zondag 17 mei 2026
Het zilveren goud: 2001 deel IV
Als ik even terug blader, zie ik dat ik vorige maand in 'Het zilveren goud' per abuis 2000 in de titel heb staan. Nee, dat jaar is inmiddels 'done and dusted' zoals de Engelsen dat zeggen. Nog meer Engels? 'Who knows where the time goes'. Een prachtig lied van Fairport Convention en ondanks dat ik een jaar geleden de plek heb ontdekt waar Abraham de mosterd vandaan haalt (gewoon de SRV-wagen in de straat), weet ik nog geen zinnig antwoord te geven op de vraag van Sandy Denny. Wél weet ik dat ik persoonlijk na 24 jaar aan iets van geheugenverlies ga lijden. Ik heb 'De volharding' in mijn hoofd geprobeerd te reconstrueren maar weet opeens niet meer hoe het zit met de dinsdag en de woensdag. Als ik twee nachten in Langeweg ben geweest... wat heb ik dan op de dinsdag gedaan? Ik kan me niet voorstellen dat ze me een dag hebben laten luieren. In dit bericht ga ik terug naar 'De volharding'. Het is in mei 2001 opeens helemaal mis in mijn hoofd en moet even 'vluchten' uit de situatie in Tuk. Het begint als een soort van vakantie en wordt gaandeweg een overlevingsstrijd met een boodschap. Ik heb 'De volharding' in de dagen vooraf gedroomd maar weet op het moment van de start van de tocht nog niet waarin ik nu juist moet volharden. Het is omdat ik 'De volharding' later in die week zal tegenkomen dat ik besluit dat de taak erop zit en dat ik nu over mijn leven mag nadenken.
Was het dan toch iets van liefdesverdriet? Nee, het gaat een stuk dieper dan dat maar wat er precies aan scheelt daar heb ik zelf ook geen verklaring voor. Ik heb een hele donderdag in het café gezeten bij de goede vriendin en zonder een wanklank. Ik bedoel: Ik heb in de voorgaande weken de vriendschap op het spel gezet door haar uit te nodigen voor de verjaardag, maar ik verlaat erg emotioneel het café zonder dat ik weet waar die emotie opeens vandaan komt. Er moet heel veel uit alsof ik al jaren iets loop op te kroppen. Op zaterdag hak ik de knoop door. Ik pak een rugzakje met een paar sokken en onderbroeken en vooral heel veel cassettebandjes. De eerste lift heb ik vanuit het café. De tweede is een vrijwillig molenaar uit Amersfoort. Dan de derde... Ik ben er nog altijd van overtuigd dat het werkelijk Pierre Kartner is geweest. Helaas heeft hij het autoraampje op een kier waardoor er heel veel rijgeluid is in de cockpit en we geen praatje kunnen hebben. Zo eindig ik eerst in De Bilt. Het is bijna een jaar na vertrek uit De Bilt en ik ben nog 'on speaking terms' met de Emmaus aldaar. Ik heb van de 'baas' een paar elpees geleend en die kom ik terugbrengen. Hij biedt me meteen slaapplek aan voor die avond. Ik ga 's avonds naar het ACU naar een avond met soundscapes en verblijf de nacht in De Bilt. De volgende dag loop ik Utrecht in. Nog altijd is het vakantie maar dan is het opeens voorbij? Ik blijf lopen en ga via Nieuwegein naar Vianen. Onderweg heb ik bij een tankstation iets waarover ik heb gedroomd, even verderop vind ik een hagelnieuw pakje sigaretten en ook 's avonds bij de snackbar in Vianen heb ik een flashback. Ik zit op de juiste weg. Ik slaap even buiten Vianen. De volgende dag loop ik naar Meerkerk. Daar pak ik de bus naar Gorinchem en lift 's avonds naar Breda. Ben ik meteen door gegaan naar Langeweg of heb ik toch ergens in de buurt van Breda geslapen? Daar laat mijn geheugen me in de steek.
Volgens mij kan ik maar één nacht per keer terecht in Langeweg. Ik zal in de daaropvolgende maanden enkele malen terug komen in de Emmaus aldaar voor een douche en een zacht bed. Ik denk dat ik de woensdag ben doorgezakt in Zevenbergen en de volgende dag, Hemelvaartsdag, ga ik met de trein naar Breda. Daar is traditioneel het jazzfestival aan de gang maar ik heb hiervoor geen aandacht. Ik ben onderweg naar de paters in Dreef. Dat is een flink eind wandelen langs het idyllische riviertje De Mark. Zo passeer ik de eerste keer Ulvenhout. Na uren kom ik n Dreef maar de 'paterkes' kunnen me niet helpen. Ik krijg een flesje energiedrank en iets te eten maar moet meteen weer vertrekken. In de buurt van Galder doe ik een kroeg aan en drink iets té haastig een paar biertjes. Als het duister invalt, ben ik in de buurt van Ulvenhout. Ik zoek een plekje en dat blijkt een parkeerterrein te zijn. Ik word bijkans overreden door een nachtvisser die met gedoofde lampen rijdt. De vrijdag en zaterdag blijf ik hangen op het paradijselijke plekje aan De Mark bij Ulvenhout. Op zaterdag kom ik in beweging. Ik loop heel Breda door naar Prinsenbeek en vervolgens via Moerdijk en de rook van Dordrecht naar Alblasserdam. Ik weet het... Dat is een héél eind en ik doe er dan ook twaalf uren over. Op enkellaarsjes die na deze tocht clownsschoenen zijn geworden nu de hakken compleet zijn weggesleten.
Ik breng een bezoekje aan een hervormde kerk en wordt spontaan uitgenodigd om koffie te drinken bij een gezin. Dat levert een douche op, koffie en broodjes voor onderweg. Zo ga ik verder naar Heinenoord. Daar slaap ik in de bosjes en dat is wellicht de smerigste plek waar ik ooit heb geslapen. Er zit niks anders op dan een bus te pakken om door de tunnel te komen. Vanaf Oud-Beijerland loop ik naar Spijkenisse en kom ik langs een gemaaltje met de naam 'De Volharding'. Mijn kameraad zit momenteel niet bepaald op me te wachten. Ik kan een nacht bij hem blijven maar de volgende dag zet hij me af bij een liftersplek aan de rand van Spijkenisse. Toch zal ik geen lift krijgen en loop maar de parken en bossen door. Op woensdag trek ik de wandelschoenen nog eenmaal aan en loop naar Dordrecht. Ik slaap op een bankje en de volgende ochtend hoor ik op de radio 'Solsbury Hill'. 'I'm going to take you home', is voor mij het moment om naar het station te lopen en aan boord te gaan van een trein richting huis.
Wat heb ik geleerd van de reis? Helemaal niets als je het me nu vraagt. In 2001 'zie' ik wel aanknopingspunten maar daar kan ik me nu niks meer bij voorstellen. Het is een 'distant memory'. Ik kan er enerzijds met genegenheid naar kijken. Er zijn immers genoeg 'legendarische' momenten tijdens de tocht, net zoals 'De monstertocht' van een paar maanden geleden. Ik zal over een paar weken opnieuw terug gaan en dan vooral opereren vanuit Ulvenhout. Daar ga ik het volgende maand (opnieuw) over hebben want ik heb in 2021 ook al eens een berichtje gepubliceerd over deze tijd.
3327 Take Me To The Mardi Gras - Paul Simon (UK, CBS, 1973)
3328 Where Are You Now My Love - Jackie Trent (UK, Piccadilly, 1965)
3329 Remember You're A Womble - The Wombles (UK, CBS, 1974)
Volgende maand trap ik af met twee van Stevie Wonder. Het zijn nog altijd singles die ik tijdens 'De monstertocht' heb meegenomen uit Mossley. Paul Simon heeft nog wel een verhaaltje. Hij kan in 1973 niets verkeerd doen en iedere plaat is een bestseller, eveneens in Engeland. Dan maakt hij een plaatje over zijn favoriete fotocamera en is er wél paniek in de tent. De BBC beschouwt 'Kodachrome' als een reclameboodschap en weigert de plaat te draaien. In Engeland wordt dan snel een wisselactie georganiseerd waarbij 'Take Me To The Mardi Gras' tot a-kant wordt gemaakt. Het is even goed een hit in Engeland maar ook alleen in Engeland omdat de overige radiostations niet zoveel kwaad zien in 'Kodachrome'. Deze hebben immers 'Mercedes Benz' van Janis Joplin ook toegelaten tot de markt. The Wombles is een poppenserie voor de jeugd in Engeland. Mike Batt is de componist van de, zonder meer, briljante popsongs van The Wombles. 'Remember You're A Womble' is de opvolger van 'The Wombling Song' dat in Engeland op 1 in de hitparade heeft gestaan.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten