zaterdag 8 december 2012

Blauwe Bak Top 100 van 2012: 80-71


80. I’m Satisfied-The San Remo Golden Strings (Ric Tic RT-108, 1966)
Dat gebeurt niet heel vaak, dat we een podcast beginnen met een instrumentaaltje. En gebeurt het evenmin vaak dat ik meteen aan het begin al een voldaan gevoel heb. Vandaag mag het eens ongegeneerd, want omdat we van 80 naar nummer 61 gaan, kunnen we dus niet om ‘I’m Satisfied’ van The San Remo Golden Strings heen. De groep maakt welgeteld drie singles en een elpee. Oorspronkelijk opgenomen voor het kleine Ric Tic-label, maar in 1967 uitgebracht op het Gordy-label. Dit is evenwel de originele persing op het Ric Tic-label, dat vooral onder de Mods een cultimago heeft. Plaatjes als deze van The San Remo Golden Strings zijn toch wat te algemeen verkrijgbaar om een echte topprijs op te brengen…

79. Hit The Road Jack-Helen Reddy (Jazz Classics JAZZCLASS 45001, 1972, re: 2009)
Deze kwam vorige week al even ter sprake, bij het verhaaltje over Salena Jones. Moet ik meteen ook even verklaren: Per single is in principe maar één kant kandidaat geworden voor de Top 100 met uitzondering van platen met op elke kant een andere artiest, zoals in het geval van deze Jazz Classics-single. Zowel ‘Right Now’ van Salena Jones als ‘Hit The Road Jack’ van Helen Reddy staan genoteerd. Helen Reddy… Een beetje een gezapige naam uit de Amerikaanse middle-of-the-road die met haar covers nooit heel ver weg was van The Carpenters en Andy Williams. Toch heeft ook zij een uitschieter en dat is deze ‘Hit The Road Jack’. Oorspronkelijk opgenomen in 1972 heeft deze 37 jaar later terecht een plekje gekregen op deze single. Hoewel het voor mij echt de reden was hem te kopen, heeft Salena Jones toch een steviger plek in mijn set opgenomen. Helen Reddy is wat dat betreft meer ‘voor de leuk’.

78. I Should Have Known Better-Mary Wells (20th Century 619, 1965)
Ik draai in maart als ‘voorprogramma’ voor een Beatles-tributeband en het is in de week vooraf dat ik kennis neem van Mary Wells’ uitvoering van ‘Please Please Me’. Een te kort tijdsbestek om de single te bestellen. Drie maanden later kom ik hem een stuk voordeliger tegen op Ebay van een Franse handelaar. Die heeft de nummers helemaal compleet op zijn website staan en daar ontwikkel ik langzamerhand een voorliefde voor deze kant. Mary Wells is dan net bij Motown weg en de plaat ademt meer jazz en bigband dan Motown. Het had een gigantische hit moeten worden, maar Wells is niet zomaar bij Motown vertrokken. Er was geharrewar geweest over royalties. Dan blijkt andermaal hoe machtig Berry Gordy anno 1965 is. Zijn smeergeld om de plaat niet te draaien, is vele malen hoger dan de ‘payola’ van 20th Century om de plaat wél te draaien. Gordy zal het truukje later nog eens herhalen bij Kim Weston. Die komen we verderop in de lijst tegen.

77. Stand By Your Man-Candi Staton (Capitol 5C 006-80588 M, 1971)
Dit is in feite een herhaling van het verhaal dat ik vorige week heb gedaan bij MFSB, want ook deze plaat kwam mee uit Uffelte. Een aangename verrassing, want ik heb eigenlijk altijd al een hekel gehad aan de versie van Tammy Wynette. En dan maakt Candi er haar eigen zuidelijke feestje van. Natuurlijk is de tekst schrikwekkend. Alle strijd voor emancipatie en gelijke rechten ten spijt, de dames horen in de keuken en hebben maar te slikken dat hun man zo nu en dan een avontuurtje erop na houdt. Je blijft naar de omgeving glimlachen alsof er niks aan de hand is en je dol bent op je man, want ja, hij is immers ook maar een man… Tammy had boter op haar hoofd, want die had haar spaarkaart aan echtscheidingen al lang vol!

76. The Slow Fizz-The Sapphires (Probe PRO 609, 1966, re: 1973)
Het verhaal is wel vaker gedaan. Hoewel ik sinds een jaar echt helemaal de Northern ben ingedoken, heb ik meerdere momenten gehad dat de Northern Soul mijn leven binnen kwam denderen. Het jaar 2008 bijvoorbeeld. In maart koop ik bij Beute, de Electronic Partner in Steenwijk, een dubbel-cd met afzichtelijk ‘artwork’, maar met een tracklisting om van te watertanden: The Mod Collection. Veelal opnames uit de archieven van Pye en Immediate, maar niet het doorsnee-spul. Hier zijn echt een paar kenners aan te pas gekomen. Er staan ook een paar Northern Soul-dingen tussen. Hoewel ‘The Slow Fizz’ oorspronkelijk van 1966 is, wordt dit nummer pas in 1973 ontdekt en erkend in de Britse Northern Soul-beweging. De originela ABC-Paramount is in eerste instantie in de demo-toestand blijven hangen, pas in 1973 krijgt de plaat een Engelse ‘release’. Dit plaatje, samen met ‘Real Thing’ van Kim D., zorgt na The Flirtations in 2004 ervoor dat ik opnieuw een stukje dieper de Northern in ga, maar ik blijf desondanks tot dit jaar flink aan het oppervlak. Toch mocht deze ‘The Slow Fizz’ alleen al vanuit dit historische perspectief niet in mijn verzameling ontbreken. Ik mocht daarbij flink kritisch zijn, want de markt is overspoeld met deze 1973-persingen.

75. Condition Red-The Goodees (H.I.P. HIA 8005, 1968)
Bij de samenstelling van deze Top 100 moest ik wel eens streng zijn en eerst een hele boel platen eruit filteren. Zo gingen alle platen die ik voor 2012 had, maar die ik in dit jaar heb vervangen, eruit. Dus geen ‘Nothing But A Heartache’ van The Flirtations of ‘Rescue Me’ van Fontella Bass in deze Top 100. Ook moesten een aantal niet-Northern-zijnde platen het ontgelden. Dan is deze van The Goodees een heel moeilijk geval. Eigenlijk is het ‘bubblegum’, een late meidengroep die twee jaar later doodleuk ‘The Leader Of The Pack’ op de hak neemt. Toch is het ritme dermate stuwend dat ik me kan voorstellen dat er op een Northern dansvloer best op gezwierd kan worden en dus mocht-ie!

74. The Name Game-Shirley Ellis (Kapp CG 230, 1965)
Ik ben best een beetje perfectionistisch met mijn podcasts. Natuurlijk ‘rommel’ ik maar wat aan (mijn eigen mening), alleen ligt mijn kwaliteitsverwachting heel hoog, waardoor het vaak bovengemiddeld is voor menigeen. Ik heb nog nooit klachten ontvangen, integendeel zelfs! Over die allereerste Engelstalige podcast met Northern Soul-platen was ik zelf totaal niet tevreden, maar de Engelsen lustten er meteen wel pap van! In het begin van de Nederlandse Soul-x-rated was ik geregeld niet tevreden en deed dan de hele podcast overnieuw. Nu had ik net ‘The Name Game’ van Shirley Ellis gekocht en wilde ik ‘het spelletje’ spelen. Wat heel onwennig begon, daar was ik met de tweede opname al een stuk beter voorbereid. Inmiddels kan ik dat stomme spel dromen! Ik heb hem misschien wat te vaak gehoord in de laatste maanden, waardoor die in deze Top 100 niet heel erg hoog scoort, maar… als je hem dan weer op zet…

73. Janice-Skip Mahoney (Soul no cat.no., 1980, re: 2011)
Eén van de andere twee platen die ik samen met ‘Do I Love You’ van Frank Wilson kocht. Beide platen zijn pure bootlegs, die desondanks aan de lopende band worden aangeboden op Ebay. Is een bootleg illegaal? Ja, uit het oogpunt van artiest, songschrijver en platenmaatschappij wél. Zij hebben namelijk geen toestemming gegeven voor de uitgave. Toch is een bootleg niet een goedkope manier om aan muziek te komen. Bootlegs worden gekocht door ‘echte fans’ en verzamelaars die, bij gebrek aan beter, zichzelf tevreden stellen met zo’n ‘witte plaat’ en er soms ook grof voor moeten betalen. ‘Janice’ is in 1980 onder Salsoul verschenen als 12”-single met een tijdsduur van ruim zeven minuten. Deze bootleg is een slordig geknipte ‘edit’ van drie minuten. Hoewel deze schril afsteekt bij andere Northern Soul-platen, zit deze van Skip Mahoney de rest van de dag in mijn hoofd. En dat is geen straf! Overigens staat ‘Have Some Everybody’ van The Flaming Emeralds op de andere zijde, ook zo’n ‘nieuwe’ Northern Soul-plaat uit de late jaren zeventig.

72. Puttin’ Game Down-Luther Ingram (Stax STAX 142, 1969)
Waarom zo laag? Dat vraag ik me tijdens de opname van de podcast af. Het is bij deze single een heidens karwei geweest om de juiste kant te kiezen, want ‘My Honey And Me’ past immers veel beter in het idioom. Hoewel die kant ook net weer een beetje meer favoriet aan het worden was, heb ik toch besloten tot ‘Puttin’ Game Down’, gewoon omdat die in de zomer mijn favoriete kant was. Dat die meer funk is dan ‘My Honey And Me’ zal hem ongetwijfeld punten hebben gekost. Of hebben we hier al te maken met een nummer dat de ‘bijbelstatus’ heeft bereikt?

71. Playin’ Hide And Seek-Eddie Regan (ABC 4221, 1966, re: 1974)
Twee voor de prijs van één? Ja, er zitten voldoende ‘double-siders’ tussen mijn Northern Soul-platen. In het geval van Luther Ingram was het niet eenvoudig om één kant uit te kiezen en dan zijn er ook nog de heruitgaven met op elke kant een andere artiest. Toen ik voor het eerst Beverley Ann in de bus kreeg en een stukje van Roy Hamilton op de b-kant beluisterde, vond ik dat niet wat. Nu was het afgelopen week de Week Spot. Eddie Regan is een voorbeeld van een plaat waarvan ik meteen beide kanten goed vond. Ik kocht hem eigenlijk vanwege ‘Big Thing’ van The Sapphires, die we morgen in de lijst en op de podcast tegenkomen, maar ook deze kant heeft zijn plek in mijn set veroverd!

vrijdag 7 december 2012

Eindstreep (en andere tijdelijke verschijnselen)


Dit wordt toch wel een beetje een gedenkwaardig bericht. Het laatste 'normale' bericht beneden de duizend, want morgen en zondag krijgen jullie het vervolg van de Blauwe Bak Top 100. Maandag is het dan zover: Het duizendste bericht. Hoewel ik een ruime maand geleden bijna alle maandagen heb geïnventariseerd (waaruit ik een top 20 zou samenstellen), kostte me dat karwei drie uren. Met het werk van de overige zes dagen in het vooruitzicht plus dat de eerste vangst van maandag al verschrikkelijk moeilijk ging worden, heb ik dat maar uit mijn hoofd gezet. Vanavond kreeg ik ineens het lumineus idee, maar ja... daar kom ik wel een beetje laat mee. Ik had natuurlijk ook alle tijdelijke rubrieken elk een 'reprise' kunnen geven. Vanavond zou dan de beurt zijn aan een Telefoontoppertje, volgende week nog eens een haatdraaier, voor de lol een 'zilveren' kleur bekennen, maar nee... Er zitten een aantal rubrieken bij die ik niet meer na de duizend wil hebben, een aantal waar ik helemaal klaar mee ben. Om ze toch nog even een beetje in de schijnwerpers te zetten, heb ik tot bericht besloten.

De geschiedschrijving van Soul-xotica bewaar ik tot maandag. Eerst was Soul-xotica behoorlijke stuurloos, maar na verloop van tijd doken de eerste vaste dingen op. Neem nou de Eindstreep. Ik ben altijd dol geweest op lijstjes en had van januari 2005 tot en met februari 2009 een maandelijkse Top 100. Ik dacht in het begin van de Eindstreep dat ik na een maand publiceren wel een top tien kon samenstellen. Dat ging snel vervelen en een jaar later heb ik het opnieuw geprobeerd, nu met de platen die ik een jaar ervoor had behandeld. Met name de serie 20 Years Ago Today maakte dat steeds moeilijker. Zo'n top 10 moest namelijk mijn maand in muziek uitbeelden en de 20YAT's kregen op een bepaald ogenblik de overhand. Na tweemaal een valse start publiceerde ik vorig jaar december de laatste Eindstreep. Buiten de Blauwe Bak Top 40/100 om houd ik me niet meer bezig met lijsten en de vraag is ook of ik met de Blauwe Bak Top 40 doorga. Ik heb immers niet meer zoveel te besteden als een jaar geleden, dus kan het verloop in de lijst over drie maanden wel eens gering zijn.

In augustus en september 2010 stond ik uitgebreid stil bij de hersenschudding van een jaar ervoor en de cd-woede die dat ongeluk oplaaide. De hersenschuddingschijven waren enkele zondagen een vast ritueel totdat deze 'op' waren. Toen was het oktober 2010 en 'de vaste prik' op de zondag was erg goed bevallen. Op een zondagochtend draaide ik het album 'Blue' van Joni Mitchell en dat inspireerde me tot 'kleur bekennen'. Iedere week een top drie van platen met een kleur in de titel. Ik heb ze bijna allemaal gehad, van wit tot roze en van blauw tot oranje. Tegen het eind van 2010 raakten de kleuren op en bedacht toen de Schijf van 5. Deze gaat in januari zijn derde jaar in en de thema's zijn nog lang niet opgedroogd. Eind 2010 zag eveneens een héle korte rubriek: Haatdraaien. Het was even leuk om een paar ogenschijnlijke popklassiekers met de grond gelijk te walsen, maar toch koos ik ervoor om liever mijn passie voor bepaalde muziek te delen dan de zoveelste Blogspot-ouwehoer te worden. En toch... de meest gehate plaat moest toch nog eens voorbij komen: 'Paradise By The Dashboard Light' van Meat Loaf.

Dan zijn er twee rubrieken die lang geleden op een pauze-stand zijn gekomen, maar waarmee ik nog niet klaar ben. De 'vergeten nieuw gekochte platen' moest na de verhuizing naar Nijeveen een vervolg krijgen. Regelmatig houd ik bijvoorbeeld de twee elpees van Six Organs Of Admittance in handen, maar heb nog niet de moed verzameld om ze weer eens te draaien. Zo zijn er nog een aantal van die elpees waarvan het best te begrijpen is dat ze 'vergeten' zijn. Parallel daaraan is 'Sideburner's Blast From The Past'. Nee, wees gerust, we laten 'de redactie' fijn achterwege, maar zo nu en dan nog zo'n garagerock-favoriet van Sideburner blijft wel terugkomen. Als ik nu weer eens die 10"-elpee van The Waistcoats kon terugvinden... En zo zijn er, geloof ik, nog wel een paar 'Blasts' die we nog niet hebben behandeld.

Het Telefoontoppertje is mét de Nokia N95 tragisch overleden. Ik heb de ruim 300 nummers nog steeds op een geheugenkaart en met het idee voor een toekomstige Wolfman-show heb ik die recent weer eens bekeken. Tja, de vele Marissa Nadler-dingen doen me een beetje pijn aan de ogen, maar de 'liefde' was nog daar toen de telefoon stuk ging. Maar verder... 'White Unicorn' van Wolfmother... Tijdens die drie jaar ging er zelden 48 uur voorbij of ik hoorde dat nummer niet. Nu heb ik hem al ruim een jaar niet meer gehoord. En ook daar staan beslist pareltjes tussen die nog eens een bericht verdienen. Of daarmee het Telefoontoppertje gereanimeerd wordt, is maar de vraag.

Tot slot: Vergeet niet morgen (zaterdagmiddag) om twee uur in te schakelen op wolfmanradio.co.uk. Hoewel het elk moment eens 'live' kan gebeuren, bedien ik me morgen nog van een podcast en het is één van mijn allerbeste programma's ooit! Zoals deze klinkt, hoort mijn show te zijn.

donderdag 6 december 2012

Slee-juhrrr (nog eens...)


Als alles goed gaat, en ik zit daar niet over in, dan publiceer ik maandag het duizendste bericht. Waarom maandag? Tja, ik heb wel even in de verleiding gestaan om het duizendste bericht op woensdag te laten vallen: 12-12-12, maar tegelijk wil ik evenveel publiceren als dat de maand december aan dagen heeft en dat zou ervoor zorgen dat ik twee of drie berichten moet inhalen. Dus maar niet gedaan... We lopen nu even een bericht achter, maar die komt tegen het einde van het jaar wel op. Zo aan het einde van een jaar heb ik opeens erg veel te vertellen. Ik had een paar maanden geleden nog aan een feestweek gedacht, maar toen kwam Wolfman Radio om de hoek kijken en is het er bij gebleven. Vandaag toch een hele kleine herhalingsoefening. Vorig jaar publiceerde ik op 12 oktober een Telefoontoppertje met deze band in de volgspots, maar toen met name vanwege 'Rainin' Blood'. De aanleiding van dit bericht is dat het 'ons' is gelukt: Slayer komt in de Top 2000 van niets binnen op nummer 199 met 'Angel Of Death'.

Lammert is een buurjongen die net twee of drie jaar ouder is. Het moet rond 1989 zijn geweest, bij de schommels op het trapveldje. Lammert heeft een walkman bij zich. Hij heeft oorverdovende metal op de cassettebandjes staan, iets wat wij niet kennen. Alsof we ons eerste sigaretje roken, mogen we om de beurt even de koptelefoon op en luisteren we naar de harde gitaarmuziek met de onheilspellende teksten. Ik weet zeker dat het Helloween geweest moet zijn ('Keeper Of The Seven Keys Part One'), maar volgens mij had hij ook een bandje van Slayer bij zich. Lammert zal later trouwens de bassist worden in onze deathmetalband Horrible Dying. Tijdens het eerste optreden op vrijdag de dertiende januari in 1995 spelen we ook een cover van 'Season In The Abyss' van Slayer, die niet zo vlekkeloos uit de verf komt als dat we gehoopt hadden.

Even voor Horrible Dying is er al 'T Hokje, onze 'zuipkeet' en ook dat cassettebandje dat nog in de laatste Schijf van 5 voorbij kwam. Daarvan leer ik 'Angel Of Death' pas echt kennen. Toch draait het bandje op een bepaald ogenblik dol en dan zijn we alweer drie jaar verder. The Scrum heet nu mijn 'hangplek', een alternatieve rockkroeg in Sneek. Alles harder dan Bon Jovi wordt hier gedraaid. Als het echt feest is, knalt 'Angel Of Death' door de speakers. Als een goed geconserveerde wijn wordt die maar zelden opgezet. Toch genoeg om een warme herinnering te krijgen bij het nummer.

In De Buze krijgt Slayer opnieuw een andere betekenis, het is barman Bas die ons gek maakt met Slayer en Metallica. Het is echter op een vroege donderdagochtend op Radio 1. De té vroeg overleden Hugo Van Krieken doet in 'Over De Schutting' zijn meest democratische verzoekplatenrubriek 'Laat Horen'. De gast van dit specifieke half uur heeft ons al getrakteerd op werk van de eerste elpee van Quatermass uit 1970, als hij gevraagd wordt om de volgende in te leiden. ,,Tja, wat kan ik zeggen, het is gewoon een klap in je bek". En zo barst op de Nieuwszender, ruim na drieën in de nacht, 'Rainin' Blood' van Slayer uit de luidsprekers. Hugo steekt zijn ongenoegen niet onder stoelen en banken, maar ja, hij was een paar jaar later ook niet echt gecharmeerd van mijn 'kleine meisjes met grote gitaren'. En walgde hij evenzeer van Spires That In The Sunset Rise. Ik mis hem nog steeds, maar noem hem als radiomaker één van mijn voornaamste inspiratiebronnen.

Terug naar 'Angel Of Death'. Als ik op Facebook een oproep heb gedaan om vooral eens op 'All Of My Heart' van ABC te stemmen, reageert een vriend met een link naar 'Slayer In De Top 2000'. Ach... waarom ook niet? Het zal toch wel niet etcetera. Nu is het bericht bekend geworden dat Slayer op 199 de Top 2000 binnen komt. Verbazingwekkend? Ja, enerzijds wel. Radio 2 heeft in het verleden wel vaker platen geweerd, vorig jaar was er nog een kerkelijk comité dat heeft geprobeerd een gospel erin te krijgen. Waarom Slayer dan wel? Omdat de Slayer-fan niet alleen maar naar heavy metal luistert, maar getuige de overige veertien keuzes een groot muziekliefhebber is met oog voor klassiekers. Dus Jimi Hendrix en Led Zeppelin gebroederlijk naast 'Angel Of Death'. En misschien zelfs ook nog wel een Celine Dion! Zelf heb ik er doodleuk 'Beautiful' van Christina Aguilera tussen gepropt. Slayer-publiek is dus misschien wel meer Top 2000-doelgroep dan degene die half Volendam de lijst hebben ingestemd. Hoe dan ook, het zal wel even wennen zijn, zes minuten lompe deathmetal op zo'n keurige familiezender...

woensdag 5 december 2012

take 91


Omdat ik buitensporig veel slaap nodig heb om op de been te blijven, word ik tweemaal daags wakker. 's Ochtends is dat met Radio Drenthe, de enige taal die ik niet kan 'dromen' en waarvan ik meteen wakker word. 's Avonds en in het weekend schakelt het echter over naar Radio Meppel. Doordeweeks zijn dat herhalingen en zo val ik vanavond binnen in 'Live And Kicking', hét programma met de uitgaansagenda voor Meppel en omstreken voor wat betreft de popconcerten. Natuurlijk hebben we alles alweer gemist, dat heb je met een herhaling van vrijdag, maar de muziek houdt me een tijdje gekluisterd. En dan is het zeven uur en ach, vooruit, laten we ook het nieuws maar eens luisteren. Het is meteen het eerste bericht en ik ben klaarwakker. Dave Brubeck is vandaag overleden, een dag voor mans' 92e verjaardag. Ik zat overdag al te dubben waar het vanavond eens over moest gaan en opeens is daar het onderwerp. Want om Dave Brubeck kunnen we gewoon niet heen!

Op 6 december 1920 aanschouwt Brubeck voor het eerst het levenslicht. Zijn vader heeft Zwitserse voorouders, de achternaam is van origine Brodbeck. Zijn moeder heeft Engelse roots. Toch woont het gezin in die tijd in Californië, waar Brubeck ook opgroeit. Zijn moeder heeft klassiek piano gestudeerd en geeft lessen. De kindertjes Brubeck krijgen allen hun muzikale onderricht, toch is Dave de minst ambitieuze van het stel. Hij leert wel piano spelen, maar krijgt het notenschrift maar niet onder de knie. Hij wijt het aan zijn slechte gezicht. Dave wil iets met vee gaan doen en volgt daarin een studie, maar kiest dan toch op een bepaald moment voor de muziek. Op het conservatorium kost het hem bijna de kop als de docenten achterhalen dat Dave geen notenschrift kan lezen. Hij slaagt echter op punten van harmonie en maatvoering en hij moet beloven om nooit pianolessen te zullen geven.

In 1942 studeert hij af en wordt meteen opgeroepen voor militaire dienst. Als hij tijdens een show van het Rode Kruis piano speelt, wordt hem het wapen afgenomen en krijgt hij de opdracht om een band te vormen. Dat wordt The Wolf Pack. een multiculturele aangelegenheid in de militaire orde. Door Wolf Pack leert hij in 1944 de saxofonist Paul Desmond kennen. Desmond is vier jaar jonger dan Brubeck en overlijdt in 1977. Na vier jaar militaire dienst vervolgt Brubeck zijn muziekstudie en helpt in 1949 ook nog bij het opzetten van Fantasy Records. Voor de meeste Nederlanders is dat label het beste bekend van de platen van Creedence Clearwater Revival. Ook formeert Brubeck verschillende groepen, ondermeer met Cal Tjader en genoemde Paul Desmond. Zijn eerste Quartet stamt uit de vroege jaren vijftig, maar krijgt pas definitieve vorm als in 1956 Joe Morello als drummer wordt ingehuurd. Morello heeft, evenals Brubeck, een voorliefde voor rare ritmes. De drumsolo aan het eind van 'Take Five', Brubeck's bekendste nummer, is dan ook een spelletje tussen Morello en Brubeck. De eerste probeert te 'ontsnappen' aan de monotone dreun van Brubeck en tegelijk de meester op het verkeerde spoor te zetten. Brubeck neemt in die tijd alle mogelijke maatsoorten op, tot aan dertienkwartsmaten aan toe!

'A true modernist', schreef een muziekvriend vanavond in Upbeat Rare And Northern Soul Music ('onze' Facebook-groep) en daar is geen woord Frans bij! Toch blijft Brubeck het niet zijn hele carriére doen en dat maakt dat hij jaren later het beste wordt herinnerd voor zijn werk uit de vroege jaren zestig. In 1967 ontbindt hij zijn kwartet en een jaar later komt hij met zijn eerste semi-klassieke uitvoering met een religieus thema. In 1980 wordt hij katholiek, nadat hij lange tijd heeft gemeend de tien geboden te herkennen in de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Helemaal zeker weet ik het niet, maar volgens mij is Brubeck tien jaar geleden nog in Nederland geweest voor een optreden. Er zou toen sprake zijn geweest van een afscheidstournee. Toch is Brubeck niet helemaal vergeten en komt nog geregeld in de schijnwerpers. In 2009 ontvangt hij bijvoorbeeld The Kennedy Centre Honour, een eer die onlangs nog Led Zeppelin ten deel is gevallen.

Het Brubeck-geslacht van muzikanten leeft voort, want al zijn kinderen zijn op een bepaalde manier de muziek in gegaan. Hij is dus vandaag aan een hartfalen overleden in het bijzijn van zijn zoon Darius. Hij was onderweg naar een afspraak met een cardioloog in Norwalk, Connecticut. Morgen zou een groot feest worden met beroemde gasten en familie, de bijeenkomst gaan gewoon door, alleen is het nu ter herinnering aan deze grote man.

maandag 3 december 2012

Week Spot: Roy Hamilton


Om maar meteen met de deur in huis te vallen, ik publiceer morgen niet. Als ik dat zou doen en de rest van de week ook keurig iedere dag zou publiceren, valt het duizendste bericht deze zondag. Dan hebben we al de Blauwe Bak Top 100 en dus heb ik besloten een beetje te manipuleren, deze week eentje over te slaan en die later in de maand weer inhalen. En zo beginnen we deze frisse nieuwe week met een iets minder frisse Week Spot. Hoewel? Tot gisteren wist geen mens dat ik de plaat had (hij staat in het eerste deel van de Blauwe Bak Top 100), want ik had hem nog nooit publiekelijk gedraaid. Het is pas sinds een paar weken dat dit iets vaker gebeurt. Ik heb de single in mei of juni voor de andere kant gekocht: 'You've Got Your Mind On Other Things' van Beverly Ann. Jawel... dit is de eerste single waarvan zowel a- als b-kant de 'tune of the week' zijn geweest. Die plaat arriveerde licht-golvend op mijn deurmat en dat heeft nadelige gevolgen voor Beverly Ann, die behoorlijk 'zeurt'. Roy heeft daar minder last van en dus draai ik die kant sinds een paar weken.

De naam Roy Hamilton kan welhaast geen onbekende zijn. The King Of Rock'N'Roll, Elvis Presley, noemt Hamilton immers als een grote inspiratiebron. In de laatste paar maanden van Hamilton's leven doet Elvis nog een aardige geste naar zijn held. Hamilton wordt op 16 april 1929 geboren en is als jongeling al een manusje-van-alles. Naast een kunsten-studie, geniet hij opleidingen tot zanger in klassieke muziek en opera en komt ook nog eens uit in de zwaargewichten-klasse van Golden Gloves. Intussen doet hij her en der ook mee aan talentenjachten en hij beleeft in 1948 zijn eerste doorbraak als hij wint met zijn uitvoering van 'You'll Never Walk Alone'. Toch duurt het eerst zes jaar voordat Hamilton zijn eerste plaatopname mag maken. Dat is dan opnieuw wel 'You'll Never Walk Alone'. De legende gaat dat een vriend van Gerry Marsden de plaat meeneemt uit Amerika. Marsden zal het in 1963 opnemen met zijn groep Gerry & The Pacemakers. Daarna zal het lied uitgroeien tot een 'evergreen' op de Engelse voetbal-tribunes.

Hamilton heeft er al een stuk of wat hits erop zitten als Elvis zijn doorbraak beleeft. Zoals gezegd beschouwt Presley Hamilton als één van zijn grote voorbeelden. Dat doen Jackie Wilson, Charlie Rich, Jerry Lee Lewis en The Righteous Brothers eveneens. Voor die laatste groep heeft Hamilton al wat voorwerk gedaan, zijn rhythm & blues-uitvoering van 'Unchained Melody' is een grote hit geweest en staat direct model voor de uitvoering van het duo. Alleen 'Don't Let Go' (1957) en 'You Can Have Her' (1961) zijn nog grote hits in zowel de pop- als de r&b-charts. 'Mr. Rock And Soul' is Hamilton's laatste elpee voor Epic in 1962. Binnen die maatschappij is Hamilton jarenlang het vlaggenschip geweest en mocht zestien elpees afleveren voor dat label. In 1963 verlaat hij Epic en blijkt het product Roy Hamilton commercieel gezien behoorlijk stuurloos. Generatie- en stijlgenoot Jackie Wilson heeft rond dezelfde tijd ook een iets mindere periode, maar wordt in 1969 alsnog opgemerkt. Voor Hamilton blijft dit verder uit. Hij neemt platen op voor RCA en MGM, maar de hitparade is te hoog gegrepen voor hem en de waardering voor de singles uit deze tijd komt pas een decennium later van de grond.

Onze Week Spot neemt hij in 1967 op voor RCA Victor en is tevens de laatste single voor dat label. Alleen 'Crackin' Up Over You' uit 1966 krijgt via dat label in 1972 een heruitgave. Er volgt één single op Capitol, 'Let This World Be Free'. Chips Moman begint dan American Group Productions (AGP) en onder zijn cliënten bevinden zich Roy Hamilton en Elvis Presley. Die delen in 1969 even hetzelfde studiocomplex. Elvis krijgt dan van alle kanten composities aangeboden en hij heeft zojuist eentje ontvangen van Barry Mann en Cynthia Weil: 'Angelica'. Elvis vindt het een goed nummer, maar denkt dat het beter past bij zijn mentor en schuift het door naar Hamilton. Die maakt wel een opname, maar zal de 'release' niet meer meemaken. In 1970 wordt het nummer overigens op de plaat gezet door J. Vincent Edward.

Hij heeft een aantal opnames gemaakt voor AGP als hij plotseling in het ziekenhuis wordt opgenomen na een hartaanval. Hij verblijft er enkele maanden als een bijkomende griep en nog wat ongerief teveel van zijn lichaam vergen. Hij overlijdt op 20 juli 1969, nog maar veertig jaar oud. Het is een paar jaar erna dat met name de opnames voor RCA erg populair worden in de Northern Soul-scene.

zondag 2 december 2012

Blauwe Bak Top 100 van 2012: 90-81


90. You Got To Pay Some Dues-Willie Tee (Sonic Wax SWD 009, 2010)
De gebroeders Lee en Steve Jeffries zijn mastodonten uit de Northern Soul-scene van Nottingham, beide vooraanstaande verzamelaars en discjockeys. Tegenwoordig bestierd Lee Rarenorthernsoul, één van de meest toonaangevende Northern Soul-dealers van Engeland en is Steve de drijvende kracht achter Sonic Wax. Het mag duidelijk zijn dat Sonic Wax-platen veel worden geadverteerd bij Rarenorthernsoul, we worden al een half jaar dood gegooid met de exclusieve 7”-uitgave van een nieuwe plaat van Bob Sinclair. Sonic Wax heeft echter ook een speciale divisie die zich ‘The Lost Sessions’ noemt: Platen die niet eerder het daglicht zagen. ‘You Got To Pay Some Dues’ is hier in een ‘outtake’, de officiële versie verscheen in 1967 of 1968 op een b-kant. Dat het jaartal niet officieel bekend is, geeft wel aan hoe exclusief het is. Deze plaat van Willie Tee is eenzijdig bespeelbaar.

89. Do I Love You (Indeed I Do)-Frank Wilson (Soul S-35019, 1965, re: 2012)
Er is iemand op Ebay die deze single aan de lopende band aanbiedt. In veiling-vorm en dus verschillen de prijzen nog wel eens. Hij krijgt ook nog wel eens negatieve feedback. Iemand die me voorging met de aankoop van deze plaat beklaagde zich over het feit dat het niet ‘de originele’ was. Hij had dertig pond betaald voor de plaat. Voor de goede orde: Er zijn feitelijk maar twee originele platen, eentje daarvan heeft in 2009 het recordbedrag van 25.000 pond opgebracht. Toch is die dertig pond dik betaald, want ik had hem voor de helft. Samen met nog twee singles! Biedt dus nooit meer dan vijf pond!

88. Right Now-Salena Jones (Jazz Classics JAZZCLASS 45 001, 1969, re: 2009)
Een beetje een apart geval, deze Salena Jones. Goed beschouwd is ze een beetje een soort van Rita Reys die desondanks een erg verzamelwaardige elpee op haar naam heeft staan. De plaat wordt vooral in kringen van de Engelse mods op handen gedragen en getuige dit nummer van de desbetreffende plaat is er weinig mis mee. ‘Right Now’ is een lekker puntig ding met een fel zingende Salena. Hoewel ik hem eigenlijk voor de andere kant had gekocht, Helen Reddy’s ‘Hit The Road Jack’, is Salena Jones tijdens draaibeurten toch wel de favoriet gebleken. Maar… je weet maar nooit… ik weet zo niet uit mijn hoofd of we Helen nog tegenkomen in deze Top 100. Het zou zo maar eens kunnen!

87. Heartache Avenue-The Maisonettes (Ready Steady Go RSG 1, 1982)
Het eerste weekend in Nijeveen. Na een koude nacht doe ik overdag boodschapjes in Meppel en maak me dan op voor een avondje met Willemijn. Van de gemeente heb ik een welkomstpakket ontvangen met daarin onder andere twee vrijkaartjes voor een voorstelling naar keuze in Ogterop, de plaatselijke schouwburg. We gaan deze avond naar ‘The Sound Of Motown’, een spetterende muziektheateravond. Een gedenkwaardige avond. De volgende middag ben ik nog een beetje ‘high’ van die ervaring als ik een blokje om ga. Dat wordt ‘Bovenboer om’, dat gaat later een vast ‘ummegien’ worden (jaja… geïntegreerd!). De mp3-stick mee en in de Dorpsstraat, bijna weer thuis, hoor ik opeens ‘Heartache Avenue’ van The Maisonettes. Ik heb nooit veel van de plaat moeten hebben, maar ineens valt het kwartje. Sindsdien zit deze plaat vastgeplakt aan mijn eerste dagen in Nijeveen!

86. Family Affair-MFSB (Epic EPC 1504, 1973)
Eind juni, dorpsfeest in Nijeveen. Ik heb ’s middags vlaggetjes gekocht in Meppel en open thuis de mail. Ik heb de voorgaande avond geboden op ‘Summertime’ van Billy Stewart op Marktplaats, aangeboden door iemand uit Uffelte. We hebben even telefonisch contact. ,,Ik heb nog veel meer platen, misschien wil je er even tussen kijken?”. De afspraak is snel gemaakt en zo fiets ik naar Uffelte (minder dan tien kilometer van Nijeveen). Ik snuffel door enkele bakken en hoor dan opeens dat ze maar vijftig cent per stuk zijn. ‘Love Diet’ van Imagination is dé vondst van de dag, maar ook deze fraaie MFSB mag er zijn!

85. The Secret Of Livin’-Maxine Brown (Wand WND 1145, 1967)
‘A great unknown’, zo staat hij geadverteerd bij een handelaar op Ebay. Van hem zal ik later ook ‘One More Chance’ van Barbara & Brenda kopen. Maxine Brown is in Northern Soul-kringen vooral befaamd vanwege ‘One In A Million’ en ‘One Step At A Time’, maar deze mag er zeker zijn. En tot mijn volle tevredenheid lijkt het alsof de plaat eindelijk meer waardering krijgt en ook al ietsje in prijs stijgt. Ik had dit fraaie exemplaar evenwel voor slechts zeven pond te pakken. Reden? De ‘drill hole’ in het label. Daar kan ik wel mee leven!

84. (If You Think You’re) Groovy-P.P. Arnold (Immediate IM 061, 1968)
Goed beschouwd slaat deze als een tang op een varken, maar om dit nummer uit de Top 100 weg te laten? Nee, dat gaat me ook te ver. Het was één van de eerste platen die ik van Ebay haalde, maar echt lekker past hij niet in de Northern Soul. Toch kun je me altijd wakker maken voor P.P. en dus staat ze, stoer als ze is, mooi op 84 met ‘Groovy’.

83. Hey Girl-Ponderosa Twins Plus One (Horoscope 102, 1969)
Toen ik voor het eerst een ‘soundclip’ hoorde van dit nummer, dacht ik echt dat ik met een meidengroep had te maken. Bij nader inzien blijkt de tweeling van het mannelijk geslacht te zijn, evenals het derde bendelid. Hoewel het nog wel even duurt voordat ze zich man mogen noemen, want de baard heeft ze nog niet in de keel getroffen. Een soort van Jackson Five dus, maar dan met zijn drieën. En een ongelofelijk leuk plaatje natuurlijk!

82. Little Miss Soul-The Lovettes (Carnival CAR-518, 1966, re: 197?)
Achtentwintig pond. Dat is het verschil tussen een origineel en deze bootleg. Nu weet ik niet hoe dat origineel klinkt, ik ken hem van een mp3 en dat geeft een vlak mono-geluid weer, maar deze jaren zeventig-bootleg heeft een afschrikwekkend geluid. Als mp3 had bestaan in de jaren zeventig, zou ik het een mp3 op vinyl hebben genoemd. Het is alsof de opname door een rioolbuis is gegaan met aan de andere zijde een microfoon. De plaat stond evenwel al een jaar op mijn verlanglijstje en ben dus uiteindelijk wel blij dat ik hem heb, maar ja… dat geluid! De reden van de lage notering? Ik denk het wel.

81. Say It Isn’t So-Betty Boo (Goldmine Wigan Casino 25th Anniversary GS210, 1966, re: 1998)
Niet zomaar een klassieker uit de stal van de Wigan Casino. Eind jaren zeventig hebben de Casino-deejays handlangers in Amerika rondlopen die rommelmarkten afstruinen op zoek naar zeldzame Northern Soul-singles. Het is rond 1979 als iemand een exemplaar vindt van ‘Say It Isn’t So’ van Betty Boo, een onuitgebrachte acetaat. De plaat is een danskneiter vanaf het eerste moment en de plaat krijgt later dat jaar via Grapevine alsnog haar verdiende ‘release’.

Link staat onder 'opmerkingen'.

zaterdag 1 december 2012

Blauwe Bak Top 100 van 2012: 100-91


Om met de deur in huis te vallen: Ik heb gedurende 2012 maar liefst 175 platen ‘nieuw’gekocht en omstreeks 45 plaatjes ‘herontdekt’. De platen uit de laatste categorie zijn vooral rond Pasen toegevoegd aan de Blauwe Bak, het waren singles die twintig jaar of langer bijna onopgemerkt in mijn bakken met jaren zestig- en zeventig-platen hadden verbleven, maar die ineens in het idioom van de Northern Soul bleken te passen. Om het geheel een beetje eenvoudiger te maken, heb ik deze platen buiten beschouwing gelaten. Tóch is dat erg pijnlijk, want een ‘Make Me Belong To You’ van Barbara Lewis of ‘No Good To Cry’ van The Wildweeds hebben zeker bijgedragen aan mijn jaar. De slachting die moest plaats vinden in de overige 175 platen was al niet veel eenvoudiger. Tandjes op elkaar en even stevig doorbijten, soms even een traantje wegpinken, maar uiteindelijk was daar de lijst die ik voor ogen had. Vandaag tellen we af naar nummer 91, morgen gaan we van 90 naar 81 en krijgen jullie eveneens de bijbehorende podcast erbij. Vanaf deze plaats wens ik jullie veel plezier toe bij de Blauwe Bak Top 100 over 2012!

100. Selfish One-Jackie Ross (Eric 237, 1964, re: 1981)
Een waardige plaat om deze Blauwe Bak Top 100 mee te beginnen. Jackie Ross was namelijk één van de eerste singles die ik een jaar geleden van Ebay haalde. De heruitgave op het Eric-label met ‘The Entertainer’ van Tony Clarke op de andere zijde, ook al blijkt die minder interessant te zijn dan man’s grote klassieker ‘Landslide’. Toch een aardig koopje voor minder dan vijf pond. Ik kan me nog herinneren dat dit nummer als eerste in ‘de jeukdoos’ zat, nog voor ik het fysieke exemplaar van de dvd in huis had, want… ‘als deze er niet op staat’. Tot mijn grote verbazing stond er helemaal niets op van Jackie Ross en dat vind ik nog steeds wel een teleurstelling. Jackie Ross is zo’n type zangeres die niet verkeerd kan doen. ‘Selfish One’ is misschien net te veel rhythm & blues om Northern Soul te zijn, neemt niet weg dat deze steevast deel uitmaakt van mijn set!

99. Do The 45-The Sharpees (One-derful! 3132, 1966)
Deze plaat heeft me bloed, zweet en tranen gekost. En een hoop geld! Ik had eerst mijn zinnen gezet op de President-demo uit 1969, de Engelse persing. Het duurde echter een eeuwigheid voordat die plaat kwam en toen… bleek die nauwelijks te draaien en een hele zwakke opname te hebben. Bij een Engelse persing verwacht je een zekere ‘body’, maar dit is alsof het geluid is opgenomen met een ingebouwde microfoon van een cassettedeck. De plaat was echter flink aan de prijs en een kater was het gevolg. Toen kwam ik in het voorjaar deze originele Amerikaanse tegen voor minder dan een tientje. Dat bleek een betere aankoop te zijn, maar toch overheerste het katergevoel toen al en heb ik de plaat nooit meer zo kunnen waarderen als ten tijde van de spanning voor de President-uitgave. Toen ik het aanbod kreeg om voor Wolfman Radio uit te zenden, was de naam echter snel bedacht en zo kwam deze weer eens op de draaitafel terecht.

98. At The Top Of The Stairs-The Formations (Mojo 2027-001, 1967, re: 1971)
Mijn muzikale kameraad Albert houdt van kadootjes geven. Nadat hij mij blij had gemaakt met ‘Do It To It’ van The Flamingos bij de forummeeting in Houten, beloofde hij met de Nationale Popkwis in Amstelveen een ander kadootje. ,,Een aardigheidje”, zoals hij het zelf noemt. ,,Het is een single op het Mojo-label. Oorspronkelijk van 1967, maar pas in 1971 een hitje geworden in Engeland. Het is een groep”. Dat was alle informatie waarmee hij mij in het ongewisse liet. Na toch wat speurwerk te hebben verricht, kom ik erachter dat het maar één plaat kan zijn: Het klassieke ‘At The Top Of The Stairs’ van The Formations. En die blijkt het inderdaad ook te zijn. Dank je wel, Albert! Dat is me inderdaad een klassiekertje die niet mag ontbreken in mijn Blauwe Bak. Nummer 98 lijkt dan een beetje zwak, maar er zijn al enkele pareltjes buiten de boot gevallen en de concurrentie bij de bovenste honderd is moordend!

97. Gee Baby Gee-The Dixie Cups (Rare Bird RB 10-024, 1965)
In januari loop ik tegen een prachtige veiling aan. Een deejay houdt opruiming van zijn platen en het zijn stuk-voor-stuk winnaars. Ze lopen allemaal af op een zaterdag en ik zit gekluisterd aan de computer. ‘Gee Baby Gee’ is zo’n plaat die ik pas op het allerlaatst ga waarderen en die ik dus op mijn sokken binnenhaal. Gelukkig is die niet erg duur geweest, want na ontvangst blijkt het ‘gewoon’ de b-kant te zijn van ‘Iko Iko’, een kantje dat in het einde van de jaren zeventig in Engeland een nieuw leven tegemoet is gegaan.

96. You Shook Me Up-Roy Hamilton (RCA Victor 47-9171, 1967, re: 2011)
De andere kant van deze heruitgave heeft meer aandacht gekregen, dat is ‘You’ve Got Your Mind On Other Things’ van Beverly Ann. Toch is het flinterdunne vinyl al een beetje krom getrokken als deze op mijn deurmat valt en met name op de kant van Beverly Ann ‘zeurt’ hij nogal. Ook is het bij die kant een kwestie van ‘bezit van de zaak is het einde van het vermaak’. Terloops leer ik de kant van Roy Hamilton waarderen. Een plaat die minder last heeft van het golvende vinyl. Voor één keer wint de mannelijke kant het van de vrouwen. Roy Hamilton is nu de kant voor mij geworden!

95. Run Baby Run-The Newbeats (London HLE 10341, 1966, re: 1971)
Hoewel The Casino in Wigan vanaf 1973 met de eer gaat strijken, is het meeste voorwerk gedaan in The Twisted Wheel in Manchester, The Golden Torch in Stoke-On-Trent en The Catacombs in Wolverhampton. Al in 1971 spelen de eerste platenmaatschappijen in op de nieuwe rage. Het Engelse Polydor richt Mojo op, Contempo doet van zich spreken met Tami Lynn en ook London duikt diep in de catalogus. The Newbeats heeft in 1964 een wereldhit gehad met ‘Bread And Butter’, maar een jaar later maken ze het plaatje dat rond 1970 een flinke opmars zal beginnen in de Northern Soul: ‘Run Baby Run’. Het wordt zelfs nog een redelijke Engelse hit in 1971. Omdat tussen de obscuriteiten ook wel een paar Casino Classics op hun plaats zijn, staat The Newbeats ook in de Blauwe Bak. Voor weinig gescoord bij Buydiscorecords.com, een Engelse ‘original’ met nogal wat ‘distortion’…

94. A Little Bit Of Something-Little Richard (Epic 4-7286, 1967)
Oorspronkelijk een Okeh-opname, maar dat label wordt in Nederland gevoerd door Epic. Little Richard is voornamelijk bekend als rock’n’roller met hits als ‘Lucille’, ‘Long Tall Sally’ en ‘Tutti Frutti’. Allemaal plaatjes met een hoge dosis energie, dezelfde energie die zijn latere soulplaatjes zal prijken. In 1967 is dat geen voer voor de hitparade, maar de Engelse dansers weten er in het daaropvolgende decennium wel raad mee!

93. One More Chance-Barbara & Brenda (Heidi 45-109, 1965)
Ja, hij was wel eerder eens voorbij gekomen, maar toch valt-ie pas op mijn 37e verjaardag op. Ik fiets naar Meppel om video’s uit te zoeken en me goed te doen aan kikkerbilletjes bij de chinees als ‘dat ene plaatje’ weer voorbij komt. Een hele trage start, dan een ‘fingerpoppin’ intro en dan tsjakke-tsjak en we zitten in een heerlijke danser. Het is ‘Never Love A Robin’ van Barbara & Brenda en vanaf dat moment zet ik mijn voelsprieten uit. Ik leer andere nummers kennen van het duo en ze zijn allemaal even gezellig. Dan kom ik deze tegen op Ebay bij een bevriende dealer. Hij is altijd erg eerlijk met zijn gradaties en dat belooft een stevig gedraaide plaat, maar… er is geen ‘soundfile’ te krijgen. Ik besluit te gokken en daarvan heb ik geen minuut spijt gehad. ‘One More Chance’ is ‘tune-of-the-week’ geweest, maar ook de andere zijde, ‘That’s Why I Love You’, is niks minder. Intussen heb ik nog meer van de nichtjes Gaskins gekocht, die komen we in deze lijst nog wel vaker tegen, maar de oorsprong van de zoektocht is nog niet in mijn bak terecht gekomen. Die wil nog wel eens erg duur zijn…

92. S.O.S. (Heart In Distress)-Christine Cooper (Parkway P-971, 1967)
In tegenstelling tot wat ik eerder beweerde: Eigenlijk is dit exemplaar helemaal niet in een slechte conditie. Het is vooral de opname waar het aan schort. Er is geprobeerd de ‘Wall Of Sound’ van Phil Spector te imiteren, maar dat komt maar matig uit de verf. Met de ‘distortion’ valt het nog wel mee, de plaat heeft alleen nogal wat ‘kraakjes’. Tsja, op zichzelf doe ik het er voor. Wederom weer niet zo heel erg hoog genoteerd, maar andermaal: De strijd bovenaan is moordend en op zijn minst staat-ie in de Top 100!

91. Breakout-Mitch Ryder & The Detroit Wheels (Stateside HSS 1146, 1966)
En soms… dan heb je écht mazzel! Ik ben op een bepaald moment gewoon een beetje aan het neuzen op Marktplaats als ik deze bij een handelaar zie staan. De vraagprijs is drie euro en hij staat al ruim drie maanden geadverteerd. Die koop is snel gesloten. Ik ken het nummer niet echt, maar een originele Nederlandse Mitch Ryder voor drie euro lijkt me niet verkeerd. Wat heet? ‘Breakout’ is een héle grote klassieker in de Engelse Northern Soul en brengt op Ebay nooit minder op dan twintig pond. De plaat blijkt bij binnenkomst ook nog eens in een uiterst fraaie staat te zijn. Misschien wel het mooiste koopje dat ik ooit van Marktplaats heb gehaald?