dinsdag 13 juni 2017

Week Spot: The 2nd Verse



Oef, dat valt niet mee! De Week Spot-verkiezing is een zware kluif deze week. Ik heb op zichzelf nog wel een kandidaat in gedachten, maar wil deze nog even uitstellen. Dan is er een plaatje dat ik een paar weken geleden in Meppel heb gekocht en waarover genoeg valt te lezen, maar ook deze valt af. Ik heb met mezelf afgesproken dat een Week Spot maximaal een jaar in mijn verzameling mag zitten om alsnog deze titel toebedeeld te krijgen. Ik ga op het laatst even kijken bij de platen van een jaar geleden en zie dan de huidige Week Spot in de lijst van juli. Een plaatje dat ik sinds de aankoop alleen maar meer ben gaan koesteren en dus een geheel verdiende Week Spot. De titel gaat deze week naar 'Be Here In The Morning' van The 2nd Verse (1974).

Het is slechts een etiketje, maar toch heb ik ergens een fascinatie voor platenlabels. Het gebeurt niet zelden dat ik een plaatje in de collectie haal vanwege het platenlabel en dat is een jaar geleden ook het geval bij The 2nd Verse. Het IX Chains-label heeft een paar exclusieve funk- en soul-platen in haar catalogus en bovendien is het etiket erg kleurrijk. Toch moest ik beter weten want deze van The 2nd Verse wordt aangeboden als 'promo' en dat betekent dat het witte labels heeft. Op beide kanten hetzelfde nummer, alleen eentje in stereo en in mono. Stereo is voor de FM-radiostations en platenzaken, mono voor de AM-stations die in de jaren zeventig nog volop actief zijn in Amerika. Ik moet dus de kleuren van het label missen dat ik heb gekozen als begeleidende foto. Het label van de promo heeft meer weg van een kleurplaat.

Ik heb het een jaar geleden financiëel een beetje gemakkelijker dan tegenwoordig. Om een 'understatement' te gebruiken, maar ik hou niet van klagen. Er 'kan' snel iets als ik op platenjacht ben. Bij The 2nd Verse betreed ik terrein dat ik eigenlijk achter me heb gelaten. Er is een tijd dat ik actief speur naar singles van The 5th Dimension, maar veel dingen zijn eigenlijk té poppy voor worden en dus laat ik het links liggen. Hetzelfde zou ook moeten gelden bij The 2nd Verse, maar dan zie ik het label. Als The 2nd Verse op Polydor of Motown was uitgebracht, had ik hem waarschijnlijk laten liggen. Een betaalbare plaat op IX Chains welke ook nog eens erg leuk klinkt, dat wil ik graag aan de koffers toevoegen. Zo ben ik dus al niet zeker als het binnenkomt en ik het verwerk in een 'Singles round-up'. De 'mixen' die ik een maand later opneem, veroorzaken toch wel meer enthousiasme voor de plaat en ik krijg nog steeds erg goede luim van de plaat. De 'issue' heeft 'The Salamander' op de b-kant en die heb ik op Youtube beluisterd: Een fraai funky instrumentaaltje, maar hele andere koek dan 'Be Here In The Morning'.

Over The 2nd Verse is weinig bekend en toch is er één naam die opvalt: Pearl McKinnon. We bevinden ons in Amerika van de late jaren vijftig. De doowop is populairder dan ooit te voren en Frankie Lymon & The Teenagers is een voorbeeld voor menig groep. Jimmy Castor maakt een tijdje deel uit van The Teenagers en refereert daaraan op de b-kant van zijn hitsingle 'Troglodyte' uit 1972. Elke groep wenst een zanger te vinden met het stemgeluid van Lymon, maar deze zijn helaas dungezaaid. De mannelijke R&B-groep The Kodaks besluit dan maar een dame toe te laten tot de sociëteit en haar naam is Pearl McKinnon. Haar zang en toonhoogte is gelijk aan die van Lymon. Pearl is vijftien jaar als ze zich voegt bij The Kodaks en de groep maakt van 1957 tot en met 1961 een handvol singles voor verschillende platenmaatschappijen. Dan is ze vervolgens dertien jaar 'spoorloos' en is ze de leadzangeres van The 2nd Verse. Dat maakt twee singles voor het IX Chains-label en in de jaren tachtig komen we haar nog eenmaal tegen. Als Frankie Lymon is overleden, kan The Teengers maar geen zanger vinden met hetzelfde geluid als Lymon. Dan maakt het dezelfde keuze als The Kodaks in 1957: Pearl wordt de nieuwe Frankie Lymon van Frankie Lymon & The Teenagers, hoewel ze een paar jaar later haar plek weer moet afstaan.

Met The 2nd Verse beleeft McKinnon haar The 5th Dimension-moment want de overeenkomst zit hem niet alleen in de naam. 'Be Here In The Morning' is zéér fraai gezongen met harmonieën die laten horen dat de groep gestoeld is op de vroegere doowop en close-harmony. Een melodie zó zoet dat het bijna pijn doet aan het gebit. Een producent wordt niet genoemd op het label, de arrangeur is Bert DeCoteaux en dat is één van de grote disco-arrangeurs van de jaren zeventig.

maandag 12 juni 2017

Raddraaien: Taylor Dayne



Ik heb in het weekend wederom een bericht 'gemorst' en dus vanavond tweemaal een publicatie. Ik heb nog even bij de lijst met de elpees gekeken. Er zit nog wel eentje bij die ik binnenkort eens wil behandelen, maar de maand is nog lang. Ik heb het dan uiteraard over de elpees die ik in juni 1992 heb gekocht. Dan maar verder met 'Raddraaien' en dat is alweer eentje uit de jaren tachtig-bakken. Ditmaal zou het de 23e single in de derde jaren tachtig-bak moeten zijn. Dan kom ik uit bij 'No Money At All' van Brendan Croker & The Five O'Clock Shadows. Toch heb ik Croker al eens uitvoerig beschreven in een aflevering van 'Recenzeuren'. Even kijken... dat is 5 januari 2013 geweest. Dan ga ik meteen door voor de 46e in dezelfde bak en dan zie ik Taylor Dayne. Een artieste die ik een jaar geleden nog eens heb 'onderzocht' voor 'Tuesday Night Music Club' maar, tot zover ik weet, nog nooit over heb geschreven. Haar single 'Prove Your Love' (1988) is het onderwerp van deze aflevering van 'Raddraaien'.

Waar en wanneer? Ook al vergis ik me, het is voor jullie als lezer evenmin na te gaan als voor mezelf. De plaat heeft een sterke associatie met de fancy fair in de Veemarkthal in Sneek. Ik gok in dat geval op 1997, het jaar dat ik een kapot Philicorda-orgel koop op dezelfde markt. Het is de enige Taylor Dayne-plaat die op dat moment daar ligt. Eenmaal thuis blijkt dat er iets is mis gegaan. Ik koop zodoende het fotohoesje van 'Tell It To My Heart' met 'Prove Your Love' als single. Middels de laatste maak ik ook kennis met styreen want 'Prove' blijkt de Amerikaanse persing te zijn op dit verfoeide kringloop-plastic. De plaat klinkt toch nog redelijk. Achteraf gezien is 'Prove Your Love' me goed bevallen. Het is een klein beetje een 'underdog' ten opzichte van 'Tell It To My Heart' dat je nog vrij geregeld op de radio voorbij hoort komen. Ik geloof dat het kwartje pas rond 2007 valt. 'Tell It To My Heart' heb ik tot op heden nog niet kunnen vinden, maar daar doe ik ook niet heel erg mijn best voor. Die zal vast nog wel eens geschikt en goedkoop op mijn pad komen.

Leslie Wunderman is de naam. Ze wordt op 7 maart 1962 in Manhattan geboren, maar groeit op in de wijk Baldwin in New York. Zoals de naam doet vermoeden, is ze van joodse afkomst. Nadat ze klaar is met school gaat Leslie professioneel optreden met enkele rockbands. Pas in de jaren tachtig valt ze voor het eerst op. Ze gebruikt dan nog de naam Les Lee en tekent in 1985 bij het onafhankelijke Mega Bolt-label. 'I'm The One You Want' en 'Tell Me Can You Love Me' zijn in 1985 en 1986 respectievelijk hits op de dance-charts. Dit wekt de interesse van grote platenmaatschappijen en in 1987 tekent ze een contract bij Arista. Daarmee verandert ze haar naam in Taylor Dayne en 'Tell It To My Heart' is in 1988 meteen een schot in de roos. De plaat bereikt bijna overal ter wereld de top vijf en haalt ook bij ons een eerste plek op de hitparade. Madonna heeft in 1989 'Like A Prayer' en 'The Immaculate Collection' nodig om te laten zien dat ze een blijvertje is. In de late jaren tachtig heeft ze last van enige concurrentie en lijkt iedere platenmaatschappij op zoek naar een zangeres voor het repertoire van, op het eerste gehoor, dansbare wegwerp-pop. Samantha Fox is al op die manier binnen gehaald, we zien Kylie Minogue verschijnen en ook Taylor Dayne maakt in zekere zin deel uit van dat gezelschap. Een knappe jongedame met een flinke boezem en plaatjes waarbij je niet stil kan zitten. 'Prove Your Love' is de opvolger van 'Tell It To My Heart' en doet het vooral goed in Europa. In Amerika scoort de single een stuk minder maar daar heeft Dayne tot op heden maar liefst achttien top tien-hits gehad. 'Billboard Magazine' berekent in december dat ze de 28e meest succesvolle dance-artiest is aller tijden. In Nederland houdt het op met drie, misschien vier, hitsingles.

Als ik een jaar geleden onderzoek doe naar Taylor Dayne, denk ik aanvankelijk nog dat het een gesjeesd tienerzangeresje is. Ik schrik ten eerste van haar leeftijd. Zó jong is ze niet als ze haar grote hits heeft! Ook verbaas ik me hoe actief en succesvol ze is gebleven door de jaren heen. Het laatste dat we in Nederland vernemen van Dayne is haar cover van Barry White's 'Can't Get Enough Of Your Love Baby' dat in 1993 een hit wordt. Dayne staat te boek als een eigenzinnige singer-songwriter met een paar prominente fans als kruiwagen. Elton John is daar eentje van en hij helpt haar een paar keer in de latere jaren. Zo speelt ze een rol in Elton John's arrangement van 'Aïda'. Naast zangeres is Taylor Dayne eveneens actrice en verschijnt ze in verschillende televisieprogramma's in Amerika. Bij de zoektocht van vorig jaar stuit ik op haar meest recente single en dat klinkt verrassend goed! Haar meest recente studio-album is van 2008. Dayne is nimmer getrouwd en is moeder van een tweeling dankzij een draagmoeder. Hoewel ze zich ooit heeft uitgesproken tegen het homo-huwelijk is ze inmiddels een fervent voorstander hiervan. Ook zet ze zich in om bezuinigingen op muziekonderwijs tegen te gaan.

Van harte waterschap



Komende zaterdag is mijn platenverzameling jarig. Ik reken 17 juni 1989 als startdatum van de collectie en dat is zaterdag achtentwintig jaar geleden. Komende week neem ik jullie mee naar de vinyl-aankopen uit juni 1992, maar ik kan niet langer wachten en wil vanavond alvast een kwart eeuw terug in de tijd. Juni 1992 is de tijd van mijn tweede stage en veruit de leukste die ik heb gehad, ook al leer ik hier wel een eigenaardigheid die niet zou mogen. Deze stage is bij het waterschap dat het bovenstaande logo voert, maar helaas... het bestaat niet meer. Volgens Wikipedia is het in 1997 opgegaan in een fusie en volgens mij kan ik dat ook nog wel herinneren. Wie ben ik in juni 1992? Welnu, iemand die heel ver van me af staat, maar waar ik wel met genegenheid naar kan kijken. ,,Komt allemaal goed, jongen". Vanavond dus eerst terug naar juni 1992.

Ik heb me er tijden tegen verzet, maar zal op een bepaald moment toch aan de crème moeten om van de puisten af te komen. Tot zover ik me kan herinneren, ben ik de pukkels in juni 1992 al kwijt. Lang sluik haar en dat is een heel klein beetje 'in' geworden dankzij Kurt Cobain en Nirvana. Er is niemand in mijn omgeving die écht bezwaar maakt of het kan me niks schelen. Ja, wellicht ook dat laatste, want ik ben een flinke puber als ik zeventien ben. Een aanstormend journalistiek talent dat zijn eerste schreden zet met muziekrecensies. Hoofdzakelijk de 'alternatieve' concerten in Het Bolwerk, maar in juni 1992 bijvoorbeeld ook een folk-concert in een houtzaagmolen. Ik heb de 'grapjes' al dagen van tevoren bedacht. Dat je de muziek niet kan vergelijken met het gezaag van de balken. En nog een paar van die 'kneiters' waar menig oudere lezer amusant bij heeft gelachen. De volgende avond sta ik weer vooraan bij een punk-concert want zo gaat het leven van een lokale muziekrecensent. Qua schrijfstijl durf ik al eens een harde noot te kraken, maar verder ben ik nog veel té 'lief' als recensent. De eerste 'vijanden' krijg ik pas in 1993.

Toch kan ik niet bestaan van het recenseren alleen en zal dus naar school moeten om een diploma in de wacht te slepen. ,,Dat zal vast wel goed komen", hoor ik de recensent uit 1992 zeggen. Ik ga niet zeggen dat het niet goed gaat komen, maar als we het over mijn schoolprestaties hebben? De motivatie zakt al na de eerste paar weken KMBO en zonder de noodzakelijke stok achter de deur begin ik gewoon niet met bepaalde vakken en heb bij Nederlands en Engels een voorsprong. Je moet helemaal zelfstandig werken. Je rooster is een soort van leidraad wat je binnen een periode van zeven weken zou moeten hebben afgerond, maar de controle of dat wordt nageleefd, ontbreekt gewoon. En dát heb ik nu juist nodig op die leeftijd. Even een kleine correctie van bovenaf. Doordat ik achterop lig met bepaalde vakken ga ik ook steeds 'laat' op stage. De tweede stageplek is wederom zeven weken en beslaat de gehele maand juni. Ik word geplaatst op het kantoor van waterschap De Middelsékrite. Een fraai gelegen stadsvilla even buiten het stadscentrum van Sneek. Het is één grote hectiek als ik binnenstap voor mijn eerste stage-dag. Een kakafonie van ratelende typemachines. De aanslagen gaan deze week de deur uit. Ik weet niet precies meer wat mijn aandeel is geweest, maar ik denk dat ik adresstickers moet plakken. Wellicht ook enveloppen dichtplakken. Op vrijdag zijn alle brieven de deur uit.

De tweede week ben ik vooral bezig met telefonisch doorverbinden. De ontvangers van de aanslagen kunnen reageren en doen dat in grote getalen. Ook héérlijke telefoontjes. Ik herinner me nog een echte Friese boer die me in het meest platte Fries begint toe te snauwen dat het perceel niet meer van hem is. Ik leg uit dat mijn collega druk in gesprek is en dat ik wel wil vragen of hij hem terug wil bellen. ,,Dat is goed", roept de boer en smijt de telefoon erop. Natúúrlijk weten we niet wie het is, maar hij belt zelf een uur later terug. Nóg nijdiger dan de eerste keer. Mijn collega breekt een ander gesprek even af en staat deze man te woord. Zo gaat het de hele week door. ,,Ik zal u even doorverbinden naar mijn collega", terwijl ik de halve inhoud van de aanslag in mijn oor krijg getetterd. Tegen het weekend wordt het rustig en dan...? Vijf weken niks!

Het is 1992 en van een rookvrije werkplek heeft niemand gehoord. Ik heb pas mijn tweede pakje sigaretten gekocht nadat ik ruim een maand met de eerste heb gedaan. In de laatste vijf weken van de stage 'leer' ik roken. Ook leer ik hoe het voelt als je iedere keer je kopje naar voren schuift als de koffiepot rond gaat. Een opzichter probeert me nog eens een ochtend van de tabak af te helpen. Ik mag met hem de natuur in, op voorwaarde dat ik de sigaretten op kantoor laat liggen. Het helpt geen zier want ik paf weer zodra we het kantoor zijn binnengestapt. De overige vijf weken mag ik in alle rust werken aan mijn stage-verslag. Dat gebeurt héél rustig! Ik benut de tijd ook om mijn eerste interview voor de Sneeker uit te werken en ga soms 's middags even de stad in omdat er niets anders te doen is op kantoor. Eén collega meent me op een bepaald moment in de zeik te moeten zetten en dan loop ik weer tegen een pijnpuntje aan. De 'korte kop' is iets dat in de familietraditie zit gebakken en dit loopt met name op de stage-adressen even goed spaak. Bij het waterschap loopt het overigens met een sisser af. Ik weet niet precies meer wat er gebeurd is, maar wel dat ik iets heb gedaan of gezegd waarvan ik meteen spijt heb. ,,Maak je geen zorgen, knul. Ook dat zul je in de komende vijfentwintig jaar af leren!". Het einde van de stage valt ook samen met het eerste lesjaar op het KMBO. Ik moet alleen mijn stage-verslag binnen een week na einde inleveren.

De Middelsékrite is één van de eerste, zogenaamde, fusiewaterschappen in Friesland. Het begint in 1979 als vier waterschappen samen gaan. In de jaren 1980 tot en met 1982 komen er nog 33 waterschappen bij en tenslotte in 1987 en 1988 nog twee. Het gebied beslaat praktisch elke polder ten zuiden van Leeuwarden tot aan Gaasterland toe. In 1997 fuseert De Middelsékrite met waterschap De Marne en in 2004 gaat het geheel op in Wetterskip Fryslân. De villa ligt tussen de Leeuwarderweg en de Oudvaart en is daarmee centraal gelegen voor het gebied. Door het pand is het huiselijker dan de andere stage-adressen en hoewel ik praktisch geen namen meer weet te herinneren, is het een fijne groep collega's waarmee ik werk. Toch is het jammer dat het voor een stage-plek té weinig leermomenten heeft, de nicotine-hobby daar gelaten.

zondag 11 juni 2017

Ontspannen voorgevoel



Als ik geen fascinatie voor The Outsiders zou hebben gehad? Dan was de elpee die ik vandaag ga behandelen met een hele hoop anderen waarschijnlijk de vuilniswagen in gegaan. Voor mijn doen ben ik laat op de rommelmarkt op de Overkluizing in IJlst. In 1990 sta ik voor de poort te wachten. Eveneens in 1991, maar dan zie ik hoe de singles voor mijn neus worden opgekocht door een handelaar. Ik moet 'Venus' van Shocking Blue terug zetten. In 1990 kom ik een leeg hoesje tegen van The Outsiders op dezelfde rommelmarkt en laat het dan liggen. Dat gebeurt niet weer. Interessante lege fotohoesjes mogen altijd mee, zo heb ik nog een Nederlands hoesje liggen van 'Don't Bring Me Down' van The Animals terwijl ik de Belgische compleet heb. Het fotohoesje van The Outsiders behoort toe aan 'Lying All The Time' op het Relax-label. Als ik in 1992 een album tegenkom op dat label is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ik zal nog lang een zwak houden voor Relax en nog wel eens een geval hopeloos kopen van het label. Dat geldt niet voor 'Got The Feelin' van The Dave Pike Set. Ik heb geen seconde spijt gehad van deze aankoop en dat hoeft ook niet. Het is véél meer waard dan de twee kwartjes die de elpee me in juni 1992 heeft gekost, hoewel ik nooit afstand zal doen van mijn album. Je bent immers niet voor niets verzamelaar!

Hoewel de loopbaan van Dave Pike goed gedocumenteerd is, blijft zijn Nederlandse uitstapje onderbelicht. 'Got The Feelin' is inderdaad een Nederlandse aangelegenheid. De plaat is opgenomen in Bussum met louter Nederlandse muzikanten en dus uitgebracht op het Relax-label van Willem Duys. Straks ga ik kijken naar de overige muzikanten op de plaat, maar laten we beginnen bij de hoofdpersoon. David Samuel Pike wordt op 23 maart 1938 geboren in Detroit. Een afgestudeerde jazzdrummer die zichzelf vervolgens leert om de vibrafoon te bespelen. In 1958 maakt hij zijn debuut in het kwartet van Paul Bley en neemt in 1961 zijn eerste eigen plaat op voor het Riverside-label. In dat jaar gaat hij eveneens werken met Herbie Mann en het is tijdens het verblijf in Mann's band dat Pike de vibrafoon laat uitversterken en daarmee het instrument een hele eigentijdse rol laat spelen in de muziek. Rond 1967 heeft Pike zichzelf ontwikkeld tot een persoonlijkheid die uitstekend zijn eigen band kan leiden en een progressieve kijk op jazz erop na houdt. Dat brengt hem in 1969 in Europa. De geschiedschrijvers gaan dan meteen door naar Duitsland, maar realiseren zich niet dat 'Got The Feelin' in Nederland is opgenomen met Nederlandse muzikanten. De eerste bezetting van The Dave Pike Set. Vanaf 1969 zal Pike enige tijd in Duitsland verblijven en ook daar heet zijn band The Dave Pike Set. Dan bestaat de band uit gitarist Volker Kriegel, bassist J.A. Rettenbacher en drummer Peter Baumeister. Tussen 1969 en 1972 maakt de Duitse Dave Pike Set zes albums voor het MPS-label en volgt in 1973 een compilatie van hun beste werk. Deze albums, alsook 'Got The Feelin', zijn tegenwoordig gewild onder verzamelaars en dj's van 'breakbeats' en hen met een neus voor psychedelische souljazz.

De muzikanten zijn op zichzelf niet de minste of geringste. Op bas zien we bijvoorbeeld Ruud Jacobs, de broer van Pim. Toch doet de loopbaan van Ruud niet onder voor die van zijn broer. Hij deelt het podium met internationale grootheden in de jaren zestig en zal een succesvol platenproducer worden in de jaren zeventig. Joop Scholten heeft met zijn gitaar een hoofdrol op 'Got The Feelin' en componeert ook de meeste nummers. Hij zal vooral in het gezelschap verkeren van organist Rob Franken, die ook deel uitmaakt van The Dave Pike Set ten tijde van 'Got The Feelin' en bovendien werkt Scholten met Cees Schrama in diens' Casey & The Pressure Group. Rob Franken is een legendarische naam en zijn albums met The Rob Franken Organization zijn net zo gewild als 'Got The Feelin'. Tot slot zien we Louis De Bij op drums. Omdat Pike zijn naam niet over de tong kan krijgen, noemt hij Louis 'El-Die-Bie' dat nog als titel zal worden gebruikt voor een nummer op 'Got The Feelin'. De Bij zal later furore maken als drummer van de folkrock-band Fungus.

Op de eerste kant van het album worden covers afgewisseld met originele nummers, de tweede kant bevat alleen maar origineel werk. De covers zijn 'Got The Feelin' (van James Brown), 'Spooky' (Classics IV), 'You Got It Made' (uit de Stax-stal) en Dionne Warwick's 'Do You Know The Way To San Jose'. 'Brown's Hometown', 'Shady Street' en het reeds genoemde 'El-Die-Bie!' behoren tot mijn persoonlijke favorieten uit de originele nummers, maar het hele album is om te smullen. Heerlijk voor een ontspannen zondagmiddag, maar ook een dansvloer kan je vermaken met dit album. De plaat wordt onder geen beding verkocht, maar... toch even kijken? Discogs vertelt me dat 382 mensen hem zoeken en dat 25 zijn die deze originele Relax-persing in de kast hebben staan. Het is wat de gek ervoor geeft? De indicatie geeft een gemiddelde waarde van 180 euro. Er zijn momenteel echter drie exemplaren te koop en geen in absolute nieuwstaat. De goedkoopste is 550 euro en de andere twee worden aangeboden voor zevenhonderd euro per stuk. En, nee, geen haar op mijn hoofd dat eraan durft te denken...

vrijdag 9 juni 2017

Raddraaien: Lenny Kravitz



Ik zat eigenlijk aan een ander onderwerp te denken, maar dat kan eventueel ook nog wel in het weekend. Volgende week staat Soul-xotica vooral weer in het teken van 'Het zilveren goud' met zowel een uitgebreide 33- als 45-toeren-selectie. Met de Week Spot en de 'Eretitel' zit die week al bijna weer vol. Er zijn nog een paar albums die ik nog apart wil uitlichten, maar kies vanavond toch voor een 'Raddraaier'. Het is 'druk' geweest met die rubriek. Bijna drie maanden later ben ik bijna halverwege. De lijst bepaalt dat ik vanavond de twintigste single uit de zesde jaren tachtig-bak van een bericht mag voorzien. De jaren tachtig-bak is feitelijk alles wat na 1979 is uitgebracht en loopt dus door in de jaren negentig en de nieuwe eeuw. Een artiest waarover ik in de zomer van 2012 een bericht heb geschreven, kort nadat ik deze single heb gekocht. Daarin ('Een leven met Lenny', 16 augustus 2012) beschrijf ik de rol die Kravitz in mijn jonge leven heeft gespeeld. Vandaag mag ik me eens verdiepen in de persoon zélf. Dat kan verrassend zijn, want ik heb dit eigenlijk nog nooit eerder gedaan. De 'Raddraaier' is 'Always On The Run' van Lenny Kravitz (1991).

Waar en wanneer? Ja, daar hoef ik niet lang over na te denken. Ik heb het bericht reeds weggeklikt, maar kan uit mijn hoofd de datum berekenen. En dan... kom ik uit op 16 augustus 2012. Nu kan ik het weer herinneren, ik heb het bericht immers nog dezelfde avond geschreven. Ik moet op deze vroege donderdagochtend op het stadhuis in Meppel verschijnen. Ik mag verhaal doen wat er een paar weken ervoor is gebeurd toen ik voor een 'gesprek' bij de sociale werkvoorziening kwam en dat van me werd verwacht dat ik meteen in de schoonmaak aan het werk moest. Ik was toen naar huis gegaan en meteen geprobeerd mijn contactpersoon bij de sociale dienst te bereiken. Deze blijkt meer dan een maand met vakantie te zijn en dus heb ik ook 'vakantie'. Deze donderdagmorgen krijgt dit het vervolg waarop ik had gehoopt en ik zal een paar weken later in de post beginnen. Het is 'Donderdag Meppeldag' en eigenlijk moest ik vaker naar de braderie gaan, maar ben nu eens op tijd. Later die ochtend koop ik een enorme berg singles, maar het eerste standje kan ik me ook nog goed herinneren. Het moment waarop je realiseert dat je 'oud' bent. Op de kindervrijmarkt zit moeder (mijn leeftijd) met kroost spul van zolder te verkopen, waaronder de plaatjes van papa. Dat zijn een groot deel van de singles van Lenny Kravitz uit de jaren van 'Let Love Rule' en 'Mama Said' en ik doe me hier te goed aan. Op de terugweg bedenk ik me dat ik beslist eens een berichtje moest schrijven over de rol die Kravitz in mijn leven heeft gespeeld. De rest is geschiedenis.

Leonard Albert Kravitz. Die naam staat te lezen op zijn identiteitskaart die hij wel eens vergeet mee te nemen. Uitgerekend op het moment dat je wordt aangezien voor een bankovervaller. Lenny is vernoemd naar zijn oom die is gestorven in de oorlog in Korea en die door zijn actie de rest van zijn groep van de dood heeft weten te behoeden. Kravitz' vader is producent van het nieuws bij de televisiezender NBC, Sy Kravitz, en zijn moeder is actrice Roxie Roker. Als driejarige slaat Kravitz al ritmisch op potten en pannen, als vijfjarige weet hij het zeker: Hij wil beroepsmuzikant worden. In 1971 bezoekt hij een concert van The Jackson 5 en dat is op dat moment zijn favoriete groep. Kravitz wordt geboren op 26 mei 1964 en volgt doordeweeks zijn onderwijs in de buurt waar hij is geboren, Upper East Side Manhattan, en brengt de weekenden door bij zijn oma Bessie Roker in de Bedford-Stuyvesant-buurt van Brooklyn. Zijn familie ondersteunt hem in de wens om muzikant te worden en zo leert de jonge Kravitz drummen en gitaar spelen. In 1974 vertrekt het gezin naar Los Angeles en dat zal de deuren openen voor Kravitz naar de rock'n'roll. Hij ziet alle grote rockbands van dat moment optreden en het is de hele atmosfeer die hem aantrekt. Hij gaat naar Beverly Hills High School en komt in dezelfde klas als zangeres Maria McKee, acteur Nicolas Cage en gitarist Slash. In 1978 mag Kravitz deel nemen in een muzikaal project van de school. Een jaar eerder is hij gelovig geworden.

Kravitz gebruikt echter niet zijn eigen naam. Aanvankelijk probeert hij het als Romeo Blue. De muzikale invloeden lopen uiteen van zwarte blues en gospel naar blanke rock en dit is het eerste bezwaar dat hij van veel productiemaatschappijen krijgt te horen: De muziek is té blank voor een zwarte artiest of zwart voor een blanke artiest. Door de inbreng van zijn moeder is zijn huidskleur lastig in te schatten. Kravitz wil echter geen blanke of zwarte muziek maken, maar de muziek die hem uit het hart komt. Er gaan jaren overheen van demo's opnemen en deze een beetje vruchteloos rondsturen. In 1985 gaat hij samenwerken met Henry Hirsch, studio-eigenaar en multi-instrumentalist. Kravitz werkt een anderhalf jaar aan het album dat 'Let Love Rule' zal worden. Intussen wordt Stephen Elvis Smith aangesteld als manager. Hij heeft werkervaring bij 'A Different World', de spin-off van 'The Cosby Show' geleid door zijn lieftallige Lisa Bonet. Smith weet uiteindelijk vijf grote platenmaatschappijen te interesseren voor de muziek van Kravitz. Die mogen tegen elkaar opbieden en in januari 1989 komt Virgin als de winnaar uit de bus. Op 16 november 1987 trouwen Kravitz en Bonet. Kravitz, dan nog bekend als Romeo Blue, staat opeens volop in de schijnwerpers en dat gebeurt opnieuw als hun dochter Zoë op 1 december 1988 wordt geboren. Kravitz' naam is in één klap een stuk bekender dan Romeo Blue en hij gaat onder zijn eigen naam de plaat uitbrengen. Volgens Kravitz zelf werkt het verlichtend en doet het zijn creatieve 'output' alleen maar goed. In september 1989 verschijnt 'Let Love Rule' en is vooral in Europa een groot succes. Kravitz verbindt Stevie Wonder met John Lennon met Curtis Mayfield en met Jimi Hendrix. Die veelzijdigheid levert hem niet alleen maar roem op.

Toch is Kravitz in korte tijd uitgegroeid tot een 'hot item' in de muziekwereld. Hij schrijft 'Justify My Love' voor Madonna en dan gaat het gerucht dat de twee 'iets' zouden hebben gehad. Kravitz ontkent in alle talen, maar toch leidt dit er toe dat hij en Bonet uit elkaar gaan en in 1993 de echtscheiding op een vriendschappelijke wijze officiëel maken. Kravitz gebruikt 'Mama Said', zijn tweede album, vooral om de depressie kwijt te raken en veel liedjes zijn dan ook opgedragen aan Bonet. Dat geldt niet voor 'Always On The Run', want dit schrijft hij toe aan zijn eigen moeder. Zijn ouders zijn in 1985 gescheiden, iets waar Kravitz het moeilijk mee heeft gehad. De band met zijn vader is erg stug geworden, maar blijft contact houden met Roker tot haar dood in 1995.

Hoe kun je zo'n immense loopbaan samenvatten in een paar alinea's? Dat is de kunst van het schrijven, ook al versta ik dat ook niet altijd even goed. Met 'Are You Gonna Go My Way' (1993), 'Circus' (1995) en '5' (1998) levert hij succesvolle studio-albums af. Zijn grootste verkoopsucces is echter de 'Greatest Hits' die in 2000 verschijnt. Sinds die tijd ben ik Kravitz dan toch wel een beetje kwijt geraakt. De man maakt nog steeds albums hoewel het gros me helemaal niks meer doet. Andermaal blijkt dat ik nog wel eens iets 'mis' zonder televisie en roddelbladen. Ik wist niet dat Kravitz ook een gevierd acteur zou zijn. Voor mij blijft het een muzikant die me in de jaren 1989 tot en met 1991 vooral van 'hoop' heeft voorzien. Eén van de weinige nieuwe namen uit die tijd die wist door te dringen bij een puisterige puber die alléén maar naar jaren zestig- en zeventig-muziek luisterde.

donderdag 8 juni 2017

Eretitel: 'Land Of Make Believe'



Er was eens...? Nee, het is er nog steeds. 'Tuesday Night Music Club' is weliswaar als een tijdelijke show begonnen 'totdat iemand anders zich zou melden voor het tijdstip', maar na een paar weken wil ik de show al niet meer kwijt. 'Listen Carefully' is eens midden in de nacht ontstaan in een 'Laid(back) Night Show' en als ik met TNMC begin, bestaat dat onderdeel al. Ruim twee jaar later loopt de serie nog altijd en daaruit kan ik nog jaren inspiratie putten voor de 'Eretitel'. De regels zijn streng. De titels moeten écht identiek zijn. Er zijn heel veel liedjes over het sprookjesland en met dit oord in de titel. De pietlut die ik ben, wil ik uitsluitend titels met 'Land Of Make Believe' en dus geen 'The Land Of Make Believe' en 'In The Land Of Make Believe'. The Moody Blues en Dusty Springfield vallen dus af. De laatste heb ik zojuist nog gedraaid in 'Afterglow' en had niet misstaan in deze 'Eretitel'. Als ik alle woorden strip totdat 'Land Of Make Believe' overblijft, dan krijg ik de volgende top drie.

3. Bucks Fizz (1981)
Ik begin met een plaatje waarvan ik niet de hoogte krijg. Vind ik dit stiekem een heel leuk plaatje of niet? Feit is dat ik in 2004 deze single koop en hem een paar maanden later op een minidisc zet die in die tijd héél veel heb gedraaid. Ik probeer het nummer nog wel eens te 'skippen', maar geen haar op mijn hoofd die het van de minidisc wil hebben. Bij deze 'Eretitel' is het andermaal lastig. Moet ik alle gêne opzij zetten en de plaat gewoon tot ultieme 'Eretitel' bombarderen? Nee, het hoeft niet, want de overige twee kandidaten zijn zo mogelijk nóg beter dan dit plaatje van Bucks Fizz. Het moet het dus met een derde plek doen.

2. Chuck Mangione & Esther Satterfield (1973)
Ik geloof dat ik het heb 'verknipt' voor de 'Tuesday Night Music Club' want het volledige nummer duurt maar liefst veertien-en-een-halve minuut. Wellicht een fraaie 'kick-out' voor 'Afterglow'? Dat bedenk ik ter plaatse. Chuck Mangione bespeelt de flügelhorn, maar is bovenal een jazzmuzikant en -componist. Niet iemand die van tevoren gaat zitten met pen en papier een liedje schrijft. Nee, hij duikt met zijn band de studio in en laat het liedje ter plekke ontstaan. Het schijnt dat hij nog geen tekst had toen de opname startte en dat Satterfield de tekst bijeen heeft geïmproviseerd. Dat doet ze goed! Daarna barst de band los in een lange jamsessie. Misschien is het gezongen gedeelte nog wel het mooiste stuk van 'Land Of Make Believe' en brengt dit het tot een tweede positie in de 'Eretitel'.

1. The Easybeats (1968)
Het is wederom de 'sixties' dat het winnende decennium is in de 'Eretitel'. Een single die nog altijd op mijn verlanglijstje staat, hoewel ik al een redelijke collectie heb van de Australische band. 'Land Of Make Believe' wordt in Australië als b-kant uitgebracht, maar in Europa mag het als a-kant de opvolger zijn van 'Hello How Are You'. Het is melodieuzer dan het eerdere werk van The Easybeats, maar nog altijd met de kenmerkende Australische 'sound'. The Easybeats voert de lijst aan van de titel 'Land Of Make Believe'. Als ik minder streng zou zijn geweest, had Dusty Springfield hier waarschijnlijk gestaan met 'In The Land Of Make Believe' van haar 'Dusty In Memphis'.

woensdag 7 juni 2017

De sneltreinvaart van The Turtles



De fascinatie voor 'underdogs' in de popmuziek, waar komt dat nou vandaan? Het is een fascinatie. Soms kom je iets tegen en dan boeit het verhaal rondom de artiest, groep of plaat. Hoe anders zou mijn leven er uitgezien hebben als ik vijfentwintig jaar geleden dit album had laten liggen? Ik hou niet van overdrijven, maar ik kan stellen dat mijn visie op de popmuziek een beetje is bijgesteld naar aanleiding van dit album. Het wrange verhaal van een groep welke steeds wordt afgerekend op één hit, terwijl het een aardige rij singles heeft gemaakt in verschillende stijlen en genres. De singles-discografie van The Turtles omvat als geen ander het spectrum van de popmuziek uit de late jaren zestig: Van folkrock en barokke pop naar psychedelica en zelfs groovy instrumentale funk. In juni 1992 koop ik een zeer fraaie partij elpees op de rommelmarkt in IJlst en volgende week stel ik ze allemaal aan jullie voor. Vanavond alvast een tipje van de sluier met de dubbelelpee 'Happy Together Again' van The Turtles, de Amerikaanse Sire-uitgave uit 1975.

In 1967 wordt in een televisieprogramma de muziekkennis getest van de Engelse zangeres Lulu. Ze hoort een stukje van een plaat waarvan ze de groep niet herkent. De plaat is 'She'd Rather Be With Me', de opvolger van 'Happy Together' van The Turtles. Lulu is verrast door het antwoord. ,,The Turtles? Die knapen van 'Happy Together'? Ik had niet verwacht dat we ooit nog van hen zouden horen". The Turtles is allerminst een 'overnight sensation' als 'Happy Together' op de hitparade komt en dus is het een beetje oneerbiedig wat Lulu zegt. Aan de andere kant: The Turtles zal de volgende twee jaar tevergeefse pogingen doen om met een even succesvolle opvolger te komen. Tot slot meldt zich eind 1968 een 'lifesaver' aan en dat is meteen de laatste grote hit. Toch heeft de groep een paar albums afgeleverd waar menig singles-groep jaloers op zal zijn. De singles vormen een universum op zichzelf dankzij een veelvoud aan stijlen en invloeden. Het zijn geen halve probeersels van een Bonzo Dog-achtig bandje. Nee, The Turtles weten heel goed wat ze willen!

Klakkeloos The Beatles of The Rolling Stones kopiëren heeft slechts weinig bands goed gedaan en in 1965 steekt in Amerika de folkrock de kop op. Het surf-orkestje The Crossfires volgt The Byrds in de voetsporen en wil met haar bandnaam. The Tyrtles, zowel een knipoog geven naar The Byrds als The Beatles. Toch wordt de naam correct gespeld als de eerste single wordt uitgebracht. Dat werk wordt verzorgd door White Whale, een kleine maatschappij met een goede distributie en The Turtles zal, zowel creatief als commerciëel, de meest succesvolle onderneming worden van White Whale. De eerste single is 'It Ain't Me Babe'. Om jezelf te vestigen als folkrock-band moet je eerste liedje geschreven zijn door Bob Dylan en mag het geen hit zijn geweest. Alleen Johnny Cash heeft enig succes gehad met 'It Ain't Me Babe', maar dat bijt The Turtles niet als dat met een folkrock-versie op de markt komt. The Turtles bestaat op dat moment uit de heren Howard Kaylan, Mark Volman, Al Nichol, Jim Tucker, Chuck Portz en Don Murray. De single is goed voor de Amerikaanse top tien en de gelijknamige elpee kijkt om het hoekje in de albumlijst. 'It Ain't Me Babe' haalt het nét wel in de albumlijst, de opvolger 'You Babe' zet niet genoeg exemplaren om. Daarvan is het titelnummer wel weer een grote hit.

Frank Zappa en zijn Mothers Of Invention worden ergens in 1966 aangesproken door een producent die zijn anoniem laten: ,,Als ik jullie imago iets zou kunnen oppoetsen, zou ik jullie even groot kunnen maken als The Turtles". De man wordt weggehoond door Zappa en zijn gevolg welke de uitspraak een ereplek geven op de hoes van 'Freak Out'. De folkrock is eind 1965 een zinkend schip gebleken en The Turtles zal een andere stijl moeten aanwenden. Het is aanvankelijk de 'good time music' van The Lovin' Spoonful en The Mamas & The Papas, maar gaat een experiment niet uit de weg. Zo verschijnt in 1966 het gekke 'Grim Reaper Of Love' op single en bereikt nog altijd de top dertig in Amerika. Drummer Don Murray staat in de eerste maanden van 1966 zijn kruk af aan Joel Larson waarna John Barbata het weer overneemt. Chuck Portz wordt vervangen door Chip Douglas. De 'good time music' heeft eveneens geen lange houdbaarheidsdatum en begin 1967 kleurt de lucht donker boven The Turtles. Dan wordt de band benaderd door liedjesschrijvers Garry Bonner en Alan Gordon. Zij hebben een liedje geschreven dat door velen de deur is gewezen, maar The Turtles wil wel een gokje wagen. Het is 'Happy Together', de grootste hit voor The Turtles. Het gelijknamige album is ook een bestseller. De volgende single heet 'She'd Rather Be With Me' en wordt, ondanks de kritiek van Lulu, in Engeland zelfs nog een grotere hit dan 'Happy Together'. In Nederland halen 'Happy Together' en 'She'd Rather Be With Me' respectievelijk een 5e en 21e plaats in de Top 40. Buiten de heruitgave van 'Happy Together' in 1975 (nummer 30) laat het 'Hitdossier' een lange lijst Tipparade-noteringen zien. Het is de tijd dat de Tipparade nog min of meer een hobby-project is van Rob Out en hij weet de geluiden van The Turtles zeer goed te waarderen.

Michael Nesmith van The Monkees ontneemt de groep Chip Douglas die tijdelijk als producent voor The Monkees gaat werken. Jim Pons is zijn vervanger in The Turtles. 'You Know What I Mean' en 'She's My Girl' zijn twee prachtige voorbeelden van het veranderende Turtles-geluid in de jaren zestig en doen beide evengoed nog de top vijftien aan in Amerika. Er verschijnen twee verzamelalbums: 'Golden Hits' en 'More Golden Hits'. Ook werkt de groep aan een ambitieus project. Het album heet 'The Battle Of The Bands' en de groep gaat schuil achter elf zelf-bedachte namen en dat levert een afwisselend album op. Op het album staat ook een nummer dat uiteindelijk de redding zal zijn voor The Turtles. Ondanks kwalitatief hoogstaande singles blijven de grote hits uit en dat telt zwaar voor White Whale. 'Elenore' is een stap terug in de evolutie van The Turtles maar levert de groep wel de top tien-hit op dat het nodig heeft. The Turtles mag weer even verder en haalt Ray Davies van The Kinks over om hun volgende plaat te produceren. Het is het album 'Turtle Soup' dat eind 1969 verschijnt. Het levert de groep een paar bescheiden hits op en het einde is in zicht. Volman en Kaylan voelen zich niet serieus genomen door White Whale terwijl The Turtles toch verantwoordelijk is voor het merendeel van de omzet van het label. White Whale meent de groep nog steeds van alles en nog wat door de strot te kunnen duwen en dat resulteert in de single 'Who Would Ever Think That I Would Marry Margaret'. Het nummer staat niet op 'Happy Together Again', dat door Volman en Kaylan is samengesteld, en dat album eindigt met de prachtige cover van Judee Sill's 'Lady-O'. Of eigenlijk met de kerstsingle van The Crossfires als bonus omdat de mannen vermoeden dat de luisteraar genoeg overtuigd zal zijn van de kwaliteiten van The Turtles.

Kaylan en Volman worden opgenomen in het circus van Frank Zappa als The Phlorescent Leech & Eddie, later ingekort tot Flo & Eddie. The Mothers speelt dan al een tijdje een guitige versie van 'Happy Together' tijdens haar concerten. De uitgebreide 'liner notes' van Kaylan en Volman bij de liedjes maakt dat deze al gaan 'leven' op de binnenhoes. In de zomer van 1992 maak ik een cassette-compilatie van liedjes van de elpee en vanaf dat moment kan de interesse voor The Turtles een aanvang krijgen. In 1995 koop ik tenslotte nog een compilatie-cd welke prachtig aansluit op 'Happy Together Again' en dat zorgt ervoor dat de liefde voor het werk voor The Turtles nóg sterker wordt. Zonder deze dubbelelpee op de rommelmarkt in IJlst in juni 1992 was dat nu wellicht anders geweest?