woensdag 12 februari 2014

Raddraaien: John Barry



Bij het zien van dit fotohoesje moest ik even terugbladeren op Soul-xotica. Ooit, zo'n beetje tot mijn webradio-interesse, had ik hier een regelmatig terugkerende rubriek: De Video Draait. Een berichtje over een gehuurde dvd van de plaatselijke videotheek. Gelukkig heeft Blogger en dus ook mijn praatpaal een prachtige zoekfunctie bovenaan de bladzijde en zo kwam ik uit bij 7 maart 2012. Inderdaad, bijna twee jaar geleden. Er is sindsdien en met name de afgelopen week wel iets veranderd ten opzichte van toen. In maart heb ik twee maanden de sleutels van Nijeveen aan mijn bos hangen, maar woon desondanks nog altijd in de Rembrandtstraat. Een week later ga ik dan écht verhuizen en dat is zowaar net op tijd. Of toch niet? Een paar weken later krijg ik nog een brief van de woningstichting dat de huizen vóór 1 oktober 2012 schoon opgeleverd moeten worden. Vorig jaar begreep ik van mensen dat de huizen nog zeker vijf jaar zouden blijven staan en verhuurd zouden worden als anti-kraak. Totdat ik gisteravond een foto op Facebook zag, de allerlaatste foto van de Rembrandtstraat 25 in Steenwijk. Hoewel de leuke momenten op de Rembrandtstraat op één hand zijn te tellen, krijg ik toch een heel klein brokje in mijn keel. Nu is het echt afgelopen...

Ik heb de foto gedeeld op Facebook en ook gereageerd op het 'origineel' (gepost door een vroegere bewoner van mijn huisje) en vandaag ging het sentiment onveranderd door. Iedereen die reageerde schijnt een erg prettige tijd te hebben gehad op de Rembrandtstraat, maar ik zou voor nog geen miljoen willen ruilen met wat ik nu heb. Op 7 maart 2012 woon ik, zo gezegd, nog steeds op de Rembrandstraat. Sinds een week ligt de vloerbedekking in het huis in Nijeveen, nu moet ik zelf nog over. Door het stoppen met roken, slaap ik 's nachts erg slecht en dat merk ik overdag. Ik ben vrijwel inactief waar ik eigenlijk druk hoor te zijn met inpakken en verhuizen. Ik koop maar weer een pak shag en zo verhuis ik dus nog aardig snel. Aanleiding van het bericht op 7 maart 2012 is dat ik kennis heb gemaakt met de eigenaresse van de Filmclub in Meppel, maar ook dat is verleden tijd. Toen ik een paar maanden geleden shag nodig had, herinnerde ik me opeens de Filmclub, maar die zit potdicht. Ik heb inmiddels ruim een jaar geen film meer gezien, daar heb ik immers ook weinig tijd voor. In het bericht van maart schrijf ik onder andere over de film waarmee het begon voor de eigenaresse: 'Midnight Cowboy'. Ik ben zelf niet heel erg kapot van de film, maar het is wel eentje die je gezien móet hebben...

Dan is het bijna twee jaar later en heeft het Raddraaien bepaald dat ik vandaag over 'Midnight Cowboy' van John Barry moet schrijven. Hoewel deze single eigenlijk uit 1980 komt, staat die desondanks onder de jaren zestig. Barry wordt op 3 november 1933 geboren in het Engelse York en sterft 77 jaar later in New York. Zijn vader is eigenaar van een bioscoop-keten in het noorden van Engeland. Hoewel de muziek de voorkeur geniet bij John Barry Prendergast, heeft het werk van zijn vader de richting beïnvloed. In 1957 begint Barry zijn eerste groep, The John Barry Seven. In 1958 komt hij in contact met de makers van 'Dr. No', de eerste James Bond-film. Ze hebben Monty Norman gevraagd om een geschikt James Bond-thema te schrijven, maar het resultaat is niet goed genoeg. Barry tekent vervolgens hiervoor en zo ontstaat een samenwerking van 25 jaar.

Toch krijgt Monty Norman sinds 1962 de rechten toegeschreven van The James Bond Theme. Een lastig verhaal waar de rechter al meerdere malen uitspraak over heeft gedaan, steeds in het voordeel van Norman, maar het is toch werkelijk Barry die het heeft geschreven. Barry zal de soundtracks van elf van de komende veertien James Bond-films schrijven. Hoewel zijn naam voor altijd nauw verbonden zal blijven met James Bond, heeft Barry meer noten op zijn zang. Dan laten we gemakshalve ook nog maar even de rijke discografie van The John Barry Seven buiten beschouwing. Eind jaren zestig is Barry dé aangewezen componist om menig film of tv-serie van muziek te voorzien. 'Midnight Cowboy' is zo'n film die beslist minder goede kritieken had gekregen, als de muziek van John Barry niet zo sterk was geweest. Het thema van 'Midnight Cowboy' heeft een belangrijke rol weggelegd voor de mondharmonica, bespeeld door Toots Thielemans.

Toch zal dit instrumentale thema in de schaduw komen te staan. Regisseur John Schiessinger wil een vocale thema-song hebben. Hij heeft Bob Dylan benaderd, maar die houdt zich niet aan de deadline en komt te laat met zijn 'Lay Lady Lay'. Harry Nilsson is al present en zijn 'I Guess The Lord Must Be In New York City' is een kandidaat als opeens de grote onbekende Fred Neil op het toneel verschijnt. Nilsson zingt zijn 'Everybody's Talkin' en dit zal de hit worden uit de film. Het thema van John Barry zal pas in 1980 in Nederland even op de 38e plaats in de Top 40 staan.

dinsdag 11 februari 2014

Week Spot: Sheryl Swope



Het kiezen van de Week Spot vergt soms enige wilskracht. Neem nu Sheryl Swope, de dame die het staartje van 2013 nog in vuur en vlam wist te zetten. Waar ik me iedere zaterdag weer zo bij moet inhouden of ik leg hem iedere Do The 45 op de draaitafel. ,,Heb jij deze niet gedraaid in Watford?", vroeg Lee Madge twee weken geleden toen ik me een keer niet kon inhouden. Ja en ik wist ook nog het moment. De ombouw tussen Billy Brown en The Zarrs, meteen de eerste plaat. ,,Op ene of andere manier krijg ik het beeld hierbij dat je verschrikkelijk hard stond mee te zingen. Het was een lust om te zien, een dj die plezier heeft in zijn werk". Tja, vooral het laatste couplet komt Sheryl Swope helemaal los en dat is een moment dat ik me niet kan beheersen. Ik schreeuw het soms uit van plezier. Toch is nu het moment gekomen, want dat Sheryl Swope eens de Week Spot moest worden, was voor mij wel duidelijk. Alleen komt dan meteen het moeilijkste: Schrijf er maar eens een verhaaltje over. Dit bericht heeft meer dan een uurtje huiswerk gekost en ik heb heel diep moeten graven op de diverse soul-fora. De Week Spot is 'One Moment' van Sheryl Swope (1969).

Ik kom de naam van Sheryl Swope voor het eerst in september tegen bij het bericht over André Williams. Pas een paar maanden later realiseer ik me dat mijn maat uit Chicago geregeld plaatjes van Sheryl Swope in de aanbieding heeft. Als ik in december van mezelf even groots mag uitpakken, beluister ik de twee singles die hij op dat moment in de veiling heeft en val als een blok voor 'One Moment'. De andere doet me minder. Ik ben flink zenuwachtig bij het aflopen van deze veiling, te meer omdat ik er achter ben gekomen dat elders op het web een exemplaar wordt aangeboden voor tachtig pond. Gelukkig slapen de verzamelaars en krijg ik de plaat voor het startbedrag van tien dollar. De verzendkosten gaan we het niet over hebben, omdat ik zes platen van hem koop. Niet in nieuwstaat, maar dat is die van tachtig evenmin...

Sheryl komt oorspronkelijk uit de westelijke kant van Chicago, maar maakt voor haar eerste opname de oversteek naar Detroit. Sheryl werkt dan voor het legendarische radiostation WVON en wordt ontdekt door Deke Atkins. Atkins is de eigenaar van een platenmaatschappij met de naam Duo. Toch heeft haar eerste single, 'Let's Get The Show On The Road' (Duo 7448), een tintje van haar thuishaven: De begeleiding is in handen van The Marlynns uit Chicago. Aanvankelijk wordt haar naam gespeld als Sherl Swote, maar dat wordt met de tweede persing hersteld. Op haar tweede single, 'Can't Get Him Off My Mind' start ze een samenwerking met The Brothers Of Soul. Dit zijn de songschrijvers Fred Bridges, Ben Knight en Robert Eaton. Volgens een bron zou dit haar grootste hit zijn geweest, maar ondanks zoektochten op de, overigens stront-irritante, site van de Billboard (een reden waarom ik die lijst niet gebruik voor Floorfillers), kan ik niet anders concluderen dat dit op lokaal niveau is geweest. 'One Moment', de vierde single van Swope, zou zelfs op 13 december 1969 zijn binnengekomen in de Billboard, maar ook hier geen gedetailleerde info. Ik kan wel melden dat 'Na Na Hey Hey Kiss Him Goodbye' van Steam toen bovenaan stond, maar daar ging ik het niet over hebben...

'One Moment' is een compositie van Billy Butler, in Northern Soul-kringen beroemd vanwege zijn 'The Right Track' op het Okeh-label. De b-kant vind ik beduidend minder, maar wordt wederom geschreven door The Brothers Of Soul. Terwijl Atkins produceert, houdt 'onze' André Williams de muzikale begeleiding in toom. Daar tussenin zit nog 'Are You Gonna Do Right This Time' met 'Run To Me' op de keerzijde. Ik wil het bericht besluiten met Derek See's woorden over die laatste plaat. 'One Moment' is Sheryl's laatste solo-plaat en is uitgebracht in december 1969. Ze heeft ook gedurende deze jaren nauw samengewerkt met de Sammy Dyer dansschool, welke zich op de plaat manifesteert als The Vashonettes. Dyer heeft twee Vashonettes in de aanbieding. De senior-versie, met de oudste zus van Sheryl, mag in 1968 een single maken voor Checker. In 1970 is Sheryl Swope nog altijd een junior-Vashonette en in dat jaar wordt ze senior. Deze uitdossing van The Vashonettes maakt geen zelfstandige platen, maar is te horen op verscheidene Chess-opnames alsook op Donny Hathaway's album 'Everything Is Everything' (met het imposante 'The Ghetto'). Na verloop van tijd verbreekt The Vashonettes de banden met Dyer en keert op Sheryl's advies terug naar Atkins. Onder de nieuwe naam The Oncoming Times maakt de groep een single voor Duo. De single doet niets, maar desondanks neemt Atkins de groep op sleeptouw naar New Jersey waar hij met The Oncoming Times een album opneemt voor Sylvia en Joe Robinson's Turbo-label. De promotie van dit album laat te wensen over en de groep valt uit elkaar. Sheryl blijft nummers schrijven, eentje daarvan wordt in de midden jaren zeventig opgenomen door een lokale groep The Teques. Met Billy Brown, niet degene die in Watford optrad, formeert Sheryl het duo Two en treedt met band op tot in de late jaren tachtig. Vanaf dat moment richt Sheryl zich geheel op gospel en brengt in 2002 een zelf-geschreven en -geproduceerd gospel-album uit.

Doorgaans ben ik niet zo gecharmeerd van 'audio-blogs'. Ik heb slechts twee die ik volg en eentje wil ik graag aanhalen. Derek See is behalve gitarist in de bereleuke The Bang Girl Group Revue bovenal single-verzamelaar en blogger (www.dereksdaily45.blogspot.com). Bijna twee jaar geleden liet hij twee opnames van Sheryl Swope op elkaar volgen. Bij 'Run To Me' schrijft hij eerst dat hij vóór en tijdens het schrijven voortdurend de plaat draait en dat er maar weinig platen zijn die per draaibeurt beter worden. 'Run To Me' is de uitzondering. Zijn afsluitende woorden ten opzichte van die single passen mijns inziens ook perfect bij 'One Moment' en dus geef ik het woord aan mijn gewaardeerde Blogspot-collega: 'In mijn perfecte fantasiewereld kan een plaat als deze de harten laten smelten van dwepers, homofoben, hebzuchtigen en alle andere mensen met een gebrek aan burgerzin'.

maandag 10 februari 2014

geknipt



We gingen afgelopen vrijdag al even op de sentimentele toer naar Engeland in 1999, ik realiseerde me pas onlangs dat ik een jubileum heb gemist. Iets wat ik best met een berichtje wil vieren. Ik ben eind januari 2004 voor de laatste keer naar de kapper geweest. Omdat de kappers het Raddraaien beheersen (ik gebruik de huisnummers van kappers in de Gouden Gids regio Zwolle) en ik nog wel eens wil afgeven op de betreffende beroepsgroep, hierbij de verklaring. Ik weet alleen niet of op die bewuste zaterdagmorgen een fraai gevormd mokkeltje voorbij de kapperszaak in Blauwhuis liep of dat het iets anders is geweest. Deze ervaring en een fascinatie voor de jaren zestig (en dus ook hippies) bezorgt me mijn eerste lange haar-ervaring, maar intussen heeft het voor mij niks meer te maken met muziek, imago of kapsalon-vrees. Het is een handelsmerk geworden en ook weet ik dat het vanaf nu nooit meer zo mooi zal aangroeien...

Hoe we bij de kapper in Blauwhuis terecht kwamen? Dat zou ik heit eens gevraagd hebben, want mem ging altijd in Sneek naar de kapper. Bij de kapper in Blauwhuis was weinig veranderd sinds 1952. Inmiddels wordt zo'n uitspanning een museum genoemd. Het was een echte herenkapper, waarschijnlijk kon je daar ook terecht voor het trimmen of afscheren van je baard. Ik denk dat het iets met mijn Madness-hobby van doen heeft gehad, maar zelf vraag ik altijd om stekeltjeshaar en dat krijg ik ook na ieder bezoek. Voor de goede orde: Blauwhuis ligt niet bepaald om de hoek van de deur, dus waarom uitgerekend deze kapper is een vraag die altijd zal blijven hangen. Het is op zo'n zaterdagochtend, ergens midden jaren tachtig, dat de kapper weer druk is om de centimeter op mijn hoofd te halveren, als ik opeens 'au' roep. Ik weet nog te herinneren dat heit flink kwaad was, zelf besefte ik toen nog niet wat er was gebeurd. Wat bleek: De kapper had in mijn linkeroor geknipt en dat bloedde aardig. Volgens mij hebben heit en ik een gratis knipbeurt gehad en ik ben niet meer terug geweest in Blauwhuis.

In 1990, halverwege de derde klas van de LEAO, komt Peter bij ons in de klas. Hij is al een stuk ouder dan ons, maar op een ene of andere manier trek ik vaker op met mensen die ouder zijn. Peter zal een jaar of achttien zijn geweest en... Peter had lang haar. In 1990 is dit tamelijk uniek. In de klas hebben we alleen maar kortgeknipte kopjes en op de hele school lopen twee of drie jongens met heavy metal-namen op hun tas en met lang haar. Peter is geen hardrocker, het is zelfs moeilijk een vinger te leggen op wat zijn favoriete muziek is. Ik kijk jaloers naar zijn schouderlange haar. Hoewel heit en mem nog wel voor de kappersbezoeken betalen, blijkt het tamelijk eenvoudig om deze zo lang mogelijk uit te stellen. In de zomer van 1991 is het al zover gegroeid, dat iemand me uitscheldt voor 'meisje'. Bij de schaarse kappersbezoeken verzoek ik altijd weer om 'punten eruit' en zo blijft het lang. Dan is het begin 1992 en komt dankzij Nirvana de grunge-beweging op gang en... opeens ben ik ontzettend hip. Als ik kijk naar het kapsel van Kurt Cobain en het vergelijk met mijn haardracht, dan komt het overeen. Lang, steil en vaak ongekamd. Mijn ouders kunnen protesteren wat ze willen, maar mijn haar groeit alsmaar langer. Mijn moeder klaagt over de dooie punten die gaan omkrullen, maar gelukkig trek ik me daar niks van aan. Die krullen blijken namelijk zo te horen. Als tweejarige had ik sneeuwwitte krullen, daarna verdwenen de krullen en werd mijn haar pikzwart. Bij lang haar krijg ik de krullen terug!

Ik ga bij tijd en wijle plichtmatig naar de kapper, maar het is eigenlijk zonde van het geld. Het wordt op een bepaald ogenblik traditie om in Steenwijk naar de kapper te gaan, iedere keer als ik een avondje naar De Karre wil. Let wel: In die tijd woon ik nog gewoon in Jutrijp, dus hetzelfde verhaal als met Blauwhuis. Daar heb ik na Woodstock 1997 een niet fijne ervaring. Punten eruit? Er gaat zeker twee centimeter af! Een paar maanden later vertoef ik veelal in Amsterdam en heb het plan om in de ADM te gaan wonen. Het pand is echter zó stoffig, dat mijn haar hard aan voelt. Als ik daar zou willen wonen, moest ik iedere dag haar wassen en dat leek me geen optie. Op 4 december 1997 neem ik afscheid van mijn lange haar, maar heb de volgende dag al spijt.

Ik kan me niet heugen dat ik in Engeland ooit bij een kapper ben geweest. Het is april 1999 als de wind een lok voor mijn ogen en in de sigaret waait. Schroei! Ik kan het wel uitschreeuwen: Ik heb weer lang haar!!! De zomer van 2001 ligt gevoelig bij mij. Ik heb geen goede herinneringen aan die zomer, maar feit is dat het buitengewoon zonnig is en ik dagenlang buiten loop zonder hoofdbedekking. Het haar bovenop mijn hoofd is verbrand en blijkt onhandelbaar. Ik blijf ermee rondlopen tot 9 oktober 2001. Ik heb net gedoucht en mijn haar wil niet borstelen. Ik zet 'Rock & Roll Is Dead' van Lenny Kravitz op en begin woest in mijn haar te knippen. Na twee minuten is mijn kapsel geheel geruïneerd en móet het eraf. Ik wil een kale hoofdhuid, maar de kappers durven het niet aan met het scheermes. De maanden erop hou ik het kort met een tondeuse en heb een weekend met een bebloede kop gelopen omdat ik het kaal wou hebben. In april 2002 wil ik het weer kaal hebben en heb de pet klaar liggen. De tweede keer bloedt al minder en de derde keer...? En dus scheer ik om de twee of drie dagen mijn schedel. 'Pimmetje', zoals ik het noem. De zomer van 2002 is wederom eentje van het buitenleven en de kou valt in september erg plotseling in. Dan laat ik het weer groeien. Een jaar later raak ik geïnteresseerd in garagerock en wil een vetkuif hebben. Mijn haar is echter te slap voor zo'n accessoire, maar de daklozenkapper bij het Leger Des Heils in Leeuwarden houdt er rekening mee. Door mijn omzwervingen en als verkoper van het Fries-Groningse straatmagazine kom ik geregeld bij de dagopvang van het Leger. Een ambachtelijke kapper uit Leeuwarden heeft besloten zijn vrije maandag op te offeren om de minder bedeelde mens te knippen en doet dat voor twee euro. In 2004 raak ik mijn vergunning voor de straatkrant kwijt (ik heb dan 12 maanden een huisje) en ben in januari om afscheid te nemen van het Leger. ,,Kun je ook nog mooi even naar de kapper", zegt een van de medewerkers. Dat doe ik en het is de laatste keer geweest...

De vetkuif is nooit wat geworden en na de zomer van 2004 heb ik het gewoon weer laten groeien. Ik heb ieder jaar in oktober even de neiging het eraf te gooien, maar... ik weet ook dat dit de laatste keer is. Ik denk dat ik nooit weer zo'n mooie volle bos zal terug krijgen, dus ga ik niet over een nacht ijs.

zondag 9 februari 2014

Schijf van 5: water



Ik heb een maand geleden weinig last ervan gehad, maar met name het zuiden van Engeland heeft te maken met hoog water. Natuurlijk, tijdens de wandelingen op zaterdagmiddag en zondagochtend werd wel duidelijk dat er veel regen was gevallen. Je kon op plaatsen tot je knieën in de blubber staan. Ik heb het niet geprobeerd, maar mijn schoenen en broekspijpen kunnen erover mee praten. Je kan er natuurlijk op wachten. De zondvloed. En ja hoor, daar was een paar weken geleden de extreem-conservatieve politicus die de verklaring bracht. Doordat Engeland de discussie over het legaliseren van het homo-huwelijk was aangegaan, zou God hen bestraffen met hoog water. Een paar dagen later kwam iemand met een lumineus idee. Wat nu als ze in gebieden van extreme droogte eens het homo-huwelijk gingen legaliseren? Ik ben de discussie nooit aangegaan, omdat ik het vrij zinloos vind. Als twee mensen van elkaar houden, moeten die gewoon kunnen trouwen, punt uit! Terwijl ik dit schrijf zie ik het water al stijgen en kan ik jullie nu een Schijf van 5 over water presenteren.

Op vijf vinden we een oorspronkelijk noodsignaal. Als een kameraad van de plantage-slaven een dappere ontsnappingspoging deed en achteraan werd gezeten door de honden, zongen zij 'Wade In The Water'. Degene die ontsnapte, wist dan dat die kopje onder moest gaan in het water om zo de speurneuzen op een dwaalspoor te zetten. De tekst is voor het eerst in 1901 gepubliceerd, de eerste plaatopname stamt uit 1925 en is van The Sunset Four Jubilee Singers. Voor de nummer vijf gaan we even 42 jaar later in de tijd, als 'Wade In The Water' door enkele tientallen artiesten op de plaat is gezet en eveneens een populaire gospel is geworden. Marlena Shaw neemt in 1967 haar versie op als 'Let's Wade In The Water', maar is verder identiek aan het slavenlied.

De nummer vier komt uit Nederland, maar heeft ondanks dat een internationaal tintje. 'Swimming Into Deep Water' is in 1972 de eerste en enige Top 40-hit voor Don Rosenbaum, een productie van Boudewijn De Groot. Rosenbaum verhuist later de Atlantische Oceaan over waar 'Swimming Into Deep Water' een soort van cult-status krijgt.

Dire Straits staat voor mij persoonlijk synoniem aan 'saai'. 'Brothers In Arms', 'Money For Nothing' en al die andere elpees, ik val erbij in slaap. Het is met Dire Straits net zoals met Coldplay en Keane, je kan het muzikaal niet afkraken omdat het gewoon té goed in elkaar zit, maar door dat passen en meten verdwijnt ook ieder gevoel voor avontuur. Ik heb me heel lang verzet tegen Dire Straits, maar een paar jaar geleden kreeg ik van iemand een hele partij elpees, waaronder ook de eersteling van Dire Straits. Die plaat heb ik toch nog wel met plezier kunnen draaien. Hij hangt heel erg tegen het werk van J.J. Cale aan, ontspannen maar ook fantasieloos. Lekkere niks-aan-de-hand-muziek, je kunt er heerlijk op stofzuigen of rustig je ontbijtje naar binnen werken. Nu heb ik de versie van The Judds altijd al aardig gevonden, maar toch is 'Water Of Love' van Dire Straits voor mij wel de ultieme hangmat-plaat. Omdat die er ook moeten zijn, staat 'Water Of Love' van Dire Straits vandaag op drie.

Ook zo'n Schijf van 5 is een momentopname en op ene of andere manier heb ik een kleine blues-behoefte vanavond. Op twee had ik gedacht aan 'I Asked For Water (She Gave Me Gasoline)' van Howlin' Wolf, maar bij wat huiswerk ontdek ik dat dit een bewerking is van een nóg ouder nummer. Reeds in 1928 neemt Tommy Johnson het nummer op en noemt het 'Cool Drink Of Water Blues'. Even vluchtig beluisterd en, ja, ik vind hem eigenlijk beter dan Howlin' Wolf's versie. Je hoort ook meteen waar Wolf de mosterd heeft gehaald, want ook Johnson huilt erop los. Het komt de gezongen tekst niet ten goede en daar heeft Howlin' Wolf een puntje als hij de titel verandert in 'I Asked For Water'. Toch steekt Johnson's versie met kop en schouders boven de covers uit en dus mag dit stokoude nummer op twee.

Engeland is nu niet meteen een achterstandsgebied, dus de internationale hulpacties zullen wel uitblijven. Toch begrijp ik via verschillende media dat de hulpverlening in het zuiden wel erg traag op gang komt. Engeland zit wat dat betreft in meer dan één probleem, want de politiek maakt zich niet zo heel erg druk over het natuurgeweld in Cornwall. Ik zie zo nu en dan een foto voorbij komen, maar weet niet of het een photoshop-project van iemand is of dat het waarheid is, maar dat ziet er best dramatisch uit. Als we daarvoor een titel moeten zoeken, kom ik al snel uit bij New Musik en 'This World Of Water'. Het is ook nog eens een alleraardigst leuk plaatje en dus zet ik deze vandaag op 1.

Na Marianne en Maggie (en een paar die me niet te binnen willen schieten) ga ik jullie volgende week een Schijf presenteren met liedjes over 'Sara'. Ze mogen ook jonger zijn dan vijftig...

zaterdag 8 februari 2014

Raddraaien: Earth & Fire



Voordat we ons morgen onderdompelen in een Schijf van 5 over water, ga ik het vandaag dankzij de kappers in de Gouden Gids over twee andere elementen hebben: Aarde en vuur. Het is nooit een straf om te schrijven over deze succesgroep met haar roemruchte verleden, zeker niet als het om het prijsnummer 'Maybe Tomorrow Maybe Tonight' gaat. Ik ben tot twee jaar geleden een fervent radioluisteraar geweest. Tegenwoordig bestaat het uit webradio en beluister ik de schaarse keer Radio 1 via de computer. De ITT Viola 350 staat werkloos in de kast. Van 2001 tot en met 2005 staat de radio op doordeweekse avonden op Radio 2, Theater Van Het Sentiment, maar als dat in de zomer van 2005 met reces gaat en er live-concerten worden uitgezonden, ga ik op zoek naar iets anders. Ik kom daarbij terecht bij The Big L. Het blijkt een slap aftreksel te zijn van 'Wonderful Radio London', net als dat het huidige Veronica niks meer met de zeezender van doen heeft. Toch geloof ik in het begin dat ik écht naar een piraat zit te luisteren. Vooral het uitzetten van de AM-transmitter wekt de eerste dag het gevoel op van 31 augustus 1974, maar het toont andermaal hoe ver Engeland vooruit is met de radio. Gedurende vier uren had je dan een plechtige Russische stem die bleef voortratelen en dan 'klik' was The Big L weer terug in de ether.

Het is ook de tijd rond de aanslag in Londen en dit maakt het luisteren naar The Big L nóg spannender. Vele jaren later leer ik dat The Big L zelfs een Nederlandse branche heeft en er ook Nederlandstalige uitzendingen zijn. Niet zo verbazend dus dat je daar Earth & Fire terug hoort, maar dat weet ik in 2005 nog niet. Overigens is het ontvangst op een avond zó tragisch dat ik overschakel naar 747AM en daar tot aan het einde in augustus 2006 blijf hangen. De Avonden wordt de vervanger van Het Theater. Het is een gegeven dat ik daar op een vroege ochtend 'Maybe Tomorrow Maybe Tonight' hoor en opeens is de liefde weer daar. Ik ben het nummer een heel klein beetje vergeten. Sindsdien draai ik hem zelf ook weer met veel plezier.

De geschiedenis van Earth & Fire begint in 1967 als de groep Opus Gainfull onder leiding van de bebaarde gebroeders Gerard en Chris Koerts. Ze gaan zichzelf Earth & Fire noemen en trekken als zangeres Manuela Berloth aan. Deze heeft even daarvoor een plaatje gemaakt als Lysett. Een oogziekte gooit roet in het eten en Berloth moet al in 1969 afscheid nemen van de groep. Dan meldt zich Christina Henriëtte Kaagman als de nieuwe zangeres. De heren Koerts menen jaren later te moeten opmerken dat ze niet was aangenomen om haar zangkwaliteiten, maar ergens is het goed mis gegaan tussen Koerts enerzijds en Kaagman anderzijds. Christina luistert naar de naam Jerney. Hoewel de groep wordt gerekend tot de Haagse pop-scene, komen de leden in werkelijkheid uit Voorschoten, Voorburg en Leidschendam. Kaagman is wel in Den Haag geboren. De tweede Amerikaanse tournee van The Golden Earrings is erg inspirerend voor George Kooymans, want hij komt met een tas vol composities terug. Eentje daarvan is 'Seasons' en wordt via Polydor eind 1969 op single uitgebracht. Met dank aan Golden Earring en zeker ook Veronica wordt de plaat een klapper van een hit. Het komt op 17 januari 1970 de Top 40 binnen en kondigt een nieuwe band voor een nieuw decennium aan. De jaren zeventig zullen uiterst succesvol zijn voor Earth & Fire.

Het volgt 'Seasons' met twee andere rock-georiënteerde tracks: 'Ruby Is The One' en 'Wild And Exciting'. Toch heeft met name Gerard Koerts andere plannen met het groepsgeluid. Hij heeft een mellotron gekocht en introduceert het instrument in de Nederlandse popmuziek. Eigenlijk is de mellotron bij de introductie in de jaren veertig geflopt. Toch staat in een fabriekskantine in Birmingham in 1966 zo'n apparaat, maar er is niemand die het ding kan bespelen. Michael Pinder van The Moody Blues koopt het voor een paar stuivers en zet het in 1967 voor het eerst in. Sessietoetsenist Rick Wakeman koopt eveneens een mellotron en als de symfonische rock in 1968 losbarst, is het geluid van de mellotron al snel beeldbepalend. Toch wel gek als je bedenkt dat Moog toen al de eerste synthesizer op de markt had gebracht. Koerts is de eerste Nederlander die overweg kan met een mellotron en we horen het voor de eerste maal op 'Storm And Thunder' (1971). De albums worden op zichzelf staande kunstwerken en niet louter meer bijeengeharkte hitsingles en mindere b-kanten. Earth & Fire is een groep die het voor elkaar krijgt om specifieke elpees te maken en daarnaast hitsingles heeft. Hoewel... 'Memories' en 'Maybe Tomorrow' staan gewoon op respectievelijk 'The Song Of The Marching Children' en 'Atlantis', maar zijn de enige nummers die 'gemist' kunnen worden uit het concept. Het legt ze geen windeieren. 'Memories' is een vette nummer 1-hit in 1972 en 'Maybe Tomorrow Maybe Tonight' moet tevreden zijn met een derde plek in de Top 40.

Toch begint de symfonische rock in 1973 zijn grip te verliezen. De groepen die doorgaan op oude voet zien de verkopen achteruit hobbelen. Earth & Fire kan dat niet gebruiken en neigt verder naar de funk-kant. In 1979 verschijnt de single 'Weekend' en is hier een nummer 1-hit en van hetzelfde in Scandinavië en nog een aantal Europese landen. Deze loep-commerciële single wordt hun door oude fans niet in dank afgenomen, maar Earth & Fire staat dan al mijlenver af van 'Seasons' en 'Memories'. De groep staat ten tijde van 'Weekend' onder contract bij manager Frits Hirschland, maar die weet de groep niet tot een tweede 'Weekend' te bewegen. De latere singles zijn middenmoters, maar voor een 'verwende' groep als Earth & Fire zou je van flops kunnen spreken. In 1983 wordt euthanasie toegepast, maar niet voor lang. In 1987 treedt Jerney met een bijna nieuwe formatie op, iets dat kwaad bloed zet bij de vroegere leden. 'French Word For Love' uit 1989 heeft wel erg dat 'Weekend'-gevoel, maar verkoopt voor geen meter en Earth & Fire is in 1990 historie. De gebroeders Koerts houden zich daarna bezig met anonieme cd's met reggae-covers. Jerney blijft in de volgspots. In 1987 wordt ze voorzitter van de muzikantenvakbond BV Pop, doet ons in 1994 Radio Noordzee FM aan en wordt in 2000 directeur van Conamus. Met dat laatste is ze in december 2008 gestopt. In oktober 2012 maakt Kaagman bekend dat ze lijdt aan de ziekte van Parkinson, waarmee ze de eerste prominente Nederlander is sinds Prins Claus die openlijk uitkomt voor de ziekte. In het rijtje van Vanessa en Patricia Paay is Kaagman ook vaak genoemd als Botox-klant, maar daarvoor wenst ze verontschuldigingen vanwege haar ziekte.

vrijdag 7 februari 2014

Van hit naar her: Wilkinson



Wie had dit ooit gedacht? Soul-xotica speelt zich immers voor het grootste deel af in het verleden middels rubrieken als Raddraaien en sinds een paar weken kijken we naar het heden in deze serie. Maar nu... toekomstmuziek! De single die ik vandaag centraal stel, komt namelijk pas komende maandag uit. Echter, de tijd dat een hitparade nog af hing van de verkoop van cd's is al even geleden en vandaar dat Wilkinson reeds afgelopen week nieuw binnen kwam met 'Too Close'. In Engeland welteverstaan, want in Nederland hebben slechts weinigen van hem gehoord. Ik kom in oktober of november voor de eerste maal 'Afterglow' tegen in de Britse Top 40 en het is liefde op het eerste gezicht. Iets dat is gebleven, want ik krijg nog steeds een erg goed humeur van het liedje. 'Too Close' is in die zin niets minder, zelfs een beetje meer van hetzelfde. Ik heb hem gisteravond 'ten doop' gehouden in Floorfillers en ook deze ga ik de komende weken vaker draaien. Het onderwerp van vandaag is 'Too Close' van Wilkinson ft. Detour City.

Als ik eind 1997 kortstondig betrokken raak in de Amsterdamse kraakscene. is in het underground-clubcircuit de jungle- en drum'n'bass-muziek de laatste ontwikkeling. Omdat ik de zomer ervoor in Sneek de dansvloer heb ontdekt, beland ik in Mokum op illegale feestjes in kraakpanden. Het grootste feest waar ik ben geweest, moet De Silo zijn geweest. Ik probeer me nog wel eens voor te stellen hoe het zou zijn geweest als ze daar toen dat irritante dubstep hadden voorgeschoteld. Zou ik dan nu dezelfde gevoelens koesteren voor dubstep? Hoe dan ook: Ik kan de drum'n'bass erg goed waarderen. Het voelt ook zo lekker 'ver van thuis', want in Friesland is het nog gewoon het vierkwartsmaat-stampwerk. Als ik het eens probeer bij de programmeur van Het Bolwerk antwoordt deze: ,,Als het al wat wordt, dan duurt het nog vijf jaar voordat je hier in Sneek een feest kan organiseren". Ik denk dat het nooit zover is gekomen. Nederland blijft massaal doorstampen op dezelfde dreun en avontuur, als bij drum'n'bass, is ver te zoeken.

Waarom Van hit naar her doen en tegelijk zo ver terug in de tijd gaan? Welnu, Wilkinson leert lopen als ik de zolen slijt op de dansvloer. Toch heeft zijn muziek heel veel van de ouderwetse drum'n'bass. In Engeland heeft de drum'n'bass altijd op de achtergrond mee gespeeld. Er is eigenlijk niet een grote hit uit het genre, maar onderaan op de hitparade is vaak nog wel iets te vinden. Dat iemand als Mark Wilkinson opeens doorbreekt met oude drum'n'bass is dan ook wel bijzonder, want hij houdt zich tevens bezig met dubstep. Dat vat ik op als een anarchistische punkband die zonder blikken of blozen 'Rock Around The Clock' van Bill Haley vertolkt. Hij komt ermee weg.

De leeftijd weten we niet, maar Mark zal in de twintig zijn. Als hij negen is, krijgt hij van zijn ouders een drumstel. Hij formeert een bandje waarmee hij speelt van Birmingham tot aan het lokale bejaardenhuis, maar vijf jaar later raakt hij gefascineerd door de dansmuziek. In zijn laatste schooljaar is Wilkinson vooral te vinden in de studio van zijn school. Dit zet hem aan om stukje bij beetje zélf apparatuur te kopen en zijn slaapkamer om te bouwen tot studio. Zo gaat dat gedurende een paar jaar en Wilkinson heeft een paar baantjes. Als blijkt dat het ouderlijk huis, een buitenwijk in zuidwest-Londen, te zwaar te lijden heeft onder de beats die uit zijn slaapkamer komen, vindt hij een studio even verderop en gaat zich dan helemaal richten op de muziek. Hij komt in contact met Hospital Records dat een nummer van hem opneemt voor een compilatie. Wilkinson stuurt dan brutaal een demo naar RAM Records, hét toonaangevende dubstep- en drum'n'bass-label en in oktober 2010 heeft hij een contract te pakken.

Zijn eerste single verschijnt in december 2010. 'Moonwalker' en opvolger 'Everytime' (juni 2011) vallen nog niet echt op. Beide liedjes zullen buiten beschouwing worden gelaten als Wilkinson zijn debuutalbum uitbrengt. Anders is dat bij de derde single, 'Tonight', die in december 2011 uitkomt. Hoewel bescheiden, heeft hij in december 2012 zijn eerste succes met de single 'Need To Know' met een gastbijdrage van Iman. De single bereikt een 39e plek in de Dance Singles Top 40, maar verkoopt nauwelijks om in de échte Top 40 te komen. 'Take You Higher' is in april 2013 de derde single van het, nog te verschijnen, album en doet niets. In de zomer van 2013 heeft hij opnieuw minimaal succes, ditmaal in combinatie met P. Money en Arlissa en het nummer 'Heartbeat'. Het bereikt nu nummer 36 in de Dance, maar 169 is te minimaal om van een pophit te spreken. Wilkinson's stijl kan desondanks rekenen op steun van zowel BBC-dj's als collega's uit het vak. De verwachtingen zijn hooggespannen als Wilkinson op 28 oktober zijn debuutalbum uitbrengt: 'Lazers Not Included'.

Becky Hill is een gelukkige verliezer. Ze maakte indruk in de Engelse editie van The Voice in 2012, maar wordt in de semi-finale eruit geknikkerd. Ze heeft in de laatste drie maanden van 2013 haar eerste hitsucces, hoewel haar naam aanvankelijk niet wordt genoemd. Hill is namelijk de zangeres op 'Afterglow' van Wilkinson en deze single stijgt door tot in de top tien van de Top 40. In de Dance staat het bovenaan. Afgelopen week is Hill de Engelse Top 40 binnengekomen met Rudimental, dus die gaan we nog eens tegenkomen. Maandag verschijnt dus officieel 'Too Close', maar hij staat reeds op 38 in de Dance Top 40. Op 'Too Close' wordt Wilkinson bijgestaan door Tabitha Benjamin, die schuilgaat onder de naam Detour City. Ik voorspel dat 'Too Close' 'Afterglow' zal volgen in de top tien. Over drie weken is Wilkinson de hoofdact op Spektrum XL, een drum'n'bass-event in het Haarlemse Patronaat. Dat is voorlopig de enige manier om de man in Nederland aan het werk te zien.

Zallemenut een keertje overdoen?



Vandaag krijgen jullie maar liefst twee berichten omdat ik vanochtend na Floorfillers te lang in de chat bleef hangen met een luisteraar. Ik had gedacht aan een Raddraaier en een Van hit naar her, totdat ik vanmiddag de aankondigingen zag van ExtraGold, het webradiostation waar een muziekvriend werkzaam is. ExtraGold duikt in de weekenden diep in de Top 40-historie, hoewel het vanavond 'light' begon met een sprongetje van maar vijftien jaar. Ik knipper even met mijn ogen als ik de hoogste nieuwe binnenkomer zie. Huh? Is dat vijftien jaar geleden? En op het zelfde moment rolt het weekend van vijftien jaar en een week geleden als een speelfilm voor mijn ogen. Ach vooruit, we zijn al een tijd niet meer op de sentimentele toer geweest, dus het kan wel weer eens. De eerste keer 'Baby One More Time' van Britney Spears. Ik kan me niet juist herinneren waarom het nu zo'n bijzondere plaat was, maar ook op de Engelse radio was men ervan bewust dat hier muziekgeschiedenis werd geschreven. En dat is vijftien jaar later uitgekomen. Hoeveel platen uit 1999 kunnen dat na vertellen? Het moet dus het laatste weekend van januari 1999 zijn geweest dat ik kennis maakte met Britney en haar eerste hit.

Ik ben in april 1998 in Mossley gekomen om 'aan te sterken'. Althans: Dat is eerst de bedoeling. De moeilijke eerste maanden in York te boven komen en dan beter georganiseerd terug keren. Amper twee maanden later lees ik het boek 'Rags To Riches' Henri Le Boursicaud over de roemruchte geschiedenis en het heden van de Emmaus-beweging. Ik kan me zeer goed vinden in hun idealen en begin ontzag te krijgen voor de Emmaus totdat ik me realiseer dat ik er zelf deel van uitmaak. Zo vergeet ik York en duik verder het idealisme in. Na de zomer van 1998, waarvan ik twee weken in Nederland ben geweest, wacht als eerste een lange en diepe depressie. Ik meen in het begin van het nieuwe jaar daar al uit te zijn, maar de 'verlossing' zal pas met mijn verjaardag zijn. Ik heb het plan gekregen om in een meer noodlijdend gebied mezelf in te zetten voor de Emmaus. De keuze valt op het Poolse Lublin, maar ik kan gedurende een jaar maar geen duidelijkheid krijgen wat Lublin precies is. Er zijn berichten die spreken van een gigantisch complex met een kringloopwinkel, maar ook die het een soepkeuken noemen. Internet is dan nog niet zo ontwikkeld als tegenwoordig, dus even 'Googlen' geeft geen resultaat. Deze nieuw verworven ambitie speelt voor mij in de eerste maanden van 1999 en dus ook op het moment dat 'Baby One More Time' van Britney Spears uitkomt.

De eerste associatie is 'grijs', maar dat is niet vreemd. Mossley is allesbehalve zonovergoten en het is hartje winter, dus veelal regen en soms dagenlang achtereen. In het lager gelegen Micklehurst wil de boel wel eens overstromen, maar Longlands Mill ligt daar te hoog voor. Compaan Paul wil naar de videotheek in Ashton-under-Lyne en hij vraagt mij of ik mee wil rijden. Ach waarom niet, ik had toch verder geen plannen. Terwijl Paul zich tussen de videofilms begeeft, neus ik rond in de hoek van de cd's. Ze hebben een bak staan met afgeprijsde titels en daar vind ik 'The Bends' van Radiohead voor vier pond. Zaterdagavond kijk ik naar de televisie, iets wat ook maar sporadisch voorkomt, en kom erachter dat de BBC 'Silence Of The Lambs' uitzendt. Die kijk ik deze avond en ga niet meer naar de pub en ga vroeg slapen. Zondagmiddag is het nog net zo grijs als de vorige dagen en het is waterkoud. Ik laat me er niet van weerhouden en trek mijn lammy-coat aan en zet de koptelefoon op en de walkman aan. Ik loop langs het Huddersfield Canal naar Greenfield en moet even voor Uppermill van het pad af. Waarom? Hevige regenval, schat ik zo in. Normaliter kun je doorlopen tot voorbij Uppermill. De batterijen van de walkman zijn bijna leeg en het cassettebandje begint te slepen en dus zet ik de radio aan. Doordat ik nu vlakbij de radiotoren van Uppermill ben, is het ontvangst opvallend goed. Ik kom terecht op de BBC One, de popzender. Vooruit maar, het is gaan regenen, het is nog steeds waterkoud, het is een mijl tot Uppermill en alles beter dan niks. Ze doen de hitparade en daar komt Britney op 30 januari 1999 vanuit het niks op nummer 1 binnen. Ik probeer me iets te herinneren op muzikaal vlak, maar ik kom niet verder dan Madonna's stemmige 'The Power Of Goodbye' en het 'nu-kennen-we-het-mopje-wel' van Cher's 'Believe'. Tussen die platen klinkt Britney opvallend fris, als een eerste symptoom van het voorjaar. Het ondeugende liedje en het jonge meisje in haar schooluniform zal ook zeker hebben bijgedragen. Een paar weken later schrijft een criticus in de New Musical Express dat je 'onmogelijk niet van 'Baby One More Time' kan houden, mits je alleen maar naar deathmetal luistert'.

Ik slenter Uppermill binnen en passeer daarbij ook een paar pubs. Ik weet echt niet meer hoe ik in The Cloggers Arms terecht kom, maar dat blijkt achteraf gezien een gouden keuze. Ik ontdek die middag dat de leden van Barclay James Harvest uit de omgeving komen. Eentje van hen zit in een pub verderop, maar de pub heeft een erg beruchte naam, dus dat wordt me afgeraden. En dat is tekenend voor The Cloggers Arms. Het voelt aan als een warm bad. Ze proberen me nog wel te strikken voor hun Morris-dansgroep, ouderwets klompendansen. Eén van de dansers geeft een exclusieve demonstratie en leert me later nog een schuine versie van 'Do-Re-Mi', die ik helaas ben vergeten. Iedere keer als de deur van de pub openzwaait, komt er kou naar binnen en ik kijk op tegen de wandeling terug. Dan moet het gaan gebeuren. Ik stap de pub uit en... mijn mond valt open. Dít hadden ze niet voorspeld?

Er ligt een wit laken van sneeuw. Op plaatsen ook nog aardig diep. Even buiten Uppermill probeer ik een andere zender te zoeken als ik plots 'Slowhand' van The Pointer Sisters hoor. De plaat is afgelopen en dan... hoor ik Nederlands! Het blijkt Radio 10 Gold te zijn. Overdag niet te bereiken, maar 's avonds en 's nachts met een flinke ruis, dankzij de radiotoren van Uppermill, uit de ether te trekken. Ik maak kennis met de nieuwste hit van Marco Borsato en dan het nieuws. Terwijl ik me een weg baan door de sneeuw langs het Huddersfield Canal heeft Nederland te maken met een straffe voorjaarsstorm. Later dezelfde week ben ik nog wel even een paar dagen ziek geweest van deze wandeling, maar de herinnering blijft om Ben Cramer te citeren.

Radio 10 ben ik binnen een week vergeten en Radiohead en 'This Is My Truth Tell Me Yours' van Manic Street Preachers gaan de soundtrack vormen van de komende weken. De beslissing om niet naar Lublin te gaan, valt uiteindelijk pas een jaar later als ik alweer terug ben in Nederland. En Mossley zal ik niet eerder dan in oktober voorgoed verlaten.