maandag 7 april 2014

Raddraaien: Johnny Cash



Zal ik eerst beginnen met enige huishoudelijke mededelingen? Vanaf vandaag stopt de ondersteuning voor XP, maar ik ben niet heel paniekerig. De laptop had in drie jaar geen update gehad en 'klapte' toen pas. Toch is het wel zaak voor mij om binnenkort te 'upgraden', ik hoop over twee of drie weken een andere computer te hebben. Deze is gewoon een kat-in-de-zak geweest, hopelijk kan ik de monitor en het zwaar ouderwetse, maar uitstekend functionerende, toetsenbord blijven gebruiken bij de andere computer. We gaan er dus gewoon vanuit dat deze het nog wel twee weken blijft doen. Ik heb even moeten rekenen gisteravond: Als ik iedere dag blijf publiceren, bereik ik op woensdag 23 april het 1500e bericht. Donderdag 17 april publiceer ik niet, waardoor ik één bericht achter kom. Vrijdag tot en met dinsdag ga ik jullie een vijfdelige serie presenteren en na het laatste deel publiceer ik de Week Spot als bericht 1499. Wat ik op die woensdag ga doen, is nog niet bekend. Wellicht lukt het me om deze serie Raddraaien voor het 1500e bericht te besluiten, er staan nog een handjevol op stapel. Vandaag een plaatje uit de jaren zestig: 'Ring Of Fire' van Johnny Cash (1963).

Het is even uitzoeken waar die oorspronkelijk stond. Het startpunt van deze Raddraaien is namelijk 'Train Is Coming' van Ken Boothe. Die stond, blijkbaar, vooraan in de derde bak met jaren zestig-singles, maar sinds december mag die in de reserve-Blauwe Bak. De bak begint nu bij 'Space Oddity' van David Bowie, de originele 1969-persing op Philips. 'The Laughing Gnome' is al jaren geleden verhuisd naar dezelfde reserve-bak. Terug naar de Raddraaier van vandaag. Een single die ik in Steenwijk heb gekocht. Dat zou op zichzelf geen verrassing hoeven zijn, gezien ik ruim tien jaar in Steenwijk heb gewoond. Toch heb ik de single eind 1994 daar gekocht. Toen woonde ik nog bij mijn ouders in Jutrijp en zou het nog zes jaar duren eer ik in Tuk zou komen wonen. Het is het uiterste begin van mijn regelmatige gang naar Steenwijk. Eén van de spaarzame momenten dat ik niet met de Solex ben gegaan, maar met de trein. Ik verwar Steenwijk voor Wolvega en heb de pech dat ik in de intercity naar Zwolle zit. Op station Zwolle besluit ik mijn nieuwe strippenkaart aan te spreken. Foute boel! De bus van Zwolle naar Steenwijk neemt een anderhalf uur in beslag en is vele malen duurder dan een treinkaartje. Ik ga in Steenwijk naar de kapper, iets dat traditie gaat worden, en kom zo langs het antiquariaat in de Woldpromenade. Daar vind ik deze single van Johnny Cash en nog een paar. Na een bliksembezoek aan De Karre weer terug op de trein, want 's avonds ga ik een folk-concert recenseren. En dat is het legendarische eerste concert van John Wright in Sneek waarover ik vaker heb geschreven.

In het voorjaar van 1999 heb ik het winkeltje op de hoek van Manchester Road en Queen Street omgetoverd tot het 'koopjespaleis' van boeken en platen. Voor zowel elpees als boeken geldt: 'five for a pound'. De collector's items zijn schaars en meest uit mijn eigen collectie. Die heb ik voor ietsje duurder staan. Toch is het dagenlang tevergeefs wachten op klanten. Ik verkoop ongeveer tien elpees en vijftien boeken per week en Mrs. Hatfield komt tweemaal per week thee drinken. We hebben het winkeltje in bruikleen en de maandelijkse huur is symbolisch, het fungeert eerder als doorverwijspunt naar de meubelwinkel op Queen Street die nogal lastig is te vinden. Ik dood de tijd met plaatjes draaien en boeken lezen. Ik lees in een middag driekwart van 'The Man In Black' van Johnny Cash en ben op een bepaald moment blij dat ik geen klandizie heb. Wat heb ik gehuild bij dat boek! Het laatste kwart moet je ook niet willen, want dat zijn alleen maar lofprijzingen aan de Heer en aan diverse predikanten. 'The Man In Black' is Johnny's getuigenis van de liefde van de Heer. Het gaat niet diep in op zijn muzikale carriére, maar laat wel zien hoe Johnny op een bepaald moment heel bewust zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. Over de 'apotheek', zoals één van de Tennessee Three de koffer van Cash noemde. Over de ontmoeting met June Carter en hoe hij hem weer in contact bracht met het Woord. Hoe heer Contant afstand nam van zijn eerdere imago en weer ging optreden in dienst van de Allemachtige. En vijf hoofdstukken halleluja.

Het is sinds dat boek dat ik met andere ogen naar Johnny Cash ben gaan kijken, zonder dat ik weet of dit nu positief voor Cash is of niet. Je kan hele grote woorden verbinden aan Cash en 'Ring Of Fire', maar het is gewoon een stamper van je welste. Maakt niet uit of je in een Zeeuwse aardappelschuur staat, in een feesttent in Friesland of tegenover het publiek van een deathmetal-festival: 'Ring Of Fire' is gegarandeerd feest voor iedereen.

De eerste vrouw van Johnny Cash, Vivian Liberto, mag beweren dat Cash het heeft geschreven als eerbetoon aan een vrouwelijk lichaamsdeel en dat hij de 'credits' heeft gegeven aan June Carter omdat zij het geld hard nodig was. Er zijn echter weinig die deze theorie geloven. Het meest waarschijnlijke is toch dat June een dichtbundel van haar oom A.P. Carter had gelezen, waarin hij teksten had omcirkeld die hij mooi vond. 'Love is like a burning ring of fire' is daar eentje van. June raakt geïnspireerd door deze beeldspraak en begint met Merle Kilgore aan een tekst. June's zus Anita Carter neemt het voor het eerst op voor haar elpee 'Folk Songs Old And New'. Johnny schijnt in die tijd te hebben gedroomd van het nummer en hoorde daarbij iets speciaals. Hij geeft Anita een half jaar om een hit te scoren met haar 'uitgeklede' 'Ring Of Fire' alvorens Cash zijn eigen versie uitbrengt, compleet met mariachi-trompetten. Het wordt de grootste hit uit de loopbaan van Cash, het staat zeven weken bovenaan in de Amerikaanse hitparade. In Nederland wordt het nummer pas in 1969 een hit in de uitvoering van Eric Burdon & The Animals.

zondag 6 april 2014

Schijf van 5: marihuana



Op nieuwjaarsochtend 2009 kom ik uit de stad zwalken. Ik heb Willemijn net thuis afgeleverd en zal zelf door het park naar de Rembrandtstraat. Ik ontmoet een paar jongens die me spontaan uitnodigen met hen mee te gaan naar een feestje bij iemand anders. Ik word bij de deur geweigerd. Ik zweer jullie: Dat was aan het einde van een drank-avontuur eentje geworden met bergen drugs. En hoewel het reeds zeven maanden na mijn laatste haal speed was, wist ik het opeens: Mijn voornemen voor 2009 zou zijn om geen drugs te gebruiken! Dat hier drie maanden later de alcohol bij zou komen, kon ik toen nog niet weten. In 2010 heb ik nog eens jammerlijk een tientje geïnvesteerd in een zakje wiet dat een jaar later ongebruikt de groene container is in gegaan. Hoewel ik zeker nog eens wiet-thee wil hebben gehad, wordt dit ook jaar na jaar uitgesteld. Maar... vandaag is de grote dag! Ik heb een grote toeter gebouwd waarvan ik vijf halen ga nemen. Hoe verslavend zoiets is? Wel, ik heb het gevoel dat ik nog zeker een Schijf over marihuana zou kunnen maken, dus het is voor herhaling vatbaar!

Op vijf zet ik een plaatje dat ik alleen van titel ken. Tot mijn grote teleurstelling heeft niemand de moeite genomen om deze op Youtube te zetten. Maar vanwege de titel mag hij zeker en afgaand op de overige tracks van Hans Dulfer's elpee 'Candy Clouds' (1970) moet ook deze niet te versmaden zijn. Ik ben van huis uit niet een hele grote jazzliefhebber en zeker bij de Hollandse jazz gaan bij mij de tenen wel eens krom staan. Desondanks heb ik een enorm respect voor Hans Dulfer. Dat komt enerzijds door die fantastische columns, ben alleen vergeten waar ik ze vroeger las. Ook heb ik in mijn recensentenbestaan de eer gehad om Hans in actie te zien, dat was eind 1996 in Het Bolwerk. De enige keer dat ik met broer Henk naar Het Bolwerk ben geweest, die was net even voor een korte vakantie in Nederland. Ik heb zo'n gevoel dat Dulfer een stukje hoger had mogen staan, maar ik moet eerst maar eens iemand lief aan kijken voor een opname. Tot die tijd staat Hans Dulfer & Ritmo Natural op vijf met 'Red Red Libanon' (1970).

Als we nu eens trotser waren geweest op onze rookwaar en het een Nederlandse naam hadden gegeven, dan was Apartheid niet langer het enige internationale Nederlandse woord. Valt me dan ook meteen op dat je Apartheid automatisch uitspreekt als 'appaorthait', dus toch wel met een internationale knauw. Hoewel de plant niet van nature uit de grond is gekomen in de Peel, wordt marihuana over het algemeen wel geassocieerd met Nederland. Het spreekt boekdelen wanneer Musical Youth de biologische sigaret laat rond gaan in 'Pass The Dutchie'. Omdat het een variatie op het thema is, mag die erin. Ik heb namelijk een Musical Youth-allergie! Zo'n brok jaren tachtig dat op dezelfde plek thuishoort als die onoplosbare Rubikubus: De grijze kliko! Voor de Schijf mag het nummer bij uitzondering op vier: 'Pass The Dutchie' van Musical Youth (1982).

Ach vooruit, nog een concessie. En dan ook nog omdat er een herinnering aan vast zit. Bij een bandnaam als Iedereen Zoo Jotje moet ik de riem al een gaatje verder aanhalen en het bange vermoeden komt dan ook uit. Hoewel de band niet zou misstaan op een studentenfeest of in een feesttent met de WC Experience, is Iedereen Zoo Jotje vooral een favoriet in de kraakscene. Het speelt eind maart 2004 in de CO-9 in Zwolle. De eerste kraakkroeg waar ze Alfa Pils voor een euro hebben! Ik zal nadien in april nog een keer er naartoe gaan en blijf dan 'hangen': De laatste twee maanden van de CO-9 (ko-nine = konijn) zal ik de vaste barkeeper zijn. (Bedenk me opeens dat dit tien jaar geleden is en ik hier binnenkort wel een verhaaltje aan kan wijden...). Bij dit eerste feest, voor mij, in de CO-9 ontmoet ik Marije. Ach gut, wat zou er van haar geworden zijn? Alsof me het een moer kan schelen... Euh... ja... ik ben iets van drie weken verliefd op haar geweest, maar ze bleek wel heel erg verknipt te zijn. Is dus nooit wat geworden. Iedereen Zoo Jotje speelt ook op deze avond en deze band verdient de derde plaats dankzij hun strijdlied 'Pass Die Jonco'.

Ik krijg sinds een paar weken weer hulp van Peter, onze singlehoesjes-man, bij de Schijf van 5. Soms stelt hij titels voor waarbij hij schrijft: ,,maar daar had je zelf wel aan gedacht". Nou..., ik moet bekennen dat ik vaak té moeilijk denk bij het samenstellen van een Schijf en daarbij dan plaatjes over het hoofd zie. De suggesties zijn dus meer dan welkom! Hij stelde afgelopen week een titel voor waarvan ik moet bekennen dat ik niet direct wist dat het een soort marihuana was. Ik heb de single liggen en heb hem eens gedraaid en New Riders Of The Purple Sage zingt duidelijk over een manspersoon. Toch is deze groep gelieerd aan The Grateful Dead en dan zit je natuurlijk niet ver af van de pretsigaret. Het personage 'Panama Red' is een heerlijke verdekte manier om de verboden drug de Amerikaanse hitparade in te krijgen. Op nummer twee presenteer ik jullie: 'Panama Red' van The New Riders Of The Purple Sage (1973).

De nummer 1 staat echter vrijwel meteen vast. Dat is de plaat die mij keer op keer weer doet verbazen. Een grotendeels onontdekt stukje terrein. Wellicht dat enkele verzamelaars dit hoesje wel kennen, maar bij het kijken op het label hem heel snel aan de kant hebben gegooid. Onterecht, want 'Ma Marihuana' van The Sub is een opmerkelijk ding. Hij is uitgebracht op het Duitse Rex-label, dat vooral bekendheid geniet in de schlagers en de fanfare-muziek. 'Underground-gruppe' zegt het bij de naam, maar wie het paarse hoesje heeft gezien met de langharige tekkels, weet wel dat niet een soort van 'Rosamunde' gaat worden. 'Ma Marihuana' is een bijzonder nummer met fraaie effecten en een paar tempowisselingen, ook al is het een beetje overdreven voor alleen maar een joint. Er zijn muzikale lsd-trips die minder indruk maken. Met vlag en wimpel op nummer 1: 'Ma Marihuana' van The Sub uit 1969.

De reedsgenoemde wiet-thee inspireert me tot een Schijf van 5 over thee voor volgende week, ook al zullen met bepaalde titels de warme maaltijd worden aangeduid...

zaterdag 5 april 2014

Raddraaien: Rotjoch



Eigenlijk is het me ook wel best zo. Als ik in eerste instantie uitkom op de single 'Tomorrow' van Rotjoch blader ik verder. Over New Adventures heb ik, geloof ik, in de vorige serie geschreven en ik verwacht ook niet veel meer te weten te komen over Ryan Paris. Dus duik ik maar in de korte historie van een illustere Nederpop-single. Ik heb vandaag vijf uren radio gemaakt, heb van iedere minuut genoten, maar ben toch wel bekaf na zo'n dag. De single in deze aflevering van Raddraaien duurt slechts 1 minuut 54 en ik verwacht dat het bericht niet veel groter gaat worden. Lange halen, snel thuis. Gezien ik reeds thuis ben, denk ik dat dit laatste door 'bed' kan worden vervangen. Ik moet morgen even naar De Karre om de trofee terug te brengen, zodat ik hem komende vrijdag opnieuw kan winnen bij de muziekkwis. Er staat dus een klein fietstochtje op stapel voor morgen.

Raddraaien blijft een bonte serie. Het legt pijnpunten bloot in mijn muziekcollectie, het doet mij verbazen over feiten die ik niet wist en soms zijn de herinneringen bij een plaat te leuk om te verzanden in droge info. Bij Rotjoch is niks van dat allen het geval. Ik ken de hoes van de single uit de Nederpop-encyclopedie van 1982: Veruit het mooiste naslagwerk op dat gebied. Vrijwel iedere Nederpop-plaat wordt genoemd, inclusief originele bestelnummers. Rotjoch is echt een 'jonkie' als dat boek uitkomt, maar het dankt de afbeelding aan het geweldige fotohoesje. Deze is ontworpen door een zekere A. Toom, maar met het Atomium in Brussel als beeldmerk, weet je dan nog niks. Rotjoch is een kwartet uit Hilversum. De groep wordt in 1978 opgericht door de heren Ronald Welgemoed, Pim Bilderbeek, Michiel Ten Veen en Minze Koopman. Welgemoed is de songschrijver van de band en hij schrijft puntige new wave-liedjes die de sfeer van de jaren zestig uitademen. En net als plaatjes uit die tijd nauwelijks boven de twee minuten uitkomen.

De Nederlandse tak van Polydor introduceert in 1981 het Egmond-label. Op de achterkant van het fotohoesje van 'Tomorrow' wordt de gehele Egmond-stal gepresenteerd als een ijscoupe. Dorpsstraat De Munck heeft, geloof ik, eveneens een tipsingle gehad. Sandy McGregor, Ann Lynn, Montycoats en zanger Bonito zijn de overige Egmond-'sterren'. 'Tomorrow' kan op een lovende ontvangst rekenen van Muziekkrant Oor, maar dat brengt geen brood op de plank. Dit blad schrijft dat de band een kruising is tussen The Rousers en The Searchers en zit daarmee niet ver uit de buurt. De single wordt tegenwoordig beter gewaardeerd in het buitenland. Ik ben bijvoorbeeld weer eens terecht gekomen op het bereleuke blog van Littlehits. Daar vermeldt iemand in het commentaar dat die altijd dacht aan een niet eerder uitgebrachte opname van The Monkees met Mickey Dolenz op leadzang, terwijl de schrijver van Littlehits The Ramones in herinnering brengt. 'Tomorrow' is een lekker venijnige rocksong dat uit 1966 had kunnen stammen. Toch is lied en productie net even té mooi om te kunnen worden vergeleken met Nederbeat. Rotjoch, samengekomen uit jamsessies in het Hilversumse popcentrum De Tagrijn, maakt kort daarop een elpee: 'Bad Boy'. Het titelnummer is de tweede single van Rotjoch en zowel lang- als kortspeler worden wederom enthousiast onthaald door de media. Het platenkopend publiek ziet het echter niet zitten om de investering te maken, hoe vaak Oor ook schrijft dat het 'té leuk is om te negeren'. Rotjoch maakt opnames voor een tweede elpee, maar die zal nooit verschijnen. Wel resten twee nummers uit die opnamesessies die worden uitgebracht als Rebel, een voortzetting van Rotjoch. De groep bestaat dan naast Welgemoed en Bilderbeek uit bassist Gert Kuiter en drummer Willem Van Der Marel. De single verschijnt op VIP en is, niet verrassend, een commerciële flop. Niet later gooit de groep het bijltje erbij neer.

En zo heb ik toch nog wel een aardig verhaal geschreven over deze zeer leuke, maar zwaar ondergewaardeerde, single. Huidige liefhebbers van new wave en powerpop hebben het plaatje herontdekt en dus zal de groep nooit helemaal in de vergetelheid raken.

vrijdag 4 april 2014

Raddraaien: Elvin Bishop



Volgende week ga ik naar alle verwachting weer verder met Van hit naar her, ik heb nog wel een aantal artiesten/producers op mijn lijstje staan. Toch volgt de serie meestal op een nachtelijke uitzending van Floorfillers, maar vanochtend heb ik een klassieke vinyl-aflevering gehad. Tot zover de techniek het me toe liet, want ik was nog maar net begonnen of de LAN knalt er uit. Het wil me maar niet een nieuw IP-adres toewijzen en dan zit er niks anders op om de dongel er maar in te stoppen. Maar ja? Die kent de computer nog niet en dus moet die eerst geïnstalleerd worden. Al met al lig ik een half uur buiten de 'stream' en dat kost me een paar luisteraars. Als ik even na half twee een voortzetting doe, heb ik nog een keer last van een 'glitch' in de server, waardoor mijn luisteraars opnieuw moeten verversen. Dat kost me bijna mijn laatste luisteraar. Met één en voor een tijdje de radiobaas in de chatroom, doe ik de rest van mijn show. Erg veel seventies' soul gedraaid en dat smaakt naar meer. Doen we nog eens overnieuw! Vandaag een mopje seventies' blues in deze aflevering van Raddraaien: 'Fooled Around And Fell In Love' van Elvin Bishop (1976).

Hoewel de jaren 1967-68 bol staan van de bizarre album-titels, valt me al snel de titel 'The Resurrection Of Pigboy Crabshaw' op van The Paul Butterfield Blues Band. De titel heeft van alles te maken met de gitarist van Butterfield, 'Pigboy Crabshaw' is zijn bijnaam, en die 'wederopstanding' is ook nabij. Het genoemde album is de laatste van Paul Butterfield waarop het scheurijzer wordt gehanteerd door Elvin Bishop, later hetzelfde jaar formeert hij zijn eigen groep. Wie Bishop echter associeert met de zang van 'Fooled Around And Fell In Love' zit compleet mis, want Elvin is beslist minder zoetgevooisd!

Elvin aanvaardt deze incarnatie op 21 oktober 1942. Er zijn mindere plekken op aarde dan Glendale, California, om de zompige baarmoeder te verlaten. Zijn ouders verhuizen graag en veel, want Elvin wordt een grote jongen in Iowa en als tienjarige raakt hij met hen verzeild in Tulsa, Oklahoma. Hij blinkt uit op de lokale highschool en krijgt al snel een beurs aangeboden voor de universiteit in Chicago. Hij studeert daar natuurkunde en na drie jaar in Chicago ontmoet hij harmonica-speler Paul Butterfield. Bishop sluit zich aan bij de band van Butterfield en zal hem tot 1968 vergezellen. The Paul Butterfield Blues Band staat in 1969 op het Woodstock-festival, hun 'Love March' bereikt nog de driedubbelaar van het festival, maar Bishop is dan al niet meer van de partij. Butterfield staat onder contract bij Elektra nog voordat The Doors en The Love het label bekendheid brengen. In 1968 verschijnt zo gezegd 'The Resurrection Of Pigboy Crabshaw' en Bishop verlaat de groep niet veel later.

Hij is eerst nog te horen op het album 'Live Adventures' van Mike Bloomfield & Al Kooper, maar formeert al snel zijn eigen Elvin Bishop Group. Bill Graham is naast concert-promotor ook eigenaar van Fillmore Records, genoemd naar zijn muziekzalen. Later zal Fillmore Records overgaan in Capricorn. The Allman Brothers Band zit in hetzelfde bootje en tijdens een gezamenlijk optreden stapt Bishop het podium op en voert zijn eigen 'Drunken Hearted Boy' uit met de langharige broers. Bishop zal in de daaropvolgende jaren vaker het podium delen met grootheden als Clifton Chenier en John Lee Hooker. Hij speelt gitaar op een album van Bo Diddley en toert in de jaren negentig met B.B. King. Ondanks deze wapenfeiten zijn de successen van Bishop op een hand te tellen. In 1975 verschijnt zijn album 'Struttin' My Stuff'. Het nummer 'Travelin' Shoes' maakt zijn opwachting op de meer progressie FM-rockstations en in Nederland staat 'Sure Feels Good' even in de Tipparade. In 1976 is hij zomaar opeens raak voor Bishop: 'Fooled Around And Fell In Love' bereikt hier een achtste plek in de Top 40. In Amerika brengt het liedje het tot een derde plek, terwijl Engeland met een bescheiden 34e plek achterblijft. Bishop acht zichzelf niet de juiste zanger voor het nummer en hij vraagt één van zijn bandleden. Mickey Thomas toert met Bishop als achtergrondzanger en hij mag zijn stem lenen aan dit prachtige nummer. Thomas zal op grond van deze hit later toetreden tot Jefferson Starship.

'Fooled Around And Fell In Love' wordt een 'standard' in de Amerikaanse blues en country en zal nog een aantal malen in de Amerikaanse hitpuree terugkeren dankzij cover-versies. Na het album 'Hog Heaven' (1978) gaat Capricorn failliet en Bishop is een van de gesigneerde artiesten die het lastig vindt om een geïnteresseerde maatschappij te vinden. Pas in 1981 komt zijn volgende album uit, maar dan volgt een studio-rust van zeven jaar tot 'Big Fun' uit 1988. Bishop blijft echter actief als podium-artiest. In 2000 maakt hij een cd met de roemruchte Little Smokey Smothers, een legende uit de Chicago blues. Het krijgt in 2009 zelfs nog een vervolg. Hoewel ik zijn muziek niet meteen met jazz in verband zou brengen, vindt Oklahoma het in 1998 nodig om hem bij te zetten in de 'Jazz Hall Of Fame'. Zijn ex-vrouw Jenny en dochter Selina worden in augustus 2000 bruut afgeslacht wat hem natuurlijk niet in de kouwe kleren gaat zitten. Er volgt wederom een stilte, maar sinds 2004 heeft Bishop de gitaar weer opgepakt en maakt regelmatig albums en live-dvd's. Zijn meest recente is in 2012 gekozen als 'beste blues-live-registratie'. Het zou leuk zijn als we wisten uit hoeveel kandidaten deze is gekozen...

De prehistorie: 22-26



In mijn feest- en drankperiode viel het me vaak genoeg op: De klap komt twee dagen later. Ik voelde gisterochtend geen centje pijn en had toch wel verwacht dat ik last van de kuiten zou hebben. Ik heb gistermiddag stevig gewerkt en, ja, na afloop voelde ik me wel meer moe dan anders. Vanochtend stond ik echter op als brandhout en dat is de rest van de dag zo gebleven. Geen last van de kuiten, wel knieën die ik niet in een juiste houding kan krijgen. En bovenal lichamelijk gewoon moe. Eén van de laatste 'leukigheden' op Facebook is 'What is the theme-song of your life?'. Niks geen moeilijke tests, gewoon je geboortedatum en het systeem zoekt de Engelse of Amerikaanse nummer 1 ten tijde van je veertiende verjaardag. Engeland bracht mij 'Eternal Flame' van The Bangles, maar die was op 28 april 1989 al stevig op zijn retour. Ik kon de nummer 1 van die dag ook zonder die test wel naar boven halen. Inderdaad, hij staat ook nummer 1 in de Billboard, dus is de test toch nog een beetje geslaagd: 'Like A Prayer' van Madonna. Maar de ultieme single van mijn veertiende verjaardag presenteer ik jullie in De prehistorie. We zijn in maart blijven 'hangen' in oktober 1988, vandaag gaan we middels oktober of november 1988 in één ruk door naar april 1989.

De prehistorie is opgezet omdat ik 17 juni 1989 als officiële start van mijn platencollectie beschouw en dit bijna vijfentwintig jaar is geleden. Ik ben toen 'begonnen' met dertig singles en deze laat ik sinds enige maanden de revue passeren. Vandaag is de onofficiële start van een langere serie: Volgende maand hebben we nog een prehistorie, maar vanaf juni zal ik maandelijks de aankopen van 25 jaar daarvoor belichten. Die serie loopt door tot en met volgend jaar december en dus december 1990. De plaatjes uit 1991 en de eerste maanden van 1992 heb ik in 2011 en 2012 reeds behandeld in '20 Years Ago Today', dus dan is het klokje rond. Vandaag krijgen jullie vijf singles uit de late jaren tachtig.

22. My Girl And Me-Gangway
Sinds broer Henk naar Denemarken is verhuisd, is dit voor het gezin Louwsma de favoriete vakantiebestemming geworden. Of het moet voorkomen, zoals in 1986, dat Henk ons met een bezoekje komt verrassen. Dat jaar gaan we naar Zuid-Limburg. In 1987 pakken we de draad weer op en ik ga tot en met 1993 mee. In 1988 woont Henk nog 'boven' op de boerderij: Een gezamenlijke woonkamer en keuken voor het personeel op de boerderij. Een jaar later zal hij een eigen ruimte krijgen. De zomer van 1988 is ook de overwinning van Oranje op het WK. Henk kijkt met een stel Deense vrienden naar de wedstrijd en is zo dol enthousiast bij het eerste doelpunt dat hij opspringt van de bank en met een plof weer gaat zitten. Krak! Dat was de bank. De herinneringen aan die zomer zijn over het algemeen 'zonnig'. Moeder viert haar vijftigste verjaardag terwijl we in Denemarken zijn. Volgens mijn herinnering zijn we in deze zomer naar het Jesperhus Blomsterpark geweest en toen was het ontzettend warm. 'Thuis' op de boerderij staat Hilversum 1 aan, de enige Nederlandse zender die zich uit de ether laat plukken. In Radio Tour De France hoor ik op een gegeven ogenblik dit nummer van Gangway en ik kan het meteen waarderen. Een paar weken later hoor ik de plaat opnieuw, maar nu in Nederland en bij de KRO. De single dingt mee om 'Speciale Aanbieding' te worden, maar dat is teveel eer. Grappig genoeg blijkt het een Deense groep te zijn. Hoewel 'My Girl And Me' een erg prettige popsong is, doet het vanzelfsprekend helemaal niets op de Nederlandse hitparade. In oktober of november 1988 zie ik een exemplaar liggen bij V&D voor vier-en-een-halve-gulden. Ik geloof dat ik mijn 'spaarpotje' van guldens er nog voor geplunderd heb. Is-ie dat waard geweest? Ik heb de single sinds 1990 niet meer gehoord...

23. Angela-Bee Gees
Het woord 'fancy fair' staat bij mij synoniem aan 'rommelmarkt' en dat komt omdat de rommelmarkten van zowel de Gereformeerde als de Hervormde kerk in Sneek bekend staat als 'de fancy fair'. Er is duidelijk geadverteerd dat deze fancy fair uitsluitend nieuwe producten aanbiedt en verder vooral verlotingen en andere ongein. Toch ga ik op een zaterdagmiddag in maart 1989 naar de Veemarkthal voor deze fancy fair. Een beetje teleurgesteld moet ik vaststellen dat ze niet hebben gelogen. Ik twijfel nog bij een single. Het is René Froger's uitvoering van 'You're A Lady', een uitverkoop-single die vast is aangeboden door een vriendelijke middenstander. Gelukkig besef ik me op tijd dat ik wellicht over 25 jaar een bericht erover moet schrijven en ik ga met lege handen de Veemarkthal uit. Ik dwaal rond door de stad en kom uit bij Looper, dé platenzaak van Sneek. Die heeft een nieuw vakje ingericht: Singles voor een gulden per stuk. Natuurlijk zijn dat uitsluitend platen die zó zijn geflopt dat ze hen aan de straatstenen niet kwijt kunnen. Ik vind er twee 'helden' en een gek plaatje dat ik me nog vaag kan herinneren van een paar jaar daarvoor. De eerste 'held' is de Bee Gees. Het is kwartier-voor-Bee Gees-biografie voor mij, volgens mij heb ik die in april of mei 1989 gelezen. 'Angela' ken ik niet, maar de b-kant wél: 'You Win Again'. Hij moet ietsje anders zijn dan het origineel, maar ik kan maar niet herkennen wat het is. 'Angela' is overigens meer van die zoetsappige lulligheid die de gebroeders Gibb in de jaren tachtig uitkramen, dus uiteindelijk wint de b-kant.

24. Hot Hot Hot-Buster Poindexter & His Banshees Of Blue
Let wel: We hebben het hier over maart 1989! Dit maffe plaatje van Buster Poindexter is aanvankelijk verschenen in 1987. Ik kan de naam van het programma niet voor de geest halen, maar er is in 1987 nóg een muziekprogramma met videoclips naast Toppop (als dat er nog was?) en Countdown. Het is hier dat ik Buster Poindexter als 'tip voor de top' zie. Grappig in de ogen van een twaalfjarige. Anderhalf jaar later kom ik de single tegen voor een gulden en ik koop hem. Op vrijdag 7 juli 1989 viert Veronica-jock Jeroen Van Inkel zijn 28e verjaardag. Tijdens zijn ontbijtshow op de vrijdag van Veronica draait hij een 'feest'-plaatje in de vorm van deze 'Hot Hot Hot' van Buster Poindexter. Van Inkel heeft dan al een behoorlijke naam in de Nederlandse radio en ook hij is in staat om hits te 'maken'. Dit gebeurt in de zomer van 1989 alsnog met 'Hot Hot Hot'. Bij Looper hebben ze als een gek de overgebleven singles uit de gulden-bak gehaald en voor de volle mep aangeboden. Als het nu eens een hele goede plaat was geweest die tot de verbeelding kon spreken, dan had ik nu heel trots gezegd dat ik de plaat had 'ontdekt'. Maar ja...?

25. Free As A Bird-Supertramp
Ik noemde in de vorige aflevering het radioprogramma 'Elpee Pop Special' van de NCRV, waar ik The Moody Blues verder 'ontdekte'. Het programma houdt het vol tot in 1990. Praktisch iedere artiest die in de jaren zeventig actief is en meer dan zes elpees op zijn naam heeft staan, komt voorbij in de serie. Van Leo Kottke, Randy Newman en Roy Buchanan tot aan The Who, King Crimson en Supertramp. Die laatste én de special rondom Manfred Mann's Earth Band heb ik nog opgenomen van de radio. Als radiomaker begrijp ik het beter dan ooit tevoren: Een uurtje is zomaar voorbij en zeker als je album-tracks draait. Het was me al opgevallen bij The Moody Blues, daar ontbrak het album 'Days Of Future Passed' in het overzicht. Puur tijdgebrek... Als je je voorneemt om 'From Now On' van het album 'Even In The Quietest Moments' van Supertramp te draaien, dan weet je ook al snel dat je moet 'beknibbelen' op andere albums. 'Crisis? What Crisis?' komt volgens mij helemaal niet aan bod. Toch begint programmamaker Harro De Jonge met het debuutalbum, 'Indelibly Stamped', en pauzeert vooral lang in 'Crime Of The Century'. De jaren tachtig blijven buiten handbereik. De special heeft genoeg indruk gemaakt om 'Free As A Bird' voor een gulden mee te nemen en... ik heb jaren later nog vaak gezegd: Als ze 'Cannonball' nu hadden vervangen door 'Free As A Bird', dan was 'The Very Best Of Supertramp' van begin tot einde een winnaar geweest. Dit nummer smaakt een kwart eeuw na aanschaf nog altijd! Je kan echter wel de verschillende kwaliteiten draaitafel erin terug horen.

26. Ordinary Lives-Bee Gees
Nu weet ik het zeker! Ik heb dus in april 1989 de biografie van de Bee Gees gelezen. Toen van de bibliotheek geleend (voor een mondelinge presentatie) en later nog eens zelf gekocht. Het boek dateert uit 1979. De gebroeders staan aan de vooravond van de release van het album 'Spirits Having Flown'. Het boek geeft een prachtig overzicht van hun jeugd, het eerste Australische succes, de oversteek naar Engeland, de moeilijke periode met solo-projecten en individuele problemen, de vondst van hun disco-geluid, de top van 'Saturday Night Fever', het dal van 'Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band' en tenslotte de hit 'Tragedy'. Plus een zeer uitvoerige lijst cover-versies achterin het boek. Na het lezen van dit boek, een aanrader, kun je jezelf gerust Bee Gees-kenner noemen. Ik heb zoveel ontzag voor de broers gekregen dat ik zelfs hun huidige werk ga waarderen. Enkele weken voor mijn veertiende verjaardag verschijnt het album 'One' en is 'Ordinary Lives' de eerste single. Dankzij mijn verjaardag maakt de single de overstap van Tipparade naar Top 40, waar het slechts op 23 zal pieken. Het is nog maar het begin van de hobby, want vanaf de zomer van 1989 zal het even een specialisme worden. Later ook met jaren zestig-singles van het trio, zodat ik voor toekomstige berichten weer eens gebruik kan maken van de kleurige hoesjes uit de collectie van Peter. Iets om naar uit te kijken!

woensdag 2 april 2014

ge-Vecht tegen de drank 2014



Hoe ver kan iemand zakken? In eerste instantie was het gewoon pils, maar vanaf mijn achttiende begon ik een smaak te ontwikkelen voor speciaalbiertjes. Hoe donkerder de kleur, des te lekkerder ik ze vond. Enige uitzondering op deze regel was Guinness. In Nederland heb ik bij de folkconcerten in Sneek menig glas tot mij genomen, maar vanaf mijn binnenkomst in Engeland had ik het ineens gehad met de stout. De herfst was de mooiste tijd van het jaar met al de verschillende merken bokbier. Ik probeerde ieder jaar weer het 'lijstje' vol te krijgen. Toch kun je ver zakken, Na vele ambachtelijke speciaalbiertjes en een paar tankauto's vol Hertog Jan je alcoholische loopbaan besluiten met zoiets smerigs als Dommelsch of Bavaria. Eén van de twee was in het voetbalseizoen 2008-2009 sponsor van de eredivisie en had daarvoor de halve liter-blikken in clubtenues gegoten. Ik had in november 2008 twee gekocht van SC Heerenveen, maar omdat ik ze niet voor consumptie had aangeschaft, lagen die bijna een half jaar later nog in een tas op 4 meter afstand van de koelkast. Deze blikjes zijn op 2 april 2009 de laatste twee die ik naar binnen giet. Buiten een bloesemremedie (de bloesem wordt door middel van alcohol 'levendig' gehouden. Het is cognac en ik slik pepermuntjes om de smaak weg te spoelen. Het is vies, maar het werkt enige tijd voor mij), een bonbon in een kersenrood papiertje waar volgens mijn moeder geen drank in zit, een tiramisu van vorig jaar en bloedsinaasappel-ijs bij de Italiaan in Havelte, heb ik nooit weer alcohol tot mij genomen.

Dat was vandaag vijf jaar geleden en dat heb ik gevierd! Met, al bijna een traditie, een ge-Vecht tegen de drank. Ik had hem al een beetje aangekondigd, het was het plan om het stuk(je) van Ommen naar Zwolle nog eens in zijn geheel te doen. Ik heb mazzel gehad dat ik iets van mijn plannen ben afgeweken. Gisteravond kwam plots het idee om vanuit Hardenberg te starten, omdat Hardenberg 'slechts' 42 kilometer is vanaf Nijeveen en Ommen 36 kilometer. Ik vind het stuk tussen Hardenberg en Ommen altijd een feestje en dus trek ik die kilometers erbij. Vanochtend heb ik de kortste route naar Hardenberg laten uitstippelen voor mij en heb notities gemaakt. Dat moest wel duidelijk zijn? Ahum..., bij Zuidwolde zijn we het spoor al bijster. In de verte zie ik de autoweg lopen en ik weet dat ik aan de andere kant moet zijn. Middels het eerstvolgende viaduct steek ik over en kom in het miniatuurdorpje Linde. Even voor Linde pauzeer ik de eerste maal met de thermoskan koffie. Middels een dorpsplattegrond in Linde weet ik zowaar de oorspronkelijke route te herkennen. Ik moet dwars door het schilderachtige buurtschap Vuile Riete om uit te komen op de Linderveldweg. Driehonderd meter verderop staat een paddenstoel die de plannen nog meer in de war zal schoppen. Rechtdoor is het nog twaalf kilometer naar Hardenberg, linksaf veertien naar Gramsbergen. Vooruit, we gaan het Nederlandse stuk Vechtdal fietsen! Door Drogteropslagen kom ik in het eindeloze dorp Lutten. Het is klokslag twaalf uur als ik bij een buurtsuper broodjes en Yogho Yogho haal. Een half uur later ben ik op het kruispunt van Ane waar de Vechtdal overgaat in de Vechtetal. Ik weet van 'het omme(n)tje' (-> 24 september 2012) nog een fraaie picknickplaats in Anerveld en daar neem ik rust met broodjes en zuiveldrank.

Ik ben weer helemaal opgeladen als ik op de fiets stap. De wind is oostelijk, maar daar heb ik doorgaans niet zoveel last van. Hardenberg komt alras in zicht en zelfs in tegengestelde richting fiets ik vrij routinematig naar Mariënberg. Na Junne gebeurt er dan iets merkwaardigs. Moest ik hier altijd de spoorlijn over? Ik ben nooit eerder op dat zandpad geweest. En waarom voelt het alsof ik zuidwaarts fiets? Als ik mijn oorspronkelijke plan had aangehouden om bij Ommen de Vechtdalroute op te pakken, had ik een probleem gehad. Ze hebben de route verlegd en ik had hem vanaf Ommen nóóit gevonden. Feitelijk loopt de route twee kilometer ten zuiden van Ommen. Het spijt me best wel. Die oude route liep zo mooi door het bos en bovendien ben ik liever in het centrum van Ommen dan in het centrum van Hardenberg. Vanaf Giethmen gaat het in een lijn naar Vilsteren. Vanaf dat punt is de route wel weer ongewijzigd en dus kom ik dwars door Dalfsen. Daar haal ik nog iets te drinken en rust even buiten Dalfsen nog even goed. Het is dan inmiddels vier uur geweest en ik lig kilometers voor op mijn planning. Ik had verwacht vroeg op de avond in Zwolle te zijn. Ik zou daar iets gaan eten en dan later, bij nacht, de terugreis aanvaarden. Met de wind in de rug ben ik rond half zes aan de rand van Zwolle. Erg moe of hongerig ben ik niet, bovendien trekt het vooruitzicht om voor donker thuis te kunnen zijn. Ik schakel dus meteen over op de NAP. Daarbij moet ik het pontje van Haerst even ontwijken, want die is vast nog niet in de vaart. Bij de molen in Hasselt drink ik een meegebracht blikje frisdrank en vervolg dan mijn weg. De laatste loodjes wegen het zwaarst, ik kan nu wel merken dat ik moe begin te worden. Bovendien moet ik weer het oosten in en voor mijn gevoel is de wind in kracht toegenomen. Ik neem een grote gok die goed afloopt. Het is de weg die een paar weken geleden nog afgesloten was. Ze hebben een nieuwe brug geplaatst en de weg is nog dicht voor motorisch verkeer, maar de fietsers kunnen er wel overheen. Via Baarlo en Haminge fiets ik Meppel binnen. Bij de Albert Heijn haal ik een bak bami, lekker gemakkelijk voor vanavond, en een pak mergpijpen. Als ik thuiskom en op de telefoon druk om de tijd te lezen, verspringt deze net naar 20.09. Ja hoor... 2009. Kán weer geen toeval zijn. Ik ben elf uur daarvoor vertrokken en volgens de routeplanner heb ik vandaag 150 kilometer gefietst.

En dus maken we het niet laat! Ik heb net gedouched, drink mijn laatste koffie en ga na een paar plaatjes mijn nachtverblijf opzoeken.

dinsdag 1 april 2014

Week Spot: Gil Scott-Heron & Brian Jackson



,,Kun je nagaan, een jaar geleden lag er sneeuw rond deze tijd", hoorde ik gistermiddag iemand verkondigen. Ik reageerde erg ad rem: ,,Dat is niet waar!". Ik schrok zelf ook wel een beetje, want hoe wist ik dat zo zeker? Nou, toen ik er nog eens over nadacht, bleek dat ik toch wel gelijk had. Een jaar geleden was de Paasvakantie. Het was toen nog buitengewoon winters, 's nachts rond het vriespunt en overdag slechts een paar graden in de plus. Behalve de winterjas maakten ook muts en handschoenen overuren. Ik zou toen Paasmaandag gaan fietsen. Met de trein naar Oldenzaal en dan van Schüttorf de Vecht volgen naar Darfeld en daarna schuin oversteken naar Enschede en weer op de trein terug. Op Paasmaandag mistte ik net de trein en moest daardoor een uur wachten. Bovendien wilde de kaartautomaat mijn pasje niet slikken en wilde de restauratie geen geld wisselen voor de automaat. Kortom: Maar weer naar huis. Die middag beloof ik Kerwin dat ik mijn oude mixertje zal langsbrengen en doe dat vroeg op de avond. Op de terugweg vanuit Steenwijk ga ik, voor de verandering, eens over de Gasthuisdijk. Het is daar als ik opeens 'The Bottle' hoor. Een grote glimlach. Als die nu morgen eens voorbij komt op de mp3-speler, hoe mooi zou dat zijn? Op de dag dat Gil Scott-Heron 65 jaar zou zijn geworden, presenteer ik jullie de Week Spot die veel met morgen heeft te maken: 'The Bottle' van Gil Scott-Heron & Brian Jackson (1974).

Dinsdag 2 april heb ik echter wel een 'ge-Vecht tegen de drank' geleverd, ook al was dat meer een gevecht tegen de weersomstandigheden. Ik heb wederom de afstand Oldenzaal-Schüttorf onderschat en doe dat later nog bij het stuk van Schüttorf naar Wettringen. Halverwege is wel duidelijk dat ik het eindpunt niet ga halen en fiets vanaf Metelen weer terug naar Enschede. De mp3-speler heeft vanaf vertrek uit Nijeveen tot achter in Metelen constant gedraaid. Ik weet nog dat 'The Snake' van Al Wilson tot vervelens toe op de herhaling ging, maar ook dat mijn liefde ten opzichte van 'The Magic Touch' van Melba Moore hier is gegroeid. Bij thuiskomst in Nijeveen hoor ik 'Questions' van Pat Stallworth en dat nummer zal vooral synoniem blijven aan de tocht. Helaas is 'The Bottle' die dag niet voorbij gekomen, maar ik had de maandagavond al wel besloten dat ik toch maar eens een exemplaar van deze single moest scoren.

Gil Scott-Heron wordt op 1 april 1949 geboren in Chicago als zoon van de Jamaicaanse voetballer Gil 'The Black Arrow' Heron. In de jaren vijftig is hij de eerste kleurling die voor Glasgow speelt. Zijn moeder, Bobbie Scott-Heron, is operazangeres. Het echtpaar gaan uit elkaar als Gil nog maar een kind is en hij wordt grootgebracht door grootmoeder Lillie Scott in Jackson, Tennessee. Als Gil twaalf is, sterft oma en keert hij terug bij zijn moeder. Hun woonplaats is dan The Bronx. Hij gaat studeren aan de 'eenvoudige' DeWitt Clinton High School, maar door zijn hoge cijfers op de Engelse taal wordt hij overgeplaatst naar de prestigieuze Fieldston School. Als enige zwarte wordt Gil buitengesloten door mede-studenten en krijgt zelfs te maken met discriminatie door leraren. Het maakt hem 'hard'. ,,Hoe zou jij je voelen als je de metro uitkomt en je ziet een medestudent voorbij rijden in een limousine", is een vraag die Gil van de examencommissie krijgt. Zijn antwoord kenmerkt zijn latere liedjes-stijl: ,,Precies zoals jullie je zullen voelen, want jullie hebben evenmin een limousine. Hoe zouden jullie je voelen?". Hij stroomt door naar Lincoln University in Pennsylvania en daar ontmoet hij al snel Brian Jackson. Samen met hem formeert hij de groep Black & Blues. Na twee jaar op Lincoln neemt hij een jaar vrij om twee boeken te schrijven: 'The Vulture' en 'The Nigger Factory'. In 1969 speelt de Harlem-uitvoering van de groep The Last Poets op de universiteit en dat inspireert Scott-Heron om zijn teksten aan muziek te koppelen.

In 1970 verschijnt Scott-Heron's debuutalbum 'Small Talk At 125th And Lenox' via het kleine platenlabel The Flying Dutchman. Bob Thiele, uitbater van de zaak, produceert het album waarop Scott-Heron vooral 'spoken word performances' doet. De teksten worden ondersteund door vooral percussie-instrumenten. Scott-Heron bedankt op de hoes zijn inspiratiebronnen en dit zijn vooral protestzangers, lieden uit de Black Power-beweging en enkele jazz- en blues-zangers en zangeressen. Scott-Heron heeft zichzelf ooit beschreven als een 'bluesologist': Een wetenschapper die de kern van de blues probeert te raken. Scott-Heron is een beeldend observator en voorziet menig sociaal 'issue' van een commentaar. De albums 'Pieces Of A Man' (1971) en 'Winter In America' (1974) zijn Scott-Heron's meesterwerken. Hierop wordt meer gemusiceerd en neigen de songs naar een jazzrock/fusion-achtige benadering. Scott-Heron is geenszins een zanger: Hij demonstreert een vroege vorm van 'rappen' of vertelt het verhaal. 'The Bottle' valt duidelijk in de laatste categorie. Het is echter een uniek, uit duizenden herkenbaar, geluid dat de volgende generaties blijft inspireren. Scott-Heron speelt de Würlitzer-piano, maar Brian Jackson hoort minstens zoveel krediet te krijgen voor zijn heerlijke losse spel op de dwarsfluit. Bassist is Danny Bowens en Bob Adams is de drummer. 'The Bottle' wordt slechts in een handvol landen uitgebracht als single, de illustratie die ik heb gebruikt is van de zeldzame Franse persing. De single in mijn koffers is de Soul Brother-heruitgave uit 2010.

Het werk van Gil Scott-Heron is onmisbaar in de ontwikkeling van de Amerikaanse hiphop en daarvoor krijgt hij nog dagelijks eer toegezwaaid. Hij is zelf slechts een paar maal in de buurt geweest van het succes. Zo neemt hij in 1978 de single 'Angel Dust' op, dat het tot een vijftiende plek brengt in de Amerikaanse rhythm & blues-hitparade. Hij is tevens een van de meewerkende artiesten aan het No Nukes-project in 1979 en zijn 'We Almost Lost Detroit' staat op het dubbelalbum met hoogtepunten van het concert. Hij brengt regelmatig werk uit, maar vooral in het begin van 21e eeuw is er iets anders dat hem in opspraak brengt. Scott-Heron wordt een paar keer gepakt met drugs en moet daarvoor 'brommen'. Terwijl zijn laatste straf tot 2009 duurt, wordt hij in 2007 vervroegd vrijgelaten. Dan is namelijk gebleken dat Scott-Heron besmet is met het HIV-virus. In de laatste jaren treedt hij weer geregeld op en brengt in 2010 nog een nieuw album met origineel werk. Hij komt in mei 2011 een beetje verkouden terug van een Europese tournee en even later wordt hij met griep opgenomen in het ziekenhuis. Daar overlijdt hij op 27 mei 2011. Toch is bijna drie jaar later zijn doodsoorzaak nog altijd een mysterie en al die tijd gaat de strijd over zijn nalatenschap ook door. In januari 2012 verschijnt nog wel zijn boek met memoires, 'The Last Holiday', waaraan hij jaren heeft gewerkt.

Overigens was ik een week geleden niet goed uitgeslapen. Het viel me vanavond pas op dat ik in de kop van The Invitations 'Schijf van 5' had geschreven in plaats van 'Week Spot'. Ik denk dat als ik dit nu zou gaan veranderen, dat Blogger automatisch de datum aanpast, dus laat ik het maar staan...