vrijdag 12 oktober 2018

Raddraaien: Jay & The Americans



Mijn radio-collega Lee pakt iedere gelegenheid om Ali Campbell de huid vol te schelden. Het is natuurlijk ook niet netjes wat Campbell en zijn maten hebben gedaan. Campbell heeft UB40 op een zeker moment verlaten en heeft daarmee automatisch afstand genomen van de bandnaam, want... de band blijft gewoon bestaan. De andere muzikanten vinden het concept van 'Labour Of Love' helemaal uitgemolken en zoekt nieuwe manieren om het geluid van UB40 een toekomst te geven. En dat heeft uiteindelijk geleid tot popreggae-covers van countryliedjes. Dan staat Ali Campbell opeens op na een mislukte solocarrière en 'kaapt' als het ware de naam van een bestaande band. In geval van UB40 is het wrang, maar bij de Amerikaanse bands van de jaren zestig en zeventig de normaalste zaak van de wereld. Het merendeel van de oorspronkelijke Lynyrd Skynyrd-leden mag zijn omgekomen in het vliegtuigongeluk, er zijn inmiddels tientallen bands actief die allemaal de claim hebben dat ze een voortzetting zijn van de legendarische band. Im Amerika stikt het van de 'revival'-feesten en dus is er een grote vraag naar jaren zestig-groepen, ook al is er maar één oorspronkelijk lid op het podium. Bij Jay & The Americans is dat uiteindelijk heel anders verlopen en dat zal ik straks nader verklaren. De 'Raddraaier' is de dertigste single uit de negende jaren zestig-bak. Daar vinden we de originele 1965-uitgave van 'Cara Mia' van Jay & The Americans.

Waar en wanneer? Daarvoor hoef ik op zichzelf niet zo ver terug in de tijd. Afgelopen mei of juni hebben we de single nog gezien in 'Het zilveren goud'. De dag vóór mijn dienstkeuring in Groningen ga ik met de bus naar Lemmer om plaatjes te kopen bij een boedelopruiming. De meeste platen zijn compleet onbekend en de enige grote hit in de verzameling is 'Judy In Disguise' van John Fred & His Playboy Band. Eigenlijk heeft 'Cara Mia' op nummer 1 gestaan in ons land, maar dat weet men in 1965 nog niet en dus is dit een bescheiden hit. Een piek van 34 en twee weken in de hitparade. Het verhaal van Jay & The Americans is een typisch verhaal van een Amerikaanse band uit de jaren zestig. Waar de platenmaatschappij en het management volledige zeggenschap lijkt te hebben over de groep en haar muziek en wat in de jaren zeventig en later voor veel verwarring zorgt.

Laten we meteen beginnen met een eerste mythe ongedaan te maken. Er heeft feitelijk nooit een Jay bij The Americans gezongen. Jay & The Americans kenmerkt zich door het gebruik van individuele pseudoniemen, waarschijnlijk om de band nóg meer 'Americans' te laten klinken. De groep ontstaat in 1960 en bestaat dan uit John 'Jay' Traynor, Howard Kane (originele naam: Howard Kirschenbaum), Kenny Vance (Kenny Rosenberg) en Sandy Deanne (Sandy Yaguda). Ze spelen reeds in de late jaren vijftig op universiteiten in en om New York, maar de naamswijziging is pas een feit in 1960 als de groep auditie doet voor Leiber en Stoller. Dat levert de groep in 1962 een eerste grote hit op: 'She Cried'. Na twee minder succesvolle opvolgers verlaat Traynor als eerste de groep. Marty Sanders (Kupersmith) van The Empires versterkt de groep als gitarist en hij brengt David Blatt in als de nieuwe leadzanger. Omdat de groep graag verder wil met de oude naam neemt Blatt het alter ego Jay Black aan en dat zal de meest succesvolle incarnatie van Jay & The Americans blijken.

In Nederland breekt de groep tweemaal door tot in de hitparade. 'Come A Little Bit Closer' staat zelfs genoteerd in de allereerste Top 40 in januari 1965 en is een variatie op het thema van '24 Hours From Tulsa' van Gene Pitney, nu alleen met een gewelddadige Mexicaanse pooier in het verhaal. David Whitfield heeft in 1954 al een Engelse top tien-hit gehad met 'Cara Mia' en het is koren op de molen van Jay Black. Hij wil namelijk méér zijn dan een zanger in een popband en met 'Cara Mia' mag hij zijn stem laten gelden. De opvolger, 'Some Enchanted Evening', is ook vanuit eenzelfde idee opgenomen. Het publiek vindt het allemaal best en in 1965 kan het succes van Jay & The Americans niet stuk. Of... kan het toch? Vanaf 1966 gaat het bergafwaarts met het succes en in 1969 neemt de groep een album op met haar eigen favorieten. 'This Magic Moment' levert in 1969 nog een redelijke hit op voor de groep. In 1970 en 1971 bedient Jay Black zich van een groep die onder andere bestaat uit Walter Becker en Donald Fagen. Beide mannen zullen in 1972 Steely Dan formeren. In 1973 valt Jay & The Americans definitief uit elkaar.

Het is Jay Black die al snel weer de naam op pakt en als Jay & The Americans met nieuwe muzikanten het oldies-circuit door gaat. Dit tot grote ergernis Jay Traynor die enige tijd zichzelf promoot als 'the real JAY' en de overige muzikanten die vanaf het begin deel hebben uitgemaakt. Jay Black is immers pas in 1964 bij de band gekomen. Sandy Deanne ziet zijn kans schoon als Jay Black door gokken zwaar in de schulden komt en bankroet wordt verklaard. De curator bepaald dat de 'merknaam' Jay & The Americans honderdduizend dollar waard is en voor dat bedrag neemt Deanne het stokje over. Hij brengt de oorspronkelijke leden bijeen en vindt een zanger die precies zó klinkt als beide Jay's in Jay & The Americans. John Reincke wordt dus de derde Jay en is in staat om een dwarsdoorsnee van alle Jay & The Americans-bezettingen te vertolken op het podium. Kenny Vance werkt tegenwoordig als leadzanger voor The Planotones en de allereerste Jay, Jay Traynor, is op 2 januari 2014 overleden. De groep maakt sinds 2002 deel uit van de 'Vocal Group Hall Of Fame'.

donderdag 11 oktober 2018

Eretitel: 'I Don't Mind'



Ik heb net een half uur geleden de deur gesloten voor wat betreft 'Afterglow' van deze week. Het zal de meesten zijn ontgaan, maar het is komende zaterdag 'Cassette Store Day'. Bij de vijftigste verjaardag van de cassette in 2013 (waar ik ook een bericht aan heb gewijd) lijkt de toekomst nog onzeker, maar sinds dat lustrum is de cassette weer helemaal terug. Ik heb vanavond muziek gedraaid van de Amerikaanse releases die zaterdag eenmalig verkrijgbaar zijn. Evenals bij de reguliere 'Record Store Day' gaat het inhouden dat de restanten voor kampioensprijzen worden aangeboden op Discogs en Ebay. Ook heb ik mezelf geworsteld door 18 minuten Sun Ra en dat verdient een vaantje! Nu ga ik de avond besluiten met een aflevering van de 'Eretitel'. Ik meende dat ik deze had gebaseerd op een hitparade, maar daar zit ik blijkbaar even mis want de jongste komt uit 2014. Vandaag doe ik driemaal 'I Don't Mind', als jullie het niet erg vinden. Ik ben de laatste om bezwaar te maken!

3. The Buzzcocks (1977)
Howard Devoto is betrokken bij de oprichting van The Buzzcocks in 1976 en zijn band doet volop mee in de punkbeweging. In 1978 neemt hij echter een besluit dat enerzijds ontzettend 'punk' is en tegelijk vloeken in de kerk. Hij vindt de punk té weinig melodieus en gaat daarop verder met Magazine. Ik raak in 1998-99 onder de invloed van Magazine en kijk eigenlijk nooit meer naar The Buzzcocks. Zoals zoveel punkbands uit deze tijd zijn de singles vaak het meest interessant en wat dat betreft kan 'I Don't Mind' ermee door. Het wordt in Engeland in begin 1978 uitgebracht als een single en even later zal The Buzzcocks 'Ever Fallen In Love' afleveren. Dat laatste nummer wordt in de jaren tachtig succesvol vertolkt door Fine Young Cannibals. 'I Don't Mind' is een fraaie punkpop-single en ook niet meer dan dat. De nummers twee en drie zijn wat dat betreft inwisselbaar en The Buzzcocks moet op dit moment het onderspit delven.

2. Usher (2014)
Over vloeken in de kerk gesproken: Een R&B-artiest boven The Buzzcocks? Ik ben doorgaans geen fan van Usher, maar vindt dit één van zijn betere producties. 'I Don't Mind' wordt uitgebracht in combinatie met Juicy J. en Usher stelt zich uiterst loyaal op in dit nummer. Het maakt hem namelijk geen ruk uit of ze paaldanseres in een club is of een burgerlijk baantje bekleedt. Ze doet uiteraard dat eerste want hij beschrijft in geuren en kleuren hoe zij haar lichaam toont aan de toevallige passanten. Usher mag vandaag op twee.

1. James Brown & The Famous Flames (1961)
Ik ken het nummer van The Moody Blues. Het staat op haar eerste album, 'The Magnificent Moodies', maar voor 'Tuesday Night Music Club' kies ik dan toch voor het origineel. James Brown getuigt zich eveneens weinig kieskeurig in vergelijking met later materiaal. De dame in kwestie hoeft hier bijvoorbeeld geen hotpants te dragen. Het is meer een bluesy nummer in vergelijking met het overige werk van James Brown, maar het heeft een 'soul' in zich dat garant staat voor een spetterende podiumpresentatie. James Brown levert voor mij de ultieme 'I Don't Mind' van deze drie, maar eigenlijk had ik de uitstekende cover van The Moody Blues moeten opnemen in deze aflevering.

Volgende week ga ik erg duizelig worden van de 'Eretitel'. Dan driemaal 'Around And Around' en dat heeft, ten tijde van de radioshow, met het recente overlijden van een muziekheld te maken.

woensdag 10 oktober 2018

Het zilveren goud: oktober 1993 deel III



Ik heb even zitten twijfelen bij de foto voor dit bericht. Jeremy is de enige die ik met fotohoes heb en wat heb je aan een paar moeilijk herkenbare labels in witte hoesjes? Ik besluit toch door te zetten en merk dan dat één single ontbreekt. Het is eentje uit de roemruchte P-Q-R-serie die vast nog ergens in een verhuisdoos moeten zitten. De plaat is in 1993 al verrot en dus zou het niet erg zijn als die helemaal zou zijn verdwenen. Een 'upgrade' vinden kan altijd nog. Ik heb de laatste maanden van 1993 nimmer betiteld als 'vage weken', maar dat is wel de conclusie waartoe ik kom als ik een kwart eeuw later over bepaalde zaken wil schrijven. Vandaag wil ik het hebben over het vage resultaat uit deze, op zichzelf al, vage beroepskeuze-'cursus'. Ik had graag een naam genoemd van het instituut maar ik ben het helemaal kwijt en weet ook niet een document te herinneren waarin dit vermeld zou staan.

Er is in 1993 niemand die vraagtekens stelt bij de 'cursus'. De uitkeringsinstanties pompen moeiteloos duizenden guldens in een instrument dat werkzoekenden laat 'snuffelen' aan zes of zeven beroepsgroepen. Ik heb het al vaker vergeleken met 'Dream School'. We zijn vrijwel allemaal 'dropouts' met ieder een eigen verhaal. We willen maar één ding en dat is rijk worden, maar hoe je dat doet? Ik zou graag een tijdje terug willen gaan om te zien hoe het nu werkelijk zat en wat we zoal deden gedurende de dag. Volgens mij waren het gerichte praktijkoefeningen die noodzakelijk waren voor de beroepsgroep die gedurende de week centraal stond. Er zaten ook een aantal excursies bij. Op een ene of andere manier word ik nog het meest aangetrokken tot één van de laatste weken. Dan staat de grafische vormgeving centraal. Of het mijn journalistieke achtergrond is geweest, durf ik niet te zeggen, maar opeens lijkt de grafische vormgeving mijn ideale vakgebied te worden. Mijn creatieve vermogen wordt niet getest en er zit in 1993 ook nog wel een heel klein beetje handwerk bij in, maar het is duidelijk: Gerrit zou het beste aan de slag kunnen bij een praktijkcentrum in Akkrum. Daar ga ik op een woensdagmiddag naar toe en daar komen we tot de conclusie dat het wellicht niet zo geschikt is voor mij. Het blijkt meer een drukkerij te zijn dat kant-en-klare opdrachten verwerkt en niets van het creatieve gedeelte. In 1995 word ik voor een tweede maal naar dit project gestuurd en nu vanuit de Sociale Dienst. Er zou 'iets' veranderd zijn, maar dan blijkt in Akkrum niets te zijn veranderd en blijft men bij het standpunt dat ik het beter elders kan gaan zoeken.

Dan is er in Leeuwarden nog een geprivatiseerd project dat audiovisuele opleidingen verzorgd. Dat gaat meer richting studiotechniek en televisiewerk en heeft mogelijk nóg meer mijn interesse. Wie de kosten moet ophoesten? De Sociale Dienst? Ik weet evenmin of ik ooit ben aangemeld voor de opleiding. Feit is dat ik in december 1993 in de krant lees dat dit instituut failliet is gegaan. Daarna hoor ik nooit meer iemand praten over een audiovisuele opleiding of een grafische richting en ga ik een paar maanden later vrolijk de Jeugdwerkgarantieplanwet in. Wat ik aan de 'beroepskeuzecursus' heb gehad? Eerlijk??? He-le-maal niks. De enige herinneringen die ik heb zijn de platen die ik in deze tijd in Leeuwarden koop nu ik bijna dagelijks in de Friese hoofdstad kom.

1544 Cherry-Jeremy (NL, Green Light, 1970)
1545 The Green Manalishi-Fleetwood Mac (NL, Reprise, 1970)
1546 Room To Move-John Mayall (NL, Polydor, 1970)
1547 Mermaid-The Flock (NL, CBS, 1971)
1548 It's All Over Now-The Rolling Stones (NL, Decca, 1963)
1549 Woodstock-Crosby, Stills, Nash & Young (NL, Atlantic, 1970)

The Rolling Stones ontbreekt op de foto en heeft net zoals de anderen (buiten Jeremy) geen hoes als ik het in 1993 koop. In mijn herinnering heeft de single een legendarische 'hanger': 'I told you once and I told you once and I told you once' enzovoorts. Ik heb hem de afgelopen jaren zeker nog eens gedraaid in een radioshow en dus kan de plaat nooit ver weg zijn. Jeremy is in 2008 een groot mysterie als ik terecht kom op het forum van het Steenen Tijdperk. Wie herinnert zich Jan Ten Hoopen nog? Jan zit al een tijdje in de showbiz als hij middels een show van de NCRV in 1989 nog bijna een hit scoort met 'Jij Bent Alles'. Het gerucht gaat dat Jan Ten Hoopen in een vroeg verleden heeft opgetreden als Jeremy en dat hij 'Cherry' zou hebben opgenomen als single. Nee, dat blijkt achteraf helemaal niet waar te zijn. Deze Jeremy komt uit Engeland en mijn single ontkracht de Jan Ten Hoopen-mythe op het forum.

Als het een plaat van The Beatles zou zijn geweest? Dan had het wellicht nóg geen verschil gemaakt. Het zijn de kleine productiefoutjes die gebeuren in een fabriek. Fleetwood Mac heeft de labels achterstevoren. Op de kant van 'The Green Manalishi' weerklinkt 'World In Harmony' en je moet de b-kant hebben om de hit te horen. Soms zie je nog wel eens een dealer die probeert een slaatje te slaan uit zoiets, maar er zijn weinig verzamelaars die hierin geïnteresseerd zijn.

Week Spot: The Blossoms



Is de boom al gerooid? Nee, ik ben praktisch niet in de tuin geweest op mijn vrije dag. Ik hen wel weer het plein vrij gemaakt van eikeltjes. maar dat doe ik voornamelijk voor mijn lieve buurvrouw. Even een lekker stukje fietsen, daar heb ik wel zin in. Het is nauwelijks een 'horizontaal zeven letters' waard want het is grotendeels een rondje dat ik vaker maak. Nu dan gecombineerd met een stukje 'heenweg van de vakantie': Over de Witteltermade naar Wittelte. In Dwingeloo haal ik een paar boodschapjes waaronder een dagkaart van de NS. Ik wil namelijk binnenkort eens een zondag naar de kust en een wandeling met W. maken. Zestien euro voor op en neer van Meppel naar Leiden en ook nog een gratis kopje koffie? Koopje! Vanaf Dwingeloo ga ik via Lhee naar Spier. Ik zie bij de toegangspoort dat het is uitgeroepen tot 'mooiste fietspad van Drenthe' in 2017 en ik kan dat volledig beamen. Mooie bochten, heuveltjes, soms dwars door een kudde vee en een prachtig betonnen pad zonder kullen of andere oneffenheden. De stier is bedrieglijk 'cool' en zet me nog even op het verkeerde been, maar hij laat me de kudde doorkruisen. Het zijn trouwens 'gewone' Nederlandse koeien. Bij Schotse hooglanders zou ik een bochtje om gaan fietsen. Langs Pesse en Ruinen en door Ansen en Rheebruggen arriveer ik weer in Uffelte. Vandaag ga ik het over zeven singles hebben. Een Week Spot en straks zes aanwinsten uit oktober 1993.

,,Deze gok durf ik wel aan", laat ik Mark op een vrijdagavond in juli weten. Ik ben dan juist naar het concert in De Buze geweest en heb eerder die dag net een pakket van hem ontvangen. The Blossoms gaat als eerste op de lijst van nieuwe reserveringen. De prijs is goed en ik ben helemaal dolgelukkig als ik later hoor dat het de Engelse Mojo is. Het is met name Warner-Chappell dat de laatste maanden 'onze' Youtube een stuk minder fijn heeft gemaakt. Supertramp, Prince en de eigenaren van Motown zijn alert op Youtube en laten direct iedere upload verwijderen. Grappig genoeg laat Robert Fripp geen King Crimson toe in download-databases, maar zijn de nummers veelvuldig verkrijgbaar op Youtube. Warner-Chappell maakt er echt een potje vat. Een kennis wilde een obscuur b-kantje van The Hunters delen met ons. Daar stak RCA een stokje voor terwijl datzelfde label nog nooit gehoor heeft gegeven aan een volwaardige uitgave van het werk van The Hunters. Warner-Chappell blokkeert eveneens een punknummer van een onafhankelijke band in een Facebook-stream. Waar Warner-Chappell meent recht te hebben bij The Blossoms is iets dat me niet duidelijk is. Feit is wel dat beide kanten van de single in Engeland zijn te vinden op Youtube, maar dat deze niet in Nederland ten gehore mogen worden gebracht. Ik moet dus een beetje 'gokken' bij deze single.

Ritchie Blackmore weet van de helft van zijn eerste opnamesessies niets meer te herinneren. Jimmy Page houdt daarentegen een boekhouding bij. Ik weet niet van wie de verdienste afkomstig is, maar de geschiedenis van The Dreamers en The Blossoms is zeer uitgebreid! The Dreamers ontstaat in 1954 en is in eerste instantie een sextet. De leden zijn Gloria Jones (NIET van 'Tainted Love' en T.Rex!), Fanita Barret, Nanette Williams, Annette Williams (blijkbaar een luie vader en moeder die met één klank de hele kroost on de etenstafel wilde hebben?), Patricia Howard en Jewel Cobbs. De laatste twee verdwijnen al snel van het toneel. In 1955 maakt de groep haar plaatdebuut met Richard Berry en zijn 'At Last'. Als Richard Berry & The Dreamers maakt het nog twee singles, hoewel Berry op de b-kant gebruik maakt van The Cadets die daarvoor weer geen credit krijgen. The Blossoms doet in 1955 met Jesse Belvin mee op 'Good Rockin' Daddy' van Etta James. In 1956 stapt Nanette Williams op en is Jennell Hawkins te horen op één single van The Blossoms. In 1957 gaat de groep platen maken voor Capitol en verandert dan de naam in The Blossoms. In 1958 komt Darlene Wright de groep versterken als leadzangeres. Ik zou een bericht ter grootte van drie telefoonboeken kunnen schrijven over de verschillende legendarische opnamesessies die zijn bijgewoond door The Blossoms, maar dat doe ik niet. Ik zag op Discogs dat het de week van de cassette is en dus kan ik nu versneld vooruit spoelen?

Nadat het met onder andere Elvis Presley en Sam Cooke in de studio is geweest, komt The Blossoms in 1961 in het vizier van Phil Spector. Hij heeft veel haast. Gene Pitney en Vikki Carr dreigen al met cover-versies van 'He's A Rebel' en Spector wil als eerste zijn met The Crystals. Hoewel The Crystals zélf een ervaren groep is, kan dit niet binnen onafzienbare tijd de plaat opnemen en dus laat Spector het doen door Darlene Love (Wright) en The Blossoms. The Blossoms doet met Bobby Sheen eveneens 'Zip-A-Dee Doo-Dah' als Bob B. Soxx & The Bluejeans. Het sessiewerk gaat onverminderd voor en zo horen we The Blossoms onder andere op 'Monster Mash' van Bobby 'Boris' Pickett & The Crypt Kickers. Je zou een radioshow of podcast van uren kunnen maken over alle sessies waaraan The Blossoms hebben meegewerkt. Soms een gedeelte van de groep en in enkele gevallen zelfs uitgebreid met extra zangeressen. Jean King komt in 1965 bij The Blossoms en Annette Williams is dan al langere tijd afwezig.

In 1972 is The Blossoms het trio van Jean King, Darlene Love en Fanita James. Het maakt in dat jaar twee singles voor het Lion-label welke beide hoog staan aangeschreven bij dj's en verzamelaars van crossover-soul. 'Touchdown' krijgt zelfs een Engelse release op het Mojo-label en de keerzijde daarvan is de Week Spot van deze week. Ik heb het in eerste instantie moeilijk gevonden bij deze 'double-sider', maar sinds een paar weken in 'It's All Up To You' gaan groeien en groeien. Ik sla er zelfs een hoop meer recente aankopen voor over om dit deze week tot Week Spot te benoemen!

dinsdag 9 oktober 2018

Raddraaien: Paul Da Vinci



Na een paar uren te hebben rond gehangen op Youtube moet ik toch nog maar een tweede bericht publiceren. Ik kan het me immers veroorloven. Eerst zijn de vooruitzichten dat dinsdag en woensdag de mooiste dagen worden. Ik heb dus meteen het idee om woensdag vrijaf te nemen van het werk. Nu blijkt dat het woensdag én donderdag is, maar helaas... donderdagmiddag zal ik gewoon moeten bezorgen. Ik zou morgen in de tuin aan het werk willen en het zou ideaal zijn als er ook nog een paar uren overblijft voor een fietstochtje. Ook al is het maar op en neer naar Dwingeloo voor boodschapjes. Eerst publiceren en daarna mijn bed opzoeken, dat is het plan. De volgende 'Raddraaier' komt uit een jaren zeventig-bak. Ik geef mezelf opnieuw drie kansen. De eerste brengt me bij de Nederlandse groep Tiffany, de tweede is een single van de Twee Pinten en de derde deze van Paul Da Vinci. Dat moest hem dan maar worden. De 'Raddraaier' van vandaag is 'Your Baby Ain't Your Baby Anymore' van Paul Da Vinci uit 1974.

Waar en wanneer? Er staat me iets van bij dat ik de single al een tijdje heb en dat ik hem pas later heb ingeschreven in de kaartenbak. Maar... waar zou die dan vandaan moeten komen? Ik vermoed dat de single me een gulden heeft gekost bij Sunrise en vervolgens kan ik niet ontdekken wanneer ik hem heb gekocht. Het is een feit dat ik me in deze tijd schaam voor de plaat en hem niet durf te draaien over de luidsprekers. Waarom? Tja, als ik dat kon herinneren? Tegenwoordig durf ik de plaat wel te draaien op de radio. Het is gewoon een 'cheesy' plaatje uit de jaren zeventig en het is natuurlijk wachten op die idiote uithaal tegen het einde. Ik ga steeds meer geloven dat ik de plaat bewust heb gekocht bij Sunrise en hem meteen heb ingeschreven, maar dit nooit heb willen toegeven. Hoe dan ook: Volgens de kaartenbak zou ik hem in oktober 1990 hebben gekocht.

Zeg je Paul Da Vinci, dan zeg je The Rubettes. Toch kent 'Sugar Baby Love' een geschiedenis voordat het een wereldwijde nummer 1-hit wordt. Wayne Bickerton en Tony Waddington hebben in de jaren ervoor gepoogd om van The Flirtations de Engelse Supremes te maken. De groep heeft weliswaar een paar hits in Nederland, maar in Engeland wordt het niet echt wat. 'Nothing But A Heartache' piekt in de Engelse 'bubbling under'-lijst die nimmer wordt gepubliceerd maar binnen de BBC wordt verspreid om de speellijsten samen te stellen voor de programma's. In 1973 zien Bickerton en Waddington een interesse ontstaan voor de jaren vijftig. Het wil graag inspelen op de trend en schrijft daartoe 'Sugar Baby Love'. Paul Da Vinci is aanwezig bij de opnamesessie van de demo. Het nummer wordt eerst aangeboden aan Showaddywaddy, maar deze wijst het van de hand. Bickerton en Waddington formeren dan een eigen groepje: The Rubettes. Da Vinci is opnieuw betrokken bij de opname van de single, maar bedankt voor de eer om deel te gaan uitmaken van The Rubettes. Hij heeft dan juist een solo-contract gekregen bij Penny Farthing. Alan Williams van The Rubettes is niet op de plaat te horen en playbackt de zangpartij van Da Vinci voor de televisie. De hoge registers worden bij de opvolgers niet meer gehaald omdat Da Vinci dan bezig is met zijn eigen carrière.

Paul Leonard Prewer wordt op 18 mei 1951 geboren in Thurrock in het graafschap Essex. In 1969 wordt hij lid van de band 1984 en maakt in 1969 en 1970 twee singles voor het Big T-label. Als 1984 ophoudt met bestaan, trekt Da Vinci naar Londen om zichzelf aan te bieden voor opnamesessies. Voor liedjesschrijver Tony Macauley neemt hij verschillende demo's op en zingt reclame-jingles in. Hij is op platen te horen van Gary Moore, Ringo Starr, Barry Blue en David Essex. Verder zien we hem in 'Top Of The Pops' in het gezelschap van Elton John en Justin Hayward. Da Vinci beschikt over een uitgebreide reeks aan toonhoogtes en zingt de volledige 'lead' van 'Sugar Baby Love', variërend van de lage zang in de brug tot aan de falsetto in het refrein. Als zijn stem overal ter wereld aan de top van de hitparade is te beluisteren, legt Da Vinci de laatste hand aan zijn eerste solo-single: 'Your Baby Ain't Your Baby Anymore'. Hij heeft de ideeën van Bickerton en Waddington schaamteloos gekopieerd en trekt wederom de hoogste registers los. Het levert hem een grote hit op, in Nederland bereikt het een tiende plek in de Top 40. Met de opvolgers gaat het snel bergafwaarts en ook The Rubettes moet al snel de stijl een beetje aanpassen om succesvol te blijven. In 1977 krijgt hij onderdak bij Epic, maar kort daarop is het gedaan met zijn loopbaan als hitmaker. Hoewel? Hij schrijft in 1978 de hit 'Anyway You Do It' voor Liquid Gold en is vier jaar later betrokken bij het project Tight Fit. 'Back To The Sixties Part Two' is de opvolger van een grote Engelse hit ('Part One') en het volgt op 'The Lion Sleeps Tonite'. Da Vinci is de zanger op 'Part Two' en pikt zo nog een graantje mee van het eerdere Tight Fit-succes.

Pensioengerechtigde leeftijd is een onbekend begrip in de showbiz en het lijkt er voorlopig nog niet op dat Da Vinci het rustig aan gaat doen. In de nieuwe eeuw toert hij met een uitvoering van The Rubettes, maar brengt eveneens twee klasieke werken van zijn hand ten uitvoering. Ik ben in de nieuwe eeuw slechts tweemaal met P&O op en neer geweest naar Engeland. Ik heb Da Vinci niet getroffen, maar hij heeft een tijdje een residentie op de veerboot. Zijn huidige band heet The Paul Da Vinci Explosion en is sinds 2016 actief. In 2018 treedt hij op samen met Gary Puckett & The Union Gap. Hij woont tot op de dag van heden in Essex.

Negen-tien...



Hoe verder in de eeuw, hoe minder het wordt. Toch ben ik vooral de eerste twaalf jaar van de nieuwe eeuw geobsedeerd door datums. Ik geloof nog altijd niet dat het toeval is geweest dat ik op 20 september 2009 (20092009) een hersenschudding heb opgelopen. Na 20 december 2012 is dat plezier voorbij voor 89 jaar en ik durf met zekerheid te zeggen dat ik dit niet meer ga beleven. Er zijn nog een aantal datums uit de eerste twaalf jaar die erg frappant zijn en in sommige gevallen probeer ik er ook 'iets' van te maken. Neem bijvoorbeeld 11 november 2011. Zesmaal elf. Dat levert alleen een hoop platen op en een ingeslikte bankpas. Dat laatste is pas de volgende dag maar de oorzaak ligt hem op 111111. Mijn bankpas moet worden vernietigd omdat ik geld heb opgenomen bij een 'gekraakte' pinautomaat in Zwolle. Vandaag wil ik kijken naar de berichten op 9 oktober in de afgelopen jaren, vooral omdat 2011 een 'verhaal' heeft waar ik niet zeker van ben of ik daarover heb geschreven. Het helpt ook omdat ik weer eens flink achterop schema ben geraakt.

Kijk eens naar de klok? Zeven uur! Normaal gesproken begin ik nu met 'Tuesday Night Music Club', maar door ziekte heb ik de show verplaatst naar negen uur. Jaren zestig tot overmorgen en jullie zijn uiteraard weer van harte uitgenodigd! Ik begin bij 9 oktober 2010 en wat vinden we daar? 'Wat koop je nog voor...?'. Dat is de oerversie van de 'Singles round-up'. Natuurlijk bericht ik dan al een tijdje over de grote vangsten en met name de soul-platen en aanverwante zaken. Op 9 oktober 2010 ga ik 's middags langs de boedelhal van Van Der Laan en koop daar zeven singles. In het bericht spreek ik mijn schaamte uit, want ja... het heeft niets van doen met een 'grote vangst' en evenmin met de soul-hobby. Baccara, tweemaal Cheap Trick, Robert Gordon & Link Wray, Patrick Hernandez, Lighttown Skiffle Group en Mary Jane Girls. Leuk om dit terug te lezen, ik vroeg me al af waar en wanneer ik bepaalde platen had gekocht. Tegelijk ook spijt dat ik niet eerder met de 'Singles round-up' ben begonnen, maar ja... zo gaan die dingen.

Op 9 oktober 2011 stap ik 's morgens met de fiets in de trein en laat me middels Zwolle naar Nijverdal brengen. Daar ga ik deze dag fietsen, maar kan maar niet op een leuke route komen. Uiteindelijk wordt het steeds later en besluit ik dan maar via Slagharen naar Zwolle te fietsen. Even na Slagharen gaat een gigantische schok door me heen. Ik realiseer me dan de datum van vandaag: 9-10-11. Ik ben er opeens helemaal niet meer zo gerust op en ben blij als ik ongeschonden in Steenwijk arriveer. Op de zondagen in eind 2011 doe ik de 'Schijf van 5' met het leesplankje zoals ik in 1981 heb leren lezen en schrijven. Het woord is 'Pim' en dat vertaal ik naar 'boy'. Thin Lizzy staat bovenaan met 'The Boys Are Back In Town'. De volgende dag schrijf ik een verhaaltje over de fietstocht van zondag.

In 2012 is het eveneens een dinsdag en dus tijd voor de Week Spot? Nog niet helemaal! Het is de op-een-na-laatste 'Tune Of The Week' voordat ik het de Week Spot ga noemen. Hoewel? Kort daarop begin ik bij Wolfman Radio en Week Spot lijkt me in eerste instantie té ingewikkeld en hou in 'Do The 45' tot mei 2013 'Tune Of The Week' in de show. Daar is de Week Spot inmiddels ook een begrip. In oktober 2012 doe ik een serie 'Classic Week Spots' en op 9 oktober 2012 valt de eer ten beurt aan één van mijn vroegste Northern Soul-singles: 'The Shotgun And The Duck' van Jackie Lee. In 2013 lig ik een beetje achter en publiceer op 10 oktober twee berichten. Daaruit kan ik afleiden dat ik een aflevering van 'Raddraaien' heb bedoeld op deze dag in 2013. Het gaat dan over 'Get Up!' van Technotronic.

Je ontdekt nog eens iets? Op 2014 schrijf ik over 'T Ey in het Vlaamse Belsele en hoe ik daar tien jaar daarvoor terecht ben gekomen dankzij een concert van Fursaxa. De vier dagen in Sint-Niklaas lezen als een spannend jongensboek en toch is het iets dat anno 2018 als lichtjaren geleden aanvoelt. Op de bonnefooi naar België gaan zonder vooraf geregelde slaapruimte en vervolgens jezelf overleveren aan de goedheid van de medemens? Ik heb het jaren vol gehouden maar zou er nu niet meer aan willen denken. In 2015 doe ik 'Van hit naar her' met een, dan, actuele plaat die ik helemaal heb grijs gedraaid in 'Floorfillers'. Ik draai de plaat nog altijd geregeld in de shows en altijd met een verwijzing naar mijn dance-show die ik drie jaar heb gedaan. Het onderwerp is 'Be Right There' van Diplo & Sleepy Tom.

Twee jaar geleden was de platenbeurs in 'De Singel' in Zwolle en het bericht van deze dag gaat over de fietstocht. De daaropvolgende dagen zal ik alle singles onder het vergrootglas leggen in de 'Singles round-up'. Morgen en donderdag wordt het 24 graden. Is dat uitzonderlijk voor de tijd van het jaar? Bij het opzoeken van het bericht van vorig jaar stuit ik op de 'Ligbui' van 15 oktober. Dat is de zondag dat het extreem mooi weer is en ik een mooie lange fietstocht maak. Het kan nóg later in het jaar als het moet! Een jaar geleden eer ik Jerry Ross in de 'Dodenrit'. Verder vanavond? Ik denk een volgende aflevering van 'Raddraaien' en wellicht morgen de Week Spot in combinatie met 'Het zilveren goud'. Even bekijken... Ik ben morgen in ieder geval vrij.

zondag 7 oktober 2018

Raddraaien: Dream Warriors



Ideeën genoeg voor komende berichten. De keuze maken is echter lastiger! Geen 'Horizontaal zeven letters' want ik ben vanmiddag eerst thuis gebleven. Vanavond nog een klein stukje gewandeld maar dat ga ik niet rekenen tot een 'Verticaal vijf letters'. Gewoon de Dorpsstraat uit en aan de andere kant van de Drentse Hoofdvaart naar de volgende brug. Ik heb niet precies gekeken hoe laat ik van huis ben gegaan en durf evenmin een afstand te noemen. Met drie kilometer is het snel afgelopen. Ik heb laatst een schijnbeweging gemaakt met 'Raddraaien' en weet daardoor dat ik vanavond een single uit de jaren tachtig-bak mag behandelen. Of eentje uit de jaren negentig en de nieuwe eeuw want deze staan eveneens in de jaren tachtig. De 57e single uit de derde jaren tachtig-bak levert me in eerste instantie 'Hollanders' op van Alexander Curly. Een beetje 'meh' en al eens eerder behandeld in de 'Prehistorie'. Het is immers de dertiende single uit mijn collectie. De derde ook alvast even bekeken en dat is Elvis Costello. Die kan altijd nog wel eens. De tweede keuze lijkt me vanavond het leukste: 'Wash Your Face In My Sink' van Dream Warriors (1990).

Waar en wanneer? De plaat zélf heeft ook een herinnering. Het moet september of oktober 1990 zijn geweest dat ik weer eens op de fiets naar Heerenveen ga. Daar kan ik middagen doorbrengen in een overdekte markt aan de Gedempte Molenwijk. Ze hebben daar duizenden, wellicht tienduizenden, singles. Ik heb dan nog niet veel te besteden en vaak verlaat ik de zaak met slechts twee singles. Dat is hier ook het geval: 'He's A Liar' van de Bee Gees en 'Child In Time' van Deep Purple. Het radio-landschap biedt in 1990 weinig variatie. Sky Radio en Radio 10 Gold zijn alleen via de kabel te krijgen en dus blijft alleen Hilversum over. In Heerenveen luistert men op zaterdag eveneens naar de NCRV en dat is dol op Dream Warriors en 'Wash Your Face In My Sink'. Er staat me iets van bij dat het 'Favorietschijf' is geweest, maar dat weet ik niet zeker. Wél dat dit eigenaardige plaatje opnieuw hoor als ik plaatjes sta uit te zoeken. Bijna eenentwintig jaar later ben ik op een zaterdag bij een grote kringloopwinkel in Hoogeveen. Ik doe daar flink boodschappen en neem ook deze van Dream Warriors mee. Typisch zo'n nummer dat ik in eeuwen niet heb gehoord maar dat een prettige associatie teweeg brengt. Geloof het of niet, maar het heeft zelfs nog een tijdje in de Blauwe Bak gestaan!

Ik ben een muzikale veelvraat. Er is zéér weinig dat ik niet kan verdragen. Vijftig-noten-per-seconde-fusionjazz is zo'n stijl waar ik helemaal niks mee kan. Gitaarvirtuozen als Joe Satriani en Joe Bonamassa hebben me nimmer kunnen bekoren. Piratenmuziek? Kan ik best een tijdje 'grappig' vinden, maar als bij zoveel soorten muziek snak ik naar variatie na een kwartier. Het is niet zo dat ik mijn neus ophaal voor rap. Ik erken dat het een tekortkoming van mezelf is dat ik het niet 'begrijp'. Dan heb ik het niet over de hedendaagse Nederhop want dat is ronduit afschuwelijk. Nederlands is al niet de meest poëtische taal, in een raptekst klinkt het zeer onbeholpen. Qua hiphop zijn er voor mij een paar uitschieters. Zo kan ik uren luisteren naar Dälek, ook al komt dat door de sample-keuze van de groep. Het haalt elementen uit de Duitse progressieve rock en dat past goed bij de ietwat donkere, soms politiek-getinte, teksten. Aan de andere kant is daar de jazzy hiphop uit de vroege jaren negentig en dan kom je gauw terecht bij Dream Warriors.

Het is aanvankelijk een duo. Louis Robinson noemt zich King Lou en Frank Allert adopteert de naam Capital Q. Dream Warriors wordt in 1988 opgericht in Toronto in Canada. Het krijgt een contract bij 4th & B'way, met een wereldwijde distributie door Island, en in 1991 verschijnt het debuutalbum van Dream Warriors: 'And Now The Legacy Begins'. Het heeft dan reeds twee singles uitgebracht. 'Wash Your Face In My Sink' is de eerste kennismaking met hetduo. De single is een bescheiden hit in ons land en bereikt een zestiende plek in Engeland. De opvolger heet 'My Definition Of A Boombastic Jazz Style'. Dat nummer bevat een sample van 'Soul Bossa Nova' van Quincy Jones dat in Canada wordt gebruikt voor de televisieshow 'Definition'. Deze single wordt in delen van Europa een grote hit en bereikt zelfs nog een plaats in de Amerikaanse hitlijst. Daar zal Dream Warriors vooral uitgroeien tot een cult-act. De maffe samples en het creatieve woordgebruik vormen de kwaliteiten van het duo. Het zal een paar jaar later uitbreiden tot een kwartet en hun cover van 'Float On' van The Floaters wordt nog een hit in Nieuw Zeeland. In de rest van de wereld zal Dream Warriors vooral worden herinnerd dankzij het debuutalbum. Het laatste album van Dream Warriors, dan weer een duo, stamt van 2002.

Ik heb de single in een neutraal wit hoesje en het lijkt me dat het ooit is uitgegeven als 'promo', terwijl het gewoon de Duitse persing is. Inclusief een spelfout op het label: 'Dash Your Face In My Sink'. Volgende week ga ik in 'The Vinyl Countdown' platen draaien van artiesten en groepen wiens naam met een 'D' beginnen en het moet wel raar lopen als Dream Warriors in deze drie uren niet aan bod komt. Ik heb er nu al zin in!