woensdag 7 november 2018

Het zilveren goud: november 1993 deel II



Hoewel ik met die hele beroepskeuzecursus feitelijk geen streep ben opgeschoten, geniet ik toch in zekere zin van deze paar weken. Op zijn minst ga je 's ochtends weg met een broodtrommeltje en komt aan het einde van de dag weer thuis. De mensen uit het dorp zien me niet te pas en te onpas fietsen naar Sneek en terug en horen me ook niet iedere week in het radiospelletje van Omrop Fryslân. Het lijkt bijna nét echt op werk. Natuurlijk is het geen werk en ik zie ook niet in hoe ik dichterbij werk ben gekomen dankzij deze weken. Ik zou nu best benieuwd zijn of andere cursisten wél iets concreets hebben gehad aan de weken in Leeuwarden. Maar zolang ik me de naam van het instituut niet meer kan herinneren, is een reünie ver weg. Waar een paar singles uit de vorige aflevering nog twijfelgevallen zijn, daar zijn we nu echt aanbeland in november 1993 met 'Het zilveren goud'. De eerste single komt uit Leeuwarden en de overige vijf van een fancy fair in Sneek.

Eigenlijk is november 1993 een behoorlijk kleurloze maand. Ik doe solistisch mee aan de playbackshow in het dorp, een jaar na het optreden met de oervorm van Horrible Dying. Ik val niet in de prijzen en dat hoeft ook niet. Toch gebeuren een paar opmerkelijke dingen in november. Zo krijg ik opeens honderden elpees van iemand en hier zou ik nog best eens een paar berichten aan kunnen spenderen. Ook help ik een dag mee met de verhuizing van het Sneeker Nieuwsblad en stap ik voor het eerst in jaren weer een bepaald café binnen. Dat zal de komende jaren mijn alternatieve 'huiskamer' worden. Ik hoop dat ik later in de maand de juiste inspiratie krijg om over één van bovenstaande dingen te schrijven, maar vooralsnog zijn het allemaal verre herinneringen. December 1993 staat me bijvoorbeeld veel beter voor de geest. Omdat ik me vandaag verschrikkelijk heb verslapen, wil ik straks het bedje opzoeken hoewel ik ook nog een stukje speellijst voor morgenavond in gereedheid moet brengen. Ik ga nu vervolgen met de volgende zes singles uit deze maand in 1993.

1576 Jezebel-Johnny Kendall & The Heralds (NL, RCA, 1964)
1577 Pretend-Alvin Stardust (NL, Stiff, 1981)
1578 I Can't Go For That-Hall & Oates (NL, RCA, 1981)
1579 I'm So Glad That I'm A Woman-Love Unlimited (NL, Unlimited Gold, 1981)
1580 Everything I Am-Plastic Penny (NL, Page One, 1968)
1581 Hello Darkness-Shocking Blue (NL, Pink Elephant, 1970)

Als Veronica in januari 1990 het vijfentwintigjarig jubileum van de Top 40 wil vieren met een uitzending van de allereerste lijst, ontdekt het een paar uur voor aanvang dat één single ontbreekt in de fonoteek. Het is 'Jezebel' van Johnny Kendall & The Heralds. Een Nederbeat-verzamelaar biedt vervolgens aan zijn exemplaar te lenen voor de uitzending. Ik ben dus erg in mijn nopjes als ik drie jaar later 'Jezebel' vind voor de spotprijs van vier-en-een-halve-gulden. Ook leuk omdat per abuis het label van de a-kant aan beide kanten zit geplakt. De single komt overigens van 'Downstairs' in Leeuwarden dat dan nog aan de Bierkade zit. Ik heb mezelf jaren ervoor rot gezocht om de Bierkade om erachter te komen dat het onderaan bij de gracht van de Kelders zit. De overige vijf singles komen van de fancy fair van de hervormde kerk in de Sneker Veemarkthal. Ik moet die ochtend naar het uitzendbureau om mijn vakantieloonbriefje in te leveren van Donker. Ik wil dat om onduidelijke redenen niet hebben en het gaat per slot van rekening om twee gewerkte weken en dus een paar losse guldens. Ik denk dat ik deze guldens meteen heb uitgegeven op de fancy fair. Ik koop naast een stapel singles ook een elpee van Jimi Hendrix, althans...dat denk ik. Het blijkt een Franse 'tribute' te zijn, Purple Fox, en ik vierendeel het album als ik thuis ben. Daar heb ik nu spijt van want de plaat is nog wel wat waard voor verzamelaars van exotica.

Alvin Stardust, Hall & Oates en Love Unlimited hebben in 1993 meteen hun fotohoesje intact. Van Plastic Penny en Shocking Blue koop ik in 2009 betere exemplaren mét fotohoes. Gek genoeg beide keren bij dezelfde winkel in Leeuwarden waardoor het balletje weer rond is. Morgenavond heb ik een show van tien tot één (onze tijd) en zie jullie morgenavond weer voor een aflevering van de 'Eretitel'!

dinsdag 6 november 2018

Week Spot: Tyrone Mack



Komende zaterdag is het zes jaar geleden dat ik ben begonnen met 'Do The 45'. Toen viel 10 november ook op een zaterdag. De tiende dag van de elfde maand in het twaalfde jaar van de nieuwe eeuw en bovendien het einde van week 45. Het was duidelijk dat ik toen 'in de lucht' moest gaan! Als ik in 2012 begin bij Wolfman Radio is de eerste 'Big One' reeds een feit. Twee weken eerder heeft het plaats gehad en de organisatie droomt stiekem van een vervolg. Komend weekend wordt de zevende editie gehouden en zijn de voorbereidingen voor nummer acht ook al getroffen. Sinds een paar jaar valt het echter steeds in hetzelfde weekend en dat is net rond mijn radio-verjaardag. Het is sinds een paar jaar eveneens traditie dat ik in week 45 voor een 'Classic Week Spot' kies om de verjaardag te vieren óf een plaatje dat met 'The Big One' heeft te maken. Vandaag is het laatste enigszins aan de hand, hoewel ik de connectie niet precies weet. Feitelijk valt zéér weinig te vertellen over de artiest en de plaat en dus kan ik het kort houden. De Week Spot van deze week is 'Maybe We' van Tyrone Mack uit, vermoedelijk, 1987 of daaromtrent.

Ik heb het oorspronkelijke bericht opgezocht op Facebook. Het blijkt dat Mark in 2015 ook al eens een exemplaar voor dezelfde prijs van de hand heeft gedaan. Vergeleken met Discogs-prijzen is het een eerlijke prijs! Een paar dagen geleden biedt hij een single aan die maar niet wil 'raken' en dus sla ik hem eveneens over. Ik mis blijkbaar iets want de 'big shot'dj's in de groep zijn het er allemaal over eens: Dit is pure kwaliteit! Dan ontspint zich de discussie over de houding jegens platen uit de late jaren tachtig. Ze zijn nauwelijks in trek tegenwoordig hoewel het zomaar kan zijn dat het over een paar jaar een 'revival' beleeft en opeens een driedubbele prijs mag opbrengen. De jaren tachtig is per slot van rekening ook al dertig jaar geleden en rond de eeuwwisselingen haalt menig soul-dj zijn neus op voor spul uit de jaren zeventig. Zelf ben ik eveneens een beetje huiverig voor spul uit de late jaren tachtig, maar ben al een paar keer over de streep getrokken in de afgelopen maanden. Het is een commentaar van een dj bij dit plaatje van Tyrone Mack dat me even verder laat luisteren. Hij schrijft dat het een Studio One-connectie heeft. Studio One is in dat geval het legendarische reggae-label van Jamaica. We zien in de credits wel een zekere 'M. Dodd' en dat zou zomaar eens familie kunnen zijn van Coxsone Dodd. De dj noemt het essentieel voor de Carib Soul-dj's en dat laat me verder luisteren dan het 'slappe intro'. Het is meteen helemaal 1987 met een drum-geluid zoals we dat kennen van reggae-platen uit die tijd en een overdaad aan synthesizers. Maar... ook een overtuigende zang door Tyrone en de heren Randy en Ray. Hun achternamen zijn een mysterie maar feit is dat ze op meer platen mee doen van Tyrone Mack. Of... eigenlijk is het Tyrone Mac en heeft de man ook een plaat gemaakt als Tyrone & Friends. Op Youtube staat een live-video van een jazzgezelschap waar Tyrone Mack de bassist zou zijn, maar of het hier over dezelfde Tyrone gaat?

De enige plaat waarvan een jaartal bekend is, is zijn eerste single voor het onafhankelijke Express-label. Dat stamt uit 1983. Hij maakt in dat jaar eveneens een 12" en ik schat 'Maybe We' uit 1986-88. De 12" is een knaller maar er is slechts één exemplaar voor handen en deze moet honderd euro opbrengen. Overigens zijn alle platen van Tyrone flink aan de prijs en eigenlijk is dat goed voor te stellen. Ondanks de synthesizers zijn het zeer prettige nummers en gegarandeerd een hit op de dansvloer. Het heeft even geduurd maar 'Maybe We' is gaan 'groeien' bij mij. Normaal gesproken geef ik liever gedetailleerde informatie bij de Week Spot, maar deze week zit er helaas niet meer in. Goed nieuws is echter dat we weer op schema zitten!

Raddraaien: Sippe Sibbele



Ik geloof niet in zoiets als toeval. Niets gebeurt zonder toeval, hoewel ik evenmin geloof dat 'Raddraaien' daar onderdeel van moet uit maken. Een leuke samenloop van omstandigheden, zou ik het dan willen noemen. 'Raddraaien' bepaalt dat ik de twaalfde single uit de tiende jaren tachtig-bak mag behandelen. De 'jaren tachtig' bevat overigens alle 'nieuwe' platen van 1980 en daarna. De jaren 1990 tot en met 1992 zijn goed vertegenwoordigd en met 1993 en 1994 valt een klein gat. Qua eind jaren negentig zijn het voornamelijk 'black label jukebox copies' die ik in 1998 en 1999 in Engeland koop. In Engeland is in 1998 nog altijd een markt voor vinyl en singles. In Nederland is het formaat sinds 1994 moeilijk verkrijgbaar of je hebt te maken met echte 'indie'. Wat de reden is geweest voor Sippe Sibbele om in 1998 een authentieke vinyl-single uit te brengen, moet ik ze altijd nog eens vragen. Je weet op voorhand dat de plaat alleen liefhebbers zal bereiken omdat veel 'fans' de draaitafel reeds jaren geleden bij het grofvuil hebben gezet. Ik leef inmiddels een paar maanden in Engeland en heb even lang niet gepubliceerd in het Sneeker Nieuwsblad en toch komen de cd's nog gewoon binnen. Meest extreme voorbeeld is een dvd die in 2011 naar mijn ouderlijk huis is gestuurd en geadresseerd aan 'de recensent van het Sneeker Nieuwsblad'. Sippe Sibbele komt nét een paar weken te laat voor een recensie in de krant, maar desondanks ben ik erg in mijn nopjes met de single. De 'Raddraaier' is 'Back Stabbing Girl' van de Friese band Sippe Sibbele uit 1998.

Ik kijk graag terug op mijn leven aan de hand van muziek. Zelfs onderwerpen die vijf jaar geleden nog té pijnlijk waren, kan ik nu vrij eenvoudig aan het beeldscherm toevertrouwen. Toch zijn er van die herinneringen waarbij ik ruim twintig jaar later nog altijd de bilspieren van samen knijp. In 1997 word ik benaderd door Stichting Friesland Pop, de overkoepelende organisatie voor popmuziek in Friesland, met de vraag of ik zitting wil nemen in de jury voor de 'Kleine Prijs Van Sneek'. Natúúrlijk ervaar ik dat als een eer! Ik denk dat het samenvalt met het voornemen van een boek over de geschiedenis van de Friese popmuziek. Ik zal hieraan bijdragen, maar de motivatie is een half jaar later ver te zoeken. Het boek verschijnt ruim een jaar later dan gepland en, achteraf gezien, ben ik blij dat mijn naam niet is verbonden aan de stapel papier met een harde kaft. De 'Kleine Prijs Van Sneek' is sinds de midden jaren tachtig een begrip in Friesland. Het begint vanuit Het Bolwerk en de naam is natuurlijk een persiflage op de 'Grote Prijs Van Nederland'. Het begint klein als een lokale bandjescompetitie, maar het groeit al snel uit tot een regionale (Friese) competitie. De voorrondes van de 'Kleine Prijs' worden door de hele provincie gehouden. De finalisten komen weer samen in Het Bolwerk. Net zoals bij het Eurovisie Songfestival kun je het zwaar oneens zijn met de jury en ik doe in mijn recensies vaak blijken dat ik het niet eens ben met het genoemde panel. Ik krijg nu de kans om mijn stem eens te laten gelden?

De eerste voorronde is in Drachten en ik rij mee met een gitarist uit Sneek die eveneens is gevraagd voor de jury. Er is één band die er meteen uit springt voor mij en dat is Sippe Sibbele. Gitaarrock héérst onder Friese bands in de jaren negentig en buiten het Top 40-circuit durft niemand het aan om met een synthesizer op het podium te stappen. Bovendien doet Sippe Sibbele iets heel moois met het genoemde instrument. In plaats van koude jaren tachtig-synthpop wordt het juist benut op een iets meer symfonische dromerige manier. Ook in de meer opzwepende nummers heeft de synthesizer een plek veroverd zonder dat het er té zwaar bovenop ligt. Bij het tweede nummer van de band weet ik het zeker: Laat de rest van de voorrondes maar zitten! Deze band hóórt te winnen! De rest van de avond is eveneens van een hoog niveau. De tweede voorronde is in Joure en opnieuw krijg ik een lift van de gitarist. Zo hoog als het niveau in Drachten was, zo bespottelijk is de vertoning in Joure. We zien een soort Rage Against The Machine waar we al drie jaar teveel van hebben gezien en een Friestalige singer-songwriter die gewoon niet uitkomt met zijn woorden in de melodie. De tussentijdse evaluaties zijn hilarisch bij allen, maar aan het einde van de avond wordt het pijnlijk. We moeten een favoriet kiezen. Ik kan het niet en krijg hierdoor woorden met een ander jurylid. Ik word zo kwaad dat ik mijn glas bier naar hem toe wil gooien, maar... ik ben al een beetje teut en richten is in ieder geval niet mijn beste punt. Het glas vliegt op een haar langs de gitarist die me de lift heeft gegeven. Ik heb nog net genoeg strippen om halverwege Joure en Sneek uit te komen en de rest moet ik maar lopen. Het moge duidelijk zijn dat ik per direct ben ontslagen uit de jury. Ik zou mijn gezicht hier ook niet meer durven tonen.

Om een lang verhaal kort te maken: De voorrondes gaan onverdroten door zonder mij en tot mijn grote vreugde zie ik dat Sippe Sibbele de finale heeft gehaald. Het zal toch niet? Jawel! Voor één keer ben ik het eens met de jury en de Jouster band wint de 'Kleine Prijs Van Sneek'. Verder moet ik bekennen dat het met winnaars van de 'Kleine Prijs' doorgaans net zo gaat als met winnaars in 'The Voice Of Holland'. Het wordt stil rond de winnaar en de tweede prijs-winnaar gaat aan de haal met het succes. Onderdeel van de prijs is een opnamesessie in de studio van Walter Tremp en het resultaat daarvan verschijnt bijna een jaar later in de vorm van deze single. Ik pik het plaatje op in Jutrijp als ik in de zomer van 1998 langskom. Hoewel 'Back Stabbing Girl' uiteindelijk nog wel mijn waardering heeft gekregen, gaat de voorkeur in eetste instantie uit naar 'Boatflow' op de b-kant. Dit is de band zoals ik ze in Drachten heb gezien (en een paar weken later bij de heropening van Het Bolwerk). Een demo-opname uit de Landscape-studio in Gau met Jan Switters achter de knoppen. Dat geeft een specifieke sound, een beetje 'lo-fi' vergeleken met de Tremp-opname op de a-kant. Het is een geluid dat ik ken van andere demo's en ik 'mag' dat wel. De single ligt in Mossley bijna dagelijks op de draaitafel. De vele verhuizingen eisen hun tol. De single raakt op een gegeven moment het hoesje kwijt en de eerste krassen komen op het vinyl. Het is 2013 als ik 'Boatflow' in 'The Vinyl Countdown' wil draaien en ik erachter kom dat dit niet meer gaat. Het staat niet op Youtube en kan ook niet zo snel een single op Marktplaats vinden. Dan trek ik de stoute schoenen aan en ga kijken op Facebook.

Daar vind ik de 'persoon' Sippe Sibbele en hij is inderdaad de voormalige leider van de indieband. Sippe Sibbele was overigens de bijnaam in Joure voor zijn grootvader. Ik stuur hem een vriendschapsverzoek en krijg meteen bericht terug. ,,Kennen wij elkaar?". Dan leg ik uit dat ik eigenlijk naarstig op zoek ben naar een exemplaar van hun single en of zij nog hebben liggen. Nee, helaas, dat zit er niet in. De 'vriendschap' blijft bestaan en zo verneem ik een paar maanden geleden dat hij een album gaat uitbrengen met een nieuw duo: Soldier One. De eerste smaakmaker smaakt al naar meer: Nu is het wel jaren tachtig-synthpop maar tevens één van de meer aantrekkelijke varianten die ik recent heb gehoord. Afgelopen week is het album verschenen en is nu te beluisteren via Spotify. Ik heb de eerste 'single' reeds een paar maal gedraaid in 'Tuesday Night Music Club' en 'Afterglow' en heb sinds vanavond de beschikking over het volledige album. Dat moet ik nog beluisteren, maar de verwachtingen zijn hooggespannen!

De afbeelding vind ik op Discogs en zie dan dat 'Bep Dylan' in Deventer een exemplaar heeft liggen. Toch vind ik de vraagprijs nogal stevig. Het zou met verzendkosten op vijftien euro uitkomen. Op zichzelf zou ik héél graag 'Boatflow' weer eens willen horen, maar durf te gokken dat die wel goedkoper is te krijgen. De groep heeft in 1999 ook nog een cd uitgebracht maar daarop ontbreekt 'Boatflow'.

Horizontaal zeven letters: Dinsdag 6 november



Terwijl in Den Haag de politici over elkaar heen buitelen voor wat betreft de klimaatafspraken, wordt andermaal duidelijk dat er écht iets aan het veranderen is qua klimaat. Ik begreep een paar jaar geleden van meteoroloog dat Nederland langzamerhand het klimaat gaat overnemen van Noord-Frankrijk en dat we in een 'worst case scenario' het over een eeuw 'Spaans benauwd' kunnen krijgen. Ik verbaas me een paar weken geleden al over de hoeveelheid blad die er nog aan de bomen zit. De bladeren van de plataan in de achtertuin beginnen nu wel te vergelen en de eerstvolgende stevige wind zal de boom binnen een paar uur legen. Het zou ook eens tijd worden? Komend weekend is 'The Big One' in Engeland en van de voorgaande twee jaar kan ik me herinneren dat de bomen bladloos waren ten tijde van dat weekend. Alsof we nog niet genoeg weerrecords hebben gehad, zal vandaag ongetwijfeld ook in de boeken gaan als warmste zesde november? Dinsdag is mijn vaste vrije dag en dat bestaat voornamelijk uit het samenstellen van 'Tuesday Night Music Club'. Het duurt langer dan gedacht en het is de moeite van een fietstocht bijna niet meer waard. Toch zit ik dubbel en dwars door mijn koffiefilters en zal even op de fiets moeten stappen om deze in Havelte te halen. Daar begint het te kriebelen...

Het is half zes als ik de winkel uit kom en de straatlantaarns gaan aan. Nee, het wordt geen tocht door een natuurgebied of iets anders met bezienswaardigheden. De foto boven dit bericht is niet vandaag gemaakt en heeft niets met de tocht te maken. Het is de zaterdagavond op de camping in Sleen in 2015. Het is dan nog erg aangenaam om buiten te zitten en dat wilde ik in beeld brengen. Té donker voor een goede foto. 'Nachtfietsen', het is ooit wel eens een 'sport' geweest voor mij. Met de 'Monstertocht' in 2001 bijvoorbeeld. Wie stapt nu om één uur 's nachts op de fiets? Het 'nachtfietsen' is me in 2009 even duur betaald komen te staan en sindsdien reken ik het vaak tot 'overmacht' als ik bij duister moet fietsen. Vandaag is zo'n zeldzaam moment dat ik weer terug verlang naar de sport. Omringd door duister met alleen het schijnsel van de koplamp voor me en vrijwel onbekend op sommige stukken. Er komt nog een stukje oriëntatie bij kijken. Ik fiets de Van Helomaweg af en langs de kazerna naar Wapserveen. Het dorp door en vervolgens de weg blijven volgen tot Wittelte. Het klinkt gek, maar hier is een 'onbekend' stuk voor mij. Ik heb het nog nimmer in zijn totaliteit gefietst en dat maakt het tot een extra avontuur. Sommige gedeeltes staan de klinkers rechtop in de weg door toedoen van agrarisch verkeer en vrachtauto's en heel even heb ik spijt van mijn idee. We overleven de rit en ik steek de Rijksweg over om vervolgens over de Witteltermade naar Uffelte te fietsen. De Witteltermade... Ik woon inmiddels ruim twee jaar in Uffelte en blijf hier dingen ontdekken. De Witteltermade leer ik kennen op de heenreis van de vakantie. Omdat ik redelijk slaperig ben, wil ik een 'rustige' weg hebben en bovendien iets meer uitdaging dan de parallelweg langs de Rijksweg. Sindsdien is het een favoriet stukje geworden. Ook hier kun je fijn 'knallen' als het kan. Bij het wegrestaurant Frederikshaven weer Uffelte in en de Dorpsstraat blijven volgen tot de boerderij. Ik ben een dik uur onderweg geweest sinds Havelte. De afstand? Zal met vijftien tot twintig kilometer wel zijn afgelopen. In Wittelte heb ik even een 'magisch moment' te pakken: Ik voel de 'warme mist' zoals je die in de zomer ook kan voelen 's nachts. Als ik me besef dat het november is, geeft dat me spontaan kippenvel!

zondag 4 november 2018

Het zilveren goud: november 1993 deel I



Ik had me het weekend iets anders voor gesteld, maar zo gaan die dingen. Ik heb een paar weken geleden een Dagdalkaartje gehaald bij de Albert Heijn. Zo'n actie dat je voor zestien euro een dag lang onbeperkt kan reizen. Ideaal voor een retourtje Leiden, om maar een voorbeeld te noemen. W. stuurt me donderdag een sms-je met het voorstel om vandaag een wandeling langs het strand te gaan maken. Ik kijk hier echt naar uit maar naar mate de zaterdag vordert, hoe minder ik me ga voelen. Ongemerkt toch een beetje kou gevat? Na de show van gisteravond ben ik evenwel steeds van plan om naar Leiden te gaan, maar een paar uur later wordt definitief dat ik het moet afblazen. Het staat nu voor zondag 25 november in de planning en het is maar afwachten wat voor weer het dan is. Mijn treinkaartje is tot en met 9 december te gebruiken en het is haar enige vrije zondag vóór die datum. Doordeweeks blijkt ook al geen optie te zijn. Ik heb het meeste van deze dag brak in bed door gebracht en vanavond de show gedaan. Ik voel me nog steeds niet op en top maar moest morgen toch maar gewoon aan de bak. Straks dus lekker slapen! Eerst nog even de eerste aflevering van 'Het zilveren goud' van deze maand.

Ik heb vanmiddag de planning gemaakt voor deze maand en nog een keertje geteld voor de controle. Vier woensdagen, vier zaterdagen en volgende week zondag en steeds vier, vijf of zes singles. Dat gaat 'Het zilveren goud' worden voor deze maand. Ik spreek een week geleden al mijn twijfel uit over de eerste platen van november en dat ik deze waarschijnlijk toch in oktober 1993 heb gekocht. Hoe dan ook: Het loopt allemaal op het einde van de beroepskeuzecursus. Komende woensdag weer een iets uitgebreider verhaal over het wel en wee in november 1993, vandaag de eerste vier singles van deze maand. Dat is het volgende kwartet.

1572 Fire-The Crazy World Of Arthur Brown (Duitsland, Polydor, 1968)
1573 Fox On The Run-Sweet (Duitsland, RCA Victor, 1975)
1574 Een Meisje Van Zestien-Boudewijn De Groot (NL, Decca, 1965)
1575 Born To Be Wild-Steppenwolf (Duitsland, MCA, 1968, re: 1990)

De eerste twee heb ik gekocht op een dinsdag van de cursus. Beide platen zijn afkomstig van King Kong Records. De overige twee heb ik op een donderdag in Leeuwarden gekocht. Het is dan de laatste dag van de cursus geweest en ik moet in Leeuwarden zijn voor een evaluatie. Ik breng deze middag bijvoorbeeld een bezoek aan de burelen van 'Friesland Pop'. Ik laat een paar singles achter voor het Friese poparchief. De platen zitten anno 2018 nog in de originele hoezen zoals ik die in 1993 heb gekocht. Boudewijn dus in zo'n lelijk CBS-hoesje uit de jaren tachtig. Morgen of dinsdag een dubbel bericht, ik wil nu naar bed!

vrijdag 2 november 2018

Raddraaien: The Doors



Deze rubriek is in 2012 opgezet om het gat van '20 Years Ago Today' te vullen. '20YAT' is feitelijk de voorloper van 'Het zilveren goud' met het verschil dat ik in 2011 en een stukje van 2012 praktisch iedere plaat twintig jaar na aankoop belicht. 'Raddraaien' zou in eerste instantie iets worden met een 'draaiend rad' waarbij lezers getallen kunnen invoeren en zo mij de opdracht geven om over een bepaalde single te schrijven. Al gauw gebruik ik de Gouden Gids en dan met name de kappers in de regio Zwolle. De huisnummers van deze schaarcriminelen bepalen welke plaat ik mag behandelen. De 'nee/nee'-sticker op de deur maakt dat ik de Gouden Gids niet meer krijg en tegenwoordig heb ik een ander systeem bedacht. 'Raddraaien' heeft 'ups' en 'downs' gekend. In de eerste jaren gebeurt het regelmatig dat ik per week wel vier 'Raddraaiers' heb en dat een serie binnen drie maanden klaar is. Vandaag is het een jaar geleden dat ik aan de huidige serie ben begonnen. De volgende is de 35e in de lijst en er zijn nog een stuk of achttien te gaan. Nog nimmer heb ik zo'n 'trage' serie 'Raddraaien' gehad, maar er zijn een paar andere vaste gewoonten bij gekomen. Vandaag de 35e single in deze serie 'Raddraaien': De 23e single uit de zesde jaren zeventig-bak. Daar vinden we 'The Piano Bird' van The Doors (1973).

Waar en wanneer? Het schiet me opeens te binnen want ik was het een beetje vergeten. In 1990 breng ik op woensdagmiddag de Leeuwarder Courant rond. Het is het werk van een familie in Jutrijp waarvan de zoon op woensdagmiddag naar school moet en de overige familieleden evenmin in staat zijn om de krant te bezorgen. Het begint eerst met een beetje 'vakantiewerk' en ik verdien vijf gulden. Het is de tijd dat het groene biljet van vijf gulden wordt vervangen door de goudkleurige munt. De familie lijkt de vijf gulden-munten apart te houden voor het geval ik weer eens uitbetaald moet krijgen. Vijf gulden lijkt niet veel, maar het maakt voor mij een wereld van verschil. Mijn zakgeld is eveneens vijf gulden en de extra verdienste maakt dat ik geregeld plaatjes kan kopen. Zo bezoek ik in het najaar van 1990 geregeld de vlooienmarkt in de Sneker Veemarkthal, vaak op de zaterdagmorgen. Daar vind ik ook onze 'Raddraaier'. Ik heb dan inmiddels reeds één single van The Doors en besef dan nog niet hoe 'exotisch' deze nieuwe aanwinst is.

Wat zou er geworden zijn van Harro De Jonge? Mocht iemand hem kennen, laat hem weten dat er nog minstens één blogger is die zijn shows op zaterdagavond weet te herinneren! Het zal in 1988 zijn geweest dat ik voor het eerst hoor van The Doors. De Amerikaanse groep heeft een 'special' in het eerste uur van 'Elpee Pop', een radioprogramma van de NCRV. Overdag wordt volop reclame gemaakt voor de aanstaande show en ik kan me uit deze promo herinneren dat het een stukje 'Riders On The Storm' heeft. Het maakt meteen indruk! Ik weet niet of ik de hele special heb geluisterd, maar één ding is een feit: The Doors is een begrip. De volgende stap is de single-versie van 'Light My Fire' op cassette gevolgd door 'Riders On The Storm' uit Veronica's Top 100 Aller Tijden. In 1990 verschijnt de dubbel-cd 'The Best Of' en ook komt een speciale 'edit' uit van 'Riders On The Storm' als single. Deze laatste koop ik op 4 mei 1990 en is de 134e single in mijn verzameling. Mijn broer koopt kort daarna het bewuste album op cd en een jaar later is The Doors helemaal terug dankzij die dramatische film. Dat zorgt evenwel voor een heruitgave van 'Light My Fire' en deze kan ik evenens aan de collectie toevoegen. In de tussentijd vind ik 'The Piano Bird'. The Doors is vanaf 1991 ineens weer 'hot' en dat vind ik dan geheel terecht. Let wel: Ik ben ook nog maar zestien op dat moment...

Het is al gevallen: De 'dramatische' film. Ik heb door de jaren heen heel veel (auto-)biografieën gelezen waaronder ook die van Jim Morrison. Verder heb ik de mazzel gehad dat ik op het spoor ben gekomen van diverse leden uit de groep van Andy Warhol. Allemaal vertellen ze hetzelfde verhaal dat compleet anders wordt uitgelegd in de film. Warhol schenkt Morrison niet de telefoon omdat hij hem aardig vindt en een cadeau wil geven... Warhol ergert zich aan de aanwezigheid van de grote onbekende en hij vraagt aan zijn medewerkers wie 'de luchtfietser' is. Daarop besluit Warhol hem de telefoon te geven zodat Jim eens met zichzelf kan gaan bellen in plaats van anderen te storen met zijn aanwezigheid. Natuurlijk is dat niet 'lief' genoeg voor een verfilming, maar het is wel hoe het verhaal is. Eigenlijk heb ik het na het lezen van de biografie over Morrison helemaal gehad met de persoon en heb ik vanaf dat moment alleen nog liefde voor de muziek die de band heeft voortgebracht. Dat is een regel die ik na jaren nog altijd hanteer: De voorkeur voor de muziek mag niet veranderen na een teleurstellende ontmoeting of het ontdekken van een persoonlijke hobby of opvatting van een muzikant.

Voor veel bands zou het automatisch het einde hebben betekend: Het overlijden van de charismatische leadzanger. Wat echter wordt vergeten, is dat The Doors niet louter Jim Morrison-met-band is, maar Jimbo een 'instrument' is in de groep. Robbie Krieger, Ray Manzarek of John Densmore zijn allemaal begenadigde muzikanten. Jim's diepe stem en psychedelische proza geven extra klankkleuren. Ik weiger een popmuzikant 'mythisch' te noemen, maar het is een gegeven dat in 1971 niet een tweede Jim Morrison voor handen is of iemand die zou kunnen meten aan zijn bijdrage zonder rechtstreeks te jatten of te kopiëren. The Doors besluit als trio door te gaan en maakt zo nog twee albums. Albums met composities die net zo eigenzinnig zijn als ten tijde van Jim's aanwezigheid en die juist technischer en ingewikkelder van structuur zijn geworden. Het publiek mist echter Jimbo's aanwezigheid en bovendien is het allemaal ook niet even 'geknipt' voor de radio. In 1973 wordt de bandnaam ten grave gedragen.

Ik heb jaren later nog eens de cd 'Door Jams' van Robbie Krieger gehad, maar dat gaat me allemaal een beetje boven de pet. Alleen de flamenco-versie van 'Crystal Ship' kan er nog mee door voor mij. De hobby van The Doors gaat nog een flinke tijd door na 1991, alleen erger ik me dood aan de verheerlijking van Jim Morrison en alsof hij The Doors zou zijn. Buiten de genoemde rolprent om zijn alle getuigenissen dezelfde: Jim Morrison was niets anders dan een egocentrische klootzak die een beetje kon dichten en een fijne zangstem had. Onbereikbaar voor fans maar niet door charisma, maar door het feit dat Morrison vaak gedrogeerd was en dus in de eerste plaats op een andere planeet leefde. Dat hij werd afgebeeld als een moderne Jezus was overigens ook helemaal zijn eigen idee. Op de muziek valt niets af te dingen en dat komt helemaal op het conto van Krieger, Manzarek en Densmore. De laatste was overigens de fratsen van Morrison al helemaal zat en spoorde meerdere malen aan op ontslag van Jimbo.

'The Piano Bird' verschijnt in 1973 in ons land als opvolger van 'The Mosquito' dat het nog tot de top twintig had geschopt. Okay, een beetje credit voor Morrison, voor een single van The Doors is 'The Piano Bird' tamelijk kleurloos qua zang en uitvoering, maar regent het muzikale virtuositeit. Niet verwonderlijk dat het geen hit is geworden, maar wel een erg leuk plaatje dat ik in 1990 en 1991 bijna grijs heb gedraaid.

donderdag 1 november 2018

Eretitel: 'Wandering Star'



De natuur is flink in de war. Op de eerste november zijn veel bomen nog groen en vol blad en vanmiddag werd ik getrakteerd op onweersvliegjes. Het onweer bleef uit, maar ik kan me zoiets alleen herinneren van 2006 toen de 'Indian summer' tot half november door ging. Ik heb vandaag wederom in Meppel bezorgd en begin steeds meer lol te krijgen in het bezorgen voor PostNL. Je 'loopt' een wijk. Bij de 'eigen post' fiets je van straat naar straat en bezorgt hooguit vijf brieven per straat. Morgen is mijn sorteerdag en dus hoef ik er niet héél vroeg uit. Ik heb nog wel de moed om de 'Eretitel' te doen, zeker ook omdat ik de nummer 1 straks nog even moet horen voor het slapen gaan. Hoe de samenstelling van 'Tuesday Night Music Club' me brengt bij een nieuw album van een, mij, onbekende artieste en één titel de inspiratie vormt voor een 'Listen Carefully'. Om het mogelijk te maken, smokkel ik graag een beetje. De nummer drie heeft namelijk een afwijkende spelling. Toch zet ik vandaag driemaal 'Wandering Star' in de schijnwerpers.

3. Lee Marvin (1970)
Tijdens mijn verblijf in Mossley heb ik enige tijd 'Golden Tracks' in mijn kamer. Een goud doorschijnend compilatie-album uitgegeven door supermarktketen Tesco. Ik vind rond dezelfde tijd ook de Marantz-set die me in 1999 zoveel plezier heeft laten beleven. De platenspeler is echter laser-gestuurd en 'leest' geen doorzichtige platen en dus kan ik 'Golden Tracks' niet meer draaien. Op de achterkant van de hoes geeft tv-recensent Martyn Sutton zijn ongezouten mening over de nummers op de plaat. Vooral Lee Marvin en Louis Armstrong ('What A Wonderful World') moeten het ontgelden, maar ja... de plaat hoeft per slot van rekening ook niet te worden verkocht. Zowel Marvin als Armstrong zijn 'geen sterke zangers' om met Sutton te spreken en daar is geen woord Frans bij. Lee Marvin murmelt zich een weg door 'Wand'rin Star' maar het deert de Engelse platenkoper niet. De single is één van de best verkochte singles van 1970. Het blijft een heerlijke 'novelty' en dus gun ik Lee Marvin bij deze de derde plek.

2. Portishead (1994)
Ik leer 'Dummy' van Portishead in eerste instantie kennen als ik de weekeinden ga doorbrengen op de ADM. Ik heb het op een (geleend maar nooit teruggegeven) cassettebandje met 'The Whole Story' van Kate Bush op de andere kant. De cassette gaat ook mee naar Engeland en vergezelt me tijdens de eerste weken in York. In de eerste weken van 2000 heb ik plots wat geld te besteden en schaf een paar albums aan op cd. 'Dummy' is daar eentje van. Een paar jaar later koop ik ook nog eens het 180 grams-vinyl. Ten tijde van de release moet ik niet veel hebben van Portishead, maar dat is in de daaropvolgende jaren flink ingehaald. Niet alleen een fantastisch album om naar te luisteren, maar ook een bron van samples en zodoende een introductie naar nieuwe muziek. 'Wandering Star' brengt me echter meteen terug in de straat in York waar de jeugdherberg staat. Kou, de geur van mijn nieuwe leren jas en een onbestemd gevoel. Ik voel me in de vreemde terwijl ik me hier 'thuis' zou moeten gaan voelen. Wat York betreft is dat maar half gelukt en achteraf gezien maakt dat helemaal niks uit. Portishead moet het echter afleggen tegenover de 'nieuwkomer' in deze rubriek en moet dus tevreden zijn met een tweede plek.

1. Sarah Darling (2017)
Qua muziek ben ik in ieder geval hetero. Als ik een album zie met een eenzame dame op de foto, dan moet ik altijd even luisteren. Zo zie ik de hoes van 'Dream Country' van Sarah Darling staan. Volgens mij is het album 'getagged' als folk, maar is het in werkelijkheid een countryzangeres. 'Wandering Star' valt op in de tracklijst en natuurlijk ben ik benieuwd of het een cover is. Nee, het blijkt geen cover te zijn en wat ik hoor, stemt me erg tevreden. Sarah is sindsdien gaan groeien aan mij en dan met name 'Wandering Star'. De rest van het album is wel heel erg country en dat trek ik over het algemeen niet. Sarah mag dan regelmatig in Nashville versechijnen, zelf is ze woonachtig in Londen. 'Wandering Star' doet nergens country aan en zou ook als 'dromerige pop' omschreven kunnen worden. Het is in ieder geval een geluid waar ik niet genoeg van kan krijgen. Eenmaal draaien is de rest van de dag in mijn hoofd en ik ben de laatste die zich daarover zal beklagen. Sarah Darling is vanavond de koningin van deze 'Eretitel'.

Volgende week wederom een titel die is ingegeven door een nieuwe release en waarvan de nummer 1 nu al bekend is. Dat is dan echter niet het nieuwe nummer...