donderdag 10 mei 2012

ben je humble of wil je een pie?

Euh... Eigenlijk is dit een 20 Years Ago Today, maar ik had de kop al bedacht! Bovendien stoppen we met deze aflevering met het 'live' volgen van de aankopen van twintig jaar geleden, morgen is het zolang geleden dat ik in de kringloopwinkel in Sneek tegen de 'droompartij' aan liep. Een erg bizarre verzameling singles die ik (bijna) allemaal al eens of vaker ben tegengekomen. Blijkbaar was er tegelijk met mij een andere verzamelaar die de singles wél kocht en in 1992 besloot alsnog de partij weg te doen. Ik kon ze helemaal uittekenen, alles klopte, tot aan de namen van de eigenaars (m/v) op het hoesje. De platen waren toen erg de moeite waard, binnen de singles heb ik groots boodschappen gedaan en wilde net aan de elpees beginnen, toen... ik op de radio hoorde dat die nacht de winkel in vlammen was opgegaan. Anders had ik die middag alle Black Sabbath-elpees uit de jaren zeventig aangeschaft... Vandaag de eerste elf singles uit die partij met speciale aandacht voor twee, of eigenlijk drie, titels.

709 We Were All Wounded At Wounded Knee-Redbone (1973)
710 Standing And Staring-Shoes (1966)
711 That Tender Looking Angel-Shoes (1969)
712 Natural Born Bugie-Humble Pie (1969)
713 Shine On-Humble Pie (1971)
714 Drina-Spotnicks (1964)
715 The Eye Of Madness-Visitor (1981)
716 Riki Tiki Tavi-Donovan (1970)
717 A Salty Dog-Procol Harum (1969)
718 Clap For The Wolfman-Guess Who (1974)
719 Tin Soldier-Small Faces (1968)

In de film 'Almost Famous' wordt het andermaal benadrukt: Het zijn de ego's die de rock'n'roll in de jaren zeventig om zeep hebben geholpen. Eigenlijk gebeurt dit al ietsje eerder. Sinds de Beatlemania neemt ook de adoratie voor rockmuzikanten drastische vormen aan. Vroege Eric Clapton-fans schrijven 'Clapton is God' op ieder muurtje of electriciteitshokje. In 1969 lijkt ieder zijn eigen 'supergroep' te beginnen, toch zit de meeste egotripperij in de hoek van de Britse rhythm & blues. Denk aan Blind Faith, Led Zeppelin en C.C.S. Humble Pie krijgt ook meteen het stempel van 'supergroep' toegewezen. Hoewel Steve Marriot The Small Faces als rhythm & blues-band was begonnen, heeft deze groep nauwkeurig de contouren van de heersende rages in de popmuziek gevolgd. The Small Faces neemt officieel afscheid van haar publiek, maar Ronnie 'Plonk' Lane zet de band verder met de voormalige Jeff Beck Group-zanger Rod Stewart. 'Small' wordt gedropt en de band leeft nog lang en gelukkig als The Faces.

Peter Frampton komt helemaal niet uit de rhythm & blues, maar is gedurende een jaar een marionet in de groep The Herd. Waar het songschrijversduo Ken Howard en Alan Blakeley (samen 'Howard Blakeley') met Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich de Britse bubblegum had uitgevonden, daar stopten ze een soort van gotisch sfeertje in de muziek van The Herd. Ondanks pretentieuze titels als 'From The Underworld' en 'Paradise Lost' zijn dit evenmin tekstuele hoogvliegers, om van het brallerige 'I Don't Want Our Loving To Die' nog te zwijgen. Frampton loopt tegen hetzelfde probleem op als Alex Chilton bij The Box Tops en Michael Nesmith bij The Monkees: Het wordt hem van hoger hand verboden om eigen repertoire te schrijven en te gebruiken voor zijn groep. Nadat hij is verkozen als 'the face of 1968' stapt Frampton uit dit teenybop-avontuur en formeert Humble Pie met Steve Marriott.

Bassist Greg Ridley heeft gespeeld bij Spooky Tooth, de zeventienjarige drummer Jerry Shirley heeft al een single op zijn naam staan met de mod-band Apostolic Intervention. Naar het voorbeeld van Blind Faith en Led Zeppelin wacht Humble Pie ook geen halfjaar voordat hun eerste langspeler uitkomt. 'As Safe As Yesterday Is' is goed beschouwd een broddelwerk en wordt ook als dusdanig ontvangen, hoewel 'Natural Born Bugie' een aardige single is. Later dat jaar verschijnt 'Town And Country'. Humble Pie schijnt in 1969 tientallen opnames te hebben gemaakt, enkele daarvan zijn nog maar recent alsnog verschenen. Hoewel ze met 'As Safe As Yesterday Is' tot de vroege hardrock worden gerekend, is het tweede album diverser en beter uitgewerkt. Hoewel de groep nog een kleine opleving zal hebben in 1972, is Engeland al snel té klein voor de groep en breekt ze goed door in Amerika.

In 1971 verschijnt het album 'Rock On' met ondermeer de single 'Shine On'. Deze zal Frampton vijf jaar later nog goed van pas komen! Frampton heeft het na dit album wel weer bekeken en richt een nieuwe band op: Camel, maar hun eerste live-plaat uit 1972 is nog geen groot succes. Zijn vervanger in Humble Pie heet Clem Clempson en in die bezetting houdt de groep het tot en met 1975 uit. In 1979 richt Marriott nog eenmaal een nieuwe Humble Pie op, maar halverwege de jaren tachtig verliest hij het recht op de naam. Deze is ingepikt door de benjamin van de groep, Jerry Shirley. Die zal nog jaren nadien optreden met een 'Humble Pie Featuring Jerry Shirley', een groep waarin hij het enige oorspronkelijke lid is. Steve Marriott en Peter Frampton zijn in 1990 samen in de studio te vinden, werkend aan de comeback van Marriott. Als hij op 20 april 1991 thuiskomt uit de studio en een hazenslaapje wil doen, wordt hij niet meer wakker. Marriott is vergeten dat, toen hij ging liggen, een brandende sigaret in zijn mondhoek had...

Peter Frampton? 'De man met dat permanent die zijn gitaar liet klinken als Donald Duck'(uit: 'Hi Fidelity' van schrijver Nick Hornby). Tja, die kwam in 1976 tot leven en 'settelde' zichzelf een jaar later in 'ons' ('I'm In You') en leeft sindsdien in een afgesloten tijdscapsule die 1977 heet. De punk moet nog worden uitgevonden! Hij heeft twee hits op zijn naam staan ('Show Me The Way' had 'Shine On' als b-kant) en brengt nog menig zaal in vervoering als hij door dat malle rietje gaat gorgelen. Naast Marriott heeft ook Greg Ridley het tijdelijke verruild voor het eeuwige.

Morgen wil ik wederom gaan raddraaien, wie brengt me ditmaal een cijfer tussen 0 en 151. Bak 2, kan ik al verklappen, is een bak jaren vijftig en zestig, van Ken Boothe tot het Cocktail Trio! Wie durft?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten