donderdag 16 juli 2026
Singles round-up: juli 2
Wellicht heb ik vanavond dan wel zin om mezelf door ruim vijftig singles te worstelen? Ik ben ambitieus en heb van beide partijen een foto genomen. Een geluk bij een ongeluk. Op de vloer van de zolder ligt mijn usb-kabel voor de mp3-speler. Wat doet deze hier? Welnu, ik heb sinds een paar weken de eigenaardigheid dat ik de usb-kabel in de camera laat zitten. Ik leg deze dan op de poef als ik de foto neem. Gisteren ben ik bijvoorbeeld weer naar boven gelopen omdat de usb-kabel nog op de poef ligt. Gisteren heb ik daarbij per ongeluk ook het kabeltje voor de mp3-speler mee genomen. Dat had nog een drama kunnen opleveren als ik het apparaat had willen laden. Waarmee ik mezelf ook meteen herinner dat de telefoon aan de lader moet. Dat is nu dan ook weer opgelost. Ik trap af met de resterende zestien van Chris. De eerste van Cissy Houston had in de vorige aflevering moeten zitten, maar deze ligt dan op een ander stapeltje vanwege de Week Spot. De a-kanten van de singles zitten in de eerste twee uren van deze Do The 45. Ik moet de apparatuur even aanzetten om mijn eigen geheugen her en der op te frissen en een paar b-kanten te proeven.
* Cissy Houston- I Just Don't Know What To Do With Myself (UK, Pye International, 1970)
Hiervan moet ik de keerzijde nog proeven. Dat is 'This Quiet Place', een andere Bacharach/David-compositie welke van een vers arrangement wordt voorzien. Het klapt muzikaal alle kanten op en hoewel Cissy een fantastische gospelsoul-strot heeft, zie ik dit nummer niet op de speellijst van 'Do The 45' staan.
* B.B. King- Don't Answer The Door (UK, HMV, 1966)
Een groen label met een witte A en dus een Engelse demo. Daar gaat mijn hart altijd sneller van kloppen en dan maakt het eigenlijk niet uit van welke artiest het is. Hoewel de man natuurlijk wordt geassocieerd met de blues kan B.B. King beslist een potje breken bij mij. Want hoe je het ook wendt of keert, 'Don't Answer The Door' is blues en niets anders dan de blues. Toch mag het bij mij vrolijk in de Engelse soul-koffers. Eigenlijk moest ik 'The Thrill Is Gone' ook weer eens terug in de Blauwe Bak moeten plaatsen. Het verhaal gaat in een 'Part 2' verder op de keerzijde.
* Major Lance- Dark And Lonely (UK, Contempo, 1973)
De a-kant is een live-uitvoering van het Motown-nummer 'My Girl'. Hij voert het nummer uit in de legendarische Northern Soul-club The Golden Torch (of kortweg The Torch) in Tunstall, Stoke-on-Trent. Het is rond dezelfde tijd dat Lance besluit zijn bedje op te maken in Engeland omdat hij hier beter aan de bak komt met zijn muziek dan in zijn thuisland Amerika. 'My Girl' is erg sfeervol maar niet de kant waarvoor ik het heb gekocht. 'Dark And Lonely' komt uit de pen van zijn vriend Jerry Butler Dat heeft ingebouwde klasse en in goede handen bij Major.
* Kevin 'King' Lear- The Power Of Love (UK, Page One, 1968)
Volgens Discogs een zanger uit Gravesend in Kent. Handig om te weten omdat Page One ook wel eens Amerikaanse dingen heeft uitgebracht. Kevin Lear maakt een handjevol singles voor het label waaronder een versie van 'The Snake'. Kevin heeft weliswaar een krachtige stem maar hij wil teveel als een soulvolle Tom Jones klinken en dat is hij niet. Wel een fraai item met de originele Page One-hoes!
* Phillip Mitchell- Ain't No Love In My Life (UK, London, 1973)
Ik ken Mitchell vooral als liedjesschrijver. Joe Simon weet bijvoorbeeld altijd raad met zijn nummers. Toch kan hij er zelf ook wat van in 'Ain't No Love In My Life'. Pure klasse. Er zit iets van een hele oude ritmebox in de begeleiding. 'Turning Over The Ground' is meer het geijkte Hi-werk want daar is dit plaatje oorspronkelijk verschenen. 'Ain't No Love' blijft mijn favoriete kant.
* Cliff Nobles & Co.- Switch It On (UK, Columbia, 1969)
Cliff Nobles zal het beste worden herinnerd voor een plaatje waaraan zijn naam is verbonden, maar hijzelf niet hoorbaar is. Ik heb het dan over 'The Horse', de instrumentale versie van 'Love Is All Right'. Zo komen we bij deze single uit 1969. Een ontzettend leuk instrumentaal nummer dat ik beslist nog eens wil gaan gebruiken in de toekomst voor een show. of een jingle. Mike Terry doet het arrangement en ik vermoed dat het Dennis Coffey op de elektrische gitaar is in de coupletten. De b-kant is een heel ander nummer en ditmaal wel met Cliff aan de microfoon. 'Burning Desire' is ook zeer de moeite waard. Een fraaie 'double-sider'.
* The Parliaments- Testify (UK, Track, 1967, re: 1969)
Ja, eerlijk is eerlijk. De 1969-uitgave heeft een ander catalogusnummer. De jongens achter The Who staan in goed contact met Groovesville in Detroit en zo maakt Engeland kennis met The Parliaments. De groep zal een paar jaar later uitgroeien tot Parliament en Funkadelic. De b-kant blijkt ook zeer de moeite waard: 'I Can Feel The Ice Melting'. Het heeft een echte Groovesville-sound, vriendelijker dan Motown maar wel met een vette knipoog. 'Testify' is meer de 'hit' voor de dansvloer.
* Lloyd Price- Mr. & Mrs. Untrue (UK, Wand, 1971)
Mighty Sam. Die naam zoek ik in de radioshow. De versie van Mighty Sam is jaren later opnieuw uitgegeven met een andere naam om de dj's en verzamelaars verder in verwarring te brengen. Dat is dan van toepassing op de b-kant zoals het schijnt. De a-kant is een cover van Fair Weather's 'Natural Sinner' en als ik af ga op de recensie in 'Blues & Soul' dan mag ik deze overslaan. In geval van 'Mr. & Mrs. Untrue' ben ik ook weinig enthousiast want Price weet het nummer niet de juiste lading te geven. Mooi als een Engelse Wand-exportsingle voor de Scandinavische markt.
* Roy Redmond- That Old Time Feeling (UK, Warner Bros., 1967)
Mark heeft me afgelopen week laten weten dat hij eind september en begin oktober opnieuw gaat verhuizen. Hij is al begonnen met de opruimwerkzaamheden en biedt een aantal muziekboeken aan. Het boek over de muziek van de stad Chicago van Robert Pruter heb ik links laten liggen. Wel heeft hij een 'Manship Guide' van Engelse soul-singles. Deze ga ik binnenkort bij hem afrekenen. Natuurlijk is alle info online te vinden, maar het is best fraai om alle soulvolle Engelse persingen samen te hebben in een overzicht. Staat Roy Redmond daar ook tussen? Geen idee! Ik heb nog nooit van de man gehoord. De a-kant is een versie van het Beatles-nummer 'Good Day Sunshine' en dat is in alle hoeken van de wereld uitgebracht. 'That Old Time Feeling' is een lekkere soul-stamper. 'Good Day Sunshine' is op zichzelf best curieus. Het nummer is vertraagd en heeft een gospelachtig koortje in het refrein. Meer dan curieus wordt het echter ook niet.
* The Shirelles- Last Minute Miracle (UK, Pye Disco Demand, 1967, re: 1975)
Jaren geleden stel ik nog wel eens een top tien-lijstje samen voor de Northern Soul-show van mijn Wolfman-collega. The Shirelles maakt daar altijd onderdeel van uit. Het is een 'pop stomper' zoals de snobs het noemen, maar wel van het meest aantrekkelijke soort in mijn beleving. 'Last Minute Miracle' moet verschrikkelijk gedateerd hebben geklonken in 1967. Op de b-kant staat 'March' dat ik sinds jaren als bootleg heb op O.O.T.P. (Out Of The Past). Een wens die in vervulling is gegaan.
* Cissy Stone- Gone But Not Forgotten (UK, Decca, 1976)
Op het moment dat Chris deze op de pagina plaatst, heeft het nog geen geluidsclip. Even gokken dan? Het is vlotte disco uit Engeland. Op de b-kant staat 'Part Of The Band' dat ze zelf heeft geschreven. Nee, dat klinkt meer glamrock in mijn oren. 'Gone But Not Forgotten' is een onweerstaanbaar poepje disco.
* Felice Taylor- I'm Under The Influence Of Love (UK, President, 1967)
Barry White is een geduldig man. Hij broedt tien jaar op het concept van een meidengroep en een groots orkest, die zowel samen als apart opereren onder dezelfde paraplu. In 1967 maakt hij de eerste schetsen Felice Taylor en The Bob Keene Orchestra. Een van de dames Love Unlimited is weer de zus van Felice en 'I'm Under The Influence Of Love' zal in de jaren zeventig één van de prijsnummers worden van Barry White's project. Hier dus de altijd fijne Felice Taylor met een oerversie van 'Influence'.
* Phil Upchurch Combo- You Can't Sit Down (UK, Sue, 1964)
Phil is ons een paar maanden geleden ontvallen. Ik wil aandacht besteden aan de man in 'Do The 45' en zoek 'The Devil Made Me Do It' uit 1973 klaar. Het is pas bij het publiceren van de speellijst op Facebook dat ik de fout ontdek: Deze single is van Robert Upchurch. Ik heb hem zelfs her en der gedocumenteerd als Phil Upchurch. Oeps... Hier hebben we dan Phil's grootste hit, een lekkere instrumentale Mod-stamper van de hoogste orde.
* The Velvettes- He's The One I Want (UK, Mercury, 1964)
Nee, het is geen tikfout. Het is niet The Velvelettes en ook niet The Velvets. The Velvettes is een zwart Zuid Afrikaans damestrio dat geregeld in Engeland is te vinden. Daar worden ook de platen gemaakt en onder andere met Cyril Davies R&B All Stars. 'He's The One I Want' klinkt in alle opzichten als een verloren Phil Spector-productie. De b-kant heet 'That Little Boy Of Mine' maar daar is geen klap aan!
* Mary Wells- Set My Soul On Fire (UK, Atlantic, 1967)
Mary Wells heeft in 1965 de deur hard dicht gegooid bij Motown. Haar eerste project is het vertolken van Beatles-nummers met een bigband. In 1967 komt ze in contact met Cecil Womack en die is verantwoordelijk voor dit plaatje dat op meerdere fronten Motown ademt. Beide kanten zijn geschreven door Wells en Womack en dat smaakt naar meer. Overigens is Cecil's naam verkeerd gespeld als Wommack.
* Brenton Wood- Baby You Got It (UK, Liberty, 1968)
Tot slot dit kleinood van Brenton. Een paar singles na 'Gimme Little Sign' besluit hij de rollen om te draaien. 'Baby You Got It' klinkt als een tweede 'I Think You've Got Your Fools Mixed Up' en dat is de kant die ik het liefste hoor van deze zanger.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten