zondag 28 januari 2018

Een leven met Mark E.



Ik kan vandaag tevreden achterover leunen. We hebben een partij van drieduizend brieven die vrijwel huis-aan-huis in één van de grotere wijken van Meppel moet worden bezorgd. Er staat drie dagen voor terwijl de collega's ook nog hun dagpost hebben. Ik heb eerst donderdag een flinke slag geslagen en had eigenlijk wel verwacht dat de vrijdag de rest gedaan zou worden. Dus niet! Dat heb ik gisteren vrijwel in mijn eentje gedaan. 'De beuk erin' en niet op de klok kijken. Ofwel, dat laatste doe ik als ik het lastigste gedeelte heb gehad en dan is het kwart voor één. Het is griezelig hoe 'ontspannen' ik word op zo'n moment. Ik ben later thuis dan gewoonlijk op zaterdag en moet nog even de ogen sluiten voordat ik met de show kan beginnen. Ik verslaap me iets en word klokslag elf uur wakker. Twintig minuten later ben ik in de lucht en om drie uur ben ik klaar. Dan ben ik opnieuw rijp voor mijn bedje en nu ga ik dus inhalen met de berichten. Ten eerste het bericht dat ik donderdag of vrijdag al had willen doen. Mark E. Smith, zanger van The Fall, is woensdag overleden op zestigjarige leeftijd en ik heb een persoonlijke herinnering aan de man die ik nog graag eens met jullie deel!

Google is je beste vriend? Ik verwacht niet dat de zoekmachine deze informatie heeft opgeslage, maar dan...? Er is een database van 'setlists' van concerten. Als bezoeker kun je de setlist invoeren en dat noemt het optreden van The Fall in Sneek. Toch kan de bezoeker slechts één titel herinneren. Ik ben een 'groentje' op het gebied van The Fall en ken alleen de reputatie van Smith en zijn gevolg. Dat is iets wat ik met eigen ogen wil aanschouwen en dat komt mooi uit nu de band in Sneek optreedt. Zelf woon ik in Tuk als het concert plaats heeft, maar ik blijf het weekend hangen bij oude vrienden. Google vertelt me dat de datum 5 april 2001 is geweest. Meteen komen de beelden naar boven en vraag ik me af waarom ik zo lang heb moeten nadenken over het jaartal. Lekker belangrijk detail maar wel iets anders dat ik op die dag doe: Ik koop een nieuw fietsbroekje omdat de oude na de 'Monstertocht' helemaal aan zijn einde is gekomen. Niet dat ik 'durf' te fietsen in een lycra fietsbroek, in dit geval draag ik het onder de spijkerbroek. Of misschien zelfs wel een legerbroek, want die tijd heb ik ook nog even gehad. Nu ik de datum weet, komen de herinneringen stuk voor stuk bovendrijven. Eerlijk is eerlijk: Een aantal had ik bewust heel ver verstopt want buiten de muziek om is het niet bepaald een 'legendarisch' weekend geweest voor mij. Of... misschien toen wél, maar er zijn gelukkiger tijden om aan terug te denken.

Zo'n weekend in Sneek in 2001 is meer 'ouwe jongens krentenbrood' dan dat me lief is. Er is tegenwoordig slechts een enkeling die ik bewust zou willen opzoeken en de rest het liefste vermijden, maar in 2001 wordt het heel gemakkelijk weer 1997. De tijd wordt verdeeld tussen Het Bolwerk, de kroeg (The Scrum is dan al op zijn retour) en nachtverblijf. Dat is niet Jutrijp voor mij maar banken en logeerbedden bij vrienden. Natuurlijk moet eerst worden 'ingedronken' voor zo'n concert. The Scrum of 'T Pantoffeltje zou mijn keuze zijn geweest, maar beide kroegen zijn niet meer wat het is geweest en dus volg ik mijn vrienden. The Legend heeft de plek van The Scrum ingenomen maar dat is alleen 's avonds open. Overdag heb je De Boei, de pub op het hoekje van de voormalige discotheek De Lichtboei waar nu (en nog steeds) The Legend is gevestigd. Het zou niet mijn keuze zijn geweest. De Boei is het type café waar beroepsalcoholisten zitten die het kunnen permitteren om hun bier in de horeca te nuttigen. De man die even verderop aan de bar zit, valt niet uit de toon. Ik heb zelfs een ongemakkelijk gevoel bij hem. Hij lijkt op de plaatselijke schroothandelaar die zijn zondagse klofje heeft aangetrokken voor het hoogtepunt van de week: Bier hijsen op een doordeweekse middag in de meest fantasieloze kroeg van Sneek. Of hij bier drinkt? Geen idee, daar heb ik niet opgelet. Feit is dat hij soms behoorlijk woest onze kant op kijkt. 'Onze kant' is als een uitgelaten stel honden. Alle 'typetjes' uit 1997 passeren de revue en we brengen daarmee tumult in het té stille café.

Op een bepaald moment begint de blaas op te spelen en het is geen gewoonte voor mij om het te laten lopen... Op weg naar de wc kom ik langs deze man en ik heb gewoon de behoefte om iets tegen hem te zeggen. Ik wend al mijn kennis aan van het 'Sneeks' en blaat maar tegen hem dat ik mijn vrienden in jaren niet heb gezien (Wat? Oók nog liegen?). De stoïcijnse blik die ik terug krijg, spreekt boekdelen. 'Met rust laten' is het devies terwijl er geen woord aan te pas komt. Het is mijn vrienden niet eens opgevallen. De maag gaat rammelen en wij zoeken een eettentje op. Een paar uur later zijn we in Het Bolwerk. The Fall gaat beginnen! Volgens mijn herinnering eerst een héle lange instrumentale introductie. Er wordt her en der gefluisterd. Is Mark E. wel in staat om op het podium te komen? Halverwege een nummer strompelt hij het podium op en mijn mond valt wagenwijd open. Ik herken meteen de ietwat glimmende leren jas en als ik de kop zie, weet ik het zeker. ,,Ze hebben de ijzerboer ingehuurd om te zingen met The Fall", zeg ik tegen een vriend, maar die begrijpt niets van deze 'wartaal'. Tegelijk een plaatsvervangende schaamte. Vandaar dat hij niet reageerde op mijn rare accent! Als ik had geweten dat het Mark E. was, dan had ik hem zeker ook niet lastig gevallen en al helemaal niet met een leugen. Dichterbij Mark E. ben ik nimmer gekomen en menig fan is stikjaloers als het verhaal ter sprake komt.

Laat me met de deur in huis vallen: Mark E. Smith is een muzikaal genie. De scheidslijn tussen gek en geniaal is te verwaarlozen. Smith is echter niet de paljas zoals je dat vaak treft bij geniale mensen, maar is eerder het soort dat zich al te bewust is van het feit dat het niet wil deugen. Meer een poeet die het ter plaatse lijkt te bedenken dan een gestudeerde 'dichter' met huis-, tuin- en keukenproza als bijvoorbeeld Jim Morrison. De rauwheid van een punker die geregeld de vinger op de zere plek van de maatschappij weet te leggen. Mark E. Smith zegt waar het op staat maar dan verpakt in poëtische woorden en onstuimige muziek. Waar andere exponenten van de punk zijn gezwicht voor groot geld óf kleinburgerlijk zijn geworden, daar is Mark E. Smith veertig jaar dezelfde. In de vorige alinea heb ik het over de volle blaas en dat heeft een reden. Op de meest intense momenten laat Smith het gewoon lopen. Als deze dus urinevlekken aan de voorkant van zijn broek heeft, dan weet je dat je een legendarisch optreden van The Fall hebt beleefd. Mijn herinnering vertelt me dat Smith nogal ongeïnteresseerd is in Het Bolwerk, maar dat is achteraf gezien tevens zijn handelsmerk.

Blij dat ik The Fall heb gezien? Jazeker! Het is zoiets als Bauhaus in 2006: Ik neem het mee naar huis en doe vervolgens niets ermee. Ik ga niet zoeken naar platen van de groep of iets dergelijks. Het is pas als ik goed en wel aan de slag ben bij Wolfman Radio. Daar hebben we een paar devote Mark E. Smith-fans en dan besef ik pas hóe legendarisch dit concert is geweest. En dat ik nota bene aan de ophaalbrug heb gestaan van het kasteel dat Mark E. Smith heet. Alleen bereikbaar voor andere muzikanten want Smith doet veel meer dan alleen The Fall. Een echte 'soldaat'! Hij is al jaren ziek en zit sinds vorige zomer zelfs in een rolstoel. The Fall brengt dan ook haar laatste album uit, 'New Facts Emerge', en dat staat fier overeind tussen het klassieke werk van The Fall. Hij is voortdurend blijven optreden totdat hij afgelopen woensdag is bezweken. De laatste échte punker, in mijn optiek, is slechts zestig jaar geworden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten