vrijdag 16 oktober 2015

Het zilveren goud: oktober 1990



Hoewel de strandwandeling achteraf gezien heel veel waarde voor me heeft gehad, bewaar ik niet echt goede herinneringen aan het reisje naar Terschelling. De goede herinneringen van school in de tijd zijn sowieso dun gezaaid. De mooiste herinnering zitten wat dat betreft verpakt in plastic cirkels van 17 centimeter doorsnede, een gat in het midden en een 'spiral scratch'. De herfstvakantie komt wat dat betreft goed van pas, ik maak met name op vrijdag een 'wereldreis'. Ja, het klinkt gek, maar zo voelt het wel. Ik kan me namelijk niet herinneren dat ik voor deze dag ooit in een trein heb gezeten, buiten een toeristische stoomlocomotief in Denemarken. Helemaal vanuit Sneek naar Leeuwarden is echter niet bepaald een wereldreis en ik zal de afstand een jaar later meerdere malen per fiets overbruggen. Vrijdagavond is voor mij niet de avond om terug te kijken op sombere gebeurtenissen en dus ga ik jullie nu de sprankjes geluk uit oktober 1990 presenteren: Twintig in totaal.

Bestaat het? Ja, het bestaat! Ik ken in oktober 1990 Jimi Hendrix enkel van naam. Ik ken de muziek nagenoeg niet, maar heb wel begrepen dat het hoog staat aangeschreven bij muziekliefhebbers. Ik hoor de naam voor het eerst als Hendrix zijn 'special' krijgt in het NCRV-radioprogramma 'Elpee Pop'. In de herfstvakantie van 1990 is het twintig jaar sinds het tragische einde van de gitarist en dit wordt gevierd met de compilatie 'Cornerstones'. Ik heb dan even daarvoor de 222 gekocht in het hoesje van 'The Night They Drove Old Dixie Down' van The Band. De nummers 223 tot ten met 225 komen van een vlooienmarkt in de Veemarkthal. Nummer 226 is de enige single die ik kan vinden op de fancy-fair waar ik de elpees van Deep Purple en Styx heb gekocht. De nummers 227 tot en met 231 koop ik allemaal bij Sunrise in Sneek. Op een zaterdagmiddag mag ik met mijn ouders mee naar Lemmer. Zij zoeken een oude tante van mijn vader op en ik ga op plaatjes-strooptocht. Dat is snel gedaan, want meer dan de Expert vind ik niet in Lemmer. De nummer 232 komt daar uit de uitverkoopbak.

221. Gettin' Higher-The Rob Hoeke Group
222. All Along The Watchtower-The Jimi Hendrix Experience
223. Night Fever-The Bee Gees
224. Holiday-The Bee Gees
225. Ruby Is The One-Earth & Fire
226. Bulldozer-Oliver Onions
227. Keep In Touch-The Free
228. Dock Of The Bay-Sergio Mendes & The Brasil'66
229. Home And Dry-Gerry Rafferty
230. Dance The Kung Fu-Carl Douglas
231. Tie Your Mother Down-Queen
232. Everything Your Heart Desires-Daryl Hall & John Oates

Op vrijdagavond komen we terug van Terschelling en de zaterdag is meteen de start van de herfstvakantie. Ik vier het de zaterdag meteen met een bezoek aan de vlooienmarkt en de singles die ik daar koop 'kleuren' mijn herfstvakantie. Op vrijdag ga ik, zo gezegd, naar Leeuwarden. Radio Matrix kan ik niet vinden, maar die adverteert ook bijna een jaar niet meer met platen. Ik zal jaren later de zaak wel vinden, koop er nog een aantal zaken (waaronder mijn oude draaitafels) en sta in september 2011 opeens voor de dichte deur. Downstairs is eveneens onvindbaar en dat zal een tijdje zo blijven. De Bierkade staat wel ingetekend op de kaartjes, maar je moet het maar net weten? Het is op de Kelders een trapje naar beneden langs het water. Deja Vu moet ik ook nog ontdekken, maar ik kom die middag wel voor het eerst bij De Melomaan. Daar koop ik de nummers 237 en 238. De nummer 239 mag niet onvermeld blijven. Het kost me een gulden bij Sunrise, maar het is de 'oudste' single in mijn soul-koffers. The Free (227) is verhuisd naar de reserve-Blauwe Bak en James & Bobby Purify (84) stond daar al geruime tijd. Paul DaVinci heb ik, geloof ik, al een tijdje daarvoor gekocht, maar 'vergeten' in te schrijven. Na 238 zijn het weer singles van Sunrise. Het valt me nu pas op dat 236 een 'ontbrekend' nummer is.

233. I Started A Joke-The Bee Gees
234. The Piano Bird-The Doors
235. Wild And Exciting-Earth & Fire
237. Talking Out Of Turn-Moody Blues
238. Boogie Woogie Woman-Livin' Blues
239. Smokey Joe's-Tina & The Mustangs
240. Pretty World-Sergio Mendes & The Brasil'66
241. Your Baby Ain't Your Baby Anymore-Paul DaVinci
242. Desire-Andy Gibb

Raddraaien: Margriet Eshuijs



Het had zomaar een onderwerp in de Nederlandse week kunnen zijn? Ik zie als ik de foto selecteer dat ik een jaar geleden op 15 oktober over Mai Tai heb geschreven en in dat kader zou Margriet Eshuijs eveneens een dankbaar onderwerp zijn. Deze single neemt me echter ook terug naar mijn eerste schreden in de journalistiek: Margriet is de eerste waarvan ik een concert zie en waarover ik mijn ongezouten mening mag geven. Ongezouten? Tja, ik ben wel ietsje meer rechtdoorzee geworden door de jaren heen, die eerste recensies kennen nauwelijks pijnlijke momenten en zijn vooral prettig leesvoer. Drie bejaarde dorpsgenoten die uitkijken naar mijn 'stukjes' in de krant 'can't be wrong'. Toch heb ik vandaag Margriet niet vrijwillig gekozen als onderwerp, dit hebben we te danken aan de dames en heren van het kappersgilde in de regio van Zwolle. Omdat de kapper van vandaag op nummer 5 woont, blader ik vijf singles vanaf 'Hold On' van En Vogue en kom uit bij deze. Omdat de fotomodellen schaars zijn, besluit ik ter plekke maar een foto van mijn eigen exemplaar te nemen. Het is niet de scherpste foto, dat moet ik toegeven, en bovendien heb ik altijd geweigerd de prijsstickers te verwijderen. De Raddraaier van vandaag is 'Take It Out On The Street' van Margriet Eshuijs (1991).

De vertraagde motoriek. Daar is het weer! Iets dat ik me handig heb gemaakt op een jonge leeftijd is de typemachine. Huize Louwsma heeft twee van die apparaten. Eentje is de eerste typemachine van mijn vader, een vies-bruine Alpina uit vervlogen jaren. De andere is de Scheidegger waarop oudste broer en zus hun typediploma hebben gehaald. Als kind heb ik de beschikking over de Alpina totdat het lint daarvan 'op' is. Dan ga ik inmiddels naar het voortgezet onderwijs en mag ook gebruik maken van de Scheidegger. In 1990 en 1991 schrijf ik stukken over popgeschiedenis op de typemachine, welke ik jaren later nog eens tegenkom. Ik leer enkele feiten van mezelf en kan bovendien de helft corrigeren omdat het foute informatie is. Schrijven is altijd een passie geweest, waarvan akte, en het is mijn leraar Nederlands die me aanzet tot het inleveren van een recensie bij het Sneeker Nieuwsblad. De rest is geschiedenis? Op 1 februari 1992 maak ik mijn debuut met het concert van Margriet Eshuijs in Het Bolwerk in Sneek. Dat is, denk ik, een geluk geweest, want... er is genoeg over haar te vinden voor een beetje huiswerk.

Hoelang is 1992 geleden? Op cultureel gebied lijkt het een klein sprongetje. 'Smells Like Teen Spirit' van Nirvana klinkt immers nog vrij 'nieuw'? Op het gebied van computer is 1992 de oudheid. Internet is nagenoeg science fiction, op een experimenteel systeem na. Even iets opzoeken in een online-encyclopedie is niet mogelijk, laat staan het zien van video's en luisteren naar muziek. De informatie die ik heb als recensent is het persbericht zoals dat gepubliceerd is in het Bolwerk-boekje. Van veel 'underground'-artiesten gaan cd's uitsluitend op bestelling en dus kan ik niet, als bij Margriet Eshuijs, Music Store binnen wandelen en de cd gaan beluisteren. Margriet staat in verschillende 'papieren' encyclopedieën, haar laatste album 'Sometimes' is op dat moment in de belangstelling en ik ken twee singles van de langspeler. 'Take It Out On The Street' spreekt me in eerste instantie niet zo aan. De opvolger, 'All Over Again' wordt in januari 1992 de Avro RTV-Tip en die hoor ik op een mistige maandagochtend als ik in de wachtkamer zit van de tandarts. De middag voor het optreden beluister ik de volledige cd bij The Music Store en ben dan goed gewapend om mijn eerste recensie te schrijven.

Margriet mocht woensdag 63 kaarsjes uitblazen. Ze wordt geboren in Zaandam en als driejarige speelt ze al accordeon. Als ze negen jaar is, beheerst ze al de elektrische gitaar en speelt in haar eerste bandjes. Op haar twintigste voegt ze zich bij de popgroep Lucifer. In 1975 beleeft dat een doorbraak met 'House For Sale', maar na 1977 dooft het zwavelhoutje heel snel. In 1980 gaat ze werken met haar eigen Margriet Eshuijs Band. In 1982 staat ze met 'Black Pearl' in de Top 40 en hoewel ze een geziene gast is op podia door het land, wordt hitsucces steeds meer een illusie. Alleen onze Raddraaier komt in de buurt: 'Take It Out On The Street' blijft hangen op een achtste plek in de Tipparade. Twee jaar later, eind 1993, maakt ze 'The Wee Small Hours'. Ik win die cd bij Omrop Fryslân en krijg ook nog de weekprijs: Een kaartje voor het optreden van Eshuijs in het Amicitia-theater in Sneek. Natuurlijk komt daar ook een recensie van...

Zou je willen ruilen? Nee! Ik zie het nut van een recensent steeds minder in. Je was de oren en ogen van de 'thuisblijver'. Tegenwoordig kun je complete concerten vinden op het internet. Behalve de summiere informatie uit het Bolwerk-krantje wist je niet wat je voorgeschoteld kreeg. Bovendien kon je als recensent ook nog eens een stuk uit je nek kletsen zonder dat je meteen werd gecorrigeerd. Ik herinner het verhaal over Theo Koomen die verslag deed van een uiterst slaapverwekkende wedstrijd van Volendam, maar het liet klinken als een zeer spannende belevenis. Maar, wees niet bang, vijfentachtig procent van mijn recensies voor de Sneeker is de waarheid geweest! Of zoiets...

Waar en wanneer? Dat is rond de tijd dat ik 'All Over Again' op de radio heb gehoord. De hoop is dan al opgegeven voor 'Take It Out On The Street' en de V&D in Sneek prijst de single nog een keer af: Het was een rijksdaalder en nu kost die 1,95 gulden. Het is ook de laatste weken van de grammofoonplaat bij V&D, ik koop in die tijd de halve uitverkoopbak leeg.

woensdag 14 oktober 2015

Het zilveren goud op 33 toeren: oktober 1990



Goed beschouwd ben ik qua platen verzamelen weer terug bij af. Elpees zijn bijzaak, alleen kan dit zó letterlijk worden genomen dat het album van Electric Eel Shock (april 2014) de laatste is geweest tot nu toe. Daarvoor zitten ook een paar elpee-loze jaren. Regelmatig hoor ik van een nieuwe band of artiest en denk ik: Die wil ik op vinyl hebben. De praktijk is dat het er nooit van komt. Eigenlijk best jammer, want op het gebied van jaren zeventig- en tachtig-soul en post-disco zijn de juweeltjes uitsluitend verkrijgbaar op elpee. ,,Albums don't fit in a singles-case", verzuchtte onlangs weer eens een dealer. Het verhaal dat de Mickey Mouse-knuffel, die hij voor de kinderen had gekocht, niet zijn mee gegaan naar Engeland omwille de elpees, laat de soul-singles-verzamelaar koud en dat is het leeuwendeel van zijn klandizie. Waarom geen elpees? Ik kom er nauwelijks aan toe om een elpee te draaien in mijn vrije tijd en bovendien ben ik snel verveeld van een en dezelfde artiest of geluid. Singles wisselt sneller. In de begintijd van mijn verzamelen heeft het nóg een reden: Het fietstasje is niet groot genoeg voor een elpee en fietsen met een tas aan het stuur is lastig. Een kwart eeuw geleden doe ik het toch tweemaal en deze drie langspelers ga ik jullie vandaag presenteren. Binnenkort de singles die ik in de betreffende maand heb gekocht.

In oktober 1990 vindt iets plaats dat ik me lange tijd niet kan herinneren. Het borrelt pas op als ik tegenover een psychologe zit, kort nadat ik ben gestopt met de drank. In 1990 zit ik in de examenklas van de LEAO en de week voor de herfstvakantie gaan de examenklassen, volgens traditie, naar Terschelling. De week wordt voor mij muzikaal vastgelegd in 'Brother Sagitarius' van Hessel, dat een week later zijn debuut maakt in de Top 40. Hessel heeft het vol trots aangekondigd op de tweede avond dat ik een stukje zie van zijn optreden. Het is de strandwandeling op donderdagavond die voor de meeste hormonen zorgt in de klas. De jongens vechten bijna om wie met wie mag lopen, de dames houden zich keurig afzijdig. Om een lang verhaal kort te maken: Ik ben de enige die niet mee doet aan dat 'spel' en ben de enige die tussen twee dames in loopt op het strand van Terschelling. Ik heb jaren geleden hierover geschreven (13 juni 2011: Terug naar Terschelling) en hoop daarin ook op een reünie met de dames. Welnu, de schoolreünie is ruim een jaar geleden en ik wist dat ze er beide zouden zijn, maar ben niet gegaan. Het is slechts één van de zeer weinige hoogtepunten in mijn schoolperiode en de 'nare' herinneringen houden mij thuis.

Laten we het dan maar snel over platen hebben! De bibliotheek in Sneek heeft ieder jaar in oktober uitverkoop van afgeschreven boeken en platen. Cd's kun je dan ook al lenen, maar die zijn nog té nieuw om al af te schrijven. Hoewel de bibliotheek nog een flinke hoeveelheid laat staan (en pas in 1992 of daaromtrent de platen de deur uit doet), is de uitverkoopbak met elpees klein en overzichtelijk. De enige van mijn gading is de nummer 18 in mijn kaartenbak: 'Idea' van The Bee Gees. Oorspronkelijk uitgegeven in 1968, maar dit is een persing uit de vroege jaren tachtig. De vaste lezer weet dat ik een zwak heb voor de gebroeders Gibb en dat dit met name in 1989 en 1990 tot uitdrukking komt in mijn collectie. In sommige gevallen voel ik zelfs meer bij de b-kant, want die worden bij mij ook gecontroleerd in die tijd. 'Idea' is het eerste officiële studio-album van The Bee Gees uit de jaren zestig welke in mijn koffer terecht komt. Eveneens een kennismaking met een onderbelicht fenomeen. The Bee Gees op 45 toeren kennen we allemaal, op 33 toeren is het een verborgen wereld. Wel... ook The Bee Gees zitten omstreeks 1968 in een psychedelische periode en dat, in combinatie met het vakmanschap als songschrijvers, levert een verzameling barokke popsongs op. Soms een leuk 'links-rechts'-effect of een beetje 'phasing', maar het wordt nergens sterker dan een kopje kruidenthee. 'I've Gotta Get A Message To You' is de hitsingle van het album. 'Let There Be Love' en 'When The Swallows Fly' verschijnen in respectievelijk 1970 en 1972 op single. Ik zit nu even naar de speellijsten van de Europese en de Amerikaanse persing te kijken en ontdek nu dat de mijne op enkele punten afwijkt. Ik heb hem niet zo snel bij de hand, maar volgens mij ontbreekt 'I Started A Joke' op mijn versie. 'Message' staat niet op de Europese, maar vervangt 'Such A Shame' op de Amerikaanse terwijl die laatste wel op mijn 'Idea' staat. De plaat heeft de Europese hoes als verpakking gekregen. The Bee Gees is op dat moment nog een kwintet met de Australiërs Colin Petersen en Vince Melouney en de laatste draagt 'Such A Shame' bij. Het 'thema' van het album is 'afscheid', maar dat is onbewust. Melouney weet niet dat zijn werkvergunning zal worden ingetrokken in het daaropvolgende half jaar. De eerste scheuren tussen Barry, Maurice en Robin worden zichtbaar en een jaar later zijn ze alle drie voor enige tijd op 'vrije voeten'. Hoewel ik de elpee nooit zal kopen, leer ik omstreeks 1997 'The Bee Gees' 1st' kennen en dat album smaakt ook vanaf de eerste keer. Het is hetzelfde effect als bij 'Idea'. Als het een plaatkant moet duren en het is jaren zestig, dan wil ik nog wel eens zo'n 'Idea' op zetten. Buiten 'The Vinyl Countdown' om zijn die momenten echter schaars geworden.

Sneek heeft tweemaal per jaar een fancy-fair. In het voorjaar gaat deze van de Gereformeerde Kerk uit en rond de herfstvakantie van de Hervormde Kerk. Hoewel ik Hervormd ben opgevoed, moet ik concluderen dat de Gereformeerden een betere muzieksmaak hebben. Die fancy-fair heeft ieder jaar weer een gigantische collectie van singles uit de jaren zestig en zeventig. Op die van de Hervormde Kerk zijn 'leuke platen' dun gezaaid. In oktober 1990 kan ik slechts één single vinden, voor de rest zijn het elpees. De eerste die ik eruit pik is ons fotomodel: 'Paradise Theatre' van Styx uit 1981. Een kunstwerkje! En dan heb ik het over de verpakking, niet de muziek. De voorkant van de klaphoes toont Paradise Theatre in haar hoogtijdagen in de jaren dertig. De keerzijde toont hetzelfde theater in een vervallen toestand. Het album is een commentaar op het Amerika van de late jaren zeventig en het teloor gegane theater wordt als metafoor gebruikt. Neem de plaat uit de hoes en hou kant 2 tegen het licht. Het logo van Styx is namelijk gelaserd in het vinyl. Alleen hierom verdient de plaat al een plekje in de collectie, wellicht naast 'E Pleuribus Funk' van Grand Funk Railroad: Een plaat die zelf niet heel erg bijzonder is, maar de afwerking des te meer. Muzikaal is het van dik hout zaagt men planken, voor wie bekend is met Styx. Bombastisch zonder echt 'heavy' te worden. Veel kabaal, weinig wol en ook weinig lol. De plaat is een bestseller in Amerika en bevat verschillende hitsingles. Bij ons doet 'The Best Of Times' nog een beetje.

De tweede elpee die ik hier vind, is eentje die er 'vanaf het begin' is. Ik koop weliswaar drie singles bij een ander standje, mijn tante heeft een doos met elpees staan op de rommelmarkt van 17 juni 1989. De niet-verkochte waar krijg ik en omdat het zonnig is geweest, zijn veel elpees krom getrokken. Daar zit eveneens '24 Carat Purple' tussen, maar zo krom als een hoepel en dus niet te draaien. Ik kan daar in 1989 ook niet lang om treuren, want ik ken Deep Purple alleen van 'Child In Time' en vind dat (in 1989) 'verschrikkelijk'. Anderhalf jaar later is mijn mening ietwat bijgesteld en ben ik klaar voor een vlakke '24 Carat Purple'. 'Woman From Tokyo' en 'Never Before' zijn meteen dé twee favorieten van het album en zullen dat kwart eeuw later nog steeds zijn.

De komende maanden zullen jullie steeds een aflevering krijgen van 'Het zilveren goud op 33 toeren', binnenkort de eenentwintig singles uit deze maand.

dinsdag 13 oktober 2015

Week Spot: Wilson Pickett



Ik heb zelfs nog een beetje huiswerk proberen te doen, maar nee... De informatievoorziening omtrent de groep in kwestie is nog minimaler dan menig aankoop uit Amerika. De afgelopen jaren heb ik steeds een 'Nederlandse week' gedaan in deze week en daar hoort ook een Nederlandse Week Spot bij. Het eerste jaar is dat 'Taking It Away (Would Be Breaking My Heart)', de b-kant van 'Keep In Touch' van The Free. In 2013 valt de keuze op 'I Want You Around Me' van J.B. Euson & Stax en afgelopen jaar mocht Spooky & Sue de titel dragen met 'I've Got The Need'. Ik schreef vorige week al dat ik nog 'speelde' met een titel. Dat zou 'You Can Have My Love' van Pepper & Soul zijn geworden, de vroege Philips-opname van de latere 'snelle' Pink Elephant-hit 'Have My Love'. Verder dan wat bezettingen kom ik niet en dus laat ik het onderwerp rusten. De Week Spot van week 42 in 2015 komt dus niet uit Nederland! Het is in 1973 al een 'oude bekende'. Het kost hem steeds meer moeite om in de 'picture' te komen en vaak lukt dat niet, maar het neemt niet weg dat Wilson Pickett een aantal prachtige platen opneemt in de jaren zeventig. Eentje is deze week de Week Spot: 'Mr. Magic Man' (1973).

Wilson Pickett komt op 18 maart 1941 ter wereld in Prattville in Alabama. Hij is de vierde in een gezin van elf kinderen. Wilson leert niet alleen zingen in de baptistengemeente, maar krijgt ook te maken met een levensgevaarlijke moeder. Ze sloeg Wilson en de kinderen met alles wat ze in haar handen kreeg. Wilson vlucht als kind naar een bos en blijft daar een week met zijn hondje. Als veertienjarige verhuist hij naar Detroit en gaat bij zijn vader wonen. Pickett heeft de kerk achter zich gelaten en zingt inmiddels op straat onder de invloed van Little Richard. In 1955 wordt hij lid van de gospelgroep The Violinaires. Na vier jaar schakelt hij over op het seculiere werk middels de groep The Falcons. In 1962 verschijnt de eerste single van Pickett. Zijn singles doen het meteen goed op de Rhythm & Blues, maar het 'mainstream'-succes blijft wat achter. 'It's Too Late' bereikt in 1963 met pijn en moeite de 49e positie. Dan verschijnt in 1965 het titelnummer van zijn tweede album op single en is het hek van de dam. 'In The Midnight Hour' piekt in de R&B op 1 en in de Hot 100 op 21. In Engeland schopt de single het tot een twaalfde plek. In Amerika heeft Pickett nummer 1-hits op de R&B met 'In The Midnight Hour', '634-5789', 'Land Of 1,000 Dances', 'Funky Broadway' en 'Don't Knock My Love'. 'Land Of 1,000 Dances' piekt op zes en 'Funky Broadway' op acht in de Hot 100.

Ik ben normaal gesproken niet zo'n liefhebber van Stax en Atlantic, maar er zijn een paar uitzonderingen. Terwijl iedereen weg loopt met 'Otis Blue' van Otis Redding word ik daar koud noch warm van. Sam & Dave is me té druk. Wilson Pickett is één van de weinigen, samen met onder andere Joe Tex, die bij mij al heel vroeg 'kan'. Ik vind 'Land Of 1,000 Dances' al een erg bijzonder nummer, de rest van Pickett's repertoire begint te wennen als ik in 1990 voor de eerste keer 'The Commitments' zie. Jaren later, bij mijn verblijf in Engeland, verbaast het me welke impact 'The Commitments' op de Engelsen heeft gehad. Hoewel Pickett eveneens wordt genoemd in 'The Blues Brothers', heeft deze bij de Engelsen weinig indruk achtergelaten. De soundtrack van 'The Commitments' is zo eentje die je in iedere cd-jukebox tegenkomt. 'Mustang Sally' is daar wat 'Shake A Tail Feather' of 'Everybody Needs Somebody To Love' uit 'The Blues Brothers' voor ons is: Het signaal dat het feest kan beginnen. Nee, laat de Deurzakkers maar thuis. Wel grappig... Pickett heeft immers in 1967 een knaller van een hit gehad met 'Everybody Needs Somebody To Love'. Hij mag in 1998 in 'Blues Brothers 2000' aantreden met collega's Eddie Floyd en Jonny Lang.

In de jaren zeventig gaat het een stuk minder met Pickett. Hij zal sowieso na 'Funky Broadway' niet meer de top tien in de Billboard halen, maar na 1970 is zelfs top twintig een luxe. Op de R&B blijft hij onveranderd scoren. In 1973 verschijnt Pickett's eerste elpee voor RCA, 'Mr. Magic Man'. Het titelnummer verschijnt als single en doet 98 in de Hot 100 en 16 in de R&B. Genoeg reden voor RCA om de single eveneens in Europa uit te brengen. 'Mr. Magic Man' is soul 'zoals het weinig meer wordt gemaakt'. De scherpe randjes als ten tijde van 'Mustang Sally' zijn eraf. Het is echter ook nog lang voor de intrede van de disco en het resultaat is een mid-tempo ding waar de soul van afdruipt. In het laatste stuk mag Pickett zelfs nog even zijn 'kreuntjes' uit de archieven halen. Het is duidelijk Wilson Pickett en het is duidelijk vele jaren na het succes. De R&B-noteringen zijn voor RCA té minimaal en Pickett wordt in 1975 gedumpt. Hij maakt dan een elpee op zijn eigen Wicked-label en in 1978 eentje voor Big Tree. In 1979 komt hij bij EMI en ik heb enkele nummers van 'I Want You' gehoord waarvan ik erg onder de indruk ben. Zijn laatste album is 'It's Harder Now' uit 1999 dat volop in de prijzen valt zonder dat het een groot succes is.

Pickett heeft een wild leven. Al in de jaren zestig is hij geobsedeerd door wapens en wordt in de jaren negentig gearresteerd voor verboden wapenbezit. Hij wordt talloze keren gepakt met drugs op zak en in de jaren negentig veroorzaakt hij een verkeersongeluk nadat hij heeft gedronken. Hij brengt geruime tijd door achter de tralies en 'It's Harder Now' is het resultaat van zijn vrijlating. Hij blijft tot en met 2004 regelmatig optreden, maar moet dan stoppen vanwege ziekte. Daar vindt hij opnieuw de Liefde van de Here en hij vertelt zijn zus dat hij een gospel-album wil opnemen. Zover gaat het niet komen want op 19 januari 2006 krijgt Pickett een hartaanval. Hij is dan slechts 64 jaar oud.

Zijn we helemaal betoeterd?



Soms is het toch goed om even iets te laten rusten... Bijna zou ik vrijdag hebben geschreven over een overlijden van iemand, want... 'waarom zou een dirigent anders een eerbetoon krijgen in de krant?'. Nou, bijvoorbeeld omdat die een rijke staat van dienst heeft en daarvoor een cultuurprijs krijgt uitgeloofd? Hij is niet dood, hij leeft! En uiteraard mijn welgemeende gelukwensen aan Nico Sieffers voor het ontvangen van de Henk Boerwinkel Cultuurprijs, evenals de felicitaties naar aanleiding van zijn recente verjaardag. Het idee van een verhaal heeft sindsdien gespeeld en ik doe het alsnog: Mijn eerste schreden in het spelen van muziek. Als ik na muzieklessen en jeugdkorps klaar ben voor het échte werk, heeft Sieffers net het stokje over genomen als dirigent. Erg levende herinneringen heb ik niet aan die tijd en hij moest al snel het veld ruimen voor een stoet andere dirigenten. Bespeel je een instrument? Ja en nee. Ik heb het A- en B-diploma gehaald op de bariton-euphonium. Ik ben de techniek helemaal kwijt en kan tegenwoordig nergens meer geluid uit krijgen.

Het begint voor mij op de lagere school. Volgens mij de vijfde klas. Op een middag komen twee leden van de plaatselijke muziekvereniging Ere Zij God op school om te vertellen over muziekinstrumenten. Na afloop krijgen we een kleurplaat met een strookje onderaan. 'Ik zou wel bij het muziek korps willen. Ja/nee'. De nee-stemmers zijn in de meerderheid. Als puntje bij paaltje komt, zijn er twee in de klas die 'ja' invullen. Dat zijn Eric en ondergetekende. Gelukkig zijn onze ouders ook van mening dat dit best eens een nuttige vrijetijdsbesteding kan zijn en zo zetten we samen de eerste stappen in de muziek. Beide hebben we een cornet in bruikleen gekregen van het korps, maar dan blijk ik al snel over een eigenschap te bezitten waar het korps om staat te springen. Ik heb beschikking over dermate veel lucht, dat ik de helft over het kleine mondstukje van de cornet heen blaas. Subtiel spelen is er door deze kracht niet bij. De muziekleraar suggereert een instrument waarbij ik alles kan geven: De bariton-euphonium. Met een mondstuk van een tuba. De muzieklessen zijn eveneens goed voor mijn zelfverzekerd zijn. Ik ben duidelijk beter dan Eric en het schijnt dat de ouders van hem aan mijn ouders hebben gevraagd om collectief te stoppen met de muziekles. Mijn ouders hebben dat geweigerd en zo blijf ik dus alleen over.

Ik heb afgelopen zomer al iets over mijn vertraagde motoriek geschreven en de moeite om aansluiting te vinden als kind. De muziek werkt hier positief. Ik ga op vrijdagavond naar het jeugdkorps waar de jongedames mij omringen. Ja, ik ben zelf twaalf en de meisjes beduidend jonger. Verder de wekelijkse muziekles. Ik zit nog op de lagere school als ik voor mijn A-diploma ga. Bij de lessen theorie op de muziekschool in Sneek blijkt andermaal mijn kwaliteit. Door de vertraagde motoriek mag het her en der schorten aan bepaalde zaken, mijn gevoel voor ritme is onovertroffen. Er zit bij het 'tikken' ook een oefening inbegrepen die voor mijn motoriek erg goed is. Tikken en tegelijk tellen en niet zeven tellen en de de derde tik doen. Iets wat een collega recent nog opviel. Ze zag me vijftig tellen, terwijl mijn handen bij veertig waren. Het hoofd dat sneller is dan het spieren... Tijdens het examen zitten de beide mannen uitgebreid te praten terwijl ik het moeilijke stuk foutloos uitvoer. Er blijkt sprake van opzet te zijn om te zien of ik snel ben afgeleid. 'Neuh!'. Alsof er niks aan de hand is, speel ik verder. Het A-diploma in de achterzak.

Het is inmiddels eind jaren tachtig en ik begin singles te verzamelen. Ik zit met mijn hoofd in de jaren zestig en zeventig met een bijzondere voorliefde voor The Moody Blues en The Bee Gees. Tegelijk speel ik ook bij het 'grote' korps. Hoewel ik zo nu en dan een 'ensemble' zal vormen met één van de jongere meisjes bij uitvoeringen, ligt het jeugdkorps dan tijdelijk op zijn achterste. Waar het jeugdkorps goed is voor de 'sociale contacten', daar ben ik té jong om mee te doen met het 'grote' korps. 'Alone again, naturally', om Gilbert O'Sullivan te citeren. Ik heb inmiddels een hele jonge muziekleraar gekregen die ook een fascinatie heeft voor symfonische rock. Hij leert mij het werk van Steve Hackett kennen. Hij stelt tijdens een muziekles in 1990 voor om gitaar of drums te gaan leren, in plaats van 'moeilijk doen' op de bariton en koralen en andere gedragen muziek te spelen bij het korps. Ouders zijn het daar niet mee eens en de muziekleraar krijgt een berisping. Toch is zijn observatie goed, want ik begin steeds minder interesse te krijgen voor de bariton. In 1990 ga ik met hakken over de sloot van de derde naar de vierde klas LEAO, maar de muziekschool kan me niet laten slagen voor het B-diploma. Het is niet dat ik het niet kan, maar ik wil het niet. De uitvoering van het examenstuk 'verkloot' ik helemaal, omdat ik de balen heb van het stuk. Toch is iedereen het erover eens dat het de puberteit is en dat ik een jaar later nog een poging moet doen. Dan ben ik iets meer gemotiveerd en slaag met vlag en wimpel. Kort daarop geef ik de brui aan de muzieklessen. 'C' is het volgende doel en daarvoor moet ik in de hoogste registers snel spelen. Daar kom ik niet alleen de motoriek tegen, bovendien wil ik dit helemaal niet! Het C-diploma zal er dus nooit van komen.

Op het korps zélf zakt mijn animo even hard. Ik studeer niet tot nauwelijks, blink niet uit op repetities, maar ja... traditie is traditie! Met de kerst spelen we ieder jaar in de kerk en dat is verplichte kost voor mij. Het tenue van wit overhemd en zwarte vlinderstrik en dan stukken spelen die me grotendeels onbekend zijn. Op een zeker moment ga ik 'playbacken'. Toch ontkomt me soms wat lucht en klinkt er dus... een valse toon. Dit gaat de korps-leden ook steeds meer tegen staan. Ik heb in 1992 misschien drie keer mijn bariton uit de koffer gehaald en het is een paar weken voor de kerstuitvoering. Dan word ik aangesproken door een lid. ,,Je bent al weken niet op de repetities gekomen. Ben je nu weer van plan om ons ingestudeerde werk te voorzien van valse noten?". Dat is het signaal dat ik moet hebben. Ik lever prompt de bariton in en iedereen is het roerend eens? Nou, mijn ouders hebben nog wat af gevloekt over de kostbare muzieklessen. Ik ben dan zeventien, poprecensent bij het Sneeker Nieuwsblad, en kan me totaal niet meer vinden in de blaasmuziek.

De gitaar is er in 1994 gekomen en heb ik vijf jaar later, bijna onbenut, weer verkocht. Die akkoorden heb ik nooit kunnen leren. Ik weet nog precies welke ventielen ik moet indrukken om een bepaalde noot te krijgen, maar het strak zetten van de lippen en blazen is me nooit meer gelukt zonder een zee aan speeksel over de omgeving uit te spreiden. De basis-muzieklessen, en dan met name het ritmische tikken, zijn dingen die ik nog dagelijks gebruik in mijn muziekbeleving. Het is dus toch niet helemaal weggegooid geld geweest?

maandag 12 oktober 2015

de paden in, de lanen uit



Ik kan er maar niet genoeg van krijgen. Een eenvoudige zin die op meerdere manieren valt te interpreteren. Het zou ten eerste betrekking kunnen hebben tot de foto van mijn fiets. Van alle rijwielen die ik tot dusver heb gehad, heeft deze de meeste foto-momenten gehad. Het heeft echter ook te maken met deze fiets... Ik kan maar niet genoeg krijgen van het fietsen zélf! Ik schreef al in het vorige bericht dat ik ambitieuze plannen had voor zondag. Halverwege vorige week zag het er ook nog goed uit voor zondag, maar zaterdagavond moest ik concluderen dat dit teveel van het goede ging worden. Twee weken geleden heb ik de Saksenroute gefietst van Enschede tot Ommen. Vorige week van Groningen tot Assen. In de vakantie heb ik weliswaar al van Emmen tot Gramsbergen gefietst en weet ik dat Gramsbergen tot Ommen gelijk is aan de Vechtdalroute. Toch heb ik het plan gehad om eerst van Assen naar Emmen te fietsen en dan...? Van Emmen naar Gramsbergen en dan schuin over naar Hoogeveen? Of toch doorfietsen naar Ommen? De voorspelde gure wind weerhoudt me ervan en misschien is dat wel goed geweest. Ik heb namelijk een erg drukke week en kan mijn energie wel gebruiken!

Mijn fietsgedrag is in jaren niet zo goed geweest als tegenwoordig. Daar komt tevens bij dat ik nu de beschikking heb over een kilometerteller. In eerste instantie wil ik het ding van de fiets gooien, maar ik begin er steeds meer lol in te krijgen. Even een tandje bijzetten om niet onder de twintig kilometer uit te komen. Maar ook het achteraf precies weten welke afstand ik heb gefietst. Als ik een jaar geleden dezelfde tocht als gisteren had gefietst, had ik het wellicht op 25 tot 30 kilometer geschat. De teller liegt niet! Ik heb 41,1 kilometer gefietst. Bovendien ben ik doordeweeks ook goed voor veertig kilometer als ik geen lange stukken fiets op vrijdag. Vaak ga ik op vrijdagavond boodschappen doen in Havelte en fiets 'toeristisch' vanuit Meppel. Vorige week ben ik over Ruinen en Ansen gefietst, dus toen zat ik aan het einde van de week over de zestig kilometer.

Het is op de middag als ik in de kamer aan een laat ontbijtje zit. Ik ben gisteravond niet naar de supermarkt geweest en dus moet ik vanmiddag even wat in slaan. Bovendien 'voel' ik de gure wind. Waar iemand anders de kachel opstookt en binnen blijft, daar ben ik écht toe aan wat herfstachtig weer en dus spring ik op de fiets voor 'een klein bochtje'. Ik heb van tevoren al beslist dat de boodschappen in Steenwijk zullen worden gedaan. Ik fiets de Dorpsstraat door naar Veendijk en ga halverwege linksaf over de Paardenweide naar het fietstunneltje bij Havelterberg. Vlak voor de spoorlijn ga ik rechtsaf en ga zo langs de rand van Steenwijk en duik vlak voor Kallenkote het fietspad op door De Gagels, de wijk waar ik in 2010 en 2011 vaak de post heb bezorgd. Via smalle fietspaadjes volg ik echt de rand van Steenwijk, steek de Eesveenseweg over en ga het Woldmeenthepad op tot de spoorwegovergang van Tuk. Daar twijfel ik even. De Wolterholten valt af, maar ik kan immers ook langs de uitkijktoren naar Baars fietsen. Er is nog een andere mogelijkheid en dat doe ik! Over de Woldberg naar Baars en zo verder naar De Pol en binnendoor naar Willemsoord. Dat is het keerpunt. Over Marijenkampen fiets ik voor het eerst in jaren door Steenwijkerwold. Ik heb de nieuwe situatie nog nooit gezien. Er zit een knik in de doorgaande weg. Op de plaats van de weg staat een muziekkoepel. Het verkeer rijdt bijna over het terras van het cafetaria. Bij binnenkomst in Tuk ga ik meteen rechts voor nog meer nostalgie! De Bergsteinlaan over naar Hummelingen, de plek waar ik van juni 2000 tot maart 2002 heb gewoond. Over het industrieterrein bij de voormalige zuivelfabriek fiets ik Steenwijk binnen en koers recht op de nieuwe Albert Heijn af. Daar doe ik boodschappen en fiets terug over De Kamp naar Onna. Goed bekeken is dit een bochtje om, maar ik heb het vaak gefietst omdat het hier 's nachts rustiger is. Vroeg op de zondagavond gaat dat eveneens op. Via Nijeveense Bovenboer arriveer ik in Nijeveen. Het is dan bijna acht uur en het gaat net schemeren.

Vandaag heb ik 'geflyerd' in Ens en woensdag doe ik hetzelfde in Kampen. Dit zijn lange dagen en momenten waarop ik wel wat energie kan gebruiken. Hoewel fietsen voor mij 'ontspanning door inspanning' is, merk ik wel dat die langere stukken nog wel eens iets in de benen willen gaan zitten en dat kan ik deze week niet gebruiken. Wellicht dat dit ambitieuze plan toch nog wel eens gaat gebeuren. Is het niet dit jaar, dan wel het volgende!

Raddraaien: The Rumour



Allereerst mijn welgemeende excuses voor het niet-publiceren van zaterdag en zondag. Ik heb over het algemeen de meeste inspiratie na middernacht en zaterdag ben ik 'iets langer' blijven hangen op Wolfman Radio dan gepland. Bovendien heb ik grootse plannen voor de zondag, maar begin al aardig snel te beseffen dat ik beter kan inbinden. Gisteravond had mijn Amerikaanse 'buurman' technische problemen en dat terwijl ik vanochtend extra vroeg moest opstaan, dus toen is het er ook niet van gekomen. Nu is het maandag en loop ik wederom twee berichten achter. Maar weer dubbel publiceren? In dat kader trap ik vandaag af met een 'Raddraaier' uit de jaren zeventig-bak. Ik hoef maar zeven singles te tellen vanaf Lee Roy en kom dan uit bij dit fijne plaatje van The Rumour. Ik heb hem, geloof ik, gemist in 1979, maar sinds de dag dat die in mijn bakken staat, is het een favoriet: 'Frozen Years' van The Rumour (1979).

Voor veel van de berichten 'leen' ik de fotohoesjes van www.singlehoesjes.nl en de zoektocht naar 'Frozen Years' is hier tevergeefs. Wel zie ik een single van The Rumour op Polydor en vanavond leer ik dus dat er eveneens een band uit Nieuw-Zeeland is geweest met deze naam. The Rumour van 'Frozen Years' is net zo Engels als een kop thee en geroosterd brood met witte bonen in tomatensaus. The Rumour wordt vaak in verband gebracht met Graham Parker. Niet geheel onterecht, want Graham Parker vermeldt de naam op een aantal van zijn releases, maar The Rumour heeft in de late jaren zeventig eveneens met andere artiesten gewerkt en daar blijft de groep anoniem. Vanaf 1977 maakt The Rumour ook een drietal albums en van de tweede, 'Frogs, Sprouts, Clogs And Krauts' trekt Stiff de single 'Frozen Years' dat bij ons een magere 34e plek behaald in de Top 40.

Het verhaal van Brinsley Schwarz is één van de meest spraakmakende in de Engelse historie. De gelijknamige groep van Schwarz wordt in 1970 vanuit het niets getipt als een grote belofte. De groep treedt op in Amerika en platenmaatschappij United Artists laat de top van de Engelse muziekpers per jumbo naar Amerika reizen om de band in actie te zien. Niet iedereen is even kapot van wat ze zien, maar het is één van de meest opvallende marketingstunts die is gedaan in de Engelse popmuziek. In 1975 fuseert de band van Brinsley Schwarz met Bontemps Roulez en daar komt The Rumour uit voort. De oorspronkelijke bezetting bestaat uit gitarist Schwarz, toetsenist Bob Andrews, gitarist Martin Belmont, bassist Andrew Bodnar en drummer Stephen Goulding. De leden wisselen voortdurend van zangmicrofoon.

De eerste plaatopname van The Rumour vindt in 1976 plaats op het album 'Howlin' Wind' van Graham Parker. Graham Parker & The Rumour is een opvallende naam in het pop-landschap van 1977. Enerzijds zijn daar de Engelse mastodonten als Supertramp, Queen en Pink Floyd, maar tegelijk komt ook de punk-beweging op gang. Graham Parker & The Rumour zitten precies tussen beide in. Het toont respect aan de meesters van de jaren vijftig en zestig, maar is eigenwijs genoeg om het heel eigentijds te verpakken. Instrument-technisch gezien zijn ze lichtjaren verwijderd van de simplistische punk, The Rumour staat bekend om haar uitmuntende muzikaliteit. Het is niet alleen Parker die dankbaar gebruik maakt van The Rumour. Ook Nick Lowe, Dave Edmunds en Carlene Carter laten zich begeleiden door The Rumour. Bodnar en Goulding spelen bas en drums op 'Watching The Detectives' van Elvis Costello en gaat de groep later op tournee met Garland Jeffreys.

The Rumour maakt drie albums. Met de titel van de eerste steekt het de tong uit naar Fleetwood Mac, dat in 1977 het album 'Rumours' heeft uitgebracht. The Rumour noemt haar album 'Max'. In 1978 verschijnt 'Frogs, Sprouts, Clogs And Krauts', de visie van de Engelse groep op de Europese Gemeenschap. 'Frozen Years' is de meest succesvolle single van dat album. Daarna verlaat toetsenist Andrews de groep en in 1980 maakt The Rumour het album 'Purity Of Essence'. Na de opnames van 'The Up Escalator' van Graham Parker valt de groep uiteen. De leden doen veelal studiowerk in de jaren tachtig en Goulding voegt zich in 1984 bij de groep The Mekons. Op 21 oktober 2010 staan Parker, Andrews, Belmont, Goulding en bassist Jeremy Chatzky samen op een podium. In 2011 speelt de originele The Rumour mee op het nieuwe Graham Parker-album 'Three Chords Good'. Dat album verschijnt in november 2012.

Deze single van The Rumour heeft dezelfde 'roots' als de vorige 'Raddraaier' van Matia Bazar. Ook een single die is begonnen in de Luda-bar en daarna is verhuisd naar De Koopermolen. Ik twijfel een beetje wanneer ik die heb gekocht. Er staat me iets van bij dat ik die middag een lift naar de stad heb gekregen van mijn zus en ik weet niet meer of die 'op springen stond' of reeds was bevallen, maar dat zal in oktober of héél vroeg november 1992 moeten zijn geweest. Ik moet binnenkort toch weer eens gaan 'rekenen', want 'Het zilveren goud' ontmoet bijna het punt van '20 Years Ago Today' en ik wil de serie toch nog wel even voortzetten, ik moet alleen even bekijken in welke vorm...