zaterdag 16 februari 2013

de weekplate



Omdat ik een bericht achter lig en ik geen andere mogelijkheid zie deze in te halen, heb ik besloten er even een apart berichtje van te maken. Zij die al langer Soul-xotica volgen, kennen het fenomeen inmiddels wel, maar ik heb er het afgelopen jaar natuurlijk ook nieuwe lezers bij gekregen. Op 2 maart 2010 publiceerde ik mijn eerste bericht op Soul-xotica, dat is bijna drie jaar geleden. In navolging van de afgelopen twee jaar ga ik daarom opnieuw een weekplate aanbieden: Iedere dag een verse dagschotel, maar omdat je al snel op frietjes en andere vettigheid uit komt, presenteer ik eveneens een Schijf van 5. We beginnen volgende week zaterdag met de eerste dagplate en serveren de laatste op vrijdag 1 maart. Over twee weken eten we immers taart!

Allereerst: De weekplate. Iedere dag publiceer ik een bericht over een plaat met de bewuste dag in de titel. Woensdag en donderdag zijn daarbij de pijnpunten, van de overige dagen zijn er héél veel titels. Twee jaar geleden besloot ik de Weekplate met een Schijf van 5 dinsdagen en vorig jaar hadden we 'gewoon' een Schijf van 5 zondagen. Volgende week zondag is er geen Schijf van 5, maar gewoon één titel met een zondag, maar presenteer ik jullie de volgende dag een Schijf van 5 maandagen. Shani Wallis heb ik al een jaar niet meer gehoord, twee jaar geleden hadden we Duran Duran ('New Moon On Monday') en dat is nog steeds een kanshebber voor de Schijf! Verder mogen jullie meedenken in deze Schijf. Als ik die stomme Boomtown Rats kan ontwijken, zal ik het zeker doen. Je kan nauwelijks om The Mamas & The Papas heen, maar misschien weten jullie meer exotische maandagen? Het goede nieuws is dat de Little River Band na twee jaar nu écht mag..., hun 'Home On Monday' viel altijd op laatste moment af.

Waar ik ook wel wat hulp kan gebruiken, is bij de woensdag en de donderdag. Twee jaar geleden zag Wim Kersten & De Viltjes op woensdag, vorig jaar Ronnie Dyson. Als er geen beter alternatief komt, móet ik dan toch echt aan Simon & Garfunkel en zijn toekomstige weekplates uitgezonderd. Hetzelfde geldt voor donderdag, dat moest dit jaar 'Thursday Child' van David Bowie worden, mits... iemand een beter alternatief weet?

Komende week maak ik de tweede serie Raddraaien af en begin ik na 2 maart met een schone lei. 'The day after', dat is dus zondag 3 maart, wilde ik een Schijf van 5 'feestjes' doen, ofwel titels met 'feest' of 'party'. Ook daarin mag mee gedacht worden!

vrijdag 15 februari 2013

recenzeuren: Pigmeat



Even een kleine introductie tot Recenzeuren: Tussen 1992 en 1998 werkte ik als poprecensent voor het Sneeker Nieuwsblad en bezocht daarvoor honderden concerten in Sneek en omgeving, maar het meeste in Het Bolwerk. In deze serie kijk ik doorgaans terug op één concert, maar in het geval van Pigmeat zijn dat er meerdere. Er kwam meerdere malen per jaar wel een gelegenheid voorbij om dit Friese folkpunkduo aan het werk te zien en ik keek er altijd reikhalzend naar uit. Pigmeat was altijd feest, hoewel ik op het laatst wel een beetje kritisch werd. Hét befaamde cassettebandje in 'T Hokje, ons zuiphok in Hommerts, was ook verantwoordelijk voor de introductie van Pigmeat in mijn leven. Dat bandje is ter sprake gekomen in de Schijf van 5 outro's (november) en volgens mij ook nog in het verhaaltje over 'Angel Of Death' van Slayer. Het cassettebandje was een bonte slamix, want 'Your Love' van Outfield stond er maar liefst tweemaal op en ook twee nummers van Pigmeat: 'Ugly And Slouchy' en 'Beep Beep'. Toch duurt het vooralsnog tot 1993 eer ik de twee heren voor het eerst aan het werk zie. Geen flauw idee? Hebben ze in 1992 een 'sabbatical' gehad?

Pigmeat komt in 1989 voort uit de roemruchtige punkband Kobus Gaat Naar Appelscha, qua naam een flinke knipoog naar Frankie Goes To Hollywood. Hun bekendste nummer is ongetwijfeld de rauwe versie van 'Non Non Rien'na Changé'. Henk Westbroek zit dan nog weggestopt op de dinsdagavond, maar anders had het gemakkelijk een hit kunnen worden. Pigmeat ontleent de naam aan een liedje van Leadbelly en muzikaal zitten ze in dezelfde hoek: Rammelende folk met een punk-'attitude'. Té ruig voor een geitenwollensokkenhippie, maar geknipt voor in de plaatselijke feesttent. Ik aanschouw Pigmeat voor de eerste maal op het Bevrijdingsfestival in Leeuwarden in 1993. Ik sta een beetje verdwaasd toe te kijken. Ik denk dat iedereen dat heeft gehad. Terwijl er flink wordt gemusiceerd op het podium is het vooral de droogkomische humor die de boventoon voert. In Leeuwarden hebben ze een 'kwisje', de winnaar kan een ouderwetse schemerlamp-op-poot winnen. Eerst spelen ze 'Waiting For The Light To Shine', daarna spelen ze de prijsvraag met het publiek en ik zie Jankobus Seunnenga nog zo de schemerlamp het publiek in kieperen. Dan spelen ze 'I Saw The Light', dat jarenlang een herkenningstune zal blijven. Ik ben 'om'. Pigmeat mag blijven!

Hoe vaak ik ze gezien heb? Geen flauw idee! Naast de keren dat ik aanwezig was als recensent, heb ik ze ook een aantal malen als bezoeker gezien. Sytze Haima is de gitarist en Jankobus zingt en bespeeld de kuttepiel. Ja, zo heet het ding écht! In Australië kennen ze zoiets als een 'lagerphone', ook wel een mooie! Het is een houten kruis met een klomp of een verfblik erop en met bierdoppen aan spijkertjes. De eerste slag wordt voortgebracht door te stampen met de stok, de tweede is eentje met een drumstok op de klomp. Of, zoals bij Pigmeat, op het verfblik. Stel je eens voor: Een feesttent met een houten vloer in een woestijn van weilanden. Toen Pigmeat in de feesttent van Abbega speelde, kon ik het gestamp van de kuttepiel achter Oosthem voelen. Hemelsbreed toch wel vier kilometer...

Pigmeat had een heuse fanclub en die zorgde in 1996 ervoor dat Pigmeat in Woudsend kwam spelen. Leuk voor de toeristen... Ik heb nog nooit zoveel verbaasde gezichten gezien! Het slotlied, 'U Wordt Bedankt, U Kunt Wel Gaan', duurt in Woudsend ruim een kwartier! We schreeuwen ons helemaal schor en hebben de dikste pret. Als in 1997 het nummer op cd-single wordt uitgebracht, ben ik een stuk minder enthousiast. Pigmeat gooit zichzelf in de uitverkoop, zo ben ik van mening. De cd 'Shiny Shoes' is ook al stukken minder interessant dan zijn illustere voorgangers. In de jaren 1998-99 woon ik in Engeland en heb dus blijkbaar gemist dat 'U Wordt Bedankt' in de vaderlandse top 20 heeft gestaan. Het spijt me niks! Toen ze de cd-single hadden uitgebracht, was ik er klaar mee! Genoeg mooie herinneringen.

De laatste keer dat ik ze heb gezien, was echter wel in 1999. Pigmeat speelde toen op het Dicky Woodstock Popfestival, maar ik kan me vooral herinneren dat 'Herman Moest Naar Brada' toen een 'culthit' was: Het waargebeurde verhaal van een koe die voor de deur van slachthuis Brada de vrijheid koos en Leeuwarden voor een paar uur op zijn kop zette. Ik had geen mooier afscheid kunnen wensen. Jankobus klom andermaal, al jodelend, de top van de feesttent in. Eind goed, al goed? Toch lees ik op Wikipedia dat Pigmeat het tot 2009 heeft uit gehouden. Ik wil het liever niet weten! In de jaren negentig was het één van de leukste 'live'-groepen van Nederland. Of, om met Shane MacGowan te spreken: ,,Als je dit niet leuk vindt, moet je naar de psychiater".

donderdag 14 februari 2013

raddraaien: Dr. John



Dit keer hoef ik niet in te grijpen bij het raddraaien en nog steeds komt hierdoor een artiest aan bod die al heel lang op mijn verlanglijstje staat: Dr. John. Je zou hem welhaast het boegbeeld van de muziek uit New Orleans kunnen noemen, een imposante man met een even indrukwekkende loopbaan en toch maar vanwege een anderhalf wapenfeit bekend geworden. Het eerste dat de naam Dr. John oproept, is een zweem van mystiek. Dat heeft hij met name in de jaren zestig wel over zichzelf af geroepen, maar hoewel hij de voodoo-rituelen al lang achter zich heeft gelaten, blijft dit hem toch achtervolgen. En dan hebben we het natuurlijk nog niet eens over zijn drugsverslaving die hem de helft van zijn leven heeft geplaagd met alle gevolgen van dien. Maar goed, de dokter is nog altijd onder ons, inmiddels ruim 71 jaar en niet van het podium te slaan. Er zijn al heel wat generatiegenoten met een gezondere levensstijl die deze incarnatie hebben moeten verlaten. De raddraaier van vandaag komt wederom uit de Blauwe Bak en is 'Rite Away' van Dr. John (1974).

Een paar jaar geleden liet een vriend van mij een elpee zien van James Brown, omstreeks 1967 uitgebracht op het vaderlandse Philips-label. Hij schatte de waarde zeker op een paar honderd gulden. Niet vanwege de muziek, hoewel deze specifieke James Brown-elpee niet op iedere straathoek te koop is. En nee, de plaat was ook niet in een bijster goede staat, tóch wel een fiks aantal keren gedraaid. En de eerste eigenaar had zijn naam geschreven op de hoes. Normaliter zou dit een mankement zijn die een prijs flink naar beneden haalt, maar in dit geval was dát de reden waarom de plaat bovengemiddeld veel waard was. Het handschrift werd door een kenner als authentiek bevonden: Op de hoes stond de naam van Herman Brood! Wat doet dit verhaal bij een single van Dr. John? Welnu, ik zal niet zeggen dat hij hierdoor tientallen euro's meer waard is, integendeel, maar toch voor het persoonlijk gevoel is het aardig om te weten dat deze specifieke single een 'beroemde' eerste eigenaar heeft gehad. Zijn handtekening staat erop, 'Rite Away' van Dr. John was ooit het bezit van oud-Veronica en Hilversum 3-deejay Cees Van Zijtveld. Is bevestigd door de tweede eigenaar, de eerste discjockey in de Steenwijker discotheek Chez Jean.

Malcolm John Rebennack is zijn echte naam, maar Malcolm wordt al snel ingekort tot Mac. En het is halverwege de jaren zestig als hij de naam Dr. John aan neemt. Dr. John is in de negentiende eeuw een voodoo-dokter in New orleans, een man met een opvallende reputatie. Daardoor is het een prachtige inspiratiebron voor Mac Rebennack die de cultuur van New Orleans wil weergeven in een soort 'medicine show'. Als hij in 1966 daarmee begint, heeft hij er al een gevangenisstraf op zitten welke het eind van het eerste deel van zijn leven betekent. Mac is nog maar een kind van een jaar of tien als hij voor het eerst marihuana rookt, maar al spoedig mondt dat uit in een heroïne-verslaving van jaren. In de midden jaren vijftig heeft hij enkele 'zaakjes' nodig om zijn peperdure verslaving te bekostigen en heeft naast een drugshandel een illegale sexclub en zelfs een abortuskliniek. Tegelijk zet hij ook zijn eerste schreden in de muziek. Hij komt in de leer bij Professor Longhair, de excentrieke bluespianist uit New Orleans. Niet alleen een begenadigd muzikant, maar ook iemand met een opvallende wijze van kleden. Ouderwetse pakken, fluwelen handschoenen, alles aan de Professor is 'hip'. Dr. John begint evenwel als gitarist en heeft omstreeks 1960 een paar bands en werkt als A&R-manager voor enkele artiesten. In 1963 is hij een zogenaamde 'first call session man', maar dan heeft hij de gitaar al moeten inruilen. Na een schietincident kan hij geen gitaar meer spelen, maar leert zichzelf bas en piano. In 1965 eindigt de gevangenisstraf die Dr. John heeft opgelopen na zijn vroegere 'zaakjes' en keert terug als 'Dr. John The Night Tripper'.

Hij speelt mee op platen van Sonny & Cher en Frank Zappa & The Mothers, maar begint zijn eigen carriére pas goed met de elpee 'Gris-Gris' uit 1968. Dr. John's live-optredens bevatten dan complete voodoo-rituelen en ook uitdossingen in die trant. 'Gris-Gris' is een toonaangevende plaat in het genre, maar soortgelijke opvolgers lijden schipbreuk. In 1972 ziet Dr. John geen andere manier dan de voodoo over boord te zetten en zich met een ander aspect van New Orleans bezig te houden: De traditionele liedjes uit de rijke muzikale historie van de stad. 'Dr. John's Gumbo' (1972) is een ommekeer en leidt tot 'In The Right Place' (1973). Dit album, met een eigenwijze vorm van funk en begeleiding van The Meters, bevat de hits 'Right Place Wrong Time' en 'Such A Night'. De volgende elpee heet 'Desitively Bonnaroo' en is in stijl gelijk aan zijn voorganger, maar comemrcieel een minder groot succes. De uitstekende single 'Rite Away' haalt het niet bij 'Right Place Wrong Time', maar dat geeft niets: Daarmee is-ie alleen maar meer interessant voor de Blauwe Bak!

De drugsverslaving blijft hem plagen en hij onderneemt geregeld afkickpogingen. In december 1989 komt hij dan eindelijk loepnuchter uit de laatste kliniek en zal vanaf dan 'clean' blijven. Wel heeft hij geregeld last van psychische klachten en gebruikt hij nog steeds een karrevracht medicijnen om op de been te blijven. Desondanks is Dr. John nog volop actief, zo is hij in 2011 bijgezet in de Rock'N'Roll Hall Of Fame, maar heeft hij ook een belangrijke rol gespeeld in de fondsenwerving na de verwoestende orkaan Katrina. In het kader van de Blauwe Bak herinner ik hem het meest vanwege het rauwe stemgeluid en die o zo strakke Meters als achtergrondband.

woensdag 13 februari 2013

raddraaien: Bunny Sigler


De eerste van de twee raddraaiers uit de Blauwe Bak, maar dan met een creatieve slag. Ik kwam eigenlijk uit bij The Shoes, maar ja, die hebben we al zo vaak gehad. The Show Stoppers was op zichzelf ook een leuke geweest, maar omdat ik het plan heb om de komende Do The 45 een beetje aandacht te besteden aan Bunny Sigler, is de keuze op hem gevallen. En ja, over Bunny hebben we al eens geschreven, maar dat krijg je met een weblog dat bijna drie jaar bestaat en vrijwel dagelijks publiceert. Toen ging het ook al om de raddraaier, maar kon toen de vergelijking met de cover van Timebox niet doorstaan. Eigenlijk is er niets veranderd in die situatie, want ik vind ze beide even goed. Overigens kan ik melden dat de Blauwe Bak sinds afgelopen weekend uit twee professionele koffers bestaat en twee kleine bakjes. Aan de ene kant noodzakelijk, maar aan de andere kant...? Ik had de koffer, dé echte Blauwe Bak, ontdaan van alle Motown en 'crossover', maar die staan nu weer vrolijk terug op hun oude plek. De raddraaier is nooit een meter van zijn zijde geweken, die staat al vanaf het vroegste begin in de Blauwe Bak. De raddraaier van vandaag heet 'Girl Don't Make Me Wait' van Bunny Sigler (1966).

Zaterdag 19 september 2009. Laten we dat even numeriek zeggen: 19092009. Inderdaad... 'the day before'. Toen nog nietsvermoedend. Ik zou eigenlijk die avond naar Zwolle willen gaan voor de Popronde, maar het geld wil maar niet gestort worden. Ik ben al in alle vroegte in de stad en neem plaats op het terras van Het Pandje. Het is een bijna tropische nazomerdag. Dan kom ik Bennie tegen en hij leent me een paar stuivers zodat ik toch weer even vooruit kan. Dan besluit ik even bij de Gouden Kikker te gaan kijken, naast Het Pandje. Ik mag van de eigenaar even neuzen in een vracht singles welke hij nog moet uitzoeken. Ik vis daar opeens 'Love Is In The Air' van Shocking Blue uit de bakken. In fotohoes en in nieuwstaat. Vijf euro! Voor de nagelnieuwe Bunny Sigler betaal ik een euro. Overigens moet ik Shocking Blue en nog een aantal even reserveren, want het geld komt pas na het weekend. De euro voor Bunny Sigler kan ik wél missen en zo leer ik die middag het origineel van 'Girl Don't Make Me Wait' kennen. Later op de middag belt mijn oudste broer op om komisch droog te vertellen dat hij die ochtend getrouwd is. Daarna ga ik op de fiets naar het Dwingelderveld en besluit daar de volgende dag naar Grolloo te fietsen. Onderweg naar huis, ter hoogte van Frederiksoord, ligt er een tak op de weg en zie daar: 20092009. De rest is geschiedenis.

Bunny kleeft desondanks maar weinig aan dat weekend, want het is pas in de loop van 2010 dat ik hem leer waarderen. Eigenlijk heet hij Walter Sigler en over zijn bijnaam 'Bunny' bestaan verschillende theorieën. Bunny is op 27 maart 1941 geboren. Er is een verhaal dat ons moet doen geloven dat Walter twee dagen voor Pasen of een dag erna is geboren, maar dat klopt niet met zijn geboortedatum. Het was in 1941 namelijk Pasen met 13 april. Meer waarschijnlijk is dat Walter twee opvallend grote voortanden had. Hoe dan ook: Walter zal gedurende zijn carriére volop gebruik maken van de naam Bunny Sigler. Als één van acht kinderen duikt hij omstreeks 1956 met zijn broer James op in een doowopgroep: The Opals. Het komt echter niet tot plaatopnamen en Bunny gaat daarna solo verder. Dat kan hij immers ook prima, want naast zanger is Bunny gitarist, pianist, organist, trombonist en bassist. Zijn eerste single verschijnt in 1959 op V-Tone en heet 'Family Dance'. Hij wordt begeleid door The Cruisers. In hetzelfde jaar verschijnt 'Promise Me' op Hi Lo en een single op Bee. Deze heeft opvallend genoeg hetzelfde catalogus nummer als een totaal verschillende plaat van Don Ellis & The Royal Dukes. Na een single als Mr. Emotions Bunny Sigler in 1961, gaat hij onder de oude naam verder en scoort zijn grootste successen.

Nou ja, successen... 'Girl Don't Make Me Wait' uit 1966 wordt enthousiast ontvangen in de Britse mod-scene en dus ook op de plaat gezet door de Engelse 'blue-eyed soul'-groep Timebox. Hun uitvoering staat in december 1968 even in de vaderlandse Tipparade. Als de Northern Soul in 1975 haar kookpunt bereikt, brengen de platenmaatschappijen één voor één hun 'successen' uit. London brengt ons in 1976 een single met 'Let The Good Times Roll' uit 1967 op de a-kant en deze 'Girl Don't Make Me Wait' op de flip. Het is feitelijk ook de uitvoering zoals die in mijn bakken staat. De originele Cameo Parkway-persingen zijn schaars en garanderen een topprijs als ze al opduiken. Zonder heel veel succes te hebben, kabbelt de loopbaan van Bunny Sigler fijn voort. In 1969 vormt hij een duo met zijn nicht Cindy Scott, maar na twee singles scheiden hun wegen alweer.

In de jaren zeventig laat Sigler zich van zijn meest veelzijdige kant zien, want behalve zanger met een behoorlijke 'output' van singles, toont hij zich ook een begenadigd schrijver. En zo kom ik bij de plaat die ik zaterdag in Do The 45 wil voorstellen. Je kan het platweg af doen als disco, maar omdat het geen hit is geweest en de naam van Bunny Sigler eraan verbonden is, mag hij ook als Modern Soul worden versleten. 'You're Not Getting Older' is een onweerstaanbaar lekker nummer van Instant Funk, maar je moet niet allergisch zijn voor een New York disco-beat. In de begin jaren tachtig duikt Sigler zelfs nog even op in het kamp van de Sugarhill Gang, dan uitsluitend nog actief als producenten en platenlabel. Maar... dan is er ook nog die single van Benny Sigler, waarover de meningen verdeeld zijn. Is het een typfoutje of hebben we hier met een héle andere artiest te maken. Als ik mijn vrienden in de Facebook-groep mag geloven, is de uitvoerende identiek aan Bunny Sigler.

En zo komt de volgende raddraaier ook weer uit de Blauwe Bak. We hebben nog maar een paar te gaan of deze tweede serie is ten einde en dat is ook nodig! Vanaf volgende week zaterdag serveer ik weer dagelijks een dagplate tot de dag dat we drie kaarsjes op de taart mogen uitblazen. De derde serie raddraaien begint in maart dan weer met frisse moed en een nieuwe lijst!

dinsdag 12 februari 2013

Week Spot: Alder Ray


,,Of je gaat vissen óf je boort naar olie". Een uitspraak van een 'soul brother' en collega-radiomaker. We hebben het dan over de benadering van het begrip Northern Soul op Engelse feesten. Er wordt meestal gevist: De vijver is groot genoeg met honderden liedjes die al zijn geaccepteerd in het kringetje. Zelf ben ik meer van het boren naar olie: Het vinden van plaatjes die nog niet die waardering hebben gekregen en toch uitstekend in het idioom vallen. Je kan daarbij nóg een stapje verder zetten en trachten biografische details van de artiest boven water te halen. Ook ontzettend leuk, hoewel van sommige artiesten helemaal niks bekend is. Sommige zijn in de loop der jaren getraceerd en op de hoogte gebracht van de populariteit van hun oude, soms vergeten, opnames. Alder Ray is zo'n vrouw waarvan we niet weten of ze nog in leven is. Hoe dan ook, ze weet helemaal niets van de waardering die haar plaatjes jaren later hebben gekregen. Vandaar dat ik eveneens heb gekozen voor een foto van de dame in plaats van een single-label. Mocht iemand haar herkennen, laat haar dan even contact opnemen met Soul-xotica of het Soulful Detroit-forum. Die laatste mag ook, want daar heb ik voor dit bericht dan weer de meeste informatie vandaan gehaald. Alles dat bekend is over Alder Ray. Ze is deze week de Week Spot met 'Run Baby Run' uit 1968.

Je hoeft niet heel diep te boren om bij Alder Ray te komen. Zowel 'Cause I Love Him' als 'My Heart Is In Danger' zijn alom, in de Northern Soul- en meidengroepen-wereldjes, bekende nummers. Je vraagt dames niet naar de leeftijd, maar toch kan zulke informatie wel eens bruikbaar zijn. Hoe ze ertoe is gekomen om te zingen, een paar sappige details over de groepjes waar ze bij zat. En vooral: Wat is er gebeurd in de 'gaten' van haar levensloop en dan met name: Wat is er van Alder geworden na 1972? Nogmaals: Het zijn allemaal vragen waar we waarschijnlijk nóóit antwoord op zullen krijgen. Indien Alder nog leeft, zal ze ooit terug denken aan die opnames die ze in de jaren zestig heeft gemaakt? Zou ze zich realiseren dat anno 2013 drommen mensen de dansvloer op gaan als 'My Heart Is In Danger' wordt opgezet? En dat verzamelaars kapitalen over hebben voor een originele single? Zou ze zélf de singles nog op zolder hebben liggen?

We denken dat we Alder in 1964 voor het eerst tegenkomen als lid van The Buttons, die een eenmalige single maken voor het Ember-label. Waar de bewering vandaan komt en waaraan deze wordt gestaafd, is niet bekend, want van The Buttons bestaat helemaal geen informatie voor wat betreft de leden. Haar volgende groepje, The Delicates, is beter gedocumenteerd. Hiervan weten we dat de groep naast Alder uit Priscilla Kennedy, Freddi Poole en Patsy Seates bestaat, hoewel een publiciteitsfoto slechts drie dames toont. The Delicates zijn ook meer actief als groep en brengt in 1964 vier singles uit. Muzikaal zijn ze het meest verwant aan de traditionele meidengroepen, her en der wat Phil Spector-gimmicks, maar bovenal samenzang zonder een vaste leadzangeres. Met de doorbraak van The Supremes zal dit veranderen en hoort ook een meidengroep een vast aanspreekpunt te hebben. De eerste drie singles verschijnen op het Challenge-label en de laatste op Soultown. De tweede single, 'I've Been Hurt', heeft 'I Want To Get Married' op de b-kant. Alder zal datzelfde nummer zes jaar later nog eens hergebruiken.

Na het uiteenvallen van The Delicates doet Alder Ray Mathis (ze zal later ook de naam Alder Ray Black gebruiken) vooral aan sessiewerk. In 1964 heeft ze 'Cause I Love Him' opgenomen voor Liberty, jaren later omschreven als een 'meidengroep tour-de-force'. In 1966 krijgt ze opnieuw een contract, nu bij Minit, en dat levert wederom één single op. 'I Need You Baby' zal nooit erkenning krijgen, het is de b-kant, 'My Heart Is In Danger', die eind jaren zeventig in The Casino in Wigan wordt ontdekt. Hoewel Alder Ray daarna nog enkele goede platen heeft gemaakt, is het vooral voor dit nummer dat ze wordt herinnerd. Dan komen we uit bij de Week Spot, opnieuw een b-kant. Mijn inziens een prachtige double-sider: 'Run Baby Run' is een nummer met een onweerstaanbaar ritme en een lekker fel zingende Alder Ray. Het eerste woord dat me te binnen schiet is 'cool', maar niet als in de hippe straattaal, maar als in 'onderkoeld'. De eigenlijke a-kant heet 'Love Will Let You Down' en is een mid-tempo ballad waar de klasse vanaf druipt. Over de releasedatum van deze single op het Revue-label verschillen de meningen. Soulful Detroit heeft het over 1967, maar qua platenkennis wint de Engelse dj Dave Rimmer in geloofwaardigheid. Hij noemt 1968 als verschijningsdatum. Toch dringt de tijd dan wel in combinatie met het volgende feit dat de archeoloog op Soulful Detroit naar boven heeft gehaald: In mei 1968 begint Alder Ray te touren met 'The Wilson Pickett Revue'. Volgens een ooggetuige doet ze daarin enkel covers van Aretha Franklin en Etta James en vindt het blijkbaar niet nodig om haar laatste single te 'pluggen'. Wilson Pickett ontfermt zich over haar en heeft de meest wilde plannen voor haar carriére. Er komt niets van terecht. Er zijn geen opnames uit deze periode bekend en dan komen we bij een essentieel stukje uit de geschiedenis van Alder Ray: dé foto.

Deze foto is in 2010 voor een astronomisch bedrag geveild op Ebay en is niet alleen één van de mooiste publiciteitsfoto's van Alder Ray. Het geeft eveneens een klein beetje inzicht in haar carriére. Eerder werd verondersteld dat Alder Ray jarenlang bij Wilson Pickett was gebleven, maar deze foto uit 1969 spreekt boekdelen. Ze heeft inmiddels weer een andere agent en dit betekent dat ze niet meer bij Wilson Pickett is. Een jaar later verschijnt de single 'I Want To Get Married' op het Texaanse Jetstar-label. Deze maatschappij doet hoofdzakelijk in platen van Bobby Patterson en Alder Ray kan de focus niet op haar en andere artiesten leggen. Pas twee jaar later is ze terug als Alder Ray Black & The Fame Gang, haar voorlopig laatste kleinood. 'Just Because The Package's Been Wrapped & Opened' is de veelzeggende titel van het plaatje. Het verschijnt op het minieme Sound Plus-label. Maar daar eindigt het verhaal ook meteen. Het lijkt alsof Alder Ray Black met een oorverdovende knal het heelal is ingeschoten en inmiddels al 41 jaar zeer tevreden tussen de maan en de sterren woont. En nu mag haar eigen ster even schitteren voor een weekje!

maandag 11 februari 2013

raddraaien: Vanity 6


Voordat we tweemaal uit de Blauwe Bak gaan raddraaien, is deze rubriek wederom een beetje 'stout' vandaag. Hadden we afgelopen week al het verheffende duo Leni & Ludwig, de raddraaier van vandaag laat verder zien wat voor 'troep' ik in mijn bakken heb staan. En toch heb ik deze raddraaier nog wel eens gedraaid, maar dat was slechts van een tijdelijk aard. De plaat staat nu netjes opgeborgen in een jaren tachtig-bak. Het staat niet in de weg, maar het zou evenmin een probleem zijn als die er niet stond. Qua informatie heb ik toch weer een leuke eruit gepikt, want de biografie van Vanity 6 is op zijn minst goed voor een glimlach. Ja, want over die groep gaan we het hebben. Wat kan je over de muziek zeggen? Natuurlijk, dat het weinig om het lijf heeft. Het staat dusdanig synoniem aan de kledij van het zestal? Tijd voor een stukje verdieping in de geschiedenis van de raddraaier van vandaag: 'He's So Dull' van Vanity 6 (1982).

Vanity 6 is een hersenspinsel van Prince. Zijn Koninklijke Paarsheid is dan zelf een ster in wording en valt vooralsnog op in kringen van Muziekkrant Oor die de toekomst van de funkmuziek in 1981 aan den lijve ondervinden bij een optreden in Nederland. Prince debuteert bescheiden op de Top 40 met 'Controversy', hoewel er weinig controversie aan dat nummer is, in tegenstelling tot mans' latere werk. Het is evenwel rond deze tijd dat Prince een droom in vervulling laat gaan. Sinds hij de film 'A Star Is Born' heeft gezien, wil hij een damesgroep formeren. Hij heeft voor hen de naam 'The Hookers' in petto en de dames moeten in lingerie optreden en zingen over sensuele liefdesperikelen. De gedroomde bezetting van The Hookers bestaat uit Prince' toenmalige vriendin Susan Moonsie en Brenda Bennett. Zijn persoonlijke assistente Jamie Shoop is de eerste die het veld moet ruimen. Prince raakt namelijk ondersteboven van ene Denise Matthews. Een actrice die gewend is om uit de kleren te gaan en voor wie een jarretel-setje dus als een wollen trui is. Prince wil haar de naam 'Vagina' meegeven, maar daar steekt Matthews een stokje voor. Ze gaat akkoord met de naam 'Vanity'. En, nee, ze zijn niet met zijn zessen, maar hebben samen wél zes borsten en dat is die 6 in de groepsnaam!

Hoewel 'He's So Dull' in Nederland pas na de hits komt, is het in Amerika de eerste single van Vanity 6 en een bescheiden succes. 'Nasty Boy' doet het een stuk beter en tilt het enige album van de groep naar de top van de Amerikaanse albumlijsten. Prince is een wispelturig heerschap en dat doet onder andere blijken in zijn relaties, want op den duur verschuift zijn interesse van Moonsie naar Matthews, maar lang blijft dit niet in stand. Hoewel Vanity 6 nog enkele opnames maakt met Prince, blijft het meeste op de plank liggen. Ze nemen bijvoorbeeld een demo op van 'Sex Shooter', dat een volgende single moet worden. Dan starten de opnames van 'Purple Rain', de film van Prince. Matthews moet zijn tegenspeelster worden, maar halverwege de shoots neemt ze de fraaie benen. De reden laat zich gissen. Einde van de relatie, geld of een meer lucratief platencontract bij Motown. Hoe dan ook: De scénes met Matthews moeten overnieuw met een nieuwe actrice. Dat wordt Patricia Kotero, die de naam Apollonia aanneemt en met de resterende Vanity 6 'Sex Shooter' opnieuw opneemt. Het resultaat verschijnt als Apollonia 6 en ook zij maken slechts één album.

Ik kom in 2004 een krakkemikkige cover van 'He's So Dull' tegen op het album 'Cruisin' For A Bruisin' van The Bobby Teens. Op 5 januari 2011 hier te gast in Sideburner's Blast From The Past. Dank je wel Blogger voor de fraaie zoekmachine! De 'sexy' tekst past helemaal bij de rommelige dames van The Bobby Teens (de mannelijke bassist rekenen we even niet mee...) en zo zet ik geregeld het origineel eens op. Niet zó leuk als The Bobby Teens en dus verdwijnt die na een paar maanden weer terug naar de plek waar ik hem vanavond vond.

Komen we dan nu eindelijk weer bij die eeuwenoude conclusie op Soul-xotica? Jawel hoor! Denise Matthews wil vooral nooit meer geassocieerd worden met Vanity en Vanity 6. Niet uit schaamte voor de plaatjes, want dat hadden we nog kunnen begrijpen. Nee, Vanity... euh... Denise doet aan lichaamsbedekking en gaat geregeld op haar knieën om de lieve Heer te bedanken voor Zijn vergeving. Zijn Liefde is allesomvattend, dat weten jullie al lang dankzij berichten over Barry McGuire en Donny Osmond. Maar of dit moet betekenen dat wij Matthews haar hitsige gebalk moeten vergeven?

zondag 10 februari 2013

Schijf van 5: schoeisel


'Ik leef op grote voet, ja dat is waar', wordt elders in deze Schijf gezongen. Natuurlijk zullen jullie dat beamen als jullie zien wat ik soms voor een krakkemikkige single neer leg, maar in werkelijkheid leef ik ook op grote voet. Ik heb last van platvoeten en de linkervoet is dusdanig uit model dat daar een maat 48 omheen moet. Ik heb wel eens vaker maat 47 gehad, maar daarvan slijt dan als eerste het binnenwerk door het aan- en uittrekken. Die twee pannenkoeken drijven me zo nu en dan tot waanzin en een paar weken geleden was het weer zover. Er moesten andere schoenen komen, maar het liefst wel een beetje met beleid, want ik zat niet echt ruim in de financiën. In Meppel is het al net zo gesteld als in Steenwijk, maat 47 is de top. Daarboven heb je alleen sloffen, Zweedse muilen en hagelwitte sportschoenen (die dus optisch maat 52 zijn...). Toen ben ik gaan speuren op Marktplaats en vooral op zoek naar Dr. Martens. Gevonden! Nieuw? Tja, Dr. Martens heeft een vreemde soort garantie. Als ze binnen de termijn geruild worden, vervalt de garantie en kunnen de schoenen niet als 'nieuw' worden verkocht. Daar deed ik dus mijn voordeeltje mee: Een paar nagenoeg nieuwe Dr. Martens voor de helft van de prijs! Vandaag gaan we Imelda Marcos achterna en schaffen nog maar vijf soorten schoeisel aan!

De Britse 'second wave'-mod band Cross Section is in de laatste minuut afgevallen. Cross Section nam in 1978 een rockende versie op van 'Hi Heel Sneakers' en het verscheen een jaar later in de film 'Quadrophenia'. Toch moet ik bekennen niet zo heel erg dol te zijn op 'Hi Heel Sneakers', maar het was wel weer een leuke variatie op de schoenen. Het antwoordliedje van Sugar Pie op 'Hi Heel Sneakers' heeft het dan weer wel gehaald. Sugar Pie is het nichtje van Etta James en ze hebben samen ook opnames gemaakt. Etta is ons een jaar geleden ontvallen, maar Sugar Pie? Springlevend, bijna letterlijk. Als je ziet wat die dame, inmiddels ver in de tachtig, voor capriolen uithaalt bij optredens. Petje af! Toch was er ook een tijd dat Sugar Pie ook een jong meisje was, hoopvol op een glansrijke carriére die er eigenlijk nooit is gekomen. Een antwoordliedje op een grote hit zou voor de ommekeer kunnen zorgen, maar dat was bij Sugar Pie niet het geval. Haar 'Slip-In Mules' staan vandaag wel op vijf in het schoenenrek.

Ik citeerde er in de inleiding al een stukje van, de nummer in deze Schijf. Je kan eenvoudigweg driekwart van de liedjes van Skik weg zetten als 'novelty', maar slechts enkelen in het repertoire zijn dat ook écht. Het was altijd een vreemde gewaarwording: Eerst een klassieke popsong met diepgravende Drentse tekst en dan zo'n kort snel nummer met een origineel onderwerp. 'Neije Skoenen' is een 'live'-favoriet en is nooit officieel op een album verschenen, wel hebben ze een vinylsingle laten persen met een alternatieve versie van 'Klotenweer'. En laat mij nu in het trotse bezit van deze single zijn, helaas wel helemaal afgedraaid. 'Neije Skoenen' is in de coupletten een reggaedeuntje met een punky refrein. Aardig plaatje en die mag dus op vier.

Natúúrlijk heeft iedereen een 'fetisj' voor laarzen. Kijk voor de aardigheid naar een elpeehoes van, bijvoorbeeld Nancy Sinatra, en probeer niet te kijken naar haar laarzen... Onmogelijk! Dat 'These Boots Are Made For Walkin' dus verplicht in deze Schijf moest, stond als een paal boven water. Over welke versie hoef ik dan ook niet lang na te denken. Hij is een paar jaar geleden opnieuw geperst en ik moet nog steeds een exemplaar aanschaffen. We hebben het hier over de hilarische 'live'-opname van Ella Fitzgerald. Deze jazzlegende leverde in 1966 haar aandeel door een paar grote pophits op te nemen. Haar 'Boots' is zondermeer de meest swingende van allemaal. Ook alweer zo'n novelty, we zijn er dol op! Desondanks staat ze ermee op drie.

Major Lance was degene die het grootste succes had met 'Ain't No Soul Left In These Ol' Shoes' en hoewel je weinig kritiek kan hebben op Lance, is het volgens velen, waaronder mij, niet dé allerbeste versie. Die staat op naam van een piepjonge Ronnie Milsap. Een blanke Amerikaan, blind geboren, die in de jaren zeventig en tachtig zich vooral zal ophouden in de jazzrock=contreien. In 1966 neemt hij zijn versie van 'Ain't No Soul Left In These Ol' Shoes' op. Aanvankelijk flopt de plaat, maar dankzij The Twisted Wheel in Manchester groeit de plaat uit tot een culthit in de Northern Soul-beweging. Ronnie's feestje staat op twee genoteerd.

Voordat het Northern Soul-virus ook gaat toe slaan in de Schijf van 5, hebben we op nummer 1 een deuntje uit de bubblegum: 'Shoeshine Boy' van The Lemon Pipers. Hoe kun je in hemelsnaam drie minuten zingen over een schoenpoetser die je schoeisel voor een 'dime' weer laat glimmen. In feite is dit hetzelfde verhaal als de muzikant met die groene tamboerijn, u weet wel... Toch ademt dit plaatje voor mij de zomer van 1991 en vanwege die sentimentele reden mag dit staaltje pseudo-psychedelica op 1 in deze Schijf.

Het is alweer lang geleden dat we voor het laatst met de 'club' een uitstapje hebben gemaakt, dus doen we dat volgende week. Bestemming: Het strand. Vijf liedjes met 'strand' in de titel en jullie suggesties zijn welkom. De zondag daarop is er geen Schijf, maar doen we op maandag 25 februari een Schijf van 5 maandagen. Op zondag serveer ik 'gewoon' een dagplate.