dinsdag 1 december 2015

Week Spot: Billy Paul



Om zes uur 's ochtends druk ik op 'F7' en daarmee is het een feit: De Blauwe Bak Top 100 over 2015. Ofwel: van 1 december 2014 tot en met 30 november 2015, maar dat is omdat het oude jaar voor mijn gevoel 'lekkerder' afsluit in december. En een maand geen platen kopen? Nee, daar ken ik mezelf te goed voor. Een paar jaar geleden, met name in 2012, lag de handel even stil, maar ik verwacht voor het nieuwe jaar nog wel een paar titels toe te voegen en deze gaan dus mee voor de Blauwe Bak Top 100 van 2016. Het is een karwei geweest en niet altijd even gemakkelijk, om het zachtjes uit te drukken. Ik heb eerst vijfenveertig nummers moeten verwijderen en daar zitten schoonheden tussen die zonder meer de top twintig hadden verdiend! De nummer 1 staat al maanden vast en daar heb ik niks aan kunnen veranderen. De gedoodverfde nummer 2 is op 4 geëindigd. Enkele artiesten en groepen staan 'dubbel' genoteerd, maar The Valdons en Marlena Shaw elk maar liefst drie keer. Vorig jaar kondigde ik aan dat Carolyn Leacock op 50 zou staan, maar deze heeft het niet gehaald. Wél heb ik een andere 'novelty' op de vijftigste plek staan. Vandaag trap ik de Top 100 af met een Week Spot uit de eerste twintig die ik jullie komend weekend ga presenteren. Dit plaatje heeft het tot een 85e plek geschopt: 'Thanks For Saving My Life' van Billy Paul (1974).

Meteen steek ik de hand uit naar de hoofdrolspeler in dit verhaal, want... vandaag is hij jarig! Het moet een grote taart zijn, want er moeten maar liefst 81 kaarsjes op. Paul WIlliams wordt geboren op 1 december 1934 en groeit op in dezelfde plaats: North Philadelphia. Het is vooral zijn moeder die muziek brengt in het leven van de jonge Paul. Zij koopt uiteenlopende platen, van jazz tot Nat 'King' Cole. Paul weet al van jongs af aan dat hij zanger wil worden en vindt de meeste inspiratie bij de dames: Dinah Washington, Sarah Vaughn, Ella Fitzgerald en, meest belangrijk, Billie Holiday. Als elfjarige begint hij met zingen en als hij zeventien jaar is, maakt hij zijn eerste plaatopname. Even daarvoor heeft een zijn manager hem de naam Billy Paul gegeven om verwarring met andere mensen met de naam Paul Williams te voorkomen. Omdat Paul een blind vertrouwen heeft in zijn manager vraagt hij hem nooit naar het hoe-en-waarom van de naam. In 1952 maakt Billy Paul zijn plaatdebuut voor Jubilee Records. 'Why Am I' heet de eersteling en krijgt een positieve respons van Billboard. De tweede plaat verschijnt niet veel later, maar net als 'Why Am I' doet het helemaal niks. Billy Paul zal pas over twintig jaar zijn eerste hit hebben en dat is meteen wel een schot in de roos!

In 1957 moet hij het leger in en komt in dezelfde lichting als Elvis. Omdat Paul en een paar andere muzikanten gauw genoeg hebben van de dienst, willen ze een band oprichten. Elvis heeft echter andere ambities: Hij wil chauffeur worden op de jeep van de kolonel. Hier is een duidelijk verschil met Paul en Presley. De laatste gebruikt de militaire dienst juist om even een 'vakantie' te houden van het showbiz-bestaan. Paul en zijn kornuiten willen iedere avond wel op de bühne staan. Dat gebeurt ook met de band die ze formeren, ze spelen in alle hoeken van Duitsland. Na zijn terugkeer in Amerika maakt Paul twee singles in 1959 en 1960 welke evenmin bijster succesvol zijn. In de jaren zestig maakt hij even deel uit van The Blue Notes van Harold Melvin en is een half jaar lid van The Flamingos. Hij raakt in deze jaren ook bevriend met Marvin Gaye welke hij tegenkomt bij een optreden met The Moonglows. Paul zou eindeloos in de jazz zijn blijven hangen als hij The Beatles niet hun tweede kans had gegeven. Bij het horen van 'I Want To Hold Your Hand' is hij niet overtuigd, maar na het tweede album van de groep uit Liverpool wél. Het zet Paul zelfs op een spoor om pop-invloeden binnen te laten. In 1968 maakt hij kennis met Kenny Gamble als Paul zijn eerste elpee opneemt. 'Feelin' Good At The Cadillac Club' is de tweede elpee in de geschiedenis van Gamble Records. Er verschijnt eveneens een single op het Neptune-label, maar opnieuw geen succes. Dat krijgt een aanvang als Gamble met Leon Huff en Thom Bell Philadelphia International Reocrds (P.I.R.) op poten zet. Minder dan een jaar na de oprichting van P.I.R. gaat Paul de studio in om 'Me And Mrs. Jones' aan het vinyl toe te vertrouwen. De rest is geschiedenis?

Als de platenmaatschappij meteen weer een zoetgevooisde zwijmelplaat erachter aan had gegooid, dan zou dit de waarheid kunnen zijn, maar die hebben iets anders in gedachten. Het is twee jaar na Marvin Gaye's 'What's Going On' en Billy Paul wordt wel representatief bevonden om 'Am I Black Enough?' te vertolken. Publiek en radiostations willen echter een tweede 'Me And Mrs. Jones' en de opvolger leidt niet alleen tot controverse, maar ook tot tegenvallende verkopen. Het kost Paul en Philadelphia een tijdje om dat te overwinnen en dat is in 1974 het geval met onze Week Spot. Ook in Nederland bereikt het een 23e plek tegenover de top tien-notering van 'Me And Mrs. Jones'. Engeland volgt, hoewel 'Thanks' het daar slechts tot een 33e positie schopt. In 1976 strijkt Paul opnieuw tegen de haren in met 'Let's Make A Baby'. Vermeend sexisme doet de plaat de das om. Het is de laatste solo-hit van Paul welke de Billboard bereikt, hij maakt een jaar later nog wel deel uit van Philadelphia International Allstars ('Let's Clean Up The Ghetto'). In 1977 kan hij dan ook eindelijk zijn adoratie voor The Beatles kwijt in een uitstekende cover van Paul McCartney's 'Let 'Em In'. Paul blijft tot en met 1980 verbonden aan Philadelphia International en maakt in 1985 twee Engelse singles voor Total Experience, in 1988 twee voor Ichiban en krijgt 'Me And Mrs. Jones' in 2011 even zoveel aandacht dat het in Engeland even fors wordt gedownload.

In 2000 gebruikt Nike 'Me And Mrs. Jones' in een reclamespot en dat is voor Paul de reden om advocaten in de hand te nemen. De claim is dat hij reeds 27 jaar geen royalties heeft gekregen. Hoewel de vertegenwoordigers van Philadelphia International Records alle zeilen bij zetten en beweren dat Paul juist hén geld is verschuldigd, stelt de rechter Paul in het gelijk en ontvangt deze maar liefst een half miljoen dollar. Paul mag het sindsdien 'rustig aan' doen hoewel hij nooit beroerd is om toch nog eens de studio in te gaan. De jonge Franse zangeres Chimène Badi neemt in 2011 een duet op met Billy Paul, een cover van de Motown-klassieker 'Ain't No Mountain High Enough'.

'Me And Mrs. Jones' als voornaamste 'claim-to-fame', wordt Paul vaak beschouwd als 'one hit wonder'. Toch heeft Paul met zijn duidelijke statements in de jaren zeventig meer gedaan dan menig andere zwarte artiest. Het 'probleem' ligt hem voornamelijk in het feit dat 'Me And Mrs. Jones' zo zoetsappig is en het dus ook uitstekend doet in de 'mainstream'. 'Thanks' is daar geen uitzondering op, het is popmuziek gebracht door een zwarte zanger. Toch krijg ik iedere keer goede luim van het nummer en dat brengt het in de Top 100 voor mij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten