vrijdag 7 februari 2014

Van hit naar her: Wilkinson



Wie had dit ooit gedacht? Soul-xotica speelt zich immers voor het grootste deel af in het verleden middels rubrieken als Raddraaien en sinds een paar weken kijken we naar het heden in deze serie. Maar nu... toekomstmuziek! De single die ik vandaag centraal stel, komt namelijk pas komende maandag uit. Echter, de tijd dat een hitparade nog af hing van de verkoop van cd's is al even geleden en vandaar dat Wilkinson reeds afgelopen week nieuw binnen kwam met 'Too Close'. In Engeland welteverstaan, want in Nederland hebben slechts weinigen van hem gehoord. Ik kom in oktober of november voor de eerste maal 'Afterglow' tegen in de Britse Top 40 en het is liefde op het eerste gezicht. Iets dat is gebleven, want ik krijg nog steeds een erg goed humeur van het liedje. 'Too Close' is in die zin niets minder, zelfs een beetje meer van hetzelfde. Ik heb hem gisteravond 'ten doop' gehouden in Floorfillers en ook deze ga ik de komende weken vaker draaien. Het onderwerp van vandaag is 'Too Close' van Wilkinson ft. Detour City.

Als ik eind 1997 kortstondig betrokken raak in de Amsterdamse kraakscene. is in het underground-clubcircuit de jungle- en drum'n'bass-muziek de laatste ontwikkeling. Omdat ik de zomer ervoor in Sneek de dansvloer heb ontdekt, beland ik in Mokum op illegale feestjes in kraakpanden. Het grootste feest waar ik ben geweest, moet De Silo zijn geweest. Ik probeer me nog wel eens voor te stellen hoe het zou zijn geweest als ze daar toen dat irritante dubstep hadden voorgeschoteld. Zou ik dan nu dezelfde gevoelens koesteren voor dubstep? Hoe dan ook: Ik kan de drum'n'bass erg goed waarderen. Het voelt ook zo lekker 'ver van thuis', want in Friesland is het nog gewoon het vierkwartsmaat-stampwerk. Als ik het eens probeer bij de programmeur van Het Bolwerk antwoordt deze: ,,Als het al wat wordt, dan duurt het nog vijf jaar voordat je hier in Sneek een feest kan organiseren". Ik denk dat het nooit zover is gekomen. Nederland blijft massaal doorstampen op dezelfde dreun en avontuur, als bij drum'n'bass, is ver te zoeken.

Waarom Van hit naar her doen en tegelijk zo ver terug in de tijd gaan? Welnu, Wilkinson leert lopen als ik de zolen slijt op de dansvloer. Toch heeft zijn muziek heel veel van de ouderwetse drum'n'bass. In Engeland heeft de drum'n'bass altijd op de achtergrond mee gespeeld. Er is eigenlijk niet een grote hit uit het genre, maar onderaan op de hitparade is vaak nog wel iets te vinden. Dat iemand als Mark Wilkinson opeens doorbreekt met oude drum'n'bass is dan ook wel bijzonder, want hij houdt zich tevens bezig met dubstep. Dat vat ik op als een anarchistische punkband die zonder blikken of blozen 'Rock Around The Clock' van Bill Haley vertolkt. Hij komt ermee weg.

De leeftijd weten we niet, maar Mark zal in de twintig zijn. Als hij negen is, krijgt hij van zijn ouders een drumstel. Hij formeert een bandje waarmee hij speelt van Birmingham tot aan het lokale bejaardenhuis, maar vijf jaar later raakt hij gefascineerd door de dansmuziek. In zijn laatste schooljaar is Wilkinson vooral te vinden in de studio van zijn school. Dit zet hem aan om stukje bij beetje zélf apparatuur te kopen en zijn slaapkamer om te bouwen tot studio. Zo gaat dat gedurende een paar jaar en Wilkinson heeft een paar baantjes. Als blijkt dat het ouderlijk huis, een buitenwijk in zuidwest-Londen, te zwaar te lijden heeft onder de beats die uit zijn slaapkamer komen, vindt hij een studio even verderop en gaat zich dan helemaal richten op de muziek. Hij komt in contact met Hospital Records dat een nummer van hem opneemt voor een compilatie. Wilkinson stuurt dan brutaal een demo naar RAM Records, hét toonaangevende dubstep- en drum'n'bass-label en in oktober 2010 heeft hij een contract te pakken.

Zijn eerste single verschijnt in december 2010. 'Moonwalker' en opvolger 'Everytime' (juni 2011) vallen nog niet echt op. Beide liedjes zullen buiten beschouwing worden gelaten als Wilkinson zijn debuutalbum uitbrengt. Anders is dat bij de derde single, 'Tonight', die in december 2011 uitkomt. Hoewel bescheiden, heeft hij in december 2012 zijn eerste succes met de single 'Need To Know' met een gastbijdrage van Iman. De single bereikt een 39e plek in de Dance Singles Top 40, maar verkoopt nauwelijks om in de échte Top 40 te komen. 'Take You Higher' is in april 2013 de derde single van het, nog te verschijnen, album en doet niets. In de zomer van 2013 heeft hij opnieuw minimaal succes, ditmaal in combinatie met P. Money en Arlissa en het nummer 'Heartbeat'. Het bereikt nu nummer 36 in de Dance, maar 169 is te minimaal om van een pophit te spreken. Wilkinson's stijl kan desondanks rekenen op steun van zowel BBC-dj's als collega's uit het vak. De verwachtingen zijn hooggespannen als Wilkinson op 28 oktober zijn debuutalbum uitbrengt: 'Lazers Not Included'.

Becky Hill is een gelukkige verliezer. Ze maakte indruk in de Engelse editie van The Voice in 2012, maar wordt in de semi-finale eruit geknikkerd. Ze heeft in de laatste drie maanden van 2013 haar eerste hitsucces, hoewel haar naam aanvankelijk niet wordt genoemd. Hill is namelijk de zangeres op 'Afterglow' van Wilkinson en deze single stijgt door tot in de top tien van de Top 40. In de Dance staat het bovenaan. Afgelopen week is Hill de Engelse Top 40 binnengekomen met Rudimental, dus die gaan we nog eens tegenkomen. Maandag verschijnt dus officieel 'Too Close', maar hij staat reeds op 38 in de Dance Top 40. Op 'Too Close' wordt Wilkinson bijgestaan door Tabitha Benjamin, die schuilgaat onder de naam Detour City. Ik voorspel dat 'Too Close' 'Afterglow' zal volgen in de top tien. Over drie weken is Wilkinson de hoofdact op Spektrum XL, een drum'n'bass-event in het Haarlemse Patronaat. Dat is voorlopig de enige manier om de man in Nederland aan het werk te zien.

Zallemenut een keertje overdoen?



Vandaag krijgen jullie maar liefst twee berichten omdat ik vanochtend na Floorfillers te lang in de chat bleef hangen met een luisteraar. Ik had gedacht aan een Raddraaier en een Van hit naar her, totdat ik vanmiddag de aankondigingen zag van ExtraGold, het webradiostation waar een muziekvriend werkzaam is. ExtraGold duikt in de weekenden diep in de Top 40-historie, hoewel het vanavond 'light' begon met een sprongetje van maar vijftien jaar. Ik knipper even met mijn ogen als ik de hoogste nieuwe binnenkomer zie. Huh? Is dat vijftien jaar geleden? En op het zelfde moment rolt het weekend van vijftien jaar en een week geleden als een speelfilm voor mijn ogen. Ach vooruit, we zijn al een tijd niet meer op de sentimentele toer geweest, dus het kan wel weer eens. De eerste keer 'Baby One More Time' van Britney Spears. Ik kan me niet juist herinneren waarom het nu zo'n bijzondere plaat was, maar ook op de Engelse radio was men ervan bewust dat hier muziekgeschiedenis werd geschreven. En dat is vijftien jaar later uitgekomen. Hoeveel platen uit 1999 kunnen dat na vertellen? Het moet dus het laatste weekend van januari 1999 zijn geweest dat ik kennis maakte met Britney en haar eerste hit.

Ik ben in april 1998 in Mossley gekomen om 'aan te sterken'. Althans: Dat is eerst de bedoeling. De moeilijke eerste maanden in York te boven komen en dan beter georganiseerd terug keren. Amper twee maanden later lees ik het boek 'Rags To Riches' Henri Le Boursicaud over de roemruchte geschiedenis en het heden van de Emmaus-beweging. Ik kan me zeer goed vinden in hun idealen en begin ontzag te krijgen voor de Emmaus totdat ik me realiseer dat ik er zelf deel van uitmaak. Zo vergeet ik York en duik verder het idealisme in. Na de zomer van 1998, waarvan ik twee weken in Nederland ben geweest, wacht als eerste een lange en diepe depressie. Ik meen in het begin van het nieuwe jaar daar al uit te zijn, maar de 'verlossing' zal pas met mijn verjaardag zijn. Ik heb het plan gekregen om in een meer noodlijdend gebied mezelf in te zetten voor de Emmaus. De keuze valt op het Poolse Lublin, maar ik kan gedurende een jaar maar geen duidelijkheid krijgen wat Lublin precies is. Er zijn berichten die spreken van een gigantisch complex met een kringloopwinkel, maar ook die het een soepkeuken noemen. Internet is dan nog niet zo ontwikkeld als tegenwoordig, dus even 'Googlen' geeft geen resultaat. Deze nieuw verworven ambitie speelt voor mij in de eerste maanden van 1999 en dus ook op het moment dat 'Baby One More Time' van Britney Spears uitkomt.

De eerste associatie is 'grijs', maar dat is niet vreemd. Mossley is allesbehalve zonovergoten en het is hartje winter, dus veelal regen en soms dagenlang achtereen. In het lager gelegen Micklehurst wil de boel wel eens overstromen, maar Longlands Mill ligt daar te hoog voor. Compaan Paul wil naar de videotheek in Ashton-under-Lyne en hij vraagt mij of ik mee wil rijden. Ach waarom niet, ik had toch verder geen plannen. Terwijl Paul zich tussen de videofilms begeeft, neus ik rond in de hoek van de cd's. Ze hebben een bak staan met afgeprijsde titels en daar vind ik 'The Bends' van Radiohead voor vier pond. Zaterdagavond kijk ik naar de televisie, iets wat ook maar sporadisch voorkomt, en kom erachter dat de BBC 'Silence Of The Lambs' uitzendt. Die kijk ik deze avond en ga niet meer naar de pub en ga vroeg slapen. Zondagmiddag is het nog net zo grijs als de vorige dagen en het is waterkoud. Ik laat me er niet van weerhouden en trek mijn lammy-coat aan en zet de koptelefoon op en de walkman aan. Ik loop langs het Huddersfield Canal naar Greenfield en moet even voor Uppermill van het pad af. Waarom? Hevige regenval, schat ik zo in. Normaliter kun je doorlopen tot voorbij Uppermill. De batterijen van de walkman zijn bijna leeg en het cassettebandje begint te slepen en dus zet ik de radio aan. Doordat ik nu vlakbij de radiotoren van Uppermill ben, is het ontvangst opvallend goed. Ik kom terecht op de BBC One, de popzender. Vooruit maar, het is gaan regenen, het is nog steeds waterkoud, het is een mijl tot Uppermill en alles beter dan niks. Ze doen de hitparade en daar komt Britney op 30 januari 1999 vanuit het niks op nummer 1 binnen. Ik probeer me iets te herinneren op muzikaal vlak, maar ik kom niet verder dan Madonna's stemmige 'The Power Of Goodbye' en het 'nu-kennen-we-het-mopje-wel' van Cher's 'Believe'. Tussen die platen klinkt Britney opvallend fris, als een eerste symptoom van het voorjaar. Het ondeugende liedje en het jonge meisje in haar schooluniform zal ook zeker hebben bijgedragen. Een paar weken later schrijft een criticus in de New Musical Express dat je 'onmogelijk niet van 'Baby One More Time' kan houden, mits je alleen maar naar deathmetal luistert'.

Ik slenter Uppermill binnen en passeer daarbij ook een paar pubs. Ik weet echt niet meer hoe ik in The Cloggers Arms terecht kom, maar dat blijkt achteraf gezien een gouden keuze. Ik ontdek die middag dat de leden van Barclay James Harvest uit de omgeving komen. Eentje van hen zit in een pub verderop, maar de pub heeft een erg beruchte naam, dus dat wordt me afgeraden. En dat is tekenend voor The Cloggers Arms. Het voelt aan als een warm bad. Ze proberen me nog wel te strikken voor hun Morris-dansgroep, ouderwets klompendansen. Eén van de dansers geeft een exclusieve demonstratie en leert me later nog een schuine versie van 'Do-Re-Mi', die ik helaas ben vergeten. Iedere keer als de deur van de pub openzwaait, komt er kou naar binnen en ik kijk op tegen de wandeling terug. Dan moet het gaan gebeuren. Ik stap de pub uit en... mijn mond valt open. Dít hadden ze niet voorspeld?

Er ligt een wit laken van sneeuw. Op plaatsen ook nog aardig diep. Even buiten Uppermill probeer ik een andere zender te zoeken als ik plots 'Slowhand' van The Pointer Sisters hoor. De plaat is afgelopen en dan... hoor ik Nederlands! Het blijkt Radio 10 Gold te zijn. Overdag niet te bereiken, maar 's avonds en 's nachts met een flinke ruis, dankzij de radiotoren van Uppermill, uit de ether te trekken. Ik maak kennis met de nieuwste hit van Marco Borsato en dan het nieuws. Terwijl ik me een weg baan door de sneeuw langs het Huddersfield Canal heeft Nederland te maken met een straffe voorjaarsstorm. Later dezelfde week ben ik nog wel even een paar dagen ziek geweest van deze wandeling, maar de herinnering blijft om Ben Cramer te citeren.

Radio 10 ben ik binnen een week vergeten en Radiohead en 'This Is My Truth Tell Me Yours' van Manic Street Preachers gaan de soundtrack vormen van de komende weken. De beslissing om niet naar Lublin te gaan, valt uiteindelijk pas een jaar later als ik alweer terug ben in Nederland. En Mossley zal ik niet eerder dan in oktober voorgoed verlaten.

woensdag 5 februari 2014

Raddraaien: The Who



Het duurt nog wel twee weken, maar al stiekem ben ik bezig aan de Weekplate. De laatste week van februari zal ik jullie dagelijks voorzien van een Dagplate, een plaat met een dag in de titel. Ik heb reeds een woensdag en een donderdag, dus dan kan de Weekplate zijn doorgang vinden, want dit zijn de moeilijkste dagen. Vrijdag of zaterdag zou dan een Schijf van 5 moeten worden, want we hebben de maandag, dinsdag en zondag reeds gehad. De Weekplate begint op zondag 23 februari, een week later vier ik de vierde verjaardag van Soul-xotica. In april is het weer feest: Ten eerste ben ik dan vijf jaar alcoholvrij, ten tweede ga ik die maand het 1500e bericht publiceren. Maar dat is toekomstmuziek. Bij het Raddraaien probeer ik doorgaans zoveel mogelijk 'dubbele artiesten' te vermijden, maar er zijn uitzonderingen. Bij The Beatles en idem met The Who kijk ik in zo'n geval naar het nummer en de periode waaruit het plaatje komt. Vandaag staat The Who centraal met de eerste Top 40-hit uit Tommy: 'Pinball Wizard' (1969).

Pete Townshend begint in 1967 langzamerhand zijn subtiele kant toe te laten in de muziek van The Who. Voor dat jaar is The Who een ruige, ogenschijnlijk primitieve, rhythm & blues-band. Het podium verandert na een paar nummers in een slagveld van kapotgeslagen Rickenbacker's, gaten in een lege monitor-kast (je beukt immers niet zomaar een gitaar door een luidspreker...) en een omver geduwd drumstel. Buiten het podium wordt zo nu en dan stevig gevochten en dat blijven de heren Townshend, Daltrey, Entwistle en Moon doen. In 1967 componeert Townshend 'Armenia- City In The Sky', een suite die mijlenver afstaat van 'Anyhow Anyway Anywhere' en 'My Generation'. Het is rond dezelfde tijd dat The Pretty Things, stijlgenoten van The Who, uitpakken met 'S.F. Sorrow'. Wie de term 'rockopera' heeft verzonnen, heeft het niet helemaal goed begrepen. Een opera is een verhaal waarin de dialogen worden gezongen. Zowel 'S.F. Sorrow' als 'Tommy' hebben geen doorlopende dialogen, maar vertellen gewoon een verhaal. Geen opera, maar een oratorium. En als je het vergelijkt met sommige symfonische rock-albums uit de jaren zeventig zou zelfs 'concept' al genoeg zijn.

De waarheid is dat Townshend diep onder de indruk is van 'S.F. Sorrow' en van daaruit gaat schrijven aan 'Tommy'. Het verhaal is direct in grove lijnen herkenbaar, alleen is het nogal kleurloos (wat in zekere zin ook voor 'S.F. Sorrow' geldt). Het beschrijft een leven, in het geval van 'Tommy' een fase daarvan, maar 'S.F. Sorrow' heeft niks wat het tot een echt mens maakt. Daar ontbreekt het 'Tommy' eind 1968 ook nog aan. Townshend is zeer goed bevriend met de invloedrijke Engelse popjournalist Nik Cohn en als hij hem porties van zijn nieuwe werk laat horen, is deze niet wild enthousiast over wat hij hoort, maar wil wel meedenken. Townshend wil zijn hoofdpersoon namelijk ergens in laten uitblinken, iets wat onmogelijk lijkt met de drievoudige handicap. Bijvoorbeeld een spel. Hij herinnert zich dan opeens dat Cohn een fervent flipperkast-bespeler is. Wat als hij van Tommy een 'pinball wizard' zou maken? ,,Dat klinkt als een meesterwerk", antwoordt Cohn. Het liedje is in een mum van tijd geschreven en Townshend zal het later als 'zijn slechtste tekst ooit' betitelen. 'Pinball Wizard' moet nog op het laatste moment worden toegevoegd aan 'Tommy' en er is dus niet veel tijd. Even snel als het wordt geschreven, wordt het opgenomen en uitgebracht. Op 7 maart 1969, een maand na de opname ervan in de Londense Morgan Studios, verschijnt 'Pinball Wizard' op single. In Engeland bereikt het een vierde plek, in Nederland brengt de single het tot een twaalfde plaats. Het is mede aan 'Pinball Wizard' te danken dat 'Tommy' commercieel van de grond komt. In Amerika verschijnt 'S.F. Sorrow' zelfs na 'Tommy' en The Pretty Things wordt beticht van jatwerk, maar feitelijk is dat andersom.

Wel eens afgevraagd waarom Rod Stewart en Elton John niet samen op een podium staan? Rod Stewart werkt in 1972 mee aan de georkestreerde versie van 'Tommy' en zingt daarin 'Pinball Wizard'. Naar het schijnt is Rod toen gevraagd om de hoofdrol te vertolken in de latere filmversie van 'Tommy'. In een onderhoud met Elton John vraagt Rod of deze zo'n rol zou accepteren. ,,In geen lengte van dagen", antwoordt Elton en Rod volgt zijn advies op. Als Elton John vervolgens in 1974 wordt gevraagd om de hoofdrol in 'Tommy' te spelen, hoeft die niet lang na te denken. ,,Rod heeft het me nooit vergeven", meesmuilt Elton enkele jaren later. Het nummer is in 1973 een hit voor The New Seekers in een medley met 'See Me Feel Me'. Even later neemt The Shadows een instrumentale versie op van deze medley voor hun elpee 'Rockin With Curly Leads'.

Tenslotte toch nog even terug komen op het hoesje: Gewoon geplukt van singlehoesjes.nl. Op het eerste gezicht 'gewoon' het Duitse fotohoesje, maar kijk eens rechtsboven: RTB. Afkorting van 'Radio & Televijia Beograd' (uit mijn hoofd) en betekent dus dat die oorspronkelijk in Joegoslavië is uitgebracht.

dinsdag 4 februari 2014

Week Spot: The Unifics



Ooit begonnen als een loze kreet op Facebook, maar al snel is het een begrip: Tune-of-the-week. Het is twee jaar geleden dat ik de Northernsoulx-pagina opende op Facebook. Dit moest mijn vrienden op de hoogte houden van komende optredens (die maar niet kwamen) en is in het begin vooral gebruikt voor dit, per ongeluk ontstane, fenomeen genaamd de Tune-of-the-week. 'Tune-of-the-week' was de uitroep bij 'Stop & Get A Hold On Myself' van Gladys Knight & The Pips, welke ik toen net op single had gekocht. Nu zijn we twee jaar en ruim honderd Week Spot's verder, want het is gedurende de podcasts geweest dat ik struikelde over 'Tune-of-the-week' en dan vooral het meervoud ervan: Tune-of-the-week's (correct) of Tunes-of-the-week (fout). Half oktober 2012 besluit ik de Tune om te dopen tot Week Spot, maar dan komt Wolfman plots om het hoekje. Week Spot is op papier erg leuk, maar voor mijn radio werk is het vervolgens zeven maanden Tune-of-the-week. Het is lastig om te verklaren waar een plaat aan moet voldoen om Week Spot te worden. Hoewel, één ding is wel duidelijk, sinds er een bericht over geschreven moet worden, vallen de zwaar obscure dingen af. In die categorie valt The Unifics gelukkig niet en dus kan ik deze groep en hun 'Which One Should I Choose' (1968) tot Week Spot bombarderen.

Popcritici is een apart slag mensen. Ze menen de waarheid in pacht te hebben als het komt tot 'goede popmuziek', maar slaan daarbij de plank soms heel erg mis. Ze staan vernieuwing binnen de muziek in de weg door stevig vast te houden aan eerder opgebouwde conventies, maar... het is het publiek dat mag beslissen of iets populair wordt of niet. Het geeft de critici nog meer voer om af te geven op de hits. En zodra één van hun lievelingen een concessie doet, is die ineens helemaal commercieel en wordt uitgespuugd. Als het aan de popjournalisten had gelegen, waren Led Zeppelin en Black Sabbath nooit doorgebroken en was de dansmuziek evenmin van de grond gekomen.

De zwarte rhythm & blues, door ons Europeanen 'soul' genoemd, zit in de tweede helft van de jaren zestig in een transformatie. Waar iemand als Harry Belafonte in de vroege jaren zestig wordt afgerekend op het feit dat hij zwarte muziek 'kauwbaar' maakt voor een blank publiek, daar tracht de rhythm & blues rond 1966 de scheiding tussen de rassen te slechten. Blanke rhythm & blues-groepen als The Rolling Stones en Them zijn met 'hun muziek' aan de haal gegaan en zij willen hun graantje meepikken. Maar wel zoals zij zijn, 'black and proud', en zeker niet om als aapjes op te treden voor een blank publiek. Temidden van dat geweld is daar opeens een groepje uit Washington D.C. met messcherpe harmonieën waar menig 'vocal group' tegenop kijkt. De zoete liedjes van de formatie doen evenmin pijn aan de oren, maar toch worden de leden verguisd. De reden ligt hem in de presentatie. Waar menig soul-groep Westerse trends probeert te volgen met lang haar en spijkerbroeken, daar is The Unifics ineens terug naar het zwarte-amusement-voor-de-gegoede-blanken. The Unifics treedt op in deftige kostuums compleet met witte handschoenen.

De groep wordt in 1966 opgericht aan de Harvard-universiteit door de heren Al Johnson, Tom Fauntleroy, Marvin Brown, Bob Hayes en George Roland. Aanvankelijk gebruiken ze de naam Al & The Vikings, maar al snel wordt gekozen voor The Unique Five en uiteindelijk The Unifics. Omdat de leden het te druk krijgen, vinden er een aantal personeelswisselingen plaats, die het voor de fans onoverzichtelijk maakt. Hayes en Roland verlaten in 1967 de groep, gevolgd door Fauntleroy. Deze laatste moet stoppen omdat hij in militaire dienst moet. Michael Ward en Greg Cook vervangen de eerste twee en Brown wordt even later opgevolgd door Harold Worthington. Zo begint het jaar 1968: Al Johnson met een volledig nieuwe groep, een kwartet. De groep tekent bij manager Guy Draper en krijgt een contract bij platenmaatschappij Kapp. De eerste single verschijnt in 1968 en is meteen een grote hit. Op de Amerikaanse televisie is op dat moment een 'sitcom' die zich afspeelt in een rechtzaal. Pigmeat Markham is de aanstichter van het geheel, maar binnen de kortste keren wordt de Billboard Hot 100 geteisterd door 'muzikale rechtzaken'. In de meeste gevallen hebben de veroordeelden geweigerd een stompzinnig dansje te doen en worden veroordeeld tot het doen van veel meer dansjes. In Nederland merken we daar weinig van, alleen Shorty Long behaalt hier de Top 40 met 'Here Come The Judge'. The Unifics doet ook mee aan de rage en brengt ons 'Court Of Love'. De single staat in 1968 op een 25e plek in de Billboard en op nummer 3 in de Rhythm & Blues. Als je dit plaatje omdraait, krijg je de Week Spot: 'Which One Should I Choose'.

Na deze hit heet The Unifics opeens 'the UNIFICS' en krijgt de groep theaters over het hele land plat met haar wervelende shows. Toch wordt vanuit de wereld van de rhythm & blues-collega's een beetje meewarig gekeken naar de verschijning en de overdreven naamsverandering. De groep maakt nog een paar singles en heeft nog twee hits, waarvan 'The Beginning Of My End' de grootste is. De bezettingswisselingen gaan onveranderd door en oudgedienden Fauntleroy en Brown keren in 1969 terug op het nest. Johnson heeft dan ruzie gehad met Draper en zit zonder contract. In 1971 tekent de groep bij Jerry Butler's Fountain-label, maar een jaar later gaat de stekker eruit. Al Johnson is ruim dertig jaar een veelgevraagd songschrijver en producer, maar in 2004 kruipt het bloed waar het niet gaan kan en formeren Johnson en Fauntleroy een nieuwe incarnatie van The Unifics. Er verschijnt zelfs nog een album met nieuw materiaal. Een bericht dat ik heb gemist, maar naar het schijnt is Johnson vorig jaar op 26 oktober overleden. Hij was nog maar 65 jaar.

'Which One Should I Choose' is een compositie van Al Johnson, Guy Draper en arrangeur Donny Hathaway en is een licht-ondergewaardeerde stamper in de Engelse Northern Soul. Ook in dit snelle ding hoor je de voortreffelijke samenzang. Nog steeds wordt de neus opgehaald voor The Unifics en dat is getuige 'Which One Should I Choose' geheel onterecht!

maandag 3 februari 2014

De prehistorie: 12-16



Een verzameling bestaat uit meerdere objecten. Als je een verzameling begint, heb je dus ook al een aantal objecten? In mijn geval ga ik uit van zaterdag 17 juni 1989 als startdatum van mijn platencollectie. Toen de dag een aanvang nam, had ik al dertig van deze schijfjes en een paar uur later stond de teller op 33. Gek genoeg had ik een paar weken eerder met de nummer 28 al een flinke investering gedaan en was het voor die 17e juni al de bedoeling om zoveel mogelijk singles van The Moody Blues te verzamelen. Hoe dan ook: Deze datum geldt sindsdien als startdatum en dat is bijna een kwart eeuw geleden en dus tel ik af naar het begin. Iedere maand een aantal van die eerste dertig singles en vandaag komen we bij een vijftal 'gouwe ouwen'. Ik weet niet meer te herinneren of ze nu een stuiver, een dubbeltje of misschien een kwartje (vijf voor een gulden) waren, maar zes jaar later zou ik groots boodschappen hebben gedaan. Vandaag de plaatjes 12 tot en met 16, gekocht op een zaterdag in mei 1987.

Geen flauw idee wat een jongen van twaalf tegenwoordig op zijn verjaardag krijgt. Ondanks het feit dat ik na de zomervakantie naar de middelbare school mag, kan ik me nog dagen lang vermaken met Lego (iets wat voortduurt tot 1992 en soms heb ik van die momenten dat ik weer een hele dag zou kunnen spelen met de bouwsteentjes...), dus dat heeft ongetwijfeld op mijn verlanglijstje gestaan. Het is ook de tijd van de Citroën-modelauto's, de verzameling die naadloos overloopt in de singles. 1987. Drie jaar later heeft mijn neef een oude Commodoor 64 en dat kan best eens de eerste computer zijn geweest die ik in mijn leven heb gezien. Ik vind het niks... Een telefoon zegt 'tring' en hangt bij ons thuis aan de muur in de gang. Als 'heit' tijdens hartje winter zakelijke telefoongesprekken moet voeren, heeft hij een sjaal om. Muziek komt uit de radio, van cassette of van de grammofoonplaat. Broer Jelte koopt, als ik me niet vergis, pas in 1988 de eerste cd-speler. Ikzelf ben in 1987 even 'thuisloos' met de muziek. Madness associeer ik met mijn jongere jaren en bovendien is deze band tijdelijk gestopt. Een directe opvolger is er niet, hoewel ik een jaar later op school zal vertellen dat de Pet Shop Boys mijn favoriete band is. Dan is er natuurlijk nog wel The Moody Blues, maar dat is niet 'hip' voor een twaalfjarige en dat besef ik maar al te goed. Mijn ouders zijn op 15 maart 1987 vijfentwintig jaar getrouwd en rond dezelfde datum kondigt mijn zus haar huwelijk op 2 juli aan. Op de zaterdagmiddag van de betreffende rommelmarkt ga ik met mijn ouders kleren uit zoeken voor het huwelijksfeest.

Tante Klaasje, ook al niet meer onder ons, heeft op zaterdag bijna een programma aan het bezoeken van rommel- en vlomarkten in de wijde regio. In de daaropvolgende jaren leert ze me tevens een paar adresjes kennen die ik anders onmogelijk had gevonden. In 1987 zit ze tevens in de buurtvereniging en op haar initiatief wordt de eerste rommelmarkt/braderie gehouden in Jutrijp. De tweede is in 1989 en vormt de start van mijn verzameling. In 1993 ben ik zelf aanwezig als verkoper en in 1995 word ik de trotse eigenaar van een brommer, ook al is dat maar van korte duur. Tante staat zelf uiteraard ook met een standje en ik koop de volgende vijf singles bij haar. Geen flauw idee of de singles van haar kinderen zijn geweest of dat ze ze ergens op de kop heeft getikt.

12. Mexico I Can't Say Goodbye-Bolland & Bolland
Hoe staat een 12-jarig jongetje tegenover een bak singles? Welnu, twee van de vijf ken ik echt. Eén van de vijf kan ik zelfs neuriën. Twee zijn wilde gokken. En Bolland & Bolland? Die ken ik 'In The Army Now'. Nog voordat Status Quo ermee in de hitparade komt, zendt de Avro gedurende een zomer oude Toppop-beelden uit. Daartussen zit ook de gebroeders Bolland met, zo gezegd, 'In The Army Now'. Ik vind het tegenwoordig duidelijk een van hun mindere nummers en zwaai Status Quo alle lof toe voor het 'maken' van het liedje, maar toch is de indruk die ik mee krijg vanuit Toppop genoeg om me aan deze single van Bolland & Bolland te wagen. En... het bevalt erg goed! De nostalgie naar deze vroege vorm van platen verzamelen weegt eveneens mee, maar ik draai het plaatje zo nu en dan met plezier. En, laten we eerlijk zijn, er zijn wel lulliger platen verschenen in die maffe jaren zeventig.

13. Hollanders-Alexander Curly
Gek eigenlijk. Als je nu een liedje uit 2007 hoort, klinkt die net als iets dat nu in de hitparade staat. Als ik deze van Alexander Curly koop, is die eveneens zes jaar oud, maar klinkt eerder als twintig. Eigenlijk wil ik helemaal niet te veel woorden vuil maken aan deze plaat, maar moest nog wel even vermelden dat het de 'voetbalversie' is. De geschiedkundige hitversie staat op de b-kant. Ik ben deze 'oranje' Alexander Curly dermate vaak tegengekomen dat ik me afvraag: Werd deze destijds tegelijk met de 'normale' versie verkocht of is hier sprake van een geflopte latere versie? Wie het antwoord weet, mag een briefkaart sturen. Natuurlijk! We houden het wel 1987...

14. Do You Wanna Touch Me-Gary Glitter
Met twee oudere broers en een zus steek ik reeds op jonge leeftijd al veel op. In positieve zin uiteraard, want ik kom uit een nette familie en puberale kletskoek wordt op afstand van de kleine koter gehouden. Wat leer ik zoal? Nou... een beetje Engels bijvoorbeeld. Er wordt me nog wel eens uitgelegd waar een liedje over gaat of wat een bandnaam betekent. Zo vertelt mijn zus mij eens dat 'Gary' in feite de Engelse Gerrit is. Dat herinner ik me als ik Gary Glitter uit de bak haal. Niet alleen het 'Gary', maar ook het 'Glitter' en de foto van die gekke man in zijn zilveren kostuum: Alles wekt mijn nieuwsgierigheid en die moet mee naar mijn kamer. Ik vrees dat Gary Glitter hetzelfde had gedacht als hij mij in 1987 had gevonden...? Gary Glitter is in de vroege jaren zeventig een tieneridool. De Justin Bieber van de vorige eeuw. Met dien verschil dat Glitter nietszeggende stampmuziek maakte en zijn mening er niet toe deed. Bieber moest daarentegen leren zijn mond te houden. Het klinkt zeker eng als je man's reputatie in ogenschouw neemt, maar tussen mijn twaalfde en zestiende ga ik even door een Gary Glitter-fase. Ik lust alles van de man en dan hou ik het bij de muziek. Precies de leeftijd van de jeugd die van 1972 tot en met 1974 zijn muziek in de hitparade houdt.

15. Spirits In The Night-Manfred Mann's Earth Band
Bijna vier jaar geleden deed ik een kleine serie over deze 'prehistorische' singles en toen heb ik al een berichtje gewijd aan 'Spirits In The Night' en toen ook het fotohoesje geplaatst, dus nu was Gary Glitter aan de beurt. Toch heb ik deze nummer 15 vanwege mijn fascinatie voor het hoesje gekocht. Ik heb het dan over de Duitse fotohoes. Deze toont Manfred Mann's Earth Band tijdens een concert. De lichtshow geeft een kleurrijke glans aan de foto. We zien heel veel haar, zowel op het hoofd als aan de kin. Manfred is de man(n) achter een grote stellage van synthesizers. Zien we daar een Moog? Chris Thompson aan de microfoon met gitaar. Zesentwintig jaar later moet ik concluderen dat heel veel van deze hoesjes hetzelfde eruit zien, maar op een twaalfjarige maakt dit de indruk van een verboden vrucht. Geen slechte keuze geweest, want niet alleen is 'Spirits In The Night' een wereldnummer, ook ontdek ik even later de andere muziek van Earth Band.

16. De Wolf-Peter & Zijn Rockets
Op maandag, we hebben het dan over 2014, hebben we RadioNL aan staan op het werk. Niet ideaal als start van de week, maar het is niet anders. Vanmiddag werd 'Kom Van Dat Dak Af' van Peter & Zijn Rockets gedraaid (de 1971-uitvoering). ,,Leeft-ie eigenlijk nog?", vraagt iemand aan tafel. Jazeker! 'Alive and kicking', maar hij mag een beetje rustig aan doen tegenwoordig. Koelewijn overlapt verschillende generaties. Iedereen die opgegroeid is in de jaren vijftig, zestig, zeventig of tachtig is wel bekend met één van de vier hit-versies van 'Kom Van Dat Dak Af'. Voor mij is dat in de eerste plaats de live-versie uit 1981, de opvolger van 'Klap Maar In Je Handen'. Deze associatie maakt dat ik 'De Wolf' in mei 1987 meeneem van de rommelmarkt. Het is toch een beduidend minder interessant nummer van Koelewijn, maar niettemin draai ik de plaat in die eerste jaren bijna stuk.

Volgende maand maak ik de oversteek naar 1988 en behandel ik de nummers 17 tot en met 21 en maken we kennis met mijn eerste eigen grammofoon!

zondag 2 februari 2014

Schijf van 5: heksen



Eerst even terug komen op gisteravond. Ik ben best een beetje trots op mezelf, want ik ben niet mee gegaan in de veilingen van mijn maat in Chicago. De Jo Armstead stond gisteravond ook al ruim over de twintig dollar met maar liefst dertien biedingen. Ik verwacht dat deze door middel van 'sniping software' naar de nieuwe eigenaar is gegaan. God mag weten wat hem dat grapje heeft gekost. Overigens brengt de single in Engeland doorgaans zo'n zeventig pond op. De Dorothy Beery had een bod, maar kan wel eens idem dito zijn gegaan. De Chris Clark was onaangeroerd, maar gold in dit geval als extraatje om de verzendkosten te drukken. Daarentegen heb ik gisteravond wel de winkel ontdekt van degene waarvan ik The Daydreams heb gekocht. Het is een grootgrutter met zeer aantrekkelijke prijzen. Even kijken wat die als verzendkosten rekent bij afname van twintig en dan maar eens een order plaatsen. Dan ga ik nu door naar de orde van de dag, want ja... het is zondag en dus serveer ik jullie een Schijf van 5. Vandaag eentje met heksen als onderwerp.

Ik heb vorige week in het archief gekeken, maar nee, ik heb nog niet eerder een Schijf met heksen gedaan. Toch zijn er wel een paar plaatjes uit deze Schijf in het kader van '20 Years Ago Today' voorbij gekomen. De nummer vijf bijvoorbeeld. Ik kocht de single in juni 1991 en stond dus in juni 2011 mét fotohoesje op Soul-xotica. Het is ook voor het eerst sinds maanden dat er weer werd 'meegedacht' over deze Schijf en dat bleek andermaal welkom. Ik heb zelf nog wel eens de neiging om te moeilijk te denken, waardoor ik voor-de-hand-liggende maar tevens schitterende voorbeelden over het hoofd zie. Deze bijvoorbeeld? Zonder de betreffende email was ik hem vergeten! Op vijf staat Jethro Tull met 'Witch's Promise' (1970).

,,Heeft er nog iemand goede voornemens?", vroeg een luisteraar op nieuwjaarsochtend aan de chatroom op Wolfman Radio. ,,Ik ga mijn kamer opruimen", hoorde ik mezelf antwoorden. Twee weken geleden werd ik daar nog aan herinnerd door dezelfde luisteraar. Maar nu... stukje bij beetje lijkt het erop dat ik een echte voorjaarsschoonmaak ga houden. En we beginnen met de kamer. Mede door toedoen van The Vinyl Countdown was het erg vol geworden in mijn studio, gisteren heb ik een nieuwe indeling gemaakt. Daardoor kwam ik ook het 'Witchcraft'-album van Coven tegen. Ik had hem gisteren bijna gedraaid. Ik had vooral zin in 'Coven In Charing Cross', maar die past niet in deze Schijf. En dus ga ik maar weer voor die andere favoriet, het Jefferson Airplane-achtige 'White Witch Of Rose Hall' van Coven (1969).

Evenals bij Jethro Tull had ik ook vast de nummer drie over het hoofd gezien en dat was op zijn zachtst gezegd een schandaal geweest, want daarvoor hou ik teveel van dit liedje. Ik zal er meteen bij zeggen, voor wie het nog niet wist, dat ik niks moet hebben van 'Hotel California' en dat het meeste van hun werk na 'One Of These Nights' mij gestolen kan worden. Die eerste elpees van The Eagles vormen in Europa de 'underdog' van hun repertoire en ik mag graag eentje opzetten op een zondagmiddag. Een Schijf van 5 zonder 'Witchy Woman' van The Eagles (1972) had dus overnieuw gemoeten?

Die nummer twee bedacht ik natuurlijk meteen. En hij heeft ook een tijdje als de denkbeeldige nummer 1 gefungeerd, maar ik ben op het laatste moment toch gezwicht voor een andere. 'The Witch' van The Rattles (1970) is natuurlijk een onversneden 'novelty', maar wel een van de leukste! Ook deze heeft in 2011 al uitgebreid een bericht gehad, hoewel... toen deden we het nog met de Nokia N95 en waren de berichten compacter, ook al deed ik er dubbel zo lang over als een bericht van normale lengte van nu. Genoeg reden het nu kort te houden: Op twee staat The Rattles met 'The Witch'.

Lee Madge gaf me afgelopen zomer al eens de tip en ik ben daar nog steeds niet achter aan gegaan. Donovan Leitch schijnt een autobiografie te hebben geschreven, een boekwerk dat zijn volledige carriére beslaat. Donovan neemt daarin geen blad voor de mond, doet nog wel eens een opzienbarende onthulling, zou met enige ironie opgeserveerd worden, kortom: Een autobiografie die ik zou moeten lezen. De man is vandaag de ongekroonde koploper van deze Schijf, ook al moet ik bekennen dat ik het liedje het beste ken uit de 'Supersessions' van Mike Bloomfield, Al Kooper en Steve Stills. Donovan's eigen liedje mag er ook zeker zijn en dus staat 'Season Of The Witch' (1967) op de eerste plaats.

'Graag ontvangen wij van u binnen vier weken de stand van uw watermeter. Zonder deze gegevens wordt uw rekening gebaseerd op een schatting'. Het oog valt me opeens op de kaart van de waterleiding en ik wil dit soort dingen nog wel eens vergeten, dus... laten we volgende week een Schijf van 5 platen over water doen!

zaterdag 1 februari 2014

Raddraaien: Roy Orbison



Nou, als die andere elf maanden ook zo vlot gaan, kunnen we overmorgen aan de oliebollen! De eerste februari is een feit. Ten opzichte van andere jaren is deze januari-maand door Watford wel iets speciaals geworden. Doorgaans zijn januari en februari 'grijze' maanden en komt half maart een beetje schot in de zaak. Het is geen toeval dat ik half maart definitief naar Nijeveen ben verhuisd. Februari wordt minder wild dan januari, dat is me nu wel duidelijk. Ik zit te dubben, want morgen lopen er weer veilingen af bij mijn vriend in Chicago, waaronder een zeer goed klinkende originele van 'I Feel An Urge Coming On' van Jo Armstead. Verder zou ik gaan voor 'Soul Power' van Dorothy Beery en 'I Want To Go Back There Again' van Chris Clark, maar ik weet niet of het wel zo verstandig is. Die Jo Armstead-repro moet sowieso vervangen worden, dit geeft geen porem. Overigens heb ik vanavond 'The Lovin' Side' van The Daydreams gewonnen, nadat ik hem vanmiddag nog van mp3 had gedraaid in Do The 45. Maar... genoeg Blauwe Bak, nu maken we plaats voor een hele echte klassieker: 'Goodnight' van Roy Orbison (1965).

Over Orbison kun je met gemak telefoonboeken vol schrijven. Maar omdat deze single uit 1965 komt, lijkt het me wel zo aardig om eens in dat jaar te beginnen. Het jaar 1964 is uiterst succesvol geweest voor The Big 'O'. Eerst is daar 'It's Over', gevolgd door 'Oh! Pretty Woman'. Beide platen zijn goed voor een miljoenenverkoop. Orbison is slechts een van de weinige artiesten die meedraait sinds de jaren vijftig die in het minste of geringste last heeft van de Britse Invasie. Sterker nog: Hij doet vrolijk mee! In 1964 toert hij uitgebreid met The Rolling Stones. In Nederland begint het in 1965 pas met Roy Orbison. Hij heeft in dat jaar een paar joekels van hits, maar in Amerika en Engeland is het een aflopende zaak. In Australië blijven ze desalniettemin ook loyaal aan Orbison. In Canada en Engeland is hij meer op de achtergrond, maar blijft wel hits scoren. Het jaar begint met 'Goodnight', dat in Australië en Canada hoge ogen gooit en eveneens in ons land. Hier piekt het op nummer zes, maar staat daarentegen maar liefst achttien weken in de Top 40. Het overlapt bijna de tijd tot aan zijn volgende single: 'Say You're My Girl'. Opvallend is echter het geval van 'Lana'. Hier in den lande en in Australië een grote hit, maar de plaat flopt in Amerika. Daar is 'Cry Softly Lonely One' uit 1967 Roy's laatste top 100 hit tot 'That Lovin' You Feelin' Again', een duet met Emmylou Harris uit 1980. In Nederland lukt het na 'Too Soon To Know' niet meer en duurt het tot 'You Got It' en The Traveling Wilburys. In Australië bereikt 'Penny Arcade' in 1969 de hoogste plek en dat is in Engeland zijn laatste hit tot 'Wild Hearts' uit 1985.

Het zijn voor Orbison persoonlijk zijn minste jaren. Zo ontbindt Claudette eind 1964 hun huwelijk, maar ze stappen in de zomer van 1965 opnieuw in het huwelijksbootje. Orbison's contract wordt voor door Monument Records voor enkele miljoenen dollars aan MGM verkocht. MGM is een grotere maatschappij, maar dat werkt nadelig voor Orbison, omdat hij de aandacht moet delen met honderden andere artiesten. 'There Is Only One Roy Orbison' verkoopt minder dan 200.000 exemplaren. Menig artiest of groep zou stikjaloers zijn, maar voor Orbison is het onder de maat. In 1965 gaat hij op tournee door Engeland, maar breekt zijn voet bij een motorongeluk. Het optreden gaat die avond wel door, maar met aanpassingen. Orbison is geobsedeerd door auto's en motoren en heeft de eigenschap om een mooie auto te volgen en ter plekke een aantrekkelijk bod te doen. Eind jaren zestig heeft hij ongeveer een museum aan voertuigen. Claudette is zelf ook een verwoed motorrijder en samen rijden ze op 6 juni 1966 (6-6-66) naar hun huis in Bristol, Tennessee, als Claudette wordt geschept door een vrachtwagen. Ze overlijdt ter plekke. Na een korte rouwperiode duikt Orbison het vak weer in. MGM heeft hem een contract geboden voor vijf films, maar 'Fastest Guitar Alive' is de enige die van de band komt. Orbison is zelf tevreden over de komedie, maar vaklui en publiek delen die mening niet.

Terwijl de flower power los barst, probeert Orbison het met albums met louter Don Gibson- en Hank Williams-composities. De verkopen vallen tegen, maar hij blijft welkom als live-act in Engeland. Hij hoort tijdens zo'n tournee op 16 september 1968 dat zijn huis is afgebrand en dat dit zijn twee oudste zoons het leven heeft gekost. Op 25 maart 1969 trouwt Orbison op bijna 33-jarige leeftijd met de Duitse tiener Barbara Jakobs, die hij kort voor het overlijden van zijn zoons heeft ontmoet. Wesley, de jongste zoon van Roy en Claudette, groeit op bij de ouders van Orbison. Van Barbara wordt hij in 1970 en 1974 vader. Het ene heeft vast niets met het andere te maken, maar na dit huwelijk gaat het op zakelijk gebied helemaal mis. Orbison neemt wel platen op, maar die verkopen zo slecht dat hijzelf aan zijn talenten gaat twijfelen. Toch is zijn album 'Laminar Flow' (1977) een miskende klassieker, die bij échte Orbison-fans even hoog staat aangeschreven als zijn vroegere werk. Het is Emmylou Harris die hem in 1980 uit de mottenballen haalt, de rest van Europa moet wachten tot The Traveling Wilburys. Deze supergroep bestaat uit Bob Dylan, Tom Petty, George Harrison, Jeff Lynne en Orbison. Met behulp van vrienden als Jeff Lynne en de leden van U2 neemt Orbison het album 'Mystery Girl' op. 'You Got It' is net onderweg een grote hit te worden, als bekend wordt dat de man is overleden.

Roy Orbison mag in de schaduw staan van Elvis Presley (over een vurige bewonderaar gesproken...), zijn aandeel in de ontwikkeling van de rock'n'roll is niet gering. Neem alleen maar zijn stem. Eigenlijk een bariton, maar volgens kenners beslaat hij drie octaven. Het geeft hem de bijnaam 'Caruso Of Rock'n'Roll'. Zoals jullie uit deze aflevering van Raddraaien hebben kunnen aflezen, heeft de man een bewogen leven gehad. Van de absolute top van de vroege jaren zestig naar compleet afgeschreven in 1975.