dinsdag 18 maart 2014

Week Spot: Detroit Emeralds



Ik koop in de eerste plaats singles die ik erg goed vind, maar in het geval van de komende Blauwe Bak Top 40 (of wellicht toch een Top 45) wordt het eentje om van te watertanden. Ik heb vanmiddag net nog een aankoop bezegeld, ook weer eentje die al geruime tijd op mijn lijstje stond, die zal in de loop van de volgende week binnenkomen. Die moet namelijk vanuit Amerika komen. Terugkijkend op de afgelopen periode kan ik tevreden stellen dat er heel wat plaatjes van mijn zoeklijst zijn verdwenen, maar toch is eveneens plaats voor verrassing. Als ik in januari een lijstje van Marcus doorneem, besluit ik alle platen op te zoeken op Youtube. De prijzen zijn dermate gunstig dat ik niet eentje mag overslaan. Deze van The Detroit Emeralds is één van de eerste in het lijstje en bij de eerste paar tonen heb ik hem al genoteerd. Natuurlijk hoop ik een paar echte klappers te vinden in het lijstje, waar ik ook in slaag, maar bij 'I Think Of You' is het gewoon liefde op het eerste gehoor. Doordat het niet een hele grote hit is geweest in Engeland is deze een beetje ondergewaardeerd, dus vandaar dat ik hem deze week met alle plezier in het zonnetje zet. 'I Think Of You' van The Detroit Emeralds (1973) is de nieuwe Week Spot.

The Emeralds uit Little Rock, Arkansas bestaat uit vier broers. Ivory Tilmon is de oudste, hij wordt op 14 september 1941 geboren. Van zijn broer Abrim is de geboortedatum 12 januari 1945 bekend. Van de twee anderen, Cleophus en Raymond, ontbreken me de gegevens. Overigens is de groep begonnen als The Tilmon Brothers, maar bestaat dan naast de broers ook uit Aaron Mapson, Raymond Ellis en Abrim Tilmon Sr. Cleophus en Raymond Tilmon kunnen de ambities van Ivory en Abrim Jr. niet bijbenen en verlaten de groep. Een buurjongen van de Tilmon's, James Mitchell, voegt zich bij de broers en gedrieën stappen ze op de bus naar Detroit. Om verwarring met andere groepen met die naam te vermijden, noemen ze zich vanaf dat moment The Detroit Emeralds. In dat jaar 1968 tekent de groep bij Ric-Tic, dat volgens mij dan al een onderdeel van Motown moet zijn. The Detroit Emeralds maakt drie singles voor dit label. 'Showtime', de eerste single, bereikt een 89e plek in de Amerikaanse pop-lijst en 22 in de rhythm & blues. De twee opvolgers, 'If I Lose Your Love' en 'I Can't See Myself Doing Without You', doen het minder goed in de poplijst, maar nog altijd top vijftig in de drukbevolkte rhythm & blues-lijst.

Tijdens een tournee ontwikkelt de groep haar handelsmerk. Het Detroit-geluid wordt normaliter gekenmerkt door zware drums, maar daar is het jaren zeventig-geluid van The Detroit Emeralds uiterst beschaafd. Het doet ergens aan denken... Al Green? Juist! De groep doet enkele optredens in Memphis en neemt intussen een paar demo-tracks op in de Hi-studio's, waar eigenaar en meesterproducer Willie Mitchell achter de knoppen zit. De zang en het orkest neemt het trio vervolgens op in Detroit en die combinatie geeft hun muziek een eigen smoel. De eerste single op Westbound ontbeert dit en is dan ook geen doorslaand succes: 'Holding On'. De single 'Do Me Right' is wel een product uit deze sessies, het brengt de groep tot 43 in de pop en nummer 7 in de rhythm & blues. Dat is een hele stap in vergelijking tot het resultaat van hun Ric Tic-opnames en dus gaan ze op deze voet verder. 'You Want It, You Got It' is in 1971 de tweede klapper, maar de single daar tussenin, 'Wear This Ring', doet het weer ietsje minder. 'Baby Let Me Take You' is in 1972 hun grootste hit. In Amerika wel te verstaan... Daar bereikt het 24 in de pop en nummer 4 in de rhythm & blues. De opvolger piekt op 110 in het land van Ome Sam, maar dan gaat Europa massaal overstag voor de sensatie uit Detroit.

De matig verkopende single in Amerika is namelijk 'Feel The Need In Me'. In Engeland bereikt het eind 1972 een vierde plek, in ons land is de single 'Treiterschijf' bij Radio Noordzee en brengt het tot nummer twaalf in de Top 40. Zelf zweer ik al jaren bij de b-kant van de Nederlandse uitgave: 'There's A Love For Me Somewhere'. 'You're Getting A Little Too Smart' mag dan enkel de Amerikaanse rhythm & blues aan doen, dit nummer zullen we twintig jaar later veelvuldig terug horen in een aantal hiphop-hits. Engeland krijgt eerst een nieuwe uitgave van 'You Want It, You Got It' (nummer 12) en dan onze Week Spot dat het tot nummer 27 schopt. In 1977 neemt The Detroit Emeralds een nieuwe versie op van 'Feel The Need', welke in Amerika tot 90 komt en in Engeland wederom piekt op twaalf.

Nadat de single 'Lee' in 1973 totaal geen voet aan de grond heeft gekregen, zet het verval in. Op een gegeven ogenblik zijn er twee groepen die gebruik maken van dezelfde naam. Abe Tilmon formeert een eigen groep, terwijl James Mitchell een groep formeert met Marvin Willis en Ivory Tilmon. Mitchell is de broer van Paul Mitchell, lid van The Floaters, en hij schrijft ook liedjes voor deze groep. De geschiedenis is een beetje lastig te ontrafelen, maar het gerucht gaat dat Mitchell ook betrokken is bij The Flaming Emeralds van de Casino-hit 'Have Some Everybody'. Abe voegt zich in 1977 en 1978 weer bij zijn oude maten en dan neemt het trio een nieuwe versie op van 'Feel The Need In Me'. In Nederland scoort de groep in 1978 een tweede hit met 'What's The Deal'.

In juli 1982 is er sprake van een op handen zijnde reünie als op 6 juli 1982 Abe wordt getroffen door een hartaanval. Hij is dan pas 37 jaar oud. De groep zal vanaf de begin jaren negentig een heldenstatus krijgen in de hiphop en dance. 'I Think Of You' blijft echter ongeschonden van de scratchers. Ook ik zal voorzichtig omspringen met de plaat. Beloofd!

maandag 17 maart 2014

Beeldenroute: Jimmy Webb



Het eerste en voorlopige laatste deel van de Beeldenroute was op 29 mei van het vorige jaar. Ik moest mezelf schamen? Als conservator van deze Beeldenroute moet ik bekennen dat het nog niet meevalt. Je wilt de beelden niet op elkaar gestapeld hebben en het moet goed te doen zijn op de fiets of met de benenwagen. Ik moet selectief zijn, dus wie verdient in zo'n geval een standbeeld? Lee Dorsey heeft al eentje gekregen, zijn mentor Allen Toussaint moest ook nog eens eentje hebben, maar ik kies dan eerst voor de grote Jimmy Webb. Actueel voor mij omdat 'I Keep On Keepin' On' van The Contessas, een vroege Webb-compositie, nog een dag de Week Spot mag heten. Toch heeft Webb een aantal liederen geschreven waarvoor je me midden in de nacht kan wekken. In het tweede deel van de Beeldenroute presenteer ik jullie: Jimmy Webb (1946-)

'Someone left the cake out in the rain/ but I know that I can't take it/ 'cause it took so long to bake it/ and I'll never have that recipe again'. Het is 1968 als deze strofe wekenlang bovenaan de Engelse en Amerikaanse hitparade staat. Natuurlijk, het is de tijd van de flower power en er zijn meer vreemde gewaarwordingen op de hitparade. Neem bijvoorbeeld The Move dat het gras kan horen groeien. Toch is de tekst van 'MacArthur Park' niet louter hippie-gewauwel. Het geeft eveneens voer aan intellectuelen die een diepere betekenis in het nummer proberen te vinden. Het is niet alleen de tekst die discussies uitlokt, ook de wonderschone muziek is hoogst opmerkelijk. Het slaat een brug tussen de generaties die samen de plaat hoog doen eindigen. Als drie minuten de norm is, ziet platenmaatschappij Dunhill zich genoodzaakt het volledige nummer op single uit te brengen: Zeven minuten en twintig seconden. De angst dat geen radiostation dit wil draaien in haar kostbare zendtijd blijkt ongegrond. Het bevestigt dat Richard Harris naast acteur ook een verdienstelijk zanger is. En de schrijver van het geheel, Jimmy Webb, is een tekstdichter/componist/arrangeur die je in de gaten moet houden.

James Layne Webb komt op 15 augustus 1946 ter wereld in Elk City, Oklahoma. Zijn vader is dominee en hij waakt erover dat zijn zoon aanvankelijk niet in contact komt met 'duivelse muziek'. Webb speelt orgel in de kerken waar zijn vader op de preekstoel staat en al snel gaat hij improviseren met de kerkmuziek. Rond deze tijd componeert hij ook zijn eerste liedjes, meer geschikt voor de gemeente dan op de rock & roll-radiostations. Het is immers in de late jaren vijftig en er is geen ontkomen aan Elvis Presley. Als Webb deze muziek ontdekt, is de liefde daar. In 1961 koopt hij zijn eerste single: 'Turn Around Look At Me' van Glen Campbell. Vanaf dat moment weet Webb dat hij van het liedjes schrijven zijn professie wil maken. Bovendien is hij erg onder de indruk van de stem van Glen Campbell. Dat zal nog van pas komen. In 1964 verhuist de familie naar Californië, maar nadat Jimmy's moeder in 1965 is overleden, wil zijn vader terug naar Oklahoma. Jimmy besluit in Californië te blijven en een carriére als songschrijver te beginnen in Los Angeles. Zijn vader waarschuwt hem. ,,Dit liedjes schrijven gaat je de kop kosten". Hij geeft zijn zoon veertig dollar mee. Rond deze tijd neemt Webb met vier meisjes uit het schoolkoor een demo-elpee en een single op in de Motown-studio's, hoewel de meeste biografieën het hele Contessas-verhaal overslaan. Lang blijft Webb niet bij Jobete. In 1966 loopt hij Johnny Rivers tegen het lijf die als eerste 'By The Time I Get To Phoenix' opneemt. Er zullen nog 'een paar' volgen. Volgens de BMI is 'Phoenix' het op twee na meest uitgevoerde nummer dat tussen 1960 en 1990 is verschenen. Ik schat in dat 'Summertime' dan op nummer 1 staat en 'Silent Night' op 2?

In 1967 raakt Webb betrokken bij de gemengde popgroep The 5th Dimension. Zoals Dionne Warwick de stem van Burt Bacharach en Hal David is, zo is The 5th Dimension de stem van Webb. 'Up Up And Away' wordt gekozen als de 'Single Van Het Jaar 1967'. In 1968 kan Webb maar liefst drie prijzen in ontvangst nemen: Eentje voor 'Up', een ander voor 'Phoenix' en de derde voor 'MacArthur Park'. Jimmy Webb schrijft dat laatste nummer aanvankelijk als deel van een cantate. Hij probeert The Association over te halen het op te nemen, maar die wijst het af. De inspiratie voor dit en 'By The Time I Get To Phoenix' ligt in de relatie en het einde ervan tussen Richard Harris en Susan Horton. Eind 1967 wordt Webb gevraagd om artiesten op piano te begeleiden tijdens een charitatieve avond. Daar is ook Richard Harris, die even daarvoor heeft uitgeblonken in 'Camelot' en deze zegt daar een loopbaan als popzanger te ambiëren. Webb denkt daar aanvankelijk het zijne van, maar mede door de druk van Harris vertrekt Webb naar Londen om met de acteur te werken aan 'MacArthur Park'. Op 21 december 1967 wordt de basistrack opgenomen in Hollywood, in de laatste dagen van 1967 leggen Harris en Webb de laatste hand aan het meesterwerk. Leuk detail is dat zowel Richard Harris als Donna Summer 'MacArthur's Park' zingen. Webb heeft Harris tot vervelends aan toe op gewezen, maar heeft zich erbij neer gelegd.

'By The Time I Get To Phoenix' heeft zo gezegd vele cover-versies, maar mijn favoriet is toch wel die van 'Hot Buttered Soul', het album van Isaac Hayes. Hayes doet het kalmpjes aan en de track duurt twintig minuten. Hayes vertelt eerst zijn verhaal, een verhaal dat prachtig aansluit op 'By The Time I Get To Phoenix'. Dat verhaal duurt tien minuten waarna hij losbarst in het lied zelf. Dan heb ik de zakdoek al gepakt, want ik hou het niet droog bij deze kippevel-uitvoering.

En dan zijn we nog maar in 1968 en gaan reeds over de lengte van een normaal bericht heen. Vanaf 1970 maakt Webb ook solo-platen, nadat in 1969 het malafide 'Jimmy Webb Sings Jimmy Webb' is uitgebracht. Het is een vergaarbak van slechte demo's die zijn opgepoetst met 'MacArthur Park'-effecten. Jimmy's latere solo-platen staan boordevol sterke melodieën en knappe teksten, maar hij beseft al gauw dat hij zijn pensioen reeds heeft geregeld met de de nummers uit de jaren zestig. Hij wordt in zijn loopbaan overspoeld met prijzen, meest recent is de Engelse Ivor Novello Special International Award in 2012. Woensdag is hij te bewonderen in Waltham, Minnesota en tot diep in mei doet hij concerten in Amerika. Dit ter promotie van zijn nieuwste album 'Still Within The Sound Of My Voice'. Door dit drukke schema kon ik hem niet bereid vinden voor de presentatie van zijn beeld, maar deze staat!

zondag 16 maart 2014

Schijf van 5: Rusland



Ik hoop dat jullie een mooie dag hebben gehad in Rusland. Zelf voelde ik me niet helemaal fit en ben thuis gebleven, ook om te vieren dat het twee jaar geleden is dat ik voor het eerst een nacht doorbracht in deze verzameling stenen. Terwijl Nijeveen vanwege dit heugelijke feit een feesttent had opgezet en het dorp het afgelopen weekend kon 'genieten' van de klanken van het Meezingfestijn, heb ik de dag doorgebracht op dezelfde plek als die eerste nacht. Ik voel me al een stuk meer mans en hopelijk kan ik morgen gewoon aan het werk. De oorzaak ligt op donderdagmiddag toen ik té overmoedig in t-shirt naar de winkel ben gelopen. Volgende keer ben ik weer van de partij met het Soul-xotica-uitstapje, ditmaal heb ik thuis maar een Russische Schijf van 5 uitgezocht.

O, wat hebben wij gelachen, maar Elton John waarschijnlijk nog het hardste. In zijn 'Nikita' zien we een Russische schone waarvoor hij het liedje declameert, maar dan weten bronnen te melden dat Nikita eigenlijk een jongensnaam is. Als je de geaardheid van meneer Dwight in ogenschouw neemt, is dat natuurlijk niet heel verwonderlijk. Intussen hebben we dan ook nog 'La Femme Nikita' erbij gekregen. De Russische schone heeft misschien wat Russisch bloed in haar stromen, maar is gewoon in Engeland geboren. Anya Major is atlete en speelt in 1984 mee in een reclame voor computer-fabrikant Apple. Naar aanleiding van het succes van 'Nikita' laat Elton John haar 'het antwoord' 'Moscow Nights' opnemen en dat is eenmalig een grote hit voor Anya. Inmiddels is ze een gelukkige huismoeder en staat, hoe fout het ook is, op vijf met 'Moscow Nights' (1986).

Voor The Beatles zijn er maar weinig onbekende plekken in de wereld. Overal waar geen strenge censuur staat op culturele activiteiten, daar staat The Beatles hoog op de hitparade. Die landen worden menigmaal met een bezoek vereerd. Alleen China en Rusland wil maar niet lukken voor The Fab Four. Wat de reden is geweest om over dat laatste land een plaatje uit te brengen, zullen we nooit weten, maar het berust in ieder geval niet op eigen ervaringen. Op nummer vier zet ik dit heerlijke nummer van het witte dubbelalbum: 'Back In The USSR' (1968).

Songschrijver Pete Callander is op 74-jarige leeftijd overleden. Niet meteen de bekendste naam, maar iedereen kan zijn liedjes meefluiten. Zo schreef hij onder andere 'Even The Bad Times Are Good' van The Tremeloes. Of toch niet? Er is een Friese band, The Unbeatable, dat beweerd het geschreven te hebben voordat de Engelsen een hit hadden met het nummer. Het wordt echter nooit aangevochten, waar je dan ook weer vraagtekens bij kan zetten, maar het kan soms nare publiciteit opleveren. Vraag maar aan Billy Joel. Iedere keer als hij een album uitbracht, kwamen van alle kanten liedjesschrijvers met de beschuldiging dat zij dit of dat hadden geschreven. Van Joel's album 'Storm Front' krijgt 'We Didn't Start The Fire' als eerste een rechtszaak aan de broek. 'Leningrad' wordt later ook nog eens 'geclaimd' door iemand. In alle gevallen is Joel en zijn gevolg van advocaten steeds de winnaar. Ik heb Billy Joel nooit hoog gehad, maar zijn 'Leningrad' is en blijft een pareltje. Die mag dus op drie.

Voor de nummer twee ga ik vals spelen. Je mag het ook machtsmisbruik noemen. Als schrijver van dit weblog en samensteller van de Schijf van 5 heb ik altijd het laatste woord. Er mag altijd worden meegedacht over een Schijf van 5, maar ik bepaal welke titels en in wat voor volgorde ze komen te staan. Ik ben van huis uit erg streng met het samenstellen van de Schijf van 5, het thema moet in de titel voorkomen. Vandaag overtreed ik die regel voor een keertje. Denkende aan platen over Rusland kan ik namelijk niet om deze heen, maar de titel 'Tears In The Snow' zegt nog niks. Het is echter wel de meest krachtige song die over de kernramp in Tsjernobyl is geschreven. Niet door iemand die verontwaardigd op de bank in Nederland naar de televisie zit te kijken, maar iemand die meerdere malen in Rusland is geweest. Ernst Langhout is met zijn new wave-band The Visitor de eerste Westerse band die daar mag optreden. The Visitor valt in 1987 uit elkaar en Ernst gaat solistisch verder op de folk-toer. Zijn 'Tears In The Snow' handelt alleen en uitsluitend over Tsjernobyl en daarom mag deze vandaag op nummer twee.

De nummer 1 komt ook al uit ons kikkerlandje en, evenals The Beatles, kent ook The Hunters Rusland alleen vanuit de atlas. En vanwege de volksmuziek! Alleen is er voor 1966 niemand die het geluid van een balalaika kan imiteren op de gitaar, behalve Jan Akkerman. Deze 'gimmick' melkt The Hunters in 1966 flink uit, want 'Russian Spy And I' krijgt een hele leuke rip-off in de vorm van 'Janosh' als opvolger. Hoewel Radio Caroline de plaat meteen oppikt, gebeurt internationaal weinig voor The Hunters en Jan Akkerman. Deze laatste mag in 1967 een solo-album opnemen, 'Talent For Sale', en verlaat pas in 1968 officieel The Hunters. Dan volgt Brainbox en Focus en krijgt hij zeven jaar na 'Russian Spy And I' alsnog de erkenning die hij verdient. Eenenveertig jaar later nog eens, want op 16 maart 2014 staat 'Russian Spy And I' op nummer 1 in de Schijf van 5.

Volgende week nog een Schijf en de week erna krijgen jullie de Blauwe Bak Top 40. Of... wordt het toch echt een Top 45? Dat plan heb ik ergens, ook omdat na Do The 45 op zaterdagmiddag drie 'lege' uren zitten, waarin ik de Do-The-45 zou kunnen doen. Moet ik nog even bekijken. Volgende week krijgen we in ieder geval een Schijf van 5 over vliegtuigen als we ze niet uit het oog verliezen...

zaterdag 15 maart 2014

Raddraaien: Derek & Ray



Raddraaien uit de Blauwe Bak is altijd lastig. In veel gevallen is een groep of artiest al eens aan bod gekomen of is er gewoon helemaal niks over te vinden. In dit geval kwam ik eerst bij Barbara & Brenda terecht. Daar heb ik jullie in 2012 al mee dood gegooid, bovendien ben ik momenteel 'Never Love A Robin' op het spoor gekomen. In de vishandel die Northern Soul heet, is deze plaat ietsje in prijs gezakt en is nu met een beetje mazzel voor een leuk bedrag binnen te halen. De tweede single waar ik op uit kom, is een voormalige Raddraaier: 'Get It On' van Chase. Omdat we niet bezig blijven, móet ik gewoon de derde pakken, of ik het nu wil of niet. Ach vooruit, er is niet heel veel te vertellen over de artiest van de a-kant en ietsje meer over die van de b-kant, maar het is wel een stalen Northern Soul-klassieker. De Raddraaier van vandaag heet 'Interplay', een ontzettende oorwurm uit de koker van het duo Derek & Ray.

Een paar weken geleden in Watford maakte nog iemand terloops de opmerking naar mij. ,,Northern Soul? Dus je draait b-kanten?". Tja, niet iedere b-kant is feitelijk Northern Soul, maar het is wel opvallend dat de meeste krakers oorspronkelijk b-kanten zijn. Dat geldt eveneens voor 'Interplay'. In 1967 verschijnt het in Amerika als b-kant van 'Dragnet'67', een kleine variatie op het thema van de gelijknamige misdaad-serie. Richard Searling, de befaamde deejay in The Casino in Wigan, is eind jaren zeventig werkzaam voor RCA en het is opvallend dat juist in die tijd een aantal oude RCA-opnames opeens heel populair worden. Denk aan 'Can't Help Loving You' van Paul Anka, maar ook 'Crackin' Up Over You' van Roy Hamilton, 'You've Got Your Mind On Other Things' van Beverly Ann, 'Blowin' Up My Mind' van The Exciters (binnenkort dankzij Outta Sight in mijn collectie!) en Peggy March' vocale 'Soul Coaxing' met de titel 'If You Love Me'. Hoewel de eerste titels al sinds de vroege jaren zeventig meedraaien, komt een 'Interplay' vrijwel vanuit het niets op de dansvloer terecht. Niemand heeft erom gevraagd, maar toch groeit het nummer heel snel uit tot een publieksfavoriet. En dát is voor mij al jaren een groot mysterie, want er zijn toch echt wel betere instrumentaaltjes gemaakt.

Derek & Ray bestaat uit het duo Derek Cohen en Ray Smith, twee sessiemuzikanten vergelijkbaar met het Engelse Sounds Orchestral. De ene speelt piano en de ander klavecimbel. Met een orkest erbij vertolken ze thema's van televisieseries en houden hun eigen schrijfsels voor de b-kanten. Ze doen het voor verschillende platenlabels en dat heeft waarschijnlijk te maken met de rechten van de televisieseries? Hoewel het een Amerikaans duo is, is hun vroegste single een Engelse: 'Theme From The Amourous Adventures Of Moll Flanders' met op de b-kant 'Do-Re-Mi'. Deze single verschijnt in Engeland op RCA in juli 1965. Van 'Dragnet 67' met 'Interplay' op de b-kant is geen release-datum bekend, de plaat verschijnt alleen in Amerika in het jaar 1967. In oktober 1967 brengt het duo een vertolking uit van 'To Sir With Love' op datzelfde label. De volgende single verschijnt alleen in Australië op het Mercury-label en is hun uitvoering van 'Promises Promises'. Hoewel de meeste verzamelaars uitgaan van het jaar 1976, geeft het betrouwbare 45cat de datum van 26 mei 1978 aan. Zij halen die informatie uit originele 'release-sheets', dus dat moet gewoon kloppen. In de jaren tachtig verschijnt het nummer op een Engelse bootleg als b-kant van 'What Kind Of Lady' van Dee Dee Sharp. Een beetje overbodig, want die heruitgave uit 1978 is op iedere straathoek te bemachtigen en is feitelijk geen drol waard. Twintig pond in Mint, maar met de helft mag je al tevreden zijn. Zelf betaalde ik drie pond voor mijn Mint en dat was meteen mijn maximumbod...

Op de keerzijde staat Mike McDonald met het nummer 'God Knows' uit 1970. Het liedje is geschreven door McDonald, maar op het label staat het verhaal dat de basis is bedacht door Rick, Mike, Max, Hal en Milt. Wie dat ook mogen zijn. Mike McDonald kennen we echter beter als Michael MacDonald, de latere zanger van The Doobie Brothers en ook solistisch goed voor een paar hits. De meningen zijn verdeeld. Zelf vergeet ik 'God Knows' het liefst zo snel mogelijk en heb de single uitsluitend voor 'Interplay' gekocht. Toch heeft 'Interplay' voor zo'n golf van afschuw gezorgd, de plaat is stuk gedraaid in Wigan, dat de sceptici massaal voor de McDonald-kant gaan. Platen zijn 'overplayed' om dat het publiek het wil horen, maar voor wie voortdurend op zoek is naar iets nieuws, zijn 'Interplay', 'The Snake' (Al Wilson) en 'Do I Love You' (Frank Wilson) dinosaurussen die je met alle liefde een euthanasie-pilletje wil toedienen. Toch is dit wat het grote publiek wil en dus moeten we er maar aan wennen.

Ach, 'Interplay' is best grappig voor een keertje. Hoe vaak maak je het mee dat een nummer met klavecimbel populair wordt op de dansvloer? Hij blijft de rest van de dag in je kop zitten en ook dat vind ik niet heel erg. Toch heb ik een zeker hart voor de Northern Soul en zeker met het oog op de 'Soul' hoort zo'n plaat niet in het rijtje thuis. Als het in 1967 in de hitparade had gestaan, had iedereen het nu behandeld als 'Love Is Blue' van Paul Mauriat en eigenlijk hebben beide nummers veel gemeen.

vrijdag 14 maart 2014

Raddraaien: Climax Blues Band



Ik heb laatst nog eens een tocht gemaakt op de zoekmachines, maar geen resultaat. Best wel jammer, maar er is niets meer te vinden van SoulteXt. Ik begon dit weblog in augustus 2008 toen ik net de Nokia N95 had gekregen. Op zichzelf begon zich wel een routine te ontwikkelen en publiceerde ik soms zelfs dagen achtereen, maar toch moest KPN erg wennen aan mijn internetgebruik en legde me soms een week aan de ketting. Dan was ik juist vrolijk aan het bloggen en dan ging bij KPN de verbinding op half, waardoor zo'n bericht vier uren in beslag nam. Het laatste bericht op SoulteXt heette 'Fairport Mannenkoor' en was een kwalitatief hoogstaand bericht. Alles wat ik wilde vertellen, kwam naar voren en dat een hele vloeiende lijn. Let wel: Dit is een jaar voor de hersenschudding, sindsdien gaat het schrijven van een bericht een stuk lastiger. Bij het huiswerk voor dat bericht had ik Cropredy ontdekt, het jaarlijkse festival dat wordt georganiseerd door Fairport Convention. Daar moest ik in de zomer van 2009 mijn vakantie doorbrengen, maar toen stopte ik in april met drinken en zag het bezoek opeens niet meer zitten. Kat op het spek binden enzo... Dankzij dat bericht maak ik ook kennis met die wijze uitspraak van drummer Simon Nicol, eentje die ook erg van toepassing is op de Raddraaier van vanavond: 'Gotta Have More Love' van The Climax Blues Band (1981).

De geschiedenis van Fairport Convention is eentje van bezettingswisselingen. Nicol is tegenwoordig het enige lid dat betrokken was bij de oprichting, ook al heeft hij in de jaren zeventig even vrijaf genomen. Het langst dienende lidmaatschap staat nu op naam van een muzikant die sinds 1969 actief is bij de groep. Toch draait het merendeel van 'de jonge honden' ook al sinds 1985 mee in het circus. In 1972 tekent Pete Frame al een wijd vertakte stamboom van de groep, in de jaren 1973-74 noemen enkele leden de groep spottend Fairport Confusion. Met nog maar één oorspronkelijk lid in de groep kun je toch nauwelijks meer die oude naam gebruiken. Dan doet Nicol die opvallende uitspraak: ,,Als een kerkkoor 150 jaar bestaat, hoor je ook niemand klagen dat er geen oorspronkelijk lid meer bij zit". Nicol gelooft dan ook stellig dat over honderd jaar nog steeds sprake is van een Fairport Convention.

Dat verhaal geldt ook voor The Climax Blues Band, generatiegenoten van Fairport Convention, en een groep die niet van ophouden weet. Hun grote succes mag dan 33 jaar oud zijn, ze teren niet op oude roem en brengen nog steeds albums uit met origineel werk. Wel werken ze mee om onuitgebracht materiaal in een mooie vorm te gieten en zullen ze ook wel eens vloeken als ze zien dat één elpee meer opbrengt op Ebay dan dat zij in al die jaren voor alle elpees hebben gekregen. Zoals mijn Zweedse vrienden van de progfolk-groep Trad Gras Och Stenar zeggen: ,,Het zijn anderen die het grote geld verdienen aan onze platen, maar wij hebben ze gemaakt en dat neemt niemand ons af!".

The Climax Chicago Blues Band, zo heet de groep oorspronkelijk als het in 1968 bijeenkomt in het Engelse Stafford. De eerste bezetting bestaat uit zanger/harmonicaspeler Colin Cooper, gitarest en zanger Pete Haycock, gitarist Derek Holt, bassist en toetsenist Richard Jones, drummer George Newsome en toetsenist Arthur Wood. Van deze bezetting zijn ons inmiddels drie mensen ontvallen. Jones stapt al in 1969 op en ruilt Holt zijn instrument in voor de basgitaar. John Cuffey neemt in 1971 de stokjes over van Newsome en Arthur Wood sluit in 1972 zijn carriére in de muziek af. De band debuteert in 1969 met de titelloze elpee op Parlophone. Toch is EMI in het stadium om een apart label op te richten voor meer progressieve popmuziek en zodra Harvest een feit is, valt ook Climax daaronder. Met de overstap naar Harvest komen de eerste rock-georiënteerde geluiden verder op de voorgrond en in 1972 laat de groep het 'Chicago' vallen. Het schijnt dat dit ook heeft te maken met de Amerikaanse groep Chicago die enige druk uitoefent. Climax is al snel Stafford ontgroeid. Het tweede album 'Plays On' heeft zowaar gepiekt op 197 in de Amerikaanse album top 200, zonder dat de groep in de Britse albumlijsten heeft gestaan. De groep is vervolgens goed voor zo'n zeventien albums met oorspronkelijk materiaal, maar pas rond 1975 begint het succes vaste vormen aan te nemen. In dat jaar verschijnt het album 'Gold Plated', waarop de internationale hitsingle 'Couldn't Get It Right' staat. Het nummer zélf is eveneens geïnspireerd door het leven 'on the road' in Amerika, een product van de tournees die de band heeft gemaakt. In Amerika bereikt de single een derde plek in de Billboard en staat maar liefst 22 weken genoteerd. Ook Engeland gaat overstag, daar doet het in een 'run' van negen weken de tiende plek aan. 'Couldn't Get It Right' zal jaren later worden opgenomen door Fun Lovin' Criminals.

Intussen gaan de bezettingswisselingen vrolijk door en zou genoemde Pete Frame moeite hebben de stamboom op de binnenzijde van een dubbelalbum te houden, zoals in 1972 bij 'The History Of Fairport Convention'. De band resideert bijna onafgebroken in de Verenigde Staten waar een concert van Climax zo'n 20.000 mensen trekt. De jaren zeventig zijn een groot succesverhaal voor de groep en het nieuwe decennium begint eveneens veelbelovend. 'Gotta Have More Love' bereikt een 47e plek in de Billboard, maar de opvolger 'I Love You' is de laatste hit voor de groep. Deze doet nummer 12 aan in de Billboard. In Nederland strandt 'Couldn't Get It Right' in de Tipparade, maar is 'Gotta Have More Love' met een nummer 38 een zeer bescheiden Top 40-hit. In 1983 maakt de groep het album 'Sample And Hold'. De vaste bezetting bestaat dan uit oudgedienden Haycock en Cooper met toetsenist George Glover. Die laatste is in 1980 bij de band gekomen en is in 2014 het 'vroegste' lid. 'Sample And Hold' heeft een geplande opvolger, maar dan gooit Cooper plots het bijltje erbij neer. Haycock wordt door manager Miles Copeland gevraagd voor een paar projecten en hij verwijst in albumtitels voortdurend naar Climax. De groep is nooit officieel uit elkaar gegaan, maar het staat even op een laag pitje. Toch verzamelt de groep de moed en enkele muzikanten om de weg te vervolgen en ook Cooper is weer van de partij. In juli 2008 sterft die laatste op 69-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Hij is op dat moment de enige die onafgebroken lid is geweest sinds 1968 en heeft tijdens zijn laatste dagen laten weten dat hij dolgraag wilde dat de huidige muzikanten de traditie van Climax Blues Band zouden voortzettend. Daaraan hebben ze gehoor gegeven, ook al heeft die groep nog geen albums uitgebracht.

Op 30 oktober van het vorige jaar is Pete Haycock overleden, hij was 62 jaar. De eerste toetsenist Arthur Wood was hen reeds in 2005 voorgegaan, hij was toen al 66. De geschiedenis wordt nog wel even voortgezet, de personeelswisselingen gaan onverdroten door,

Van hit naar her: Clean Bandit & Jess Glynne



Woensdagavond kon ik me, na weken inhouden, niet meer beheersen en móest ik wel een account aanmaken op de site van de Top 40 om mijn mening eens te laten weten. Nou, nee hoor, ik heb het beknopt en beschaafd gehouden deze ene keer, maar ik moet toch nog eens gaan uitleggen dat de huidige rekenmethode voor geen meter werkt. Ik heb nog wel even moeten opmerken dat slechts weinig platen na twintig weken nog iets in een hitparade hebben te zoeken, maar dit naar aanleiding van de terechte opmerking van iemand dat 'Happy' van Pharrell Williams heel krampachtig in de top tien wordt gehouden. Die gaat binnenkort het record van langst genoteerde single verbreken. Nee, Corry & De Rekels zijn dat alweer een paar jaar kwijt, inmiddels heeft Gotye dat 'ingehaald'. Waarom tussen aanhalingstekens? Ik denk dat je de verkoop van een fysieke single uit 1970 niet kan vergelijken met een download van twee euro. Een single kocht je doorgaans slechts één keer, de 41 weken van Corry bestaan dan ook uit 'unieke' aankopen. Vandaar dat ik het nieuws dat Rihanna het aantal hits van The Rolling Stones heeft ingehaald ook een beetje heb weggelachen. Is er nog iets leuks te vermelden over de Top 40? Jawel! We hebben een nieuwe nummer 1 en deze voelt een beetje als een victorie voor mij: 'Rather Be' van Clean Bandit ft. Jess Glynne.

Voor 'Floorfillers' waad ik wekelijks door de Engelse en Nederlandse hitparades op zoek naar de kersen op de cake. Commerciële rotzooi is van alle tijden, dat had je ook in de jaren zestig en zeventig, alleen zijn het de hoogtepunten die je later zal herinneren. Hoewel het niveau van de dansmuziek, in mijn beleving althans, nog nooit zo hoog is geweest, zijn er legio oorwurmen die dit met ferme mokerslagen de grond in drukken. Hoewel het in de laatste tien jaar minder is geworden, zijn er nog steeds lieden die op 'safe' spelen en het meest platvloerse boem-klets uit hun synthesizer halen. En dan ga ik niet reageren op de dubstep, want met dat genre heb ik over het algemeen erg weinig op. Maar, nogmaals, het niveau ligt heel erg hoog. Ik probeer zoveel mogelijk van deze voorbeelden naar voren te halen in Van hit naar her. Een week na mijn dj-avontuur in Watford heeft Engeland een nieuwe nummer 1 gekregen. Omdat de artiesten me helemaal niks zeggen, draai ik het korte geluidsclipje. Een glimlach van oor tot oor. Ik schakel meteen over op Youtube en draai het integraal. Ik twijfel nog even, want ik vind hem eigenlijk té poppy voor mijn show, maar dan nog... De BBC vermeldt het eveneens als nummer 1 in de dance-charts, dus het zal hem wel aan mij liggen. Via Youtube kom ik dan op 'The Magician Remix' en die blijkt uitermate geschikt voor de show. Op vrijdagochtend 17 januari draai ik hem een eerste keer. Sindsdien is hij bijna wekelijks in mijn show te beluisteren. En hoor ik deze bewuste mix ook nog geregeld als ik naar het werk fiets.

De popmuziek zélf staat al jaren stil, er wordt alleen maar teruggegrepen. Voor een beetje beweging zit je in de dance dan wel weer goed. Okay, het wiel wordt niet opnieuw uitgevonden, maar door kleine toevoegingen ontstaat er telkens wel een nieuw geluid. Neem nou Clean Bandit: Geen producer zoals zo vaak in deze rubriek, maar een écht bandje! Hoewel, het is niet het standaard zang-gitaar-bas-drums-groepje. Het geluid van een electro-groep, maar dan met een opvallend verschil: De hoorbare viool en cello komen niet uit een doosje, maar worden bespeeld door vaste muzikanten. De muziek van Clean Bandit balanceert tussen electronische (dans-)muziek en klassiek in. Bij vlagen is het 'barokke pop', maar meestal voegt de toetsenist een dans-beat toe. Het zijn muzikanten en producers, voor de vocalen nodigen ze wel weer gastzangers en -zangeressen uit. Clean Bandit bestaat uit de gebroeders Patterson: Jack (basgitaar en toetsen) en Luke (drums en sporadisch te horen als zanger) met celliste Grace Chatto en violist Milan Neil Amin-Smith. Jack, Chatto en Amin-Smith studeren alledrie aan de universiteit van Cambridge. De laatste twee hebben daar een strijkerskwartet geformeerd. Patterson heeft verkering met Chatto en woont geregeld repetities bij en mag opnames maken. Patterson gaat thuis aan de slag en voegt drumbeats toe. Vervolgens komt een zekere Ssegawa-Ssekintu Kiwanuka met een tekst op de proppen en is 'Mozart's House' een feit. Patterson en Chatto hebben enige tijd samen gewoond in Rusland en vertalen 'Clean Bandit' uit een zegswijze aldaar. Het betekent zoiets als een 'ontzettende klootzak'. In december 2012 verschijnt de debuutsingle van Clean Bandit, 'A+E' en die haalt nét de Engelse Top 100. Hoogste notering: 100. Op 29 maart 2013 verschijnt het voorgenoemde 'Mozart's House' op single. Dit bereikt een zeventiende plek op de Engelse hitparade. Het nummer bevat porties van het 21e strijkkwartet van Mozart. Op 19 juli verschijnt 'Dust Clears', dat het slechts tot een 43e plek brengt.

De leden van Clean Bandit beschouwen hun video's als verlengstuk van de muziek en met 'Dust Clears' wordt dat andermaal duidelijk. We zien in dit filmpje een schaatsende dominee. De clip is geïnspireerd door het schilderij 'The Skating Minister' van Henry Raeburn en op een bepaald ogenblik neemt schaatser Nick Martin exact dezelfde pose aan als die op het schilderij. 'Rather Be' krijgt op 4 december haar debuut op de Engelse radio, maar het duurt pas tot 17 januari eer de single verkrijgbaar is. Er worden in de eerste week maar liefst 163.000 exemplaren verkocht van de plaat en komt vanuit het niets op nummer 1. 'Rather Be' is een aardig visitekaartje voor Clean Bandit, in de muziek horen we zowel cello en viool als computer-bliepjes en een verdwaalde dubstep-wobbel. 'Rather Be' wordt geschreven door Clean Bandit, maar uitgevoerd door een veelbelovende naam: Jess Glynne. Ze schrijft doorgaans zelf haar liedjes, maar het uitstapje met Clean Bandit vestigt haar naam. Het is immers nog maar week 11 en er kan nog veel gebeuren, maar vooralsnog is 'Rather Be' de bestverkochte plaat van 2014 in Engeland. Jess is deze week opnieuw bovenaan in de hitparade gekomen, nu met de anonieme dance-producer Route 94. 'My Love' staat op 55 in onze Mega Top 100 en ik zie wel een Top 40-plek zitten voor deze single. Glynne wordt door critici geroemd vanwege haar krachtige stem, opvallend tussen de vele ijle gastzangeressen.

Nee, ik heb geen boter op mijn hoofd, maar ik beschouw 'Rather Be' wel een beetje als 'goede smaak' die ik ook een flinke douw heb meegegeven. Als het in de Tipparade verschijnt, juich ik al een beetje. Als het een week later de Alarmschijf is, wrijf ik door mijn ogen. Bij nummer 20 stagneert het avontuur en heb ik zoiets van 'zie je nou wel'. Maar dan... een sprong van dertien plekken en het staat in de top tien. En nu staat het dan bovenaan. Ik had het wel gehoopt, maar dit had ik niet verwacht.

woensdag 12 maart 2014

Singles round-up: maart 2



Nee, ik heb mijn haar niet geverfd. De uiteindelijke foto zal pas rond het weekend beschikbaar worden, maar ik ben nu al apetrots op het resultaat. Het was bovenstaande foto die me een paar weken geleden op het idee bracht: Wat als ik eens een 'hap' uit een elpee neem? Vanmiddag heb ik de fotoshoot gehad, inclusief testen van belichting en poses uitproberen een uurtje. Ik zou eerst met de bus naar Diever, maar dat leek wel een buitenlandse reis. En wie wil er met dit weer in een bus zitten? Juist, ik ben op de fiets gegaan. T-shirt en overhemd, jas in de rugzak en die is daar ook gebleven. Genieten! De foto is helemaal 'zoals ik ben' en nu... de hamvraag! Nee, je ziet me van de zijkant en ziet geen onderbroek over mijn heupen of op mijn achterwerk, dus het kan niet anders of ik moet poedelnaakt zijn. De edele delen worden door het linkerbeen uit het zicht gehouden. Ik heb deze erg bijzondere dag in stijl afgesloten met een kuipje overheerlijk Italiaans ijs en heb even hardop 'proost' gezegd toen ik een hapje van het bloedsinaasappel-ijs had genomen. Dan ga ik jullie nu bijpraten qua singles. Op dit moment zijn er nog drie onderweg, die zullen rond het weekend arriveren.

* Mark Ronson & Amy Winehouse- Valerie (UK, Sony, 2007, 10")
Ja, die moet ik natuurlijk even noemen in het kader van de Singles round-up, maar verder verwijs ik jullie hiervoor naar het bericht van afgelopen vrijdag.

* Graham Bonney- Super Girl (UK, Columbia, 1966)
Dan begin ik hierbij aan de zeven singles van Marcus die gisteren zijn gearriveerd. Hij stuurt me momenteel eentje na en ik kreeg vanmorgen bericht van een Marktplaats-verkoper dat hij mijn bod op twee singles heeft geaccepteerd. Die ga ik vrijdag of zaterdag (hopelijk) behandelen. Ik leer Marcus steeds beter kennen. We hebben veel gemeen. Marcus staat geregeld met een standje op markten en beurzen. Als hij voor vijftien pond verkoopt, koopt hij voor dertig. Hij komt steevast met meer platen terug dan dat hij van huis is gegaan. Zoiets kan ik me ook nog wel herinneren, ik stond rond 1993-94 nog wel eens op een vlooienmarkt. Enige tijd geleden vroeg hij of ik bepaalde Engelse persingen zocht. Ik kwam toen met een drietal. 'Earthquake' van Bobbi Lynn heb ik inmiddels zelf gevonden en de Engelse 'Don't Sleep In The Subway' van Petula Clark staat nog immer op de lijst. Graham Bonney kunnen we weg strepen. Evenals Petula Clark niet echt voor de hand liggend, maar ik vind beide nummers zó leuk dat ik ze wel tussen twee Northern Soul-stampers in durf te stoppen. In het geval van Graham Bonney heb ik dat overigens geleerd van Steve Jeffries. Niet de minste, maar wel met een enorm zwak voor dit té vrolijke 'Super Girl'. De staat is niet echt 'je van het', dus Marcus mag nog rondkijken voor een vervanger.

* The Box Tops- Soul Deep (UK, Bell, 1969)
Marcus is een rockabilly-man en heeft derhalve weinig kijk op soul. Ik denk dat hij deze single heeft opgenomen in de soul-lijst vanwege de titel, maar soul is een erg groot woord voor The Box Tops. En toch ben ik blij dat hij het heeft gedaan, want ik heb nu eenmaal een zwak voor Alex Chilton. 'Soul Deep' is je reinste pop, geschreven door Wayne Carson Thompson die ook 'The Letter' heeft geschreven. Het echte genieten begint op de b-kant: Eén van de schaarse momenten waar de producers hem de kans gaven een eigen liedje op te nemen. Dat liedje heet 'The Happy Song', maar is beduidend minder jolig dan dat de titel doet vermoeden. We horen hier heel in de verte een vroege Big Star. Minder geschikt voor de Blauwe Bak, maar té leuk en te goedkoop om over te slaan.

* Johnny Johnson & The Bandwagon- Let's Hang On (UK, Direction, 1969)
We kennen dit mopje natuurlijk vooral van The Four Seasons en als je Johnny Johnson & The Bandwagon in gedachten neemt, heb je het plaatje compleet. Het stampt ietsje soulvoller dan The Equals, maar het blijft 'bubblegum'. Ik heb een zwak voor Engelse Direction-singles en dat trekt me over de streep. Als het dan toch écht moet, dan draai ik liever een 'Blame It On The Pony Express' van Johnson.

* Sly & The Family Stone- Dance To The Music (UK, Direction, 1968)
Zelfde laken een pak, deze heb ik reeds in de Nederlandse Epic-uitdossing, maar die schijf kon ook eens vervanging gebruiken. Ik weet niet of ik met deze Engelse Direction nu meteen een vervanger heb, want ook deze kraakt naar hartelust. Wel weer dat stevige Engelse geluid! Bovendien wijkt deze iets af van de Nederlandse doordat hij een korter intro heeft.

* Edwin Starr- S.O.S. (UK, Polydor, 1966, re: 1968)
Een zeer eigenwijs stukje geschiedenis uit Detroit. Edwin Starr staat onder contract bij het legendarische Ric-Tic, maar beide kanten zijn blijkbaar opgenomen in de Golden World-studio's. Als Tamla-Motown in 1966 de kans krijgt beide 'bedreigingen' uit te schakelen, koopt Gordy beide maatschappijen. De Golden World-studio mag blijven vanwege de mooie akoestiek en van Ric-Tic pakt hij de makers van die knappe strijkers-arrangementen. Ric-Tic blijft gedurende 1967 bestaan onder de vlag van Motown, hoewel die elpee van The San Remo Golden Strings eveneens een reguliere Motown-persing mee krijgt. Verder staan alle artiesten op straat, van The Holidays tot Pat Lewis en Rose Battiste. Eentje krijgt het voor elkaar om in 1968 alsnog via de achterdeur naar binnen te glippen, het is de zanger die in 1966 met twee singles voor zweetdruppels heeft gezorgd op het Motown-hoofdkwartier. We hebben het dan over Edwin Starr en die twee singles, 'S.O.S. (Stop Her On Sight)' en 'Headline News' klinken alsof ze gewoon bij Motown zijn opgenomen. 'Headline News' is in 1966 al in Engeland verschenen als een Polydor, maar in 1968 ziet dezelfde platenmaatschappij de kans schoon om beide liedjes op een single te persen. En dat is dus deze fraaie 'double-sider'. Rond dezelfde tijd krijgt Starr een contract bij Tamla-Motown en mag 'Twenty-Five Miles' op de plaat zetten.

* The Tams- Hey Girl Don't Bother Me (UK, Probe, 1964, re: 1971)
Mijn eerste exemplaar was al brandhout toen ik hem in 1993 kocht, maar die is later eens gesneuveld. Toen vond ik een tweede exemplaar en deze was in 2009 betrokken bij het kiwi-incident. De single die ik gisteren heb binnen gekregen is zó fraai, dat ik maar eens moest leren voorzichtig om te springen met mijn platen. Ik ontdekte zaterdag bijvoorbeeld nog dat mijn 'Ha Ha (The Laughing Song)' van Z.Z. Hill een stuk mist. Op zijn minst heb ik de fotohoes nog! Deze van The Tams is zo'n single die omstreeks 1970 wordt opgepikt in de Northern Soul en dat in 1971 deze uitgave meekrijgt. Het komt zelfs nog hoog op de Engelse hitparade.

* Jackie Wilson- I Get The Sweetest Feeling (UK, MCA, 1967, re: 1972)
Ik had altijd nog de Dureco-uitvoering in de bak staan, in de jaren tachtig de opvolger van 'Reet Petite', maar zo'n Engelse MCA staat beter. Het is een heruitgave met 'Soul Galore' op de andere kant.