vrijdag 8 september 2017

Eretitel: 'My Love'



De post in Steenwijk kampt andermaal met onderbezetting en gezien mijn vakantie afgelopen is, betekent het dat ik weer volop aan de bak kan. Vandaag ben ik rond het middaguur opgehaald uit Uffelte om vervolgens binnen een paar uren proberen weg te krijgen wat ik kan. Ik moet uiteindelijk één wijk tot morgen laten liggen. Over het weer zullen we het maar niet hebben want ook in Steenwijk komt het met bakken uit de lucht. Vervolgens naar Meppel en vanavond naar de barbecue van de zaak in Zwolle. Ofwel: Een té druk schema om donderdagavond de 'Eretitel' te doen en nu ook even niet de inspiratie om dubbel te publiceren. Ik moet morgen ook weer bezorgen in Steenwijk en zal straks eens kijken op Buienradar wat het voor Steenwijk in petto heeft. Als het gedurende het werk gaat regenen, vind ik niet erg. Zolang ik eerst tussen Uffelte en Steenwijk maar niet een bui over me heen krijg. Vandaag de voortzetting van de 'Eretitel', maar er is niet veel schade. Ik ben dinsdag voor het eerst in weken weer begonnen met 'Listen Carefully I Shall Say This Only Three Times'. Nog steeds genoeg voor twee jaar een wekelijkse rubriek. Vandaag ga ik het hebben over 'My Love'.

3. Paul McCartney & Wings (1973)
Ik had heel stiekem een 'date' vanavond. Nee hoor, ik blijf helemaal vrijgezel, maar had een collega, die ik enkel via de telefoon en mail ken, uitgenodigd om naar de barbecue te komen zodat we elkaar eens konden spreken. Ze is niet gekomen tot grote teleurstelling van collega's 'die het me zó hadden gegund'. Volgende keer beter! Als ze er wel was geweest, had ik vanavond evenmin kunnen spreken van 'My Love' want aan die kermis doe ik niet meer mee. De keuze voor deze titel vindt zijn oorsprong in de nummer 1 van vanavond. Dat is in 2015 een grote hit en als ik dit zie op de hitparade is het niet moeilijk om daar twee liedjes bij te vinden. Zo kom ik tot 'My Love' van Wings, een nummer dat me nooit echt veel heeft gedaan, terwijl ik het Wings-werk over het algemeen goed kan waarderen. Dit is dus een logische derde plek voor Macca, echtgenote en companen.

2. Petula Clark (1966)
Veel groepen en artiesten uit de jaren vijftig en begin jaren zestig moeten het onderspit delven als The Beatles aan haar opmars begint. Of ze moeten genoegen nemen met aanmerkelijk minder succes dan in de voorgaande jaren. In 1964 komt in Engeland een nieuwe lichting solo-zangeressen waaronder Cilla Black, Dusty Springfield, Sandie Shaw en Marianne Faithfull. Petula Clark is weliswaar als hitmaker actief sinds 1957, maar ook zij plukt haar vruchten van de hernieuwde belangstelling voor de Engelse zangeressen. Tony Hatch en andere schrijvers van hits voor het Pye-label voorzien Petula van eigentijdse liedjes en soms zit daar een 'draak' als 'This Is My Song' tussen. Desondanks ook liedjes met speelse melodieën die voor mij, als geen ander, de 'onschuldige' jaren zestig vertegenwoordigen. 'My Love' is daarvan een mooi voorbeeld. Het duurt pas tot 1999 eer ik de single in Mossley op de kop kan tikken en sindsdien is de liefde eigenlijk alleen maar meer gegroeid voor Petula en specifiek dit nummer. Ik krijg altijd goede luim als ik het refreintje hoor van 'My Love' en dat brengt de plaat in deze 'Eretitel' op een tweede plek.

1. Route 94 ft. Jess Glynne (2015)
Afgelopen dinsdag heeft Dua Lipa een exclusief optreden gegeven voor Q Music en daarvoor kon je eerder kaartjes winnen. Er is een tijd geweest dat ik méér heb verlangd om Dua Lipa 'live' te zien. Mijn verwachtingen zijn hooggespannen voor het debuutalbum van Dua Lipa. Ik heb het sindsdien regelmatig gedraaid. 'Be The One' zal altijd 'mijn kindje' blijven (Ik ben de Nederlandse en Engelse radiostation vér voor met het 'ontdekken' van dit nummer). Er staan nog een paar opvallende nummers op het album welke tot voordien nog niet als single zijn uitgebracht. De rest? 'Mwah', om met één van haar titels te spreken. Digital Farm Animals had meer nummers als 'Be The One' mogen bijdragen, een gedeelte is een beetje doorsnee commerciële popmuziek anno 2017. In 2014 en 2015 koester ik een enorme liefde voor Jess Glynne. Dat komt met name door 'Rather Be' van Clean Bandit maar ook de singles die in 2015 verschijnen, zijn niet weg te meppen uit mijn shows. Het is pas als ze 'Take Me Home' uitbrengt dat de kaars dooft en al helemaal als ik het haar live hoor zingen in een Deense televisieshow. Verre van zuiver en dan niet-zuivere dat ik niet erg kan waarderen. Anders dan bijvoorbeeld Mrs. Miller. Toch denk ik nog vaak met weemoed terug aan onze 'innige affaire' in 2015 als ik dagelijks luister naar 'Hold My Hánd' en 'Don't Be So Hard On Yourself'. 'My Love' met Route 94 mag dus op nummer één ook al is het een kleine teleurstelling dat vermoedelijk veel 'autotune' is gebruikt voor de zang van Glynne.

woensdag 6 september 2017

Raddraaien: 10CC



Halverwege de maand publiceer ik altijd 'Het zilveren goud' met een overzicht van de singles die ik precies vijfentwintig jaar geleden heb toegevoegd aan de verzameling. De serie komt voort uit '20 Years Ago Today'. Deze serie loopt van eind 2010 tot en met april 2012. In plaats van het overzicht per maand gaat '20 Years Ago Today' bijna per dag en per single. Het is in 2011 geregeld erg druk met '20 Years Ago Today' en als 2012 aanbreekt is het niet te overzien. In 2013 ben ik zo begonnen met 'Het zilveren goud' en nu de aankopen van één maand in een bericht. Dat levert berichten op verschillende lengtes. In september 1992 heb ik vijftig singles gekocht, in oktober 1992 meer dan honderd. Ik ga 'Het zilveren goud' reduceren tot berichten van maximaal vijfentwintig singles. Dit betekent dat jullie volgende week en de wwek erna 'Het zilveren goud' van september 1992 voorgeschoteld krijgen. De vier woensdagen van oktober zal ook steeds een aflevering van 'Het zilveren goud' brengen. In november en de daaropvolgende maanden wordt het opeens weer héél erg rustig met de rubriek. Ik ben op dit moment bezig met de lijst voor 2018 en 2019 en volgend jaar juni zou zomaar eens meer dan vier 'Het zilveren goud'-afleveringen kunnen krijgen? Zorg voor later. De elfde van de elfde drinken we bier en eten we roggebrood met haring, in geval van de achttiende van de achttiende gaan we 'Raddraaien'. De achttiende single in de achttiende jaren zeventig-bak is 'The Wall Street Shuffle' van 10CC (1974).

Waar en wanneer? Blader maar terug naar 'Het zilveren goud' van vorig jaar juni of juli. Ik haal de single in een flinke partij, zoals beloofd, bij jukeboxwinkel Twister. Ik 'verveel' de eigenaar in 1989 door minutieus door de bakken met singles te snuffelen, een stapel singles selecteren en daarna één kiezen als de aankoop van de dag. Soms anderhalf uur voor een single van een gulden. Daar heeft Bertje anno 1991 geen trek meer in en hij stemt ermee in om de zaak nog even te openen op voorwaarde dat ik minimaal een x-bedrag ga besteden. Ik geloof dat het een tientje of vijftien gulden is. Ik heb 'lekker veel' geld op zak omdat ik kort daarvoor ben geslaagd voor de LEAO en dus kan ik eindelijk eens 'boodschappen' doen bij Twister zoals ik dat in 1989 en 1990 dolgraag had gedaan. Het levert me twee singles op van 10CC: 'Rubber Bullets' met het fotohoesje en 'The Wall Street Shuffle' zonder dat accessoire. Nu weet ik eigenlijk niet eens uit mijn hoofd of die ooit een 'upgrade' heeft gehad en dat maakt ook weinig uit. De plaat is in 1991 allesbehalve mishandeld en klinkt nog altijd fantastisch.

Kevin Godley en Lol Creme zijn maatjes sinds school, Graham Gouldman en Godley gaan naar dezelfde school. Graham Gouldman speelt in 1964 met de band The Whirlwinds. Het maakt één single en gebruikt voor de b-kant een liedje van Lol Creme. The Whirlwinds gaat over in The Mockingbirds, nu met Kevin Godley in de gelederen. Godley heeft daarvoor met Creme gespeeld in The Sabres. De groep maakt een paar singles welke allemaal floppen. Gouldman gaat zich dan presenteren als liedjesschrijver en levert een paar absolute popklassiekers af in de vorm van 'For Your Love' (The Yardbirds), 'No Milk Today' (Herman's Hermits) en 'Bus Stop' (The Hollies). Godley en Creme zoeken elkaar in de zomer van 1967 weer op en maken een eenmalige single als Yellow Bellow Room Boom. 'Things Seeing Green' is een gezochte freakbeat-single. Gouldman draagt Godley & Creme aan bij de legendarische Giorgio Gomelsky die op dat moment platenmaatschappij Marmalade bestiert. Gomelsky's plannen om Godley & Creme te presenteren als een Engelse Simon & Garfunkel lopen stuk omdat het label in de financiële problemen komt. Het levert wel een single op met Gouldman als Frabjoy & The Runcible Spoon. Ook verschijnen twee liedjes op sampler-elpees van Marmalade Records dat kort daarop het loodje legt.

Eric Stewart speelt bij The Mindbenders uit Manchester, de begeleidingsgroep van Wayne Fontana. Als Wayne Fontana & The Mindbenders heeft het in 1965 een grote hit met 'Game Of Love', in 1966 scheiden Fontana en The Mindbenders elkaars' wegen en is de groep de eerste die een mega-hit mag scoren met 'A Groovy Kind Of Love'. Ik geloof dat ik dit detail al eens eerder heb verteld, maar ik blijf het een eigenaardig feit vinden. Het is aanvankelijk Lesley Gore, van 'It's My Party', dat als eerste dit lied zal opnemen, maar dan komt opeens protest van de platenmaatschappij. Een vrouw hóórt niet over 'groovy' te zingen, zo wordt geoordeeld. Waarom niet? Lesley Gore kan zichzelf wel de haren uit het hoofd trekken als The Mindbenders een vette hit scoort en dat het een jaar later reeds wordt opgenomen door een aantal vooraanstaande zangeressen. Gouldman voegt zich in 1967 bij de noodlijdende Mindbenders. Hun bassist is plotseling opgestapt en het heeft enkele contractuele verplichtingen. Gouldman maakt het laatste jaar deel uit van The Mindbenders, schrijft een paar niet-succesvolle singles en doet nog een korte Engelse tournee met de groep in eind 1968. Eric Stewart heeft het zien aankomen en is al druk met schrijven en opnemen van demo's voor een toekomstige band. Hij doet dat in de Inner City Studios in Stockport. Hij wordt eind 1968 zakelijk partner van Inner City en kort daarop verhuist de studio naar een groter gebouw. Dat gaan de mannen Strawberry Studios noemen. Over de Strawberry Studio heb ik vorig jaar augustus gepubliceerd naar aanleiding van de plaquette die de gemeente op het pand van de voormalige studio wil onthullen ('Het aard van het beitje', 21 augustus 2016). De groep gaat in 1969 een samenwerking aan met de heren Jerry Kasenetz en Jeff Katz, de baronnen van de bubblegum-pop uit de late jaren zestig. In het begin reizen de heren nog geregeld naar New York, maar dan stelt Gouldman voor om de tracks helemaal in Stockport op te nemen. Dat scheelt geld en dat interesseert de heren Kasenetz en Katz. Het toekomstige 10CC neemt zo soms in twee weken twintig liedjes op welke Kasenetz en Katz onder de meest vreemde namen uitbrengen. De mannen doen alles zelf op de platen, tot aan de dameskoortjes aan toe! Freddie Garrity doet ook mee op een plaatje en dat wordt 'Susan's Tuba', de laatste grote hit van Freddie & The Dreamers. Artistiek is de bubblegum onder het niveau voor de mannen, maar het stelt hen in staat om Strawberry Studios verder te perfectioneren.

In 1970 eindigt de deal tussen Kasenetz en Katz met Strawberry. Gouldman verhuist naar New York om liedjesschrijver te worden bij Super K, de productiemaatschappij van Kasenetz en Katz. Creme, Godley en Stewart blijven achter en formeren The Hotlegs en nog een paar bands. Ze produceren en begeleiden artiesten als Dave Berry, Wayne Fontana en Herman's Hermits en werken in 1972 mee aan de comeback-elpee van Neil Sedaka. Als dat een verkoopsucces wordt, vragen de mannen zichzelf af waarom ze het niet gewoon zélf doen. Gouldman is teruggekeerd uit New York en het kwartet neemt 'Waterfall' op, een compositie van Stewart. Hij stuurt een demo naar Apple Records en wacht maanden op de eventuele afwijzing. 'Waterfall' wordt vervolgens de b-kant van een nieuw liedje: 'Donna'. Met een vette knipoog naar Frank Zappa is dit een niet-alledaagse parodie op de doowop van de jaren vijftig. Er is maar eentje zó gek dat die het wil uitbrengen en zijn naam is Jonathan King. 10CC is in 1972 de nieuwe aanwinst voor King's UK-label. Over de oorsprong van de naam bestaat onduidelijkheid. Dat 10CC zou staan voor de hoeveelheid zaad dat vrijkomt bij een mannelijke ejaculatie is een legende welke door menigeen wordt weerlegd. Je moet van goede huize komen om 10CC te produceren en het is jaren vóór Viagra.

Tijd voor een sprongetje in de tijd want 10CC schrijft én leest als een spannend jongensboek. Op 15 juni 1974 verschijnt in Engeland 'The Wall Street Shuffle' op single. Het is de best verkopende single van de elpee 'Sheet Music'. In Engeland bereikt het een tiende plek. Niets vergeleken bij Nederland waar het op nummer 1 komt. Anni-Frid Lyngstad, beter bekend als Abba-zangeres Frida, neemt een Zweedstalige interpretatie op van het nummer. Tekstdichter Owe Junsjö kan niets met de oorspronkelijke tekst en maakt er 'Guld och gröna ängar' van. 'Goud en groene weide' is het andere uiterste van het hectische Wall Street maar het liedje verschijnt op in 1975 op haar solo-album. Persoonlijk is 'The Wall Street Shuffle' best wel een soort van favoriet. Dan moet ik erbij zeggen dat ik sowieso erg ben gecharmeerd van de 10CC-singles uit de midden jaren zeventig. Het is altijd weer lastig om eentje uit te kiezen in 'The Vinyl Countdown - The 7" Collection' en niet zelden maak ik er een 'trouble shot' van (drie liedjes back-to-back). 'The Wall Street Shuffle' is vaak één van de drie ingrediënten.

Tot slot kan ik mededelen dat Holger Czukay is overleden, voormalig lid van de krautrockband Can. Drummer Jaki Liebezeit is hem eerder voor gegaan en die heb ik te gast gehad in de 'Dodenrit' (23 januari 2017). Hoewel Czukay weer een ander verhaal heeft dan Liebezeit wordt het teveel het gevoel van een 'dubbel' bericht zo binnen een jaar. Morgenavond verwacht ik meer aandacht te besteden aan Czukay in 'Afterglow'. Op Soul-xotica krijgen jullie morgen een 'Eretitel'.

dinsdag 5 september 2017

Week Spot: Della Humphrey



Als ik mijn JWG-periode start bij het Sneeker Nieuwsblad in 1996 heb ik er al de grootste moeite mee. Zomaar op iemand afstappen en een 'kruisverhoor' beginnen als basis voor een nieuwsartikel. Ik leer het snel want een maand later is de komkommertijd aangebroken en geeft mijn collega me een opdracht. Ga naar het dorpje Tirns en kom met een verhaal terug, zolang het geen interview is met de voormalige kruidenier die pas is gesloten. Bij de eerste deur waar ik aan bel, word ik weggesnauwd door de bewoner.Dan blijken andere bewoners juist hun deur wagenwijd open te zetten en vanaf dat moment voel ik me meer vastberaden. Echter, een paar jaar nadat ik met het 'krantenwerk' ben gestopt, keert het probleem razendsnel terug. Ik koop in 2003 een autobiografie van iemand, ik noem al niet eens zijn naam, die verhaalt over de eind jaren zestig als hij in een onafhankelijke band speelt. Ik ben vastberaden om op zoek te gaan naar de schrijver en een forumvriend helpt me daarbij. Binnen de kortste keren heeft hij alle gegevens verzameld. Het enige dat ik moet doen, volgens hem, is de telefoon pakken en hem bellen. En daar is het altijd bij gebleven. De forumvriend is wel een journalist in hart en nieren en hangt bijna dagelijks aan de telefoon om 'vergeten' muzikanten op te sporen. Het wil dus niet bij mij maar toch heb ik een ontzag voor degene die het wél aandurven. Voor de Week Spot van deze week zou ik zonder de hulp van deze ene persoon bijna niks kunnen schrijven, zijn huiswerk en doorzettingsvermogen levert een boeiend verhaal op. De Week Spot is 'Don't Make The Good Girls Go Bad' van Della Humphrey uit 1968.

Het is afgelopen weekend een jaar geleden dat Peter, van de singlehoesjes, bij me op bezoek is geweest. Portemonnee dicht en ouderwets platen ruilen. Niet kijken naar de waarde van een plaat maar naar de waarde dat heeft om aan de verzameling toe te voegen. Hij brengt me ook deze van Della Humphrey en ik weet niet of Peter hem dubbel heeft of dat hij het niet goed genoeg vond voor zijn collectie. Zelf ben ik één en al oor als ik verneem van de plaat. Het Arctic-label heeft een magische klank in mijn oren en bij het eerste huiswerk blijkt dat ze een cult-status heeft in soul-kringen. Ik zet de plaat meteen in de Blauwe Bak en geniet gedurende het eerste jaar een paar keer van de plaat. Volgens mij heeft het de Blauwe Bak Top 100 nét gehaald. Even checken... Okay! Ik heb de plaat recht aan gedaan en heb het zelfs op 77 gezet. Toch is het vooral de afgelopen vakantie dat ik de plaat erg ben gaan waarderen. Zoveel dat ik van mening ben dat het de Week Spot moet worden. Ter voorbereiding zoek ik maandag al wat info op, als deze bestaat. En zo kom ik uit op 'Lost & Found: The Della Humphrey Story' dat op 1 december 2012 is gepubliceerd op longplaymiami.wordpress.com. De aanhouder wint!

Alberto is een muziek-junk die zich vooral in zet om de muzikale geschiedenis van Miami onder de loep te brengen. Hij doet jaren geleden al verwoede pogingen om Della Humphrey te traceren nadat ze in 1973 uit de schijnwerpers is verdwenen. Hij is een paar maal 'close', maar de steeds terugkerende conclusie is dat Humphrey er alles aan doet om juist niet gevonden te worden. De nieuwsgierigheid blijft knagen en zo doet hij opnieuw een zoekactie. Nu kijkt hij ook naar Della Humphrey's die zijn overleden sinds 1973. In deze lijst geen enkele Della Humphrey die aan het signalement voldoet. Hij gaat verder en komt dan, vrij onverwacht, in contact met iemand die Humphrey's telefoonnummer prijs geeft. Dan gebeurt het: Humphrey geeft thuis en wil voor deze ene keer vertellen over een hoofdstuk van haar leven dat ze lang geleden heeft afgesloten. Alberto spreekt ook met haar producent en komt erachter dat de belevingen tussen de twee soms erg tegenstrijdig zijn. Het is immers ook een erg bizar verhaal.

Het begint in 1968 met onze Week Spot-artieste van twee weken geleden. Betty Wright heeft een grote hit met 'Girls Can't Do What The Guys Do' en Clarence Reid, later bekend als Blowfly, heeft dat geschreven. Hij heeft een soort van vervolg op de hit klaar liggen en gaat daarmee naar directeur Steve Alaimo van TK Records. Die vindt het teveel van hetzelfde. Reid loopt van Hialeah naar Overtown en geeft het liedje aan een zangeresje dat hij even daarvoor bij een talentenjacht heeft ontmoet. Hij is erg onder de indruk van deze nieuwe zangeres. Het liedje is 'Don't Make The Good Girls Go Bad' en het zangeresje is dan pas vijftien jaar oud en heet Della Humphrey. Jack Corbitt verschijnt ten toneel. Hij heeft in de midden jaren zestig enkele nachtclubs en helpt Sam & Dave in het zadel voordat het duo doorbreekt. Beulah, de moeder van Della, belt hem op en laat hem weten dat hij haar artistiek mag begeleiden. Della zingt een stukje van een Aretha Franklin-liedje over de telefoon en Corbitt is meteen verkocht. Clarence Reid heeft zo gezegd het liedje klaar liggen en Corbitt en Humphrey vliegen naar Philadelphia om het aldaar op te nemen. Het verschijnt eveneens bij een label uit Philadelphia, Arctic Records.

Kort daarna treedt ze op in het Philadelphia Convention Center op een gedeelde poster met onder andere Stevie Wonder en Johnnie Taylor. Het publiek is echter totaal uitzinnig als Della Humphrey het podium betreedt en na afloop wil iedereen háár handtekening. De heren Gamble en Huff willen eveneens haar handtekening maar dan op het oontract van hun nieuwe platenlabel. Dat gaat niet door. 'Don't Make The Good Girls Go Bad' is een redelijke hit, lokaal in Miami en Philadelphia erg grote hits. Een succesvolle opvolger zit er niet in, maar de ster als live-artieste blijft stijgen. Corbitt herinnert zich vooral de 'mama-drama', ofwel de bemoeienis van Beulah met zijn werk. Corbitt kan Della plaatsen in de legendarische Apollo in New York en krijgt zelfs een beetje geld ervoor. Corbitt schetst in 2012 dat menig artiest wil betalen om in The Apollo te staan. Als je The Apollo in vuur en vlam hebt gezet, is het bedje gespreid. Het is moeder Humphrey die vindt dat Della een hoofdprijs moet opbrengen en het concert in The Apollo gaat niet door. Volgens Corbitt ontstaat de breuk als Della één van zijn regels schendt, maar dat heeft Humphrey een andere lezing over. Corbitt probeert dat in alle macht te weerleggen en motiveert dat hij het helemaal niet voor het geld deed. Feit is dat de samenwerking tussen Humphrey en Corbitt omstreeks 1971 tot een einde komt.

Betty Wright is op dat moment getrouwd met King Sporty, een oorspronkelijk Jamaicaanse artiest. Della heeft genoeg van de soul en wil iets heel anders doen. Met King Sporty neemt ze een cover op van 'Dream Land', een oud nummer van The Wailers. Het is haar eerste en laatste uitstapje in de reggae. Kort daarop gaat het even ontzettend mis met Humphrey's leven. Ze raakt verslaafd aan alcohol en drugs en hangt het meeste rond op straat in Miami. Later zal ze zich hervinden en zal nog een enkele keer optreden met McFadden & Whitehead. De artistieke ambities zijn totaal van de baan en eigenlijk is dat best realistisch. In 1973 is de belangstelling al opgedroogd. In het interview met Long Play Miami geeft ze zich eenmaal helemaal bloot en worden alle vragen beantwoord. Daarna kan ze weer terug naar haar schulpje. Ze heeft sinds jaren weer contact met Corbitt. Hij woont in 2012 in Connecticut en ontmoet Della iedere keer als hij naar Miami komt voor familiebezoek.

maandag 4 september 2017

Raddraaien: Octopus



De eerste werkdag na de vakantie is achter de rug. Het valt genoeg mee want ik hoef pas on drie uur te beginnen en om zes uur zijn we klaar. Wat het meest moet wennen is de ligfiets. Nee, niet dat ik loop te stuntelen met het opstappen en weg fietsen zoals dat in de eerste paar maanden het geval is geweest. Ik geloof dat ik weer gewend ben geraakt aan het uitzicht vanaf het zadel. Een claxonerende auto naast mij (bedoeld als groet aan iemand anders) klinkt opeens weer schel in de oren en voel me even geïntimideerd als er een vrachtwagen op me afkomt. Dat gevoel is slechts tijdelijk. De komende week zit ik in de bezorging in Steenwijk en dus mag ik de nodige kilometers maken. Nog ongeveer tweehonderd kilometer te gaan voordat het klokje op tienduizend staat. Ja, dat is dus binnen nu en twee weken want zo gaan die dingen... Morgen terug naar de Week Spot met een plaatje dat ik precies een jaar geleden heb gekregen. Het hoeft dus niet een 'Classic Week Spot' te worden. Ik ben op het spoor gekomen van een erg mooi verhaal dat de plaat kan omlijsten. Vanavond eerst een 'Raddraaier', wederom uit een jaren zeventig-bak. Vanavond zet ik de schijnwerpers op 'Sherry' van Octopus (1976)

Gewoon een zaterdagmorgen in 2009? Er zijn in deze jaren maar weinig zaterdagen dat ik zo vroeg uit de veren ben, dus wat dat betreft is het best 'speciaal'. Ik doe deze ochtend een singles-strooptocht in Steenwijk. Ik vind deze morgen onder andere de eerste single van Anita (Meyer) en ga daarna naar de kringloopwinkel in Tuk. Daar koop ik eveneens een aantal singles waaronder enkele Libanese platen. Octopus mag mee omdat ik nieuwsgierig ben en de platen zonder meer spotgoedkoop zijn bij de kringloop. Ik hoef de plaat niet eens op te zetten om te weten wat er schuilt achter het fotohoesje. Octopus is typisch zo'n Engelstalige band dat via Telstar platen maakt. Een kruising tussen dansbare palingpop en close-harmony in de beste traditie. Ik meen lange tijd dat Octopus uit Limburg of Brabant kom, maar dat wordt in de loop der tijd bijgesteld. Octopus komt uit België maar heeft ook lange tijd een Engelsman in de gelederen.

In den beginne is daar The Bats. Deze Belgische band maakt in 1968 haar eerste single, heeft zelfs een 'exclusieve' Nederlandse single in 1970 en een plaatje in 1972 dat het zelfs schopt tot een Amerikaanse release. In 1972 gaat de groep geruisloos over in Octopus. Het heeft haar 'roots' in Diest. De oorspronkelijke bezetting van Octopus bestaat uit de heren Robert Vlaeyen, Jean-Pierre Onraedt, Nic Roland en de Engelsman Steve Davies. Robert's broer René speelt ook bij The Bats en doet niet mee in Octopus. René Vlaeyen zal uitgroeien tot een gevierde televisieproducent in België. Nic Roland is de eerste die het veld moet ruimen en wordt vervangen door Phil Francis, een Engelse vriend van Davies. Roland is reeds opgestapt om zich meer te gaan toeleggen op sessie-werk en drummer Onraedt is eveneens een veelgevraagd studiomuzikant. Hij kan het op een zeker ogenblik niet meer combineren met zijn werk binnen Octopus en wordt vervangen door Gerard Opdebeeck, eveneens een voormalig lid van The Bats. De groep werkt enige tijd als een kwartet maar heeft de wens een vijfde zanger en toetsenist aan te trekken. Dat is een feit als Paul Michiels in contact komt met Octopus.

Je hele leven wafels bakken is ook niet iets en dus wil Sylvain Tack graag iets doen in de muziek. Hij begint een platenlabel en Octopus is één van de eerste nieuwe namen. 'Hey Na Na' is in 1973 het eerste resultaat en in het achtergrondkoor zijn de prominente Belgische presentatoren Zaki en Mike Verdrengh te horen. De singles 'Go Down' en 'Say Hello To The World' volgen, echter zonder veel succes. Dat verandert in 1974. Tack heeft eveneens de Vlaamstalige zanger Paul Severs onder contract en zijn 'Ik Ben Verliefd Op Jou' wordt door Octopus eigenzinnig verbouwd tot 'I'm So In Love With You'. Daarmee gooit de groep ook in ons land hoge ogen. Kort daarop geeft Tack zijn platenhandel op en duikt in de wereld van de radio. Hij is de oprichter van Radio Mi Amigo. Johnny Hoes neemt de groep over en haalt de band over om een album op te nemen met covers van liedjes uit de jaren vijftig en zestig. Het legt Octopus geen windeieren. Het levert een paar grote hits op. 'Sherry' stamt eveneens uit die tijd maar klimt in drie weken bescheiden naar een twintigste plek in de Tipparade. Uiteraard is dit een cover van het nummer van The Four Seasons.

De band speelt in de midden jaren zeventig geregeld met grote namen als Mud en The Rubettes. Steve Davies verlaat in 1976 de groep om in eerste instantie terug naar zijn thuisland te gaan. Als Steve Grey zit hij enige tijd in het cabaret-circuit en schijnt tegenwoordig in Florida te bivakkeren. Als hij niet op tournee is tenminste, want hij doet optredens van Duitsland tot aan Vietnam. Octopus gaat intussen stiekem verder. Wie zijn vervanger is, wordt me niet duidelijk. De fotohoesjes laten zien dat Octopus in 1978 nog altijd een kwintet is. Intussen raken de overige leden vermoeid van het uitgestippelde concept van Hoes en in 1979 gaat de groep als kwartet bezig met een eigen geluid. Dat levert slechts één grote Belgische hit op, 'All Alone', maar een jaar later legt de band het loodje. Phil Francis verlaat België in de vroege jaren tachtig en houdt tegenwoordig residentie in Canada. Michiels staat in 1988 opnieuw aan de top van de hitlijsten met diens' nieuwe band Soulsister.

zondag 3 september 2017

Vergelijkend weeronderzoek



De laatste dag van de vakantie. Eentje waar ik een paar dagen naar heb uitgekeken. Niet dat ik zó graag weer aan de arbeid wil maar bovenal vanwege het voorspelde weer en de ideeën voor een fietstocht. Welnu, de fiets is in de schuur gebleven. Ik heb vanmiddag enige tijd achter huis gezeten, heerlijk in het zonnetje. Dat is wellicht ook de beste afsluiter van de vakantie want hij is een stuk minder actief geweest dan de voorgaande vakanties. Toen ging het voornamelijk om kilometers vreten op de fiets en nu weet ik niet eens hoeveel ik per dag heb gefietst, laat staan gedurende de hele week. Uitrusten en opladen voor een jaar, dat is datgene dat ik zocht in Sleen en daar ben ik goed in geslaagd! Ik heb op dit moment nog altijd recht op twee weken vakantie en die ga ik voor oud en nieuw ook nog nemen. Nu is de pret eventjes voorbij en het zomerweer lijkt momenteel dezelfde conclusie te trekken.

Dit vergelijkend weeronderzoek wil ik nog vóór de vakantie doen, maar dan komt het er niet van. Feit wil dat dit de vijfde achtereenvolgende zomer is dat in hetzelfde tijdsbestek met vakantie ga en dat het altijd mooi weer is. Ja, okay, het lokale regenrecord in Limburg (2014) daar gelaten. De laatste dinsdag van die vakantie is wel erg bar te noemen maar de overige dagen heb ik best goed weer gehad. Het begint allemaal niet heel erg bewust. Ik wil sowieso buiten de schoolvakantie mijn verlof hebben en dat heeft vooral te maken met de tijd dat ik nog aan fietsvakanties doe. Als je bepakt en bezakt honderd kilometer hebt gefietst, wil je rust hebben op je nachtverblijf. En zeker niet op het veldje naast het springkussen zoals me dat in 2009 op een camping bij Winterswijk is overkomen. Bovendien ben ik in 2013 laat met het indienen van mijn vakantie. Ook al had ik nog zo graag vrij willen hebben in de schoolvakantie, dan had dat waarschijnlijk al niet meer gekund. Hoewel de fietsvakanties sinds 2010 van de baan zijn, ben ik in die jaren altijd precies in de bouwvak onderweg.

Mijn eerste vakanties zijn in 2006 en 2007 en dan vertrek ik de week na Dicky Woodstock. Dat is het eerste weekend van augustus. Ik ga niet eerder omdat ik als vrijwilliger wil helpen op het Stonehenge-festival (laatste zaterdag van juli) en omdat daarmee kaartjes zijn te verdienen voor Woodstock, hou ik ook dat weekend vrij. In 2008 word ik door een misverstand uitgeroosterd voor Stonehenge en dan vertrek ik die zaterdag voor de eerste 'grote' fietsvakantie. In 2009 en 2010 herhaal ik dat recept. Qua weer is 2006 erg wisselvallig. Eigenlijk is alleen de zaterdag aangenaam warm, verder toch nog ietsje te fris voor korte mouwen en een paar ronduit regenachtige dagen. Waaronder de dag dat ik richting huis ga. In 2007 is het weer iets beter. De vakantie van 2008 is om door een ringetje te halen buiten de felle onweersbui in Veere en de regen op de laatste dag. In 2009 is het schitterend buiten een verregende zondag die ik maar doorbreng in een museum in Nijmegen. De 'uit-en-thuis'-fietstocht van 2010 is doorgaans ook mooi op felle buien in Brabant na. Dan komt 2011...

Mijn fiets is 'op' en ik kan niet op korte termijn een goede vervanger permitteren. De fietsvakantie komt dus op de tocht te staan. Verder weet ik het ook niet. Eind juli en begin augustus heeft het weinig weg van zomer in 2011. Soms ronduit guur en iedere dag veel regen. De fietsvakantie was vast niet door gegaan. Ik heb toen op een gegeven moment erover nagedacht een 'last minute' te boeken naar Spanje, maar dat blijft bij een plan. In september wil ik dan alsnog vakantie vieren in Duitsland en dan wordt in Keulen mijn pinpas ingeslikt. Einde oefening! In 2012 denk ik zelfs niet eens aan vakantie en dat hoeft ook niet: Ik zit dan zeven maanden thuis en heb zeeën van tijd om fietstochten te maken. In 2013 ben ik volop aan het werk en dan is het vooral mijn moeder die erop aandringt om even een pauze te nemen. Het moet op budget en zo herinner ik de camping in De Steeg. Zaterdagavond is het regenachtig en ook de zondag begint druilerig. Ik heb de lange broek niet aangeraakt in die dagen. In 2014 ga ik naar Limburg en dat kent slechts een paar hele korte momenten van zomerse hitte. Verder is het vooral erg wisselvallig, om nog maar te zwijgen van de regen die ik tussen maandagmiddag en woensdagmorgen krijg te verduren.

In 2015 ga ik de eerste keer naar Sleen en tref prachtig weer. Het regent alleen als ik dinsdagmorgen mijn fiets naar het station in Emmen breng. In 2016 hebben we twee zeer zware onweersbuien op zaterdagavond maar verder is het dan ook aangenaam. De derde keer in Sleen heb ik slechts eenmaal de lange broek aan gehad en dat is als ik eens in de nacht naar de wc moet. Voorwaarde is wel dat ik om tien uur mijn benen in de slaapzak moet hebben, maar daar kan ik mee leven. Jullie kunnen vast wel raden welke weken ik volgend jaar vakantie heb en op welke dagen Soul-xotica even 'dicht' zal zijn?

zaterdag 2 september 2017

Sappig Loesje - de herziene uitgave



Nee. Een groot techneut zal ik nimmer worden. Dacht ik dat de hoofdtelefoonuitgang van mijn Behringer-mixer kuren had, bleek een stekkertje van de platenspeler los te zitten. En zo geniet ik sinds een dag weer van knisperend vinyl door mijn oorschelpen. Dat heb ik vandaag gevierd met een bak singles. 'The Oogum Boogum Song' van Brenton Wood gaat eindelijk lekker smaken, 'Hazy Paradise' van Earth & Fire (b-kant van 'Seasons') leren kennen, maar verder een feest van herkenning. Veel instro's als 'Spreadin' Honey' van Watts 103rd Street Rhythm Band, 'Nut Rocker' van B. Bumble & The Stingers en 'Francine' van Les Newstars. De ultieme lekkernij van vandaag was 'Who Do You Love' van Juicy Lucy, een stel knotsgekke Mancunians die blueskrakers op een geheel eigen manier spelen. Er zijn maar weinig nummers waarmee ik me persoonlijk mee identificeer, maar er zijn van die dagen dat ik me 'Who Do You Love' van Juicy Lucy voel. Ik heb de Nederlandse persing in fotohoes, maar deze was niet zo snel op Google te vinden, vandaar ter illustratie de Franse fotohoes.

(...)

Ik druk op 'publiceren' en kan wel uren kijken naar het resultaat. Niet dat ik daar tijd voor heb want ik moet aan het werk. Ik werk op dat moment, maart 2010, op 'therapeutische basis'. Twee uur per dag, op advies van de bedrijfsarts, op een afdeling waar ik gillend gek word en waar ik alweer snel de brui aan geef. Het is dinsdag 2 maart 2010. Eind 2008 heb ik twee maanden lang een muziekblog gehad: SoulteXt. Daar lukt het me op een bepaald moment om dagelijks te publiceren totdat KPN mijn internetgebruik op de telefoon welletjes vindt en me weer een paar weken zonder internet laat zitten. Dan maak ik mijn entree op de muziekforums en daarmee 'vergeet' ik SoulteXt. Ik weet niet eens meer bij welke blog-leverancier het is geweest, maar feit is dat een weblog daar zonder pardon wordt 'opgeruimd' als er twee maanden niets wordt gepubliceerd. In 2009 doe ik nog eens een poging voor een muziekblog, maar dat laat me geen foto's uploaden (SoulteXt had helemaal geen foto's, enkel tekst). Dan kom ik terecht bij Blogger. Daar blijkt het zeer eenvoudig om foto's te uploaden en ik gebruik het in eerste instantie voor een andere hobby. Het is deze dinsdagmorgen in maart als ik opeens zin krijg in een nieuw blog en dat wordt Soul-xotica. Juicy Lucy is de eerste gelukkige.

Eerlijk gezegd heb ik toch niet zo'n hoge pet op van het nieuwe project. Ik weet niet of ik het vol kan houden en zie eigenlijk net zo'n roemloos einde tegemoet als SoulteXt. Met name het vinden van de illustraties is niet eenvoudig, zo blijkt. Totdat ik eens brutaal 'singlehoesjes' invul bij Google en uitkom op singlehoesjes.nl. Dat geeft Soul-xotica een doorstart. Op 11 april 2010 besluit ik om dagelijks één bericht te publiceren. In 2011 wil ik evenveel berichten hebben als dat er dagen zijn en dan begint het pas echt. Ik mag dan wel eens een dagje 'snipperen', middels het inhalen van de berichten slaag ik er jaren in steeds weer met een volle maand te eindigen.

Ik heb eerst het plan om de geschiedenis van Juicy Lucy uit de doeken te doen, maar bij het doen van het huiswerk komt dat me bekend voor. Het blijkt dat ik in oktober 2014 Juicy Lucy in 'Raddraaien' heb gehad. Dat scheelt een hoop schrijfwerk en ben daar content mee. Ik heb net drie-en-een-half-uur radio gemaakt en ben wel klaar voor mijn bedje. Morgen gewoon weer een bericht en op naar de tiende verjaardag van Soul-xotica. Ik heb nog wel het correcte fotohoesje gevonden voor dit bericht. Waar? Op www.singlehoesjes.nl natuurlijk!

vrijdag 1 september 2017

Raddraaien: Emmylou Harris



De veertiende dag van de vakantie is een totaal inactieve dag geworden. Tot mijn grote geluk is het rond het middaguur prachtig weer en kan ik mijn ontbijtje buiten genieten. Er zijn ook nog even plannen om op de fiets te stappen. Maar zoals het vaker gaat met plannen? Nee, ik heb voor zondag wel idee om te fietsen maar denk niet dat dit honderd kilometer of meer gaat opleveren. De tienduizend zal dus volgende maand pas worden bereikt. Twee dagen voor werkhervatting en de eerste dag van de nieuwe maand, nota bene een maand met een 'r'. Tijd om de oude vorm van Soul-xotica weer op te pakken? Ik weet niet wat ik morgen ga doen, maar dan is het 7,5 jaar sinds de oprichting van dit blog. Wellicht dat ik het pas rond 11 oktober echt ga vieren want ik ben niet eerder dan 11 april 2010 begonnen met 'dagelijks' publiceren. Vandaag vervolg ik het 'Raddraaien' met een plaatje uit de jaren zeventig-bak: 'C'est La Vie' van Emmylou Harris (1977).

Waar en wanneer? Over het 'waar' hoef ik niet lang na te denken, het 'wanneer' kost me meer moeite. Laten we beginnen met de locatie: IJsstadion Thialf in Heerenveen. Niet echt een plek voor platen hoewel Thialf ook voor andere doeleinden wordt gebruikt. Dit weekend is er een oldtimershow met rommelmarkt. We zijn van de Solexclub uitgenodigd om de boel op te luisteren en dat is hoe ik daar verzeild raak. Ik overnacht bij Kees, een iets ouder lid van de Solexclub die ik dan tot één van mijn dierbaarste vrienden reken. Dat gaat gepaard met veel bier want Kees spuugt er evenmin in. Ik denk dat het 1994 of 1995 is geweest. Oktober of november 1995 zou heel goed kunnen kloppen? Hoe dan ook: Het is één van de vele activiteiten in de jaren negentig waarvan ik alleen nog schimmige herinneringen heb. Ik koop Emmylou Harris met een stapel andere singles voor een gulden per stuk bij een handelaar. De single zit verpakt in een knullig stukje kadopapier en niet met het bovenstaande hoesje. Ik heb me daar nooit druk over gemaakt want ik heb nooit de intentie gehad om de plaat grijs te draaien. Tot zover de vorige eigenaar dat nog niet heeft gedaan.

'Americana' is een opgepoetste term voor country. Americana wordt vooral genoten onder mensen van middelbare leeftijd die wars zijn van line dancing en John Denver en tóch naar country willen luisteren. Tot welke groep behoort Emmylou Harris? Tot beide! Hoewel ze voor menig country-purist heeft gekozen voor het grote geld wordt ze nog steeds op handen gedragen in zowel de country als de Americana. Emmylou wordt op 2 april 1947 geboren in Birmingham in Alabama. Ze komt uit een gezin met een vader, Walter Harris, die zijn hele leven voor defensie werkt. Als hij in 1952 in Korea is gestationeerd, verdwijnt hij even van de radar. Het blijkt dat hij tien maanden in gevangenschap wordt gehouden door de vijand. Emmylou doorloopt het onderwijs zonder problemen. Ze mag drama gaan studeren en doet daar de eerste ervaring op als zangeres. Als ze in de vroege jaren zestig klaar is met school, trekt ze naar New York City. Ze verdient haar brood als serveerster en treedt daarnaast op in de folkclubs van Greenwich Village. Daar ontmoet ze singer-songwriter Tom Slocum en het stel trouwt in 1969, hoewel het slechts van korte duur is. Ze neemt dan wel haar eerste album op: 'Gliding Bird'. Dat album zal enkele jaren later een cult-status krijgen.

Harris gaat na de scheiding optreden met de heren Gerry Mule en Tom Guidera. Ze speelt zichzelf in de kijker bij Chris Hillman. Hillman heeft daarvoor in The Byrds gespeeld en heeft net de rol van Gram Parsons overgenomen in The Flying Burrito Brothers. Hillman wil 'iets' doen met haar talent. Eerst wil hij haar vragen om bij The Brothers te komen, maar besluit haar door te spelen aan Parsons. Die is dan naarstig op zoek naar een zangeres voor duetten op zijn eerste elpee 'GP'. Een gelukkige keuze! Parsons en Harris maken prachtige dingen samen tot het plotselinge overlijden van Parsons in 1973. Er ligt dan nog een compleet album te wachten op een release en dat zal pas drie jaar later uitkomen. In 1975 maakt Harris kennis met de Canadese producent Brian Ahern die haar eerste solo-plaat voor een grote platenmaatschappij, Warner Bros., zal begeleiden. 'Pieces Of The Sky' is een fraaie vergaarbak voor de kunsten van Harris. Opvallend is ook de hoeveelheid covers op het album en dat ze het op de radio vooral goed doet met deze covers. De volgende albums 'Elite Hotel' en 'Luxury Liner' hebben beide fraaie hoogstandjes in de vorm van meer obscuur materiaal, maar op de 45-toeren single zijn het de covers die hoge ogen gooien. 'Luxury Liner' wordt algemeen beschouwd als de beste van de drie en dit bevat ook het nummer dat vandaag centraal staat.

Wijlen Chuck Berry zit in de vroege jaren zestig vast voor een vergrijp met een veertienjarig meisje als hij 'You Never Can Tell' schrijft. Als hij vrij komt, ziet hij tot zijn grote blijdschap dat zijn invloed er niet minder op is geworden. Hoewel The Beatles en The Rolling Stones voor de fans tegenover elkaar staan, spelen ze beide liedjes van Chuck Berry en rekenen ze hem als invloed. Berry's album heet 'From St. Louis To Liverpool' en het levert twee grote hitsingles op. 'No Particular Place To Go' is zijn laatste top tien-hit in de jaren zestig omdat 'You Never Can Tell' op veertien piekt. Berry moet vervolgens tot 1972 wachten met 'My Ding-A-Ling'. Emmylou Harris zingt al vanaf haar vroegste begin liedjes van Chuck Berry en 'You Never Can Tell' is daarbij een favoriet. Ze is in 1976 druk met tournees en vindt het ontspannend om in de bus naar oude rock'n'roll te luisteren. Zo ontstaat het idee om 'You Never Can Tell' op 'Luxury Liner' te zetten met de 'alternatieve' titel '(You Never Can Tell) C'est La Vie'. De single geeft haar met name in Europa een grote hit waarbij Nederland en België uitschieters vormen met noteringen in de top tien.

Harris zal nooit meer afkomen van het cover-syndroom. Sterker nog: Menig Americana-singer-songwriter hoopt stiekem dat Harris iets van hem of haar op de plaat zal zetten. Ze heeft vorig jaar nog een aubade gekregen van diverse artiesten in de vorm van de dvd en live-cd 'The Life & Songs Of Emmylou Harris'. Haar meest recente eigen plaat is een samenwerking met Rodney Crowell in 2015.