dinsdag 17 maart 2026

Het zilveren goud: 2001 deel II


De terugweg vanuit Mossley... Hoe lang gaan we daar over doen? Wellicht twee berichten want als ik het in eentje moet stoppen, wordt het wel heel erg een geprop. Vijfentwintig jaar geleden ben ik alweer thuis van het avontuur en ben ik inmiddels al op de fiets naar Friesland geweest voor de verjaardag van mijn zwager. Het is dan ook dat ik het 'Grote Nieuws' breek bij mijn ouders. Die blijken allerminst verrast te zijn. Enfin, ik heb de afgelopen dagen terug gebladerd naar de vorige aflevering van 'Het zilveren geheugen'. Na een zeer nodige slaap ontwaak ik in de 'games room' van de Tollemache, volgens mij omdat mensen een pijltje willen gooien. Ik kijk op de klok en opeens heb ik heel veel haast. Ik had nog graag even goed afscheid willen nemen van Frank en Jayne van de Tollemache Arms want het voelt wel alsof ik hier nooit meer ga komen. Dat lijkt ook waarheid te zijn geworden. Vanwaar de haast? Ik wil vóór acht of negen uur in Uppermill zijn zodat ik nog een paar boodschapjes kan halen voor onderweg. Het betekent dat ik me tot Uppermill al in het zweet mag werken en ik ben nét op tijd voor de buurtsuper. Ik koop een grote plastic fles met vruchtensap en stop dat bij de tas in. Nu ben ik klaar voor het grote avontuur!

Ik heb een mooi vooruitzicht. Ik hoef immers maar een paar kilometer steil omhoog te lopen met de fiets aan de hand. De afdaling gaat meer geleidelijk en over een afstand van tien of vijftien kilometer. Het is begin maart en hoe hoger als ik kom hoe meer ik merk dat het vriest. Op de top van Saddleworth kijk ik nog eens in het rond voordat ik naar beneden suis. Hoe hard is het gegaan? Ik meen in 2001 te hebben uitgerekend dat ik op een bepaald moment negentig heb gereden. Dat lijkt me iets overdreven. Met de ligfiets ben ik eens de 54 aangestipt en dat is al té snel voor een rijwiel. Ik denk dat ik in 2001 de 60 heb gehaald. Het vriest ligt en in een bocht voel ik mijn achterwiel iets weg schuiven. Daarmee word ik 25 jaar later nog steeds zwetend wakker. Als ik dáár onderuit was gegaan? Misschien hadden ze mijn lichaam dan drie maanden later gevonden. Er is ook even paniek als ik mijn been wil bewegen, er ligt dan al een laagje ijs op mijn spijkerbroek. In Huddersfield zie ik een tent welke de hele dag door thee schenkt. Toch is het al dicht als ik aanklop. Verder naar Leeds. Daar word ik steeds richting de rondweg gedirigeerd. Is dat de bedoeling? Ik passeer een politiebureau en ga informeren. Ja, dat klopt. De pubs lopen leeg en ik word een paar keer afgesneden door auto's. Even buiten Leeds kom ik langs een supermarkt die 24/7 open is en ik koop een pak koekjes. Bij Tadcaster is de weg nagenoeg uitgestorven. Ik ga bij de afrit op een steen zitten. P&O-dekentje om me heen wil ik van de vruchtensap drinken. Bevroren! Onder de jas houden en zo nu en dan een teugje, het heeft wel wat. Mijn ogen worden zwaar en ik besluit heel even te dommelen. Ik word wakker gemaakt door een veegauto van de gemeente. Op de fiets en weer verder door de nacht. 

Na een paar kilometer zie ik de York Minster al aan de horizon. Dáár moeten we heen! Als ik York kom binnen fietsen is de dag net begonnen. Ik kom binnen aan de kant van Clifton en probeer het eerst daar bij de herberg waar ik een paar weken geleden ook tevergeefs aan de deur ben geweest. Die zit vol. Tja, er zit niks anders op? Ik fiets door naar Bishophill Senior, het 'jongerenhotel' waar ik begin 1998 een paar weken heb gewoond. Geen paspoortcontrole en ik geef de naam op van een huisgenoot in Tuk. Overdag slaap ik iets en later op de middag ga ik York in. Ik vind een paar singles bij een 'charity shop' maar die komen niet eerder aan bod dan in juli. 's Avonds trek ik mijn 'speciale pak' aan en ga nu het nachtleven in van York. Het 'speciale pak' houdt verband met een verhaal dat ik in die tijd schrijf. De hoofdpersoon draagt een zwart overhemd en een groene legerbroek en het verhaal speelt zich eveneens af in Yorkshire. Ik ga deze avond naar de Snickleway Inn aan Goodramgate maar kan de 'magie' van 1998 daar niet vinden. De volgende ochtend check ik uit en moet me haasten om op tijd te zijn voor de kerkdienst in Clifton. Ik luister wel even naar 'Itchycoo Park' van M People tijdens een sigaretje op het bankje waar ik in 1998 geniet van de versie van Small Faces. Ik tref Jim in de kerk en traditiegetrouw kan ik bij hem lunchen. 's Middags geniet ik vooral van het zonnetje en ga dan naar Brownlow Street. De vriend heeft vrienden op bezoek maar hoe meer zielen, hoe meer vreugd? Grote gemene deler is dat ze allen van de herenliefde zijn en ik voel me daar bijzonder thuis. De volgende dag blijkt dat de vriend al jaren heimelijk verliefd is op me en opeens is het wederzijds. De dagen in York zijn legendarisch!

De woensdag wil ik weer terug naar de boot in Hull. Ik vertrek mooi op tijd en heb wind in de rug. Ik heb net even gestaan voor een boterhammetje als ik weer wil fietsen. O nee toch...? Lekke band! Wat nu? Wel, ik ben net voorbij Shiptonthorpe (halverwege York en Hull en waar York Road overgaat in Hull Road) en daar zit een garage. Misschien kunnen zij me helpen? Jawel hoor... Ik heb niet veel geld over maar iemand wil wel even de band plakken, geen probleem. De tijd begint inmiddels wel te dringen als de fiets klaar is. Dan krijg ik een aanbod. Er moet met de bergingsauto een schadevoertuig worden opgehaald in Hull. Als ik wil? De fiets wordt achterop gebonden en zo ben ik een uur eerder in Hull. Weet je wat? Ik maak het af! 

In Nederland is de mond- en klauwzeer uitgebroken. Je mag geen etenswaren meenemen uit Engeland, maar je moet het vrijwillig afstaan. Ik verzwijg de potten Branston's pickle in mijn fietstas. De autobanden worden schoon gespoten, maar dat hoeft niet bij de fiets. Terwijl ik waarschijnlijk dichter in de buurt van agrarische bedrijven ben geweest dan menig auto. Ach, het zal wel! Ik ben rond het middaguur in Spijkenisse. Ik ben mijn pincode kwijt en moet dus even geld lenen van mijn vriend. Die middag slaap ik heerlijk en 's nachts vertrek ik weer naar Steenwijk. Nu wel met méér beleid dan de heenweg. Bij Lopik wordt het licht en ditmaal fiets ik om Utrecht en Amersfoort heen door het Gooi. Het is een barre en koude dag en later op de dag wordt natte sneeuw verwacht. Wederom door de polder. Tussen Kampen en Ens staat een zwaan op het fietspad en dus fiets ik kilometers rond om niet langs dat beest te hoeven. Bij Vollenhove wordt het donker en tank ik nog wat koffie. Via Blauwe Hand en Giethoorn koers ik aan op Tuk en ben een uur of zeven thuis. Ik denk dat ik zeventien uur heb gedaan over de terugweg. 

De eerste vracht singles van maart 2001 zijn platen die ik heb meegenomen uit Mossley.

3319 Step Inside Love - Cilla Black (UK, Parlophone, 1968)
3320 The Tide Is High - Blondie (UK, Chrysalis, 1980)
3321 Rock 'N' Roll Suicide - David Bowie (US, RCA Victor, 1974)
3322 Plays Good Old Rock'N'Roll - The Dave Clark Five (UK, Columbia, 1969)

Als ik me niet vergis heb ik David Bowie in de zomer van 1999 nog van mijn eigen geld gekocht op een 'carbootsale'. Cilla Black is iets krom getrokken en deze heb ik in 2021 vervangen door de Nederlandse met de fotohoes. Blondie ligt in april 1998 al op me te wachten als ik de eerste keer de Emmaus binnenstap. Ook de volgende maanden zullen het steeds 3, 4 of 5 singles zijn uit Mossley. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten