maandag 31 mei 2010

driemaal is...?


Knap hoor! Bijna drie maanden een blog bij houden, zo nu en dan de naam laten vallen, maar nog geen exclusieve ruimte voor haar ingedeeld! Misschien omdat ik in maart de intentie had om louter uit het soul- en funkvaatje te tappen. Maar het zijn niet alleen die twee stijlen die mijn interesse hebben, bovendien is er na 1980 ook muziek gemaakt. Lijdend onderwerp heet Marissa Nadler. Ze lijdt bij Nederlandse optredens onder een enorme bos haar, altijd op de derde rij en veels te kritisch voor haar. Een jaar geleden bezocht ik haar drie concerten in Zwolle, Amsterdam en Utrecht. Scheepsrecht of 'too much'?

Dat verhaal doet nog steeds pijn, maar eigenlijk had Marissa op zondag 31 mei in Steenwijk moeten optreden. De mannen van Minstrel hadden het overgenomen, ik hoop voor hun dat ze een stuk van de prijs hebben afgekregen, en zo toog ik met gemengde gevoelens naar Eureka in Zwolle. Na een akoestisch solo-setje kwam de band. Immers, haar jongste album 'Little Hells' had drums en electrische gitaren geïntroduceerd. Opnieuw gemengde gevoelens. De akoestiek was om te janken, de band té luid voor Marissa's breekbare stem. Het werd geen eenheid.

Paradiso in Amsterdam liet wel een Marissa en band in balans horen, maar ook weer een akoestisch solo-setje. 'Never change a winning team'? Ze speelden exact dezelfde nummers als in Zwolle, maar nu klonk het allemaal wél zoals het hoorde! Geen 'Mary Come Alive' of mijn favoriet 'Mistress On A Sunny Day', maar wel een tenenkrommende 'Diamond Heart': Eén van haar allermooiste liedjes, waarvan ze soms zo beu is, dat ze het lardeert met ontsierende uithalen. Buiten dat was dit de avond dat de magie van Haarlem kwam boven borrelen. Stay tuned voor meer verhalen over Marissa!

Dan is het dinsdag 2 juni en staat ze in Ekko in Utrecht. Morgen het laatste optreden van haar Europese tour in Brussel. Ze heeft dan onafgebroken vanaf 12 april getoerd. Het is haar eigen schuld. In de eerste schema's waren vrije dagen opgenomen, die stuk-voor-stuk 'last minute' ingevuld worden. Tsja, als je stem dan het hoofdinstrument is?

Na Zwolle en Amsterdam kan ik de playlist raden. Gelukkig (?) krijgt ze last van een bloedende vinger en trakteert ze op een cover van 'Oh Lonesome Me' in de trage Neil Young-uitvoering. Marissa en gevolg maakt een vermoeide indruk. Bijna een contrast met de energieke Signe Tollefsen, die opnieuw in Utrecht de support deed. Mij teveel Country Wilma!

Na afloop van het optreden schrijft ze lieve woordjes op mijn t-shirt en spreken elkaar voor het eerst in een jaar. Ik word altijd een beetje verlegen als ik in die lieve bruine knikkers kijk. ,,Did you enjoy it", vraagt ze. ,,Well...", stamel ik en wil beginnen over Zwolle. ,,No! Stop! I shouldn't ask", onderbreekt ze me. Wat gaat ze na woensdag doen? Een week slapen. Nog even wens ik om met haar mee onder de wol te kruipen... Driemaal bleek teveel. Dát doen we nooit meer! Zeg ik nu...

zondag 30 mei 2010

effe wachten nog...


Tijdens de fietstocht van afgelopen week leek het even helemaal goed te komen. Vorige week vrijdag had ik een mixtape opgenomen met een greep uit mijn bak northern soul en had een paar singles toegevoegd die de blauwe bak nét niet hadden gehaald. 'Moody Woman' van Jerry Butler zit erin, Bunny Sigler ook. De laatste had ik al in september gekocht, maar kon maar geen indruk maken.

Na een paar maal het bandje te hebben beluisterd, begon ik ineens 'Girl Don't Make Me Wait' van Bunny Sigler te waarderen. Dat moest ook wel, want de single kent een sleutelrol binnen de northern soul. Het was één van de eerste heruitgegeven singles die tien jaar na de officiële release op het hoogtepunt van de hype alsnog een hit werd in Engeland. Vrijdag besloot ik Timebox meteen na Sigler te draaien voor een vergelijkend warenonderzoek. Helaas voor Bunny, het is nog altijd één-nul voor Timebox.

Waar The Small Faces groot werd en concessies moest doen, daar bleef Timebox trouw aan haar mod-aanhang. Zelfs toen de mod-beweging al een zachte dood was gestorven. De jongens van Timebox hebben ongetwijfeld via Bunny Sigler 'Girl Don't Make Me Wait' leren kennen, al kwamen ze pas twee jaar na Sigler met hun cover. Ze hadden meer covers op hun naam staan: Hun eigenzinnige versie van Cal Tjader's 'Soul Sauce' was een cultklassieker, maar 'Beggin' van The Four Seasons werd een bescheiden Engels hitje. 'Girl' stond in december 1968 even in de vaderlandse tipparade.

De b-kant is favoriet onder liefhebbers van freakbeat, maar doet mij weinig. 'Girl' is daarentegen al zestien jaar een alltime favoriet in mijn collectie. En sinds de northern soul voorgoed zijn intrede heeft gedaan in mijn collectie ligt hij geregeld op het draaiplateau. Maar iedere week slagroomtaart gaat ook vervelen, dus zal de gevulde koek van Bunny Sigler thuis nog wel eens zijn rondje gaan draaien. Maar bij optredens vrees ik het ergste...

vrijdag 28 mei 2010

uitgefietst!


Het verstandig worden, dat ik in het slot van mijn vorige bericht noemde, heb ik even tot nader orde uitgesteld. En zo verliet ik Steenwijk dinsdag om kwart over acht, bepakt en bezakt, om de NAP-route bij Havelte op te pakken. Over het verloop van de eerste negentig kilometer kom ik superlatieven tekort. Tot Norg is Appelscha het enige dorp waar ik doorheen moet. De schoonheid van het Fochteloër Veen kan ik niet onder woorden brengen: een uitgestrekte (26 vierkante kilometer) oase van rust en ongerepte natuur. Na Peize verandert dat snel, maar 'the worst has yet to come'...

In Peize heb ik andermaal geprobeerd een gasflesje te bemachtigen. Het advies om het in Haren te proberen, negeer ik vooralsnog. Als vlak voor Groningen blijkt dat Haren maar vier kilometer naast Peize ligt, fiets ik terug en haal bij De Vrijbuiter het gewenste flesje. Weer onderweg naar Groningen ontmoet ik een manspersoon met een hamer. Volledig bepakt negentig kilometer tegen een straffe noordenwind in kruien en mijn spectaculaire nacht van 2,5 uur, begint parten te spelen. De route kent geen mededogen. Voorbij het centrum ontbreken de bordjes. De uitnodiging van het Grunopark bij Harkstede kan ik niet weerstaan. Tot mijn grote verbazing zit ik opeens weer op de route.

Na ravioli met boontjes, een douche en tien uren slaap, start ik om tien uur vanaf Harkstede. Het is gekkenwerk! Nu verdient het landschap al geen schoonheidsprijs, maar de heren routeplanners laten me in bogen van tien tot vijftien kilometer om dorpjes heen fietsen. Hemelsbreed maak je dus geen kilometers. Bovendien merk ik dat ik het gisteren te gek heb gedaan. Negentig per dag zou mijn limiet moeten zijn. In Winschoten ga ik nog, volgens de route, dwars door een winkelpromenade. Doet me denken aan de kermis in Renesse die op de Noordzeeroute lag... Ditmaal bleven de molens met kettinkjes keurig staan!

Ik besluit mijn tent in Wedderveer op te zetten. Hemelsbreed is het vijftien kilometer naar Nieuweschans, maar ik geloof het na vandaag wel! In plaats daarvan zak ik via Onstwedde en Stadskanaal af naar Gasselte. In een vloek en een zucht ben ik in Grolloo.

Ik zie een 'afstandelijke glimlach' verschijnen, maar ik doe het 'gewoon voor de lol', hier fietsen door de 'verlatenheid'. 'Een andere dag, een andere weg', roept een borstbeeld op een sokkel. Ik ben weer thuis! 'Op zekere dag zal iemand weten' waar ik het over heb. Zoniet, mailt u maar!

Ik was eens vanuit Steenwijk naar Grolloo gefietst en weet dus dat dit te doen is, zolang er geen tak op het fietspad ligt. Het zal toch niet... Ik maak mijn kop niet gek. Als ik bij Dwingeloo nodig moet rusten, pak ik daar een camping. In Wijster zit ik er doorheen. Het is vijf uur. Ik strek mijn benen een half uur en vul mijn reserves aan met mueslibollen en Aquarius. Een uur later ben ik bij de radiotelescoop van Dwingeloo en weet ik het zeker: Ik fiets naar huis! Daar ben ik om half negen, 10,5 uren na vertrek vanaf Wedderveer, moe maar uiterst voldaan! En heb ik een paar leerpunten gevonden voor de échte vakantie. Dat wordt de NAP zuidwaarts, van Nijeveen naar Breda...

maandag 24 mei 2010

(voorlopig) het laatste woord?


Ik memoreerde het nummer al eens in 'Donna's torenhoge leeftijd', hét ultieme laatste nummer van Colin Blunstone. Na 'Caroline Goodbye' past niets anders dan stilte, een plaat direct erna komt niet tot zijn recht en is in mijn ogen heiligschennis. Toch was het aanvankelijk de b-kant die mijn interesse had. Ook dat is nog altijd een voortreffelijk nummer, maar 'Caroline Goodbye' is zo'n brok sfeer. Een sfeer waar ik dan de rest van de dag in wil blijven!

Ik was me in 1991 allerminst bewust van de schoonheid van 'Caroline Goodbye'. Mijn verregaande interesse in The Moody Blues had mij geleerd dat 'Say You Don't Mind' een compositie was van Denny Laine, van 1963 tot de zomer van 1966 leadzanger van The Moodies. Het nummer was zijn eerste poging tot een solo-carriére. Ondanks dat Laine meer belangstelling dan zijn voormalige bandmaatjes kreeg, flopte het tweemaal in 1967 en 1968.

Colin was toen nog een Zombie en bezig in de studio met hun zwanenzang 'Odyssey And Oracle'. In 1969 leverde hun dat de hit 'Time Of The Season' op terwijl The Zombies toen al hun graf weer hadden opgezocht. Colin probeerde het als Neil MacArthur met dermate weinig succes dat hij zijn baantje als kantoorklerk oppakte.

Mede dankzij Rod Argent kwam Colin toch nog aan een contract. De opnames van het album duurden een jaar en het heette daarom 'One Year'. Het bevatte ondermeer 'Say You Don't Mind'. Denny Laine had voor even zijn heil gezocht bij Ginger Baker's Airforce en had ook iets te maken met de formatie The Balls, maar zou terug in de spotlights stappen als gitarist van Wings. Dat Blunstone zijn liedje coverde en beroemd maakte, is één van de drie 'claims to fame' waar Laine's latere loopbaan op gestoeld zou zijn.

Dat nummer werd unaniem als de hitkant van de single beschouwd. Daarmee werd 'Caroline Goodbye' gepasseerd. De intens droevige stemming met een zeer overtuigende Blunstone en het abrupte open einde. Hij krijgt van mij het laatste woord.

Misschien word ik morgen nog verstandig, maar ik heb bedacht dat ik morgen ga trainen voor de vakantie: Per fiets van Steenwijk naar Nieuweschans en terug. Zou zo kunnen betekenen dat ik tot en met vrijdag onderweg ben. Er komt dus een kleine onderbreking in mijn stroom berichten. Hoewel ik nog steeds niet de hoop heb opgegeven qua verstandig worden, want het is gekkenwerk...

zondag 23 mei 2010

ik bid nie veur rooie bone!


Vergeef me. Ik ben van huis uit poprecensent en dus medeverantwoordelijk voor de hokjesgeest binnen de popmuziek. Klinkt er een harde gitaar? Is het iets van rock! Een swingend basloopje? Funk! Kunnen we er niets van maken? Noemen we het fusion, crossover of bedenken er een naam voor. Fröbelfolk komt uit mijn koker, evenals Texacoreggae. Hoe moest ik nu in hemelsnaam Redbone definiëren? Het heeft wortels in de indianentraditie, zeer funky, soulvol op momenten, maar ook stevig qua bluesrock en tegelijk erg poppy... Maak daar maar eens chocola van!

Redbone is niet de enige groep die muziek in een eigen dimensie maakt. De leden kunnen buigen op een jarenlange bandjeservaring. De onlangs overleden Lolly Vasquez (samen met broer Pat noemden ze zich Vegas binnen Redbone) schreef ondermeer 'Nikki Hoeky' dat zou uitgroeien tot een evergreen. In 1969 besluiten ze zich Redbone te gaan noemen, als eerbetoon aan het indianenbloed dat bij enkelen van hen door de aderen stroomt.

In 1970 tekenen ze voor Epic en zijn te horen op één van mijn tien allergrootste favoriete elpees: 'Keep On Keepin' On' van Brenda Patterson. Die komt zeer binnenkort aan bod. In hetzelfde jaar verschijnt ook hun titelloze debuutalbum, maar Redbone komt pas echt op stoom met single en album 'The Witch Queen Of New Orleans' uit 1971. In Nederland worden ze menigmaal beloond met een top tien-hit, ondermeer met het ritmisch zeer aparte 'Fais-Do'.

De bloederige indianenopstand van Wounded Knee in 1973 legt Redbone geen windeieren. Muzikaal wordt het daarna echt genieten, hoewel de hits opdrogen. 'Wovoka', een van mijn favorieten, behaalt nog een derde plek, maar daarna is zelfs de top twintig te hoog gegrepen. 'Come And Get Your Love' is het eerste slachtoffer. Zeldzaam tijdloos. Zal deze ooit gedateerd klinken? Gelukkig is deze inmiddels herontdekt onder de hippe funk-dj's. En daar reken ik mezelf NIET toe, hoewel hij bij mij ook geregeld onder de naald gaat...

zaterdag 22 mei 2010

de zwanenzang van Pugh's Place


Leeuwarden kan onmogelijk als de bakermat van de Friese popmuziek gezien worden. Daarvoor was de impact van de groepjes te minimaal. Okay, je mag de jongens van Unbeatable geloven als die beweren dat The Tremeloes 'Even The Bad Times Are Good' van hun gestolen hebben, maar het lijkt mij sterk. Wel verschijnt in 1968 een naam hoog in de Hitweek-polls waar alles ten zuiden van De Blesse nog nooit van gehoord heeft. Dit dankzij loyale volgelingen, maar ook door een eigenzinnig geluid.

Pugh's Place benadert het geluid van Spooky Tooth. Als Boudewijn De Groot zich in 1969 tijdelijk toelegt op produceren, is Pugh's Place een van zijn eerste projecten. In vroeg 1970 verschijnt de single 'Nothing Is Real Here', dat nog de tipparade bereikt zonder dat het een commercieel geluid heeft. De elpee 'West One' (het Londense district waar Pugh's Place is te vinden) verschijnt pas een jaar later en is een doodgeboren kindje. Decca dumpt vervolgens de groep.

Dan is er Wobbe Van Seijen, uitbater van platenzaak Bij De Put en lid van de folkband Hello. Zijn zaak komt in 1989 in het nieuws als hij een week voor de officiële release al exemplaren van 'Like A Prayer' van Madonna in de schappen heeft. Jaren ervoor heeft hij hetzelfde met The Rolling Stones gelapt. Met Hello heeft hij een single gemaakt. 'Home In The Sky' moest een geheide hit worden, al kon hij de platenmaatschappijen dat niet wijs maken. Hij besloot zelf eentje te starten: Universe.

Natuurlijk flopte 'Home In The Sky', maar Van Seijen zette Universe wel door. Het zou jaren later een onderdeel van Virgin worden. Nu had Leeuwarden in de Pow-Wow haar eigen Paradiso krijgen. Rick & Dave en Children Of Jubal waren daar residentiële muzikanten. Ook had Van Seijen er lucht van gekregen dat Pugh's Place ermee ging kappen.

En zo kwam bovenstaand album tot stand. De letters Pugh Place zijn 'custom' aangebracht op dit exemplaar. In de hoestekst achterop wordt de naam eenmalig genoemd. Verder noemen ze zich Live. De gebroeders Kowalzcyk lagen nog in de luiers...

'Child In Time' is een ronduit slechte cover in een lange live-versie, maar ook 'Every Little Thing' van The Beatles stelt teleur. Bij de TROS op Hilversum 3 wordt de plaat aan diggelen geslagen. Rick & Dave zijn twee Amerikanen, die daar eigenlijk hadden moeten blijven. Het hoogtepunt is Children Of Jubal.

Hoewel 'Blue Horizons' met zijn 'phasing' vijf jaar te laat is, is het toch een van de spaarzame psychedelische mijlpalen uit de Nederpop-historie. Vooral hulde aan de bevlogen organist! 'Song Of The Jubal' past ietsje meer in het plaatje van 1973. Een lekker energiek nummer van de Fries-Groningse jazzrockers! De elpee is binnen Friesland en ver daarbuiten een gezocht collector's item. Er is een Joegoslaaf die een astronomisch bedrag ervoor over heeft!

vrijdag 21 mei 2010

ons plaatje!


Woensdag 15 augustus 2007. ,,Wilt ge een bloemeke kopen. Kunt ge het goed maken met uwen madam". Ik heb het niet zo snel gerealiseerd, maar het is moederdag in België. ,,Ik hoef niks goed te maken met haar. Zij moet het goed maken met mij". Ze is dan dermate geliefd op de camping, ze kennen ons als 'Belle En Het Beest', dat een andere gast een boeket voor haar koopt. Ze noemen mij een 'beuzak'. Anderen betreuren het. ,,Jullie waren zo'n leuk koppel".

Een paar apart, ja! We kenden elkaar zeer oppervlakkig van het stappersleven in Steenwijk. En zo gingen we een week op fietsvakantie naar België, ondermeer om The Pogues op de Lokerse Feesten te zien. Samen in een tentje. Romantisch? Breek me de bek niet open!

Het was niet een en al kommer en kwel, hoewel het niet veel scheelde. Zelf krijg ik nog steeds kippevel bij de gedachte aan de eerste zaterdag. En ben ik uit mijn plaat gegaan bij The Pogues. Zij ergerde zich kapot aan de dronken zanger... De climax had plaatsgevonden op dinsdagavond. Er was veel drank voorbij gekomen. Ook wist ik iets niet van haar, maar ik betwijfel of het verschil had gemaakt. Ik was er klaar mee!

En zo fietste ik solistisch naar de camping en liet haar alleen op de markt in Sint-Niklaas. Ze arriveerde ruim een uur later, compleet verregend. Net goed! Gerstekot was getuige van onze ruzie en begreep er niks van. De volgende ochtend drinken we een 'tas' koffie in de kantine. We zijn 'on speaking terms', maar daar is ook alles mee gezegd.

Het is erg gelukkig voor ons tweeën dat Willemijn even wordt opgenomen in de moederdag-activiteiten. Ik reorganiseer mijn bovenkamer met een fietstochtje, terwijl zij in de watten wordt gelegd met taart en chocola. Als ik terugkom op de camping neem ik een kijkje in de kantine.

Een vrouwelijke gast heeft een cd meegebracht die op 'repeat' staat. Iedere keer als 'Tell Her Johnny Said Goodbye' voorbij komt, zingt ze luidkeels mee met de tranen in de ogen. Mijntje en ik toosten met een 'bolleke'. Hoewel het moment tenenkrommend was, is dit onze vakantieplaat.

Eind goed, al goed? Gelukkig wel! We hebben elkaar van haver tot gort leren kennen in die week en zijn nu hartsvriendinnen!