donderdag 7 maart 2013

raddraaien: Georgie Fame & The Blue Flames



Bij de laatste raddraaier in de tweede serie kan ik meteen melden dat we deze bak pas over 39 afleveringen in de derde serie opnieuw behandelen. In de lijst voor de derde serie van Raddraaien is 'Yeah Yeah' de laatste titel. Er waren dus geen titels in deze tweede serie die met 'You' begonnen, laat staan een titel met een Z. Ja, over welke titel zullen we het hebben? In Nederland, maar getuige het hoesje op de foto eveneens in Duitsland, geregistreerd als 'Yeh Yeh', maar toch werd een gedeelte van de Engelse single geperst met labels die 'Yeah Yeah' als titel gebruikten. En laat mij nu net die Engelse uit de bak gevist hebben, ik heb overigens ook 'gewoon' de Nederlandse. In wezen maakt het dus niet heel veel verschil of je het over 'Yeh' of 'Yeah' hebt, anno 1964 ben je met beide kreten ontzettend hip. Voordat ik aan de derde serie Raddraaien mag beginnen, sluiten we de tweede af in stijl met zo'n lekker jaren zestig-plaatje dat anders door mij over het hoofd werd gezien: 'Yeah Yeah' van Georgie Fame & The Blue Flames (1964)

Clive Powell was zelf niet bepaald content met de naam, maar het is de roemruchte manager Larry Parnes die hem van de naam Georgie Fame voorzag. 'Georgie Fame' is een variatie op een thema dat Parnes voor twee andere artiesten onder zijn vleugel had gebruikt: Marty Wilde en Billy Fury. Powell had geen andere kans dan het maar te accepteren. Nadat hij in een vakantiepark in Wales een talentenjacht had gewonnen, was hij naar Londen getrokken om van muziek zijn professie te maken. Hij werd aan Parnes voorgesteld door de componist Lionel Bart en Parnes liet er geen gras over groeien. ,,Of je accepteert de naam óf je komt niet in mijn show". En zo moest Powell zijn nieuwe naam aanvaarden en nog drie jaar later was het kwaad al geschied: Georgie Fame was zo'n huishoudnaam geworden in de Britse muziekindustrie dat het afschaffen ervan gelijk zou staan aan zelfmoord.

Fame heeft al een paar jaar ervaring als hobby-muzikant als hij het vak in rolt. Hij is geboren en getogen in Leigh, Lancashire en dat is niet eens zo gek ver vanaf Mossley. Het verbaast me dan ook allerminst dat Fame's eerste betaalde baantje in een katoenspinnerij was. Toch leeft hij zich vooral 's avonds uit met zijn groepje The Dominoes. Na het winnen van de genoemde talentenjacht rijst zijn ster en in 1964 formeert hij The Blue Flames. Hoewel Fame in de loop der jaren een flinke hoeveelheid Engelse hits heeft, staat hij slechts driemaal in de top tien en wel op de hoogste trede. Hoe nietig deze informatie ook lijkt, het is een record dat door niemand is geëvenaard. 'Yeh Yeh', voor de variatie eens zonder 'a', is zijn eerste Engelse nummer 1-hit. Overigens heeft Fame dan al een ander wapenfeit op zijn naam staan. Elpees zijn anno 1964 nog voorbehouden aan artiesten en groepen die minstens twee hitsingles hebben gehad, Fame mag deze fase overslaan van zijn platenmaatschappij en debuteert met een langspeler. Toch doet hij het op single, commercieel gezien, beter, hoewel het wel bijna twee jaar duurt eer hij het succes van 'Yeh Yeh' weet te herhalen. De singles die in tussentijd verschijnen, blijven ver van de top tien verwijderd. Zijn tweede nummer 1 is ook zijn tweede hit in ons land: 'Get Away'. Oorspronkelijk geschreven als een reclame-tune voor een brandstof-merk, maar later gebruikt als tune voor een kwis. Overigens zijn zowel 'Yeh Yeh' als 'Get Away' maar matige successen in ons land en bereiken beide niet de top 20. Zijn eerste top tien-hit in ons land is ook al niet helemaal verdiend: Het zijn vooral Bobby Hebb en Cher die er voor zorgen dat 'Sunny' op nummer twee komt. Na 'Get Away' ontbindt Fame The Blue Flames en scoort met 'Sittin' In The Park' nog een flinke Engelse hit.

Hij keert in januari 1968 terug op de hitparade met de 'novelty'-hit 'The Ballad Of Bonnie & Clyde'. Het is zijn derde Engelse nummer 1-hit en ook in Nederland bereikt het de top vijf. In ons land zal hij toch nog op de hoogste plaats komen, maar dan in een samenwerkingsverband met de voormalige Animals-toetsenist Alan Price: 'Rosetta' (1971). Na 'Fame And Price Together' legt Fame zich meer toe op het schrijven van reclamejingles en filmmuziek, maar wordt door zijn muziekvrienden niet vergeten. Fame maakt sinds enige jaren deel uit van de vaste bezetting van Bill Wyman's Rhythm Kings, maar is ook geregeld in de buurt van Van Morrison te vinden. Joan Armatrading en The Verve zijn zomaar twee andere namen waarmee Fame geassocieerd kan worden en dan mag duidelijk zijn dat hij als toetsenist hoog staat aangeschreven.

Maar ook vanuit het electronische dans-genre bestaat al jaren belangstelling voor Fame's werk door de jaren heen. Zijn compositie 'Music Talk' uit 1966 is door de jaren heen verscheidene malen gesampled, ondermeer door The Chemical Brothers. Fame hoopt dit jaar op 26 juni zeventig kaarsjes te kunnen uitblazen op de taart, maar gezien zijn activiteit in The Rhythm Kings is hij voorlopig nog niet aan pensioen toe. Fame is een muzikant waarvan het lijkt alsof die in het harnas gaat sterven. We hopen voor hem dat dit nog een aantal jaren gaat duren!

woensdag 6 maart 2013

raddraaien: Ween



Iets meer dan twee weken geleden publiceerde ik 'Radiodraaien', buiten de Blauwe Bak Top 40's om waarschijnlijk de laatste reguliere podcast van mijn hand. In juli stuurde ik drie volgers een lijst toe met de inhoud van een jaren zestig-, een jaren zeventig- en een jaren tachtig-bak. Hoewel de jaren zestig ook de jaren vijftig (en daarvoor) bevat, is de jaren tachtig feitelijk ook alles van na 1979. Mijn broer Jelte kreeg de jaren tachtig bak waarmee ik vandaag ga raddraaien. De allerlaatste jaren tachtig-bak, lopend van 'Dance Hall Days' van Wang Chung tot het Friese gezelschap Zombi Squad. Tegelijk is dit de op één na laatste raddraaier in de tweede serie, morgen besluit ik deze na een half jaar met een jaren zestig-plaatje. Zowel plaat als groep van vandaag is eigenlijk ook het beste uit vijftig jaar popmuziek. Een groep met een 'o ja, daar moest ik ook nog eens over schrijven'-gehalte. Vandaag mag het! De raddraaier is 'Even If You Don't' van Ween (2000).

Ik ben via mijn muzikale heldin Samara Lubelski op Facebook 'vriend' geworden met Chelsea Light Moving, de nieuwe groep van voormalig Sonic Youth-leider Thurston Moore. Samara maakt eveneens deel uit van CLM. Vandaag is na enig uitstel toch het debuutalbum uitgebracht, ik ken er twee liedjes van en 'geloof' in de groep. Dat was tien tot vijftien jaar geleden anders. Sonic Youth was zo'n naam die regelmatig opdook, ik heb diverse vrienden gehad die helemaal idolaat waren van de groep, maar ik kon het maar niet begrijpen. Ik vond het moeilijke muziek. Als ik me niet vergis, stond Sonic Youth ook hoog op het lijstje van mijn Popkelder-collega Jan. Hij heeft me de eerste lessen in avantgarde en 'moeilijke' muziek bij gebracht, maar Sonic Youth en Ween ging aan mijn interesse voorbij. Mr. Bungle, het hobby-gezelschap van Faith No More-zanger Mike Patton, beviel me dan wel weer en ook Captain Beefheart heb ik aan Jan te danken.

Een paar jaar later, als ik in Tuk woon, leer ik Robert kennen via De Buze. Hij heeft merkwaardig genoeg dezelfde 'tic', ook hij lust Sonic Youth voor zijn ontbijt maar kan dat enthousiasme niet op mij overbrengen. Van hem leer ik wel weer The Pixies waarderen (dat beduidend minder 'moeilijk' is dan dat ik had gedacht...), maar de voornaamste 'claim to fame' van Robert is... Hij weet me eindelijk te boeien voor Ween! Ik weet dan ook meteen waarom Ween niet 'wilde' bij mij, 'GodWeenSatan- The Oneness' (1989) is een eclectische hutspot van muziekstijlen, maar even toegankelijk als Zappa's 'Uncle Meat'. Daar had ik intussen ook al de tijd voor gevonden en dus ben ik in 2001 rijp voor de kennismaking met Ween. Ik spring een gat in de lucht als ik in 2003 op een vlooienmarkt de cd 'Chocolate And Cheese' (1994) vind, maar dat is vrij toegankelijk in vergelijking met 'GodWeenSatan'. 'The Spirit Of '76' dreigt een hit te worden als het album verschijnt, qua zang is het Prince op z'n meest Curtis Mayfield en het deuntje ademt in zijn geheel 1976. Er staan ook enkele maniakale nummers op, 'Mister, Would You Please Help My Pony? ' is de Mothers Of Invention ten voeten uit. En wat te denken van de 'easy tune-hoempapa' van 'H.I.V.'? Een jaar later, augustus 2004, vind ik 'Even If You Don't' voor erg weinig bij King Kong in Leeuwarden.

Het is de periode van de minidisc en Ween komt op een zeer divers schijfje dat ik bijna volledig kan dromen. 'Even If You Don't' is bij mij dus een echte hit geworden! Het klinkt ook als een hit, het koppelt het beste uit de popmuziek van de jaren zestig en zeventig met de techniek van 2000 en een tikkeltje tijdloze eigenzinnigheid. Verder ben ik echter nooit de materie in gegaan, het schrijven over Ween herinnert mij eraan dat ik nog eens 'GodWeenSatan' moest kopen. Maar ja..., het is inmiddels ruim een jaar geleden dat ik voor het laatst een cd heb opgezet, dus heeft het voor mij niet echt haast. Hij móet nog wel eens in de verzameling!

En zo zijn we alweer bijna aan het einde van het verhaal en heb ik niet het lange complexe levensverhaal van Dean en Gene Ween hoeven af te rafelen. De groep is in 1984 opgericht en als je het Dean Ween had gevraagd, zou die geantwoord hebben dat Ween voor hem een 'zaak van levenslang' is. Het is echter zijn partner-in-crime Gene Ween die in mei 2012 laat weten dat Ween is opgeheven. Zijn keuze komt voort na jarenlang te hebben geworsteld met drank- en drugsmisbruik en voortaan 'nuchter' door het leven te willen. Best jammer dat je drank en drugs nodig hebt om een briljante gekheid als 'GodWeenSatan' voort te brengen. Is er dan niks meer echt?

dinsdag 5 maart 2013

Week Spot: The Sweet Things



Er is iets pijnlijks aan de hand. Ik deed een paar weken geleden een ontdekking bij mijn Duitse collega-verzamelaar Jörg. Die bleek een lijst op zijn website te hebben met overbodige singles voor zeer aantrekkelijke (vaste!) prijzen. Ik heb een paar singles uit gezocht en me voorgenomen spoedig weer in de lijst te verdiepen. Nu kreeg ik gisteren een mailing van Jörg, hij heeft de hele partij op Ebay gezet. In veiling-vorm! 'Look What I Almost Missed' en 'Warning' van Pat Lewis kunnen nu al rekenen op belangstelling, terwijl hij ze voor iets meer dan een tientje op zijn site had staan. En wat te denken van dat hebbedingetje van The Lovelites. Een beetje aan de softe kant, maar dat grappige label met de fotootjes van de drie dames: Prachtig object! Helaas, ze gaan nu allemaal voor volwassen prijzen weg. Verder gaat het weer best op de Northern Soul-veemarkt. Rarenorthernsoul heeft een tweede persing van The Yum Yums te koop voor 200 pond, als ze die kwijt raken betekent het dat het origineel toch weer rond de 600 of 700 ligt. Ik dacht even dat-ie een stuk was gekelderd, maar helaas... Dan is er ook nog het NM-exemplaar van 'Genie' van Terri Bryant, dat vast ook niet onder de vijftig dollar weg zal gaan. Ach, 'count your blessings', we hebben de afgelopen weken zoveel moois gekocht dat de keuze van een Week Spot opeens lastig wordt. Deze week kies ik voor The Sweet Things.

Dit heeft eveneens met het spontaan geboren nieuw programma-onderdeel in Do The 45 te maken: Beside the a-side. Twee kanten van één single. Anders was Inez & Charlie Foxx aan de beurt geweest als Week Spot, maar deze 'double-sider' wil ik deze week in 'Beside the a-side' hebben. Ik heb ook een tijdje opgehikt tegen The Sweet Things omdat ik het ernstigste vermoedde. Dat is wel uit gekomen. In de jaren zestig heeft niemand de moeite genomen om iets op papier te zetten en we zijn geheel overgeleverd aan het geheugen van Kendra Spotswood. Die dame kennen de meeste Soul-xotica-volgers beter als Sandi Sheldon. Kendra was omstreeks 1967 het liefje van Van McCoy en omdat deze sterk was betrokken bij The Sweet Things, kan Spotswood zich wel het ene en het andere herinneren. En blijkt de groep opeens ook iets te maken te hebben met een héle bekende naam!

Het verhaal begint in feite met The Darlettes. Er is nauwelijks sprake van een groep, maar meer van een geesteskind van McCoy. Die laat zijn vriendin Spotswood opdraven voor de leadzang. Niet dat dit ergens genoteerd staat, het is puur de bevinding van een forum en Spotswood schijnt het bevestigd te hebben. In 1965 wordt de groep omgedoopt tot The Sweet Things. Francine Barker, Dyanne Stewart en Nancy J. Johnson. Dat zijn de drie groepsleden. Francine heeft een eigenaardige bijnaam, bedacht door haar moeder toen Francine nog een kind was: 'Peaches'. In 1965 ontmoet Van McCoy zanger Herb Feemster en waar het gezelschap vandaan komt, vertelt het verhaal niet. Volgens Spotswood zingt Fame een paar liedjes en valt Barker constant bij. Het is McCoy meteen duidelijk dat dit duo samen de studio in moet en Peaches & Herb is geboren. Het duo maakt alleen 'We're In This Thing Together'. De plaat flopt en Barker verdwijnt via de achterdeur. Dan komt Marline Jenkins tevoorschijn. Ze heeft gezongen op 'Sally Go 'Round The Roses' van The Jaynetts en een paar plaatjes gemaakt als Marlina Mars. Maar ook zij is niet de laatste Peaches. In totaal zullen er zes dames de rol in nemen van Peaches, terwijl Herb altijd dezelfde blijft.

Ik vind het zelf nog wel aardig te vermelden dat Barker is geboren op 28 april 1947. Ze zou tegelijk met mij jarig zijn, ware het niet dat ze op 13 augustus 2005 is overleden. Om terug te keren naar The Sweet Things: Ik kwam de single een paar weken geleden tegen bij mijn 'grote vriend' in Chicago en viel in eerste instantie voor 'You're My Lovin' Baby', de eigenlijke a-kant en een Van McCoy-compositie. Later neem ik kennis van het feit dat de andere kant, 'Don't Come Looking For Me', een cult-hit in de Northern-scene van Blackpool is. Dan begin ik die kant meer en meer te waarderen met dit als resultaat: 'Don't Come Looking For Me' is de Week Spot geworden.

'Je gaat vissen of je boort naar olie', zei een muziekvriend onlangs. The Sweet Things is niet bepaald een héle grote zeldzaamheid en dit plaatje uit 1966 is zonnig geprijsd. Toch moet je al een beetje bezig zijn met het goudzoeken, wil je zo'n plaatje opduiken. We zullen zien wat voor invloed de Blackpool-deejays en Do The 45 kunnen uitoefenen. 'Don't Come Looking For Me' verdient zijn plekje tussen de Northern Soul-klassiekers!

maandag 4 maart 2013

raddraaien: Phyllis Nelson



Zoals beloofd nog driemaal raddraaien en dan ben ik meteen klaar voor de volgende serie. Het 'terughalen' bleek vrij eenvoudig en ik heb het me ietsje gemakkelijker gemaakt dan voorheen. Ook wel handig, want we hebben sinds de start van de tweede serie in september een paar taken erbij gekregen. Het trio van deze week had dus vlak voor de weekplate gemoeten, maar dan had mijn laptop niet tijdelijk moeten overlijden. Dus maak ik de serie nu nog even af en het raddraaien is me gunstig gezind. De eerstvolgende kapper in de Gouden Gids zit op het hoekje, nummer 1, en dus hoef ik slechts de volgende single na 'Words' van Nadieh te doen. In de bakken van de jaren zestig en zeventig zit er een heel verhaal tussen Nad en Nel, maar bij de jaren tachtig kan dat in één single: De raddraaier van vandaag is 'Move Closer' van Phyllis Nelson (1985)

Eigenlijk wordt deze aflevering een soort van 3-in-1. Over Phyllis is niet heel veel gedetailleerde informatie beschikbaar. Jammer, maar helaas! De meeste geschiedschrijvers vliegen door haar periode in de late jaren zeventig heeb zonder daadwerkelijk te vermelden waar en bij wie ze te beluisteren is, maar feit is dat Phyllis reeds in 1977-78 zeer actief is in de disco. Het vroegste dat van haar wordt vermeld is de single 'Don't Stop The Train', dat in 1981 een twintigste plaats in de Amerikaanse 'Dance Charts' bereikt. Ook daarbij wordt niet lang stil gestaan of de historici gaan naar het enige hoogtepunt in de loopbaan van Nelson. En dat is, uiteraard, deze raddraaier. Phyllis wordt op 3 oktober 1950 geboren. Wat ze zoal heeft gedaan als tiener is niets over bekend, ze is ook al niet piepjong meer als de disco-rage losbarst. Zonder dieper in te gaan op de materie, moet ik geloven dat ze tegen het einde van de jaren zeventig aan de lopende band disco-tracks voortbrengt, maar die zijn waarschijnlijk niet onder haar naam uitgebracht. Net als bij de soul in de jaren zestig was er in de disco ook heel veel 'overkill' en zijn er briljante producties die nog steeds niet zijn ontdekt.

In 1984 is ze plotseling terug, hoewel... ze was tot voordien nog niet aanwezig geweest. Ze heeft een langdurige affaire met een veel jongere man in Philadelphia en daarover heeft Phyllis een persoonlijk lied geschreven: 'Move Closer'. Het nummer staat in schril contrast met de beukende disco die ze tot voordien had gemaakt. Waar en wanneer is niet bekend, maar de relatie zal na verloop van tijd stuk lopen, maar het legt Nelson geen windeieren. De plaat stijgt tot ongekende hoogtes, in Amerika staat het op nummer 1 in de Billboard. Het lijkt bijna wel alsof Nederland als enige achterblijft, want hier blijft Nelson in de Tipparade hangen. Daar staat tegenover dat een cover van Marilyn Martin wel weer in de Top 20 terecht komt. Ter aanvulling zoek ik naar wat informatie over haar, maar het lijkt alsof haar 'Move Closer' alléén maar in ons land een hit is geweest. De geschiedschrijvers hebben het bij Martin liever over 'Separate Lives', het duet met Phil Collins. Haar enige hit als we het moeten geloven, hoewel 'Separate Lives' bij ons weer in het voorportaal blijft steken.

Phyllis kent een stormachtig liefdesleven, want ze heeft voor de inspirator van 'Move Closer' al minstens twee andere mannen gehad. Van ieder heeft ze een kind gekregen. Aan Kenya heb je geen kind, maar Marc daarentegen... Hij raakt in de eind jaren tachtig betrokken bij een zanggroepje dat zal uitgroeien tot Boyz II Men. Als deze groep haar eerste plaat opneemt, heeft Nelson de benen genomen. Hem komen we later tegen bij onder andere Az Yet, maar bovendien is Nelson een begenadigd songschrijver en producer. Om weer even terug te keren naar zijn moeder: Die opereert na 'Move Closer' een tijdje vanuit Frankrijk en heeft daar nog twee hits. Daarna verdwijnt ze weer in de obscuriteit en wordt alleen maar herinnerd vanwege 'Move Closer'. Ze vestigt zichzelf in Los Angeles waar ze tot haar dood zal blijven wonen. Op 12 januari 1998 ontvalt ze ons als gevolg van borstkanker. Ze is dan slechts 47 jaar oud geworden.

Woensdag zet ik het staartje van de tweede serie voort, morgen presenteer ik de Week Spot. En dat is een goede vraag... Ik heb keuze zat, maar er nog niet over nagedacht welke ik ga doen...

zondag 3 maart 2013

Schijf van 5: feest



Bah! Ik krijg buikpijn van de taart en de dagplates, hoe goed het ook bedoeld is, ik verlang echt weer naar mijn dagelijkse prak. Drie jaar is natuurlijk ook niet genoeg om te stoppen en dus trekken we maar weer een jaar van leer. Vanaf morgen kan ik me weer laven aan de Raddraaiers, eerst nog drie om de tweede serie af te maken en dan weer van vooraf aan beginnen. Verder natuurlijk de Week Spot en heb ik vorige maand wel gerecenzeurd? Sideburner mag één van de komende weken even zijn rentree maken met een 'Blast From The Past' en heb ik vanochtend een plannetje opgevat voor nog een paar allerlaatste (?) podcasts: Limited editions nog wel! Vandaag sluiten we de feestweek af met een Schijf van feestplaten. Dat ik hierbij vooral mijn licht heb laten schijnen op de feestplaten van mijn Northern Soul-hobby, daar hoop ik mee weg te komen. Bedankt Peter voor de felicitatie en, jullie lezers, allemaal ontzettend bedankt voor de steun van de afgelopen drie jaar. Als ik dan zie dat de vrijdagplate alweer negenmaal is gelezen, krijg ik andermaal héél veel zin om weer een jaar vol te maken!

De Northern Soul-hobby... Ja, want de nummer vijf kun je immers nauwelijks onder de noemer Northern Soul vatten, het is echter een heuse klassieker in het Popcorn-genre. Hij staat evenwel op de 'Northern Soul Jukebox', maar daar staat wel meer op wat niet bepaald Northern Soul is. Wat dat betreft, had ik het niet beter kunnen treffen! Op vijf vinden we Charles Hodges die eens met zijn lief naar een feestje toe ging, de donkere kamer in en daar pardoes zijn deerntje kwijt raakte. Sindsdien heeft hij zich voorgenomen nóóit meer naar een feestje te gaan. Hij houdt voet bij stuk, want ik had buiten de grote lamp in de woonkamer zelfs, een beetje overdaad, enkele schemerlampen neergezet, maar Charles wilde niet binnen komen. En zo staat hij sneu op nummer vijf met 'I'll Never Go To A Party Again'.

Doorgewinterde podcast-volgers kennen de nummer vier wel. Wij hebben hem collectief ontdekt tijdens die serie Blauwe Bak Vreemdelingen. Ik had hem in april al een 'beetje leuk' gevonden en hem in de Blauwe Bak neer gezet. Bij de opname van de Vreemdelingen sloeg de vonk pas goed over. Ja, okay, het is niet een beetje truttig. Ook niet een beetje boerenkoolengels trouwens. Maar ach, als je net als mij wel een 'novelty' op zijn tijd kan waarderen, dan haal je bij de samenstelling van deze Schijf de hand over het hart en passeer je even Lesley Gore. Op vier staat wellicht het beste kantje uit de Lion Tops-serie: Een handjevol singles die je kon sparen bij Leeuwenzegel margarine. 'It's My Party' van Milly Dane & The Starlights mag van mij op vier!

Reclame is een machtig middel. Het kan een plaat maken, maar ook breken. 'Do It Anyway You Wanna' zat jaren geleden in een Randstad-reclame, waar ik een spuughekel aan had. Het introduceerde het 'flexwerken' en de opmerking van iemand van 'als ik geen lol in mijn werk heb, ga ik gewoon naar een ander' schoot me in het verkeerde keelsgat. Geen lol? Maak je maar, verwend nest! Maar goed... 'Do It Anyway You Wanna' moest er twaalf jaar onder lijden. Nieuwjaarsdag ontdekte ik dan toch nog hoe goed die plaat wel niet is en dus mag-ie! Vorig jaar had ik een exemplaar van 'Party Is A Groove Thing' op de kop getikt en die had me al uitstekend gesmaakt. People's Choice mag blijven! Sterker nog: Ze mogen op drie!

Bijna op één, maar volgens mij is deze nog hoog genoteerd geweest in de verjaardagsschijf van september? Het is ook al bijna onmogelijk om aan een goede scan van het hoesje te komen. Alhoewel... ik ben natuurlijk sinds enige maanden vriend op Facebook met de producer van dit klassieke plaatje. De naam Sideburner viel al even en inderdaad... ook dit is een 'Blast From The Past'. Een EP die Sideburner toen 'nieuw' recenseerde voor Diggin4Dirt. 'Blast From The Past' was daarentegen 'zijn' serie van ondergewaardeerde elpees uit de jaren zestig en zeventig. Het stond nogal haaks op de garagerock-dingen op Diggin4Dirt, maar de schrijfstijl beviel de moderator dermate goed dat hij mij mijn gang liet gaan. Overigens heb ik daar mijn huidige schrijfstijl ontwikkeld, langzaam maar zeker de journalistieke 'not's' in de wind slaan en jezelf vooral niet weg cijferen. We hebben dus veel aan Sideburner te danken! Op twee staat vandaag Low Point Drains met het immer hilarische 'Birthday Party'. Kijk ook eens op Youtube naar die magnifieke clip!

Je 'verjaardag' vieren op 2 maart heeft zo zijn voordelen. Je hoeft geen tuinfeest te geven, maar kan gezellig met je twaalf volgers op de bank plaats nemen. Of toch een paar stoelen bij zetten? Aan drank zullen jullie niet te kort komen, want ik heb mijn koelkast volgestouwd met flessen Summit-cola: Anderhalve liter voor veertig cent. Ook handig om bij de hand te hebben als je gaat klussen en een vastgeroeste moer moet los draaien... Jullie zien het al: Ik ben geheel en wel in een party-mood vanavond en ik verwacht dat het feest tot in de vroege uurtjes zal doorgaan. Geen pilletjes en andere chemicaliën, maar zo nu en dan even een sterke espresso. Drie jaar Soul-xotica in plaatjes over de koptelefoon, want ja, zelfs in Nijeveen heb je mensen naast je wonen. Met andere woorden: Het is geen housefeest van stamp-stamp-stamp, maar een intiem avondje thuis. Op één staat 'Ain't Nothin' But A House Party' van The Show Stoppers.

Wie kent nog 'Iedereen kan schilderen', dat 'spel' van Ravensburger. Je hebt vijf vakjes. In 1 moet rood, 2 oranje, 3 geel 4 blauw en 5 groen. Wat krijg je dan? Inderdaad: Een Schijf van 5 over schilderen! In de titel natuurlijk, want half Volendam heeft een lokaal verbod.

zaterdag 2 maart 2013

potverdrie jaar...



Fairport Convention stelde de vraag reeds in 1969: 'Who Knows Where The Time Goes'. Sinds vandaag hebben we het antwoord: De tijd wordt verpakt in een weblog. Je zou je kunnen af vragen waar de tijd is gebleven, drie jaar... Zo lang geleden en toch ook weer zo dichtbij. Terugdenkend aan gebeurtenissen in maart 2010 is het alsof het gisteren is gebeurd, maar als ik, best wel een beetje trots, naar Soul-xotica kijk, dat heeft in die drie jaar heel wat progressie door gemaakt. Vandaag mogen we drie kaarsjes uit de taart uitblazen, omdat het drie jaar geleden is dat ik voor het eerst publiceerde. Toch moet ik erkennen dat de eerste maand een rommeltje was en ik pas vanaf zondag 11 april 2010 vrijwel dagelijks ben gaan publiceren. Dat zou ik een jaar later ook 'vieren', maar toen kwam het bericht dat heit was overleden, dus sindsdien hou ik 2 maart 2010 maar weer aan als 'verjaardag'. Ik zou natuurlijk weer eens ouderwets een graai kunnen doen in de rijke Soul-xotica-historie, maar volgens mij heb ik dat de vorige twee keren ook al gedaan. Zo kwam de inspiratie voor dit bericht tot stand: Hoe was het toen ik mijn derde verjaardag vierde?

Nu is mijn verjaardag in april 1978 nog een gedeelte van die verwondering die je als kind hebt en die na het verstrijken van de tijd... ja... waar ook maar heen gaat... Het blijft niet achter in je geheugen, dat wilde ik zeggen! Als ik dan toch nog enkele vroege jeugdherinneringen zou hebben, zijn die met de hersenschudding in 2009 wel verloren gegaan. Ik denk dat mijn herinneringen aan 1978 vooral muzikaal zijn. Met een oudere broer en zus die elk al naar het voortgezet onderwijs gaan, staat de radio dus de godganse dag op Hilversum 3. Behalve de dag dat de EO uit zond, dan stond hij op Veronica. Broer Henk bracht zijn eerste singles binnen, de eerste was 'Mull Of Kintyre' van Wings. Omdat Henk in het begin nog geen eigen platenspeler had, was er op een bepaald moment een kleine traditie geboren in huize Louwsma.

Op zondagochtend na de kerkdienst. Bij de eerste twee kopjes koffie werd er geen of een plaat uit de verzameling van heit gedraaid. Voor mijn gevoel werd 'Daarom Ben Ik Blij' van Gert & Hermien wekelijks gedraaid, maar dat viel nog wel mee. Met het derde kopje koffie kwam mijn broer met zijn single-koffertje en zijn beginnende collectie. Wings, 'Rivers Of Babylon' van Boney M en 'Substitute' van Clout. Er hebben vast wel meer singles in de koffer gezeten, maar die ben ik heerlijk vergeten. Deze drie zijn legendarisch genoeg! Nu kom ik dan toch even tot een pijnlijke onthulling. Ik heb pas rond mijn vierde geleerd om naar de wc te gaan en zat op mijn derde nog prinsheerlijk op de pot. Als de drums in vallen in 'Substitute' zie ik in een flits de rand van het formica-tafeltje, precies het uitzicht vanaf de pot. Ik weet het... in drie jaar tijd is dit verhaal al eens vaker voorbij gekomen. Tijd om nu eens dieper in te gaan op Clout.

Clout is het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Het is het bekende sprookje dat al jaren plaats vindt in de popmuziek en wat nog dagelijks speelt. Wurgcontracten, kleine lettertjes en meer ongerief wat de artiesten in kwestie niet uit de WW gaat houden. Graeme Beggs is in dit geval de 'boeman', hij benadert de dames om een onbekend gebleven Righteous Brothers-nummer in een nieuw jasje te steken. Dat is 'Substitute' en wordt als eerste in thuisland Zuidafrika uitgegeven, waar de plaat wekenlang op nummer 1 staat. Dan volgt de zegetocht door Europa, waarbij de single het in Nederland tot een tweede plek schopt. In Amerika is het verhaal ietsje ingewikkelder. De populaire discozangeres Gloria Gaynor komt daar in eerste instantie met haar versie van 'Substitute', maar dan ontdekt een deejay de b-kant van de single. Dat is 'I Will Survive' en zal de meeste triomfen voor haar vieren. Dit voorval houdt de originele single van Clout een beetje tegen en het komt niet verder dan nummer 61 in de Billboard.

Hoewel Clout doorgaans zelf hun instrumenten bespelen, krijgt de groep op 'Substitute' hulp van een andere Zuidafrikaanse rockband: Circus. De Zuidafrikaanse biograaf vergelijkt het met het gastoptreden van Eric Clapton bij The Beatles. Circus heeft dan ook pas een nieuw album uitgebracht en een studiodagje met Clout doet hun reputatie en carriére eer noch schaad aan. Overigens krijgen de muzikanten maar liefst 34 Rupi voor een dagje hard werken. Niemand klaagt, maar een gemiddelde fooi voor een portier is al snel 200 Rupi en dan ben je nóg zuinig. Circus heeft later in de loopbaan nog wel een paar centen verdiend, de dames zullen inmiddels ook wel blij gemaakt kunnen worden mer 34 Rupi, want die hebben niets over gehouden aan de massale plaatverkoop. Kleine onduidelijke regeltjes. ,,Come with me and I'll make you a star", zei Beggs in 1977. Dat heeft hij gedaan, alleen werd er van geld niet gesproken!

Het feest is bijna voorbij, morgen krijgen we een Schijf van 5 'feestnummers' en dan is het vanaf maandag weer 'business as usual', ook al komt nummertje 1100 met rasse schreden dichterbij!

vrijdag 1 maart 2013

dagplate: vrijdag



In het dagelijks leven werk ik in de Businesspost, niet als bezorger zoals in Steenwijk, maar post van diverse bedrijven en instellingen verwerken. Ik werk hierin samen met twee oergezellige dames. ,,Je kan hoop ik wel tegen een grapje", zei Ina bij onze kennismaking. Sindsdien gieren we het meerdere malen per dag uit! Je hebt soms zo van die dagen... Ik kwam vanmiddag op het werk met het vooruitzicht om met Liesbeth de late dienst te doen. ,,Ik wil wel graag een beetje op tijd weg". Haar eerste zin was al goed voor een glimlach, maar bij het vervolg deed ik het bijna in mijn broek. ,,Ik ga vanavond naar een concert van Rob De Nijs". En, ja hoor, sinds dat moment zit dat stomme 'Malle Babbe' in mijn hoofd. Deze gebeurtenis is volledig in harmonie met mijn keuze voor de dagplate. Ik had de grootste dijenkletser uit de weekplate bewaard voor de vrijdag. Hoezo -xotica? Om aan de groeiende wens van schlagers te voldoen, heb ik besloten de vrijdagplate in het teken te zetten van 'Freitagabend' van Cindy & Bert (1973).

Ik heb het nooit goed begrepen. Natuurlijk! Ik heb de Tweede Wereldoorlog evenmin meegemaakt, maar ik zou me zo kunnen voorstellen dat je na vijf jaar onderdrukking het wel even had gehad met de Duitsers. Maar nee, de Kevertjes en Mercedessen gingen massaal de Nederlandse paden in en lanen uit. Als alternatief voor Nederlands- en Engelstalige muziek zou er gekozen kunnen worden voor wat fijne Franse chansons, maar nee... Dertien jaar na het einde van het Grote Meningsverschil werd de eerste Nederlandse hitparade gepubliceerd en de Duitse hits waren meteen populair. Dat nogal wat artiesten in Limburg voor de Duitse taal kozen, was nog tot daar aan toe. Maar wat moet je met een Gert Timmerman die op de Duitse toer gaat? Tegelijk is Freddy Quinn nauwelijks van de Nederlandse radio te slaan. Nee, muzikaal gezien bleek Nederland andermaal zeer vergevingsgezind. Alleen de nederlaag tegen Duitsland in 1974 zorgde voor een kentering in de populariteit van de schlagermuziek, maar ik betwijfel me of dat bij een overwinning anders had gelopen...

Bert is een afkorting van Norbert. Norbert Berger wordt op 12 september 1945 geboren in Völklingen. Hij heeft dus evenmin de oorlog meegemaakt. Als zijn band op zoek is naar een zangeres komt Jutta Gusenburger in zijn leven. Jutta is op 26 januari 1948 geboren, eveneens in Völklingen. Ze treedt aanvankelijk onder haar eigen naam op, maar vanaf 1965 is het duo Cindy & Bert een feit. Inmiddels heeft Amor zich ermee bemoeid en op 20 mei 1967 treden ze in het huwelijk. Ze krijgen een zoon: Sascha. Toch is het vooralsnog de muziek die hun bindt en het duo timmert stevig aan de weg. In 1972 en 1973 doen ze aan de pre-selectie van het Eurovisie Songfestival mee, maar vallen beide keren af. In 1973 wordt er plotseling een grote hit gescoord met 'Immer Wieder Sonntags', een compositie van Dries Holten. Serieus gesproken is hij de mannelijke helft van Sandra & Andres, maar omdat deze dagplate toch al zo'n novelty-waarde heeft, mogen we zijn pennenvrucht 'Zij Is Verliefd Op Een Frikandel' niet ongenoemd laten! 'Immer Wieder Sonntags' brengt Cindy & Bert niet alleen naar de toppen van de hitparades, ook worden ze nu wel toegelaten om Duitsland op het Songfestival te vertegenwoordigen. Over het resultaat willen ze het inmiddels 38 jaar niet meer hebben.

Cindy & Bert wordt beschouwd als het droompaar van de Duitse schlagermuziek en een blik op het hoesje zegt alles. Bert is de ideale schoonzoon en ook met Jutta mag je ieder weekend bij je ouders op bezoek komen. Samengevoegd zijn ze het toonbeeld van een goed huwelijk, maar het is niet alleen hun gezicht waar een laagje plamuur over heen komt. In 1988, 21 jaar na hun huwelijk, gaat het paar uit elkaar. De hits zijn dan al lang opgedroogd en heeft het duo in 1984 nog haar stemmen geleend voor een tekenfilm. Ondanks de scheiding gaat Cindy vervolgens wel verder als Cindy Berger en heeft in de jaren negentig nog een paar schlager-hits. Ook zingt ze duetten met Roger Whittaker. Bert Berger blijft actief als liedjesschrijver en producent. In de midden jaren negentig vindt een reünie plaats die aanvankelijk eenmalig is, maar het is zowaar een nieuwe start voor het duo. Artistiek gezien, want de vlam der liefde is reeds gedoofd. Het duo blijft geziene gasten op schlagerfestivals tot vorig jaar 14 juli. Op die dag overlijdt Bert op 66-jarige leeftijd.

En zo komen we aan het eind van een derde editie van de weekplate. Hopelijk kan ik volgend jaar een woensdag en een donderdag vinden, want dit smaakt naar meer! Morgen gaan we taartjes eten en zondag feesten we nog eenmaal door in een Schijf van 5. Vanaf maandag werk ik de tweede serie Raddraaien af en begin dan weer 'Da Capo'!