de verplichting heb. Vrijdag waarschijnlijk ook dubbel om mezelf vrijaf te geven op zaterdagavond. Ik markeer de singles van vandaag, woensdag 13 oktober, met een (*). Een verse kop koffie, platenspelers aan en koptelefoon op: Ik ben klaar voor de eerste 'Singles round-up' van deze week!

* Ralph Anderson- The Birds Are Coming Over (NL, Injection, 1968)
Ik dacht het al wel! Ik blijk deze single reeds te hebben. Volgens mij heb ik deze gekocht op de boeken- en platenmarkt bij de kerk in Nijeveen in 2014. Toch nog even opgezocht wie deze Ralph Anderson nu ook alweer is en, ja, mijn herinnering is goed: Het is Hans Van Toorn alias Hu van Hu & The Hilltops. Dit is de tweede van drie singles. Een leuke Nederbeat-nugget, maar meer ook niet. Ik moet even kijken welk exemplaar de beste is, de liefhebber mag zich eventueel melden voor het andere exemplaar (helaas beide zonder fotohoes).

* The Back Home Choir- He's So Mighty (US, Tru-Sound, 1962)
Normaal gesproken koop ik niet zomaar een gospel-single, maar deze oogt wel interessant voor een euro. Helaas! De a-kant is totaal niet interessant voor de gospel-koffer, de b-kant is ietsje beter maar het houdt niet over. Deze gaat dus gewoon in de jaren zestig-bak.

* The Beatles- Eight Days A Week (NL, Parlophone, 1965) (*)
'Hoe groter de stapel, hoe goedkoper ze worden', roept de uitbater me nog na. Uiteindelijk heb ik de platen vandaag onder de twee euro per stuk gekregen. Gezien ik 'Eight Days A Week' nog niet met fotohoes heb, neem ik deze met alle plezier mee. De single oogt ook een stuk fraaier met hartje intact, maar qua vinyl is deze even zwaar genoten als mijn oude exemplaar.

* Bee Gees- Fanny (NL, RSO, 1975) (*)
Na ruim dertig jaar de gebroeders Gibb te hebben verzameld, moest ik onderhand de verzameling wel eens compleet hebben. Toch zijn er steeds weer titels die lijken te ontbreken. In 1990 koop ik op een rommelmarkt de elpee 'Main Course'. De ervaring van de fietstocht van Folsgare naar Jutrijp met een elpee in een plastic tasje aan het stuur maakt dat ik voortaan weer ga zoeken naar singles. 'Fanny' ken ik dus erg goed en het verbaast me dat ik deze nog niet heb.

* Dave Berry- I'm Gonna Take You There (UK, Decca, 1965)
Ook deze single heb ik al sinds 1990 maar ik zeg nooit nee tegen een Engelse persing meer of minder.

* Bobby Bland- Members Only (US, Malaco, 1985)
De eerste plaat voor de Blauwe Bak. De plaat is een paar jaar later in Nederland een radiohit als het een officiële release heeft gekregen. Dit is echter de originele Amerikaanse persing. Bobby 'Blue' Bland is een zanger die zich voortdurend op de grens van blues en soul heeft begeven en met het oog op recente jaren tachtig-aanwinsten kan ik deze opeens in de Blauwe Bak plaatsen. Hij blijkt ook beter te zijn dan dat ik hem in eerste instantie kan herinneren.

* David Bowie- Space Oddity (NL, Philips, 1969) (*)
De dj maakt gebruik van afzichtelijke stickers maar daar zou ik op zichzelf nog mee kunnen leven. Het gekrabbel op de hoes werkt storender in dit geval. Nee, het is niet het beste exemplaar dat te vinden is, maar wel de eerste die ik tegenkom voor een 'leuke' prijs. Ik heb het dan over 'Space Oddity' met de fotohoes. Het vinyl oogt wel gaaf maar mist het 'hartje'. Qua plaat moet ik dus even checken welke de beste is. Het gaat me hier, net als The Beatles, vrij specifiek om het hoesje.

* David Bowie- Heroes (NL, RCA Victor, 1977)
'Heroes' van drie-en-een-halve-minuut is heiligschennis als je het mij vraagt, maar desondanks ontbreekt de single nog altijd in de verzameling.

* Bronski Beat- Run From Love (UK, Forbidden Fruit, 1985)
Met een broer die in de jaren tachtig 'fan' is van Bronski Beat ken ik veel van het werk van de groep van Jimmy Somerville. Toch staat me er niets van bij dat dit 'Run From Love' een single is geweest in ons land. Ik zie nu dat het in Engeland alleen als een promo is uitgebracht en het 'dj' in het catalogusnummer heeft zitten. Het is echter niet de meest memorabele track van Bronski Beat maar wel een aardig item voor de verzameling!

* The Buffoons- Sister Theresa (NL, Imperial, 1968) (*)
Een paar jaar geleden sta ik in Sneek in een platenwinkel welke de meeste singles heeft liggen van The Buffoons. De vraagprijzen zijn echter niet billijk en dat vind ik wel jammer. In het begin van mijn verzamelen heb ik eens een MFP-elpee gekocht met daarop de grootste hits van The Buffoons en heb de plaat altijd met plezier gedraaid. Het is namelijk een hele kunst om perfect op elkaar aansluitende stemmen te vinden. The Cats is een zeldzaam voorbeeld, maar The Buffoons doen er niet voor onder. 'Sister Theresa' heet voluit 'Sister Theresa's East River Orphanage' en is oorspronkelijk van Fabulous Farquahr op het Verve-label. De single is 'schoon' in het hoog en dat is op zichzelf al uniek. Geweldig lekker nummer met prachtig zangwerk. Het is een dubbele a-kant op de hitparade en de keerzijde heeft een klasse-uitvoering van 'Sunday Will Never Be The Same', een hit voor Spanky & Our Gang. 'Sister Theresa' wint het echter voor mij, ook omdat ik een zwak heb voor Spanky & Our Gang.

* Cafe Creme- Unlimited Citations (Duitsland, EMI, 1977)
Ik heb het nummer ooit op een verzamelelpee gehad. Er staat me iets van bij dat het een medley is van Beatles-nummers. Het is inderdaad de voorloper van Stars On 45 ook al klinkt Cafe Creme bij vlagen meer als een mashup dan een medley. Net als bij Jaap Eggermont zijn de nummers hier ook opnieuw ingespeeld en gezongen door anderen. Leuk voor op een zondagavond!

* Johnny Cash- See Ruby Fall (NL, CBS, 1969)
Het zijn leuke prijzen in het winkeltje. De 'collector's items' zijn allemaal 2,50 per stuk en niet eentje duurder. Verder heeft hij bakken vol van een euro waaronder ook 'collector's items zonder fotohoes'. Daar heb ik vorige week veel vandaan getrokken en wellicht dat ik volgende week weer een kijkje ga nemen in deze sectie. Hoewel Johnny Cash altijd een potje bij me kan breken, denk ik niet dat ik 2,50 euro voor de single met fotohoes had betaald. Een euro is dik betaald en zeker nu de plaat flink kraakt en een paar keer overslaat.

dinsdag 12 oktober 2021

Week Spot: Pat Cooley


Artiesten los zien van bepaalde keuzes of politieke voorkeuren. Ik roep al jaren dat ik hiertoe prima in staat ben, behalve vanavond. Ik heb aanvankelijk een andere artiest op het oog. Van deze persoon, ik noem geen namen, bestaat geen Wikipedia en hij heeft evenmin een persoonlijke website. Je komt dan terecht op zijn sociale media-profielen en dan heb ik gegeten en gedronken. Het doet niets af aan de plaat, maar de Week Spot gaat naar iemand anders. Van deze artieste weet ik ook weinig biografische details of opvattingen van welk aard dan ook, maar van de andere was buiten het activisme om weinig interessants te vinden om mee te nemen in een bericht. Zo kijk ik opnieuw naar de lijst voor komende zaterdag en ga even zoeken op Goggle. En wat blijkt? Pat Cooley heeft afgelopen maart nog een nieuwe cd uitgebracht! Hoewel het promotionele verhaal niet diep in het verleden gaat, kan ik hiermee wel uit de voeten. De plaat is de afgelopen maanden reeds gegroeid tot een échte favoriet: 'I Ain't Going Where You're Going' van Pat Cooley uit 1987.

Clarence George Carter komt op 14 januari 1936 ter wereld in Alabama. Hij is vanaf zijn geboorte blind maar dat belet hem niet om de gitaar te leren spelen en een populaire zanger te worden. Clarence Carter zal enkele grote hits hebben in de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. 'Patches' bereikt ook hier de Top 40 in 1970. Carter is, ondanks de hoge leeftijd, nog altijd actief in de muziek, daar waar hij zestig jaar geleden is begonnen. In de jaren tachtig ontdekt hij Pat Cooley. Zij opent menig concert voor hem en als ze platen gaat maken, is Clarence vlak in de buurt. Dat is ook het geval met onze Week Spot Dat is uitgebracht op het Ichiban-label waar Carter dan al zes jaar bij in dienst is. Hij zal tot 1996 bij Ichiban blijven voordat hij zijn eigen maatschappij op poten zet. De promotie voor haar laatste album maakt niet veel woorden vuil aan de jaren tachtig. Het wordt omschreven als het héél ver terug in de tijd is en ergens verderop wordt 'I Ain't Going Where You're Going' toch nog genoemd en aangeprezen. Het staat op een vrij recent album van Pat dat ook de focus legt op haar verleden.

De schrijver roemt de Candi Staton-achtige vertolking met een stem die erin gaat als puddingbroodjes. Nou nee, niet helemaal letterlijk, maar wel het met equivalent van de puddingbroodjes in de zuidelijke staten van Amerika. Volgens de schrijver is ze vooral actief van 2006 tot en met 2015 als ze vijf cd's uitbrengt. Veelal eigen werk hoewel er ook een cover is verschenen van 'Members Only' van Bobby Bland. Dat plaatje komen we morgen weer tegen in de 'Singles round-up'! Al met al is er niet zoveel te schrijven over de Week Spot van deze week, buiten dat het nummer enorm is gegroeid in de afgelopen maanden. Wellicht dat de andere artiest later nog eens de Week Spot gaat ontvangen als ik meer biografische details heb gevonden, maar de eer gaat deze week naar mevrouw Cooley!

Verzameldraaien: Jaren 80 bak 13


Omdat ik beduidend minder jaren tachtig-singles heb, komen deze minder frequent voorbij in 'Verzameldraaien'. Hoewel? De collectie is sinds 2015 verdubbeld. Ook heb ik even overwogen om de jaren negentig los te koppelen van de jaren tachtig, maar ik wil niet nóg een 'hoekje' inrichten op zolder. De jaren tachtig is en blijft dus alles vanaf 1980. De plaatjes waar ik veelal groot mee ben geworden en over de lengte hoef ik niet te klagen. Ook in deze aflevering van 'Verzameldraaien' zit er al meteen een jaren negentig-single bij, maar ook vandaag is het onderwerp meteen bekend als ik de singles bijeen zoek. Niet zozeer een biografie van een band of een artiest, maar liever stil staan in het hier en nu en de situatie eens bestuderen. En mijn eigen conclusie hierover kenbaar maken. Ik heb momenteel veertien jaren tachtig-bakken en dit is de op een na laatste. We zitten dus achter in het alfabet. Deze trapt af met 'Try Jah Love' van Third World en eindigt met 'Cambodia' van Kim Wilde. Het volgende kwartet maakt kans op een bericht...

16: Rumors - Timex Social Club (NL, Mercury 888 032-7, 1986)
33: Incredibly Red - Esther Tuely (Duitsland, RCA PB44973, 1991)
45: Food For Thought - UB40 (NL, Graduate GRAD 6, 1980)
78: Wild Horses - Gino Vannelli (België, Dreyfus FDM 7818, 1987)

Dan kan ik wellicht eerst wel even gebruik maken van de gelegenheid om de aandacht te vestigen op de single van Esther Tuely. Mocht ooit nog iemand de single in een goede staat treffen (en ze zijn meestal 'new old stock'), dan hou ik mezelf van harte aanbevolen. Ik weet niet precies wat met mijn exemplaar is gebeurd maar het is niet meer te draaien. Best wel jammer omdat ik het altijd een bijzonder nummer heb gevonden. Timex Social Club en Gino Vannelli zijn leuke plaatjes, maar ik moet hen vandaag passeren als het komt tot een berichtje. Er zijn boeken vol geschreven over het ontstaan van UB40 en dat vind ik vanavond opeens niet zo interessant. Er is echter al een paar jaar een strijd gaande tussen twee UB40-kampen en met name een Engelse radio-collega is erg actief in de strijd. Hierdoor maak ik van dicht bij mee wat voor de meeste mensen onzichtbaar is of lijkt.

De eerste associatie met UB40 is voor mij Ali Campbell, direct gevolgd door Astro met zijn dreads. Als ik de rest van de leden van UB40 in de supermarkt zou tegenkomen, zou ik ze niet herkennen. Muzikaal zou ik kunnen geloven dat UB40 na 'Can't Help Falling In Love' in 1993 van het toneel is verdwenen gelijk de meeste jaren tachtig-bands. Soms gaat een band nooit officieel uiteen, maar wordt ook niets origineels of nieuws meer gedaan. Zie hiervoor de lange lijst van voormalige jaren tachtig-sterren die de revival-feesten en festivals afreizen. Ik voel al een lichte schok als ik zie dat Joe Cocker gewoon op Bospop staat, terwijl vijftien jaar eerder nog busreizen worden georganiseerd naar de exclusieve concerten van Cocker. UB40 is eveneens een band van de stadions in de jaren tachtig en negentig. Wat zou er toch van hen terecht zijn gekomen?

Welnu, ik ben blij verrast als ik in 2013 hoor dat UB40 nog altijd bijeen is. Het is puur te danken aan het feit dat ik bij Wolfman Radio ben terechtgekomen en anders zou ik ook hebben gedacht dat UB40 een schreeuw uit het verleden zou zijn. Ik leer van Lee dat Ali een fiks aantal jaren geleden uit de band is gestapt en dat zijn rol is overgenomen door zijn broer Duncan. Middels Lee hoor ik meerdere nummers van de meest recente plaat van UB40: 'Getting Over The Storm'. Ze zijn onafhankelijk geworden en pogen het principe van 'Labour Of Love' door te zetten met andere genres. Op het moment van 'Storm' hebben ze zich verdiept in de country en Americana. Het UB40-popreggae-arrangement past de liedjes als een jas en ik vind het wel curieus, buiten dat ik een paar echte favorieten van het album heb. Ik geloof dat de pest een jaar of twee later uitbreekt in UB40-land.

Volgens mij staat de naam Ali Campbell dermate synoniem aan UB40 dat hij de bandnaam niet nodig heeft om aan optredens te komen. Tony Hadley doet hetzelfde trucje al jaren. Hij zingt onder eigen naam alle Spandau Ballet-hits op festivals rondom de wereld. Ali weet echter Astro aan zich te binden en ook Mickey is enige tijd van de partij. De gebroeders Campbell leven al jaren in onmin met elkaar en Ali uit zich niet zachtzinnig over de huidige groep. 'Duncan verkracht mijn liedjes', is één van zijn uitspraken. Voor Ali is UB40 afgedwaald van het oorspronkelijke pad en moet iets worden gedaan om de 'oude fans' niet kwijt te raken. En dus formeert hij met Astro en Mickey WeAreUB40.

Afgelopen vrijdag is Everett Morton overleden, de drummer van The Beat. Van The Beat bestaan sinds de midden jaren tachtig al meerdere versies. Om naamsverwarring te voorkomen met de Amerikaanse band The Beat wordt de groep in Amerika The English Beat genoemd. De laatste jaren is The English Beat onder leiding van Dave Wakeling vooral actief in Amerika. Hij speelt de grote hits van de band uit de jaren tachtig. Ranking Roger richt zijn eigen The Beat op en maakt (tot zijn dood in maart 2019) nieuwe albums met nieuwe muziek. Hoewel The Beat nimmer meer in de originele bezetting samen op een podium zou kunnen staan, wordt er niet met modder gegooid. Voor 'originele' reggae en ska ga je naar de optredens van Ranking Roger en voor een nostalgische trip ga je naar Dave Wakeling. Eenzelfde situatie zou ook bij UB40 een optie kunnen zijn. Ali en zijn kornuiten voor de legendarische jaren en Duncan en gevolg voor de moderne uitvoering van UB40.

Dan zou het al handig zijn als de media het onderscheid weet te maken, maar als zelfs de BBC Ali uitnodigt voor een interview over UB40? Naar het schijnt heeft Ali bij zijn afscheid van UB40 afstand gedaan van de rechten op de naam, ook al durft hij dat nu te bestrijden. Dat Duncan 'zijn' muziek zou stuk maken, klopt overigens ook van geen kant. Ali heeft nimmer mee geschreven aan een liedje van UB40. Het huidige UB40 houdt zich nagenoeg niet meer bezig met het oude repertoire. Ali heeft daarentegen intussen een 'Real Labour Of Love'-album uitgebracht. Met een synthesizer-beat en andere instrumenten uit een doosje gaat hij door een verzameling pop- en soul-deuntjes heen welke moeten klinken aan als de legendarische 'Labour Of Love'-albums van weleer, maar in werkelijkheid té afschuwelijk voor woorden zijn. De UB40 van Duncan en de rest heeft net ook weer een nieuw album uit. Ik moet toegeven: De laatste heeft muzikaal niets meer te maken met de oorspronkelijke UB40, maar Ranking Roger zette evenmin de traditie van The Beat voort. Het huidige UB40 is een volgende stap in een imposante carrière waar Ali terug grijpt naar de gloriedagen. Voor beide is schijnbaar een markt en dus zou het moddergevecht achterwege kunnen blijven.

maandag 11 oktober 2021

Verzameldraaien: Jaren 70 bak 3


In Meppel zet ik vrijdag de elektrische fiets even aan de lader en ga op een andere elektrische fiets bezorgen. Vooral omdat het opladen thuis niet helemaal goed is gegaan en ik nog wat 'peut' wil overhouden om thuis te komen. Tegen het einde van middag merkt een collega op dat de achterband zacht lijkt te zijn. Ik pomp hem op maar kan me ook niet herinneren dat deze vanmorgen zacht heeft aangevoeld. Halverwege Meppel en Havelte voel ik dat het niet in de haak is en de band is bijna leeg als ik in Uffelte ben. Ik zal morgen de band nog eens op pompen en het ventiel goed aandraaien. Hopelijk is daarmee het probleem verholpen? Het maakt wel dat ik de tweewieler sinds vrijdag niet heb aangeraakt. Vanavond moet ik even naar de winkel en besluit met de benenwagen te gaan. Vooral de terugweg gaat zeer alternatief en ik heb het best in de knieën als ik thuis kom. Ik ben daarnaast tweemaal van de weg gegleden met mijn zwakke enkel, maar dat is goed gekomen. Daarnaast loop ik in Havelte pardoes tegen een hek op waardoor ook de knieën nog een opdonder krijgen. De boodschapjes zijn binnen en ik heb de nieuwe mp3-speler kunnen inwijden. Tame Impala, Meggie Lennon en Supertramp hebben me onderweg voorzien van muziek. Nu ga ik weer eens zitten voor een aflevering van 'Verzameldraaien'. Ik heb vandaag de keuze uit de 16e, 33e, 45e en 78e uit de jaren zeventig-bak, hoewel het onderwerp vanaf de 16e single al vast staat.

De derde jaren zeventig-bak trapt af met 'Daddy Cool' van Boney M en besluit met 'If I Could Do It All Over Again' van Caravan. Ik heb de bak vorige week gebruikt in 'The Vinyl Countdown'. De eerste de beste uit het lijstje hoort een bericht te krijgen, zeker na de singles die ik de afgelopen maanden heb verzameld van de beste man en het verhaal dat ik sindsdien heb leren kennen. Een ondergewaardeerde held uit de Britse popmuziek.

16: Love Spell - Daniel Boone (België,. Penny Farthing 6067 048, 1974)
33: Golden Years - David Bowie (Duitsland, RCA Victor PB-10441, 1975)
45: Un Beso Y Una Flor - Nino Bravo (NL, Polydor 2121 129, 1972)
78: Hey America - James Brown (Duitsland, Polydor 2066 160, 1971)

Juist, het verhaaltje zou vandaag moeten gaan over Daniel Boone. De man die wordt herinnerd voor één hit uit 1972, maar in werkelijkheid meer noten op zijn zang heeft. Hij wordt op 31 juli 1942 geboren als Peter Charles Green. Hij is aanvankelijk dan ook bekend als Peter Green, maar het is lang voor de doorbraak van Fleetwood Mac (of Green's aanwezigheid bij John Mayall) dat hij deze naam laat vallen. Als zestienjarige voegt hij zich als zanger en gitarist bij een band met de naam The Beachcombers. De groep doet veel optredens in de omgeving van Birmingham en ontmoet op deze wijze Tommy Bruce. Deze Engelse zanger heeft in 1960 een hit gehad met 'Ain't Misbehavin'. De singles van Bruce zijn toegeschreven aan Tommy Bruce & The Bruisers, maar in werkelijkheid heeft hij geen vaste band. De muziek op zijn platen wordt verzorgd door een wisselende groep studiomuzikanten. Bruce is echter diep onder de indruk van The Beachcombers en besluit hen in te stellen als The Bruisers. Dat betekent eveneens dat The Bruisers zelf platen mogen maken. Peter Green is dan inmiddels Lee Stirling geworden en zal later worden uitgebreid tot Peter Lee Stirling. Stirling gaat zich tevens toeleggen op het schrijven van liedjes en vaak in samenwerking met Barry Mason. Deze zal later met Les Reed veel van de hits van Tom Jones en Engelbert Humperdinck schrijven. The Bruisers heeft in 1963 een bescheiden Engelse hit met 'Blue Girl' en het is eveneens de eerste succesvolle titel voor Mason. Tot 1970 verschijnen er singles van Peter Lee Stirling, Peter Lee Stirling & The Bruisers en in 1968 een eenmalige single van Threshold Of Pain. Het worden echter geen hits. Toch verdient Stirling nog een paar stuivers aan 'I Think Of You' en 'Don't Turn Around', beide hits voor The Merseybeats. Ook schrijft hij 'I Belong' voor Kathy Kirby waarmee de zangeres tweede wordt op het Songfestival.

The Bruisers gaat in 1967 uiteen en Stirling richt een platenstudio op aan Whitechapel Road in Londen. Hij gaat samenwerken met een studioband met de naam Hungry Wolf en neemt een album op met hen. Vervolgens gaat de band door als Rumpelstiltskin en dat levert twee andere elpees op. In 1971 voegt hij zich bij het Penny Farthing-label van de vroegere Troggs-manager Larry Page. Zijn eerste single als Daniel Boone, genoemd naar de Amerikaanse volksheld, is een nummer dat is geschreven door Peter Callander an Geoff Stephens en waar Boone te boek staat als de originele versie: 'Daddy, Won't You Walk So Fast'. Wayne Newton zal het in 1972 opnemen en een grote Amerikaanse hit scoren. In Nederland kennen we het deuntje beter als 'Pappie Loop Toch Niet Zo Snel' van Herman Van Keeken. De opvolger doet helemaal niets en Daniel Boone blijft nummers schrijven met Rod McQueen. Ze maken een afspraak bij Penny Farthing om hun laatste liedje te laten horen. Dat wil eerst de afspraak uitstellen maar op aanraden van Boone en McQueen wordt Page naar het kantoor gehaald en spelen de heren het liedje op de piano. Larry krijgt een visioen van dollartekens en een paar weken later ligt de single in de winkel. De plaat haalt nét niet de Engelse top twintig, maar is wel een nummer 15-hit in Amerika. In Nederland bereikt 'Beautiful Sunday' een 13e positie op de hitparade en hij neemt van 'Beautiful Sunday' en 'Annabella' Duitse versies op. In Duitsland staat het maandenlang op nummer 1.

Het verbaast dan ook helemaal niets dat de twee meest recente Daniel Boone-singles beide Duitse persingen zijn, hoewel 'Sunshine Lover' en 'Skydiver' maar net tot nummer dertig in de Duitse hitlijsten komen. In de rest van de wereld is iedereen Boone na een half jaar alweer vergeten. Hij maakt daarna nog tientallen singles maar de verkoopsuccessen blijven uit. Als The Troggs in 1992 haar comeback-album 'Athens Andover' maakt (met gastbijdragen van R.E.M.) schrijft Boone twee nummers voor het album.

zaterdag 9 oktober 2021

Het zilveren goud: oktober 1996 deel I


Met de ipod ben ik nog altijd dingen aan het uitvogelen en dat kan nog wel eens een aparte hobby worden. Het zou wellicht een stuk eenvoudiger zijn geweest als ik niet bij de huidige muziek-database zou zitten, want het is immers de kortste klap om de meest recente iTunes te downloaden en vervolgens uit hun bibliotheek te kopen. Ik heb dezelfde albums euro's goedkoper bij mijn huidige provider. Bovendien luister ik het liefste naar mijn eigen radioshows en die ga ik uiteraard niet toevoegen aan iTunes. De andere mp3-speler is ook gearriveerd, maar deze gooit zorgvuldig overgezette albums dwars door elkaar. Hier kan ik echter wel mijn eigen shows op zetten en met een capaciteit van 16GB zit het wel goed. Zojuist heb ik 44 singles gedraaid in 'Do The 45' en deze show is inmiddels beschikbaar via Mixcloud. Het is inclusief drie van de zes singles uit het verwachte pakket dat eveneens vanmiddag is bezorgd. We stellen de 'Singles round-up' daarover nog een tijdje uit. Nu is het dan tijd om eindelijk weer eens te schrijven aan 'Het zilveren goud'. De singles zijn vermoedelijk grotendeels weer van vóór 1996, maar dat mag de pret niet drukken. Het gaat immers om het bericht erbij. Ik weet de datum niet meer exact te herinneren, maar het moet in september of oktober 1996 zijn geweest.

In mei 1996 breekt het omgedraaide kruisje dat sinds 1994 aan mijn linker oorlel bungelt. Een klein stukje poreus geworden zilver valt van het ringetje (dat ik tot begin 1998 laat zitten) maar feitelijk valt een zware last van mijn schouders. Ik ga weer het plezier in zien van het leven en waan mezelf helemaal als een hippie in een psychedelisch shirt en bruin leren jasje. Ik denk als dit niet plaats had gevonden dat de JWG-betrekking op de krantenredactie eveneens buiten beschouwing was gebleven. Bij de Sneeker hebben ze in 1996 al verschillende versies van een Gerrit meegemaakt. Het begint eerst als een puisterige scholier die verwacht dat iedereen over dezelfde sloot muziekkennis beschikt. Vervolgens heb ik moeite met de overgang van puberteit naar volwassen worden en even later schrijf ik het persbericht voor Horrible Dying en maken mijn collega's kennis met de wereld van de deathmetal. Intussen ook nog een fase van een ongeleid projectiel dat 'vergeet' dat hij recent nog onkosten heeft gedeclareerd en het dus nóg maar eens doet. Dat in 1996 een meer ontspannen Gerrit met voldoende levenslust voorbij komt, hebben mijn collega's van de redactie niet zien aankomen. Natuurlijk, hij is en blijft eigenwijs, maar dat is een familiekwaaltje.

Eens in de week hebben we een redactievergadering. Het is dan vooral afspreken wat we gedurende het weekend gaan doen. Je kan zelf een idee aandragen, maar het is ook vrij regelmatig dat ik een opdracht ontvang van de redactie. Daarbij letten ze goed op mijn achtergrond. Hoewel ik in een grijs verleden bij een fanfare heb gespeeld, kan ik er niet over schrijven zoals dat het geval is met rock-  en folkmuziek. Toch word ik zo op een avond naar een presentatie van een fanfare gestuurd. Het wordt nog leuker als de Youth For Christ een het vijftigjarig jubileum viert in 1996. Youth For Christ heeft ook een zeer actieve beweging in Sneek en ik ben al eens 'voor de gein' in hun koffiebar geweest. Het begint op een zondagmiddag als ze een jongerenmiddag hebben georganiseerd in een schoolgebouw. Ik weet niet meer waarom en wat er precies allemaal heeft plaatsgevonden, maar het thema is iets met bananen. Ik kan de volgende maanden geen banaan meer zien. Ook hoor ik iets over het aanstaande spektakel van de Youth For Christ in de Sneker Veemarkthal. Dat is één of twee weken later en de redactie heeft besloten dat ik daar maar eens een kijkje moet nemen. Rond dezelfde tijd zit ik ook bij de sessie van een kwakzalver die meent dat ze paranormaal begaafd is. Daar prik ik op dezelfde avond doorheen en maak een erg gezellig bericht dat niet in goede aarde valt bij het 'medium', maar wel wordt voorgelezen bij Omrop Fryslân. Ze sturen me heel bewust naar dit soort activiteiten toe en ook het jubileum van Youth For Christ mag door mijn pen worden geschreven. Ik ga uiteraard 'netjes' naar de Veemarkthal. Het 'Youth Against Christ'-shirt van Altar blijft in de kast liggen...

Ik heb nooit iets met theatervoorstellingen gehad. 'Toneelstukjes' herinneren me aan de verplichte dingen op de basisschool. Youth For Christ blijkt echter dol te zijn op toneelstukjes want ook in de Veemarkthal krijgen we een paar voor de neus. Hetgeen waar ik wellicht het meest naar uit kijk is het concert van de Australische gospelrockband Quick & The Dead. Het lijkt eindeloos te duren, maar naar de pauze worden de elektrische gitaren ingeplugd en kan de concertervaring beginnen. Zo kinderachtig als de toneelstukjes zijn, zo overdonderend is de band. Ik ga best wel een beetje uit mijn dak want het geluid is goed en de band bevalt me echt goed. Dan word ik de volgende morgen wakker en voel me zó 'licht' in het hoofd, waar ik anders koppijn heb van het gezuip en de ervaringen van de rockconcerten. Mijn humeur is niet stuk te krijgen. Ik fiets 's middags naar de stad en drink een paar in The Scrum. Daar ontmoet ik een oud-klasgenote en die hoort mijn verhaal aan. 'Ik denk dat je Het Licht hebt gezien', zegt ze. Verhip, daar heb ik nog helemaal niet aan gedacht. Dat verklaart waarschijnlijk ook deze aangename roes waar ik het liefst altijd in zou willen blijven vertoeven. De komende maanden ga ik nog verder het extreme in en dat geeft voer voor de verhaaltjes bij 'Het zilveren goud'. Quick & The Dead heeft van 1985 tot en met 1998 bestaan en heeft in 2012 een reünieconcert gedaan. Inmiddels is de naam in gebruik bij een andere gospel-act.

2580 Kiss - The Art Of Noise Featuring Tom Jones (Duitsland, China, 1988)
2581 Mama Leone - Bino (NL, CNR, 1979)
2582 Can't Take My Eyes Off You - Boys Town Gang (NL, Rams Horn, 1982)
2583 Sincerita - Riccardo Cocciante (Duitsland, Virgin, 1983)
2584 Hello How Are You - The Easy Beats (NL, P&C Groep, 1968, re: 1985)
2585 Go - Scott Fitzgerald (Duitsland, RCA, 1988)

De singles van deze maand zijn grotendeels gekocht op de rommelmarkt van de hervormde kerk in Sneek. De gereformeerden hebben een weekend rond Pasen de Veemarkthal tot hun beschikking, de hervormden in oktober. Ik weet alleen niet precies wanneer ik de platen heb gekocht, hoewel ik Bino, Boys Town Gang en Riccardo Cocciante naar alle waarschijnlijkheid in 1996 heb gekocht. The Easy Beats is een reclame-single welke door Peek & Cloppenburg wordt weggegeven. Eddy Ouwens zal het ook nog eens opnemen voor het bedrijf, maar dit is een prachtige stereo-versie van de originele single uit 1968. Ik hou voorlopig 'Het zilveren goud' in het weekend zodat ik woensdag weer kan beginnen met de 'Singles round-up'. Volgende week dan een verhaaltje over de cursus. Daarna weer een verhaaltje over het werk voor de Sneeker want daarvoor gebruik ik iets té enthousiast een les uit de cursus...

vrijdag 8 oktober 2021

Singles round-up: oktober 3


De foto heb ik gisteren al gemaakt en ben daar best tevreden over. De laatste aanwinst zit in gewoon een blanco hoesje. Wellicht dat jullie ooit nog eens de kleur van het vinyl krijgen te zien want ik heb een speciale editie. Een gelimiteerde editie binnen een al gelimiteerde editie. Tot mijn grote vreugde hoef ik ook voor deze plaat geen invoerkosten te betalen. Het is nu nog wachten op een pakketje van vijf en eentje van Cannonball en deze komen allemaal vanuit Engeland. Dit wordt de laatste 'Singles round-up' van deze week. Wellicht dat ik 'Het zilveren goud' even tijdelijk naar het weekeind ga verhuizen zodat ik volgende week aan de bak kan met de singles uit Meppel. Misschien kan ik ook wel wat grotere happen nemen want er zitten ook weer het nodige 'upgrade' en aanvullende Engelse persingen tussen. De verwachte Cannonball kan mooi bij de overige Engelse bestellingen en maken dan ook weer één bericht. Nu dan eerst de laatste acht uit de Blauwe Bak. De plaatjes op labels die met een A, B, C, D, E, F of G beginnen, kunnen jullie morgenavond al verwachten in 'Do The 45'. Het wordt vermoedelijk weer gewoon een uitzending van drie uren en hopelijk heb ik daarna moed voor 'Het zilveren goud'.

* Rena Scott- You're So Far Away (UK, Izipho Soul, 2015, re: 2021)
* Derek Damian- Watcha Wanna Do (UK, Izipho Soul, 2011, re: 2021)
Het 'leest' alsof het heruitgaven zijn, maar het eerste jaartal is wanneer de opnames zijn gemaakt. In geval van Rena Scott is het nooit eerder uitgebracht en bij Derek Damian weet ik het niet zeker. Izipho heeft goede contacten met Rena Scott en zij komt zelf op de proppen met deze opname. Nigel Lowis besluit dat hij wel een remix wil maken van het nummer en het is aan hem te danken dat de plaat nu in de koffers staat. Vlak voor aanschaf luister ik naar de korte soundfiles en er is 'iets' met de studio-opname. De productie is zeer glad en hoewel Scott over een flinke strot beschikt, komt het in de gewone versie niet uit de verf. Ze klinkt ongemotiveerd en dat vloekt bij de stampende computerbeat. Ik denk dat Lowis hetzelfde heeft 'gehoord' want hij weet het om te buigen naar een betere balans. Het resultaat is een luie danser zoals deze ook omstreeks 1991 zou kunnen zijn uitgebracht. De 'ship' in de strofe 'In our relationship' klinkt verschrikkelijk uit de toon op de a-kant, maar bij Nigel past het allemaal precies. Dan gaan we door naar de meest recente aanvulling op de Izipho Soul-catalogus. Alweer de 68e single. 'The Baritone Of Love' heeft al eens eerder een plaat gemaakt voor Izipho en deze is binnen de kortste keren uitverkocht. Ik denk dat 'Watcha Wanna Do' dit achteraan gaat want dit is zéér fijne 'Modern Soul' en klaar voor de dansvloer zoals 'Higher' van Grace Love een paar jaar geleden. De bijnaam is terecht want Derek heeft, vooral in het intro, een zeer zware stem, maar weet het later te buigen naar hogere noten. Ik geloof het wel voor wat de b-kant betreft, deze kan onmogelijk nóg beter zijn dan deze kant. Een potentiële Week Spot!

* Tommy Tate- More Power To You (US, Koko, 1972)
Ik hou een lijst bij op de computer met de platen die ik reserveer bij Mark en doe dit uiteraard in alfabetische volgorde. Het lijkt alsof Mark ze ook zo rangschikt want het zijn vooral platen vanaf de 'M' welke hun weg naar Uffelte vinden. Dat betekent dat ik nog eens een paar weken moet wachten op de Jackson Sisters en Chubby Checker, om een paar te noemen die ik heb klaar liggen in Engeland. 'Power' is de kant die ik heb gereserveerd van Tate, maar het is de b-kant te zien aan de nummers. Koko is een sub-label van Stax en Tommy brengt hier heerlijke 'Southern Soul'. Toch even de andere kant proeven! 'I Ain't Gonna Worry' is iets meer funky, maar in de Stax-traditie. Je krijgt er goede luim van, maar ik hou het voorlopig bij 'Power'.

* Percy Thomas- Hey Love (US, Dyna Groove, 198?)
Het geluid verraadt meteen dat het een plaat uit de jaren tachtig moet zijn. Ik lees hetzelfde in een commentaar op de Youtube-video. Geweldig obscuur ding! De dames en heren hebben hun uiterste best gedaan om een commerciële plaat te maken. Hoewel ik wel wat percussie aan de rechterkant hoor, klinkt het bijna mono en synthesizers in mono geven een zeer aparte sfeer aan een plaat. De a-kant is 'Lonely In Crowd' en is een poging om een disco-smash voort te brengen. Als de zang opnieuw zou zijn opgenomen, had dit nog wel kunnen lukken. De voorkeur gaat uit naar 'Hey Love'. Ik begrijp best dat ongedocumenteerde opnames uit de jaren zestig een feit kunnen zijn,maar dat zelfs bij een opname van ongeveer veertig jaar oud niemand zich meer iets kan herinneren, maakt het voor mij alleen maar interessanter.

* The Vibrations- If You Only Knew (US, Okeh, 1965)
Het werk van The Vibrations is erg in trek bij verzamelaars en dj's. Deze is dus ook redelijk kostbaar. Het label is een beetje beschadigd en het styreen toont op plekken enige slijtage, maar over het algemeen is de plaat best te genieten. 'If You Only Knew' heeft een lekkere 'Big City Sound'. Niet overdreven 'Northern' als bepaalde andere platen van de groep. 'Talkin' Bout Love' is uit hetzelfde hout gesneden maar het mist de 'hook' van 'If You Only Knew'. Een 'double-sider' in mijn boek.

* Charlie Whitehead- Between The Lines (US, Stone Dogg, 1972)
De volgende bestelling bevat, zoals het nu lijkt, twee singles van Swamp Dogg. Ach, daar kan ik niet snel genoeg van krijgen. De beide Charlie Whitehead-singles heeft Mark fraai gedoseerd. Clarence Reid tekent voor 'Between The Lines' maar verder is dit helemaal een productie van Jerry WIlliams en uitgebracht op zijn Stone Dogg-label. De keerzijde heet 'Predicament #3' en is geschreven door ome Dogg en Whitehead. Het is een pure blues met een 'serieuze' tekst voor de verandering. Eigenlijk hoor ik Swamp Dogg veel liever zelfmedelijden hebben of dingen zeer luchtig relativeren, maar wellicht dat hij hier voor de muziek heeft getekend. 'Between The Lines' is de winnaar van de twee.

* Angela Winbush- Angel (UK, Club, 1987)
Engeland heeft wisselend een Top 50, Top 75 of Top 100 gehad als hitparade voor de singles. Sinds jaar en dag is het een top 100, maar de nummers 76 tot en met 100 kunnen we beschouwen als onze Tipparade. Ik zie dat Angela in 1994 met 'Inner City Blues' op 86 heeft gestaan en 1996 een week op 79 met een single met The Isley Brothers. 'Angel' is nooit een hit geweest. Het is fijne midtempo en Winbush laat zich flink gaan in het einde. Het blijft echter soulvol, hoewel ze in de uitloopgroef nog snel even een ruit doet barsten.

* Ruby Witners- I Can't Fake It Anymore (UK, Creole, 1978)
Deze single piekt in Engeland net buiten de Top 40 op nummer 45. Ruby heeft een jaar eerder wel een top tien-hit en een nummer elf gehad. 'Fake' is eigenlijk de b-kant want deze heeft mijn voorkeur. Eigenlijk zit ik ontzettend te twijfelen bij deze single. Een dag eerder is het vorige pakket binnengekomen en ik heb zes pond tegoed van Mark voor de 'dubbele' Latimore-single. Ik besluit dit in te wisselen voor dit plaatje. 'Fake It' is een prachtige ballade, De a-kant is iets meer een jazzy affaire. Nu ik het beluister, is dit niet heel veel minder dan 'Fake It'. Buiten dat het plaatje een fotohoes heeft (in 1978 al iets speciaals in Engeland waar fotohoesjes pas vanaf 1982 gemeengoed worden), is het geperst op spierwit vinyl. Lastig om de inloopgroef te vinden, maar ach... de naald is gelukkig niet van suiker....