zondag 14 oktober 2012
Schijf van 5: Justin Hayward
Goeiemorgen zeg! Wat zeg je? Ja, het is half elf 's avonds, maar doordat ik afgelopen nacht moest werken bij een gabberfeestje, ontwaakte ik om half vier. Vanmiddag! Nee, de uitroep van 'goeiemorgen' heeft meer met mijn 'introductie van Justin Hayward' te maken. Tien keer gelezen! Zelfs het statistisch overzicht op mijn dashboard is het spoor even bijster... Was het zó nodig? Maar goed, maakt me nu dan extra nerveus, want ik geloof dat ik het onmogelijke ga doen: Een Schijf van 5 samenstellen met Justin Hayward als middelpunt. Ik heb in 1991 zijn handtekening gekregen (en die van bassist John Lodge), maar verder is hij helemaal 'mijn idool'. Bijna ondoenlijk om daar vijf nummers van uit te zoeken. Het voelt zelfs aan als heiligschennis om vijf verschillende nummers los te weken van zijn repertoire en deze apart onder te brengen in een lijstje. Welnu, ik ben er in geslaagd! Dit is mijn Schijf van 5 van Justin Hayward-opnames van 14 oktober 2012. Hoewel ik nu al in conflict ben met mezelf (eigenlijk moest 'Gypsy' er in en 'Watching And Waiting' en 'Leave This Man Alone' en...) denk ik dat deze Schijf er morgen alweer anders uit zou zien. Ik heb de Schijf opgefleurd met 66 kaarsjes, evenveel als dat Justin Hayward vandaag mag uitblazen. Zou dat op zijn leeftijd nog in één keer lukken?
Tijdens de Europese tournee van The Moody Blues wordt in Kopenhagen besloten dat het voorlopig het laatste optreden is. Als ze langer bij elkaar waren gebleven, was het oorlog geworden. Justin en, reeds genoemde, John Lodge zoeken aanvankelijk nog elkaar op en maken 'The Blue Jays', een samenwerkingsalbum dat nog het meest leunt op het muzikale testament van The Moody Blues. De plaat wordt opgenomen met behulp van collega-muzikanten van het Threshold-label. 'Blue Guitar' valt buiten de elpee en wordt opgenomen met 10CC. Ik wilde persé in deze Schijf dit album hebben, het is voor mij een bijzondere muzikale troost geweest in een emotioneel erg moeilijke periode, de eerste maanden van 1991. Ik kies dan maar voor het openingsnummer 'This Morning'. Dit nummer uit 1975 staat op vijf.
Waar ik eerst al uit moest kiezen met deze Schijf is ook al zo'n dilemma: Wat is nu precies mijn favoriete elpee van die eerste zeven met Justin Hayward. Een paar jaar geleden, ten tijde van het Radio 2-programma 'Déja Vu', heb ik 'A Question Of Balance' nog in de Eregalerij gezet. Tóch kies ik vandaag voor 'In Search Of The Lost Chord'. Een album dat gedeeltelijk tegelijkertijd met 'Days Of Future Passed' werd opgenomen. Een elpee waarop alle 1698 instrumenten door de vijf leden zélf worden bespeeld. Ze kunnen er achteraf om lachen. ,,Ze gaven me om half twaalf een piccolo en zeiden, we zijn over twee uren weer terug, en ze gingen naar de pub. Daar zat ik! Ik kreeg geen noot uit dat stomme ding. Maar het is me gelukt!", herinnert fluitist Ray Thomas zich nog in 1997. Ik kies echter van die plaat voor één van de meest uitgeklede tracks. 'The Actor' mag van mij op vier. Maar alleen vandaag...
In de introductie had ik het al over 'opnames'. Waarom schreef ik daar geen 'composities'? Dat is vanwege de nummer drie. In 1978 werkt Hayward mee aan 'War Of The Worlds' van Jeff Wayne. Hij zingt daarin 'Forever Autumn', dat ook nog een hit wordt. Twee jaar later duikt Hayward opnieuw de studio in met Jeff Wayne, maar nu voor een album voor hemzelf. Ik heb 'Night Flight' in december 2010 nog van een bericht voorzien. Hoewel de plaat, vooral door fans, wordt verguisd, vind ik het één van Hayward's beste solo-pogingen. Tóch moet gezegd worden dat het opvallend is dat hij op deze plaat nogal wat 'covers' zingt. Dat heeft Hayward nooit nodig gehad, want hij schreef zelf hele albums vol. En toch zitten daar pareltjes tussen. Neem nou 'Maybe It's Just Love' van songschrijver Mike Snow. Die krijgt in Hayward's uitvoering de definitieve versie! De tweede track van het album 'Night Flight' uit 1980 staat vandaag op drie.
Vijf favoriete nummers van Justin Hayward uitzoeken, is niet eenvoudig. Hij krijgt zelf ook nog wel eens de vraag en hij probeert hem dan ook te ontwijken. Als het dan toch écht moet, zoals een keer per jaar voor de fanclub, dan heeft hij vaak een en hetzelfde nummer bovenaan staan. The Moody Blues zijn aanvankelijk niet blij als Decca in 1977 een dubbelalbum uitbrengt: Drie kanten ervan bevatten het concert dat The Moodies op 12 december 1969 in de Royal Albert Hall heeft gegeven, een week voor Hayward's bruiloft. Kant vier bevat vijf liedjes die ze eind 1967 hebben opgenomen als potentiële singles, maar die nooit zijn uitgebracht. Drie van de vijf zijn uit Justin's pen en zijn persoonlijke favoriet is 'King And Queen'. Ik zet deze dus op nummer twee. Het is verkrijgbaar op 'Caught Live +5' uit 1977, maar is oorspronkelijk van 1967.
Bij de nummer vijf heb ik al geschreven dat het in 1974 niet meer boterde tussen de leden. Dat was niet helemaal nieuw. Ten tijde van de opnames van 'Seventh Sojourn', eind 1972, leek de chemie uitgewerkt. De leden zelf hebben veel moeite om naar de plaat te luisteren, maar misschien maakt deze voelbare frictie de nummers op het album nóg persoonlijker. En is een nummer als 'New Horizons' een 'wishful thinking'-gedachte van Justin Hayward? Mooi ingetogen gezongen met een orkest-begeleiding (mellotron) om van te watertanden. ,,Mike's mellotron made my songs work", zou Hayward later zeggen. Dit nummer is er een ijzersterk bewijs van. Deze parel mag vandaag bovenaan in de Schijf.
Vanaf morgen een week lang aandacht voor het Nederlandsch product. Ik had voor volgende week een Schijf aangekondigd over Nederland en Nederlands, maar dat aanbod is beperkt en dus heb ik besloten om een Schijf te doen met vijf liedjes met Amsterdam in de titel. Daar zijn er héél veel van, als ik er eentje beslist niet mag missen, hoor ik het graag!
zaterdag 13 oktober 2012
Justin Hayward: een introductie
Normaliter is de Schijf van 5 op zondag een interactief onderdeel van Soul-xotica. Ik noem een onderwerp of thema en jullie mogen, indien gewenst, meedenken over geschikte platen met dat onderwerp in de titel. Soms krijg ik nog wel eens een lijstje, soms ook niet. Maakt verder ook niet uit, vaak heb ik zelf al wat huiswerk gedaan voordat ik een thema benoem. Morgen is er echter een 'egoïstische' Schijf van 5. Die komt wel eens vaker voorbij, een Schijf waarbij alleen ik de nummers en de volgorde kan samenstellen. Denk bijvoorbeeld aan de Schijf van de hersenschuddingschijven van vorig jaar september. Morgen is het 66 jaar geleden dat Justin Hayward werd geboren en dat is voor mij gelegenheid om deze man eens een Schijf van 5 te gunnen. Hoewel ik vermoed dat de meeste Soul-xotica-volgers wel weten dat ik veel aan Justin Hayward en The Moody Blues heb te danken, hierbij toch een kleine introductie voor hen die de man niet kennen.
Is het allemaal met The Moody Blues begonnen? Ja en nee. Eerst de ontkenning. Onder invloed van mijn oudste broer was ik al rond 1981 'fan' van Madness, op mijn achtste verjaardag in 1983 kreeg ik dan ook een single van die groep. Dan de bevestiging. Eveneens onder invloed van de mega-grote platencollectie van mijn oudste broer (ik heb hem al drie keer ingehaald...) én 'Nights In White Satin' in de Top 100 Aller Tijden van 1986, ben ik singles gaan verzamelen. 'Nights In White Satin' krijg ik op mijn dertiende verjaardag, een Amerikaanse jaren tachtig-replica van de oorspronkelijke single. Het duurt pas tot de nieuwe eeuw eer ik eens de originele 1967-er in mijn collectie krijg, maar dat terzijde. De zoektocht gaat verder. In 1989 heb ik dan zelf al een platenspeler (een Philips uit vervlogen tijden waarvan de naald ook al in 1971 was overleden) en koop ik in mei 1989 voor het astronomische bedrag van vijf gulden de single 'This Is My House' van The Moodies. Toen ondenkbaar, vijf gulden voor een tweedehands single. Inmiddels gaat de plaat met fotohoes niet onder de honderd euro, dus het is een goede investering geweest.
Ook een gewoonte in mijn educatieve jaren, ik schreef Justin Hayward brieven rond zijn verjaardag. Er is, geloof ik, eentje werkelijk verstuurd! Inhoud: Zeer nuttige informatie over waar en wanneer ik singles had gekocht ('at the fleamarket in Sneek for only 25 cents'). Hij zal hem nog regelmatig raadplegen? Twee jaar geleden schreef ik hier al over op deze praatpaal. De titel was 'Letters I've written'. Justin Hayward is dus geboren op 14 oktober 1966 in Swindon. Als vijftienjarige heeft hij al een gitaar en een versterker en treedt op met de groep All Things Bright, maar zijn loopbaan komt pas in 1963 op gang middels Lonnie Donegan (waar hij een contract tekent dat bepaalt dat hij de eerste tien jaar voor Donegan's maatschappij Tyler Music schrijft) en Marty Wilde (vader van Kim). Met de laatste speelt hij in The Wilde Three. In 1966 beantwoordt hij een advertentie in Melody Maker, geplaatst door Eric Burdon. Die zoekt dan muzikanten voor zijn nieuwe Animals. Hij is onder de indruk van Hayward's brief en demo, maar stuurt het door naar Mike Pinder van The Moody Blues. Die groep heeft net een zware slag toebedeeld gekregen door het vertrek van hun leadzanger-gitarist Denny Laine. Justin wordt aangenomen, maar kan zich maar moeilijk vinden in de zwarte rhythm & blues en mede door zijn liedjes ontwikkelt de groep een eigen stijl. Het zijn vooral de arrangementen van Mike Pinder en diens' mellotron die de groep een eigen 'smoel' geeft.
Hayward schrijft in 1967 'Nights In White Satin', dat een wereldwijde hit wordt en de groep een nieuw leven geeft. ,,Vrienden hebben me, naar aanleiding van de hit, een overtrek van satijn gegeven. Ik had er meteen spijt van, want met een redelijke baardgroei is satijn niet bepaald handig", vertelde Hayward in 1997 in een interview. Hij schrijft vanaf dan ongeveer de helft van het repertoire van The Moody Blues, maar een tweede 'Nights' laat op zich wachten. Met 'Watching And Waiting' uit 1969 heeft hij het gevoel dat hij hem heeft te pakken, maar de single verkoopt drie-achteruit. 'Question' uit 1970 kenmerkt een meer directe benadering en wordt van de eerste positie gehouden door de England World Cup Squad. ,,Als we waren door gegaan, was het oorlog geworden", vertelt Justin later. Tijdens de Europese tournee besluit de groep in 1974 in Kopenhagen dat dit voorlopig hun laatste optreden is. Justin neemt een album op met John Lodge, 'Blue Jays', en een solo-album in 1977 ('Songwriter'). Dan klopt Jeff Wayne bij hem aan en Justin zingt 'Forever Autumn' op 'War Of The Worlds'. Vaak wordt ook 'Eve Of The War' aan hem toegeschreven, maar dat is duidelijk Chris Thompson van Manfred Mann's Earth Band...
In 1978 keert The Moody Blues terug, maar nu zonder toetsenist Mike Pinder. Patrick Moraz maakt van 1979 tot en met 1988 deel uit van de band, fluitist Ray Thomas neemt begin jaren negentig afscheid. The Moody Blues zijn onverminderd actief in het live-circuit. De cd 'Strange Times' dateert alweer van 1999, maar de groep ziet het als een voorrecht om nog te mogen optreden. Kaartjes voor hun jaarlijkse bezoek aan de Heineken Music Hall liggen rond de tachtig euro en het is steevast uitverkocht! Drummer Graeme Edge, nu 70 jaar, heeft in 2005 laten weten dat hij nog wel tien jaar wil optreden. Justin Hayward is met 66 jaar dus nog lang niet toe aan pensioen!
Morgen buig ik me over de onmogelijke taak om de vijf mooiste liedjes van Justin Hayward uit te zoeken. Ik kijk er nu al tegenop, maar belofte maakt schuld...
vrijdag 12 oktober 2012
raddraaien: Meadow
Zijn we al begonnen? Nee hoor, maandag pas. Dan begint de 'Double Dutch', een week lang muziek van Nederlandse bodem op Soul-xotica en in de Soul-x-rated. Het berust dan ook geheel op toeval dat W. Buter uit het fraaie Ommen ons bij deze Nederlandstalige rockhit brengt van Meadow. Het kappersvak is bij de Buter's met de paplepel ingebracht, want de vorige raddraaier hadden we te danken aan Joh. Buter, die eveneens een kapperzaak heeft in genoemde metropool-aan-de-Vecht. Het raddraaien had bepaald dat het een jaren tachtig bak moest zijn en, ja, daar zitten ook drie singles in van Meadow. Als de fotohoesjes nu nog wat informatie hadden kunnen brengen, want er is op het weeweewee geen letter aan de groep besteed. Ja, okay, talloze Youtube-clipjes van hun novelty-bewerking van 'Het Kleine Café Aan De Haven', maar een deugdelijke biografie moet nog geschreven worden. Dat terwijl de groep een belangrijk inspirator is geweest voor de tegenwoordig o zo populaire bouwvakkersrock.
Gelukkig ben ik in de jaren tachtig opgegroeid en weet zo nog wel iets te herinneren. De plaat is door Veronica op de kaart gezet. Ik geloof eerst door Alfred Lagarde, maar was Jeroen Van Inkel toen al actief als presentator bij Veronica? De groep stond binnen de kortste keren in Veronica's Countdown en dat was best een kleine revolutie. Natuurlijk is de Nederlandstalige popmuziek in 1984 nog heel groot, vooral dankzij Doe Maar (net uit elkaar). Maar ook Toontje Lager, Klein Orkest en Frank Boeyen Groep scoren grote hits met de Nederlandse taal. Dan is er natuurlijk nog Normaal, maar dat is al veel meer dialect, maar buiten dat is er op de hitparade weinig 'Nederlands-en-stevig' te bemerken. Helaas is het magnifieke 'Geitenwollensokkenrocker' van Vandale nooit wat geworden!
Dan is daar opeens Meadow. Een beetje Status Quo-achtig en hoewel uit de Achterhoek, vrij van dialect of tongval. Behalve dat de zanger her en der neigingen heeft om het Nederlands héél Amerikaans te laten klinken. Waar Normaal het leven bezingt vanuit het oogpunt van de boer, daar maakt Meadow muziek voor de bouwvakker. Gezellig op de steiger meisjes na fluiten, maar tegelijk reikhalzend uitkijken naar het weekend als ze weer kunnen 'beunen'. Ik had er onlangs nog een gesprek over met een hovenier. Waarom mogen bouwvakkers altijd keihard de radio aan hebben? Bij mijn buren zijn ze al maanden aan het verbouwen en daar gaat de regionale piraat reeds om acht uur op volle toeren door de krakkemikkige speakers van de bouwradio. De hovenier merkte op dat omwonenden al lopen te klagen als hij moet niezen... Afijn, het is een aspect van het leven waarmee we maar moeten leven. Bij de buren is de verbouwing klaar, nu zijn ze aan de overkant begonnen...
Goed beschouwd is Meadow de voorloper van Bertus Staigerpaip en, naar huidige maatstaven, Plork En De Aannemers. Prijs uzelf gelukkig als u nog nóóit van die laatste band hebt gehoord, ze spelen inmiddels iedere feesttent plat. Dankzij de promotie van Veronica stoot Meadow door naar Op Volle Toeren en bereikt uiteindelijk een 25e positie in de Top 40. De groep doet daarna nog enkele pogingen. 'Rockin' All Over Nederland' is een beetje een Stars On 45-parodie met 'Rockin' All Over The World' van John Fogerty (en Status Quo) en een aantal Nederlandstalige 'gouwe ouwen'. Tenslotte brengt de groep in 1986 een cover uit van 'That'll Be The Day' van Buddy Holly. Dit nummer, 'Met Het Weekend Voor De Deur', wordt nog enige tijd als jingle gebruikt voor het programma van Curry & Van Inkel. De plaat zélf raakt kant noch wal en even later is iedereen de groep alweer vergeten.
Nogmaals: De fotohoesjes van genoemde drie singles bieden geen uitkomst. 'Rockin' All Over Nederland' blijkt echter een Cat-productie te zijn. Logisch, want die hadden al huiswerk gedaan met Nederlandstalige parodieën in medley-vorml. Het zijn de jongens van Catapult die in de vroege jaren tachtig actief waren met Rubberen Robbie. Opvallend is ook dat hun manager in 1986 is verhuisd, maar wel binnen dezelfde woonplaats. Het kengetal is hetzelfde gebleven, maar het nummer is veranderd.
En toch is dit een leuke opmaat naar de 'Double Dutch'-week. Vanaf maandag krijgen jullie een jaren zestig, zeventig, tachtig, negentig en nieuwe eeuw-plaat van Nederlandse bodem. Verder een Soul-x-rated met Nederlandse liedjes en een Nederlandse Soul-X' Week Spot. Een wat? Dat is vanaf heden de nieuwe naam voor de Tune Of The Week. Verder doen we volgende week zondag een Schijf van 5 over Nederland en Nederlands.
donderdag 11 oktober 2012
Soul-x-rated week 41
'Ik voel me beter op mijn gemak dan een paar weken geleden. Geregeld ben ik de tekst kwijt, maar dat gebeurde ook in mijn Nederlandstalige podcasts', heb ik geschreven in de introductie van de Soul-x-rated van deze week. Bij terug luisteren, kan ik niet anders concluderen: Het is weer pure cult! De babbel is weer wat vlotter, wat soms weer resulteert in ernstige taalkronkels, maar ik heb het vaker gezegd: Ik ben beter in schrijven dan praten. Bovendien doe ik alles op improvisatie, buiten de speellijst om. Van veel platen weet ik wel wat ik wil vertellen, maar bij een enkeling schiet me dan opeens iets te binnen. Zo wilde ik bij Cliff Richard nog wat zeggen over de fotohoesjes. ,,Hou je bek toch!", dacht ik halverwege en dat kun je bij wijze van spreken ook horen. Toch ben ik zelf één en al tevredenheid over deze poging. Hierbij krijgen jullie weer de speellijst met een paar verhaaltjes, de link zet ik weer onder 'opmerkingen'. Veel luisterplezier gewenst!
1. Are You Gonna Go My Way-Lenny Kravitz (1993)
Die stond al een tijdje in de planning! Ik draai uitsluitend van vinyl in de Soul-x-rated. Is deze dan op vinyl uitgebracht? Jazeker, een gelimiteerde oplage op doorzichtig vinyl met als extraatje een CD-EP met onuitgebrachte nummers. Nee, die CD was in 1999 al verdwenen. Toen kwam deze namelijk binnen in De Bilt. Van deze plaat kan ik kantje 1 nog wel waarderen, maar de tweede kant is alweer teveel van het goede. Maar 'Are You Gonna Go My Way' is natuurlijk een fraaie binnenkomer!
2. Happiness (Is A State Of Mind)-Jackye Gerard (1973)
Ik zou deze maand geen singles kopen, maar kon het maandag toch niet laten om even door de plaatjes te gaan in de 'andere' kringloopwinkel in Meppel. Vooruit: 10 singles voor 11,50 euro. De laatste keer horeca is alweer ruim een week geleden, dus dan mag het van mij! Dit is de eerste die ik ervan draai, een bijzonder fraai liedje van een onbekende dame. De plaat wordt echter geproduceerd door Mickey Stevenson, voormalig A&R-manager en producer van Tamla Motown. Hij vertrok daar in 1967 samen met zijn vrouw Kim Weston, omdat ze het niet eens konden worden met Berry Gordy over hun inkomsten. Gordy bekeek zijn artiesten als personeel van een fabriek, in die zin deelde hij eenzelfde visie als Johnny Hoes. Weston, Stevenson, maar ook Holland-Dozier-Holland en Mary Wells wilden toch wel wat meer zien voor hun intellectuele eigendommen.
3. Then He Kissed Me-The Crystals (1963)
Ik heb altijd al een zwak gehad voor 'girl groups' en nog meer sinds ik de Northern Soul ben ingedoken. Eigenlijk heb ik deze single al, zelfs in een Nieuwzeelandse persing, maar die is niet heel erg fraai qua conditie. Deze is maar een euro en kan ik niet laten liggen. Vanwege de 'roots' kan ik hem evenmin overslaan in deze Soul-x-rated.
4. Do It To It-The Flamingos (1964)
Muziek- en kwisvriend Albert belde me een paar weken geleden vanaf de platenbeurs in de Amsterdamse RAI. Hij stond voor een bak met Northern Soul-platen en liet mij een keuze maken. Ik zat in Nijeveen met Youtube binnen handbereik en liet hem titels en uitvoerenden noemen en intussen zocht ik ze op. Toen hij 'Do It To It' van The Flamingos noemde, veerde ik op. Die groep ken ik! Hij staat eveneens op Youtube, maar het intro belooft niet veel. Maar dan vallen de drums in... en begint het feest! Dit is dus de keuze geworden. Samen met Roy Orbison en Lulu is dit Albert's blijk van waardering voor het maken van de forumkwis. Waarvoor mijn dank!
5. Can't Give You Anything (But My Love)-The Stylistics (1975)
Ja, die had ik al, alleen was die wel erg krom. Deze is ietsje minder krom getrokken. 'DNAP' staat er dan in advertenties op Ebay. 'Does not affect playing'. Tóch bestaat het, ik noemde gisteren volgens mij nog die plaat die als Near Mint werd omschreven, maar hoorbaar uit het lood was. In het geval van deze Stylistics-single mag geconcludeerd worden dat het absoluut niets afdoet aan de kwaliteit. Of ben ik zo gewend geraakt aan kromgetrokken vinyl van dit nummer?
6. The Shotgun And The Duck-Jackie Lee (1966)
De Tune Of The Week en dus kunnen jullie het verhaal hierover raadplegen in het bericht van dinsdag. Ter aanvulling: Northern Soul-kenner Dave Rimmer is erg secuur met verschijningsdata. Hij noemt 1966 als oorspronkelijk jaar, maar deze Contempo-heruitgave van 1976 noemt 1967. Ik geloof dat ik in dat geval toch Rimmer ga volgen. 1966 dus...
7. Breakin' Up Is Breakin' My Heart-Roy Orbison (1965)
Er was maar één week in januari 1966 dat deze niet in de Top 40 stond. In dezelfde maand stond hij maar liefst tweemaal genoteerd. Eenmaal een week als hekkensluiter en nog twee weken met 35 als hoogste positie. Daardoor is het een single die je niet iedere dag tegenkomt, ik was dan ook blij verrast toen ik hem op de Golden Beat Years-forummeeting tegenkwam in het tasje van Albert. En ja... ik mocht hem hebben!
8. Caroline-Espers (2009)
Meg Baird is de afgelopen weken al tweemaal voorbij gekomen. Eerst met 'Riverhouse In Tinnicum' omdat ik die laatste van haar maar niet kon vinden. Drie weken geleden slaagde ik er toch in om hem te traceren in mijn kasteel en draaide ik dan toch nog 'Song For Next Summer'. Daar moest wel eens wat Espers op volgen en ik heb dus gekozen voor 'Caroline' van 'Espers III'. Ik heb al eens een bericht gewijd aan dat album en moest toen concluderen dat ik de 'liedjes' van 'Espers II' niet kon vinden op dit album. 'Caroline' is daarop een fijne uitzondering. Deze stond ooit nog hoog in de Schijf van 5 met betrekking tot titels met 'Caroline'.
9. I Could Easily Fall-Cliff Richard & The Shadows (1964)
Heb ik ooit zo'n gevarieerde Soul-x-rated gehad? Zoveel grote namen? Roy Orbison, Cliff Richard, Gene Pitney... Over twee weken kan ik weer zo'n bonte Soul-x-rated beloven, daarnaast ga ik nog aan de slag met een speciale Northern Soul-podcast. Deze single heb ik eveneens maandag gekocht, maar nu voor 2,50 euro mét de Nederlandse fotohoes. Het is zo'n nummer dat de rest van de dag in je hoofd blijft zitten. Ik kan ernstiger voorbeelden bedenken...
10. Heartache Avenue-The Maisonettes (1982)
Nee, tot maart moest ik weinig hebben van deze plaat, maar hij staat op 'The Northern Soul Jukebox'. Aanvankelijk vind ik het maar een rare snuiter in dat gezelschap, maar bij nader inzien: Het heeft wel een lekkere Motown-beat. Het is die afschuwelijke synthesizer die me op afstand houdt. Toch hoor ik deze plaat op zondag 18 maart op mijn mp3-stick voorbij komen. Mijn eerste weekend Nijeveen, de dag na 'The Sound Of Motown' en tijdens een verkennend rondje Nijeveense Bovenboer per benenwagen. Deze plaat maakt de herinnering compleet en sindsdien heb ik hem gezocht. Maandag kom ik een exemplaar tegen voor een euro.
11. So Many Men So Little Time-Miquel Brown (1984)
Northern Soul-deejay Ian Levine heeft het plan al klaar als hij Fiachra Trench leert kennen. Drie jaar na sluiting van The Casino in Wigan is de Northern Soul op sterven na dood en hij wil die energie voortzetten in een nieuw genre dansmuziek: Hi-NRG. Hij schakelt daarvoor menig artiest in die populair is geweest in de Northern Soul-beweging. Denk aan Evelyn Thomas, The Flirtations, maar ook Miquel Brown. Zij heeft de eerste hit voor het genre met 'So Many Men So Little Time'. Ik draai hier de uitgebreide 12"-versie van maar liefst acht minuten. De Northern Soul zal later nog een opleving in populariteit genieten, maar met de 'Hi-NRG' is het na een paar jaar wel bekeken. Ian Levine houdt zich vanaf 1990 bezig met het opsporen van verloren gewaande Motown- en Northern Soul-artiesten. Van Fiachra Trench wordt niks meer vernomen, hoewel deze nimmer last zal hebben van sexproblemen?
12. Lovesong-Mike Starrs (1975)
Nog een keer op herhaling. Wat een berefijne plaat is dit! Ik heb enig onderzoek gedaan naar Starrs, het enige wat ik heb kunnen vinden is dat hij in 1978 in Rockpalast heeft opgetreden als zanger van Lucifer's Friend. Hij heeft eveneens een naamgenoot gehad die heeft gewerkt met Colosseum. Binnenkort maar eens wat extra huiswerk doen om de man's historie uit te pluizen. De plaat verdient het!
13. Running To You-Mark Wynter (1963)
Eén van de Mexicaanse leden van Upbeat Rare And Northern Soul Music, 'mijn' Facebook-groep, postte maandagavond een nummer van Mark Wynter. Een paar uren nadat ik 'Running To You' heb gekocht. Het doet me opnieuw luisteren naar mijn plaat. Ach vooruit, een beetje 'oowaah doowaah', maar best gezellig!
14. Blue Color-Gene Pitney (1966)
De b-kant van 'Nobody Needs Your Love' is net zo. Een beetje een 'pop stomper', maar wellicht ook het meest geschikte nummer van de hand van Pitney.
15. Love Loves To Love Love-Lulu (1968)
Ook deze is lastig te plaatsen. Moet-ie in de Blauwe Bak of niet? Hij zou op zichzelf een leuk koppel vormen met 'Gotta Get Enough Time' van Sharon Tandy & Les Fleurs De Lys, maar om hem daarvoor in de Blauwe Bak te stoppen? Blijft vooralsnog een twijfelgevalletje.
16. I Love Onions-Susan Christie (1966)
Door die rothersenschudding van 2009 was ik helemaal vergeten dat ik een tasje boodschappen op een bakje platen had gezet. Toen begon het me op te vallen dat er wel erg veel fruitvliegjes in de kamer waren. Toen was het al drie weken te laat... Een zak kiwi's was gaan rotten (niks geroken...) en het sap was gaan lekken... in een bak met singles. Ik heb hoesjes kunnen weggooien, maar ook platen. Susan Christie heeft dat destijds ook niet overleefd. En dus ben ik erg in mijn nopjes met dit exemplaar voor een euro bij de kringloop.
17. Getting Off-Hot Butter (1975)
De nummer 1 uit de Blauwe Bak Top 40 is van Barbara & Brenda op Dynamo. Ik herkende dat label meteen, ik moest ergens een single van Hot Butter hebben op hetzelfde label. Toen ik bij voorgenoemde Dave Rimmer in de label-catalogus ging kijken, zag ik deze er niet bij staan en zocht mijn eigen single op. Ik heb hem erop geattendeerd en de vriendelijke groeten gedaan van een deejay uit Nederland. Wie weet? Toen moest ik 'Getting Off' ook nog maar even draaien en wat blijkt... een kneiter! Een mooie afsluiter van deze legendarische Soul-x-rated?
woensdag 10 oktober 2012
moeder's mooiste
Ik heb maandagavond nog even getwijfeld voordat ik aan het verhaal begon van Joyce Bond. Er is dermate weinig over die dame te vinden, bovendien staat er op 'The Northern Soul Jukebox' nog twee meiden met de voornaam Joyce, die beide hoog op mijn verlanglijst staan. Kennedy zou in eerste instantie afvallen, omdat ik maandag nog de hoop koesterde dat ik wellicht binnenkort een single van haar zou hebben. Na een avondje huiswerk schat ik die kans klein in. Ik heb de meeste belangstelling voor 'I'm A Good Girl', maar die staat in een matige staat geadverteerd. Honderd dollar en geen gezeur... Overig jaren zestig-werk van Kennedy gaat evenmin beneden de 25 dollar, dus ik schat de kans klein in. Dus kunnen we haar nu net zo goed met een verhaaltje eren. Per slot van rekening is er genoeg over haar te vertellen!
Joyce Kennedy... kennen-we-die? Nee, het is geen familie-van, hoewel ik toch een vermoeden heb dat haar naam er iets mee te maken heeft. Ze neemt in 1963 de naam Kennedy aan, maar ze heet eigenlijk Washington. Haar eerste single verschijnt in datzelfde jaar, een productie van de legendarische rhythm & blues-man André Williams. Dezelfde die een paar jaar geleden nog optrad met de Groningse band Green Hornet. Deze eerste productie heet 'Darling I Still Love You' en heeft 'Misunderstood' op de b-kant staan. De plaat verschijnt via het lokale Ran-Dee-label, evenals de opvolger 'Can't Take A Chance'. Helaas is er van die plaat niks te vinden op Youtube. Ik zie namelijk de plaat bij een Amerikaanse handelaar staan, hij wordt omschreven als 'bijna nieuw', maar in het geluidsclipje hoor je hem behalve kraken ook zo hard 'zingen' dat-ie of krom als een hoepel is of 'out-of-centre'. Hoe dan ook, de 25 dollar is een hoop geld voor een plaat die je nauwelijks kan draaien...
'Could This Be Love' verschijnt in 1964 op Fontana. Hoewel dat in Europa een 'groot' label is, stelt de Amerikaanse divisie niet zo heel veel voor. In 1965 tekent ze bij Blue Rock en verschijnt de single waar het vandaag om gaat: 'I'm A Good Girl'. Evenals de b-kant, 'Does Anybody Love Me', die vlak erna opnieuw verschijnt in combinatie met 'The Hi-Fi Albums And Me' valt bij de eerstgenoemde twee vooral het krasserige viool-arrangement op. In combinatie met Kennedy's rauwe geluid wordt het hiermee niet bepaald 'muziek voor miljoenen', maar de latere liefhebbers van het genre loopt het water in de mond. Na 'The Hi-Fi Albums And Me' is het aanvankelijk afgelopen met de carriére van Kennedy.
Of ze toen al Glenn Murdock al kende, vermeldt de historie niet. Wél dat ze in 1968 samen met deze voormalige zanger van The Vondells een band begint: Mother's Finest. De groep brengt een aanstekelijke combinatie van funk en rock, maar heeft daarvoor eerst wel bijna tien jaar nodig om de draai te vinden. In 1972 nemen ze al hun debuut-album op, maar zodra die is uitgebracht distantiëren de leden zich ervan en verschijnt in 1976 opnieuw een titelloos album, nu wel met muziek waar de groep mee kan leven. 'Niggiz Can't Sing Rock'N'Roll', zingen ze op dat tweede album. Natuurlijk is het ironisch bedoeld, maar na een klacht van een geestelijke gooit de groep het nummer uit het repertoire. In 1977 komt 'Baby Love' uit, een single die in Europa hoge ogen gooit. De groep geeft een spetterend optreden weg in Rockpalast en kent in Nederland een discjockey die de groep helemaal in de armen sluit: Alfred Lagarde.
Glenn Murdock kan het zich ruim dertig jaar later nog herinneren. ,,Gaat midden in de nacht de telefoon, je neemt op en je hoort: Hello this is Alfred Lagarde, you're live on Dutch radio right now, how are you?". Dat werd bijna een wekelijks ritueel. In Duitsland zijn ze Mother's Finest eigenlijk al een beetje aan het vergeten, als Lagarde ervoor zorgt dat 'Piece Of The Rock' in de Nederlandse top tien terecht komt. Sindsdien is de groep in Europa een sensatie, maar in Amerika heeft het nimmer waardering gekregen. Mother's Finest gaat een aantal keren kortstondig uit elkaar en in 1982 pikt Joyce haar solo-carriére op. Met 'The Last Time I Made Love', een duet met Jeffrey Osborne, heeft ze nog bijna een hit. Tegenwoordig spelen Kennedy en Murdock met een hoop nieuwe muzikanten onder de oude naam. Het is een sensationele live-band. Toen ik in Tuk woonde en veel contact had met Henk Kranendonk van het Dicky Woodstock Popfestival, heb ik flink lopen 'pushen' dat hij Mother's Finest eens moest boeken. Hij heeft het gedaan, in 2002, de posters waren al klaar toen Mother's Finest ineens de tournee afkapte...
En toch zal ik stiekem blijven kijken naar een koopje wat betreft 'I'm A Good Girl'. Of toch voor de goedkopere optie van 'Does Anybody Love Me'? Want ook daar ben ik vanavond erg van gaan houden. De verlanglijst is lang, de andere Joyce die ik noemde, is Joyce Vincent. Zij zal later deel uitmaken van Dawn, maar maakt in de jaren zestig de, door mij, erg gezochte single 'Solid As A Rock'. Die ben ik ook nog niet tegengekomen. Misschien laten we die nog eens uit de jeukdoos schallen!
dinsdag 9 oktober 2012
Tune Of The Week: Jackie Lee
In navolging van vorige week en nog drie te gaan, presenteer ik jullie vandaag ook weer een 'Classic Tune Of The Week': Een plaat die langer in mijn bezit is dan een paar weken en die het derhalve verdiend om een week de Tune Of The Week te zijn. De single van deze week is niet zomaar een klassieker. Reeds in de eerste (of de tweede) week van Soul-xotica schreef ik er al een stukje over. 'Dat is me er eendje', heette die. Bij gebrek aan beter gebruikte ik toen een afbeelding van de elpee van Jackie Lee. Het verhaal dat ik toen heb gedaan, heb ik, geloof ik, onlangs nog eens gedaan. Het boekenwinkeltje van Cees Buster in Sneek, dat ook een flinke partij geflopte singles had uit de midden jaren zeventig. Achteraf gezien opvallend veel Northern Soul, alleen kende ik die term toen nog niet. Toch ben ik blij dat ik deze plaat toen, 1991, heb gekocht en dat ik er zuinig op ben geweest. Zo kan ik deze week jullie de Tune Of The Week presenteren: 'The Shotgun And The Duck' van Jackie Lee uit 1967.
Hoe ik in de eerste plaats ben geslaagd voor de LEAO zal altijd een mysterie blijven, maar goed: Ik heb het niet-erg-zwaarbevochten papiertje toch maar mooi binnengehaald. Natuurlijk hoort daar een rondje door het dorp bij. Nee, niet op een platte wagen achter de trekker, maar per benenwagen langs familie en kennissen om hen op de hoogte te brengen van het grote nieuws. Daarbij kan ik de achterbuurvrouw ook moeilijk overslaan. Al snel gaat het over muziek. Zoals jullie vorig jaar hebben kunnen merken in 20 Years Ago Today, zit ik in 1991 enigzins in mijn eigen 'flower power'. Buurvrouw heeft die tijd écht meegemaakt. Als jong meisje, een Rolling Stones-fan, die met vrienden concerten afstruint van The Outsiders. Die prachtige verhalen weet te vertellen over een concert van Ferre Grignard in 1968 in Bolsward. Waarbij The Moody Blues haar goedkeuring kan wegdragen. Eindelijk iemand waarmee ik 'op niveau' over muziek kan praten. Natuurlijk hang ik aan haar lippen en geloof ieder woord wat ze zegt. Dus als ze een vies gezicht trekt en over soulmuziek begint, weet ik genoeg: Mijden die hap!
Het is toch maar twee maanden later als ik het eerste stapeltje singles bij Buster haal, waaronder deze van Jackie Lee. Een aantal singles worden al snel 'speelballen' (hoevaak kun je met een schaar over het vinyl gaan totdat er een kras op komt, waar de pick-up het écht moeilijk mee heeft?). Gelukkig is het nummer maar matig interessant, maar zo vond ik in april 'If I Can Do It' van Louise Freeman (1974) terug. Niet meer te draaien. Toch is Jackie Lee, ondanks de uitgestoken tong van mijn buurvrouw, onmiddellijk een favoriet. Ik draai uitsluitend 'The Shotgun And The Duck' (wordt op deze Contempo-heruitgave van 1976 ook als a-kant aangeduid) en die gemeen doordenderende bas maakt erg veel indruk op de jonge Louwsma. Zoveel dat hij de plaat is gaan koesteren. Hij is er 21 jaar later nog dankbaar voor!
Jackie Lee heet eigenlijk Earl Nelson en is al sinds de midden jaren vijftig actief in diverse groepen. In 1958 begint hij een duo met Bobby Byrd. Dat doet meteen denken aan James Brown & His Famous Flames, maar nee. Er zijn meerdere hondjes die Fikkie heten en zo zijn er dus ook twee mensen met de naam Bobby Byrd actief in de muziek. De Bobby Byrd van Bob & Earl maakt onder verschillende namen platen. Eentje daarvan is Bobby Day. 'Rockin' Robin' en 'Little Bitty Pretty One' zijn zijn grote hits uit de jaren vijftig. Omdat de eerste plaat van Bob & Earl flopt, keert Bobby al snel weer terug naar zijn solo-werk. In 1962 ontmoet Earl Nelson, die ook al verscheidene namen heeft gebruikt, een nieuwe Bob. Deze alcoholvrije chauffeur heet Relf van achteren. In 1963 nemen ze een plaatje op, dat losjes geïnspireerd is op 'Slauson Shuffletime', een plaatje van de zanger Round Robin. Bob & Earl maken er 'Harlem Shuffle' van en de plaat is aanvankelijk een lokaal succesje. Dat bosje violen wordt gearrangeerd door hun goede vriend Barry White. De tegenvallende verkopen nopen ook Earl Nelson om een solo-carriére te ondernemen. Hij neemt daarvoor de naam zijn vrouw, Jackie, en de zijn tweede voornaam, Lee, en voegt die twee samen. De combinatie 'Jackie Lee' komt ook meer voor in de muziek, maar dat terzijde. Jackie heeft een zuinige Amerikaanse hit met 'The Duck', naar de gelijknamige dansrage van 1965.
De Mods in Engeland ontdekken 'Harlem Shuffle' en in 1966 verschijnt de plaat ook in Engeland. Tóch is het platenkopend publiek er nog niet klaar voor. Rond dezelfde tijd maken Bob & Earl nog een paar plaatjes, maar dan neemt Nelson opnieuw de benen. Volgens de goed ingelichte Dave Rimmer stamt 'Do The Temptation Walk' met 'The Shotgun And The Duck' op de b-kant uit 1966. Het label van de Contempo vermeldt derhalve 1967 als verschijningsjaar. Ik vind 'Shotgun And The Duck' de winnaar van de twee, het zware brommen van de bas is achteraf bezien 'The Shotgun', alweer een nieuwe dansrage, die inderdaad Jackie's succesnummer 'The Duck' overhoop schiet. Jackie's loopbaan gaat verder achteruit, maar dan gebeurt het in 1969 tóch nog. 'Harlem Shuffle' krijgt een nieuwe 'release' en wordt nu wereldwijd een top tien-hit. Hoewel de opvolger, 'Dancin' Everywhere', ook al in 1966 is opgenomen, komen Relf en Nelson weer samen om optredens te doen en opnames te maken. In de jaren zeventig werken de heren vooral op de achtergrond bij Barry White. Relf overlijdt in november 2007, Nelson acht maanden later.
De discografie van Bob & Earl met solo-platen is erg rommelig. Het lijkt alsof ze iedere week een plaat opnamen. Gelukkig zijn de archieven van Mirwood prima intact gebleven en kunnen de liefhebbers vandaag de dag nog steeds genieten van de pareltjes die op de plank zijn blijven liggen. Rond 1975, het hoogtepunt van de Northern Soul, is het Contempo-label eigenaar van de Mirwood-archieven en verschijnen alle successen als nieuwe singles via dat label. 'The Shotgun And The Duck' dus in deze uitdossing in 1976.
maandag 8 oktober 2012
uit de jeukdoos: Joyce Bond
Na een ruime zomerstop is 'de jeukdoos' weer terug op het scherm. Niet dat zoiets was gepland. Nee, het ligt hem meer aan mijn platenconsumptie van het afgelopen jaar. Vreemd te bedenken: Maar ongeveer een jaar geleden dacht ik nog een hele piet te zijn met mijn Northern Soul-hobby. Ik dacht dat ik met Alice Clark de bodem al had bereikt. Maar toen ging ik naar het Soul City-feest in Keulen en moest toen concluderen dat ik net was begonnen. In december ben ik weer op Ebay begonnen en één van mijn eerste aankopen was een dvd: 'Northern Soul Jukebox'. Het blijkt achteraf een kopie te zijn van een harddisk van een Engelse dj/verzamelaar en bevat bijna 2000 liedjes. Okay, er zit ook troep tussen, dus laat zeggen dat er 1900 interessante dingen overblijven. In 'uit de jeukdoos' belichtte ik dan een track, maar toen ging ik singles verzamelen met de 'jukebox' als uitgangspunt. Er staat echter nog genoeg leuk werk op dat ik niet binnenkort op single verwacht, dus we gaan weer beginnen! Vandaag een liedje van Joyce Bond in de schijnwerpers: 'Do The Teasy'.
Ik heb meteen weer een prachtige artiest uitgezocht. Hélemaal niks over te vinden! Ja, wel Youtube-clipjes van al haar nummers, maar wat biografische details? Niks daarvan. Joyce komt in 1967 zo uit de lucht gevallen, heeft in 1969 een klein hitje met 'Ob-La-Di Ob-La-Da', maakt nog een paar leuke plaatjes en verdwijnt weer in de obscuriteit. Hoewel dat laatste maar betrekkelijk is, want daar staan de Northern Soul-gasten de artiesten weer op te wachten en krijgen sommigen alsnog de erkenning die ze oorspronkelijk hebben gemist. In het geval van Joyce Bond gaat het eigenlijk maar om twee singles. Hoewel ze toendertijd door de massa over het hoofd zijn gezien, lusten Mods en Northern Soul-verzamelaars er wel pap van!
De vergissing wordt vaak gemaakt, maar ska en reggae hebben evenveel met elkaar te maken als folk met country. Okay, het heeft beide wortels op Jamaica, maar daar houdt iedere overeenkomst op. Reggae is nauw verwant aan de calypso, waar ska feitelijk rauwe Amerikaanse rhythm & blues is met de nadruk op de tweede tel. Ska heet eerst rocksteady, de term ska ontstaat gelijktijdig met de doorbraak in Engeland. The Ethiopians gaan in 'Train To Skaville' via genoemde plaats naar de bodem van de Britse single Top 50. De veroorzakers van dit onverwachte succes zijn de Mods. In het kielzog vaart ondermeer Desmond Dekker ('007 (Shanty Town') mee, Rond dezelfde tijd komt er via Island een plaatje uit dat een cult-klassieker zal worden: 'Do The Teasy' van Joyce Bond.
Joyce Bond vestigt zich rond dezelfde tijd in Engeland en formeert een band: The Joyce Bond Revue (ook wel Review). Als The Beatles hun Jamaicaanse vakbroeders salueren met 'Ob-La-Di Ob-La-Da', staat Joyce klaar met haar muzikanten om er een cover-versie van op te nemen. Dat wordt bijna een hit, maar legt het af tegen de versie van The Marmalade. In 1966 heeft Bond echter al een single opgenomen voor het Airbourne-label: 'Mrs. Soul'. Die plaat gaat ooit, 46 jaar later, verzamelaars wereldwijd gek maken, vooral als het de Engelse uitgave in nieuwstaat is. Er staat op het moment van schrijven eentje te koop. 'Priced to sell'? Omgerekend een dikke driehonderd euro! Mijn antieke Price Guide geeft zeven pond aan voor een exemplaar van 'Do The Teasy', maar dat is inderdaad héél lang geleden. Beneden de vijftien tot twintig pond zijn ze compleet afgedraaid!
Wilson Pickett zat er niet ver af met zijn 'Land Of Thousand Dances'. Wie weet uit zijn hoofd hoe je de 'La Rue' doet? 'The Teasy' is eveneens geen grote hit geworden, misschien was-ie zelfs ietsje te eenvoudig. Het enige wat je moet doen is je heupen rond en rond en rond en rond laten draaien. Met een recente spit begin je het bij de derde keer al te voelen. Nee, doe mij dan maar 'The Bounce', maar dat dansje gaat hier vast nog eens de revue passeren!
Abonneren op:
Posts (Atom)






