dinsdag 12 augustus 2014

Week Spot: Ruby Andrews



In de maanden juli en augustus probeer ik in Do The 45, mijn show op zaterdagmiddag, iets 'anders' te doen. Zo heb ik in twee shows de Week Spot's van de voorgaande 52 weken gedraaid en eveneens twee instrumentale afleveringen. Verder had ik 'The Battle Of The Bettys', het 'gevecht' met radio-collega Lee over wie de meeste 'unieke' soulvolle Betty's kon verzamelen, en ga ik zaterdag een show wijden aan de Chicago soul in al haar facetten. Hetzelfde uitgangspunt als in de Chicago Soul-groep op Facebook: De artiest of groep in kwestie hoeft niet uit Chicago te komen, als de opname bij een label in Chicago is uitgebracht dan mag het al. Dat durf ik dus wel aan gedurende twee uren, want ik heb onbewust aangetoond een zwak te hebben voor Chicago. En dan nu het moment waarop ik bijna zes weken heb moeten wachten: Welke kant van Ruby Andrews zullen we eens kiezen als Week Spot? De bevalling is zwaar geweest, maar ik heb besloten tóch maar voor 'Casanova' te gaan. De bewuste Ruby Andrews-single is namelijk een zeer sterke 'double-sider'. Hierbij presenteer ik jullie de plaat onder de juiste titel: 'Casanova' van Ruby Andrews (1967).

Hoe definieer je het Chicago-geluid? Detroit drijft op de metaal-industrie. Metaal maakt lawaai en dus wordt van de muziek verwacht dat dit het zal overstemmen. Met als gevolg dat de ritmesecties uit Detroit niet bepaald zachtzinnig zijn. Dan maakt het niet uit of we het over rock (bijvoorbeeld Kiss) of soul hebben, de basis van de nummers zijn op zichzelf al oorverdovend. Het stempel van Motown, de belangrijkste leverancier van Detroit Soul, is deze ritmesectie met gebruik van percussie. Ieder plooitje is glad gestreken en het staat dan ook als een huis. Philly Soul uit Philadelphia kenmerkt zich door de fraaie zang, niet zelden iets aan de zoete kant. Het latere werk van de heren Gamble en Huff is vrijwel net zo 'confectie' als Motown. Memphis Soul kenmerkt zich door prachtige arrangementen, maar het is me té glad gestreken. Southern Soul flirt openlijk met andere muziekstijlen.

Chicago Soul is allesbehalve 'broddelwerk'. De arrangementen steken knap in elkaar en toch... is er ruimte voor oneffenheden. Een uithaal van een zanger of zangeres zal in Detroit of Philadelphia naar de achtergrond worden gemixt, maar in Chicago staan ze het toe. Het is muziek van de ziel en dat laat zich niet altijd even goed dirigeren in de studio. Dit maakt dat de Chicago Soul voor mij een extra waarde heeft. Chicago is naast Detroit een uitvalsbasis voor menig zanger, zangeres of groep dat het probeert te maken. Veel van de artiesten die met Chicago worden geassocieerd, hebben in werkelijkheid elders hun roots. Zo ook Ruby Andrews. Ze wordt op 12 maart 1947 geboren in Hollandale in Mississippi, maar strijkt in de midden jaren zestig neer in Chicago. Haar echte naam is Barbara Jean Stackhouse, maar krijgt al snel de naam 'Ruby' mee. Haar eerste single is uitgebracht als Ruby Stackhouse & The Vondells. Die groep heeft in 1964 twee singles gemaakt op het Excello-label, de Stackhouse-single verschijnt via Kellmac. In 1967 neemt ze de naam Andrews aan en is de eerste artieste die uitkomt op het Zodiac-label. 'Let's Get A Groove Goin' On' wordt in tweeën gehakt en uitgesmeerd over de eerste Zodiac-single. 'Johnny's Gone Away', haar tweede single, en de voorgenoemde titel doen helemaal niks. Dan verschijnt onder nummer 1004 haar grootste succes op de hitparade en de nieuwe Week Spot: 'Casanova'.

In de tweede week van januari stond Jo Armstead op deze plek met haar 'I Feel An Urge Coming On'. De voormalige Ikette heeft veel geschreven met Nicholas Ashford en Valerie Simpson, maar als deze zich meer toeleggen op het schrijven voor Marvin Gaye & Tammi Terrell zonder duidelijke afspraken met Motown, trekt Armstead naar Chicago om een nieuw leven op te bouwen met haar man Mel Collins. Het duo start in 1967 met het Giant-label en Armstead brengt als eerste 'I Feel An Urge Coming On'. Armstead schrijft eveneens mee aan 'Casanova', dat op oorspronkelijke platenlabels abusievelijk de titel 'Casonova' krijgt. De instrumentale track wordt echter in Detroit opgenomen door arrangeur Mike Terry. De instrumentale versie van het nummer wordt in 1968 op het Giant-label gebracht als zijnde 'Wayne Bennett'. De plaat doet het goed in Amerika. Ruby bereikt een negende plek op de Rhythm & Blues en 51 op de Billboard Hot 100. Ze bereikt daarna nog tweemaal de Hot 100, hetzij in de lagere regionen, en in 1970 strandt ze in de Bubbling Under.

'The Love I Need' mag in 1968 dan niet verder komen dan 48 op de Billboard, de keerzijde van de single zal in de midden jaren zeventig een opmars beleven in de Engelse Northern Soul: 'Just Loving You'. Voor de Northern Soul-'snobs' is 'Casanova' te min. Het is ten eerste een handicap dat het de Billboard heeft bereikt, zie ook 'Get On Up' van The Esquires, en wordt daardoor weggezet als een 'crossover-hit'. Onterecht omdat de 'normale' pop-wereld 'Casanova' helemaal is vergeten. Ten tweede is het geen 'stormer', maar eerder mid-tempo. Wie echter zijn of haar oor te luister legt aan het huiveringwekkend mooie arrangement en de losse productie die ruimte laat voor de genoemde oneffenheden, zal het met me eens zijn dat je niet al te veel van die betweters moet aantrekken. Het is immers dezelfde groep die in de late jaren zeventig pure pop en muzak heeft toegelaten in de 'scene'. 'Gruwelijk ondergewaardeerd', schrijft een collega-soul-fan als ik 'Casanova' in een dj-groep op Facebook publiceer.

Andrews' loopbaan duurt voor tot aan de dag van vandaag. In 1973 verlaat ze Zodiac en werkt ze samen met Swamp Dogg. Sindsdien laat Andrews zich meer van een bluesy kant horen.

maandag 11 augustus 2014

Raddraaien: The Stranglers



,,Kan dat echt niet volgende week?". Nee, dat kon volgens mij niet. Ik belde een paar maanden geleden, tijdens het dorpsfeest van Nijeveen, met de lokale aannemer en bestelde met spoed een sokkel voor een volgend standbeeld. Dat stapeltje gemetselde stenen staat sindsdien op de kruising tussen Kolderveense Bovenboer en Nijeveense Bovenboer. Regelmatig fiets ik er langs, onderweg naar Steenwijk, en zie dan hoe fietstoeristen een boterhammetje eten met de sokkel als zitje. Regelmatig klimmen jongelui bovenop de sokkel en maken foto's van elkaar. Vandaag was daar een schijnbeweging. Ik heb een paar weken geleden beloofd een standbeeld op te richten voor Bert Jansch, snarenvirtuoos van The Pentangle. Welnu, ik vind het verhaal niet boeiend genoeg voor een Beeldenroute, eerder iets voor Raddraaien of iets dergelijks. Bovendien wil ik de standbeelden reserveren voor meer de mensen 'op de achtergrond'. Ik heb nog wel zo'n 'sideman' in gedachten, maar die zou ik nog eens kunnen gebruiken voor een Week Spot (hoewel die single al sinds maart in de bakken staat). Dan zit er niks anders op dan een aflevering van Raddraaien te doen? Het resultaat uit de jaren tachtig-bak is 'No Mercy' van The Stranglers, maar het verhaal zou ook 'Mijn leven met The Stranglers' kunnen heten...

De meeste herinneringen uit mijn jongste jeugdjaren zijn verpakt in muziek en dat is niet verwonderlijk. Ik ben de jongste van vier kinderen en mijn oudste broer koopt zijn eerste single als ik...? Wát leert een kind van bijna drie? Lopen moest ik inmiddels wel kunnen, maar voor fietsen of lezen ben ik té jong. Ik doe eveneens mijn best zindelijk te worden, maar dat heeft nogal wat moeite gekost. Doordat ik mijn overmatige speeksel niet onder controle kan houden, maken de ruitenwissers op mijn speelgoedautootjes overuren. Intussen staat Hilversum 3 aan en vang ik de eerste geluiden op van de radio. Ruim vijfendertig jaar later vind ik 'Egyptian Reggae' van Jonathan Richman & The Modern Lovers nog steeds een rare plaat en kan ik 'If I Had Words' van Yvonne Keeley & Scott Fitzgerald anno 2014 beter waarderen dan toen. Tóch al een beetje 'zinnig' als het aankomt op muziek, daar zou ik later iets mee moeten doen?

In 1982 leer ik The Stranglers kennen. Ik ben niet getuige van het legendarische optreden in Toppop, hoewel ik toch bijna wekelijks mee kijk met mijn broers en zus. Ik denk dat ik het ook niet zou hebben begrepen. The Stranglers keren zich halverwege het nummer om en urineert tegen het decor. Dit uit protest dat ze moeten 'playbacken'. 'Golden Brown' is dan de grote hit. Het is alom op de radio en ik schat dat mijn oudste broer de single heeft gekocht. Ik kan al lezen, maar snap nog niet zoveel van het Engels. Toch ken ik het woord 'Brown' omdat iemand in het dorp een trekker heeft van het merk 'David Brown'. Lang associeer ik het nummer van The Stranglers met de witte trekker die erg opvalt te midden van de groene John Deere's en blauwe Ford's. Ik verbaas me als kind al over dat vreemde instrument, dat me toch erg aanspreekt. Pas veel later leer ik dat het een klavecimbel is. De latere singles van The Stranglers, 'No Mercy' inbegrepen, spelen ietwat op de achtergrond mee en deze leer ik pas in de nieuwe eeuw waarderen. 'No Mercy' heb ik overigens sinds juli 1993 in mijn bakken.

Ik denk dat we voor mijn volgende stukje Stranglers via de aankoop van 'Golden Brown' (1992) en 'No Mercy' (1993) plotseling in Engeland terecht komen. In het laatste van mijn geld in York koop ik daar 'Something Better Change' en 'Peaches' op single. In de nieuwe eeuw vul ik dat nog aan met 'No More Heroes' en dan heb ik alle singles van The Stranglers genoemd. Ook krijg ik van een Steenwijker vriend twee elpees: 'The Best Of' en 'La Folie'. Tijdens het Dicky Woodstock-festival van 1998 ontmoet ik de stel nieuwe vrienden waarmee ik in 1999 naar de zonsverduistering ben geweest. De 'oudere' vriend gaat niet mee, maar ik ga na afloop van Woodstock in 1998 wel met hem mee naar huis. Ik neem een paar bandjes bij hem op en op eentje zet ik 'Always The Sun'. Daarmee ontstaat een nieuwe interesse in The Stranglers. Twee jaar later ligt het Engelse avontuur achter me en ben in Tuk gaan wonen. Het Woodstock-festival van 2000 mist 'de magie' van eerdere festivals. Het werkt nadelig om het zo van dichtbij mee te maken en al zo vroeg het programma te kennen. In 2000 staan Fischerz en The Stranglers samen op de donderdagavond. Het t-shirt heb ik al weken geleden gekocht samen met de passe-partout.

Nee, echt gedenkwaardig kan ik het concert van The Stranglers op Woodstock niet noemen. Na afloop ontmoet ik een échte Stranglers-fan. Hij wijst naar mijn shirt en vertelt dat hij in Limburg woont. Hij zou dolgraag zo'n shirt willen hebben, maar moet de volgende dag aan het werk en kan dus niet blijven. Ja hoor... 'deal'! Ik trek mijn t-shirt uit in ruil voor vijfentwintig gulden. Hij wil het inlijsten, maar vraag me af of het met mijn odeur achter het glas is gegaan? In 2004 ben ik een regelmatig bezoeker van de CO-9, een kraakkroeg in Zwolle waar ik ook nog heb gewerkt in de laatste weken. Daar leer ik iemand kennen die helemaal bezeten is van The Stranglers. Hem tref ik in november 2012 opnieuw als Hugh Cornwell De Buze aandoet. Hugh Cornwell en The Stranglers zijn al ruim twintig jaar duurzaam gescheiden, maar het optreden van Cornwell is het dichtst bij The Stranglers geweest. Ook al is het jammer dat Cornwell de zaaleigenaar verzoekt om de dj te staken (en dat ben ik...). Het is een week voordat ik bij Wolfman Radio begin en die spanning maakt het dat ik met veel plezier terug denk aan dit 'exclusieve' Buze-concert.

Schijf van 5: cowboys



Ik heb gisteren last gehad van een lamlendige dag. Nee, dat klinkt niet positief. Laten we zeggen dat het slapen voor het eerst in weken weer eens normaal was en ik met gisteren de tekort gekomen slaap heb 'ingehaald'. Ook al weet ik dat slaap 'inhalen' niet mogelijk is, toch rechtvaardigt het idee dit lang in bed liggen. Ik heb tien uren non-stop geslapen! Gisteravond heb ik The Vinyl Countdown-goes-Floorfillers gedaan en iets dat ik ook al langer weet: Van disco draaien word ik moe en dus heb ik gisteren na de uitzending het nachtverblijf opgezocht. Het is nu maandagochtend, twee uur voor aanvang van mijn werk, dat ik jullie ga trakteren op de Schijf van 5. Vanavond weer een 'gewoon' bericht.

Je hebt cowboys in soorten en maten, maar meestal kenmerkt het zich door het dragen van een Stetson, rode zakdoek en een lasso of pistool. Dat laatste hangt dan weer af van de oorsprong van de 'koeienjongen'? In de muziek kenmerkt iedere cowboy zich door een schoonheid. Songschrijvers gebruiken de cowboy veel en graag. Het stoere uiterlijk, het mijmeren op de rug van een voortsjokkend paard en de melancholie die daaruit voortkomt. Ook van zichzelf wetende dat hij een uitstervend ras is. Ik had met gemak een Schijf van 25 cowboys kunnen samenstellen, dit zijn de vijf die vandaag op het bord komen.

Over een week geniet ik mijn eerste vakantiedag en dit heeft weerslag op mijn muziekkeuze van de laatste tijd. Nu ook weer: Anastacia in de Schijf van 5. Haar (voorlopige) 'greatest hits'-cd koop ik in 2008 voor een habbekrats bij de Steenwijker electronica-boer Beute. Het is één van de cd's die me vergezeld op mijn gedenkwaardige fietsvakantie van 2008. De laatste mét de drankjes en dat laatste mag letterlijk worden genomen. De goudgele rakkers komen zelfs tijdens de fietstocht voorbij! Een jaar later, 'het gevecht van 2009', is de cd van Anastacia al bijna brandhout, maar weet me nog steeds te vermaken tussen de krassen en tikken door. In 2010 is die al helemaal kapot, maar dan komt Anastacia plots mijn tent binnen door 'One Day In Your Life' van de radio (zie: 25 november 2010). 'Cowboys & Kisses' staat eveneens op die cd en in het kader van de komende vakantie mag zij op vijf.

Glen Campbell is een man die een potje kan breken bij mij. Als vertolker van de meest definitieve versie van 'Wichita Lineman' kan dat, maar ook de andere Jimmy Webb-composities zijn in goede handen bij Campbell. In 1975 scoort de man zijn grootste hit in Nederland met 'Rhinestone Cowboy' en dat is, als je goed luistert, ook weer een klasse-compositie die Campbell erg fijn weet te brengen. Misschien is dit wel de eerste muzikale 'cowboy' die ik heb leren kennen. Hoe dan ook: Glen mag op vier met zijn 'Rhinestone Cowboy' (1975).

Je kan veel zeggen van George Michael, maar de man heeft wel zelfkennis. Hij wist toen hij na 'Faith' aan zijn meesterwerk zou beginnen dat hij door de media keihard zou worden afgerekend op zijn imago als helft van Wham! en zijn dubieuze liefdesleven. Het is een slimme zet geweest om het album 'Listen Without Prejudice' te noemen. De titel valt op tussen de nietszeggende strofes uit liedjes en onbewust gaat iedereen even verder luisteren dan dat zijn/haar oor lang is. Het heeft geholpen, want niemand die hem op dat moment durfde af te schrijven als een teenybopper-zanger. 'Cowboys And Angels' is één van die nummers waarvan ik helemaal stil val, zonder dat ik George Michael zélf interessant vind. Het is hem maar mooi gelukt! Bijna had ik George op nummer 1 gezet, maar dat ging me toch net even te ver. Een derde plek in de Schijf van 5 is voor hem het maximaal haalbare.

Afgelopen zaterdag deed ik een tweede instrumentale Do The 45 en in het kader van de cowboys kan ik eveneens niet om een instrumentaaltje heen. De plaat is Raddraaier geweest (12 februari 2014) en toen heb ik al iets verteld over de film 'Midnight Cowboy'. Een rolprent waar ik het maar niet over eens word of ik hem goed of matig vind. Sowieso moet gezegd worden dat het geen 'mooi' verhaal is, het 'goed' of 'matig' is meer in de zin van memorabel of niet. Het thema behoort voor mij toch wel tot één van de favoriete cowboys en dus mag John Barry vandaag op twee met 'Midnight Cowboy' (1969).

Als ik in 1992 Het Bolwerk in Sneek binnenstap als kersverse poprecensent voor het Sneeker Nieuwsblad, kijk ik mijn ogen uit. Dat begint meteen al bij de garderobe. De new wave mag in januari 1992 helemaal zijn versleten, deze twee dames zijn blijven hangen. Buiten de 'spooky' make-up hebben de meisjes een bouwwerk van haar op hun hoofd. Opeens weet je waarom boven een fietserstunnel de maximale doorrijhoogte wordt aangegeven. Zij moeten omfietsen. In de daaropvolgende twee jaar zakt het bouwwerk steeds verder in en verwijdert een kapper na verloop van tijd alle niet-noodzakelijke centimeters. In 1994 zijn ze zoekende als daar opeens Jason Kay met zijn Jamiroquai om het hoekje komt kijken. In Engeland is het loep commercieel, maar omdat de Nederlandse platenkoper minder enthousiast is (en Jamiroquai in tipnoteringen grossiert), kan het hier nog wel een tijdje als 'underground'. Er komt een zeker ogenblik dat ze snuiven 'dat we dit wel hebben gehad', de cd van Kyuss in de voorzaal van Het Bolwerk afzetten en maar weer Jamiroquai in de cd-lade. Ook ik ben Jamiroquai niet veel later zat, maar twintig jaar later kan ik het wel weer waarderen. Neem nou het ingekorte titelnummer van 'The Return Of The Space Cowboy', dat smaakt altijd! Of het nu donderdagavond in Het Bolwerk of een anderhalf uur voor werktijd is, hier kun je me voor wakker maken!

De Schijf van 5 gaat even met vakantie. Ik zou volgende week nog eentje kunnen doen en eigenlijk ook drie weken ook eentje, maar nee... we gaan de komende tijd benutten met het nadenken over toekomstige thema's. Op zondag 7 september ben ik weer 'at your service' met een nieuwe Schijf van 5.

zaterdag 9 augustus 2014

Raddraaien: Riccardo Cocciante



Niet alleen de Blauwe Bakkers klitten samen in deze serie van Raddraaien, wat te denken van de jaren tachtig? Dit is de eerste van drie uit dat decennium, daarna opnieuw gevolgd door een plaatje uit de Blauwe Bak. De abacus kan achterwege blijven, we hoeven vandaag maar één plaatje verder dan 'Daar Gaat Ze' van Clouseau te tellen. Daar staat 'Heel Alleen' van dezelfde groep, maar de daaropvolgende is de plaat en artiest die ik vandaag in het zonnetje mag zetten. Een Raddraaier die zowaar nog een hele bevalling kan worden, want ik kan de plaat zélf best waarderen, maar het verhaal van de artiest is iets minder interessant. Of sla ik de plank nu mis? Laten we maar snel beginnen! De Raddraaier van vandaag is 'Sincerita' van Riccardo Cocciante.

Saigon is nog nét een kolonie van Frankrijk als Riccardo Cocciante daar op 20 februari 1946 ter wereld komt. Riccardo heeft een Italiaanse vader en een Franse moeder en het is nog voor de bemoeienis van Amerika, dat het gezin oversteekt naar Italië. Ondanks zijn geboorteplaats heeft Cocciante de Italiaanse nationaliteit. Als elfjarige komt hij in Rome terecht. In 1968 zet hij zijn eerste schreden in de muziek middels de band The Nations, maar blijft onopgemerkt. In 1972 verschijnt zijn debuutalbum 'Mu'. Vier jaar later breekt Cocciante op kleine schaal door. Hij is vertegenwoordigd op de dubbelelpee 'All This And World War III'. Daarop doen min of meer bekende artiesten hun eigen uitvoering van een Beatles-liedje en Cocciante krijgt 'Michelle' voorgeschoteld. Rond dezelfde tijd woont hij even in Amerika waar hij zijn enige Engelstalige album maakt als Richard Cocciante. De single 'Quand Un Amour' brengt het bij ons tot een derde plek in de Tipparade, maar Cocciante moet het vooral van zijn thuisland hebben.

In 1978 maakt hij een album met onze Griekse neuroot Vangelis. 'Concerto Per Margherita' verschijnt eveneens in het Spaans. Cocciante maakt zijn albums vrijwel allemaal in het Italiaans, Spaans en Frans. Het album 'Richard Cocciante' (1976) is feitelijk een Engelse vertaling van diens' 'Anima' uit 1974. Zijn grote doorbraak komt echter in 1983 als het album 'Sincerita' op de markt komt en de gelijknamige single goed is voor een notering in de Top 40. In maart en april 1984 stijgt de plaat tot een veertiende plek in de Top 40. Cocciante heeft in totaal maar liefst vijfendertig albums uitgebracht. De meest recente heet 'Songs' en stamt uit 2005. De laatste paar jaar houdt Cocciante zich voornamelijk bezig met musicals, welke hij zelf 'nieuwe pop opera's' noemt. Het klassieke verhaal van Romeo en Juliet is voorlopig zijn laatste soundtrack-album.

In 1991 wint Cocciante het prestigieuze festival van San Remo met 'Se Stiamo Insieme', het eerste en wellicht ook enige loflied aan de vereniging van Europa. In navolging van 'Sincerita' wordt het in Nederland tot alarmschijf verkozen en bereikt een 23e plek op de hitparade. Tot zover de hits van Cocciante: Eenmaal top 20, eenmaal top 30, een tipnotering, een 'origineel' album en twee verzamel-cd's. Toch blijkt Cocciante vooral als leverancier erg gewild te zijn in ons land. Marco Borsato loopt voorop met 'Waarom Nou Jij', 'Ik Leef Niet Meer Voor Jou' en 'Margherita'. Paul De Leeuw heeft ook even een diepe interesse in de Italiaanse popmuziek en ontdekt niet alleen Laura Pausini maar ook Cocciante's 'Per Lei', dat 'Voorbij' wordt. Danny De Munk, André Hazes en Liesbeth List zijn andere afnemers van Cocciante. Dat zijn wel erg veel Soul-xotica-onwaardige namen in een alinea. Maar snel een punt erachter zetten!

Kan ik tot slot mededelen dat mijn twee singles uit Duitsland zijn binnen gekomen. Ik doe weer even volop mee in nieuwe veilingen van Jörg, de laatste lopen woensdag af, en ik bewaar deze twee voor een verzamelbericht. Met één veiling ben ik al helemaal klaar: De best klinkende 'Why Girl' van The Precisions is mijn hoge maximumbod al lang voorbij en is inmiddels de dertig dollar gepasseerd met nog vier dagen te gaan! De singles van vandaag zijn 'A Reason To Be Lonely' van Otis Leavill (US, Blue Rock, 1965) en 'My Conscience' van The Lovelites (US, Lovelite, 1971).

vrijdag 8 augustus 2014

Het gevecht van 2009



Na de zonsverduistering van 1999 nu weer in gevechtstenue. Wat is er aan de hand? Laten we het maar op vakantiekriebels houden. Over een week begint mijn vakantie en rondom het weekend van 23 augustus ben ik zelfs even niet op deze stek te vinden. In navolging van 'Het Veerse (on)weer' (zie: 5 augustus 2013) lijkt het me aardig om zo nu en dan een oude vakantie bij de hoorns te vatten. Vandaag mogen jullie plaats nemen op de bagagedrager voor het oorspronkelijke 'ge-Vecht'. De vaste lezers zullen weten dat ik ieder jaar rond de tweede april een deel van de Vechtdalroute fiets, dit ter viering van alweer een jaar zonder alcoholische versnaperingen. In de zomer van 2009 ben ik pas met die slechte gewoonte gestopt en zie het plotseling niet zitten om naar België te fietsen. Dat is de kat op het spek binden. Ik ben nog steeds zoekende naar een reisbestemming als ik in Steenwijk het ANWB-kantoor binnenstap. Daar zie ik opeens het boekje staan van de Vechtdalroute. Duitsland? Dat is iets héél anders! En omdat ik op dat moment van alles hou wat 'anders' is, wordt dit mijn vakantie. Nog even snel kijken of ik hem bij Ommen kan oppikken, want je denkt toch niet dat ik voor vijftien euro een routebeschrijving ga kopen?

Op de lange termijn verwacht het KNMI vooralsnog weinig goeds. Zelfs in de eerste week van de vakantie nog enkele buien en pas tegen het weekend van de 22e gaat de temperatuur klimmen. In 2009 valt de start van het zomerse weer samen met mijn besluit om het laatste drankje te nuttigen. Eind april heb ik al gebruinde armen en benen. Dan wordt het juli en is het opeens afgelopen met de pret. Ik stel de vakantie keer op keer uit, want op een bepaald ogenblik is iedere dag kans op aanhoudende regen en onweersbuien. Ik hou nauwlettend de berichten in de gaten en de weerboeren krijgen gelijk: In de vroegste uren van zaterdag 25 juli 1999 klaart het op en is de kans op onweer nihil. Het optuigen van de fiets is routine na 2008 en even later fiets ik vanuit Steenwijk langs Nijeveen naar Meppel. Tussen koffiemoment 1 (Halfweg) en 2 (Oud-Avereest) zit nog even een bui. Ik kijk er tegenop om door Staphorst en Rouveen te moeten, bovendien kan Zwolle me gestolen worden en dus kies ik ervoor de Vechtdal op te pakken bij Ommen. Het is laat op de ochtend als ik in Ommen arriveer, ik drink koffie op een terrasje en intussen valt de laatste regen van die dag. Hoewel?

'Nimm Dir Zeit' staat op het bankje bij de oorsprong van de Vecht, maar als ik het rustig aan doe, wordt dit een verhaal van het formaat telefoonboek. Ik ben van alle gemakken voorzien, ditmaal zelfs een gasflesje, alleen is één van de vier tentstokken nog altijd 'lek'. 's Middags in Hardenberg probeer ik een kampeerwinkel te vinden, maar geen succes. Op naar het terras! Eerder heb ik gebruik gemaakt van een handeltje aan de weg: Pruimen voor 1,50. Omdat ik geen ruimte heb om de vruchten in te pakken, moet ik ze maar ter plekke opeten. Au! Tussen Hardenberg en Coevorden breekt me dat op. Dan de beruchte kruising bij Ane. 'Vechtetal' rechtsaf, 'Vechtdal' rechtdoor. Ik fiets rechtdoor en kom in Coevorden. Opnieuw terrasje en dan op naar de camping in Stieltjeskanaal. Daar blijkt het net te hebben geregend, maar daar heb ik in Coevorden niks van gemerkt. De tweede dag volg ik de route langs Dalen en dan opeens... midden op een ruilverkavelingsweg met aan weerskanten een sloot... 'einde Vechtdalroute'. Het duurt even voordat ik me dat 'gekke kruispunt' herinner. Terug naar Coevorden en tijdens de koffie-met-appeltaart (samen 2 euro!!!) onderzoek ik de openingstijden van de lokale VVV. Niet eerder dan woensdag. Ik zucht en vervolg mijn weg terug naar Ane, daar ga ik links de 'Vechtetal' op en fiets door Gramsbergen. Daar heb ik een bordje gemist en kom al eerder in het uitgestrekte gebied van Laar. Op zo'n vijftien kilometer afstand zie ik een rij windturbines en die foto herinner ik me uit het boekje bij de ANWB. Ik neig dus meer die kant op. Dat ik de bordjes heb gemist, deert me al niet meer zoveel. Ik ontmoet een stel Nederlanders en ik vertel ze over de Vechtdalroute. ,,Daar is de Vecht", wijst een van hen. Vijf minuten later zit ik op de route. In Emlichheim gaat het echter alweer mis en ben ik het spoor opnieuw bijster. De Vechtdalroute zal wel De Vecht volgen en daarmee kan ik uit de voeten. We nemen in Hoogstede wel de schade op. 'Mijn route' is mooier dan de werkelijke Vechtdal en bovendien korter. In Hoogsteden zoek ik een camping op en 's avonds ontdek ik dat deze op de Vechtdalroute ligt.

De maandag is eentje van 'four seasons in one day' om Crowded House te citeren. Het begint zonnig maar ook winderig. Net even te koud om in t-shirt te fietsen. Google op de Nokia N95 heeft me geleerd dat de Tourist Info in Uelsen kaartjes van de Vechtdalroute verkoopt, want ik ben het zo langzamerhand een beetje zat. In Uelsen koop ik het laatste voorradige boekje en kan dan beginnen aan een striptease. De middagtemperatuur is 33 graden! Ik fiets verder en bij het klooster van Frenswegen zoek ik verkoeling onder een parasol. Ik zit om vier uur kwalijk weer op de fiets of de lucht trekt dicht en het voorspelt weinig goeds. Ik kom evenwel droog over tot de andere kant van Nordhorn, daar begint het te plenzen. Later wordt de regen rustiger van karakter en verder op weg naar Schüttorf is het droog. In Schüttorf zélf eet ik een ijsje en zoek in de routebeschrijven naar de dichtstbijzijnde camping. Als ik daar arriveer is het net weer gaan regenen. Omdat ik moe ben en de camping geen kantine heeft, moet ik dus maar de tent opzetten in de stromende regen. Het gaat die avond nog flink tekeer. Tussen de buien door warm ik de 'mock turtle' op (lang leve mijn nieuwsgierigheid!), maar mijn blikopener overlijdt ter plekke en dus moet ik mijn beste Duits aanzwengelen om andere campinggasten te vragen. Dat blijken opeens Friezen te zijn! De laatste regen van de dinsdag valt als ik Schüttorf verlaat. Voor mijn gevoel is Schüttorf tot Wettringen een 'stukje', maar dit bleek vorig jaar tegen te vallen. Feit is dat de Vechtdal soms wel vijftien kilometer vanaf de rivier zélf is. In Wettringen ga ik aan de 'Kaffee mit Kuchen' en herhaal dit recept in Metelen. Hierna veranderen de bordjes van de Vechtdal in vorm en dit levert een vloekbui op. Rustig ademhalen en blijven zoeken. De temperatuur is inmiddels weer geklommen richting tropisch en als ik in het kleurloze Schöppingen aan kom, heb ik het wel weer gehad. Het is misschien nog maar twintig naar de oorsprong, maar dat ga ik vandaag niet meer doen. Ik vind de mooiste camping tot dan toe en bovendien is deze spotgoedkoop!

De laatste loodjes doe ik op woensdag 29 juli. Op de foto zien jullie wat ik zag na vier dagen op de pedalen: Dít is de oorsprong van de Vecht! Een uitgestorven dorp (Darfeld) en een sloot met eendenkroos. Ik heb toen meteen gezegd 'één keer en nooit weer', maar toch denk ik er soms aan om nog eens de route in zijn geheel te doen...

donderdag 7 augustus 2014

Raddraaien: Dyke & The Blazers



Het is iets dat ik in de huidige opzet niet kan manipuleren. Ik zet de titels van een serie Raddraaien in alfabetische volgorde en dat bepaalt de volgorde voor de volgende serie. Hoe dan ook: De 'Blauwe Bakkers' hebben neiging om in iedere serie weer te 'klitten'. Dit is nog maar de vierde aflevering in de achtste serie en de tweede uit de Blauwe Bak. De derde volgt ook binnen onafzienbare tijd. Ach ja, het is niet anders. Toch is het Raddraaien met de Blauwe Bak, mijn soul-koffers en reservebakken, altijd weer iets om naar uit te kijken. Vaak kost het een paar pogingen, omdat de eerste keus wel eens een voormalige Week Spot-artiest wil zijn en dat ik dus al een verhaal daarover heb gepubliceerd. Ik heb de daad bij het woord gevoegd en ben na 'Come To The Sabbat' van Black Widow de reserve-Blauwe Bak gaan opruimen. Dat was her en der een beetje pijnlijk, maar sommige platen hebben nu eenmaal niet het recht om in deze uitverkoren bak te staan. De Raddraaier van vandaag zit vanaf het begin in de Blauwe Bak, maar staat sinds jaren in de 'reserve': 'Funky Walk' van Dyke & The Blazers (1968).

Op een vreemde manier hik ik op tegen mijn dertigste verjaardag. In de laatste week als 29-jarige resulteert dit in avond-aan-avond smoordronken worden. Het is de gewoonte die de verslaving maakt en als ik eenmaal de dertig kaarsjes heb uitgeblazen, is het opeens erg moeilijk om uit die neerwaartse spiraal te komen. Ik ben geen thuis-drinker, maar ga des te harder tekeer in de horeca. In 2005 zijn dat Belgische biertjes waardoor ik 's avonds om zes uur al zo lam als een toeter ben. Het is geleidelijk aan verder gegaan. Soms kon ik even niet drinken omdat het geld op was. Soms moest ik even een café vermijden vanwege de oplopende drankrekening. De jaren 2005 tot en met 2008 kennen een paar hoogtepunten, maar helaas is het meeste toch een grauwe mist van alcohol. Neem nou deze single van Dyke & The Blazers. De woensdagmiddag voor Hemelvaartsdag 2006 begon zó mooi. Ik wil naar 'Deja Vu' in Leeuwarden, maar die blijkt dicht op woensdag. De buurman heeft wel singles en buiten enkele jaren zeventig-dingen ('What Can I Say' van Pousette Dart Band en 'Kajuta Hill' van Partner staan me bij) vind ik daar een paar obscure Amerikaanse singles. En 'Sophietje' van Johnny Lion in fotohoes, maar die verkoop ik de 's avonds met winst in een Steenwijker café. Sophietje woont namelijk sinds jaar en dag in Steenwijkerwold, maar wellicht doe ik dat later eens.

Het drankgelag van deze woensdag werpt een schaduw over het verhaal, maar met name die Amerikaanse singles blijken zeer interessant te zijn. Zo heb ik hier 'Something For Nothing' van Carl Douglas & The Big Stampede gevonden, de Amerikaanse demo op Okeh, en die blijkt tegenwoordig knap zeldzaam te zijn. De andere is deze 'Funky Walk' van Dyke & The Blazers. Omdat de a-kant nogal heeft te lijden onder 'distortion', het is styreen, draai ik veelal de b-kant. Dat is meer van hetzelfde. Als ik me echt in de Northern Soul ga verdiepen, realiseer ik pas dat deze plaat eigenlijk niet in de bak thuis hoort en zo verhuist deze naar de reserve-Blauwe Bak. De eerste van de drie reserve-Blauwe Bakken en feitelijk ook de originele Blauwe Bak.

Jim Morrison, Janis Joplin, Jimi Hendrix, Brian Jones, Amy Winehouse... Allemaal zijn ze lid van de 'Club Van 27'. Het lidmaatschap kost nogal wat: Je moet niet bij machte zijn om de 28 kaarsjes op je taart uit te blazen. De hoofdrolspeler van dit verhaal maakt eveneens deel uit van die beruchte club, alleen kun je je afvragen of het geheel vrijwillig is gegaan. Waar de genoemde zangers en zangeressen feitelijk ten onder zijn gegaan aan hun verslavingen, daar krijgt Arlester Christian op 13 maart 1971 de kogel. Er gaan geruchten dat het iets met drugshandel van doen heeft, maar autopsie wijst uit dat Christian's lichaam vrij is van alcohol of chemische middelen. De dader gaat vrijuit omdat hij uit zelfbescherming zou hebben gehandeld. De muziekwereld kent Arlester Christian beter als Dyke, zanger en voormalig bassist van de groep Dyke & The Blazers.

Christian wordt op 13 juni 1943 geboren in Buffalo, New York. Hoe hij aan de naam 'Dyke' komt zullen we nooit weten. We zullen ook nooit weten of zijn band een Engelse hit had gescoord als het Arlester & The Blazers had geheten, want daar is 'dike' een scheldwoord. In 1960 begint zijn loopbaan in de muziek als bassist in Carl LaRue & His Crew. De groep neemt een single op, 'Please Don't Drive Me Away', en wordt terstond uitgenodigd door iemand in Arizona. Die weet dat de lokale zanggroep The O'Jays naarstig op zoek is naar een begeleidingsband. Als LaRue en zijn mannen in Arizona arriveren, zijn The O'Jays en hun manager hem al gesmeerd. LaRue keert terug naar Buffalo, maar Christian blijft met gitarist Alvester 'Pig' Jacobs en saxofonist J.V. Hunt in Phoenix. Het trio fuseert met de bestaande Phoenix-groep The Three Blazers en neemt nog wat extra personeel aan. In 1965 is Dyke & The Blazers een feit. De groep doet enkel lokale optredens, waarbij het tracht het geluid van James Brown een eigen gestalte te geven. Eigenlijk doet Dyke & The Blazers aan lange jamsessies waaruit soms een 'riff' ontstaat waarop verder wordt geborduurd. Latere singles zijn niet zelden stukjes uit een urenlange jamsessie. Tijdens zo'n jam ontstaat de 'riff' voor 'Funky Broadway'. Christian schrijft de tekst die zowel verband houdt met Broadway Street in Phoenix als Broadway in Buffalo.

Tot ergernis van de overige muzikanten krijgt alleen Christian de songschrijvers-credits, hoewel het nummer gezamenlijk is gecomponeerd. Het verschijnt in 1966 als een single. Rick 'Super Freak' James noemt de plaat later 'de geboorte van de funk'. Het is in ieder geval de eerste plaat die het woord 'funky' hanteert. Dat levert de plaat op enkele plaatsen een boycot op. In de eerste maanden van 1967 klimt 'Funky Broadway' tergend langzaam naar een zeventiende plek op de Rhythm & Blues en 65 in de Billboard. Dan komt heibel in de groep en dat valt samen met het moment waarop Wilson Pickett zijn versie van 'Funky Broadway' uitbrengt. De rest is geschiedenis, want Pickett brengt het tot nummer 1.

Christian formeert een nieuwe groep en neemt zelfs een extra bassist aan, zodat hij zich meer op de zang kan richten. 'Funky Walk' is de eerste single in de nieuwe bezetting en doet 67 op de Billboard en 22 op de Rhythm & Blues. 'We Got More Soul' en 'Let A Woman Be A Woman' doen het in 1969 nóg beter en het geluid van Dyke & The Blazers wordt al snel overgenomen door anderen, zoals Kool & The Gang, en verder geperfectioneerd. Behalve dat de funk van Dyke & The Blazers strak is, doet het de naam 'funk' alle eer aan door een 'smerig geluid'. Hoewel de hits in kracht afnemen, blijft Dyke & The Blazers onverminderd actief. Dyke maakt zich op voor een tournee door Engeland en heeft plaatopnames met Barry White in de agenda staan als het op deze dertiende maart een fataal schot in zijn lijf krijgt.

Hoewel Arlester Christian niet de meest tot de verbeelding sprekende muzikant is, heeft de groep een fraai nalatenschap. Rick James, Prince en 2Pac geven allemaal hoog op over de muziek van Dyke & The Blazers. Nog wat Blauwe Bak-connecties tot slot: In de laatste bezetting van The Blazers zitten leden van Watts 103rd Street Rhythm Band (van de Blauwe Bak-hit 'Spreadin' Honey'). Gitaristen Al McKay en Roland Bautista maken later deel uit van Earth Wind & Fire.

woensdag 6 augustus 2014

Achter de wolken verdwijnt de zon



De groep is in 1998 samen gekomen op het Dicky Woodstock-festival. Stuk voor stuk vrijheidsgenieters en neo-hippies, maar niet van het slag 'op de bank zitten en jointje roken'. Na Woodstock hebben we een maar half-geslaagd vollemaansfeest en dan gaat ieder weer zijn weegs. Ik ga terug naar Mossley om aldaar mijn werk voort te zetten. In 1999, rond het Woodstock-festival, zoekt hetzelfde clubje elkaar weer op. Voor mij is het aanvankelijk alléén Woodstock, daarna een weekje 'thuis' bij mijn ouders en dan opnieuw naar Mossley. De dag voor Woodstock is er namelijk al sprake van de aankomende zonsverduistering en deze in Duitsland te gaan aanschouwen. Naarmate het weekend vordert, worden de plannen steeds concreter. Een oudere vriend haakt meteen af, maar een andere goede vriend met een klassieke Mercedes ambulance ziet het wel zitten. Ik zit vooral met het feit dat mijn geld aardig is opgeschoten, maar nadat de deathmetal-band Altar ter sprake is gekomen en ik laat weten een nagenoeg nieuw t-shirt van die band in de kast te hebben, is de 'deal' snel gesloten. Een van de vrienden krijgt het Altar-shirt en hij zal gedurende het uitstapje naar Duitsland voor mijn 'natje en droogje' zorgen. Het levert bij mijn ouders in eerste instantie nog wat heibel op als ik de zondag na Woodstock met de Mercedes ambulance mijn paspoort kom halen. Maandagavond 9 augustus 1999 zijn we allemaal klaar en vertrekt de opzichtige colonne vanuit Steenwijk.

Omdat ik de meeste van de vrienden in meer dan tien jaar niet heb gesproken en ik van een aantal ook domweg de naam ben vergeten, noem ik in dit verhaal geen namen. De stoet is opvallend: Voorop de oudste van twee broers met vrouw, kinderen en honden in een oude Mercedes-bus met een klomp in plaats van een Michelin-poppetje. Daarachter een Subaru Mini Jumbo en de andere broer in een Opel Combo-geval. Wij sluiten de rij in een opvallende Mercedes ambulance uit 1972. In Mossley is op een zeker moment een verzameling speelgoed binnengekomen, waaronder enkele Matchbox-autootjes. Ik heb een paar mooie modellen, waaronder deze ambulance, uitgezocht om te pronk te zetten. Na het hele avontuur komt de ambulance op een prominent plekje in de kamer met enkele andere souvenirs. De 'ambu' heb ik nog steeds, de rest heb ik weggegooid. De herinnering blijft en die wil ik vandaag met jullie delen.

Ergens is dit verhaal al eens voorbij gekomen op Soul-xotica. We zijn die maandagavond nog maar net op weg naar de eerste bestemming als in de ambulance een cd draait met de grootste hits van The Mamas & The Papas. Juist op het moment dat ik voel dat over een lengte van vier auto's een verbondenheid opstijgt, hoor ik 'I Saw Her Again' van The Mamas & The Papas. Onlosmakelijk verbonden met deze 'magische reis'. Mijn vriend en ik hebben een vrouwelijke bijrijder gekregen, een vriendin van één van de broers en van haar kan ik niks anders herinneren dan dat het een zwijgzaam type is. Wij tweeën zorgen voor de muziek. Hij heeft een stapeltje cd's, maar gelukkig heeft hij ook een autoradio met zowel cd- als cassettespeler. Ik heb vooral bandjes bij me. Het is ruim na middernacht dat we aankomen op een magische plek. De oudste broer is er jaren geleden eens terecht gekomen op aanwijzen van een buurtbewoner, normaal gesproken zal je het nooit vinden. Het valt onder de Belgische plaats Trois-Ponts, een rustiek plekje met een waterput aan een stromende beek. Dat zie ik overigens pas de volgende dag, want het is pikkedonker. Ik weet niet eens meer waar ik heb geslapen.

De zonsverduistering is woensdag en dus hebben we een dag voor 'sightseeing'. Het zijn de broers die vooral het initiatief nemen en wij hobbelen er maar wat achteraan. Zij hebben Trier in hun hoofd en dus betekent het urenlang in de auto zitten. Het is bovendien een miezer-dag. In Trier zélf hebben we het aardig rap bekeken en dan zoekt het gezelschap onderdak in een pannenkoekenrestaurant. De oudste broer, die mijn Altar-shirt heeft gekregen, houdt zich aan zijn woord en rekent af voor mij. Er is op een bepaald moment enige heibel aan tafel. Ik ben mezelf er nooit van bewust geweest, maar achteraf gezien heeft mijn opgewekte aanwezigheid ervoor gezorgd dat de groep op dat moment niet uit elkaar is gevallen. De pannenkoek is welgevallen en dan kunnen we weer in de auto's. De vriend is met de restauratie van de Mercedes begonnen en heeft allereerst de bodem dicht gelast. De deurrubbers hebben de beste tijd gehad en die heeft hij alvast verwijderd. Dan blijkt door de aanpassing van de carrosserie de deurrubbers van een 'normale' Mercedes niet te passen. Dat de bodem helemaal dicht is, bewijst het uitstapje naar Trier. In een stortbui sijpelt het water naar binnen en blijft mooi staan in de voetenruimte van de mede-passagier. En dat ben ik dus... Als de bui voorbij is, kan ik met een emmertje het water uit de ambulance scheppen.

We bezoeken nog een steengroeve en vinden dan vlakbij een mooi licht-hellend weiland. Het begint al te schemeren als de tenten worden opgezet. Ik mag deze avond in de 'ambu', zoals we hem liefkozend noemen. De achterklep moet dan wel een stukje open, maar dat is niet erg. De smerig goedkope wijn die ik die avond burgemeester heb gemaakt, brengt me in een diepe slaap. Ik word wakker van het geluid van een trekker. Het is de Duits-sprekende boer, maar ik begrijp de boodschap. Snel worden de anderen opgetrommeld en binnen een half uur zijn we slagvaardig. Het is dan nog maar een paar uurtjes rijden naar Kaiserslautern waar we mogelijk honderd procent van de zonsverduistering kunnen zien. We passeren een idyllisch dorpje, niet ver van de stad, met daarachter een groene heuvel. Het is nog een anderhalf uur tot het grote moment en met een beetje ongeluk komen we bij Kaiserslautern in een file te staan en maken we de eclips mee op de snelweg. We besluiten dan maar voor 90 procent te gaan en stoppen op de groene heuvel. Het is een aankomende woonwijk. Aan de overkant is een graafmachine aan het ploegen en werkt zelfs door tijdens de verduistering.

Het is tot nu toe een prachtige zonnige dag geweest, maar de lucht begint een uur van tevoren dicht te trekken. Het zal toch niet? Honderden kilometers rijden om de eclips mee te maken en dan krijgen we plots een grijze lucht? We nemen plaats op de heuvel, djembé en trommels in de aanslag. Het gaat zachtjes regenen en plots een bliksemschicht. De eclips voltrekt zich in een grijze wolkenmassa, zoals het lijkt, maar niets is minder waar. Moeder Natuur heeft besloten er een mooi schouwspel van te maken. Ze laat al haar disciplines zien tijdens de voltrekking van de zonsverduistering. Luid gillend en trommelend gaan we de verduistering in. De tranen biggelen over de wangen. Dat we dit mogen meemaken, wie zeurt dan nog over regen en een grijze lucht? Vrijwel meteen nadat de eclips is afgelopen, verdwijnen de grijze wolken als sneeuw voor de zon en plots is het weer hetzelfde vriendelijke zomerweer. Op de radio horen we dat het verkeer rondom Kaiserslautern potdicht heeft gezeten, dus we hebben de juiste keuze gemaakt.