zondag 25 oktober 2015

beurstie-beur



Niet verwacht, toch gekomen? Nee, ik heb het niet over het broodnodige bericht voor Soul-xotica. Ik had het al voorspeld en het is uitgekomen: Het drukke weekend heeft andermaal mijn weblog op slot gedaan. Deze berichten haal ik de komende week in. Het is nu drie kwartier nadat mijn Wolfman Radio-collega Lee Madge de stekker eruit heeft getrokken: Onze radio-marathon van 52 uren. Of, eigenlijk 53, want ik heb de eer om de wintertijd in te luiden. Een legendarisch weekend dat nog lang bij zal blijven, in het geval van de radiobaas is dat de rest van zijn leven. Vanavond wil ik even terugblikken op de afgelopen dagen.

Niet om mezelf op de borst te kloppen, maar ik opper het idee ergens in juni. Onze radiobaas doet namelijk ieder jaar een marathon in zijn eentje. In 2013 heeft hij 36 uur vol gemaakt als 'gast' in onze programma's. Afgelopen jaar deed hij 48 uur. Meteen na die laatste prestatie was hij erg ambitieus over dit jaar: Het moesten 72 uren worden. Door wisseling in werk heeft de beste man het opeens té druk gekregen om zomaar drie dagen vrijaf te nemen en dat is het punt waarop ik voorstel om samen een marathon te doen. Eén radioprogramma van 48 uren met alle presentatoren. De datum wordt een paar maal uitgesteld. In september opper ik dat Wolfman zou kunnen beginnen met op vrijdagavond om negen uur (zijn normale show-tijd) en dat we konden eindigen om negen uur op zondag. Maar ja... wat dan? Ik heb 'The Vinyl Countdown' normaliter op zondagavond tussen elf en één en heb mijn twijfels of ik daartoe in staat ben na zo'n marathonuitzending. Dan stelt de radiobaas voor om er 52 uren van te maken en om twaalf uur Engelse tijd te stoppen. Dat dit weekend de klok terug gaat, ontdekken we pas een week geleden, dus technisch gezien is het 53 uren geweest. En helemaal achteraf is het 54 uren, want Lee heeft zijn laatste 'slot' een uurtje uitgebouwd.

Ik heb de grote eer om de wintertijd in te luiden. Ik start op zondagmorgen om 2 uur zomertijd en eindig om 4 uur wintertijd. Of... dat zou de bedoeling moeten zijn. Ik heb al ver van tevoren een 'plan' voor deze nacht. Ik heb een paar maanden geleden een aantal 'reizen' gemaakt, connecties tussen artiesten en titels en dusdanig door vijftig jaar popmuziek 'wandelen'. Ik heb twee uitgangspunten. Ik wil de show graag beginnen met 'Wintertime' van Steve Miller Band. Ik zou vanuit daar naar Boz Scaggs kunnen. Vervolgens over naar Rita Coolidge ('We're All Alone' was van Scaggs), Kris Kristofferson (Rita's tijdelijke echtgenoot), Barbra Streisand (Kris' tegenspeelster in 'A Star Is Born') naar The Bee Gees (de 'Guilty' en 'Woman In Love' connecties), maar... als ik op 28 titels ben zie ik dat het uitsluitend jaren zestig en zeventig is. Ik besluit met Steve Miller Band te openen en de 'reis' te starten met Manfred Mann's Earth Band en het klokje rond te gaan naar Traveling Wilburys, waar Bob Dylan ons weer verbindt met Manfred Mann.

De reis begint met 'Spirits In The Night' en dan neem ik de zangers van Manfred Mann onder de loep: Chris Thompson & The Night, 'Handbags & Gladrags' van Mike D'Abo en vervolgens Paul Jones. Die laatste neemt in 1978 een novelty-single op met een soft-disco-versie van 'Pretty Vacant'. Van Sex Pistols via PiL naar Jah Wobble. Zijn samenwerking met Holger Czukay en Jaki Liebeszeit brengt ons bij Can, dan Faust en via Dälek naar het Ipecac-label van Faith No More-zanger Mike Patton. 'Easy' brengt me bij de Motown en 'Endless Love' van Lionel Richie & Diana Ross kom ik uit bij The Supremes. Hun 'Hey Jude' leidt me naar The Beatles waar vooral Ringo Starr en George Harrison de eer krijgen. Jeff Lynne helpt George Harrison bij 'Cloud Nine' en ik kijk eveneens naar zijn producties voor Roy Orbison en Del Shannon. Dan begint de tijd te dringen en ik besluit om af te snijden. We hebben Traveling Wilburys al gehad en dat volg ik met 'Don't Back Down' van Tom Petty. Dat brengt me bij 'Stay With Me' van Sam Smith omdat Petty hem heeft aangeklaagd voor plagiaat. Omdat Sam Smith het thema van de nieuwe Bond-film zingt, sluit ik af met 'Tomorrow Never Dies' van Sheryl Crow.

Mijn collega Bustinjustin is een uur eerder al binnengekomen. Hij runt een pub in Engeland en heeft een lange avond gehad met live-muziek. Om half vier laat hij weten even 'afk' ('away from keyboard') en dat is geheel acceptabel als je een half uur later 'live' moet. Echter, hoe dichter bij vier uur, hoe stiller van zijn kant. Hij reageert niet op de chatroom en ik hoop dat hij luistert, dus doe ik een oproep via de stream. Geen respons. Ik draai nog een paar platen en Lee wil bijna overnemen om kwart over vier als Justin zich plots meldt. Hij had even de ogen gesloten om een diepe zucht te nemen en was meteen in slaap gevallen. Eind goed, al goed!

Welk uurtje extra slaap? Het is pas zes uur als ik de adrenaline kwijt ben en kan gaan slapen. Moeders heeft beloofd om wekdienst te doen en dat is maar een geluk. Ik slaap viermaal door het geluid van de telefoon heen terwijl de wekkerradio staat te knallen. De vijfde keer word ik wakker. Het is dan kwart over elf en om 13 uur word ik andermaal verwacht achter de microfoon. Geen speellijst voor deze show. Ik besluit verzoekjes te gaan doen in ruil voor donaties. Dat werkt niet. Dan oppert Wolfman iets en ik weet dat ik meteen 'ja' moet zeggen. ,,Je gaat over een half uur een liedje zingen in de stijl van de Swedish Chef". Okay, maar welk liedje? Ik snuffel door mijn speellijsten en zie dan 'Happy' van Pharrell Williams. Wolf heeft de karaoke-band voor me en, zoals afgesproken, doe ik het gewoon. Dat is het goede doel waarvoor we dit doen: Ik heb vorig jaar naakt geposeerd voor de kalender, dus 'Swedish Chef' doen is evenmin een bezwaar. Ik heb een gevoel dat het goed gaat, maar zó goed? Uiteraard wordt het opgenomen en Wolfman doet fantastisch werk om een fraaie productie te maken. En dus... hier is-ie... mijn eerste échte solo-single. Ik hoop dat de link werkt! Voor 99 pence voor het goede doel is die van jullie!

http://www.wolfwearcustom.com/apps/webstore/products/show/6039509">
Werkt helaas niet als link, dus even kopiëren en in browser plakken.

Wolfman heeft ook iets in petto. Dat de man 'gek' is, weten wij al jaren...? Hij gaat de naam in zijn rechterhand tatoeëren van de mensen die meer dan tien pond schenken. 'Live' voor de camera!. Het zegt veel over hoe ver Wolfman wil gaan voor het goede doel en ik móet dat ondersteunen. Sinds vanavond half acht prijkt mijn naam met vier anderen op zijn rechterhand. Morgen wordt bekend hoeveel deze actie heeft opgebracht, maar ik weet zeker dat het een topbedrag moet zijn! Daar doen we het per slot van rekening ook voor!

donderdag 22 oktober 2015

Singles round-up: oktober 7



De hoesjes zijn vanmiddag gearriveerd en de eerste Blauwe Bak-singles hebben hun intrek al genomen. 'Never change a winning team?'. De hoesjes zijn 'anders' ten opzichte van de vorige en ze lijken me minder stevig. Het plastic heeft ze té stevig ingepakt en daardoor zijn ze 'krom'. Dat was ook zo met de vorige, maar die waren aardig snel in vorm. Bij deze lijkt dat een stuk lastiger. Ach, genoeg gezeurd, het ziet er een stuk professioneler uit dan die foeilelijke plastic hoesjes (die inmiddels al in de vuilnisbak zijn gegaan). Vandaag dan de laatste negen uit de partij van afgelopen zondag. Het restant van mijn geld dient nu weer even voor 'het leven' en dus kan ik concluderen dat dit de laatste 'Singles round-up' is voor deze maand. Nog één keer genieten?

* Joe South- Games People Play (UK, Capitol, 1968)
De allereerste single die ik tegenkom als ik zondagmiddag De Singel binnen stap en in de eerste jaren zestig-bak duik. Twee euro en dan heb je ook nog een Engelse persing Kan niet mooier! De lage prijs hoor je er niet aan af, want het is een erg fraai exemplaar. Dit is zo'n plaatje dat ruim een kwart eeuw ontbreekt in mijn singles-verzameling en dat dus zeer welkom is!

* Dusty Springfield- Nothing Has Been Proved (UK, Parlophone, 1989)
Een vervolg van de samenwerking tussen Dusty en Pet Shop Boys. Het levert in eerste instantie de hit 'In Private' op en vervolgens deze. Ik kan me het liedje niet zo snel herinneren, maar als ik hem hoor? Prachtige aanwinst. Dit is eveneens een Engelse persing en komt met een zeer fraai foto-klaphoesje. Ook dit hoeft niet meer dan een euro te kosten. Wat kan het leven soms toch eenvoudig zijn!

* The Springfields- Island Of Dreams (US, Philips, 1963)
Het ziet er tragisch uit en dat is het eigenlijk ook. Het middengat is te groot, dus de kans op 'jengelen' is groot. Het label ziet er versleten uit en de plaat klinkt eveneens matig. Maar ja... het is vijftig cent en het is meer voor de heb dan voor de Blauwe Bak of om te draaien.

* Edwin Starr- War (NL, Tamla Motown, 1970)
Ik koop mijn eerste exemplaar in 1992, maar dat is geen succes. Ik weet niet wat deze single (en anderen uit dezelfde hoop) hebben moeten doorstaan, maar het resultaat is dat ze nauwelijks te draaien zijn. Daarbij moet gesteld worden dat Bovema-persingen van 1970 sowieso al teer zijn: Ze zijn geperst op zeer dun vinyl dat bij een beetje hitte al krom trekt. Bij sommige singles gaat de arm trillen in de dynamische stukken. Bij deze 'War' is dit alles niet van toepassing. Hoewel het eveneens dit flinterdunne vinyl is, klinkt deze zoals 'War' hoort te klinken. Plus dat deze voor een euro ook nog een mooi fotohoesje heeft.

* Stone City Band- Freaky (US, Gordy, 1981)
Ik verwacht een instrumentale 'Super Freak' vanwege de naamsvermelding van Rick James, maar nee... het is een gezongen nummer en het heeft weinig met 'Super Freak' van doen. Buiten dat het in deze funky Motown-stijl is. De b-kant heet 'Party Girls' en is meer disco-achtig, maar beslist niet slecht. Beetje jammer dat deze single wel is krom getrokken, maar dat kan ik niet in het geluid terug horen.

* Johnnie Taylor- She's Killing Me (US, Columbia, 1979)
En het gaat vrolijk door in het disco-stramien. 'She's Killing Me' zit echter wel weer heel mooi in elkaar qua ritme met dat gitaar-slagje er doorheen. Het is niet wereldschokkend genoeg om er dollars voor neer te leggen, maar de vijftig cent is gerechtvaardigd voor deze en de plaat mag in de reserve-Blauwe Bak wonen.

* Them- The Story Of Them (NL, Decca, 1968)
Van Morrison verlaat de groep in 1966 en vliegt meteen door naar Amerika om de elpee 'Blowin' Your Mind' op te nemen met Bert Berns. Als Morrison in het vliegtuig zit terug naar Europa, mixt Berns de Neil Diamond-arrangementen in, tot afgrijzen van de Ierse bromsnor. In die tijd doet Van ook de legendarische Nederlandse tournee met Cuby & The Blizzards. De overige leden van Them zetten de groep voort en blijft de vraag aanwezig naar oude platen van Them. Decca bedient die groep op haar wenken met een stel oudere opnames. 'Gloria' bereikt zo 'posthuum' de top vijf in 1967. Met 'The Story Of Them' moest dit ook gaan lukken of...? Een vreemd nummer, anders kan ik het niet zeggen. Ik zou me deze niet op de radio of in de Top 40 kunnen voorstellen, met als resultaat dat de plaat flopt. En wat zou zo'n single anno 2015 moeten kosten met een fraai fotohoesje? Vast meer dan de drie euro die ik zondag heb betaald. Maar nogmaals... het is een uiterst bizar nummer waarvan ik niet verwacht dat ik hem grijs zal draaien.

* Undisputed Truth- Let's Go Down To The Disco (UK, Whitfield, 1976)
De opname is van 1976, de single is het volgende jaar uitgebracht. Norman Whitfield heeft dan succes met Rose Royce en 'Let's Go Down To The Disco' klinkt als een logisch vervolg op 'Car Wash'. Totaal niet interessant. Jammer, maar helaas.

* The Who- Relay (NL, Polydor, 1973)
Ik heb het vaker geschreven: Voor een band die ik beschouw als een van de beste uit de late jaren zestig en begin jaren zeventig krijgt The Who desondanks weinig aandacht op Soul-xotica. Een schandaal! Op het gebied van de jaren zestig-singles heb ik nog een en het ander op mijn wenslijstje staan, maar ook de jaren zeventig zijn bij lange na nog niet compleet. Bovendien is mijn 'Let's See Action' erg aan vervanging toe. Deze 'Relay' ben ik echter nog nooit tegengekomen. Dit nummer spreekt iets minder tot de verbeelding dan 'Won't Get Fooled Again' of 'Baba O'Riley', maar het is precies datgene dat ik zo kan waarderen in de muziek van The Who.

woensdag 21 oktober 2015

Singles round-up: oktober 6



Ik zou na zondag eigenlijk geen platen meer kopen. Althans, deze maand niet. Toch heb ik zojuist een hele impulsieve aankoop gedaan. Een plaatje dat me ineens te binnen schiet en waarvan ik vervolgens ontdek dat ik nét op tijd ben. De (nieuwe) single is bijna uitverkocht en de originele is me ietsje te duur. Vooruit dan maar! Bovendien heb ik de afgelopen dagen een bestelling geplaatst voor honderd blanco papieren hoesjes, want daar zit ik even door heen. De singles van zondag zijn, een paar uitzonderingen daargelaten, in zeer tragische plastic hoesjes verpakt. Zo wil ik ze voor geen geld in mijn koffers hebben! Vandaag de volgende negen uit de partij van zondag. Of zijn het er acht? Zeven en een dubbele single die ik al in de koffers heb staan? Ja, eigenlijk dat laatste. Een plaatje waarbij de vijftig cent té aantrekkelijk is om de platen te laten liggen.

* Martha & The Muffins- Echo Beach (UK, Dindisc, 1980)
Het jaar 2015 heeft me niet alleen prachtige soul-platen opgeleverd, maar ook op pop-gebied en dan met name de jaren tachtig, is het een vruchtbaar jaar geweest. Veel daarvan heb ik te danken aan De Tafel. En het was ontzettend leuk om weer even terug te gaan naar de basis. Ik heb na jaren een aantal singles aan de bakken toegevoegd waar ik door de Northern Soul-hobby niet meer aan toe kwam. Denk bijvoorbeeld aan 'Every 1's A Winner' van Hot Chocolate. De plaat zal ongetwijfeld een paar keer dicht in de buurt zijn geweest, maar ik ben hem niet tegengekomen. 'Echo Beach' van Martha & The Muffins is een vrij recente ontdekking. Ik koop in 2011, samen met de cd van Hooverphonic, een cd-box met 'zomerhits'. Een allegaartje! Eén cd is gevuld met leuke jaren tachtig-hits en daarbij zit ook deze 'Echo Beach'. De single wil tot zondag maar niet op mijn spoor komen, maar hier is-ie dan. Beter dan dit kon ik hem niet wensen!

* The Odessy- Everything Will Be Alright (US, Imperial, 1968)
Natuurlijk weet ik wel dat de soul- en disco-groep Odyssey pas in 1977 is opgericht en toch voelt dit zondagmiddag als een héle grote ontdekking. Achteraf gezien kan ik ook wel concluderen waarom de aanblik van de plaat mij zo opgewonden maakt. Het is een zogenaamde 'Audition Record', de manier van Imperial, Liberty en United Artists om een 'promo' te betitelen. Hoewel deze van The Odessy op Imperial is, staat dezelfde tekst ook op de Liberty-single 'Can I Say I Love You' van Blue Magic, een plaatje dat héél hoog op mijn verlanglijstje staat. Helaas. Het is niet allemaal goud wat er blinkt. The Odessy is folkpop met een aanstekelijk refreintje dat in je hoofd blijft zitten. De a-kant is 'Part I' en is 'instrumentaal'. Dat wil zeggen: De refreintjes worden gezongen, maar de coupletten zijn instrumentaal. Kantje twee is de vocale kant met genoemde coupletten. Geen slechte plaat, maar ook niet wereldschokkend.

* Paper Dolls- Something Here In My Heart (UK, Old Gold, 1968, re: 1985)
Eigenlijk de b-kant van 'That Same Old Feeling' van Pickettywitch, maar Paper Dolls is de reden van aanschaf. Ik heb 'My Life' lang geleden in de Blauwe Bak toegelaten nadat ik me eerst er tegen heb verzet. Deze zal eveneens haar plekje krijgen in de koffer, want ik vind de Paper Dolls té schattig voor de jaren zestig-bak. De plaat staat daar in goed gezelschap, want ook 'Baby Now That I've Found You' van The Foundations staat tussen het 'serieuze' soul-werk.

* Pepper & Soul- Have My Love (NL, Pink Elephant, 1969)
Grappig! In de introductie van de Week Spot van vorige week schrijf ik dat ik heb getwijfeld om tóch een Nederlandse Week Spot te doen. De keuze was dan gevallen op de 'oerversie' van 'Have My Love' van Pepper & Soul. De latere hit ontbreekt dan nog altijd in mijn bakken. Dat is nu dus veranderd! Hij golft als het Limburgse landschap, maar voor vijftig cent hoor je mij niet klagen. Ik heb alle tijd om de plaat met fotohoes te zoeken. Toch even snel het verhaal? Jimmy Pepper is een zanger uit Roosendaal die al vanaf 1964 singles maakt en in 1968 Pepper & Soul formeert. Hij is dan inmiddels naar Amsterdam verhuisd. Voor Philips maakt hij een plaat: 'My Love, Love My Soul' op de a-kant en 'You Can Have My Love' op de b-kant. Tony Vos tekent voor de productie welke rauwe soul laat horen als bijvoorbeeld Blues Dimension. Een paar maanden later neemt Pepper & Soul de single opnieuw en onder leiding van John Van Setten wordt het tempo opgevoerd en het geluid minder gruizig gemaakt. De 'nieuwe' 'Have My Love' (met 'Love My Soul' op de b-kant) sluit naadloos aan op het populaire Stax-werk. Beide nummers worden op de Philips-uitgave toegeschreven aan 'D. Tholen', op Pink Elephant krijgt John Van Setten alle lof toegezwaaid. Ook wel een beetje vreemd omdat John Van Setten eigenlijk een manager is. Hij heeft met onder andere The Outsiders gewerkt ('The Ballad Of John B.' op de flip van 'Touch' is opgedragen aan John B. Van Setten). Freddy Haayen is de 'executive producer'. Op Pink Elephant bereikt de single een elfde plek op de Top 40. Pepper & Soul gaat dan verder als Pepper & Salt met een andere zanger en scoort eind 1969 een tweede hit met 'It Was Yesterday Today'. Meer informatie is er niet en dat is een reden waarom Wilson Pickett de eer heeft gekregen van de Week Spot.

* Shades Of Blue- How Do You Save A Dying Love (US, Impact, 1967)
De 'duurste' single van zondag. Deze moet vijf euro kosten en dat is geen cent te veel voor deze fraaie persing. Shades Of Four is een groep uit Detroit en brengt middels deze single een hoop legendarische namen samen. Zo wordt 'Dying Love' geschreven door niemand minder dan Edwin Starr. Die laatste is dan nog verbonden aan Ric-Tic dat niet veel later door Motown wordt gekocht. Starr is één van de weinige artiesten die mag blijven van Motown. De b-kant is een uptempo 'stormer' uit de pen van Duke Browner. De a-kant wordt gearrangeerd door de heren Theodore en Coffey, 'All I Want Is Love' wordt onder handen genomen door Mike Terry. Voor de laatste ga ik binnenkort waarschijnlijk een standbeeld oprichten. 'How Do You Save A Dying Love' is 'ballad-with-a-beat', een plaatje dat in mijn collectie 'past' bij 'Goin' Goin' Gone' van The Broadways om maar iets te noemen. Er staat op dit moment eentje op Discogs met een zwaar mishandeld label en deze zou twee dollar moeten kosten. Vijf euro voor een puntgaaf exemplaar is dus een koopje?

* Bunny Sigler- Let Me Party With You (US, Salsoul, 1977)
Deze plaat heeft twee argumenten om tot een blindelingse aankoop over te gaan. Ten eerste is dat Bunny Sigler, ten tweede is het Salsoul. Bunny Sigler is al jaren een favoriet. Ik heb geprobeerd om 'Tossin' And Turnin' (1973) tot een nieuwe soul-hit te maken, daar ik nog een stuk of acht exemplaren heb liggen. Nog geen succes gehad. Eerder dit jaar heb ik 'There's No Love Left' gekocht en ik heb 'Girl Don't Make Me Wait' al jaren in de koffers zitten. Bunny Sigler is een held voor mij! Met Salsoul kun je evenmin de mist ingaan. Je weet bij het label meteen wat je kan verwachten. Salsoul-platen zijn erg gewild in The Garage in New York, één van de hipste discotheken van de jaren zeventig. De jongens van The Casino in het Engelse Wigan gaan daar ook eens een kijkje nemen en omdat ze in Wigan, naast de Northern Soul-oudjes, ook iets 'nieuws' willen hebben, adopteren ze de Salsoul-catalogus. Vooral omdat Salsoul op dat moment nog geen hit heeft gehad in Engeland en dus nog steeds 'underground' is. Ik weet niet hoe ver deze van Bunny Sigler het heeft geschopt, maar 'Janice' van Skip Mahoney (1980) is een grote hit geworden in de Northern Soul. Bunny Sigler op Salsoul levert gewoon goede disco op, niet wereldschokkend, maar tevens té leuk om te laten liggen.

* Judee Sill- Jesus Was A Cross Maker (NL, Asylum, 1972)
Een vervangend exemplaar. Ik koop mijn eerste exemplaar van de Judee Sill-single in 1995 en met name omstreeks 2001 draai ik die plaat helemaal aan gort. De stem van Judee Sill overvalt me dan nogal plotseling en dat heeft ze bij méér gedaan. Andy Partridge, frontman van XTC, is bijvoorbeeld zo'n fan-voor-het-leven, hij heeft tien jaar geleden gezorgd voor een fraai overzicht van Judee Sill's werk op cd. Ik heb mijn exemplaar, geloof ik, al een tijdje niet meer gezien, maar ik vermoed het ergste. Deze is met fotohoes en slechts een euro, dus we kunnen weer even. Om en nabij Pasen heb ik de single een paar maal gedraaid in 'Tuesday Night Music Club' en dat ging gepaard met laagjes kippenvel, dus wat dat betreft is dit nieuwe exemplaar meer dan welkom!

* Soul Survivors- Explosion In Your Soul (US, Crimson, 1968)
* Soul Survivors- Explosion In Your Soul (US, Crimson, 1968)
Ik kan me wel herinneren dat ik de plaat in de midden jaren negentig vrij regelmatig ben tegen gekomen. De single zit nog niet heel lang in de Blauwe Bak en deze heeft last van 'distortion'. Nu heb ik deze twee exemplaren nog niet getest, maar ik denk dat er wel een betere tussen zit. En die andere? Om te houden indien de tweede ook 'stuk' gaat of toch eens ruilen/geven aan iemand die het plaatje nog niet heeft? Voorlopig zal die nog wel even in mijn bezit blijven, denk ik zo. Eigenlijk zijn dit er dus 8 en een extra exemplaar en omdat ik niet meer ga kopen deze maand, stel ik jullie bij deze ook de laatste aanwinst voor aan jullie. Ik verwacht deze volgende week binnen te krijgen.

* The Mighty Lovers- Ain't Gonna Run No More (UK, Soul Junction, 1968, re: 2015)
Een klein mysterie. De ene bericht over een single op een obscuur label uit Detroit dat desondanks voor weinig is te bemachtigen totdat de crossover-fans het ontdekken. Soul Junction zélf spreekt van onuitgebrachte opnames. Ik heb hem via Youtube beluisterd en ik moet erkennen, ik ken hem ietsje anders... Waarschijnlijk dat de Soul Junction-persing toch 'outtakes' zijn. Het is echter zo'n plaatje dat eenmaal hoort en dat vervolgens een dag in je hoofd blijft wonen. Op een gekke manier heeft dit nummer de afgelopen zomer heel vaak in mijn hoofd 'gespeeld', maar kon ik nooit grip krijgen op de titel. Vanavond kwam het andermaal langs en nu kon ik wel de titel bedenken. Toen is het dus even snel gegaan. 'Geen platen meer kopen deze maand', is sowieso een belofte waar ik me nimmer aan kan houden.

dinsdag 20 oktober 2015

Week Spot: Five Stairsteps & Cubie



Er zijn nog steeds een aantal vraagtekens bij de eerste maand van Soul-xotica. Ik ga bijvoorbeeld eind maart 2010 naar het concert van Lisa O Piu in Zwolle en vermeld daar helemaal niks over. Wel schrijf ik al wel over A Silver Mt. Zion van een maand later in Groningen, dus zo snel kan het gaan. In april 2010 publiceer ik ook een verhaal over Fursaxa dat me doet afdwalen van de eerste gedachte bij Soul-xotica: Het behandelen van plaatjes uit mijn dj-bakken. Het is echter ook in deze eerste maand dat ik een stapel singles koop bij de kringloopwinkel in Tuk en, hoe jammer ook, ik begin pas veel later met het behandelen van plaatjes die ik op zulke plekken koop. Wat nog de meeste verbazing oplevert, is dat ik me op dat moment niet bewust ben dat ik tegen een heuse Northern Soul-collectie aan loop. Gewoon bij de kringloopwinkel in Tuk! Ik zal pas twee jaar later de waarde leren kennen van Wakefield Sun ('Trypt On Love'), Spiral Starecase ('No One For Me To Turn To') en South Shore Commission ('Train Called Freedom'). Het is een andere single die op dat ogenblik alle aandacht opeist: 'Moody Woman' van Jerry Butler. Tussen deze partij zit ook 'Don't Change Your Love' van Five Stairsteps & Cubie en dat is de introductie voor mij tot de groep van de Week Spot van deze week.

Ik geloof dat er ook een jaar overheen gaat voordat ik 'Don't Change Your Love' ga waarderen. Sindsdien zit het vastgekoekt in de Blauwe Bak en inmiddels in de koffer. Als ik de 'Northern Soul Jukebox' ontvang, zie ik daar een nummer van Five Stairsteps staan en ik geloof dat ik hem toen ook heb beluisterd. Het is echter op dinsdag 2 april 2013 als ik 'het ge-Vecht tegen de drank' aanvaard. Een gemeen gure dag waarop ik van Oldenzaal naar Schüttorf fiets, daar veel moeite moet doen om op de Vechtetal te komen en door een hoop geklooi niet verder kom dan Metelen. Dan steek ik over via Gronau naar Enschede. Ik ben nog maar net in Oldenzaal als 'Stay Close To Me' van Five Stairsteps & Cubie via de schelpen van mijn koptelefoon mijn gehoor binnendringt. Ik stap zelfs even af om op het display te kijken, want dit bevalt me erg goed. Die dag zal ik ook 'There Must Be A Love Somewhere' van Ede Robin en 'The Magic Touch' van Melba Moore beter leren kennen. In tegenstelling tot Ede Robin en Melba Moore, die ik beide binnen enkele maanden op de kop tik, vergeet ik echter weer die van Five Stairsteps. Ik heb immers 'Don't Change Your Love' ook al van de groep. En, niet te vergeten, dat gekke ding dat ik helemaal niet aan soul kan koppelen.

Clarence Burke Sr. en zijn vrouw Betty hebben in totaal zes kinderen. Vijf ervan vormen Five Stairsteps. De naam krijgen ze van hun moeder. Als de broers naast elkaar staan in volgorde van leeftijd, schelen ze allemaal een halve kop van elkaar. Net een trapje... Clarence Jr. is de leadzanger en wordt bijgestaan door zus Alohe Jean en broers James, Dennis en Kenneth. De groep uit Chicago krijgt de titel 'The First Family Of Soul' mee, maar moet dat later overdragen aan The Jackson 5. Five Stairsteps doet mee aan een talentenjacht in het Regal Theater en wint de eerste prijs. De platenmaatschappijen staan in de rij, maar dan is daar Fred Cash. Cash is lid van The Impressions en laat de broers en zus auditie doen voor Curtis Mayfield. Die is onder de indruk van het gebodene en in 1966 verschijnt 'You Waited Too Long', de eerste single van Five Stairsteps. Het verschijnt op het Windy City-label van Mayfield en krijgt een landelijke distributie door Cameo Parkway. De eerste vier singles zijn Top 20-hits in de R&B, maar op de Billboard Hot 100 bereikt alleen 'World Of Fantasy' (1966) de rand van de Top 50. Eind 1967 gaat het licht uit voor Cameo Parkway en stapt Neil Bogart over naar het nieuwe Buddah-label. Curtis Mayfield, The Impressions en Five Stairsteps verhuizen mee. Windy City is dan inmiddels opgegaan in Curtom Records. Ook wordt de groep tijdelijk uitgebreid met het driejarig broertje: Cubie. Hoewel Cubie op iedere plaat wordt genoemd, is dit 'krijs-kind' alleen op de b-kanten te horen. Op de b-kant van 'Don't Change Your Love' doet het bijvoorbeeld 'New Dance Craze'. Na 'Don't Change Your Love' volgen twee singles die het veel minder doen. 'Baby Make Me Feel So Good' strandt op 101 in de 'bubbling under' van Billboard, maar piekt nog wel op twaalf in de R&B. De opvolger doet slechts 91 op de Billboard en niets op de R&B. Dat is op zijn minst verbazingwekkend, want... we hebben het hier over de Week Spot: 'Stay Close To Me'.

Als de plaat in de vroege jaren zeventig Engeland bereikt, is het meteen een 'hit' in de Northern Soul-beweging en dat is niet vreemd. De plaat is uptempo en opgewekt, maar heeft bovendien een paar 'wisselingen' die het avontuurlijk maken voor de dansers. 'We Must Be In Love' (1969) is wel weer een R&B-hit. In 1970 verschijnt 'Because I Love You'. De elpee heet al 'Stairsteps', maar de groep wordt nog als Five Stairsteps op de labels vermeld. Ik heb deze single als een promo en als deze was toegeschreven aan Stairsteps, dan had ik wellicht nooit de link gelegd met Five Stairsteps. Niks geen opgewekte funky soul, dit is sentimentele Vanilla Fudge-meuk. De volgende single is wel succesvol: 'O-o-h Child' zal de grootste hit worden van de familiegroep. Het bereikt nummer acht in de Billboard en veertien op de R&B. Op de flip staat een cover van 'Dear Prudence' van The Beatles en dat wordt eveneens een hit. De drie volgende singles verschijnen in 1971 en 1972 met matig succes onder de naam Stairsteps. Cubie is nooit officieel lid en zal later vooral bekend worden als danser. Alohe Jean verlaat in 1972 de groep om een spirituele tocht te beginnen. Na enkele studies is ze een gastspreker aan de universiteit van Emory. Billy Preston neemt de resterende broers in de arm en introduceert ze bij George Harrison. Die is dan net zijn Dark Horse-label begonnen en tekent Stairsteps voor een album: 'Second Resurrection' verschijnt in februari 1976. De single 'From Us To You' bereikt de tiende plek op de R&B en blijft in de 'bubbling under' steken.

Kenneth kennen we dan al beter als Keni Burke en nadat Stairsteps uit elkaar is gevallen, neemt hij in 1977 een solo-album op voor Dark Horse. Bovenal is Keni een veel gevraagd bassist en werkt met een lange stoet van bekende artiesten. Hij is ook één van de producers van het album 'Ménagerie' van Bill Withers dat onder andere de single 'Lovely Day' voortbrengt. Van 1979 tot en met 1981 is er een korte voortzetting van Stairsteps met toetsenist Dean Gant als The Invisible Man's Band. 'All Night Thang' is een bescheiden hitsingle in 1980 en de groep maakt twee albums. Na 1983 is het vooral Keni die in de schijnwerpers aanwezig blijft. Hij schrijft en produceert voor The O'Jays, The Jones Girls, The Whispers, Keith Sweat en nog vele anderen. In 1998 maakt hij een album en een 12"-single voor een Engels label. Clarence Jr. overlijdt op 26 mei 2013 in Georgia. Cubie Burke volgt hem op 14 mei 2014. Cubie is dan slechts 49 jaar oud.

Singles round-up: oktober 5



Vandaag maar liefst twee berichten, eerste de 'Singles round-up' en later de Week Spot. Dan zit ik weer op schema. Dat laatste is zeer belangrijk voor mij. Hoewel ik me niet zou hoeven schamen als ik eens een dag over sloeg, wil ik het gewoon niet. Aan het einde van het jaar moet de lijst twaalf maanden weergeven met het corresponderende aantal dagen in berichten. Let wel: Er zijn maar weinig weblogs over muziek die, in principe, dagelijks publiceren met een volledig bericht. Er zijn die gewoon een Youtube-video plaatsen en weer iets anders gaan doen, maar die reken ik niet tot 'serieuze' bloggers. Soul-xotica gaat al vijf jaar als een trein en het spoor is voorlopig nog niet ten einde! Vandaag zijn we halverwege de partij singles die ik zondag heb gekocht. Om de spanning op te voeren, heb ik besloten de nog-niet-gedraaide singles uit te stellen tot het punt van schrijven en dus volgen hier een paar kersverse observaties.

* The Impressions- Sooner Or Later (US, Curtom, 1975)
Bij The Dells denk ik ten onrechte dat ik met een 'ballad' van doen heb, bij The Impressions zijn mijn verwachtingen altijd hoog. Helaas valt dat geregeld tegen. Ik heb bijvoorbeeld 'We're Rolling On' liggen, maar begrijp niet wat ik ermee moet. Die zit dus 'gewoon' in de jaren zestig-bak. De enige twee die de Blauwe Bak hebben gehaald zijn 'You Must Believe Me' en 'Can't Satisfy'. Bij deze van The Impressions twijfel ik ook even. Ach vooruit, het is maar vijftig cent, maar om nu vijftig cent uit te geven voor méér vulling in de uitpuilende jaren zeventig-bakken? Hij gaat desondanks op het stapeltje en... ik heb geen spijt! The Impressions wordt vaak geassocieerd met Curtis Mayfield en hoewel het plaatje op Curtom is uitgebracht, heeft Mayfield niet veel bemoeienis meer met deze plaat. Ed Townsend heeft de taak overgenomen als schrijver en producer, bijgestaan door Rene Hall als arrangeur. 'Sooner Or Later' is fijne disco, maar ik begin spontaan te glimlachen als ik 'Miracle Woman' beluister. Dat is eentje voor in de categorie van 'Hey Girl' van The Caprells.

* Charles Jackson- Ooh Child (Barbados, Capitol, 1978)
Het label oogt oud. Die diepe donkerrode kleur doet het eerste denken aan de jaren vijftig. Tot mijn verrassing blijkt het uit 1978 te zijn en nadere bestudering van het label maakt me ook blij: Het is een single van Barbados. Toch is deze van Charles Jackson weinig 'spouse' (= popmuziek van Barbados) en meer een ordinaire disco-stamper. Toch wel een van het leukere soort!

* Jay & The Techniques- Strawberry Shortcake (US, Smash, 1967)
Het is een truc die vooral in de late jaren vijftig en vroege jaren zestig erg goed werkt. Een opvolger die niet gelijk is in muziek, maar wel een soort van 'antwoord' is op de vorige titel. Niet als Status Quo dat van de platenmaatschappij tot vervelens aan toe een alternatieve 'Pictures Of Matchstick Men' moet voortbrengen, maar een woord of titel dat refereert aan de grote hit. Jay & The Techniques uit Philadelphia heeft in 1967 een knaller van een hit met 'Apples, Peaches, Pumpkin Pie' en hoewel 'Strawberry Shortcake' bijna net zo'n dijenkletser is, lijkt het nummer niet als twee druppels water op de voorganger. Ik geloof dat 'Strawberry Shortcake' nog een van de laatste voorbeelden is waarbij het werkt, de platenfirma's ontdekken al snel dat ze écht met iets anders moeten komen om het in de verzameling van de platenkopers te krijgen. Bij mij gaat die de reserve-Blauwe Bak in.

* Eddie Kendricks- The Thin Man (NL, Tamla Motown, 1974)
Misschien ben ik heel erg kort door de bocht, maar Eddie Kendricks heeft iets gemeen met zijn Temptations-collega David Ruffin: Als groep maakt The Temptations prachtige platen, maar solistisch kunnen de heren mij nauwelijks boeien. 'The Thin Man' is vroege Motown-disco. Ondanks het vocale hoogstandje van Kendricks is het echter vaak gedaan en interessanter dan dit. Moet toch maar de reserve-Blauwe Bak in, David Ruffin staat daar ook...

* Ben E. King- What Is Soul (UK, Atlantic, 1966)
'1966' staat op het label, het verschijnt in Engeland pas in februari 1967. Ik ken 'What Is Soul' het beste uit de versie van Rob Hoeke, maar deze van Ben E. King slaat alles. Ik denk in eerste instantie nog dat ik met een heruitgave van doen heb. In 1968-69 worden enkele Atlantic-platen opnieuw uitgebracht in Engeland. Denk aan 'Candy' van The Astors dat ik op hetzelfde label in de Blauwe Bak heb zitten (het is oorspronkelijk op Stax). Deze is dus origineel, spotgoedkoop en een beetje krom, maar daar heeft 'What Is Soul' geen last van. We kennen King allemaal het beste van 'Stand By Me' en een miljoen opvolgers die allemaal zo klinken, dan is 'What Is Soul' een welkome afwisseling. De voormalige Drifters-man legt ons nog één keer het woord uit dat in 1966 alom wordt gebezigd om een muziekstroming aan te geven. King klinkt furieus en zo kennen we de man eigenlijk niet. Ik weet dat het heel erg 'piraat' klinkt, maar dit is een toppertjuh!

* Stacy Lattisaw- Don't Throw It All Away (US, Cotillion, 1982)
'Guilty pleasures'. Ik heb 'Jump To The Beat' van Stacy Lattisaw sinds jaar en dag in de reserve-Blauwe Bak zitten. Waarom? Omdat ik het zo'n gezellige plaat vind die me meteen terug brengt naar mijn jeugdjaren. Ik denk dat ik me kan voorstellen hoe ik over de overloop speel (je kukelt eens in je leven van de trap en dan leer je oppassen...) en dit vanaf de zolder hoor. Ik denk dat 'Jump To The Beat' koren op de molen is geweest van mijn oudste broer. Maar goed... deze single. 'Don't Throw It All Away' is de eerste die ik tegenkom in dit partijtje dat 'weigert' om te draaien. Een kras in het intro doet de plaat hangen en dat is niet erg. Het is namelijk geen 'Jump To The Beat'. Dat is 'Down For You' wél en die draait prima en dus gaat die onder dit waardeloze excuus de reserve-Blauwe Bak in. Ik zou acht reserve-Blauwe Bakken kunnen hebben, maar wil het hier bij maximaal drie bakken houden, dus vroeg of laat moeten ze naar hun 'eigen' bak.

* Gordon Lightfoot- If You Could Read My Mind (US, Reprise, 1971)
* Gordon Lightfoot- Sundown (NL, Reprise, 1974)
Zo'n 'round-up' is met de billen bloot. Nu maar liefst twee singles van Gordon Lightfoot en gek genoeg van twee verschillende adressen. 'Sundown' heb ik al ruim twintig jaar in mijn bakken staan, maar ook stevig gedraaid. Zo'n exemplaar met fotohoes staat al een tijdje op mijn verlanglijst en dat is nu opgelost. 'If You Could Read My Mind' is één van de mooiste popsongs dat ooit is geschreven. Niet mijn mening, maar een vast staand feit. Of... misschien toch mijn eigen mening? Hoe dan ook: Dit is een plaat waarvoor ik me niet schaam. Ik heb het nummer op verschillende elpees staan, maar de single ontbreekt tot zondag.

* The Mark IV- Honey I Still Love You (US, Mercury, 1972)
Niet te verwarren met de doowop-groep uit de jaren vijftig. Mercury mag weliswaar niet het aanzien hebben van Stax, Atlantic of Motown, maar in de vroege jaren zeventig heeft het een hele aardige rhythm & blues-stal. Jerry Butler en Gene Chandler zijn de 'grootste' namen, verder heb ik voorbeelden van Clay Hammond en Willie Hightower voor handen. 'Zoals het niet meer wordt gemaakt', is vaak de 'tagline' die met Mercury-platen uit die tijd komt. 'Honey I Still Love You' is midtempo en niet te versmaden. Het is eerst de b-kant die mijn aandacht trekt: 'Since God Made Woman-Nobody Rest'. Hoewel de mannen getuigen van een goede bijbelkennis wordt vooral het beter geboetseerde geslacht lof toe gezongen in plaats van de Oppermacht.

maandag 19 oktober 2015

Singles round-up: oktober 4



Morgen krijgen jullie niet alleen de Week Spot van deze week, maar ook de vijfde 'Singles round-up' en dan zit ik weer op schema. De weekeinden zijn ietwat 'rommelig' de laatste tijd en ik verwacht niet dat het dit weekend anders zal verlopen. We gaan als Wolfman Radio-presentatoren samen een uitzending doen van 52 uren. Ofwel... 53 uren, want van zaterdag op zondag gaat de wintertijd in. Ik ben degene die meteen daarvan profiteert, want ik ben op dat moment 'in de lucht'. Het lijkt op papier drie uren te worden, maar feitelijk is het dus vier uren. Ik krijg ze wel vol! Dan volgt een héle korte nacht, want rond het middaguur word ik opnieuw verwacht op het appel komen en dan voor twee uren. Eventuele fietstochten zijn van de baan komende zondag, maar daar staat tegenover dat ik zaterdag overdag eens 'vrij' ben. Vandaag de tweede greep uit de platen die ik gisteren in Zwolle heb gekocht.

* The Dells- Learning To Love You Was Easy (Italië, Cadet, 1975)
Het is eigenlijk best gek. Ik weet heus wel dat The Dells meer heeft gedaan dan de 'Love Is Blue'-medley, maar toch denk ik iedere keer aan een slijper als ik een plaat van The Dells zie. Terwijl de groep ook het aanstekelijke 'Wear It On Our Face' op haar naam heeft staan en 'Poor Little Boy' uit de Blauwe Bak juist fijne midtempo is. The Dells in 1975? Daar kan ik me geen voorstelling bij maken als ik dit plaatje in mijn handen hou, maar het hoeft slechts vijftig cent te kosten. En? Het bestaat! The Dells levert hier een opzwepend disco-nummer af. Een plaat die gegarandeerd de Blauwe Bak in gaat!

* Betty Everett- Happy I Long To Be (US, C.J., 1961)
Ik heb sinds jaar en dag een bijzondere interesse voor Betty Everett. Tot nu toe heeft dat 'Getting Mighty Crowded' opgeleverd en het even leuke 'Trouble Over The Weekend'. Bij het zien van deze van Betty Everett begin ik te glimlachen. Uitgebracht op een obscuur label uit Chicago terwijl Betty haar platen door Vee Jay werden gedistribueerd? Betty is al een tijdje bezig in de muziek als ze in 1964 een hit scoort met 'It's In His Kiss', ook bekend als 'The Shoop Shoop Song'. In de jaren ervoor maakt ze een hele rits platen voor het C.J.-label en die krijgen nauwelijks een landelijke distributie. 'Happy I Long To Be' is petticoat en suikerspin in het haar. Vroege 'girl group pop' dat binnen een paar jaar héél snel volwassen zal worden, maar dat in 1961 nog immer onschuldig is. Niet essentieel voor de Blauwe Bak, maar wel enorm schattig.

* Betty Everett & Jerry Butler- Let It Be Me (US, Trip, 1964, re: 1971)
De '1971' is een schatting, ik weet dat mijn Patti Labelle & The Bluebelles op Trip uit dat jaar komt en deze zal ook uit die contreien komen. Trip is een Amerikaans label dat in de eind jaren zestig en begin jaren zeventig 'vergeten' rhythm & blues en doo wop doet verschijnen en waarover de meningen verschillen of het wel een legale partij is geweest. Veel van de opnames klinken dof alsof ze rechtstreeks van de originele plaat zijn opgenomen. In dit geval staat Jerry's solo-hit uit 1964, 'I Stand Accused', op de keerzijde. Als dit hoesje écht bij de single hoort, heeft de vorige eigenaar twee pond ervoor betaald bij een internetwinkel uit het Engelse Epsom. Zelf had ik dit niet betaald voor de plaat, maar vijftig cent is een mooi prijsje! Op zichzelf is 'Let It Be Me' een mooie uitvoering, maar ik neig dan al snel naar de uitvoering van The Sweet Inspirations.

* Five Stairsteps & Cubie- Stay Close To Me (US, Curtom, 1968)
Het hoesje beschrijft de plaat als een 'VG+' en dat is 'matig, maar goed genoeg om te dj-en'. Zelf kan ik helemaal geen mankement vinden aan de plaat. Het is op 'gevaarlijk' styreen, maar deze klinkt overal even zuiver. Omdat de kans groot is dat dit de Week Spot gaat worden, hou ik het nu kort.

* Flashback- There He Comes (Frankrijk, Vogue, 1970)
Tja, wat moet je hiermee? Voor vijftig cent te aardig om te laten liggen, maar verder gaat deze single heel snel de jaren zeventig-bak in. 'There He Comes' begint dreigend met een orgel, maar zakt daarna heel snel in. De b-kant heeft een leuk breakbeat-slagje erin zitten, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat de plaat daar leuker van wordt. Het kan ook niet altijd feest zijn.

* Fleetwood Mac- Sara (NL, Warner Bros., 1979)
Bij een andere dealer koop ik een paar singles die ik met enige schaamte afreken. Alice Cooper is daar eentje van en ook bij Fleetwood Mac probeer ik oogcontact te mijden. Stel je eens voor dat de handelaar zou ontdekken dat ik compleet weg smelt bij het horen van 'Sara'? Mijn complete imago naar de haaien. O ja, dan is er ook nog een weblog. Wat ga ik hen vertellen? Dat deze plaat heel per ongeluk in mijn tas is terecht gekomen? Nee, ook hier ga ik met de billen bloot. Ik vind 'Sara' van Fleetwood Mac een prachtnummer en daarmee is de kous af voor mij!

* Bobbie Gentry- Somebody Like Me (NL, Capitol, 1971)
Nog zoiets... Bobbie Gentry. Daar hoef ik nog niet eens bij het plaatje weg te smelten, alleen al een foto van mevrouw Gentry is genoeg. Verder leunt Bobbie als een country-madam dicht aan de soulpop en dat maakt me bij voorbaat nieuwsgierig naar iedere plaat van haar. Deze 'Somebody Like Me' blieft een euro en dan heb je een plaatje in zo'n 'neutraal' EMI-'foto'-hoesje (zonder foto...) in complete nieuwstaat. Zelfs het 'hartje' voelt nog erg vers aan. 'Somebody Like Me' is precies datgene waarop ik hoop. Uptempo, toeters en gewoon een lekker nummer.

* Buddy Holly- Heartbeat (NL, Coral, 1958, re: 1966)
De precieze reden kan ik niet ontdekken, maar feit is dat de Nederlandse tak van Coral (Phonogram) in 1966 een stortvloed aan Buddy Holly-singles opnieuw uitbrengt. Op 14 maart 1966 zijn dat er drie: 'Listen To Me', 'Rave On' en 'Heartbeat'. Op 12 april 1966 verschijnen 'Peggy Sue' en 'It Doesn't Matter Anymore'. Later komen 'Valley Of Tears' en 'Maybe Baby' uit en allemaal hebben ze dezelfde hoes, maar steeds in een afwijkende kleur. 'Heartbeat' is een kopie van de Amerikaanse single uit 1958 met 'Well... Allright' als de b-kant. De single is keurig en hoeft toch maar twee euro te kosten.

* Honey Cone- One Monkey Don't Stop No Show (Canada, Buddah, 1971)
Er stond me iets van bij en sinds ik hem heb beluisterd, weet ik het zeker! Ik ben deze single onlangs nog ergens tegengekomen. Ik weet niet meer of het een veiling is geweest of een webwinkel. Nu heb ik deze fraaie Canadese demo te pakken voor drie euro. Honey Cone komt in Amerika en Europa uit voor het Hot Wax-label en heeft in 1971 een flinke hit met 'Want Ads'. Deze demo heeft een 'part II' op de b-kant in plaats van de reguliere flip 'Stick Up'.

zondag 18 oktober 2015

Singles round-up: oktober 3



Ik had de datum al een maand in de agenda gezet, maar dan opnieuw... platenbeurzen zijn eigenlijk niet aan mij besteed. Ik ben vandaag dus tóch gegaan. Op de fiets naar Zwolle en toeristisch terug (67,5 kilometer, mijn teller staat nu op 250 kilometer in twee weken) en intussen naar de kleine, maar fijne, platenbeurs in café De Singel. Omdat De Singel een reputatie heeft van funk, verwachtte ik veel gespecialiseerde funk-dealers met iets duurdere platen, dus ik nam een klein single-koffertje mee voor de nieuwe aanwinsten. Welnu... ik heb maar liefst vijfenveertig singles gekocht. Ofwel: vierenveertig 'unieke' singles en eentje dubbel die ik ook al had. Goed nieuws voor de liefhebbers van de 'Singles round-up' (en dat zijn er nogal wat!), want deze week zit het wel snor met de 'Singles round-up'. Ik ga jullie de 45 aanwinsten in vijf berichten voorstellen. Vandaag de eerste negen.

* Ace Spectrum- Live And Learn (US, Atlantic, 1976)
Ik weet wel dat Ace Spectrum meer heeft gemaakt dan alleen 'Don't Send Nobody Else', maar dat nummer is zo'n favoriet van mij, dat al het andere 'tweederangs' klinkt voor mij. Totdat ik vanmiddag deze single van Ace Spectrum tegenkom. Minder dan 'Don't Send Nobody Else'? Ietsje minder, maar nog steeds een erg prettig plaatje. Aan de prijs kan het hem niet liggen, de meeste singles hebben vijftig cent of een euro gekost.

* Lee Andrews & The Hearts- Long Lonely Nights (US, Eric, 1957, re: 1979)
Ik heb zojuist een groot deel van de aanwinsten gedraaid in 'The Vinyl Countdown' en daarbij valt op dat de platen over het algemeen in een erg goede staat verkeren, ondanks de lage verkoopprijs. Deze van Lee Andrews & The Hearts hoor ik nu pas en deze heeft toch wel last van 'distortion'. Maakt niet heel veel uit, het geeft het doowop-plaatje uit den ouden doosch alleen maar meer charme. Op de keerzijde staat een andere hit van Lee Andrews & The Hearts: 'Teardrops'.

* B.C.G.- Street Talk (US, 20th Century, 1976)
'B.C.G.' staat voor 'B.C. Generation' en ik heb me afgevraagd waar 'B.C.' voor staat. Nu valt dan toch het muntje van 12 eurocent, want het is mede geschreven door Bob Crewe. En The Bob Crewe Generation is geen onbekende naam. 'Street Talk' is een beetje een flauwig disco-stampertje met wat geroezemoes op de achtergrond. Voor vijftig cent moest even gegokt worden, maar deze haalt duidelijk niet de Blauwe Bak.

* Bobby Bridger- The World Is Turning On (NL, Beacon, 1970)
Het is sinds Whichwhat ('Gimme Gimme Good Lovin') dat ik een bepaalde fascinatie heb voor het Beacon-label, ook al is het niet allemaal goud wat er blinkt. Dat blijkt uit deze van Bobby Bridger, een tipnotering die ik uit het Hitdossier ken. Bobby is een singer-songwriter met een beetje een moralistisch toontje die mij niet weet te overtuigen.

* Eric Burdon & War- Spill The Wine (Duitsland, Polydor, 1970)
Driemaal is...? Mijn eerste exemplaar heeft nooit goed geklonken. Een paar jaar geleden heb ik hem van Peter gekregen met de fotohoes, maar opnieuw is het vinyl weer niet het beste. En ik wil deze single eens goed hebben vanwege de b-kant, 'Magic Mountain', dat is gesampled door Portishead. Nu ben ik er voor vijftig cent in geslaagd. Ja, wel kraakjes, maar daar zijn deze Duitse Polydor-persingen uit de vroege jaren zeventig erg vatbaar voor, maar op zijn minst blijft die niet meer steken of slaat die over.

* Con Funk Shun- Shake And Dance With Me (US, Mercury, 1978)
Vorig jaar november heb ik al 'Da Lady' gekocht van Con Funk Shun, maar die wil er moeilijk in bij mij. Deze 'Shake And Dance With Me' voelt lekker vanaf de eerste noot. Een lekkere solide disco-danser die beslist in de Blauwe Bak mag!

* Alice Cooper- Halo Of Flies (NL, Warner Bros., 1973)
Mijn oude exemplaar blijft op veertig punten steken en dat is zonde van zo'n plaatje dat me als presentator de tijd geeft iets anders te doen. Deze mag mee voor een euro. De fotohoes is gescheurd, maar dat is geen bezwaar. Ik heb namelijk een betere liggen. De plaat zelf is aardig mishandeld, maar tot zover ik kan nagaan blijft die niet hangen.

* Don Covay & The Goodtimers- Iron Out The Rough Spots (NL, Atlantic, 1966, re: 1976)
Een merkwaardig ding. Deze single is oorspronkelijk in 1966 uitgebracht in Amerika, maar tien jaar later komt het in Nederland uit met 'You Put Something On Me', de originele b-kant, als a-kant. Dat is een ballade zoals we dat kennen van Covay, maar dit 'Iron Out The Rough Spots' is meer een uptempo danser in de stijl van 'See Saw' dat me beter bevalt. Voor de collectie draai ik de kanten dus om, maar ik heb vanavond 'You Put Something On Me' in 'The Vinyl Countdown' gedraaid.

* Robbie Dale- Soul Mama (NL, Pink Elephant, 1969)
'De Admiraal'. Dat is de bijnaam die Robbie Dale krijgt als hij in de late jaren zestig bekend wordt als dj bij Radio Veronica. Ik verwacht eigenlijk niet veel van deze single, maar hij is echt leuk! Volgens de 'credits' op het label is het in Londen opgenomen. Dale is niet de beste zanger, maar getuigt wel van charisma. Ook de b-kant, 'Queen Stella', met bemoeienis van Cees Schrama, klinkt even fijn! Leuke verrassing voor vijftig cent!