zondag 7 november 2010

kleur bekennen: groen


Nee. Ik had het mezelf niet eenvoudig gemaakt deze week. 'Gilbert Green' is een fictieve eigennaam. Mag dat? Gerrit keek moeilijk. Soul-X vond dat het wel mocht. Zou Soul-X Gerrit kunnen overtuigen? Komt die tweelingzus om de hoek kijken. ,,Nee", riep ze. ,,Magnie!". De opmerking dat ze hierdoor deze maand geen rokje meer kreeg, werd beantwoord met: ,,Daar heb je toch geen geld voor!". Gerrit keek schuldbewust, Soul-X murmelde iets over 'meeste stemmen gelden'. Zucht. Geen kwartier bekendheid voor het vergeten (Enschedese?) Nederbeatgroepje The Soft Pillow.

Metabolismus met 'Gruene Loecher Von Aztal' (1998) stond op reserve, maar bleek overbodig. 'Greener Pastures' van Little Barrie is niet hem meest memorabele nummer van 'We Are Little Barrie' (2005), welk album nog deze week in de 'spotlights' wordt gezet, maar even goed nog een derde plaats.

Op de tweede plek een liedje dat ik zelfs na vijf flessen wodka en een dubbele salto op het wegdek probleemloos kan zingen. Nou ja, ik zou een kijkcijferkanon zijn in de X-Factor. 'De regenwormen uit de grond boeren', noemde een vriend mijn zangstijl. Ik heb 'Green Green Grass Of Home' van Tom Jones (1966) staan balken bij een Soundmixwedstrijd in De Karre. Stadstroubadour Gerard Buisman roemde mijn Engelse uitspraak. Over toonvast zingen heb ik hem niet gehoord...

Op één niet echt een hele grote favoriet. Nogmaals, groen bleek geen eenvoudige kleur, maar des te groter de uitdaging! Het is 'gewoon een lekker' jaren zestig-plaatje geworden, namelijk 'Green Tambourine' van The Lemon Pipers. In 1968 de allereerste hit voor Buddah-label. Melanie daar gelaten, was Buddah verantwoordelijk voor de 'bubblegum'-stroming. The Lemon Pipers bleek onderdeel daar van. De 'gimmicks' uit 'Green Tambourine' zouden opduiken in opvolgers als het uitstekende 'Jelly Jungle Of Orange Marmalade' en het mindere 'Rice Is Nice'.

Rijst is doorgaans ook wit en laat dat nu eens de kleur van volgende week zondag zijn. 'White Bird' van It's A Beautiful Day (1968) is kanshebber, maar jullie mogen me beïnvloeden met witte titels. En er wordt deze week NIET naar de jury geluisterd. Lekker puh!

zaterdag 6 november 2010

gerecycled plastic


Eigenlijk geldt die kop meer voor de '2 voor de prijs van 1'-cd die ik vorige week kocht, dan voor 'Only Happy When It Rains'. Hoewel? Mijn cd-single is dermate zoek dat deze best eens aan een nieuw leven kan zijn begonnen. Overigens wijkt de Nederlandse cd-singlehoes danig af van bovenstaande, maar omdat we het hier over een plaat uit 1996 hebben, zal niemand daar wakker van liggen?

Beroemdste lid binnen Garbage is ongetwijfeld Butch Vig. Hij produceerde in 1991 het tweede album van een Amerikaans gitaarrocktrio. Dat had vast geen item geweest als het niet 'Nevermind' van Nirvana betrof. En herinnert zich nog iemand Goodbye Mr. Mackenzie, een vluchtig Engels popgroepje uit de late jaren tachtig? Als het aan Shirley Manson ligt helemaal niemand, want ze schaamt zich rot dat ze ooit bij deze groep zong.

Garbage is ondanks de Nirvana-connectie zo Engels als Branston Pickle. Engelsen plachten alles wat niet rechtstreeks voor de Top 5 gemaakt is 'indie' te noemen. Garbage maakt bedrieglijk 'catchy' gitaarrock, gelardeerd met hippe dansgeluiden. Rond 1995 zijn er meer groepen die dat doen.

Een euvel dat rond die tijd ernstig de kop opsteekt, is dat de singles vaak beter zijn dan de albums. Bijvoorbeeld Kula Shaker, maar ook Green Day en Garbage. Fiets maar om de albumtracks heen!

In het geval van 'Garbage' (1995) en 'Version 2,0' (1998) zijn dat 'Stupid Girl', 'Queer', 'I Think I'm Paranoid' en bovenstaande. Ik nam deze in augustus 1996 in herinnering mee van vakantie in Denemarken. Broer weet de datum uit het hoofd? De dag dat Heerenveen van Ajax won! Eenmaal thuis was ik medeverantwoordelijk voor het ontstaan van een superhit: Nummer 39 in de Top 40! En nog steeds hun allerbeste.

Maar iedereen vraagt zich nu af waarom ze zichzelf 'vullis' noemden. Butch Vig geeft antwoord: ,,Ik kocht een boek met daarin nog niet gebruikte bandnamen. Er stonden twee in. De ene was Garbage en de andere Hootie & The Blowfish".

vrijdag 5 november 2010

als de kippen erBIJ!


Bah! Ik was vanochtend om half zeven alweer lelijk wakker, toen ik bij koffie en bammetje pindakaas deze kop bedacht. The Bees dus. Een aantal weken geleden schreef ik over 'spookplaten', binnenkort een kersverse ontdekking, en noemde toen 'No Rain' van Blind Melon en de dag waarop de ware in Lokeren uit de trein stapte. Die avond maakte ik kennis met 'Free The Bees' van The Bees en kocht een week later het album op dubbelvinyl.

Is deze of die van Dungen nu de ultieme sixties-plaat die tot nu toe in deze eeuw gemaakt is? Eigenlijk geldt het meer voor 'Free The Bees'. Waar Dungen zich op 'Ta Det Lugnt' beperkt tot de psychedelische rock, daar stipt The Bees praktisch iedere stijl van tussen 1963 en 1972 aan. Het klinkt meer als een compilatie, dan het originele werk van een groep jongelingen uit 2004.

Opener 'These Are The Ghosts' had zomaar de ideale popsong uit de jaren zestig kunnen zijn. Alleen zijn ze toen vergeten hem te schrijven. Het bekendste nummer op het album is 'Chicken Payback', een variatie op 'The Name Game' en 'The Clapping Song' van Shirley Ellis, dat ook nog een seizoen als 'leader' voor Het Lagerhuis werd gebruikt.

Consequentie van het oprakelen van deze 'vergeten nieuwe platen' is dat ik ze vaak even opnieuw moet draaien om een beeld te krijgen. Meningen zijn er om herzien te worden. 'I Love You', een broeierige soulballade á la The Delfonics waar ik normaliter op spuug, klinkt in 2010 als 'the real thing' en maakt Duffy en Amy tot digitaal plastic. Eigenlijk best een goed nummer! Wat de Britten met 'The Russian' duidelijk willen maken? Ska? Klinkt meer als polka en had niet gehoeven...

De tracks van The Bees van buiten dit album die mijn oor bereikten, waren veel minder interessant, dus zal dit hun 'magnum opus' zijn? Hoe dan ook: Ik ben ze uit het oog verloren...

donderdag 4 november 2010

stilstaand beekje


In 'Grensverkeer', tot september 2006 het VPRO-nachtprogramma op Radio 1, hadden ze het eens een dinsdagnacht over 'stilstaande muziek'. Geen ritme of 'groove' en repetitief en monotoon. Volgens samensteller Mattie Poels kwamen de eerste delen van 'Shine On You Crazy Diamond' van Pink Floyd het dichtste bij de stilstand in de popmuziek. En hoewel Damon & Naomi wel percussie gebruiken, is dit in feite ook stilstaande muziek.

Dungen, Julie Doiron, Samara Lubelski, Marissa Nadler... Zomaar een greep artiesten waarvan ik sinds 2003 een nieuwe elpee kocht. Niet op dagelijkse basis, maar wel regelmatig, ga ik de komende tijd de platen behandelen die sinds maart nog niet voorbij zijn gekomen. Dat belooft een spannende reis van garagerock'n'roll via avantgarde naar pure pop en dreamfolk.

Naar aanleiding van mijn bezoek aan het Belgische Hasselt, ontving ik in mei 2005 de programmakrant van Kunstencentrum België. Met een Belgische acceptgiro, die ik van de SNS retour kreeg. Het bleef er bij. In de krant van mei werd een optreden van Damon & Naomi aangekondigd. Dat hielp toen ik een half jaar later 'The Earth Is Blue' tegenkwam.

Damon Krukowski en Naomi Yang waren eind jaren tachtig lid van de cultgroep Galaxie 500. Waar hun stadsgenoten The Pixies 'mainstream' werden, daar bleven zij klein. Hun platen, voor verschillende labels en wisselende kwantiteiten, zijn nog steeds populair bij verzamelaars. Na het verscheiden van Galaxie 500 in 1993 gingen drummer Krukowski en bassiste Yang samen verder, geholpen door gitarist Michio Kurihara van de Japanse Galaxie 500-adepten Ghost.

Het psychedelische geluid verschoof naar rustieke pop met diepgravende fragmentarische teksten. Eigenlijk is het een 'hersenschuddingschijf', de scherpe kanten ontbreken. De enige kabbeling is de overgang tussen de tracks.

'Arac Azul', het slotstuk van 'The Earth Is Blue' is pure stilstaande muziek dankzij het hypnotiserende einde. Pikant detail is dat ik het album voor het eerst sinds een jaar draai op 1 april 2009. Na het wegsterven van het slot gaan mijn hersenen overuren maken...

Bij nader inzien is dit mijn favoriete blauwe plaat. Ik moest hem alleen wat vaker opzetten.

woensdag 3 november 2010

het Heintje Davids-effect van de cassette


Dr. John viert later deze maand zijn zeventigste verjaardag en verhuist dus even. Of we in 2038 alhier de zeventigste verjaardag van de cassette kunnen vieren, is maar de vraag. Vorige week kondigde Sony aan met ingang van 2011 te stoppen met de productie van de cassette-walkman. Inderdaad! Ook ik was verbaasd dat Sony nog steeds zo'n apparaat leverde. Maar of het cassettebandje door die stap de geschiedenisboeken in gaat, betwijfel ik.

Reeds in 2005 werd aangekondigd dat hifi-sets het volgende jaar niet meer standaard met cassettedeck zouden worden geleverd. Ik vraag me af hoeveel sets een cassette ontberen. Maar die walkman, dat is een ander verhaal.

Sinds mijn rode Realistic, in 1988 voor vijfentwintig gulden bij Tandy gekocht, was ik een regelmatig afnemer van walkmans. De mooiste, erg verrassend, kwam van de Aldi. Naast auto-reverse had die de fijnste basinstelling. En radio! In september 2001, vijf ofzo verder, zocht ik een nieuwe met radio bij Scheer & Foppen. Het werd een Philips, de laatste nieuwe die ik ben tegengekomen.

Begin 2005 waren opeens de discmans verdwenen. Vijf jaar later zijn ze er volop, al is Philips het enige A-merk. Ik zag laatst een mp3-converter voor cassettes. De tape is nog niet dood!

Philips presenteerde in 1968 de cassette, als compacte opvolger van de grote magneetbanden. De verbeterde 8-track-cartridge moest in 1975 het onderspit delven, dat eveneens gold voor de DAT in 1988. Met name in Engeland is de cassette altijd populairder geweest. Van de cd's in de 2001-catalogus van postorderbedrijf Britannia is 85% leverbaar op cassette!

Er is mij verteld dat TDK nog één grote bulkpartij cassettes heeft vervaardigd. Als die op is, heeft de klok twaalf geslagen voor de cassette. Ik weiger het te geloven. Ik voorspel een 'comeback' zoals bij de discman. Mensen moeten wel eens de wijsheid ondervinden dat dat afschuwelijke mp3 pas écht muziek kapot maakt...

dinsdag 2 november 2010

opruiming 11: Ferre Grignard


Morgen de allerlaatste in deze serie, nu ik besloten heb Dr. John ook maar 'op te ruimen'. Hij staat ook alweer ruim een maand in de wacht. Ferre staat daar al sinds begin juli. Het begint met een idee en/of een hoesje. Als er dan huiswerk moet worden gedaan en er passeert een nummer waarvoor geen research gedaan hoeft te worden, kan zo'n hoesje een eeuwigheid wachten. Maar morgen zijn we weer helemaal up-to-date en zal ik proberen mijn discipline bij te stellen!

Zonde! Eeuwig zonde! Misschien staat het er nog wel? Ik wil het niet weten... Toen ik in 2002 van de ruime bovenverdieping in Tuk naar het krappe slaapkamertje in Steenwijk verhuisde, stalde ik tijdelijk wat spullen in de vochtige kelder van de kledingwinkel van het Leger Des Heils. Ik geloof niet dat er platen tussen zaten, hoewel de elpee 'Here's A Heart' van voormalig Golden Earrings-zanger Frans Krassenburg sinds jaren onvindbaar is. Wél eindigde aldaar mijn boekencollectie.

Over die twintigtal Havank's doe ik niet moeilijk, maar wat te denken van één der eerste werken proza van wijlen Simon Vinkenoog? Verder een aantal biografieën, van 'De Ware Jezus' tot Scott Walker. Psychologische hoogstanden als 'De Moeilijke Medemens'. En een rommelig geschreven Vlaamse biografie van Ferre Grignard.

Dat verhaal eindigt in het Antwerpse havencafé waar Ferre min of meer een vergeten, anonieme entertainer werd. Het is dan begin jaren zeventig en Ferre is zijn platencontract kwijt geraakt. Zijn grootste succes ligt dan jaren achter hem. 'Ring Ring I've Got To Sing' was een zomerhit in 1966.

Ferre brak in 1964 door in de Antwerpse kunstwereld. Niet vanwege zijn schilderijen, maar door optredens in het muziekcafé De Muze. 'De witte neger' opende daar voor menig Amerikaanse bluesheld. Ferre had een paar vaste begeleiders, als die op hun benen konden staan. In 1967 speelde Ferre in het Friese Bolsward. De drummer was als een kruiwagen en dus werd iemand uit het publiek gerecruteerd.

De vriendin van de gitarist rolde sigaretjes aan de lopende band. Een Eindhovenaar bezocht in 1965 een optreden van Ferre. Hij kreeg niet alleen een sigaretje 'met iets lekkers', de gitarist legde ook meteen hoe je die toeter moest rollen. Die Eindhovenaar zou bekend worden als Armand...

Ferre had in Nederland nog hits met 'Drunken Sailor' (1966) en 'Yama Yama Hey' (1969). Hij overleed op 8 augustus 1982 op 43-jarige leeftijd ten gevolge van keelkanker.

maandag 1 november 2010

opruiming 10: Nico


Ik verzuchtte gisteren nog dat als ik Stefan was geweest, ik in dat geval Lou Reed en Velvet Underground met de paplepel had ingekregen. En veel eerder dan nu het solowerk van Nico en John Cale had ontdekt. Ik had 'Desertshore' al vanaf augustus in de wacht gezet. Op deze grijze eerste november komt deze het beste tot zijn recht, hoewel ik het hele jaar door van Nico kan genieten.

Eerst even 'Nico-voor-beginners'. Het is op zijn zachtst gezegd neurotische muziek, geen 'music for the millions'. Ik las dat een voormalig muzikaal begeleider een biografie van haar had geschreven met de welluidende titel 'Songs They Never Play On The Radio'. Haar enige plaat met Velvet Underground en 'Chelsea Girls' (1967) zijn het makkelijkste te verteren. 'Desertshore' is reeds voor gevorderden.

Haar origine is complex te noemen. 1939 is het meest aannemelijk. 1943? Mocht ze willen. Boedapest of toch Duitsland? Haar vader zou bij de Wehrmacht hebben gediend. Christa Pfaffchen adopteert al vroeg de naam Nico, omdat ze de associatie van Christa met Jezus Christus niet kan verkroppen. Tijdens haar werk op een militaire basis wordt ze verkracht door een sergeant. Hij krijgt de doodstraf, zij is voor het leven getekend.

Na een kleine rol in 'La Dolce Vita', een affaire met Alain Delon en daarmee een zoon, een geflopte Engelse single met Jimmy Page op gitaar in 1965, vertrekt ze naar New York. Ik fiets even om Velvet Underground heen omdat ik deze maand nog 'Loaded' ga behandelen. Haar ex-vriendje John Cale produceert haar eerste elpees.

,,John heeft altijd geprobeerd mijn muziek kapot te maken, het krankzinnig te laten klinken", klaagt ze in de vroege jaren tachtig. Tja, hoe wil je een stem als een misthoorn, zwaar Duits accent, met begeleiding van niets meer dan een harmonium 'mainstream' laten klinken? En wie laat haar zevenjarig kind een kinderliedje zingen op mama's plaat? Wie gebruikt titels als 'Janitor Of Lunacy'? Er staat op 'Desertshore' één argument dat John het beste voor haar wilde: de sobere kippevelballade 'Afraid'. Zo zijn ze weinig gemaakt!

In het boekje van de cd-heruitgave staan de memoires van een journalist die haar ondermeer in 1970 sprak, ten tijde van de opnames van 'Desertshore'. Nadat ze eerst, zoals gewoonlijk, een uur te laat kwam opdagen, begon het interview met het uitwisselen van beleefdheden. Nico verhaalde over Ibiza, dat ze juist had ontdekt. Om haar liefde voor het eiland onder woorden te brengen, zei ze: ,,Ik hoop dat ik daar zal sterven". Dat gebeurt op 18 juli 1988.

Haar latere repertoire komt nog aan bod. De winter is nog lang...