dinsdag 7 oktober 2014

Week Spot: Otis Leavill



Het kiezen van een Week Spot is deze week een hele sport! Het moet voor mezelf een redelijk recente aankoop zijn en eentje waar ik eenvoudig iets over de artiest kan vertellen. Bovendien is de Week Spot een soort van keuken, één Week Spot is niet representatief voor mijn verzamelen, het zijn de verschillende smaaksensaties die het tot een geheel maken. Met het oog op volgende week moest de Week Spot deze week stokoud zijn, als het even kan 'pure Northern Soul'. The Jacksons valt in dat kader af en The Sequins is me alweer té lang geleden. Ik ga niet zeggen dat de Week Spot van deze week een 'tweede keus' is, maar het feit dat het nummer op 21 in de Blauwe Bak Top 40 stond, zegt op zichzelf al iets. Ik had de plaat anders waarschijnlijk ook niet gekocht, als ik niet een speciale interesse voor het label had gehad. Toch is Otis Leavill onderdeel van een stukje muziekgeschiedenis waar ik nog dagelijks van geniet en dus is zijn plek geheel terecht. De Week Spot van deze week is 'A Reason To Be Lonely' van Otis Leavill (1965).

Hoezo een fascinatie voor een sub-label van een 'major'? Dat enthousiasme begint bij Joyce Kennedy. Ik leer haar 'I'm A Good Girl' kennen op de 'Northern Soul Jukebox' en zet mijn voelsprieten uit. Al snel leer ik kennen dat de plaat ontzettend moeilijk te vinden is, erg in trek bij verzamelaars en een hoge prijs als gevolg. Ik heb in twee jaar slechts één exemplaar gezien en deze moest 150 pond opbrengen. Intussen vind ik wel 'Does Anybody Love Me' van dezelfde Joyce Kennedy, eveneens op het Blue Rock-label. Ik ken 'A Reason To Be Lonely' al wel een flinke tijd, maar heb me nooit gerealiseerd dat deze op Blue Rock is uitgebracht. Je ziet een roze demo van deze single niet vaak en dus hap ik toe. Ik moet mijn maximumbod zelfs nog eens bijstellen, maar dan heb ik hem binnen! Getuige een Facebook-groep heb ik een mooi koopje gedaan, dus mij hoor je niet klagen. Een paar weken later vind ik Dee Dee Warwick op Blue Rock en dat is voorlopig mijn Blue Rock-collectie. Blue Rock bestaat van 1964 tot en met 1969 en komt net als haar moeder-maatschappij Mercury uit Chicago. De naam van het label is misleidend, want de blues-releases zijn op een hand te tellen en aan rock doet het helemaal niet. The Shirelles is waarschijnlijk het meeste 'rock', maar verder zijn het artiesten als Shirley Wahls en onze Otis Leavill die de dienst uitmaken.

Hij wordt geboren op 8 februari 1937 geboren als Otis Leavill Cobb in Georgia, maar verhuist als tweejarige naar Chicago. Curtis Mayfield en Major Lance behoren toe aan zijn vriendenkring en met de laatste formeert hij in 1958 een trio (aangevuld met Barbara Tyson), The Floats, dat niet verder komt dan een demo-opname. Zijn eerste eigen plaat verschijnt in 1963 op het minuscule Lucky-label. 'Rise Sally Rise' heeft 'I Gotta Right To Cry' op de b-kant staan en deze laatste is door Curtis geschreven. Hij is niet bepaald gelukkig bij Lucky en stapt vervolgens over naar Limelight, waar hij twee singles maakt. Ten tijde van zijn vierde heeft hij getekend bij Blue Rock. 'Let Her Love Me' is een stukje muziekgeschiedenis op zichzelf. Het liedje behaalt een 31e plek op de R&B en introduceert Leavill's naam bij een groter publiek. Het liedje is geschreven door Billy Butler, Major Lance produceert het en The Impressions is op de achtergrond te horen. Toch zal Leavill voorlopig niet meer erin slagen om dit succes op te volgen, ondanks een stroom fijne Chicago-producties. Leavill schrijft 'A Reason To Be Lonely' samen met Major Lance en Carl Davis. Het wordt geen hit, maar wordt in de vroege jaren zeventig omarmd door de Engelse Northern Soul-beweging.

Leavill begint rond dezelfde tijd een samenwerking met Carl Davis als talent-scout en assistent-producer. Ze werken voornamelijk voor Okeh en Brunswick. In 1967 besluiten de heren samen een label te starten: Dakar Records. Veel van de door hen ontdekte artiesten vinden onderdak bij Dakar, alsook een paar gevestigde namen. Major Lance neemt een paar singles op voor Dakar, maar Tyrone Davis is waarschijnlijk de bekendste met 'Turn Back The Hands Of Time'. Leavill kan het niet laten en neemt zelf ook een plaatje op: 'I Love You'. Het is geschreven door Eugene Record van The Chi-Lites, een andere ontdekking van Leavill. Hij staat eveneens te boek als ontdekker van Yvette Stevens, die we beter kennen als Chaka Khan. 'I Love You', met Record en Barbara Acklin op achtergrondzang, bereikt een tiende plek op de R&B en is daarmee Leavill's grootste hit. In Chicago is het de gewoonste zaak om de zang los van de muziek op te nemen. Bij Brunswick worden de orkestbanden vaak 'gerecycled'. Een bekend voorbeeld is 'Soulful Strut' van Young-Holt Unlimited dat gewoon de instrumentale 'Am I The Same Girl' van Barbara Acklin is met een toegevoegde piano. Als Erma Franklin tekent bij Brunswick mag zij bijvoorbeeld de complete band van 'I Get The Sweetest Feeling' van Jackie Wilson gebruiken. In 1972 is hetzelfde het geval met Dana Valery. De Italiaanse neemt een album op voor Brunswick en voert daarop onder andere 'You Babe' uit, een eerdere opname van Otis Leavill. Dat wordt veertig jaar later uitgebracht als single en zit sindsdien in mijn koffers. Dat is tegelijk hoe ik de naam van Otis Leavill leer kennen.

Zijn latere platen floppen genadeloos, maar Leavill blijft desondanks tot aan zijn dood actief in de muziek. Nog het meeste op de achtergrond met Lance, Tyrone Davis en Gene Chandler. Hij dient ook enkele jaren als politieagent en traint een American Football-team. In 1999 maakt hij deel uit van The Dells tijdens een Europese tournee en een jaar later begint hij maar een fris platenlabel. Hij denkt nog lang niet aan pensioneren als op 17 juni 2002 een hartaanval hem fataal wordt. Otis is de Week Spot-artiest, maar ik heb zo'n vermoeden dat Carl Davis of iemand anders uit de de Chi-Town-scene een standbeeld gaat krijgen in de nabije toekomst!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten