donderdag 13 augustus 2015

Girls-A-Go-Go: een terugblik



Net zoals ik niet-bestaande zoeklijsten heb qua platen, bestaat evenmin een lijst met shows die ik 'nog eens wil doen'. Toch kan ik steeds wel een of twee voorbeelden noemen. Sommige ideeën zijn klaar om meteen te worden uitgevoerd, in andere gevallen gaat er tijd over heen. Twee jaar geleden deed ik rond deze tijd 'Subspace', wellicht de meest experimentele show tot nu toe. Een show waarbij ik halverwege een heel ongemakkelijk gevoel kreeg. Even dacht ik dat ik mijn doodvonnis had getekend als Wolfman Radio-presentator. De opinie sloeg echter geheel om in het tweede uur en toen verloor ik contact met de chatroom. Dat bericht vinden jullie bij '21 augustus 2013'. Ik heb het toen ook na de uitzending geschreven. 'Girls-A-Go-Go' is wat dat betreft een stuk onschuldiger en toch is dit een programma waar ik jaren op heb gebroed. Ik zocht het juiste tijdstip voor deze show en dit werd me afgelopen week in de schoot geworpen. Sinds een paar weken hebben we op woensdagavond weer een 'scootering'-show en de presentator daarvan is momenteel met vakantie in het buitenland. En dus stak ik gisteravond om elf uur van wal met 'Girls-A-Go-Go'.

Het mag voor de vaste Soul-xotica-lezers geen verrassing zijn: Ik heb een zwak voor meidengroepen. En dan heb ik het vooral over de jaren zestig-equivalent. Dan weer niet zo zeer de klassieke Phil Spector-groepen. Toch kun je me van alles voorschotelen van The Shangri-Las, niet toevallig de lastigste keuze in de samenstelling van 'Girls-A-Go-Go'. Daarnaast heb ik sinds jaren ook een speciale interesse voor 'beat- en mod-meisjes' van het Europese vasteland. 'Girls-A-Go-Go' moest vooral een eerbetoon worden aan deze dames. Vaak zijn ze het bekendste geworden dankzij een ballade of een andere commerciële pop-hit en ik wil ze graag van hun meest swingende kant laten zien. Maandagavond heb ik de eerste helft samengesteld. Als ik naar de lijst kijk, denk ik dat ik er bijna ben, maar niet heus... De meeste liedjes stammen uit de midden jaren zestig en vaak is met twee-en-een-halve-minuut het verhaal wel verteld. Twintig van deze nummers en je zit krap aan een uur (inclusief een paar langere nummers). Dinsdag maak ik de rest van de lijst. Eén dienstweigeraar en een plaatje dat daarvoor in de plaats komt, met presentatie zit ik op 2,5 uur voor 42 nummers. Ik spreek dan van een 'Do The 45'-gemiddelde.

De eerste en laatste plaat heb ik van tevoren vastgesteld, ook heb ik een paar 'koppels' bedacht. Dat werkt in de praktijk niet altijd, zeker omdat ik de 'koppels' niet heb genoteerd. Om niet meteen alle luisteraars kwijt te raken met een obscuur ding uit Italië besluit ik 'licht' te openen met 'Summernights' van Marianne Faithfull. Een track die meteen al mooi weergeeft hoe het zal gaan in deze uren: Deze single is kwalijk 1 minuut 45. Met Jana Louise ('Dream Boy') en de Australische Cliffmores ('Walk Tall') blijf ik in het Engels, maar leg de lat al ietsje hoger. Middels het zéér obscure Franse zangeresje Zoé treed ik binnen in de wereld van de anderstalige Europese dames. The Debutantes doen een fraaie cover van 'Shake A Tail Feather' en Kim D. doet hetzelfde met het Tina Britt-nummer 'The Real Thing'. Jane Birkin is nog wel een bekende naam, evenals Lesley Gore, maar beide met 'afwijkende' nummers. Met de Deense Butterflies kan het feest écht beginnen! Wencke Myhre is eveneens een Deense zangeres, maar doet het hier in Duits met het orkest van James Last op de achtergrond. Na The Shangri-Las wil ik eigenlijk 'Society's Child' van Janis Ian draaien, omdat dit ook een productie is van George 'Shadow' Morton, maar deze weigert dienst. Ik gooi maar snel Marie Laforet ervoor in de plaats. De Joe Meek-productie van The Sharades heeft me vandaag 'geplaagd' tijdens het post bezorgen, de Japanse Pinky Chicks volgen daar mooi op, evenals The Models. Sandie Shaw geeft weer een 'bekend geluid' ter afwisseling, hoewel deze b-kant van 'Long Live Love' buiten mijn huis vrij onbekend is. De vrouwelijke Fab Four uit Liverpool, The Liverbirds, besluit het eerste uur met een spetterende uitvoering van de novelty 'Peanut Butter'.

Ik heb al eens het doopceel gelicht van Patty Pravo, de omstreden feministe in de jaren zeventig. In de jaren zestig is ze een zingende actrice of een acterende zangeres. 'Rispetto' is in feite 'Respect' met een Italiaanse tekst en komt uit een film. Kiki Dee mag in de jaren zestig geen poot aan de grond krijgen, maar als Sandie Shaw en Marianne Faithfull zonder werk zitten, krijgt zij een contract bij het Rocket-label van Elton John. Alice Dona is een verhaal op zichzelf. Ik wil dit nummer beslist in de lijst hebben, alleen... ik ben de titel en artiest vergeten. Dan herinner ik me dat een Franse vriend het in 2013 op Facebook heeft gezet. Het kost me wel een half uur om door alle berichten uit 2013 van deze Fransman te spitten, maar dan heb ik het resultaat. Alice Dona dus! Jenny & The Rascals is de eerste van twee Nederlandse bijdragen. In de midden jaren zestig probeert Dolly Parton het even met Shangri-Las-achtige liedjes, waaronder deze 'Don't Drop Out'. Caterina Valente is een veelzijdig artieste en kan prima uit de voeten met 'Waterloo Sunset'. Annabelle Fox is geen onbekende in de Northern Soul, maar dat is niet vanwege dit nummer. Dani is weer pure 'garage', The Sapphires is een mod- en Northern Soul-favoriet. Lulu maakt in de jaren zestig meerdere uptempo platen, maar het wordt nooit zo als deze 'I'll Come Runnin' Over'. Karina komt uit Spanje en doet een eigenwijze cover van Georgie Fame. The Paper Dolls loopt dertig jaar voor op The Spice Girls door bijnamen te hanteren. Continental Co-Ets is een obscure Amerikaanse band die recent is herontdekt. Dit nummer is toen, omstreeks 1966, waarschijnlijk nooit uitgebracht. Nicoletta doet een eigenwijze Franse interpretatie van 'Everlasting Love'. Heidi Brühl's 'Berlin' is al een tijdje een favoriet van mij en van Sharon Tandy kies ik 'World', maar ben daar achteraf niet zo tevreden over. Toch liever iets met Fleur De Lys gedaan...

In de extra tijd trap ik af met een 'vervanger' voor Janis Ian, die Italiaanse 'You Keep Me Hangin' On'. Merrilee Rush' versie van 'Reach Out I'll Be There' staat me bij als een 'bijzondere' versie, maar dit valt achteraf bezien tegen. Reparata & The Delrons lijkt een prima huwelijk aan te gaan met 'Contact' van Brigitte Bardot. Cilla Black's 'Yo Yo' kende ik tot een week geleden niet, Cilla zou nimmer méér Northern Soul klinken dan hier. Sandra Barry is een echte modette en de onbekende Engelse zangeres Bimbi Worrick een ontdekking. Het nummer van Jacqueline Taieb is nog lekker opgefokt, maar ik sluit af met een titel die me al jaren aan staart vanaf Phonogram-hoesjes. Het staat op de elpee die Karin Kent in 1966 uitbrengt.

Dan is hier de volledige lijst inclusief land van herkomst en jaartallen, soms geschat. De show is nergens terug te luisteren en vraag me evenmin naar mp3's. Ze zijn allemaal terug te vinden op Youtube.

1. Summernights-Marianne Faithfull (Engeland, 1965)
2. Dream Boy-Jana Louise (Amerika, 1965)
3. Walk Tall-The Cliffmores (Australië, 1967)
4. Par L'Interphone-Zoé (Frankrijk, 1968)
5. Shake A Tail Feather-The Debutantes (Amerika, 1966)
6. The Real Thing-Kim D. (Engeland, 1965)
7. Orang Outan-Jane Birkin (Frankrijk, 1968)
8. California Nights-Lesley Gore (Amerika, 1967)
9. Vore SkØre Sommerhus-The Butterflies (Denemarken, 1968)
10. Flower Power Kleid-Wencke Myhre (Denemarken/Duitsland, 1968)
11. Out In The Streets-The Shangri-Las (Amerika, 1965)
12. A Demain My Darling-Marie Laforet (Frankrijk, 1966)
13. Dumb Girl-The Sharades (Engeland, 1964)
14. Yuparata Ousan-The Pinky Chicks (Japan, ca. 1968)
15. Bend Me Shape Me-The Models (Amerika, 1967)
16. I've Heard About Him-Sandie Shaw (Engeland, 1965)
17. Peanut Butter 'live'-The Liverbirds (Engeland, 1965)
18. Rispetto-Patty Pravo (Italië, 1967)
19. I'm Going Out-Kiki Dee (Engeland, 1967)
20. C'est Pas Prudent-Alice Dona (Frankrijk, 1963)
21. Baby You Know You Ain't Right-Jenny & The Rascals (Nederland, 1966)
22. Don't Drop Out-Dolly Parton (Amerika, 1966)
23. Waterloo Sunset-Caterina Valente (Duitsland, 1968)
24. Getting Through To Me-Annabelle Fox (Amerika, 1965)
25. Sans Asterisque-Dani (Frankrijk, 1966)
26. The Slow Fizz-The Sapphires (Amerika, 1966)
27. I'll Come Runnin' Over-Lulu (Engeland, 1966)
28. Yeah Yeah-Karina (Spanje, 1965)
29. Something Here In My Heart-The Paper Dolls (Engeland, 1968)
30. Let's Live For The Present-The Continental Co-Ets (Amerika, ca. 1966)
31. L'Amour Me Pardonne-Nicoletta (Frankrijk, 1968)
32. Berlin-Heidi Brühl (Duitsland, 1969)
33. World-Sharon Tandy (Zuid-Afrika/Engeland, 1968)
34. Se Il Filo Spezzerai-The Supremes (Amerika/Italië, 1967)
35. Reach Out-Merrilee Rush (Amerika, 1968)
36. Saturday Night Didn't Happen-Reparata & The Delrons (Amerika, 1968)
37. Contact-Brigitte Bardot (Frankrijk, 1968)
38. Yo Yo-Cilla Black (Engeland, 1968)
39. The End Of The Line-Sandra Barry & The Boys (Engeland, 1965)
40. A Long Time Comin'-Bimbi Worrick (Engeland, 1969)
41. 7 Heure Du Matin-Jacqueline Taieb (Frankrijk, 1968)
42. I Put A Spell On You-Karin Kent (Nederland, 1966)

woensdag 12 augustus 2015

Week Spot: The Star-Tells



Het staat beschreven in de statuten van de 'Week Spot'. Sinds ik de 'Week Spot' behandel op Soul-xotica moet ik een bericht kunnen schrijven over de desbetreffende single. Artiesten die al eens aan bod zijn geweest, kunnen onmogelijk opnieuw een 'Week Spot' hebben. Toch heb ik onlangs de regel overtreden door 'Mercy Mercy Mercy' van Marlena Shaw als 'Week Spot' te kiezen, nadat ze die titel reeds vorig jaar heeft gehad met 'California Soul'. Vandaag ga ik andermaal voorbij aan de regel, vooral omdat het me zo goed uitkomt op het moment. Het is bijna twee uur, ik heb net 'Girls-A-Go-Go' afgesloten en ga morgen post bezorgen in Meppel en dus gaat om half zeven mijn wekker. Bij '21 oktober 2014' vinden jullie het verhaal over The Star-Tells. Ze zijn namelijk ook actief geweest als The Chymes en The Chimes en ik heb 'My Baby's Gone Away' van The Chymes toen als 'Week Spot' gehad. Vandaar dat ik het nu kort hou. De 'Week Spot' voor deze week is 'Falling In Love With You Girl' van The Star-Tells uit 1971.

dinsdag 11 augustus 2015

De vakantie die niet mocht zijn...



Ik benadruk het nog maar eens: Ik maak absoluut helemaal geen reclame voor Soul-xotica. Het zijn enkele goede vrienden en vriendinnen die ervan afweten, verder is het mond-tot-mond en zoekresultaten op Google. Ik werk al bijna drie jaar met een dame en vorige week kwam ik erachter dat ik haar nog nóóit had verteld over Soul-xotica. Het gesprek was begonnen naar aanleiding van 'De tent van bordkarton' en de dwaze actie om de sleurhut in de fik te steken. Dan zeg ik voor het eerst hardop wat ik nu aan het beeldscherm toe vertrouw: Eigenlijk zit ik door de vakantie-verhalen heen. Ik maak het nu nog even af, maar volgend jaar zal ik iets anders moeten bedenken. Overigens hoop ik volgende week reisvaardig te zijn óf al in mijn tentje te verblijven. Die week zal ik niet publiceren (er gaan geen computers o.i.d. mee in de bagage), maar ga jullie achteraf trakteren op foto's. Niet, zoals voorgaande jaren, van Google, maar eigen foto's! Vandaag blik ik terug op een bliksemstart van een vakantie die even abrupt is afgelopen. Het bericht over die dag, 24 september 2011, is kort en bondig (de laatste weken van de Nokia N95), maar vandaag haal ik nog eenmaal herinneringen op aan deze perfecte dag!

Perfect? Ja, tot het moment dat ik bij de Bundessparkasse sta te pinnen, gaat alles boven verwachting. De pas ging al een beetje stroef erin en daar had ik moeten stoppen. Nu haal ik bij een 'stroeve' pinautomaat het pasje eruit en probeer het elders. Ook heb ik sindsdien een nagelknipper aan mijn sleutelhanger zitten. Maar goed, het leven is goed en ik sta te pinnen. De transactie verloopt als gesmeerd. De SNS Bank geeft toestemming en dan moet eerst de pinpas worden uitgenomen voordat het geld verschijnt. Dan gebeurt het. De pinpas steekt nog geen halve millimeter uit de gleuf. Ik heb pas mijn nagels geknipt en ik kan vloeken en tieren wat ik wil, maar de pas komt er niets verder uit. De machine begint te piepen, de pas gaat terug, 'einde transactie' en tot een volgende keer!

Het verhaal begint in augustus als ik kennis neem van een Northern Soul-feest in Cologne. Aanvankelijk associeer ik dat met Frankrijk en omdat ik het bijzonder vind, een Northern Soul-feest aan vaste wal, geef ik het een 'like' op Facebook. Dan komt het me voor dat de namen allemaal erg Duits klinken. Zo leer ik 36 jaar na mijn geboorte dat Keulen een 'internationale naam' heeft: Cologne. Al snel ben ik aan het spelen met treininformatie en dan blijkt het uitstekend te doen. Mijn fietsvakantie is op meerdere malen van de baan gegaan. Enerzijds gebrek aan geld en een deugdelijke fiets, maar ook het weer werkt niet mee om te gaan kamperen. Eind augustus krijg ik dan het geld waar ik al maanden recht op heb en kan ik nadenken over een vakantie. Met 'Soul City Cologne' in aantocht word ik ambitieus. Eerst het weekend naar Keulen en dan? Misschien door naar München, omdat ik daar altijd nog eens naartoe wil. Misschien ook wel naar Waasmunster. Ik zie het al helemaal zitten om daar een midweek een caravan te huren. Dat laatste krijgt de overhand als ik van huis ga, gewapend met Numark, bak singles en mijn 'nieuwe' winterjas. Het is donderdag 22 nog flink koud, maar ik ben dit weekend (en ook daarna) slim verlegen met de jas. Na een rampzalige juli en augustus krijgt Europa plots een 'Indian Summer'.

Vrijdag is niet perfect, maar nog steeds voldoende. Bij aankomst in Keulen wil ik de jas al in de Rijn gooien, maar doe dat natuurlijk niet. Het is een 'splinternieuwe' Le Cocq die ik voor vijf euro bij het Leger Des Heils heb gehaald. Hij zal het drie winters uithouden. De wandeling naar de herberg is vermoeiend en bij aankomst ben ik de enige op de kamer. Ik vier het met Numark en singles. Dan even de stad in en ik ben feitelijk bekaf als ik terug kom. Ik besluit een dutje te doen, maar dat loopt uit de klauwen. 's Nachts is het nog altijd stikheet en bovendien is het erg gehorig. Ik slaap dus slecht. De ochtend komt veel te vroeg. Ik heb me niet aangemeld voor het ontbijt, daarvoor hou ik teveel van 'kaffee-mit-kuchen'. Ik stal platenspeler, tas en winterjas in de kluis bij Meininger en loop de stad in. Het is zomer! Bij een Konditorei bestel ik een potje koffie en doe een beetje 'sightseeing' vanaf het terras. Om elf uur ben ik daar wel klaar mee. Wat nu? De hitte neemt toe en ik wil dus weg uit de stad. Ook moet ik mezelf even zien te vermaken, want het Soul City-feest begint pas vanavond. Ik ga lopen en ga voorbij de Dom naar de Deutz-brug. Die steek ik over en ga langs de stille kant van de Rijn richting de Severinsbrücke. Die zal ik oversteken, maar zie dan in de verte een andere brug. Zullen we? Ja, opeens glijdt het vakantiegevoel over me heen. Ik heb tijd zat en bovendien: Wat moet ik terug in de stad? Het blijkt een fikse wandeling te zijn en als ik de brug over ga, ben ik in het dorpje Rodenkirche, vlak buiten Keulen. Bij een boetiekje koop ik een fles sinas en broodjes en vervolg mijn reis naar het centrum van Keulen, ongeveer zes kilometer verderop. Via een links-rechts-spelletje kom ik op plaatsen waar normaliter nooit een toerist komt, maar kom wel door een heel leuk parkje. Het spelletje heeft een goede uitkomst want ik kom ter hoogte van de Bundessparkasse aan in het centrum. Eerst heb ik een boodschapje. Ik ben die morgen langs een paar winkels gekomen in tweedehands kleding. Ik zoek eigenlijk een goedkoop trainingsjack, even voor deze week en dan met alle plezier in het asvat. De betreffende winkels hebben alleen Adidas-vesten en met Adidas-prijzen. Laat maar! Dat is mijn geluk geweest want zo heb ik na het pin-avontuur nog twintig euro in mijn zak zitten.

Eerst pinnen, dan even slapen, de stad in om te eten en verder naar Ehrenfeld voor het feest. Evenals een maand later denk ik dat dit feest om acht uur begint, maar dat is pas na middernacht. Toch is dit het idee dat ik heb. Nogmaals: Het is mijn geluk dat het zo is gegaan. Nadat Meininger mij de vijfendertig euro van twee nachten heeft uitgekeerd, heb ik nog steeds tijd om thuis te komen. De ICE is uit de vaart en zo reis ik via Venlo voor 29 euro all-in. Daar besluit ik het volgende maand opnieuw te doen!

Het is bizar: Als ik 's avonds, lichtelijk teleurgesteld, thuis in Steenwijk zit, lijkt het een droom. Toch heeft de wandeling langs de Rijn echt op dezelfde dag plaats gehad. Heel soms denk ik er wel eens aan om 's ochtends vroeg de trein te pakken, de wandeling te doen en weer met de trein terug te gaan. Nee hoor, wees maar niet bang... De vakantie mocht niet zijn, maar deze dag pakken ze me niet meer af. Het is 'Genieten' met hoofdletter 'G'.

Raddraaien: Twisted Sister



Ik heb een virtuele lijst van radioshows die ik 'nog één keer wil doen'. Een show met jaren zestig beat- en Mod-meisjes staat daar eveneens tussen. Nu kan de presentator van onze Mod-show op woensdagavond onverhoopt niet en ik heb de kans aangenomen om 'die ene show' te doen. Daar ben ik gisteravond vooral mee bezig geweest. Ik heb al een hele lange lijst, maar ja... de meeste verhaaltjes zijn met drie minuten al ruim verteld en dus ben ik feitelijk nog halverwege. Het wordt een 'droomshow' voor als je van beat-, garage, Mod- en freakbeat-meisjes houdt, dus jullie zijn morgen welkom om elf uur op www.wolfmanradio.co.uk. Nu eerst maar de laatste Raddraaier uit de tiende serie. De 128e single uit de achtste jaren tachtig-back? Nee, zoveel zitten er niet in het bakje. Bij 112 houdt het op en kan ik weer van voren af aan beginnen. De zestiende single zou je met enige spot ook weg kunnen dragen als een 'meidengroep'. Het nummer zélf is helemaal verbonden aan een meidengroep: 'Leader Of The Pack (1985) van Twisted Sister.

Soms steek zelfs ik nog iets op van 'Raddraaien'. Ik bedoel... Twisted Sister, dat is voor mij net zo jaren tachtig als zo'n zenuwslopende kubus en meisjes met fluorescerende vitrage in hun haar. De geschiedenis van de band loopt echter terug naar 1972, hoewel in 1976 Twisted Sister écht van de grond komt. Het begint in december 1972 met de band Silver Star. Beïnvloedt door de geluiden van de New York Dolls wil Silver Star hetzelfde bereiken in New Jersey. 'Brein' achter Silver Star en deze plotselinge verhuizing is drummer Mell Anderson (alias Mell Star). John Segall (beter bekend als Jay Jay French) haat de naam Silver Star en op 14 februari 1973 gaat de groep voortaan als Twisted Sister door het leven. Met de naamsverandering worden ook enkele muzikale veranderingen aangebracht, waardoor ook het personeel van de groep wisselt. Twisted Sister kan meteen aan de bak en speelt vaak 'residenties' in clubs van zes nachten achtereen. In de zomer van 1973 speelt de groep in de Mad Hatter in East Quogue en beklimt maar liefst 78 avonden het podium. De overige 27 avonden staat de groep in andere clubs, maar het levert een totaal van 105 avonden op. De groep gaat in de eerste paar jaar door een paar levens. In de zomer van 1975 vindt de vierde geboorte plaats van Twisted Sister. Het is een komen en gaan van muzikanten en zeker sinds Jay Jay French de rol van manager op zich heeft genomen, vertrekt menigeen met bonje.

In februari 1976 stelt boeker Kevin Brenner de groep voor aan Danny Snider. Hem zullen we beter kennen als Dee Snider. Twisted Sister laat de covers voor wat het is en gaat nu zelfs actief schrijven. Toch duurt de nieuwe bezetting slechts zes weken en op 1 april 1976 begint Twisted Sister aan haar zevende leven. Drummer Tony Petri is de nieuwe man en de groep stapt uit de glamrock en kiest voor een meer 'heavy' muziekstijl. Hoewel, in het begin komt de groep nauwelijks aan spelen toe, de heren Snider en French beginnen met hun 'raps'. Tussen de nummers door beginnen de twee een komische woordenwisseling over de gebeurtenissen van die dag en dat maakt dat de groep op een bepaald ogenblik slechts één nummer hoeft te spelen en voor de rest deze sketch kan opvoeren. Later zal de muziek weer de overhand krijgen, maar de humor en (zelf)spot blijft alom aanwezig. De groep heeft een actieve fanclub en zonder een platencontract of een plaat op de radio, weet Twisted Sister de New York Palladium helemaal te vullen.

Op 1 april 1982 voegt drummer AJ Pero zich bij Twisted Sister en dan is er sprake van de 'klassieke' Twisted Sister-bezetting: Snider, French, Eddie Ojeda, Mark Mendoza en Pero. In dat jaar tekent Twisted Sister een contract in Engeland bij het punk-label Secret Records, omdat hun dat in Amerika te moeilijk vergaat. 'We're Not Gonna Take It' moet de klapper worden op Secret Records, maar het label gaat bankroet. Het zal uitgroeien tot één van de grootste hits van Twisted Sister.

Als de groep in 1984 middels videoclips op MTV is te zien, staat de band al vol van controverse. Niet alleen de, tegen travestie aanleunende, make-up en kledingstijl, maar vooral de 'opruiende' teksten. Twisted Sister is de meester om jeugd op te zetten tegen hun ouders en leraren en in de 'komische' videoclips zit niet zelden geweld tegen het gezag. Dee Snider moet zich in de Senaat verantwoorden voor de teksten. Maar zo snel als het opwaarts gaat met de groep, die al ruim tien jaar heeft aangemodderd voor het eerste succes, zo snel kan het ook afgelopen zijn. Na het matig succesvolle album 'Come Out And Play' (1985) wil Dee Snider niets liever dan een nieuw project beginnen. Als hij de band heeft samengesteld, klopt hij aan de bij platenmaatschappij. Deze wil niks van een 'nieuwe band' weten en verlangt een volgende Twisted Sister-plaat. 'Love Is For Suckers' verschijnt eventueel in 1987, maar het is een behoorlijk slappe hap pop en de groep verliest de fans één voor één. Ook weigeren de leden langer make-up te dragen. Dat leidt het voorlopige einde in. Dee Snider verlaat in oktober 1987 de groep en Twisted Sister gaat in januari 1988 officieel 'op slot'.

Na drie reünies kunnen de leden elkaar in 2003 weer recht in de ogen kijken en sindsdien terroriseert Twisted Sister weer de podia en de trommelvliezen. Toch begint het de laatste jaren af te bouwen. Op 20 maart wordt bekend dat AJ Pero is overleden. Op 7 april kondigt de groep haar afscheidstournee aan. Over het 'hoe en wanneer' kan ik kort zijn: Ik heb de single eens in de midden jaren negentig meegenomen van een fancy-fair in Sneek, blijkbaar een jaar met weinig interessante singles.

zondag 9 augustus 2015

Raddraaien: Us



Omdat ik de afgelopen maanden nogal wat 'verdwaalde' singles heb terug gezet en ook nog de nodige 'algemene' singles heb gekocht bij De Tafel, zijn de bakken voor de tiende serie 'Raddraaien' uitgebreid. De jaren zestig, zeventig en tachtig hebben elk een extra bak erbij gekregen en na Nancy Wilson mag ik vandaag een single uit de 'nieuwe' zestiende jaren zeventig-bak halen. Dat is meteen een exoot, want er is bitter weinig bekend over deze single, behalve dat het een 'smerige truc' is geweest die goed heeft uitgepakt. Deze aflevering van 'Raddraaien' zal dan ook meer over de randverschijnselen gaan dan over de plaat zelf. De centrale schijf is 'Music In The Air' van de gelegenheidsformatie Us (1974).

Er wordt over het algemeen nogal neerbuigend gedaan over pluggers. Menig radiostation ziet ze ook liever gaan dan komen, hoewel de 'grote jongens' met open armen worden ontvangen. Een plugger is in dienst van een platenmaatschappij en moet ervoor zorgen dat de nieuwe plaat op de radio wordt gedraaid. Als dat veelvoudig gebeurd, is de kans groter dat het publiek de plaat op pikt en het nummer op de hitparade terecht komt. Het vak van de plugger is niet van de laatste tijd. Het stamt al uit een tijd dat orkesten een stuk op het repertoire moeten hebben om het populair te maken. Dat orkest moest dan, uiteraard, betalen voor de malen dat ze het stuk speelden en de muziekuitgeverij, waarvoor de dienstdoende plugger werkte, creëerde daarmee inkomsten en kon de aangesloten componisten uitbetalen.

Met name in de jaren zestig en zeventig wordt de plugger steeds meer een 'gladde jongen'. De platenindustrie explodeert en dus moet een plugger alles op alles zetten om zijn plaat gedraaid te krijgen. Een goed gevulde envelop of een ander relatiegeschenk kan daarbij helpen, maar dat hoeft niet beslist. Daarvoor hoeven we alleen maar te kijken naar de praktijken van Motown in de jaren zestig. Je zou bijna geloven dat Detroit in die tijd slechts één platenmaatschappij heeft, maar in werkelijkheid zijn het honderden. De promotie-afdeling van Motown heeft het bijkans drukker met kleine platenlabels van de speellijst te houden dan met haar eigen artiesten. The Four Tops en The Supremes behoeven ook weinig overtuigingskracht, ook zonder een plugger zouden deze platen wel worden gedraaid. In 1966 komt het bij Golden World aan het licht dat hun plugger wordt geschaduwd door een medewerker van Motown. Telkens als de Golden World-plugger ergens een plaat heeft achtergelaten met een envelop met geld, stapt de Motown-vertegenwoordiger binnen met een mooi aanbod op voorwaarde dat de Golden World-plaat wordt geknakt. Golden World-eigenaar Ed Wingate verkoopt vervolgens zijn imperium aan Motown, waarmee één concurrent uit het straatbeeld is verdwenen. Hetzelfde gebeurt ook bij Mary Wells als ze Motown heeft verlaten en 'My Love Songs To The Beatles' opneemt voor 20th Century en zal de geschiedenis zich in 1968 herhalen met 'I Got What You Need' van Kim Weston.

In Nederland gaat het er een stuk vreedzamer aan toe. Er verschijnt wel eens een gelegenheids-hit op de Top 40, maar dat is incidenteel. Omdat Chess belangstelling heeft om de distributie op zich te nemen van Havoc Records, staat 'It's Gone' van The Motions een week op 39 zodat Havoc het resultaat kan laten zien aan Chess. In 1974 stelt Jean-Pierre Burdorf een groep samen van pluggers. Het idee is om samen een plaat te maken en deze tegelijk te pluggen. Alleen... op welk platenlabel breng je het uit met vertegenwoordigers van allemaal verschillende maatschappijen? De keuze valt op de kleinste: Delta. Er doen ook een paar professionele artiesten aan de plaat mee, waaronder Patricia Paay. Verder is Ron Brandsteder een prominente gast. De plaat schiet door naar een vijfde plek in de Top 40. De opvolger, 'Hey Man', doet het een stuk minder.

Ron Brandsteder is niet de enige plugger die later 'promotie' zal maken. George Gershwin is ooit begonnen als plugger, alsook Tammy Wynette. Herman Van Der Velden wordt muzieksamensteller. Pierre Kartner oogst succes als Vader Abraham. Tussen Lucifer en 'Playbackshow' vervult Henny Huisman de functie van plugger. Marcel, zoon van Boudewijn, De Groot is plugger voor HKM en novelty-act Gabber Piet is ook een voormalige plugger.

Van hit naar her: Made In June



Ik lig alweer een beetje achter met de berichten, maar daarmee schep ik ook de mogelijkheid om korte metten te maken met deze ronde 'Raddraaien'. Vanzelfsprekend begin ik weer helemaal overnieuw, want wat mij betreft is dat een rubriek waar nóóit een einde aan komt. Vandaag eerst 'Van hit naar her' doen met mijn zoektocht naar zomerhits. Voor Made In June komt dat te laat, in navolging van haar vorige twee singles is ook het uitstekende 'Nobody But You' in de onderste regionen van de Tipparade blijven steken. Ik snap het niet. Eigenlijk had Made In June hier al ruim een jaar geleden moeten staan, maar toen was de informatie te beperkt om tot een fatsoenlijk bericht te komen. Nu komt het er dan toch van, ook al is de centrale schijf reeds uit de Tipparade verdwenen. Vandaag staat de Amsterdamse dj/producer Made In June in het zonnetje met haar track 'Nobody But You'.

Zodra je de echte naam weet van Made In June wordt het allemaal een stuk eenvoudiger en dat is informatie die nauwelijks voor handen is in juli 2014. June Te Spenke wordt op 9 maart 1983 geboren. Muziek speelt een belangrijke rol in haar jeugd en ze speelt als kind piano. In de midden jaren negentig maakt ze maar liefst drie seizoenen deel uit van Kinderen Voor Kinderen. Hebben we daar Frizzle Sizzle ook niet aan te danken? Toch zet ze de muziek even op een zijspoor als ze in 1996 uit het koor stapt. June gaat door in de filmwereld. Niet als actrice, maar als filmmaker. Ze werkt op de set van Paul Verhoeven bij de opnames van 'Zwartboek'. Kort daarna mag ze het zelf proberen en dat doet ze middels de rolprenten 'Stoppen' (2006) en 'Breath' (2008). Tevens produceert ze de videoclip voor 'Kop In Het Zand' voor Nielson. In 2007 draait ze plaatjes op een feest bij vrienden en de reactie van de aanwezigen moedigt haar aan om hierin verder te gaan. Binnen de kortste keren staat June in bijna iedere Amsterdamse club achter de decks en begint ze zelf ook al wat te 'knutselen'.

Eerst is daar 'Tarzan' en vervolgens 'Golden'. Die laatste track wordt door Nicky Romero bekroond tot 'beste track van de week', een eer die ook 'You And I' te beurt valt. Deze single bereikt een jaar geleden de toppositie: Nummer 4 in de Tipparade. Meer zit er niet in. Wat mij meteen aanspreekt in 'You And I' is het prettige contrast. Een heel fraai liedje met betoverende vocalen dat wordt afgewisseld met woeste stukken. 'Perfect Storm' is wat dat betreft een stukje subtieler. Deze verschijnt in de week van kerst op de Tipparade en klimt in negen weken van 29 naar 1 in de Tipparade. De tijd dat nummer 1 in de Tipparade betekende dat het de Alarmschijf was en de volgende week in de Top 40 terecht kwam, is al lang niet meer zo. De Alarmschijf wordt door 538 gekozen en heeft niks meer met de Tipparade van doen.

'Nobody But You' doet het bedroevend slecht op de Tipparade. In vier weken klimt het van 29 via 27 en 25 naar 22 en daar eindigt het verhaal. Erg jammer, want feitelijk is 'Nobody But You' een puur popliedje zonder de 'herrie' van 'You And I' dat niet had misstaan op de Top 40 en dat evenmin 'gestoord' zou hebben op Sky Radio. 'Progressive House' is wellicht de benaming die het beste past bij haar producties. In het geval van remixen betekent dit dat ze de tracks melodieuzer maakt, iets dat ze eveneens nastreeft in haar eigen nummers. ,,Het meest belangrijke in mijn muziek zijn de melodieën en de warme vocalen. Ik wil de luisteraar een gevoel van liefde geven door mijn liedjes". Ook benadrukt ze dat haar liedjes 'poppy' zijn door de vocalen, maar dat is niet iets waar ze zich voor schaamt. En dat hoeft uiteraard ook niet, want Made In June weet me een paar melodieën te bedenken. Ik kijk al reikhalzend uit naar de volgende!

Een zomerhit zit er voorlopig nog niet in voor Made In June, maar ze heeft het druk genoeg. Ze is veelal in de studio te vinden, sleutelend aan nieuwe nummers en aan remixes van meer progressieve artiesten. Progressief, omdat deze moeten toestaan dat de structuur van hun nummers drastisch kan worden veranderd. Verder treedt ze overal ter wereld op met haar eigen geselecteerde nummers. Ze heeft eens opgetreden op een bruiloft in Spanje waar het stel de nummers had uitgekozen, maar dat viel niet in goede aarde bij de aanwezige familie. Haar meest favoriete optreden is 'dicht bij huis'. Ze heeft weliswaar op 'Amsterdam Dance Event' en 'Dance Valley' gestaan, alsmede grote festivals en happenings in het buitenland, ze kijkt nog met het meeste plezier terug op de Zwarte Cross.

vrijdag 7 augustus 2015

1970: Door de bands het bos niet meer zien



Als ik nu eens zuiniger was geweest op bepaalde dingen, dan...? Gelukkig bestaat 'als' niet en toch doet het in enkele gevallen pijn. Of kan ik met een diepe zucht tevreden stellen dat het op het nippertje goed is gegaan. Zoals die vluchtige blik op de verfomfaaide 10" terwijl ik het in een bak met plastic gooi. Gescheiden afval... Zo 'ontdek' ik een veel gezochte 'private pressing'. Als ik hem eerder had 'ontdekt' en niet uit de hoes vandaan in de bak met plastic had gegooid, had die kras waarschijnlijk niet op kant 1 gestaan? Maar dan heb ik het weer over platen. Ik denk ook nog wel eens terug aan de verzameling literatuur. Geen Büch-collectie, maar toch een paar héle interessante titels uit de eerste oplage. Die zijn waarschijnlijk verschimmeld in een kelder. Dan is er nog de poster zoals die hierboven is afgebeeld. Als ik hem nog heb, zal hij wel niet in een bijster goede staat zijn. Het is meer waarschijnlijk dat die bij een verhuizing abusievelijk het oud papier is in gegaan. Ik zet dit 1970e bericht op Soul-xotica in het teken van het 'Holland Pop Festival' in het Kralingse Bos in Rotterdam.

In 1970 'rooft' iemand de poster van het 'Holland Pop Festival'. Het ding is al ergens aangeplakt geweest en de randen zijn beschadigd. Daarnaast bouwt de liefhebber een kleine collectie 'memorabele' posters op, allemaal vakkundig meegenomen uit bushokjes en dergelijke. Rond de eeuwwisseling biedt hij de collectie aan bij een kringloopwinkel in het midden des lands en zo kom ik in het bezit van deze poster. Ik ken een van de mensen daar en deze heeft het moeilijk bij deze poster. Hij is immers niet 'mooi genoeg' voor de verkoop, maar ook te interessant om hem zo weg te moffelen. Hij weet dat hij mij een enorm plezier kan doen met de poster. Hij hangt dan ook een paar maanden op mijn kamer en verhuist ook nog mee naar Tuk. Nogmaals: Het kan zo zijn dat hij nog ergens in een doos zit, maar ik vrees het ergste over de toestand van de poster. Het is een 'novelty', een ingelijst exemplaar in nieuwstaat heeft ooit, geloof ik, 300 euro opgebracht in een veiling.

Het Monterey Pop Festival in 1967 mag de aanstichter worden genoemd. Nooit eerder stonden zoveel internationaal befaamde artiesten en bands op een festival. In 1969 vindt het navolging in Woodstock, terwijl Engeland van zich laat horen middels Isle Of Wight en Glastonbury. De festivals trekt ook een apart cultuurtje aan, lieden die in kampeerbussen van festival naar festival trekken. In 1970 is Nederland aan de beurt. Van 26 tot en met 28 juni 1970 staat het neusje van de zalm van de progressieve rockmuziek op het podium in het Kralingse Bos in Rotterdam. Aanvankelijk staat Jimi Hendrix gepland als hoofdact, maar deze wordt maanden van tevoren geschrapt en vervangen door Jefferson Airplane.

Het festival wordt georganiseeerd door vier mensen: Berry Viseer, Georges S. Knap, Toos Van Der Sterre en Piet Van Daal. Het kwartet lijkt aan alles te hebben gedacht, tot aan kinderopvang aan toe. Datgene dat ze over het hoofd zien, zal het festival zelfs nog meer een legendarische status geven: Halverwege het festival blijkt er een 'gat' te zijn in de omheining en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt door bezoekers die niet de volle mep willen betalen. Het hoofdprogramma van de vrijdagavond biedt optredens van East Of Eden (dan in de belangstelling middels 'Jig-A-Jig'), Quintessence, Hot Tuna (Jefferson Airplane-link), Canned Heat, The Flock, Santana en Jefferson Airplane. De laatste dankt haar enige Top 40-single aan het optreden in Rotterdam: 'White Rabbit/Somebody To Love' staat een maand later in de hitlijst.

Op zaterdag trapt CCC Folk & Blues Inc. af, deze band zal beter bekend worden als CCC Inc. en tevens een broedplaats voor toekomstige Doe Maar-leden. Supersister is van de partij, alsook Al Stewart. De laatste moet dan nog zes jaar wachten totdat zijn 'Year Of The Cat' aanbreekt. Verder ziet de toeschouwer Third Ear Band, Renaissance, Tyrannosaurus Rex, Country Joe, Dr. John, Family en The Byrds. Die laatste band wordt in de vroege jaren zeventig omarmd door het VPRO-publiek. Op zondag treden achtereenvolgens aan: Mungo Jerry, Chicago Art Ensemble (niet te verwarren met Chicago Transit Authority), John Surman, Han Bennink, Caravan, Fairport Convention (zonder Sandy Denny), Fotheringay (met Sandy Denny), Soft Machine en Pink Floyd. De natuur speelt een hoofdrol bij het optreden van Pink Floyd. Als deze 'Set The Controls For The The Heart Of The Sun' inzet, komt de zon op en geeft het optreden voor vele bezoekers een meerwaarde.

In 1971 verschijnt de film 'Stamping Ground', naar het voorbeeld van de film 'Woodstock' (vertraging in het bericht: Ik zit inmiddels al een half uur gekluisterd aan het beeld. Kan me eigenlijk niet de volledige film permitteren, maar ik vrees het ergste...). Moondog mag dan niet op het programma staan, zijn 'Stamping Ground' is wel het thema geworden voor het festival. Ik koester mijn vinylsingle in Holland Pop-fotohoesje. In de loop der jaren heeft het festival centraal gestaan in verschillende tentoonstellingen, boeken en publicaties en films. Net zoals bij Woodstock is de financiële rompslomp, die pas later komt, de doodsteek voor het festival dat geen vervolg krijgt in 1971. Ik betwijfel me of veel van de bezoekers zich nog veel van de details zullen herinneren, want de waterpijp is alom vertegenwoordigd in het publiek. Er wordt volop gedeald op het terrein, maar de politie, zowel in uniform als undercover, lijkt alles oogluikend toe te staan.

Na de volledige film te hebben gezien, moet ik concluderen dat ik It's A Beautiful Day mis in alle overzichten, terwijl de band prominent in 'Stamping Ground' is te zien. Verder kan ik melden dat op 26 september een 'tribute' plaats vindt van het Holland Pop Festival met onder andere Focus en CCC Inc., maar de huisregels zijn minder vrijblijvend dan in 1970: Er wordt absoluut géén drugs getolereerd. Overigens heeft de EHBO in 1970 de meeste drukte aan snijwonden, veelal opgelopen door een aantal van de 220.000 blikjes Coca Cola. Dat is namelijk de hoofdsponsor van Holland Pop. Toch is het niet alleen maar drugs en cola op het terrein, op het orgel van Pink Floyd-toetsenist Rick Wright staan pijpjes Oranjeboom.