maandag 12 mei 2014

Raddraaien: Ralph McTell



Mocht ik ooit nog eens een partner in mijn leven krijgen, dan denk ik dat de kledingstukken over een knaapje in de kast komen te hangen. Tot die tijd kunnen ronddwalende broeken en t-shirts erg ondeugend zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld een bakje singles warm houden, zonder dat de eigenaar dat in de gaten heeft. Ik was vorige week maar begonnen bij de tweede titel in het overzicht van Raddraaien, omdat ik het eerste bakje niet kon vinden. Welnu, op zoek naar de vijfde bak die nu weer even verdwenen is, kom ik opeens het bakje met Kate & Anna McGarrigle tegen, dus daar gaan we. Elf plaatjes verderop in deze jaren zeventig-bak staat een liedje dat oorspronkelijk uit 1968 stamt en drie levens heeft. De Raddraaier van vandaag is 'Streets Of London' van Ralph McTell, de Nederlandse uitgave uit 1972.

Frank May is voor de oorlog de tuinman van de Engelse componist Ralph Vaughan Williams en tijdens het grote meningsverschil ontmoet hij Winifred Moss met wie hij trouwt op het moment dat hij even 'vrij' is van het leger. Frank is niet bij de geboorte van zijn eerste zoon, die wordt genoemd naar diens' voormalige werkgever. Ralph May wordt op 3 december 1944 geboren. Zijn moeder komt oorspronkelijk uit Londen, maar is bij haar zuster gaan wonen in Banbury. Toch staat de wieg van Ralph in Kent. Het huwelijk levert nog een zoon op. Bruce wordt in 1946 geboren en Frank komt een jaar later thuis. Daar kan deze niet aarden en hij verlaat zijn gezin in 1947 om nooit meer terug te keren. Ralph is nog maar drie jaar oud, maar voelt feilloos het verdriet van zijn moeder. ,,Ik zal voor je zorgen", zal hij troostend zeggen. Ralph erkent zelf later dat hij zijn vader eigenlijk nooit echt heeft gekend. Het is geen vetpot bij moeder, maar desondanks lijden de broertjes Ralph en Bruce daar allerminst onder. Ze gaan vaak logeren bij familie en Ralph krijgt al op jonge leeftijd een plastic mondharmonica. Zijn grootvader heeft een echte en maakt hem wegwijs op het instrument. Ralph is van kinds af aan een observator, veel van zijn herinneringen zullen in de loop der jaren worden vastgelegd in liedjes. Dat die liedjes soms een beetje lijken op kerkgezangen is geen toeval, Ralph koestert warme herinneringen aan de zondagschool.

Op school voelt hij zich een 'outsider'. De andere kinderen zijn veel welvarender dan hem en ondanks dat hij een groep vrienden heeft, voelt Ralph alsof hij hier niet 'past'. In 1959 'vlucht' hij het leger in, maar dat is nog minder dan het dagonderwijs. Niet veel later koopt hij zichzelf vrij van het leger. In die tussentijd is Ralph verslingerd geraakt aan rock'n'roll en skiffle-muziek. Hij heeft een banjo gekocht en met behulp van een lesboek door George Formby tokkelt hij erop los. In de begin jaren zestig maakt hij deel uit van de beatnik-generatie. Hij maakt kennis met de negroïde Amerikaanse muziek en het zijn met name de bluesgitaristen uit de jaren twintig die zijn hart sneller doen kloppen. Al snel wisselt hij de banjo in voor een gitaar. Ralph leidt een zwervend bestaan. Hij speelt soms in folkclubs en probeert een boterham te verdienen met eenvoudig fabriekswerk. Hij komt op zijn reis andere 'vrije geesten' tegen. Onder hen bevinden zich Jacqui McShee (vanaf 1968 de zangeres van The Pentangle), Martin Carthy (die veel werkt met de violist Dave Swarbrick) en Wizz Jones. Hij gaat een kort dienstverband aan met The Hickory Nuts, een bluegrass-groep die een lange weg aflegt van louche clubs naar gerespecteerde zalen. Toch lonkt het avontuur en in 1965 steekt McTell de Noordzee over.

Als straatmuzikant verblijft hij in Frankrijk, België, Duitsland, Griekenland en Joegoslavië. Dat laatste land is anno 1965 een hip vakantieland, maar McTell merkt op dat hij toen al 'spanning' voelde. Hij verliest zijn hart in Parijs en zal daar een groot deel van de tijd doorbrengen. Hij maakt daar kennis met Gary Petersen, een gitarist die in de leer is geweest bij Reverend Gary Davis, een legendarische gitarist. Van hem leert May het ragtime-spel. In de lente van 1966 ontmoet hij zijn aanstaande, de Noorse studente Nanna Stein. Zij gaat met hem mee naar Engeland en het paar woont in een woonwagen in Cornwall. Op 21 januari 1967 bevalt ze van hun eerste zoon. May en Wizz Jones treden geregeld op in de folk-scene van Cornwall en als ze eens samen hun bewondering voor de bluesgitarist Blind Willie McTell bespreken, stelt Jones de artiestennaam Ralph McTell voor. Hoewel Ralph een 'folkie' is, heeft zijn gitaarspel meer gemeen met de bluesmuzikanten uit de jaren twintig en dertig en de naamsverwijzing naar Blind Willie is geheel op zijn plek.

In 1968 komt McTell onder contract bij Transatlantic Records, dat ook The Pentangle en Martin Carthy in dienst heeft. 'Eight Frames A Second' is McTell's eerste plaat. Tony Visconti doet de arrangementen en Gus Dudgeon produceert de plaat. In 1968 zijn deze mannen nog niet heel groot, maar tien jaar later behoren ze tot de top. De BBC schenkt aandacht aan het album en dit levert McTell veel nieuwe verzoeken op voor optredens. Hij huurt zijn broer Bruce in als zijn manager. Tegen het einde van 1968 verschijnt het tweede album, 'Spiral Staircase', en deze bevat de originele uitvoering van 'Streets Of London'. Deze prachtige observatie van McTell wordt overigens in één take opgenomen. In 1969 komt het derde album uit, 'My Side Of Your Window', en McTell ontwikkelt zich razendsnel tot een muzikant van formaat. In 1970 heeft hij een professionele muziekcarriére én een gezin. Hij is in staat om de grotere zalen te doen vullen en in de zomer van 1970 staat hij te midden van de legendarische muzikanten op het Isle Of Wight-festival. De Amerikaanse distributeur van Transatlantic maakt zich niet druk over McTell en eind 1970 brengt Transatlantic de elpee 'Revisited' uit. Dit is een verzamelelpee van McTell's vroege werk in iets gewijzigde arrangementen. Het zou in Amerika de introductie moeten zijn, maar de plaat is vooral in Europa een succes.

In 1971 wordt 'You Well-Meaning Brought Me Here' uitgebracht en Paramount, de Amerikaanse distributeur, voegt om onduidelijke reden de opnieuw gemixte versie van 'Streets Of London' toe aan het album. Deze verschijnt in een paar Europese landen als single. In Nederland klimt de single naar een negende plek in 1972, het bovenstaande fotohoesje is van de Franse persing.

De loopbaan van McTell is lang en boeiend, je zou er bijna een telefoonboek over kunnen vol schrijven en ik moet ergens eindigen. Ik doe het dan maar met het jaar 1974. Inmiddels heeft McTell een contract bij Reprise gekregen en in 1974 neemt hij een nieuwe versie op van 'Streets Of Londen'. Ditmaal wordt hij vergezeld door Rod Clements (ex-Lindisfarne) op bas en de zanggroep Prelude (dat in 1982 in onze Tipparade zal vertoeven met een a capella gezongen 'After The Goldrush'). De plaat wordt uitgebracht op 7 december 1974 en alleen Mud weerhoudt hem van de Britse kerst-nummer 1. 'Streets Of London' piekt op een tweede plek in Engeland en hij ontvangt een Ivor Novello-award.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten