dinsdag 27 mei 2014

Raddraaien: Mitch Miller



Een Week Spot die pas vanmiddag is gearriveerd en nu een Raddraaier die ik zaterdag heb gekocht? Niet helemaal, ik noemde hem al wel in de Singles round-up: De Raddraaier die ik jullie nu presenteer (en eigenlijk toebehoord aan woensdag) is die 'versleten' single en niet de latere CBS-uitgave die ik zaterdag heb gekocht. De Raddraaier is de Duitse Philips-persing en evenals dit Nederlandse fotohoesje zijn zij in 1958 uitgebracht. Ik schreef in dat bericht dat Mitch Miller ook stiekem al een beetje een resident is geworden in The Vinyl Countdown. Ik probeer iedere week weer iets uit de jaren vijftig, zestig, zeventig, tachtig, negentig, de 'noughties' en eentje van de laatste vier jaar in de show te proppen. Met de jaren zestig, zeventig en tachtig komt dat altijd wel goed, de jaren vijftig, negentig en de eerste tien jaar van de nieuwe eeuw moet ik nog wel eens zoeken. In dat eerste geval is één van de vele Mitch Miller-platen altijd een leuke invulling. De Raddraaier van vandaag is: 'The March Of The River Kwai' van Mitch Miller (1958).

Op 31 juli 2010 bereikt ons het bericht dat Mitch Miller op 99-jarige leeftijd is overleden. Zijn laatste verjaardag heeft hij 27 dagen eerder gevierd en je had hem zo graag de honderd jaar gegund, maar anderzijds: Hij sterft na een kort ziekbed en dan mag je best gelukkig zijn met deze leeftijd. Mitchell William Miller wordt geboren op 4 juli 1911, althans dat vermelden de papieren. Personen die op 'independance day' hun verjaardag vieren, hebben vaak een andere geboortedatum, maar in het geval van Miller is daarover niets bekend. Hij wordt geboren in Rochester in de staat New York. Als hij als tiener wil toetreden tot de schoolband moet hij maar genoegen nemen met het instrument dat nog beschikbaar is. Zo komt Miller in aanraking met de hobo, het instrument waarmee hij zijn eerste schreden in de muziek zet en waar hij later nog veel profijt van zal hebben. In 1932 studeert hij cum laude af aan de Eastman School Of Music in Rochester. Als vijftienjarige maakt hij zijn debuut als hoboïst in The Syracuse Symphony Orchestra, maar na zijn afstuderen wordt hij aangenomen voor het meer prestigieuze Rochester Philharmonic Orchestra. Toch verhuist hij niet veel later naar de stad New York en raakt betrokken in het octet van Alec Wilder. In de oorlogsjaren is Miller een veelgevraagd hoboïst en treedt met grote namen op als Percy Faith, Charlie Parker en George Gershwin. In 1947 is hij dermate wegwijs geworden op de Engelse hoorn, dat hij prominent is te horen in Leopold Stokowski's uitvoering van Dvorak's 'New World Symphony'. Als lid van The CBS Symphony is Miller mede-verantwoordelijk voor de beruchte radio-uitvoering van Orson Welles' 'The War Of The Worlds'.

Rond dezelfde tijd krijgt Miller een droombaan aangeboden: Als Artist & Repertoire-manager mag hij bij Columbia de dienst uitmaken. Miller bepaalt welke artiesten worden gesigneerd en welke liedjes worden gepromoot. Hij trekt Patti Page en Frankie Laine bij Mercury vandaan en krijgt het zelfs voor elkaar dat Frank Sinatra zich (tijdelijk) op het label vestigt. Verder is Miller verantwoordelijk voor popsterren als Johnny Mathis, Percy Faith, Ray Conniff, Tony Bennett en een zanger die zich Guy Mitchell noemt. De 'Mitchell' in zijn artiestennaam refereert direct aan Miller's voornaam. Hij ontdekt een piepjonge Aretha Franklin en biedt haar in 1961 een contract aan. Zes jaar later wordt Franklin 'artistieke vrijheid' beloofd bij Atlantic en dan verlaat ze Mitchell en Columbia. Mitch Miller is zo gezegd oppermachtig binnen Columbia en zijn wil is wet. Dat betekent ook dat wat Mitch Miller niet lust ook niet op Columbia wordt uitgebracht. En daar heeft hij een paar maal een misrekening gehad.

Mitch Miller walgt namelijk van rock'n'roll. Nu schijnt het dat hij best onder de indruk was van Elvis Presley, maar de vraagsom van The Colonel absurd hoog vond. Wel is bekend dat hij Buddy Holly onverricht ter zake naar huis stuurt. Als je de lijst bekijkt van platenmaatschappijen die The Beatles hebben geweigerd, is het een wonder dat EMI er nog brood in zag, maar ook Miller bedankt voor het kwartet uit Liverpool. Toch doet hij soms wel eens een concessie en hebben liedjes als 'A White Sports Coat' van Marty Robbins wel een zeker rock'n'roll-gevoel. Miller is echter ook verantwoordelijk voor een aantal 'novelty-hits' uit de jaren vijftig. Hij laat Frank Sinatra het dolkomische 'Mama Will Bark' opnemen. Althans, zo luidt het verhaal van Sinatra die later graag met modder gooit naar Miller. Voor Sinatra is zijn verblijf op Columbia een dipje in het verkoopsucces. Miller weerlegt de kritiek. Volgens hem stond in Sinatra's contract dat hij wel degelijk zeggenschap had over zijn repertoire en hij het liedje had kunnen weigeren.

Aan het einde van de jaren vijftig is Miller's succes op een hoogtepunt. Met zijn orkest en koor neemt hij verschillende singles op en met name de koppeling van 'The March Of The River Kwai' met 'Colonel Bogey' doet alle verkooprecords sneuvelen. In Amerika is het in 1958 de bestverkochte single. In Nederland is de maandelijkse lijst van het blad Tuney Tunes de toonaangevende hitparade. De eerste lijst wordt gepubliceerd in juni 1958 en dan staat Miller wel genoteerd, maar moet de eerste plek afstaan aan Louis Prima. In juli 1958 is het wel raak en de plaat staat drie maanden bovenaan. Pas in februari 1959 verlaat de single de lijst en we zullen Mitch Miller niet meer op de hitparade tegenkomen. In Amerika is het dan nog maar net begonnen! In de begin jaren zestig maakt Miller voor NBC de shows 'Sing Along With Mitch', feitelijk de voorloper van de karaoke. Middels ondertiteling kunnen de kijkers meezingen terwijl 'bouncing balls' het ritme aangeven.

In 1965 verlaat Miller Columbia en gaat aan het werk bij de Amerikaanse divisie van Decca. In 2000 ontvangt Miller een Grammy Lifetime Achievement Award en werd pas afgelopen jaar posthuum bijgezet in de Rochester Music Hall Of Fame.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten