zaterdag 7 december 2013

Blauwe Bak Top 100: 100-91



Half zes vanmiddag. Ik zat nog even na te 'schudden' van twee explosieve uren Do The 45 toen opeens de bel ging. Kerwin uit Steenwijk met een pakje in zijn hand. Was voor mij bezorgd in De Buze. Ik liet hem binnen en scheurde de envelop open. Een cd met nogal metal-achtige letters op het hoesje. ,,Zal vast bestemd zijn voor mijn metalminnende naamgenoot in De Buze", denk ik nog, maar zie dan dat het begeleidende briefje een Sinterklaas-gedicht is. Wat blijkt? Het cd-tje is van Remnant, de restanten van wat ooit Horrible Dying was. En jawel... Soul-xotica wordt ook in het gedicht genoemd, alsmede het betonpaaltje op de Waterpoort in Sneek en het gebit dat 24 uur in een bloemperk nabij Terwispel heeft gelegen (en dus niet, zoals in het gedicht, onder de bar van het café). Erg leuk!!! Ik heb nog niet de kans gehad om de cd te beluisteren, maar zal dat zeker morgen eens doen! Zo hebben we wel een hele vreemde inleiding op de Blauwe Bak Top 100, maar morgen maar weer eens proberen...

100 I Know What I Want-Little Milton (US, Checker 1194, 1968)
Dit plaatje heeft vandaag maar liefst tweemaal de revue gepasseerd op Wolfman Radio. Eerst vanmiddag in Do The 45 als onderdeel van de zes nieuw binnengekomen singles en vanavond nog eens in het nieuwe programma-onderdeel 'Dear Diary'. Ik heb daarin verteld over de cd van Remnant, maar ook over het samenstellen van deze Top 100. Ik had eigenlijk een paar uit de onderste twintig willen draaien, maar kon plotseling alleen deze maar herinneren. Ik ga deze kant van Little Milton steeds meer waarderen: Over drie maanden had die misschien wel in de Top 50 gestaan. Zoals ik gisteren al schreef, is er in deze lijst geen 'bubbling under' aanwezig. Het knalt meteen binnen en het blijft knallen. Op naar de volgende 99!

99 Make A Good Thing Better-The Flirtations (UK, Racetrack 1001, 2013)
Dit is een erg pijnlijk verhaal geworden. Begin dit jaar met groot bombarie gelanceerd als de hagelnieuwe single van The Flirtations en ik heb de plaat ook als dusdanig gepromoot in Do The 45. Dan gaan de weken voorbij en komt steeds meer informatie vrij. Nieuw? Niet bepaald. Beide kanten zijn al twee jaar geleden opgenomen en intussen op cd verschenen. De vinyl-single is nieuw. Toch kondigt deze kant (overigens als 'My Way Or The Highway' op het label) voor mij de zomer aan, ook al laat deze in werkelijkheid erg lang op zich wachten. En het zorgt voor een kleine opleving in mijn interesse voor The Flirtations. We komen de groep nog eens tegen in deze Top 100.

98 From Head To Toe-Chris Clark (US, Motown M-1114, 1967)
Soul? Dat is toch Motown? Hoewel ik in deze eerste aflevering meteen een Motown te pakken heb, is dat het niet waar het om draait bij mij. We komen ze dan ook niet vaak tegen in deze lijst. Chris Clark is een eigen dimensie binnen Motown. Met haar platinablonde haar was ze het antwoord van Motown op Dusty Springfield. Haar geluid is echter wel 'zwart' en daarmee valt ze niet uit de toon met andere zangeressen op het label. Toch proeft het publiek het verschil en laat de platen van Chris Clark links liggen. Enerzijds spijtig, maar aan de andere kant: Dan had ze wellicht niet in deze Top 100 gestaan. De overige Motown-hits zijn in de 'bubbling under' blijven steken.

97 That's The Way It Is-Eddie & Ernie (US, Eastern 602, 1964)
Ik verwacht er niet veel van als ik deze in september bij Minstrel uit de bak vis, maar na een korte beluistering ben ik wel overtuigd van het liedje. Bij thuiskomst blijkt dat-ie ook nog aardig gewild is in de 'scene' en is daarmee een van de leukere aanwinsten uit die partij. Andre Williams, Ben E. King en Millie Jackson hebben de lijst niet gehaald, maar Eddie & Ernie dus wel!

96 Ain't My Stuff Good Enough-The Mirettes (US, Zea 50002, 1971)
Vorig jaar stond in het teken van Barbara & Brenda, maar daarvan ben ik niet meer iets tegen gekomen wat leuk én goedkoop was. Ik ben nog altijd op zoek naar 'Never Love A Robin', maar die is nooit betaalbaar. Begin dit jaar dreigde het even het jaar te worden van The Debonaires, maar na twee weken in het nieuwe jaar had ik de enige uit mijn collectie binnen en daarna niks meer. Sinds de zomer mag ik stellen dat 2013 het jaar is geworden van The Mirettes. Ik lust alles van ze en het goede nieuws is dat er nog voldoende leuke singles zijn van het gezelschap en dat deze relatief goedkoop zijn. Die hobby zet zich dus in 2014 voort. Dan hoop ik 'Take Me For A Little While' en 'In The Midnight Hour' voor goedkoop uit Amerika te halen. En er zijn natuurlijk ook nog een paar begin jaren zeventig-singles zoals deze. Onder de meidengroepen vind ik The Mirettes een klasse apart!

95 Love Me Just A Little-Patti Labelle & The Bluebells (US, Trip TX-400, 1962, re: 1971)
Ik zei het eerder al: Deze lijst heeft geen 'bubbling under' binnen de honderd. Neem nou deze van Patti Labelle & The Bluebells. Een plaatje waarvoor je me wakker kan maken, waar ik altijd goede luim van krijg en dan toch relatief laag? We zullen de schuld geven aan de kwaliteit in de Top 94, want aan het liedje ligt het hem niet. Okay, wellicht meer 'girlgroup' uit de nadagen dan dat er echt sprake is van Northern Soul, maar ik heb nog geen protesten ontvangen.

94 I Can't Get You Off Of My Mind-Larry Santos (NL, Casablanca NG 726, 1975)
In Kev Roberts' Northern Soul Top 500 staat Santos op 500 met 'You Got Me Where You Want Me', een gezellige dijenkletser uit de jaren zestig. Ik heb deze helaas (nog) niet, maar kocht afgelopen maart wel deze latere single van Santos. Het is vooral dit b-kantje dat me erg goed smaakt. Ook weer een gevalletje van Teddy Randazzo-magie, want hij schreef het liedje samen met zijn partner Victoria Pike. Santos maakt er een midtempo 'smooth soul'-feestje van.

93 All Of It-The Gems (US, Chess 13543, 1964)
Vanmiddag nog gedraaid, maar de officiële a-kant. En dat is... een kerstnummer. 'Love For Christmas' heet-ie dan en is gelardeerd met kerstbelletjes. Eigenlijk nét ietsje leuker dan deze 'kale' 'All Of It', maar ik zal me beheersen. De leadzangeres van The Gems kennen we allemaal van dat vrouwtje met die piepstem in de voliére: Minnie Riperton. Ze houdt bij The Gems echter de glazen wél heel. Of deze zouden moeten sneuvelen onder het gestamp van dit monstertje!

92 Girl Watcher-The O'Kaysions (US, ABC 11094, 1968)
Bij The O'Kaysions geldt hetzelfde als 'Nobody But Me' van The Human Beinz: Het plaatje is overal een klassieker, behalve in de popmuziek. Zowel in sferen van de Mods, garagerock, Northern Soul als de popcorn is dit een garantie voor een volle dansvloer. Toch kunnen we wachten tot we een ons wegen, maar deze perfecte 'Girl Watcher' zal nimmer in de Top 2000 komen. Hij staat nu wel in de Blauwe Bak Top 100, die erkenning heeft-ie in ieder geval gehad!

91 The Night-Frankie Valli & The Four Seasons (NL, Rare Earth 5C 006-93966, 1972)
Hoewel Vee-Jay aanvankelijk probeerde om de groep weg te zetten als 'niets-zeggend bubblegum-groepje', maakte The Four Seasons in 1966 een gigantische ommezwaai. De Bobs Gaudio en Crewe lieten horen dat Lennon en McCartney iets hadden te vrezen. Van psychedelica tot de perfecte pop- en rock-muziek, waar The Four Seasons nog een pluspuntje hebben: Fraaie harmoniezang en de typische zang van Frankie Valli. Hoewel, die is van 1966 tot en met 1971 even druk met zijn solo-carriére, maar keert voor 'The Night' terug op het nest. Voor Northern-begrippen een vrij lang plaatje, maar het laat zich lezen als een moderne symfonie. Van dat kenmerkende bas-intro tot smaakvol gebruik van 'phasing', het wekt geen verbazing dat de groep tien jaar na hits als 'Sherry' en 'Big Girls Don't Cry' alsnog een contract bij Motown krijgt.

vrijdag 6 december 2013

Blauwe Bak Top 100: het startschot



Veertigduizend-en-dertig. Het is dus gelukt in de afgelopen 48 uur! Ik heb zojuist de laatste hand gelegd aan de Blauwe Bak Top 100, opnieuw weer een 'crime' waaraan je jezelf niet wilt blootstellen. Waarom doe je het dan? Tja, een 'hitlijst' samenstellen is al jaren een soort van fetish, maar in het geval van de Blauwe Bak Top 100 is het zelfkastijding. Ik geef vanzelfsprekend alleen mijn geld uit aan plaatjes die ik écht goed vind, dus daar is nauwelijks een hitparade uit samen te stellen. Toch is het me weer gelukt en gaan we morgen van start met de single die vooraan staat op de foto: 'I Know What I Want' van Little Milton. 'I know what I want', inderdaad, en dat honderdmaal.

Twee jaar geleden publiceerde ik een Blauwe Bak Top 40, dat lijstje was toen in een paar vrije uurtjes gepiept. Ik denk dat ik in dat jaar ook ongeveer vijftig soul-singles had gekocht, dus dat was niet zo moeilijk. Toch stond er ook een elpee-track tussen en eentje die ik op dat moment nog niet had per post had ontvangen. Vorig jaar introduceerde ik de Top 100 en ik zal niet zeggen dat daar slechte nummers tussen zaten, maar toch heb ik het gevoel dat toen een 'bubbling under' zichtbaar was in de lijst. Dat is nu allerminst het geval: Bij honderd is het ook meteen raak! Ik had een lijst van 230 liedjes, daartussen zaten ook meerdere 'double-siders', dus dat zegt nog niks over het aantal singles. Het zal toch niet ver uit de buurt liggen, denk ik zo? Er staat slechts één puur popnummer in, die heb ik halverwege de lijst geplant. Qua gevoel mag deze hoger, maar daar staat tegenover dat een andere 'gevoelsplaat' de Top 100 net niet heeft gehaald. Vooruit! Die 'misser' is 'Solid' van Ashford & Simpson, het pure popnummer dat ergens in de vijftig staat is 'Midnight Blue' van Wendy Alleyne. Over de verdere top zeg ik niks, de nummer 1 is wel een favoriet gebleken in mijn radio-shows en ook hier op Soul-xotica, maar is niet de plaat waar ik van tevoren vanuit was gegaan. Met andere woorden: Pat Stallworth staat eens niet op de eerste plek. Waarmee de Blauwe Bak Top 100 een stuk minder voorspelbaar is dan de Top 2000!

Morgen trap ik af met de nummers 100 tot en met 91, waarna jullie zondag de nummers 90 tot en met 81 krijgen.

woensdag 4 december 2013

Raddraaien: Glenn Miller



Nogmaals: Ik ga er geen groot feest om houden, maar Soul-xotica gaat de komende 48 uur over de 40.000 pagina-weergaven heen. Omdat ik morgen niet ga publiceren (daarvoor heb ik gisteren twee berichten geschreven) vanwege mijn Floorfillers-show, wil ik het nu toch even noemen. Beetje een vreemde dag vandaag. Normaal gesproken ben ik op woensdag vrij en neemt de voorbereiding van mijn shows van het komend weekend een vast onderdeel in. Ik heb echter vanmiddag ingevallen voor een collega, waardoor ik pas vanavond laat op stoom kwam met de speellijst van Floorfillers. Dat moest op het laatst 'van dik hout zaagt men planken' met 12 inch-mixen van zeven tot negen minuten, maar het levert evenwel een aardige lijst op. Vandaag vervolg ik het Raddraaien, de tweede aflevering in de zesde serie. Het onderwerp zou over Glenn Miller moeten gaan, maar liever zet ik de schijnwerpers op beide composities. Deze Duitse single is overigens in 1957 verschenen. 'In The Mood' staat op de ene kant, Miller's andere miljoenen-hit 'Moonlight Serenade' op de andere.

'In The Mood' zal voor altijd verbonden blijven aan Glenn Miller, terwijl nadien duizenden anderen hun duit in het zakje hebben gedaan. De meest opvallende en, in mijn geval, de meest begerenswaardige versie is afkomstig van Ferranti Mark I. Nee, dat is geen 'hij' of 'zij', maar een computer. De Manchester Ferranti is in 1951 de eerste computer die een medley speelt van liedjes en 'In The Mood' is daar eentje van. De BBC moet nog ergens de opnames hebben, maar het heeft het vinyl niet gehaald. Als Glenn Miller in 1939 zijn definitieve versie opneemt, heeft het deuntje al een geschiedenis van zichzelf. Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: Het origineel van 'In The Mood' is niet bepaald afkomstig van de melkfles-witte Miller.

Het zal geen verrassing zijn dat zo'n big band-standard zijn wortelen heeft in de zwarte cultuur en dat het pas een hit is geworden toen het door een blanke werd opgenomen. Dat is namelijk het geval met tientallen liedjes. Neem bijvoorbeeld het gevalletje LaVern Baker versus Georgia Gibbs van gisteren. Wikipedia, nooit zaligmakend, draait weer eens heerlijk om de brij heen en dus ga ik mijn heil zoeken bij iemand die het móet weten. Ik heb het dan niet over die clown in De Wereld Draait Door die keihard een boekwerk loopt te citeren, maar de schrijver van dat boek: Arnold Rypens. Als deze Belgische historicus niet het antwoord weet, bestaat er waarschijnlijk geen antwoord. Welnu, Rypens is ook niet helemaal zeker van zijn zaak, maar noemt op zijn minst een titel als origineel waar geen enkele andere mee op de proppen komt. We hebben het dan ook over een origineel uit 1925: 'Clarinet Getaway'. Nee, het nummer klinkt niet identiek aan Miller's 'In The Mood', maar de melodie is hiervan afkomstig. Jimmy O'Bryant's Washboard Wonders neemt het in 1925 op voor Paramount, de melodie leeft in 1929 voort in 'Tar Paper Stomp'. Wingy Manone neemt het stuk tweemaal op, voor een andere maatschappij gebruikt hij de naam Barbecue Joe & His Hot Dogs. Fletcher Henderson (1931) en Don Redman (1932) verwerken het deuntje verder tot 'Hot'n'Anxious', maar in 1935 worden de contouren van 'In The Mood' heel erg duidelijk. 'There's Rhythm In Harlem' van Mills Blue Rhythm Band is de oer-versie van 'In The Mood' zoals we dat van Miller kennen. Saxofonist Joe Garland wordt vanaf dat moment genoemd als de componist van 'In The Mood', maar het deuntje is dan reeds tien jaar oud. Edgar Hayes introduceert de titel 'In The Mood' en zet het in 1938 als eerste op de plaat. Een jaar later gevolgd door Glenn Miller en de rest is geschiedenis...

Op de keerzijde van Miller's single uit 1957 staat 'Moonlight Serenade'. Een nummer dat dankzij zijn vertolking vooral bekend is als instrumentaal stuk, maar toch werkelijk is geschreven als een lied met een tekst. In 1935 schrijft Miller de muziek voor 'Now I Lay Me Down To Weep' met tekstschrijver Eddie Heyman. Het stuk ontwikkelt zich gaandeweg en krijgt steeds een andere tekst. George Simon schrijft de tekst 'Gone With The Dawn' en dan verschijnt Mitchell Parish ten tonele. Hij schrijft de tekst 'The Wind In The Trees' op de bestaande muziek van Miller. Als muziekuitgever Robbins Music het stuk koopt, wordt het 'Moonlight Serenade' gedoopt. Miller is op dat moment in de weer met een cover-versie van 'Sunrise Serenade' en 'Moonlight Serenade' vormt daarbij een mooi koppel. Miller demonstreert op 'Moonlight Serenade' zijn speelwijze, welke hij heeft geleerd van Joseph Schillinger. De Schillinger-techniek is dan een begrip, maar zal sinds de jaren veertig vaak ten onrechte de Glenn Miller-techniek worden genoemd. Nadat 'Moonlight Serenade' als instrumentaal een grote hit is geworden, schrijft Parish terstond een nieuwe tekst met dezelfde titel.

dinsdag 3 december 2013

Week Spot: LaVern Baker



Toen ik zojuist de zes singles toevoegde aan de lijst die morgen kortgewiekt wordt tot een Blauwe Bak Top 100, viel mijn oog ineens op deze van LaVern Baker. Daar ligt een voornemen dat ik nog niet in een daad had omgezet. Het kiezen van de Week Spot gaat toch wat minder willekeurig als dat misschien gedacht wordt. Ik probeer een evenwicht te houden: Mannelijk/vrouwelijk, jaren zestig/jaren zeventig en later, klassiekertje/obscuur en bovenal pure Northern Soul/iets dat in de buurt komt. Bovendien zat LaVern's achternaam in de weg, want ik wilde haar al Week Spot hebben rond de tijd van Yvonne Baker, maar vond dat té flauw. Zie daar: De single is ruim een half jaar in mijn bezit en had al lang eens Week Spot kunnen zijn, maar is het tot op de dag van heden niet geworden. Dus doen we het hierbij. De Week Spot van week 49 heet 'Bumble Bee' en is van LaVern Baker (1960).

Ik hoor de naam LaVern Baker voor het eerst vallen bij Henk Westbroek, als ik me niet vergis. Het was, hoe dan ook, het programma ná de Steen En Been-show bij de Vara op de dinsdag. Een show voor de fijnproevers, of het nu met (toen) hedendaagse Madchester had te maken of stokoude rhythm & blues. Ik leerde toen in dat programma dat LaVern Baker-plaatjes praktisch onvindbaar zijn. Ik heb dat lange tijd geloofd, want ik ben in de jaren erop noot een exemplaar tegengekomen. Met de aanschaf van de Rare Record Price Guide in 1997 (het was de editie van 1995, maar dat terzijde) wordt dit andermaal bevestigd, want de singles staan voor tientallen tot honderden ponden genoteerd. Is het werkelijk zo gesteld met plaatjes van LaVern Baker? Nee, de Price Guide geeft een vertekend beeld. In Engeland is de 78-toeren-plaat tot 1959 gemeengoed gebleven, dus 45-toeren-singles uit de jaren 1954 tot en met 1958 zijn steevast meer geld waard dan de bakelieten plaat. Bovendien heeft de Price Guide het over Engelse persingen. Die zijn al helemaal schaars en vooral als het komt tot die 'vroege jaren'. Baker's platen op de Amerikaanse Atlantic zijn over het algemeen goed voor handen en met een beetje opletten, hoeven ze niet heel duur te zijn.

Nadat ik 'It's Got To Be A Great Song' van The Tiffanies in de lijst heb zien staan bij de bevriende handelaar in Chicago, doe ik nog wat extra boodschappen om de koninklijke verzendkosten iets te drukken. LaVern Baker spreekt me in eerste instantie niet heel erg aan, maar... die titel! Is dat dezelfde als die ik ken van The Searchers? Ik start het fragmentje op de site en mijn vermoeden word bij de eerste toon bevestigd. Dan luister ik verder. Die idioot rauwe stem van Baker, het speelse gebruik van de percussie, dat ongegeneerd 'harde' geluid en... de mooie staat van de single. Ik bied mee en haal hem op mijn dooie gemak binnen voor de startprijs.

Delores LaVern Baker wordt op 11 november 1929 geboren in Chicago. Over haar jeugd is weinig bekend, wel weten we dat LaVern reeds op jonge leeftijd een 'volwassen vrouw' moet zijn. Net als bij zoveel jonge bruiden is haar eerste huwelijk evenmin gebaseerd op geluk. Ze is enige tijd getrouwd met Eugene Williams en wordt als artiest aangeduid als Delores Williams. In de archieven van RCA Victor staat ze opgeslagen als D.L. McMurley, maar er is weinig bekend over een geliefde met de naam McMurley. Wel is LaVern een nicht van de blues-zangeres Merline Johnson en zou ze verre familie zijn van Memphis Minnie. Als zeventienjarige begint LaVern met optredens, maar nog niet onder haar eigen naam. In Club DeLisa staat ze bekend als Little Miss Sharecropper. In 1949 doet ze een plaatopname onder die naam, in 1951 maakt ze bij Okeh een andere onder de naam Bea Baker. In 1952 wordt ze de zangeres in de band van Todd Rhodes en neemt ze de naam LaVern Baker aan. Een jaar later staat ze echt als solo-artiest in de studio. 'Soul On Fire' is haar eerste plaatje voor Atlantic, de maatschappij die ze een decennium lang trouw zal blijven. In 1955 heeft ze haar eerste hit met 'Tweedle Dee'. Hoewel de single het tot nummer vier schopt in de rhythm & blues-lijst, komt het in de Billboard niet verder dan nummer 14. De schuld hiervan ligt bij Congress Records, dat Georgia Gibbs een regelrechte kopie laat opnemen, welke tegelijk met Baker op nummer 1 staat. Baker spant een rechtzaak aan tegen Congress, waar ze bot vangt, en smeekt even later de maatschappij om te stoppen met dergelijke praktijken. 'Bop-Ting-A-Ling', 'That's Fair' en 'All I Need' zijn geheide krakers in de rhythm & blues-lijsten, maar de Billboard is te hoog gegrepen voor deze opvolgers. 'Still' haalt in begin 1956 nog het randje van de Hot 100, maar dan is het daar: De grote erkenning!

'Jim Dandy' is hét plaatje dat voor altijd verbonden zal blijven aan LaVern Baker. Het bereikt een zeventiende plek op de Hot 100 en krijgt in het volgende jaar zelfs nog een vervolg als 'Jim Dandy Got Married', maar een grote hit wordt het niet. Dat gebeurt pas in 1958 met 'I Cried A Tear', nu ook een top tien-notering in de poplijsten. Nadien halen alleen 'I Waited Too Long' (1959), 'Bumble Bee' (1960) en 'See See Rider' (1962) de top vijftig en ook in de rhythm & blues-lijst doet Baker het niet meer heel erg goed. Onvoorstelbaar in een geval als 'Bumble Bee', maar die heeft niet eens de rhythm & blues gehaald, enkel een nummertje 46 in de Billboard. Dit nummer zal toch niet onopgemerkt blijven in Engeland: In 1965 scoort The Searchers een hit met het liedje. Haar laatste album voor Atlantic is in 1964 een eerbetoon aan Bessie Smith, daarna tekent ze bij Brunswick. In 1966 neemt ze het duet 'Think Twice' op met Jackie Wilson. Niet eens, maar driemaal. De meest 'nette' haalt de Billboard, maar wordt nauwelijks gedraaid op de radio. De meest extreme staat anno 2013 nog steeds op de zwarte lijst. Het taalgebruik tussen de beide 'partners' is dermate heftig dat menig gangster-rap een kinderrijmpje wordt. In 1968 treedt Baker op voor de soldaten in Vietnam en loopt daarbij een ernstige ziekte op. Terwijl ze op de Filipijnen bijkomt in een ziekenhuis van het Amerikaanse leger, dient haar toenmalige echtgenoot een verzoek tot scheiding in. Opeens is er geen drang meer om terug te gaan naar Amerika en na haar herstel neemt ze plaats als 'entertainment director' en blijft 22 jaar in die functie. In 1988 maakt ze haar opwachting bij het veertigjarig jubileum van Atlantic en dat resulteert in een kleine opleving in haar plaatopnames.

Het is ongetwijfeld ook rond dezelfde tijd dat ik Baker hoor bij de Vara. Ze draagt liedjes bij aan enkele soundtracks en pas in 1991 verschijnt de eerste cd met haar oude opnames. In dat jaar is Baker de tweede vrouwelijke solist die een plaats krijgt in de Rock & Roll Hall Of Fame, nadat Aretha Franklin drie jaar eerder die eer te beurt viel. In 1992 en 1994 maakt LaVern Baker haar laatste twee albums. Door diabetes zijn haar benen geamputeerd, maar ze treedt in die laatste twee jaar nog steeds op. Ze overlijdt op 10 maart 1997. In eerste instantie wordt geen grafsteen geplaatst, dit is pas op 4 mei 2008 een feit nadat lokale historici genoeg geld hebben ingezameld. De film moet nog steeds gemaakt worden, afgaande op dit verhaal moest dat wel gaan lukken?

Singles round-up: december 1



Ai! Net te laat... Ik dacht twee weken geleden nog even aan mijn Duitse maat. Ik moest maar weer eens op zijn site gaan kijken. Vanmiddag kreeg ik een mailing van hem, hij heeft de hele handel op Ebay staan. Jorg heeft een gruwelijke hekel aan Paypal en daar had ik mijn voordeel mee kunnen doen. Hij heeft wederom topspul erbij staan en sommigen (die pas zondag aflopen) zijn nu ook al goed voor topprijzen! Ik hoop dat ik nog een of twee kan meepikken bij hem. Verder dreigt december een stille maand te worden met de platenaankopen, maar aan de vooravond van de samenstelling van de Blauwe Bak Top 100 kan ik gerust stellen dat het goed is gegaan in de laatste 12 maanden. De volgende singles heb ik vorige week maandag gekocht van een FB-vriend in Engeland en zijn vanmiddag gearriveerd. En... bij hem ga ik vaker boodschappen doen!

Raymond Lefevre was een beetje een vreemde instap bij Marcus. Hij had die single op het zeer ongebruikelijke 'Ex-' geschat, dat wordt vaker gedaan als 'VG++' of gewoon 'VG+'. De single oogt nieuw, maar heeft toch wel wat last van 'distortion' in de dynamische delen. Eigenlijk toch meer een 'VG-' of een 'G'. Toch ontstond er een heel leuk contact met Marcus en een paar weken geleden bood hij mij een aantal singles aan. Uit eerste hand, voordat hij ze zou uitventen op een platenbeurs. Vorige week vulde hij het lijstje aan. Opvallend veel 'G-', maar... de prijzen zijn er ook naar. Een combinatie van koopjes jagen en toch maar even gokken met een paar. En de gokken van vorige week zijn erg goed uitgevallen!

* Jimmy Hughes- I'm A Man Of Action (US, Fame, 1966)
'Een paar hoorbare kraakjes'. Je moet heel goed opletten en anders mis je ze. Deze plaat zou bij menig handelaar een 'VG+' zijn geweest, maar is bij Marcus een 'G' en hoeft derhalve niet meer op te brengen dan een zuinige twee pond. Een 'G' staat voor 'Good', maar dat is niet heel erg 'good' voor een plaat, het is de laagste conditie waarbij de plaat nog steeds zonder over te slaan naar het einde van het label beweegt. De krassen bemoeilijken het wel. Welnu, Jimmy Hughes is 'schoon' van 'distortion' en is van nature hard genoeg om de krasjes tot achtergrondgeluid te reduceren. Het is misschien wel de beste die je kan tegenkomen. Deze gok is dus goed uitgevallen!

* The Jaynetts- Sally Go Round The Roses (US, Tuff, 1963)
Dit is de enige waar Marcus en ik het nog even over moeten hebben. Hij schreef me dat die deze dubbel had en dat hij het beste exemplaar voor mij zou uitkiezen. Ik denk dat hij hem visueel heeft geschat, want deze plaat klinkt brandhout. Desondanks was die niet duur en als hij het andere exemplaar nog heeft, durf ik die gok wel aan.

* Little Milton- I Know What I Want (US, Checker, 1968)
Ik heb Little Milton zelf altijd meer met blues geassocieerd dan met soul. Rhythm & blues is wat dat betreft een rekbaar begrip. Bij beluistering van deze plaat valt dat op. De b-kant heet 'You Mean Everything To Me' en is een blues-stamper, maar 'I Know What I Want' is zo'n typisch lekker Chicago-ding uit 1968. Een fraai gestileerd liedje dat vooral stampt, net als het werk van Etta James en Sugar Pie DeSanto.

* The O'Kaysions- Girl Watcher (US, ABC, 1968)
Zo'n plaat die al heel lang op mijn verlanglijstje staat, maar die ik steeds vergat te kopen. Mijn geduld is beloond, want Marcus is niet bepaald duur met deze (drie pond) en het verkeert in een prachtige staat. Eigenlijk meer Mod dan Northern Soul en vandaar dat ik hem heel vaak niet tegenkwam, maar toch ook een liedje dat iedereen lijkt te (her)kennen, net zoiets als 'Nobody But Me' van The Human Beinz.

* Joe Tex- C.C. Rider (US, Dial, 1967)
Marcus heeft nog twee van Dial-originals van Joe Tex en ze hebben allemaal dezelfde gradatie en mini-prijs. Als die nu net zo goed zijn als deze 'C.C. Rider', moest ik ze toch nog maar even bestellen. Okay, een beetje geschreven op het label en onder het licht ziet het styreen er schrikwekkend uit. Haarlijntjes bij de vleet, maar dat geeft met styreen immers niet. De plaat klinkt hard en zuiver en dat is waar het hem om gaat. En als we het over 'C.C. Rider' gaan hebben, Marcus had ook nog Lavern Baker's versie die ook niet heel hoog werd ingeschat. Ik denk dat ik in december nog eens boodschappen bij hem ga doen! Nu is deze 'C.C. Rider' een speciaal geval: Joe Tex heeft eigenlijk het origineel als inspiratie gebruikt voor een nieuw nummer met een afwijkende tekst. Joe Tex is een van de weinige Atlantic-artiesten waarvoor je mij midden in de nacht kan wakker maken, dus zulke plaatjes doen het altijd goed in mijn Blauwe Bak.

* Little Stevie Wonder- Fingertips (UK, Oriole, 1963)
De duurste van de zes en nog steeds maar vijf pond. Marcus is zelf verzamelaar van rock'n'roll en rockabilly maar omdat zijn vriendin van soul-muziek houdt, neemt hij die ook vaak mee. Zij heeft de eerste keuze en ik de tweede, daar komt het nu ongeveer op neer. Een goudeerlijke verzamelaar, iemand die ook spuugt op 'puristen' en zelf eveneens tevreden is met een betaalbare heruitgave, en een hele leuke kerel in de communicatie. Hij mag dan zelf niet veel op hebben met soul en zwarte rhythm & blues, hij weet wel wat hij in handen houdt. Toch heb ik even getwijfeld bij deze. Ik heb zelf sinds jaar en dag de Motown Yesteryears-uitgave en die draai ik niet bepaald grijs. Maar toch... zo'n originele Engelse Oriole... Is toch eigenlijk best grappig. De koop is gesloten en sinds zaterdag heb ik het bijpassende Oriole-hoesje op de kop getikt. Nou ja, degene in de foto is het meest tijd-eigen, maar dat is van dat dunne 'pakpapier' dat na 50 jaar grotendeels is vergaan. Hij zit nu in de labelhoes van omstreeks 1960, dat is steviger papier. De plaat klinkt opperbest en ik verbaas me er weer over dat ik zelfs na 22 jaar nog steeds kippenvel krijg bij het horen van 'Fingertips Part II'. Wat een feestje!

maandag 2 december 2013

Singles round-up: november 2



De verwachte singles uit Engeland doen het in het gewone tempo, die zullen morgen of woensdag wel binnen druppelen. Je raakt soms een beetje verwend. De vorige keer dat ik van deze verkoper kocht, was de single ('Soul Coaxing' van Raymond Lefevre) binnen een paar dagen over. Nu gaat het echter om een aantal singles en is er sprake van een pakket, dus dan is een week tot 9 dagen vanuit Engeland acceptabel. Zodra deze platen binnenkomen, volgt een tweede Singles round-up, voor de datum noemen we die dan 'december 1', maar deze mogen nog mee in de Blauwe Bak Top 100. Dan nu de drie singles van Ebay van vorige week en een stapel van de Meppeler kringloopwinkels.

Ik was voor dit afgelopen weekend al een beetje ambitieus. Eigenlijk al de week ervoor, maar toen was ik even 'vergeten' dat ik nog één 'The Vinyl Countdown' op zondag had te gaan. Het KNMI bleef aardig weer, voor de tijd van het jaar, voorspellen voor gisteren en dus moest er gefietst worden. Dat is er toch niet van gekomen, omdat ik momenteel recht heb om een beetje op de centen te zitten. Bij de fietstocht zat ook een treinritje inbegrepen, dus vandaar dat het over ging. Zaterdag was ik vroeg wakker en zag nog wel even tijd om naar Meppel te fietsen voor de kringloopwinkels. Tot mijn grote vreugde heeft De Kring weer enkele binnen, nadat die een maand geleden de volledige voorraad heeft weggekieperd. De 'oude' kringloopwinkel heeft voor driekwart de partij staan waar ik al doorheen ben geweest, maar zowaar weer een exotische soundtrack-single plus twee singles die ik uit het Hitdossier ken en die héél erg leuk blijken te zijn. Dit is de vangst:

* Joe Bataan- Rap O Clap O (NL, Salsoul, 1979)
* B.F.I.- Why Not Jazz (NL, Bounce, 1992)
* Duncan Browne- The Wild Places (NL, Logo, 1978)
* Gap Band- Oops Up Side Your Head (NL, Mercury, 1980)
* Jermaine Jackson- Let's Get Serious (US, Motown, 1980)
* Los Diablos- Un Rayo De Sol (Spanje, Odeon, 1970)
* Montevideo- Ode To Linda (NL, Pink Elephant, 1972)
* Phil Tate & His Orchestra- Falling In Love Again (UK, Oriole, 1960)
* Phil Tate & His Orchestra- Never On Sunday (UK, Oriole, 1960)
* Gary Toms Empire- 7 6 5 4 3 2 1 (NL, Epic, 1975)
* Maurice Vander & Orchestra- A Man And A Woman (NL, United Artists, 1967)

B.F.I. is eentje die ik was 'vergeten', maar waar ik goede associaties mee heb. Dat blijkt, want ik vind hem 21 jaar later nog steeds bereleuk! Duncan Browne is tijdelijk totdat ik een beter exemplaar heb gevonden. Gap Band was vorig jaar al eens een mysterie voor mij, maar nu weet ik het zeker: Dit nummer is in 1979 uitgebracht als b-kant van 'Who Do You Call', maar dan met de titel 'I Don't Believe You Want To Get Up And Dance'. Los Diablos en Montevideo zijn de aangename verrassingen. Vooral de laatste is onverwacht goed, een beetje Focus-achtig maar dan zonder fluit. De Phil Tate's hebben te maken met het Oriole-hoesje van de ene, in de verwachte partij uit Engeland zit namelijk een Oriole waarvoor ik dit hoesje in gedachten heb. Maurice Vander is de soundtrack-verrassing, een aantrekkelijke versie van 'Un Homme Et Une Femme' van Francis Lai. Gary Toms Empire mag in de reserve-Blauwe Bak, maar is niet wereldschokkend.

* Derek & Ray- Interplay (UK, RCA Victor, 1967, re: 1976)
Hoewel ik de Engelse aanwinsten ook in alfabetische volgorde doe, is de aankoop precies andersom. Deze van Derek & Ray is het 'kassakoopje'. Voor de niet-ingewijdenen: 'Interplay' is een gezellig instrumentaaltje met een hoofdrol voor de klavecimbel. Als je met beide benen in de Northern Soul staat móet je hem kennen, maar of je hem dan wilt kennen is een tweede. Het nummer wordt door evenveel geliefd als gehaat en daar tussenin zit een categorie die de plaat dood negeert. Tja, het is één van die deuntjes die niets heeft te maken met 'soul' en toch door velen als Northern Soul wordt beschouwd. Het is een compromis met de dansers, die het in de jaren zeventig niet meer zoveel kan schelen. Zij willen alleen maar uitgedaagd worden op de dansvloer, vlotte nummers met ritme-wisselingen. Als zij het voor het zeggen hadden, werden ook alleen maar instrumentale nummers gedraaid. Zie hier de voedingsbodem van 'Interplay', een plaatje dat bij mij niet veel mocht kosten en voor drie pond heb ik hem in een absolute nieuwstaat. Overigens staat 'God Knows' van Mike McDonald op de andere kant. En Mike McDonald kennen we allemaal beter als Michael McDonald van The Doobie Brothers. 'God Knows' is een matig nummer uit 1970, alleen leuk vanwege de 'celeb-link'.

* Bobbi Lynn- Earthquake (UK, Bell, 1968, re: 1972)
Middels 'Bobbi Lynn' als zoekopdracht op Ebay kwam ik bij deze verkoper terecht. Ik keek even bij zijn overige handel en zag Jerry Williams als een 'buy-it-now' en heb die eerst vastgelegd. Bobbi Lynn liep af op zondag en Derek & Ray op maandag. De jaren zeventig-bootleg van 'Just Like The Weather' van Nolan Chance ging een beetje boven de pet. De platen blijken in een uitzonderlijke kwaliteit, deze van Bobbi Lynn is zelfs helemaal nieuw! Het lijkt erop alsof het zijn eigen collectie is, want hij heeft bij de heruitgaven en de bootlegs de 'nieuwe' verschijningsjaren staan. Dat 'Earthquake' in 1972 opnieuw was geperst, wist ik inmiddels. Vaak zijn Northern Soul-klassiekers en met name bootlegs uit de jaren zeventig zwaar afgedraaid, maar bij deze man had ik graag wat meer boodschappen gedaan. En... bootlegs niets waard? Er zaten reeds enkele rond de veertig a vijftig pond!

* Jerry Williams- What Do You Plan To Do About It (US, Calla, 1966)
'US original'. Tja, ik geloof de man op zijn woord en eigenlijk maakt het ook niet heel veel verschil voor mij, maar toch is het frappant dat alle andere uitgaven van deze plaat 'Little Jerry Williams' als artiest hebben. Ik zou ook met beide benen erin zijn getuind, want hij lijkt helemaal echt en is geen styreen. Dat is wel een grappig detail: Omdat veel Amerikaanse soul-platen in de jaren zestig op styreen werden geperst, deden de bootleggers in de jaren zeventig dat ook. Niet wetende dat ze styreen-persingen maakten van platen die alleen maar op vinyl waren verschenen. Jerry Williams is natuurlijk niemand minder dan mijn Grote Held Swamp Dogg en omdat we hem binnenkort als Week Spot hebben, hou ik het hier kort.

zondag 1 december 2013

Schijf van 5: de van Beethoven



De laatste Schijf van 5 van dit jaar. Vanaf volgende week presenteer ik jullie de aftelling van de Blauwe Bak Top 100. Ik verwacht morgen of dinsdag nog een vrachtje singles uit Engeland, heb gisteren een paar bij de kringloopwinkel gekocht en kreeg afgelopen week drie nieuwe aanwinsten binnen. Dat gaan morgen en dinsdag (als de Engelsen er dan zijn) twee resterende 'Single round-ups' van november worden en dan kan ik me schrap zetten voor het samenstellen. Dat gaat pijnlijk worden, ik heb op dit moment al ruim 230 kandidaten, dus er zal flink gesnoeid worden. Afijn, het eerste resultaat kunnen jullie volgend weekend verwachten. Ik kondigde vorige week zondag een 'creatieve' Beethoven-schijf aan, maar heb me toch maar beperkt tot vijf liedjes met de vijfde symphonie erin verwerkt. De 'namedropping' kunnen we altijd bewaren voor een toekomstige Schijf.

De voorwaarde moest zijn dat het intro van de vijfde symphonie van Beethoven in het stuk is verwerkt. 'Roll Over Beethoven' had sowieso niet in een Schijf over Beethoven mogen ontbreken. Als ik het algemeen had gehouden, had Chuck Berry in deze Schijf gestaan. Mijn excuses naar fans van dat kwartet uit Liverpool, maar de uitvoering van The Beatles is me net iets teveel 'van dik hout zaagt men planken'. Hij klinkt een stukje moderner dan Berry's oer-versie, maar vult niks aan op het origineel. De enige met de vijfde in het intro is dan die van Electric Light Orchestra, maar in het overzicht van favoriete uitvoeringen scoort die het laagste. Omdat het 'ta-ta-ta-taaa' erin moest zitten, staat Electric Light Orchestra vandaag op vijf met 'Roll Over Beethoven' (1973).

Jaren geleden hoorde ik eens 'Learnalilgivinanlovin' van Gotye en was meteen helemaal weg van het nummer. Het heeft jarenlang op zijn Nokia gestaan en is in dat kader, geloof ik, ook nog 'Telefoontoppertje' geweest. Toen leerde het grote publiek Gotye kennen middels 'Somebody That I Used To Know' kennen en vervolgens is die plaat niet van de radio te branden. Gevolg: Je wordt helemaal horensdol van die Gotye en weigert zelfs nog te luisteren naar het veel betere 'Learnalilgivinanlovin'. Gotye doet niet mee in deze Schijf, maar Robin Thicke wel en dat is van eenzelfde laken. 'When I Get You Alone' mag dan op vijf in de Mega Top 100 hebben gestaan, maar aanvankelijk is het succes eenmalig en iedereen is Thicke al lang en breed weer vergeten als ik nog steeds na geniet van het nummer. Tot de zomer van 2013. Robin Thicke is terug, met een beetje help van Pharrell Williams, en het liedje heet 'Blurred Lines'. Ik heb al vanaf het eerste moment een bloedhekel aan het nummer, er zit een gilletje in dat me mateloos irriteert. Maar we zullen het weten! Inmiddels is 'Blurred Lines' na een half jaar de Top 40 uit, maar Sky Radio doet nog net alsof we hem nog nooit hebben gehoord. Dit kost 'When I Get You Alone' punten in deze Schijf van 5, anders had-ie hoger gestaan dan de instrumentale versie waarop die is gebaseerd. Robin Thicke staat op vier met 'When I Get You Alone' (2002).

De sample die Robin Thicke gebruikt, werd drie jaar eerder al door A+ gebruikt en is afkomstig van Walter Murphy & The Big Apple Band. Murphy is een multi-instrumentalist die in 1974 'iets nieuws' probeert: Het combineren van klassieke muziek met de actuele discomuziek. Bij Private Stock hebben ze daar wel zin in, nadat hij een rondje langs afwijzende platenmaatschappijen heeft gedaan. Hoewel Murphy alle instrumenten voor zijn rekening heeft genomen, suggereert de platenmaatschappij dat een bandnaam beter werkt. Dat wordt The Big Apple Band, maar de plaat is kwalijk uit of ze ontdekken dat er reeds een Big Apple Band bestaat. Murphy maakt daarna alleen nog platen onder zijn eigen naam, maar buiten de soundtrack van E.T. om blijft 'A Fifth Of Beethoven' (1976) zijn grootste hit. Hij staat op drie in deze Schijf.

De vijfde van Beethoven en geen Ekseption is onmogelijk. Ik moet ook bekennen dat ik het eigenlijk een van de betere versies vind. Dat zegt nog meer over hoe pompeus zo'n Schijf over de vijfde in werkelijkheid is. Toch moet gezegd worden dat Ekseption iets leuks doet met 'The Fifth', het band-gedeelte is enigszins jazzy en dat is op zichzelf best een prestatie. Toch nog een beetje chauvinisme in deze laatste Schijf van het jaar: 'The Fifth' van Ekseption (1969) staat op 2.

Volgende week ga ik dus snoeien in de kandidaten voor de Blauwe Bak Top 100 en dat wordt geen 'makkie'. Ik heb inmiddels 230 kandidaten, waar ik gemakkelijk vijftig 'niet zo heel belangrijke' aanwinsten van kan weg strepen, maar in die laatste 150 gaat de meeste pijn en smart zitten. Ik durf echter mijn hand ervoor in het vuur te steken dat The Tiffanies de Top 100 helemaal gaan halen, dus die komen we deze maand nog eens tegen. Hij mag vandaag op 1, maar dat is in de Top 100 te hoog gegrepen. Top 40 met een beetje mazzel...? 'It's Got To Be A Great Song' van The Tiffanies (1967) staat vandaag op 1.

Het thema van de eerste Schijf van het nieuwe jaar kondig ik ter zijner tijd wel aan.